Tagarchief: Jheronimus Bosch

Het Prado in Madrid

(Geschreven op 4 mei 2016 in Madrid)

Gisteren waren we dus in het Prado. Een zonovergoten dag in Madrid. Bijna te warm om buiten te lopen. Van dat heerlijke weer hebben we slechts het puntje van de neus en het staartje meegekregen. De rest van de tijd hebben we doorgebracht in dit fantastische museum. Hoe begin je aan zo’n museum…en hoe eindig je ermee? Dat bleken twee moeilijke dingen. Je tijd is gewoon beperkt en in die beperkte tijd wil je in ieder geval de hoogtepunten hebben gezien. Maar wat zijn precies de hoogtepunten?

El Bosco natuurlijk. Jheronimus Bosch. Daar heb ik al eerder over geschreven. Ik moest die schilderijen echt zien. Dus we begonnen met de Vlaamse en Nederlandse kunst.

De Tuin der Lusten. Adembenemend! Er staat, jammer genoeg, zoveel op het schilderij dat je echt niet aan elk detail toekomt. Ik zou over ieder verfpuntje willen weten wat het betekent. Een boek dat dat beschrijft is een metertje of twee dik. Ik zou dat wel willen lezen, maar ik weet zeker dat ik er niet aan toe kom. Daarom een paar details die me opvielen in het paradijs. Ik weet vrij zeker dat Bosch in het paradijs een kangoeroe heeft geschilderd. Hij zal van zijn leven zo’n beest nog nooit gezien hebben. Van horen zeggen dus. Een dier dat op geen enkel ander dier lijkt. Twee springpoten en twee kleine bokspootjes…dat had hij goed doorgekregen, die Jeroen Bosch. En…lange oren. Ook dat, maar in plaats van staande oren, schilderde hij ze hangend. Ook erg mooi! Wist hij veel?

In een meertje lieftallige meisjes. Ze staan lekker te badderen zo te zien. Niet echt in beweging, maar toch lekker in het koele water. Allemaal blanke mooie meisjes en een paar zwarte meisjes. Zusterlijk door elkaar. Wist Bosch van het bestaan van zwarte mensen? Beschouwde hij zwarte mensen als zijn gelijken? Dat zijn meteen vragen die bij me op komen. Een klein groepje van die meisjes hebben een appeltje op hun hoofd. Alsof Willem Tell het appeltje eraf gaat schieten. Maar deze held is op het schilderij niet te vinden. Waarom de appeltjes?

Sinds ik de conservator van het Prado op de televisie heb horen uitleggen, is me duidelijk hoe Bosch kwam aan het beeld van de laaiende stad en waarom hij dat alleen maar kan linken aan de hel. Wat me verder opviel waren de vogeltjes. Herkenbare soorten. Een ijsvogel herkende ik en een vink en een koolmees. Alleen al voor dit schilderij zou je naar het Prado moeten.

Eerlijk gezegd, voordat ik De tuin der lusten had gezien, was mijn dag in het Prado al geslaagd. Ik was tegen het schilderij Ecce Homo aangelopen van Quinten Massijs. Wat een schilderij! Het past prima bij het werk van Jeroen Bosch. Ik vond dat het heel veel weg had van De Kruisdraging van (ineens niet meer) Jeroen Bosch. Het serene lijdende gezicht van Jezus temidden van grotesk lelijke vertrokken en spottende gezichten van de beulen. Was het bij de kruisdraging zo dat Jezus in het midden staat en alle koppen er omheen, bij het schilderij van Massijs is een ander standpunt gekozen; je bent onderdeel van de toeschouwers en aan jou wordt de lijdende Jezus getoond.

massys_quentin_509_ecce_homo

Zo gingen we van Vlaams/Nederlands meesterwerk naar meesterwerk. Neem bijvoorbeeld De Kruisafneming van Rogier van der Weyden of de triptiek van Memling.

We gingen naar de eerste verdieping omdat we minstens de Rembrandts wilden zien die er hingen. Maar in de hal of fame hingen ze niet. Daar hingen een aantal schilderijen van Titiaan met Karel V als onderwerp. Verder heel erg veel schilderijen van Rubens. Sommige fantastisch anderen wat minder. Het was in ieder geval compleet duidelijk dat Rubens (Pedro Pablo!) populair was aan het hof. Ik denk dat er wel dertig of veertig doeken van hem hingen. De aanbidding der koningen viel me positief op. Vooral door de compositie. In de rechterbenedenhoek straalde het kindeke Jezus. Alle figuren die er verder opstonden vormden met zijn allen een pijl naar het kindeke Jezus. Verder zag ik een schilderij van de drie gratien. Dat maakte het begrip ‘Rubensvrouw’ volkomen duidelijk. Met grootse billen en romige buiken dansten ze zo’n beetje rond op het schilderij.

Daarna de Rembrandts…dat was dus één Rembrandt. Niet zijn topstuk maar toch zo onmiskenbaar Rembrandt. Saskia als Judith die net Holofernes van zijn hoofd ontdaan heeft. Op de achtergrond een oude vrouw met een gevulde zak in haar handen (Met Holofernes’ hoofd, dus).

Ik zei Josien dat ik in ieder geval de schilderijen van Goya wilde zien waarin de verzetshelden worden doodgeschoten. We gingen op zoek naar de trap. En toen zag ik een crucifix zoals ik er nog nooit een gezien had. De crucifix van Valesquez. Magnifiek! De achtergrond bijna effen donker. Het kruishout tot in de details geschilderd. Jezus, die er tegenaan gespijkerd is, is dood. Haren hangen voor zijn gezicht. Een deel van het haar wordt tegengehouden door de doornenkroon. Waar de spijkers in het hout gedreven zijn, is het hout licht gespleten. Heel bijzonder schilderij. Tegenover deze crucifix een portret van een jonge vrouw. En profiel. Zo sterk! Josien en ik beseften ons toen dat we eigenlijk, in een madrileens museum, alleen maar naar Nederlandse kunst hadden gekeken. Daarom gingen we verder met de schilderijen van Valesquez…

A 4158
A 4158

Als lopend van zaal naar zaal, lieten we Valesquez achter ons. We liepen een zaal binnen met schilderijen die erg modern aanvoelden. Qua manier van schilderen, namelijk met grove rake streken, maar ook het kleurgebruik voelde erg modern. In zekere zin deden de schilderijen me een beetje denken aan de schilderijen van Peter Klashorst. Maar de kunstenaar wiens werk we bewonderde, leefde enkele eeuwen eerder; El Greco. Wat een ontdekking! Wat anders dan al het andere dat we eerder gezien hadden. Wat een bijzondere stijl. Vanaf het moment dat ik zijn eerste schilderij zag, De Annunciatie, werd ik gek op zijn werk.

Sjongens wat een rijk museum. Dan te bedenken dat we die beroemde schilderijen uit de Napoleontisch tijd, van Goya nog niet eens gezien hadden.

Jammer dat het lichaam niet echt meer wilde meewerken want strompelend kwamen we aan in de zaal met de executie van de verzetshelden. Voor mij vielen de twee schilderijen wat tegen. Neemt niet weg dat het topstukken van het Prado zijn, maar deze schilderijen had ik al te vaak gezien op plaatjes.

Gelouterd stapten we uit het museum. Zoveel mooie kunst! Buiten in het warme Madrid. We strompelden in trance naar de metro. Echt, alleen al door het Prado is onze vakantie in Madrid al helemaal geslaagd.

Een domper is dat we nog lang niet alles gezien hebben. Er was nog zoveel! Ik weet zeker dat het allemaal de moeite waard is, maar helaas, ik ben ook maar een mens!

 

Van Bosch tot Bruegel; De ontdekking van het dagelijks leven

Gezien op 16 oktober 2015 in: Museum Boijmans Van Beuningen.

Een absolute aanrader! Ik zeg het maar meteen. Echt een heel leuke tentoonstelling en ik raad iedereen aan om er naar toe te gaan. Hou je van het verre verleden en van schilderkunst, dan zou je er echt heen moeten. Naar Rotterdam, naar het Boijmans Van Beuningen!

marskramer1marskramer2

Bij de naam Jheronimus Bosch gaat mijn hart sneller kloppen. Eigenlijk meer bij zijn Nederlandse naam: Jeroen Bosch. Bij Jeroen Bosch hoort Lange Pier en bij Lange Pier hoort Floris (en Sindala). Floris, de befaamde televisieserie uit de jaren zestig waarmee Rutger Hauer, Gerard Soeteman en bovenal Paul Verhoeven hun indrukwekkende carrière begonnen. Wat heeft de tentoonstelling ‘Van Bosch tot Bruegel’ te maken met de televisieserie Floris? Op zich niet veel, behalve dat de televisieserie in de zelfde historische tijd speelt als waarin de schilderijen van deze tentoonstelling zijn vervaardigd; rond 1550. Namen die in de serie een rol speelden, komen op deze tentoonstelling terug. Soms niet helemaal correct, maar dat maakt het juist des te leuker.

Lange Pier bijvoorbeeld is zo’n naam. In de televisieserie een roverhoofdman uit Friesland. In werkelijkheid was hij iemand die zich tegen de Bourgondische overheersing verzette. Zijn schuilnaam was Grote Pier (Grutte Pier). Lange Pier komen we op onze tentoonstelling in het Boijmans – Van Beuningen ook tegen; het was de bijnaam van de Antwerpse/Amsterdamse schilder Pieter Aertsen. Een boomlange vent die, zo gaat de legende, zijn altaarstuk in de Nieuwe Kerk probeerde te verdedigen tegen het beeldenstormende gepeupel in 1566. Slechts een zijpaneel is over; de aanbidding der herders. Daarop een van de mooiste koebeesten van de kunstgeschiedenis. Dat schilderij hing niet op deze tentoonstelling. Van het religieuze werk van Pieter Aertsen is weinig over gebleven, maar zijn genrestukken, daarvan hingen er een paar. De schilderijen waar hij, volgens de catalogus, zelf een beetje op neer kijkt, maken hem nu tot één van de belangrijkste schilders op deze tentoonstelling. Als genreschilder hangt hij nu in de diverse musea.

Zo hangt er van Pieter Aertsen een keukenmeid. Ze rijgt divers gevogelte aan een spit en houdt het spit vast als ware het een koningsstaf. Haar trots komt je tegemoet terwijl ze poseert voor een imposante schouw. Volgens de catalogus en de audiotour hebben we hier te maken met spotlust. Een gewoon iemand wordt neergezet alsof ze van adel is. De adel en rijke burgerij koopt dit soort schilderijen om hun eigen positie als trotse machthebbers te bevestigen. Op de een of andere manier bevredigd me niet helemaal. Daarvoor is ze veel te mooi geschilderd. Ook te groot. Ik kan me een spotprentje van tien bij tien centimeter voorstellen, maar hier hebben we te maken met een op ware grootte geschilderde keukenmeid.

Ook in het Rijksmuseum zo’n schilderij. Ook daar staat een keukenmeid van Pieter Aertsen in een overdadige keuken. Ze is omringd door allerhande groenten en rijgt ook daar gevogelte aan het spit. Spot vind ik hier echt niet het juiste woord. Veeleer laat de burgerij zien wat voor rijke maaltijden ze zich kunnen laten voorzetten. Maar dat is mijn eigen interpretatie en niet gebaseerd op kennis.

Pieter Aertsen (de ‘echte’ Lange Pier) springt er op deze tentoonstelling erg uit. Met zijn heldere schilderijen en zijn felle kleuren zet hij zelfbewuste werkende mensen neer en…heerlijk voedsel.

Kom ik weer terug op Jeroen Bosch en Floris en de tentoonstelling. Er hangen twee marskramers, beiden van Jeroen Bosch. En wat ontdekte ik over de Floris aflevering met Jeroen Bosch… In de aflevering van Floris hebben ze  vals gespeeld. De twee marskramer schilderijen hebben ze in de aflevering gecombineerd. Er is een marskramer met rovers en een marskramer met een bordeel. De bordeel versie hoort in het Boijmans Van Beuningen, de rovers versie is voor de tentoonstelling in bruikleen van het prado in Madrid. Voor het overgrote deel hebben ze in de aflevering van Floris met de marskramer met het bordeel genomen, maar in het verhaal hadden ze de galg nodig van de rover versie. Hoe dan ook, Jeroen Bosch legt uit wat het schilderij betekent: De marskramer wordt weggeblaft door een hond, is zo stom als een koe, heeft er lustig op los geleefd en zal eindigen aan de galg… Die Jeroen Bosch!
In het Boijmans Van Beuningen is juist over de bordeelversie van het schilderij een aardige videopresentatie. In deze presentatie wordt ingezoomed op die details. De details worden daardoor duidelijk, maar de betekenis wordt voor een groot deel in het midden gelaten. Jammer vind ik altijd als zo’n presentatie alleen in het engels is. Dat maakt het in ieder geval voor kinderen ontoegankelijk maar ook volwassenen zullen zaken missen. Het engelse woord voor ‘els’ kende ik bijvoorbeeld niet; daar kwam ik thuis pas achter.
Het belangrijkste van Bruegel ontbreekt; al die schilderijen die het boerenleven laten zien. De dansende boeren, de trouwende boeren en de springende boeren. Wel zijn er tekeningen ‘naar bruegels’ boerenschilderijen. Is er dan geen enkel origineel Bruegel schilderij? Tuurlijk wel. Het winterlandschap met ijspret. Ook een erg leuk schilderij waar je lang stil bij kunt staan. Helemaal geen Bruegel boeren? Nou, dat ook weer niet. Een petieterig schilderijtje waarop een boer een varken in zijn hok stopt en opdringende medeboeren die de boer achter het varken aan duwen.

Als je houdt van boeren, burgers en buitenlui of van bordeelscenes, vreetpartijen en gewone mensen uit het begin van de renaissance dan moet je absoluut naar deze fantastische tentoonstelling gaan. Ik heb genoten!