Tagarchief: Jan Wolkers

Turks Fruit op de planken

Turks Fruit van Jan Wolkers heeft er, in een ver verleden, voor gezorgd dat ik van Nederlandse literatuur ben gaan houden. Toen ik het boek uit had destijds, wilde ik het meteen opnieuw lezen. Ik was een paar weken in de rouw omdat de hoofdpersonen zomaar uit mijn leven verdwenen waren. Ik was er echt kapot van. Wolkers was voor mij een liefdesgoeroe. Op schrijversgebied imiteerde ik Wolkers en kon maar niet vatten waarom alles wat ik opschreef op geen enkele manier voelde zoals hij het schreef. Ik bedacht dat dat misschien aan de liefde lag die ik op dat moment nog nooit als zodanig had gesmaakt. Ik was gewoon een klein jongetje. Maar hoe dan ook, Turks Fruit maakte heel erg veel in mij los. Hier op deze site heb ik er al best veel over geschreven.

Ik ben in de tussentijd opgegroeid, volwassen geworden. Ik geniet de liefde met volle teugen. Ik heb kinderen gekregen en grootgebracht en ik heb veel gelezen. Turks Fruit is hetzelfde gebleven. Als je de eerste bladzijde opslaat ligt de ik-figuur nog steeds op bed en trekt zich vervolgens af bij een foto van zijn geliefde Olga die hem verlaten heeft… De letters, de woorden, de zinnen, de hoofdstukken en de roman is onveranderd gebleven, maar toch ook weer niet. Bij het lezen van de roman spelen zowel de roman als de lezer een cruciale rol. De roman brengt wat teweeg in het brein van de lezer. Turks Fruit heeft op mij nu een andere invloed dan toen ik het halverwege de jaren zeventig voor het eerst las. Ik vraag me nu andere dingen af als ik de roman lees dan dat ik toen deed. Niet alleen ik ben heel erg veel jaartjes ouder geworden, de maatschappij is in die tussenliggende jaren ook nogal verandert.

Turks Fruit is niet alleen voor mij een mijlpaal geweest, ook voor de maatschappij. De roman was de verwoording van een ongekend gevoel van bevrijding. Power Flower ten top. Daarom werd de roman verfilmd en daarom werd de film ook nog eens, in de volledige westerse wereld, een ongekend succes. In de film, die enkele jaren na het verschijnen van de roman werd gemaakt, zie je al enkele verschuivingen. Aanpassingen aan de tijdgeest. In 2005 werd van Turks Fruit een musical gemaakt. De kern van de roman bleef overeind (zeg maar: boy meets girl), maar verder werd alles zo’n beetje aan de tijdgeest aangepast. De verschillen die ontstaan in mijn brein tussen hoe ik toen, als vijftienjarige de roman las of nu als zestigjarige, zien we bijna op dezelfde manier terug in hoe de maatschappij de roman beleeft en ermee omgaat. Over de perceptie van de roman door de jaren heen, heeft Margot van Riel een bijzonder leesbare masterstudie gedaan en die heb ik op onverklaarbare manier in mijn bezit gekregen.

Ze zou weer aan de bak kunnen want er is nu een toneelbewerking op de planken gebracht van Turks Fruit. Ik las van het weekend het interview met de makers. Nu lees ik de recensie. Was het zo dat Olga in de roman regelmatig half in slaap, ‘genomen’ werd en mocht ze van de hoofdpersoon zoveel taartjes maken en eten als ze wilde, in de toneelbewerking bepaalt ze dat wel zelf. Olga is geëmancipeerd. Zij wil seks…of niet. Over de taartjes heeft hij geen enkele zeggenschap (denk ik, want dat staat niet in de recensie).

Eén ding is de constante door alle jaren heen, dat is de liefde. Maar jongens wat is de man-vrouw verhouding verschrikkelijk positief gewijzigd door de jaren heen!

Tantra en grensoverschrijdend gedrag

Ook het laatste bolwerkje van verzet dat rest van de seksuele revolutie wordt genomen, zie ik net op de NOS-site. De tantra therapie. Dat het hier om seksueel overschrijdend gedrag gaat, ligt er duimendik bovenop. Als jij naar een tantra-therapeut gaat en denkt dat je in therapie gaat zonder dat er met je geslachtsdelen gefoezeld wordt, dan heb je werkelijk een gaatje in je hoofd. Tantra therapeuten schreeuwen het van de daken. Ze doen prostaatmassages, clitorisstimulatie, tepeltherapie en penisenergieversterking. Dat houden ze niet stil. Ze schamen zich er ook niet voor. Het is hun nering en ze zijn er trots op. Toen ik in aanraking kwam met tantra therapeut P. die een tijd mijn software ontwikkelende collega was, leek het me allemaal wel geil. Een vrouwelijke therapeut die mijn seksuele energiestromen in goede banen ging leiden. Maar nee, niets voor mij. Ik kleed me niet graag uit voor een vreemde vrouw en bovendien vind ik het gênant om opgewonden te raken in het bijzijn van een vreemde. Maar kennelijk zijn er toch wichten die iets anders verwacht hadden. Is dat niet bijna hetzelfde als mannen die in een bordeel klagen over seksueel overschrijdend gedrag?

Mijn al eerdergenoemde collega P. was er helemaal van overtuigd dat de mens pas vrij was als hij haar seksuele energie bevrijd had. Wij keken een beetje op tegen P. Een verdomd aardige collega, dat zeker. Maar ook geen hoogte van te krijgen. Had hij nou een vriendin, een vrouw, een vriend een man…geen idee. Van elke collega wisten we hoe het zat, maar niet bij hem. Onbelangrijk zou je zeggen, maar dat is het niet. Je wil gewoon graag weten wat voor vlees je in de kuip hebt. Maar desalniettemin een kundige en aardige collega. En ja, als je over seks en seksualiteit begon, dan ging hij helemaal los. Hij was trots op wat hij deed. Omdat hij een duidelijk oosters uiterlijk had, noemde we hem stilletjes onze seksgoeroe. We hadden dat best hardop kunnen doen, want P. zou er niet mee gezeten hebben. Een seksgoeroe voelde hij zich ook. Hij kwam er zelfs mee op de tv. In een programma ging hij het seksuele leven van stellen verbeteren. Tenminste dat was de opzet.

Laat ik eerlijk zijn; ik geloof er niet in. Ik geloof er niet in dat je van tantra-therapie veel wijzer wordt. Als je ergens aandacht aan besteed wordt het vanzelf groter. Als je je in tantra gaat verdiepen dan wordt seksualiteit belangrijker in je leven. Maar of het werkelijk iets verbetert dat durf ik te betwijfelen. Het blijft gewoon zo dat je seks met z’n tweeën samen moet uitvinden en samen moet beleven en dat dat zelden helemaal vlekkeloos gaat. We zijn gewoon niet allemaal Eric en Olga in de roman Turks Fruit van Jan Wolkers. Wij, gewone stervelingen, hebben te maken met droogte, slapte, kou, oververhitting en een vroeg vogeltje om maar eens een paar te noemen. Niet altijd in dezelfde mate en vaak voelen we ons na afloop helemaal het mannetje en het vrouwtje, maar toch…

Nee, in tantra geloof ik niet en wie er wel in gelooft weet wat haar te wachten staat. Klagen achteraf lijkt me helemaal niet gepast. Dat je de rest van je leven seksueel verpest zou zijn…geloof ik niet in.

Moraalridder Jan Wolkers

Turks Fruit van Jan Wolkers is een roman die ik veel te vroeg heb gelezen. Het boek greep me bij de keel en ik heb nog wekenlang rondgelopen met scenes die me op alle mogelijke momenten overvielen. Had ik het boek gelezen toen ik ietsje ouder was, dan had ik er, denk ik, meer aan beleefd. Ik had de film niet gezien dus hebben de beelden zich autonoom in mijn hoofd genesteld. Nog steeds, zoveel jaren later, staan veel scenes gekrast op het netvlies van mijn geestesoog en zien ze er anders uit dan hoe Paul Verhoeven ze verfilmde. Een boek over dé liefde en het vuur en…oké…de seks. Tuurlijk wel. De seks is het vuur en het vuur verslindt je en verzengt je als je de roman beleeft zoals ik destijds. Een roman vol hartstocht. Een roman die verder gaat waar Romeo en Julia stopt. Een zedenschets.

De roman is een tijdsbeeld. Het boek is een kind van de tijd waarin het geschreven werd. Een tijds waarin alles moest kunnen. Daar loop ik tegenaan als ik weer terug probeer te kijken. Dat begon al een beetje toen mijn jongens voor hun lijst moesten lezen. Turks Fruit vonden ze maar niets. Ze zijn geen lezers, die mannen van mij, maar ze vonden het zoveel niets dat ze er verder geen woord aan vuil wilden maken. Ze hadden er veel plezier in om Wolkers te imiteren. Voor mij was Wolkers een held die nauwelijks iets fout kon doen, voor mijn jongens destijds een levend fossiel die op verkeerde toon raaskalde over glibberige diertjes in zijn achtertuin op de televisie. Vorige week een column van Onno Blom, de Wolkers-biograaf, in de Volkskrant. Het ging over Wolkers’ gebruik van niets verhullende woorden en over de problemen die nichtlief daarmee heeft. Ik denk dat dat taalgebruik ook één van de problemen was waar mijn zoons tegenaan liepen. Moest vroeger alles kunnen, nu kan er eigenlijk niet zo veel meer. Seks gaat tussen volwassenen en niemand heeft er iets mee te maken.  Basta. Jongeren en kinderen van nu, zo ervaar ik, gaan anders met seksualiteit om dan toen ik in mijn pubertijd was. De nieuwe preutsheid! Ik ben er zelf ook door besmet, merk ik als ik mezelf kritisch beschouw. Niet zozeer de preutsheid, maar bij mij moet ook niet meer alles kunnen.

Jan Wolkers glijdt daardoor langzaam van de sokkel waarop ik hem, wellicht onterecht, gezet heb. Dat is het lot van moraalridders. De tijd verstrijkt en de moraal wijzigt. Wolkers beschreef hoe mannen en vrouwen met elkaar om moesten gaan in een bepaalde tijd van de geschiedenis.

Liefdeloze seks

Bij de column van Onno Blom staat een tekening van Wolkers afgebeeld. Een tekening die in Turks Fruit een rol speelt in een scene waar ik erg van onder de indruk was. Met veel vuur en hartstocht beschreven. Olga moet plassen en zit op de wc. Erik pakt een stuk papier en tekent hen samen in heftige omstrengeling. ‘Dit wil ik met je doen’, roept hij en schuift de tekening onder de wc-deur door. Olga komt snel van het toilet en hupsakee! Die tekening, dus. Maar het blijkt een deceptie. Op de tekening zie ik wel seks, maar geen liefde. De houding van man en vrouw is technisch. Ze neuken. That’s all. Waarom hurkt ze met haar gezicht naar zijn voeten? Eigenlijk is er in die houding geen enkel ander contact mogelijk dan tussen pik en kut; liefdeloos. Haast pornografisch. Wat een afgang!

Billetjes in soft-focus

Vriend Chi wilde fotograaf worden en de meisjes die hij voor zijn camera wist te krijgen, wilden steevast een paar foto’s in soft-focus. We hadden er nog over gediscussieerd, Chi en ik, over hoe je dat effect teweeg kon brengen. Ooit had ik gehoord dat je dan vaseline op de lens moest smeren. Leek me nogal een toestand. Je moest het dan gelijkmatig op de lens aanbrengen, dacht ik. Naar het midden van de lens moest de laag dan steeds dunner. En hoe kreeg je het spul na de fotosessie weer van je lens? Maar gelukkig las Chi alles wat los en vast zat over fotografie en wist hij dat er speciale soft-focus lenzen in de handel waren. Ik was best jaloers op Chi. Met zijn oosterse uiterlijk en zijn durf wist hij duizend keer meer te bereiken bij de meisjes dan ik. Met en zonder soft-focus lens.

Wij waren aan het zoeken naar waar we de rest van ons leven mee bezig wilden zijn, Chi en ik. Kunst stond in hoog aanzien. We lazen dat de stukken ervan afvlogen. Gek genoeg kan ik me heel veel Russische meesters herinneren en Couperus. Maar ook Jan Wolkers. We waren gek op Jan Wolkers. We herkenden in zijn romans dat ‘grote gevoel’ dat wij voelden. In zekere zin hoorde dat grote gevoel ook bij David Hamilton. We twijfelden; was hij nou een artistiek hoogtepunt of een geil oud mannetje dat lekkere meiden in hun blootje fotografeerde. Dat laatste verdrongen we want toen was het nog zo dat alles ‘moest kunnen’. De meiden waren gek op zijn foto’s en wij vonden die foto’s niet onaangenaam om naar te kijken. Bovendien konden we dat schaamteloos doen. Weliswaar stonden de meisjes in verleidelijke posities, maar het was toch echt bedoeld als kunst. In kunst mocht alles, vonden we. Meisjes waren er ook gek op. Ik denk dat ze in de foto’s van Hamilton hun ontluikende vrouwelijkheid herkenden, of zoiets. Je zou het eigenlijk aan de meisjes-fans van toen moeten vragen, want wat weet ik ervan?

Bij Tuschinsky kochten Chi en ik kaartjes voor de Hamilton film Bilitis. We waren heel erg benieuwd naar deze vooral esthetische film over meisjes die verlangden naar het leven als volwassen vrouw en daarmee naar de liefde. Met onze kaartjes tevreden in de hand hoorden wij wat de volgende man bestelde aan het loket: ‘Twee kaartjes voor billetjes’. Wij voelde ons geschokt.

Vandaag komt het nieuws naar buiten dat David Hamilton zelfmoord heeft gepleegd. In eerste instantie een gek idee; de man was boven de tachtig. Zolang zou het niet meer duren voordat hij vanzelf de geest zou geven. Maar ik lees wat er speelde en daarom begrijp ik zijn zelfmoord wel. Moest destijds ‘alles kunnen’; we zijn nu in de nieuwe kuisheid aangeland. Maar ook zijn er wat schellen van onze ogen gevallen. David Hamilton verzamelde rond zich een snoepdoos van jonge pubermeisjes. Dachten wij in zachte romantische beelden, Hamilton zelf dacht aan de snoepjes. Die wijde hij met veel enthousiasme in de liefde in. Dat begint nu naar buiten te sijpelen. Hamilton wilde de maatschappelijke reuring die de onthullingen teweeg zouden brengen niet meer meemaken. Ik denk dat ik in zijn positie hetzelfde had gedaan. Dan heb ik het over de zelfmoord. Niet over de seks. Van meisjes van dertien blijf je als volwassen kerel af.

Lees-dip

Ik lees niet meer. Verschrikkelijk. Ik kan me nauwelijks meer concentreren op een boek. Tot voor kort dacht ik dat het aan de boeken lag, maar nu begin ik er anders over te denken: Het ligt aan mij. Ik heb inmiddels vier boeken gekocht en heb in alle vier tot bladzijde vijftig gelezen. En toen was ik de draad kwijt. Rampzalig! Sinds de vakantie. Toen las ik nog volop. Daarna is mijn leeswereld ingestort. Het moet dus wel met de vakantie te maken hebben.

Ik kan me van vorig jaar, na de vakantie, ook een enorme dip herinneren. Die was toen te verklaren. We hadden onze tent opgezet in Lorch. Op een heerlijke camping langs de Rijn. Zonder meer het meest romantische stukje Rijn dat er bestaat. Slingerend vindt ze haar weg door de bergen en bij elke bocht een kasteel hoog op de rotsen. Kleine plaatsjes langs de oever waar de grote romantische dichters en componisten hebben rondgedoold. Het weer was fantastisch. Behoorlijk warm, maar niet zo warm dat je niets meer kon doen. We vierden ons laatste stukje vakantie. In tegenstelling tot menig jaar daarvoor probeerde ik de tijd niet stil te zetten om de vakantie te rekken. Het einde van de vakantie zag ik met vertrouwen tegemoet. Ik had een leuke baan en ik verheugde me er weer op terwijl ik tegelijkertijd zat te genieten van het laatste stukje vakantie. (Wat ik toen niet wist was dat psychopatische manager S. op dat moment rampspoed voorbereidde die mij compleet onderuit zou halen. Gelukkig wist ik dat niet. Daardoor was die vakantie echt een gelukkige vakantie)

Daar in Lorch las ik de roman ‘Het woud der verwachting’ van Hella S. Haasse. Een hele oude roman. Geschreven in een tijd dat ik nog niet geboren was. Een hele erge dikke roman ook. Die roman greep mij aan. Laat ik het maar zeggen waar het op staat; die roman greep me bij de strot. Ik las en ik las. Ik besefte dat ik één van de hoogtepunten uit de Nederlandse literatuur zat te lezen. Onbegrijpelijk dat Hella S. Haasse niet steeds in het rijtje van de grote drie werd genoemd. Grote drie…aan me neus. Die bestaan natuurlijk helemaal niet. Van Gerard Reve en Harry Mulisch zal niet veel overblijven na verloop van tijd. ‘De avonden’, misschien, of ‘De ontdekking van de hemel’. Van Hermans allicht wat meer. Maar waarom zit Jan Wolkers er niet bij? ‘Turks Fruit’ zal nog wel een tijd gelezen worden ook al heb ik een soort demasqué ervaren. En Hugo Claus…’Vrijdag’, een van de mooiste toneelstukken ooit geschreven. En niet te vergeten Hella S. Haasse. Van de generatie die de oorlog bewust heeft meegemaakt zijn dat toch echt wel de groten. Maar ook ik dreig Hella S. Haasse makkelijk te vergeten. Maar die roman ‘Het woud der verwachtingen’ vond ik fantastisch. Ik was er compleet stil van toen ik het uit had.

Thuisgekomen wilde ik de draad weer oppakken, maar elke roman die ik ter hand nam stond in de schaduw van Hella Haasse d’r roman. Niets kon me meer boeien. Nadat manager S. me in een diep dal gooide waar ik maar moeilijk uitkwam, begon ik weer te lezen. Daarom begrijp ik mijn lees-dip van nu niet. Ik heb geen boek gelezen waar ik heel erg door geraakt werd. Veel matige romans. Manager S. lijkt, godzijdank, door zijn hoeven gezakt en maakt de pleiterik naar Zwolle. Waar heb ik dan last van?

Nogmaals Olga

Gisteren vertelde ik hoe ik op zoek ging naar Olga. Dé Olga. Olga uit Turks Fruit van Jan Wolkers. Ik wilde weten wie ze was. Wie was het gelukt om zo’n explosie van liefde te veroorzaken. Hoe zag ze eruit? En ik kwam als vanzelf terecht bij Monique van der Ven. Zo onbedorven mooi toen ze de rol van Olga speelde. Voor een hele generatie zijn Olga in Turks Fruit en Monique van der Ven dezelfde persoon. Niet voor mij. Toen de film uitkwam, vond de filmkeuring dat die film nog niet geschikt was voor mijn kinderogen. Ik was wel al geïnteresseerd geraakt in het boek. Dat kwam door ‘Eén van de acht’, een heel erg populair programma. Daarin werd de quizvraag gesteld, welk boek van Jan Wolkers op dat moment verfilmd werd. Toen werd het antwoord ‘Tutti Frutti’ gegeven. Omdat ze er zo dichtbij zat, werd het antwoord goedgekeurd. Sindsdien had ik Turks Fruit onthouden. Voor mij was Olga een gevoel en nauwelijks een vrouw. Misschien was ik nog wel te jong om de roman te lezen. Maar ik was wel heel nieuwsgierig naar wie er ‘in het echt’ achter schuilde.

Ik wilde de ‘echte’ Olga zien. Foto’s van haar zien. Uiteindelijk heb ik de waarheid gevonden; Olga bestaat niet. Olga is een verzinsel. Een romanfiguur. Het is de vrouw die wij scheppen op het moment dat we de roman lezen. Het is de gevoelsexplosie die we ervaren tijdens het lezen, die haar zo begeerlijk en aantrekkelijk maakt. Dat gevoel kan alleen maar zo hoog klimmen doordat je weet dat er een onherroepelijk einde aan dat geluk komt. En dan kom je dus al snel bij Romeo en Julia. Dat is precies hetzelfde verhaal. Zoals men zo vaak hetzelfde verhaal vertelt, maar het wel steeds aanpast aan de tijd waarin het verhaal verteld werd. In een tijd waarin men zich moest ontdoen van de heersende knellende moraal, gaf Jan Wolkers met zijn Turks Fruit daar een kunstzinnige draai aan. Weg met de oude moraal, leve de nieuwe. De vrije mens als ideaal.

Romeo en Julia bestaan niet. Eric en Olga zijn verzonnen. Maar hoe zit dat dan met de suggestie dat Turks Fruit eigenlijk een wraakroman is? Wellicht klopt het dat deze roman uit wraak geschreven is. Maar daarmee kom je bij een onvermijdelijk aspect van het schrijverschap; een schrijver is een verrader van de mensen om hem heen; vooral de mensen waar hij van houdt of hield. Dat kan niet anders; bij het schrijven van een verhaal put je uit je eigen ervaringen. Dat moet je als schrijver accepteren anders kan je niet schrijven. Maar voor ons, lezers, moet dat verder niet uitmaken. Het verraad van de schrijver is zijn probleem, wij moeten het doen met de teksten die zijn of haar verraad oplevert. Klaar uit.

Zo beschouwt komt Monique van der Ven eigenlijk het dichtst bij Olga. Het spijt me voor Annemarie Nauta en Karina Wolkers, maar Monique van der Ven kan het meest aanspraak maken op de persoon Olga.

Voor mij geen Monique van der Ven, ik blijf bij het gevoel dat de roman destijds opriep over een vrouw en een liefde. Een ideale vrouw: Ze kookt als een meesterkok; ze is zo knap dat alle mannen kwijlend omkijken als ze langsloopt; ze is een verzorgende moeder zonder dat ze kinderen wil (en poepluiers); ze wil altijd seks; ze is ontroerend expressief, ze is forever young…wat een vrouw!

Wat een vrouw!

Slachtoffer van een wraakroman

Ik zag Monique van der Ven in Turks Fruit en vond haar verschrikkelijk knap. Maar ze was niet mijn Olga. Dat was ze gewoon niet. Ik las de roman zonder dat ik de film had gezien. Ik creëerde mijn eigen Olga tijdens het lezen. Dat leverde niet zozeer een gezicht of een lichaam op, maar meer een gevoel. Een eindeloos mooi gevoel.

Ik las Turks Fruit en toen ik het uit had, besefte ik meteen dat mijn wereld veranderd was. Ik was nog best jong. Ik had wel veel meisjes rondom mij, maar altijd met minstens een meter tussen mij en de meisjeshuid. Ik was verpletterd door het feit dat een boek zoveel gevoelens kon oproepen. Zoveel diepe gevoelens. Ik was er kapot van. Eigenlijk niet meer dan een moderne versie van Romeo en Julia; Een onteugelbare verboden liefde die uiteindelijk verkeerd afloopt. Meesterlijk verteld. Omdat ik de film niet gezien had, en ik dus geen echt beeld van Olga had, was ik oneindig nieuwsgierig naar de persoon die deze explosie van liefde veroorzaakt had. Maar hoe ik ook zocht, ik vond geen Olga. Totdat ik ‘Werkkleding’ in handen kreeg. Behalve dat daar een klein fotootje in staat van de Blookerfabriek waar wij tegenover woonden, ook een foto van een vrouw met een veelbetekenend onderschrift. Dat moest dus dé Olga zijn. Ik kon haar gezicht onvoldoende zien. Wel haar borsten. Ze lag op haar rug en haar borsten priemden stevig naar het hemelgewelf, zo ongeveer. Met dat beeld van Olga heb ik het moeten doen.

Dick Matena heeft een stripversie van Turks Fruit gemaakt. Wel met de tekst van Jan Wolkers, maar met tekeningen in de bovenste helft van de pagina; zoals Tom Poes. Hij vertelt vandaag in de Volkskrant dat hij zich moest losrukken van de film en zijn eigen beeld moest vormen van hoofdpersonen Eric en Olga.  Matena heeft de roman ook geïnterpreteerd en kwam tot de conclusie dat Turks Fruit eigenlijk een wraakroman is. Ik denk dat Matena er helemaal niet zover naast zit. Jan Wolkers was razend op de vrouw die model stond voor Olga. Hij was diep gekrenkt dat zij hem verlaten had. Natuurlijk is het een figuur in een roman; fictie. Maar die wraak, die zit er volgens mij wel degelijk in.  Ik was daar al eens eerder opgekomen naar aanleiding van een interview met Jan Wolkers. Daarin zei hij dat iemand hem had voorgelegd dat hij het wel ver vond gaan dat ze ook nog dood moest. Nog wel op zo’n wrede manier. Maar wie was die Olga nou precies; hoe zag ze eruit?

Abdelkader Benali vond haar voor zijn aflevering van ‘Benali boekt’ over Turks Fruit. Een wat oudere vrouw inmiddels. Ze spreekt open over die periode en haar verhaal is niet meteen erg gunstig voor Jan Wolkers als minnaar. ‘Wat Jan zei, dat gebeurde’ is een tekst van Annemarie Nauta die me bijgebleven is. In een interview in NRC dat ik via Google vond, vertelt ze dat Jan seksueel nauwelijks grenzen kende en dat ze veel meer heeft moeten slikken dan ze wilde wat dat betreft. Het werpt een ander licht op de werkelijkheid maar niet op de roman. Ik heb met Annemarie Nauta te doen en zie ook het conflict waar je als schrijver onherroepelijk tegenaan loopt: Hoe schrijf je waarachtig zonder daar mensen waar je van houdt of hield bij te kwetsen; zij staan altijd model, of je dat wilt of niet. In de jaren zeventig gaf Annemarie geschokt een interview nadat Turks Fruit was uitgekomen; zo was het allemaal niet gegaan, vertelde ze. Ze moet zich gevoeld hebben als een slachtoffer van wraakporno avant la lettre. Slachtoffer van een wraakroman.

De Jodenvervolging is geschiedenis. Sjloes!

De Amsterdamse joodse bevolking heeft zwaar geleden onder de tweede wereldoorlog. Massaal zijn ze afgevoerd en vermoord. Een enkeling lukte het om zich te verstoppen. Geholpen door moedige mensen wisten ze de oorlog te overleven. Maar de meesten lukte het niet. Ze werden via de Hollandse schouwburg naar het Muiderpoortstation gebracht en daar in de trein gepropt die hen naar Westerbork bracht. Had dit voorkomen kunnen worden, vraag je je af? Zolang er zichzelf onderscheidende groepen in een samenleving zijn, is de kans op dit soort drama’s potentieel aanwezig. Vermeng je je als bevolkingsgroepen met elkaar, dan wordt het potentiele gevaar met elke generatie kleiner. Ik hou van vermenging. Assimilatie. Ik ben trots op mijn familie die (behalve ikzelf) onbewust alles op alles heeft gezet om één grote mixture te worden van alle nationaliteiten die in Nederland samenleven. Neem de nieuwste kleindochter van mijn zusje. Als je haar etnisch achtergronden achterelkaar zet, dan is mijn column vol! Trots ben ik daarop!

De situatie in 1940 was heel anders. Voor de tweede wereldoorlog trouwden joden alleen met joden en ‘christenen’ alleen met ‘christenen’. Ouders schreeuwden moord en brand als hun dochter of zoon met een niet-geloofsgenoot thuiskwam.  Dat heeft ons zwaar opgebroken want de moord op honderdduizend mensen straalt op ons allen af. Dit drama heeft tot gevolg gehad dat Amsterdam vol gepoot is met oorlogs- en herinneringsmonumenten. Deze monumenten moeten ons eraan helpen herinneren dat zo’n drama nooit meer mag plaatsvinden. Er zijn mooie monumenten: Het Auschwitz monument van Jan Wolkers is fantastisch door haar symbolische eenvoud; Na Auschwitz kunnen we de hemel nooit meer ongeschonden bekijken. Erg mooi. Je hebt ook lelijke monumenten: Het monument op de Dam. Jakkes. Het is dat ik eraan gewend ben, maar beoordeel ik het objectief… Een hoop protserige lelijkheid bij elkaar.

Ik heb ook monumenten in het buitenland bekeken. Eén van de indrukwekkendste was een monument in Praag. Praag heeft van de oude jodenbuurt één groot museum gemaakt. Alleen dat zien, is al een must. In één van de synagogen in dat stukje Praag heeft men op de wanden alle namen geschreven van de mensen die in de tweede wereldoorlog vermoord zijn. Dat is heel erg overdonderend omdat het zo verschrikkelijk veel namen zijn. Muur na muur staat vol. In Rode inkt. Eerst de plaats waar ze woonden, dan de familienaam en dan de voornamen. Tenminste zo herinner ik het me. De synagoge is van boven tot onder beschreven.

Ik vind de Praagse manier mooi, ik vind de Nederlandse manier mooi. Praag laat de namen voortleven, in Nederland proberen we ervoor te zorgen dat het niet weer gebeurt. Ik vind dat de monumenten nu gemaakt zijn. De daders zijn dood, de slachtoffers die de oorlog overleefden zijn nu van ouderdom gestorven. We laten het zo.

Maar dat is dus niet zo. Men wil een nieuw joods monument oprichten met daarop alle namen van de in de tweede wereldoorlog vermoorde joden. Doe dat nou niet. Niet nog een monument erbij! En dan zo’n joekel. Het joods monument, ik ben ertegen. De Jodenvervolging is geschiedenis. Sjloes!

Kritiek van Hugo Claus op Jan Wolkers

Toen ik zo’n jaar of vijftien was, las ik ‘Turks Fruit’ van Jan Wolkers. Met rode oortjes, dat moet ik wel zeggen. Ook met wat gene. Maar sjonge, want maakte dat boek een diepe indruk op me. De perfecte liefde. Olga was zo’n beetje de knapste vrouw van de wereld. Met haar rode haren en haar pronte borsten en zachte billen. Jan Wolkers beschreef haar in alle toonaarden en in alle kleuren. De hoofdpersoon was de man die ik had willen worden: Creatief en een magnifieke minnaar. Seks. Laten we eerlijk wezen, hoe hij het beschreef was ongeëvenaard. Ruw, grof maar toch ook weer zo verschrikkelijk teder. Je voelde de rondingen van haar billen in zijn hand, de zachtheid van haar borsten. Jan Wolkers was een tovenaar en spiegelde je de ideale liefde voor. En zo voelde het echt. Maar dat was niet datgene wat het boek zo intens maakte. Dat was de verstoring van deze idylle. Die kon alleen van buitenaf komen. Of van iets dat buiten de invloedssfeer ligt van de mens. En dus was er een dramatisch slechte schoonmoeder die er alles aan deed om het liefdesgeluk te dwarsbomen. En een ziekte. Schoonmoeder had de liefde gesloopt; een ziekte het geliefde lichaam. Jan Wolkers en ‘Turks Fruit’.

Afgelopen vrijdag ben ik naar een toneelbewerking geweest van de roman ‘Het jaar van de kreeft’ van Hugo Claus. Dat toneelstuk heeft mij erg aan het denken gezet. Ik heb ‘Het jaar van de Kreeft’ in dezelfde periode van mijn leven gelezen als ‘Turks Fruit’. De romans hebben erg veel overeenkomsten met elkaar. Open wordt er gesproken over seks en liefde. Indertijd verdacht ik Hugo Claus ervan mee te willen liften op het succes van Jan Wolkers. Ik betwijfel dat nu. Ik denk dat dat niet zo was. Het idee van een op het succes van anderen meeliftende Claus lijkt mij zeer onwaarschijnlijk.

Ik denk dat Hugo Claus ‘Turks Fruit’ zeker gelezen. De romans vertonen zoveel overeenkomsten qua verhaallijn, dat kan haast geen toeval zijn. Een verzengende liefde die eindigt in een scheiding en de uiteindelijke dood van de vrouw in kwestie. Maar er zijn ook verschillen.

‘Ideale liefde’ moet Hugo Claus bedacht hebben…te mooi om waar te zijn. Jan Wolkers de onvermoeibare penis-atleet met zijn immer vochtige, hete Olga. Dat ruwe bolster, blanke pit gedrag… Hoe zit dat in werkelijkheid? Bestaat dat? Is dat zoals de liefdes-wereld in elkaar zit?

Welbeschouwd denk ik dat Hugo Claus in zijn ‘Jaar van de kreeft’ ongekende, literaire, kritiek geleverd heeft op ‘Turks Fruit’. Claus heeft gepoogd te laten zien dat liefde altijd gemankeerd is. De hoofdpersoon houdt hopeloos veel van een vrouw die eigenlijk geen plezier beleeft aan seks. Van een vrouw met een weinig aantrekkelijk lichaam. Van een vrouw die getrouwd is met een bruut en daar ook helemaal niet van wil scheiden. Ik denk dat Hugo Claus zich blauw geërgerd heeft aan de manier waarop Jan Wolkers de liefde neerzette; dat heeft zo weinig te maken met de werkelijkheid! Ik ben het met Claus eens; Wolkers beschrijft geen echte liefde, maar gedroomde liefde!

Maar…’Turks Fruit’ is zo mooi!

Het jaar van de Kreeft – Toneelgroep Amsterdam

Gezien op 1 april 2016 in de Stadsschouwburg van Amsterdam.

Toen ik zo’n jaar of zestien was heb ik ‘Het jaar van de kreeft’ van Hugo Claus, gelezen. Ik was toen veel te jong om het boek te kunnen begrijpen. Ik zou het moeten herlezen om er een volwassen oordeel over te vellen. Ik heb er wel herinnering aan, eenenveertig jaar later. Ik wist dat het ging om de liefde tussen een eenvoudige vrouw en een intellectuele man. Dat het hun veelal om seks te doen was. Een slopende liefde met veel onbegrip tussen beiden. Ik moest, terwijl ik het las, erg denken aan ‘Turks Fruit’ van Jan Wolkers dat ik toen ook al (veel te vroeg) had gelezen. ‘Turks Fruit’ was een zinderend boek dat me raakte als een mokerslag. Toen ik Wolkers’ roman uit had, heeft het nog weken door mijn hoofd gespookt. Ik heb het boek later, op een leeftijd dat ik er emotioneel wel bij kon, nog herlezen. De mokerslag was toen niet minder. Het ‘Jaar van de kreeft’ had niet dat effect op mij. Ik vond het een boeiend boek. Punt.

Gisteren zag ik in de stadsschouwburg de toneelbewerking van de roman. Geregisseerd door Luk Perceval en gespeeld door Gijs Scholten van Aschat en Maria Kraakman. Na afloop was er een nabespreking met de acteurs maar daar zijn we niet naar toe gegaan. Hebben we over gedacht en gediscussieerd maar uiteindelijk besloten niet te gaan en zoals zo vaak; daar heb ik nu spijt van. De uitvoering hield ons na afloop goed bezig. De verhaallijn, de acteerprestaties, het decor… over alles valt veel te zeggen.

Hugo Claus, Gijs Scholten van Aschat en Maria Kraakman zijn personen om voor naar de schouwburg te gaan, vind ik. Was ‘Het jaar van de Kreeft’ wel boeiend maar niet meer dan dat, het toneelstuk ‘Vrijdag’ is dat wel. En ook ‘De Metsiers’ heeft mij diep getroffen om maar een paar voorbeelden te geven. Maria Kraakman vond ik fantastisch in ‘De stille kracht’. Haar ingehouden maar naturel overkomend spel vond ik heerlijk om naar te kijken. Het verdriet om een leven in de schaduw met weinig perspectief op meer was voelbaar. Na deze rol in ‘De stille kracht’ ben ik voor haar gevallen. Gijs Scholten van Aschat zie je overal en hij valt nooit tegen. Maar… acteurs zijn natuurlijk wel afhankelijk van toneelstuk en regie.

Onze conclusie over de avond was: Een geweldige acteursprestatie maar een dun verhaaltje. We hebben een heerlijke avond gehad, maar kijk je louter naar het verhaal, dan heb je eigenlijk niet veel gezien. Je hebt een acteur en een actrice en een pianist gezien die met z’n drieën iets geweldigs neerzette…maar het verhaaltje an sich was eigenlijk niet meer dan: Man vindt vrouw en hebben wat problemen en gaan weer uit elkaar.

Het getoonde spel was een fysieke prestatie van jewelste. De acteur en actrice moeten na afloop kapot zijn geweest (was ik maar naar de nabespreking geweest, dan had ik het met eigen ogen kunnen zien). Ze dansten, sprongen, sleepten elkaar over het toneel, holden en kronkelden in en over elkaar. Ik raakte daar zelf soms van buiten adem. Vooral Maria Kraakman moet goed afgetraind zijn om deze rol vol te kunnen houden. Maar dat deed ze gisterenavond met verve.

Op het toneel een man aan de vleugel. Ik was het programmaboekje misgelopen en mocht daarom raden naar de componist. In het begin dacht ik een bewerking van het liefdesthema uit de tearjerker ‘Love Story’ te horen. Daarna kwam ik ook nog een bijna-Gnossienne van Satie tegen maar later in het toneelstuk wist ik bijna zeker dat ik naar Philip Glass luisterde. Het bleek allemaal gecomponeerd door de pianist op het toneel; Jeroen van Veen. De muziek was een onmisbaar element in het toneelstuk.

Hoe geef je liefde en seks een draai op het toneel zonder dat het uitdraait op een parade aan clichés of banaliteiten? Ik denk dat acteurs en regisseur zich daar lang het hoofd over gebroken hebben. Ik moet zeggen dat ze de weg glansrijk gevonden hebben. De liefde en afstoting en de seks waren voelbaar en zichtbaar zonder dat het ook maar even banaal werd. Clichés heb ik helemaal niet kunnen ontdekken. ‘Het jaar van de kreeft’ is een aanrader! Een acteerprestatie van jewelste!

Maar… waarom moest ‘zij’ nou uiteindelijk sterven? Waarom aan kanker? Leidde in Turks Fruit alles zo’n beetje naar het sterven. Olga moest wel dood gaan aan een verschrikkelijke ziekte…In ‘Het jaar van de kreeft’ is dat niet zo. De vrouw vond ik wel wat destructief. Dan is doodzuipen, pillen slikken of van een flat springen voor de hand liggender. Maar kanker? Jammer dat Hugo Claus al weer een tijdje dood is, kunnen we het hem niet meer vragen.