Tagarchief: Iran

Vriendin N. In Teheran

Ik was haar destijds op één van de social media tegen het lijf gelopen. Vriendin N. uit Teheran. We kenden elkaar nog maar nauwelijks en toen hadden we het al over eten. Koken is haar hobby. Voor de grap vroeg ze ons bij haar te komen eten. Toen we uitgelachen waren, dachten we: Waarom ook niet. Dus boekten we een hotel in Teheran en een vlucht en reden we een maandje later in de zeer vroege ochtend in een taxi door de nog slapende stad naar ons hotel in het zo verre Iran. Toch best een onderneming want hoewel de internationale verhoudingen al lang niet meer zo gespannen waren als ze ooit geweest waren, werd Iran in die dagen door de internationale gemeenschap nog steeds beschouwd als een schurkenstaat. Geen bankverhoudingen, bijvoorbeeld. Dus hadden we her en der in onze bagage briefjes van vijftig euro gestopt die we konden wisselen voor Iraans geld. Hoewel ik mijn eerste buitenlandse reizen niet anders wist dan dat ik naar de bank moest om mijn guldens te wisselen, is het in ons huidige tijdsgewricht met pinpassen en geldautomaten heel erg onwerkelijk om met pakjes euro’s rond te lopen die je dan moet wisselen. Maar het vreemdste was natuurlijk geliefde J. die in Teheran haar haar moest bedekken met een sluier. Het stond haar goed, trouwens.

Geliefde J. en vriendin N. in de grote Bazaar van Teheran

Vriendin N. bleek een stevige jonge knappe vrouw. Ze woonde samen met haar dochtertje M. in een kleine flat ergens in Teheran met uitzicht op een parkje. N. lag destijds in vechtscheiding met de vader van M. en omdat het familierecht anders georganiseerd is dan wij hier rechtvaardig vinden, vreesde N. voortdurend dat ze van dochter M. gescheiden zou worden omdat papa haar op zou eisen. Echt een rotsituatie voor onze vriendin. Vreemd genoeg maakten we in haar huis kennis met vriend (?) R. Een ontzettende aardige kerel, daar niet van, maar wat deed hij daar? Naar later bleek hadden vriendin N. en R. compleet, helemaal, absoluut niets met elkaar. Wie was R.? Toch geheime dienst die een oogje in het zeil hield? Dat weerhield N. helemaal niet om ons een fantastische heerlijke schransmaaltijd voor te zetten.

Een jaartje later schreef ze me dat ze wilde emigreren samen met dochterlief. We verkenden de mogelijkheden. Die zijn teleurstellend. Omdat ik haar wat dat betreft weinig kon bieden…verwaterde ons contact.

En toen werd er zomaar een Iraanse generaal geliquideerd op bevel van impulsieve president Trump en dus moest Iran wel terugslaan. En dus was er luchtdoelraket-operator die vreesde dat Teheran geraakt zou worden door een raket en toen meende hij zo’n raket te herkennen maar het was een passagiersvliegtuig en het vliegtuig schoot hij neer… en ondertussen moet vriendin N. zien te overleven. Ik heb zo met haar te doen. Wat zal ze in angst zitten. En onder die omstandigheden nam vriendin N. ineens weer contact met me op. Wat me wel duidelijk is, is dat ze bang is dat er iemand met ons gesprek meeluistert. Ze praat slechts over koetjes en kalfjes terwijl ze zo verschrikkelijk blij zei te zijn dat we weer contact hadden. Wat wil vriendin N.? Wil ze nog steeds emigreren? Hoe dan? Wil ze mij vragen van J. te scheiden en met haar te trouwen? (out-of-the-question!) Maar hoe zou het dan moeten gaan tussen ons? Zou ze dat ook met mij naar bed… Hoho De Klerk. Eventjes rustig blijven. Vriendin N. heeft niets gevraagd en ook niets voorgesteld. Over de plantjes in de tuin hebben we het gehad… Meer niet!

Mensen zoals jij en ik…

In mei 2014 stapten wij in Teheran uit het vliegtuig zomaar in een van onze spannendste avonturen ooit; Teheran ligt in Iran en Iran is de VIJAND. Frits waagt zich in een vijandelijk land. Zouden we überhaupt dat land wel inkomen? Na een uur hadden we een visum. Later hoorden we dat een uurtje wachten in Iran in het niets valt bij het wachten op het vliegveld in Amerika om aldaar het land in te komen. Dat je daar als vee voortgedreven wordt en afgesnauwd als je iets verkeerd doet. Wat dat betreft geen onvertogen woord in Iran. Zelfs toen we een onbedoelde poging deden om het land niet via de douane maar anderszins binnen te dringen, werden we door een gehoofddoekt lid van de Iraanse marechaussee vriendelijk doch dringend teruggeleid naar het juiste pad via de douane. No problem at all.

Die milde vriendelijkheid waarmee we op het vliegveld bejegend werden, ontvingen wij eigenlijk overal. We waren natuurlijk behoorlijk onzeker over wat wel en niet mocht en de akelige verhalen waren ons vooruit gesneld. We wilden best graag voorkomen dat we zomaar in een Iraanse cel zouden wegrotten beschuldigd van iets waarvan we niet eens wisten dat het verboden was. Dus vroegen we in het hotel bij alles hulp. We wilden vooral een aanvaring met de zedenpolitie voorkomen en daarom lieten we onze kleren door de receptioniste van het hotel goedkeuren alvorens de straat op te gaan. Haar enige commentaar ooit was dat we wat minder kleren aan moesten trekken omdat het best warm was. Maar ondanks dat we er helemaal niet als toeristen wilden uitzien, waren we kennelijk van verre te herkennen want overal op straat werd aan ons gevraagd waar we vandaan kwamen en dat we welkom waren in Teheran. Zoveel vriendelijkheid in een vijandelijk land! Terwijl de atoomdeal nog lang niet was gesloten en de wereld nauwlettend en argwanend toekeek. Ik besefte toen heel goed dat vijandelijk land op politiek slaat en onmin tussen overheden en dat het niets te maken heeft met menselijke verhoudingen terwijl het wel enorm veel invloed heeft op mensen; door de economische boycot die het westen Iran had opgelegd, waren de mensen veel armer dan ze hadden hoeven zijn zonder die boycot. De boycot was opgelegd omdat overheden dat op geopolitieke gronden zo beslisten.

Na ons bezoek aan dat land met de vriendelijke mensen, waren wij echt blij voor hen dat de Iraanse overheid zich met de westerse wereld leek te verzoenen en er een atoomdeal werd gesloten. Wij verwachtte dat al die mensen die we daar in dat verre Teheran hadden ontmoet het stukken beter gingen krijgen… En het leek ook allemaal op zijn pootjes terecht te gaan komen. Iran hield zich volgens de internationale en onafhankelijke controleorganen goed aan de afspraken. Een einde aan de economische boycot werd niet gerealiseerd, maar leek toch wel in het verschiet te liggen. Kortom, wij waren best positief gestemd over de toekomst van Iran in de wereld.

Maar toen kwam Trump. Trump is een lompe olifant met een lange snuit en die blies eenzijdig het mooie Iraanse verhaaltje uit. En nu volgt het ene incident op het andere. Iran moet steeds met gelijke munt terugbetalen…helaas. Vervolgens krijgt de wereld te horen dat de reactie de agressieve daad was; Engeland kaapt een boot van Iran, vervolgens doet Iran datzelfde met een Engelse boot en wordt dan toch gezien als de agressor…

Ik moet denken aan Reza en Nahme die ik in Teheran heb leren kennen en die helemaal niet zitten te wachten op dit gedoe… Mensen zoals jij en ik die alleen maar het beste willen voor hun kinderen…en de wereld…

Voorhoedemeiden in Iran

Moedige mensen geven mij het gevoel een slappeling te zijn. Dat ik niets durf en bang ben voor alles. Dat ik niet voor mijn recht durf op te komen. Maar dat is niet zo. Ik ben gewoon een gemiddeld mens. Heus, in veilige situaties kom ik graag voor mijn rechten op en als ik geen klappen hoef te verwachten, heb ik gerust een afwijkende mening van de rest, als het zo uitkomt. Maar mensen die geweld voor lief nemen om hun mening te ventileren of om voor hun recht op te komen, die heb ik zeer hoog zitten. Mensen die niet voor tirannen zwichten, zullen we maar zeggen want ‘Een volk dat voor tirannen zwicht zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht, dichtte van Randwijk en lezen we op het Weteringscircuit. Ik vrees dat Van Randwijk ongelijk had; de moedigerd is niet het volk, maar de enkeling. Helaas. En ik ben in dit verband geen enkeling. Ook niet toen ik nog vol protest en rechtvaardigheidsgevoel zat.

Josien en ik liepen enkele jaren geleden samen door de straten van Teheran. We voelden ons daar volkomen vervreemd maar zo verschrikkelijk welkom. Terwijl we voor ons gevoel nauwelijks verschilden van andere mensen die daar rondliepen, werden we overal herkend als buitenlanders en probeerde iedereen een praatje te maken. Ook best vermoeiend, trouwens. Met het geld dat ze daar hadden, wisten we ons geen raad. Het telde in honderdduizenden maar men handelde in duizenden. Dus, zei men driehonderd dan kon het net zo goed dertigduizend zijn. Daarom hielden we, als we iets kochten, in wanhoop een pak papiergeld in de lucht waaruit de betreffende koopman de juiste biljetten trok. Als we (heel soms) de zaak op onze hotelkamer narekende, dan wisten we dat we zeker niet opgelicht waren. Aardige mensen. Maar, en helaas moet dat gezegd, geregeerd door tirannen. De portretten van de leiders hingen hoog aan de gebouwen en we wisten, kwam je met hen negatief in aanraking dan was dat niet best. Onze vrienden schaamde zich een beetje voor hen, zagen we. Ze wilde moderne mensen zijn en op de één of andere manier werden ze daar door de Iraanse leiders in tegengewerkt. Binnenshuis vertelden ze hoe ze stiekem alle regels overtraden.

Eén van de vervelendste regels die in Iran gelden zijn de kledingvoorschriften. Eerlijk gezegd waren we best bang om het fout te doen. Vooral Josien. En heus, niks positiefs over onderdrukkende hoofddoeken, maar wat stond die over haar hoofd gedrapeerde sjaal haar goed. Zeker, ik ben blij dat ze nu weer lekker met wapperende haren op de fiets zit, maar daar in Teheran, met haar hoofddoek…het stond haar goed. Voor even mijn oosterse prinses. Maar, zo werd ons door onze vrienden duidelijk gemaakt, vrouwen in Teheran willen helemaal geen oosterse prinsessen zijn; ze willen mens zijn en zich vrij voelen. Onze lieve vriendin vreesde niets zo erg als de zedenpolitie.

In Iran, foto gepubliceerd in de Volkskrant van 1 februari

Vandaag in de krant foto’s van hele moedige vrouwen. Vrouwen die opkomen voor hun recht om vrije mensen te zijn. Ik bewonder ze. Op de drukste pleinen van Teheran (en die zijn heel erg verschrikkelijk druk) gaan ze op een verhoging staan, doen hun hoofddoek af en laten de hoofddoek als een vlag aan een stok wapperen. Dat is zo verschrikkelijk moedig in een land als Iran. Wat hoop ik dat deze moedige voorhoedemeiden iets kunnen betekenen voor al die lieve mensen die we daar in Teheran hebben ontmoet.

Ik wil niet buiten mijn kaders denken!

Ik wil zo verschrikkelijk graag mijn vriendin Najme in Iran helpen. Ze dreigt haar dochter kwijt te raken. Ik weet niet meer wat ik voor haar kan doen. Ik weet niet meer wat kan helpen…

Van de ‘ontvoeringen’ van kinderen door allochtone vaders leer ik veel. Onder andere dat wat ik denk en voel met betrekking tot de band tussen moeder en kind zó verschrikkelijk diep verweven zit in onze cultuur, dat ik moeite heb om buiten die kaders te denken. Dat valt me tegen van mezelf. Maar aan de andere kant wíl ik ook niet anders denken. Wij (en dus ook ik) zien de band tussen moeder en kind vanzelfsprekend als een niet te verbreken, magische band. De psychologie en pedagogie hebben vanuit een wetenschappelijk perspectief hele theorieën over binding en de relatie tussen moeder en kind. Een band die we wetenschappelijk denken te hebben bewezen. Dat zit dus heel diep.

Na een vechtscheiding leeft Najme met haar dochter alleen. Ze leek erg gelukkig met haar hernieuwde vrijheid. We zijn bij haar op bezoek geweest in Teheran en hebben heerlijk bij haar gegeten. We dachten en hoopten dat haar ex wel betere dingen aan zijn hoofd had dan onze Najme. Dat hij zijn leven ging oppakken en leuke andere dingen ging doen. Nieuwe vrouw en kindertjes maken. Dat dachten wij. Maar helaas gaat het toch anders. Ik kreeg onlangs een alarmerend bericht van Najme. De man heeft een nieuwe vrouw en wil nu dat zijn dochter bij hem komt wonen. En ja, de Iraanse wet, maar ook het Iraanse gevoel en de Iraanse religie en wellicht ook de Iraanse wetenschap zien de onverbrekelijke unieke band tussen vader en dochter. En Najme ziet de bui al hangen. Er komt een nieuwe rechtszaak… En de ex van Najme gaat de dochter opeisen. En Najme gaat haar dochter kwijtraken. Ze zal haar dochter dan nog maar weinig zien want dochtertje is nog best jong en Najme en haar ex hebben geen basis om ook maar een enkele afspraak te maken. Ik heb zo te doen met mijn vriendin Najme. Het gaat zo tegen mijn gevoel in dat ze haar dochter gaan verliezen.

In heel veel culturen wordt de band tussen moeder en kind helemaal anders gezien. Daar ziet men juist een diepe band tussen vader en kind. Dat is voor ons even wennen. Op zijn minst. Maar we kunnen dat niet. We wennen er niet aan. We raken er vaak door ontregeld. We spreken van ontvoeringen als een desperate vader zijn kinderen, tegen de zin van de moeder, meeneemt. We voelen dat ook zo. Maar vanuit het perspectief van de man zal het heel anders zijn. Hij zal de onverbrekelijke, natuurlijke band tussen vader en kind willen herstellen.

Ik moet erkennen dat ik vastgeroest zit in mijn manier van denken en voelen en ik moet erkennen dat een deel van de wereld er anders over denkt dan ik. Maar ik wil mijn vriendin toch helpen. Zo graag! Maar ze heeft de wet niet aan haar zijde…

Ik vind dat heel moeilijk. Ik probeer me in te leven in die andere denkwereld, maar ik faal daarin. Ik wil daar zelfs in falen. Ik voel Najme in Teheran lijden. Ik wil haar helpen. Maar ik weet niet hoe. Ik wil me helemaal niet verdiepen in die andere denkwereld; ik wil Najme zo graag het leed besparen dat haar aangedaan wordt als ze haar haar dochter afnemen!

Social media en Tehran

Ik heb een tijd via social media gecorrespondeerd met mensen over de hele wereld. Dat vond ik interessant. Ik wilde weten hoe mensen aan de andere kant van de wereldbol in het leven stonden. Wat ze in de sloppen van Afrika voor dingen aten. Hoe ze in streng religieuze omgevingen omgaan met huwelijk en liefde. Hoe het voelt om geen verantwoordelijkheid te voelen voor de enorme armoede om je heen. Dat waren allemaal dingen die ik graag wilde weten. En ik ben veel te weten gekomen. Aan de andere kant ook weer niet; mensen blijken overal ter wereld bezig met hetzelfde; de sores van alledag. Daarom kreeg ik al vaak na korte tijd te lezen dat ze eigenlijk niet meer wisten waar ze over zouden schrijven, omdat ze niets speciaals hadden meegemaakt. Ze beseften niet dat alles wat ze meemaakte speciaal was voor mij, maar dat wilde er vaak niet in. Daarom deed ik het voor. Dan beschreef ik een dag van mij. Inderdaad, ik ga naar mijn werk, kom bij de koffieautomaat, klets met collega’s. Vervolgens start ik mijn computer op, eet een appeltje, gevolgd door een vergadering. Dan weer op de fiets naar huis. In de stromende regen etc etc. Natuurlijk verpakte ik het lekker, die sleur. Maak het gewone leven speciaal, dat vroeg ik hen. Maar het lukte vaak niet om dat goed over te brengen, want dan kreeg ik het verwijt dat ik zoveel meemaakte en zij zo weinig…

Ook ontmoette ik vrouwen die mij zagen als de weg uit de armoede. Daar hield ik niet van. Sommigen waren hardnekkig; zelfs als ik in geuren en kleuren had verteld over mijn liefde en mijn leven, zelfs dan hoopten ze nog op een escape via een huwelijk met mij. Ik ben ook weleens verder gegaan, uit geiligheid. Maar daar had ik al snel spijt van en het vervult mij, terwijl ik dit schrijf, met diepe schaamte. Goed, ander onderwerp!!!

Ik kwam in contact met Najme in Iran. Een voluptueuze vrouw die van het leven houdt. Ze leeft samen met haar dochter in Tehran (ik houd haar spelling aan van haar woonplaats). Ze vertelde dat ze goed en graag kookt en dat ik maar eens bij haar moest komen eten. Die uitnodiging nam ik graag aan! Daarom vlogen Josien en ik niet veel later naar Tehran. We waren best zenuwachtig… Iran was op dat moment nog volop en helemaal volkomen dé vijand van Nederland. Bovendien eiste Iran dat we anders gekleed gingen dan normaal. Ondanks de enorme hitte in een lange broek. Maar voor Josien was het natuurlijk nog veel ingrijpender; zij moest als gesluierde oosterse prinses. (Het stond haar trouwens erg goed..!). Maar we kregen, zelfs door het ambtelijke douane apparaat, een allervriendelijkste ontvangst. Ik denk niet dat ik me ooit in een land zo welkom heb gevoeld als in Iran.

We voelden ons ook onthand. We begrepen er in Tehran weinig van. Een hele straat met horlogemakers werd gevolgd door een hele straat met mobiele telefoonverkopers, en in de daaropvolgende straat werden uitsluitend pompen verkocht. We raakten de weg enigszins kwijt. We wilden leuke winkeltjes; afwisseling. Uiteindelijk vonden we dat ook, maar heel veel later en met behulp van Najme.

Na een wilde taxirit dwars door Tehran, werden we door Najme in haar huis ontvangen. Wat een ervaring! Wat had ze heerlijk voor ons gekookt! En speciaal voor Josien lekkere vegetarische hapjes. Voor mij heerlijk vlees! Je haalt je wel wat op de hals als je Josien en mij uitnodigt!

Ondanks mijn fantastische ervaring, doe ik niet meer zoveel op social media. Van oude mensen de dingen die voorbijgaan! Nu doe ik weer andere dingen… Zijn ook erg interessant en leuk.

Onze buikjes veel te rond eten

Wij bereiden het begin van de lente voor in een luxehotel in het oosten van het land. In een dorpje waar we beiden veel herinneringen aan hebben. Josien omdat haar oma er jarenlang gewoond heeft. En ik, omdat ik er met school een musical in heb gestudeerd; de Jungleopera! Voor ons beiden erg dierbare herinneringen. Het is onze eerste trip sinds Josien die afgrijselijke duikeling maakte in november. We genieten er enorm van en betreuren het dat we er niet nog meer van kunnen genieten. Josien zoekt een weg om vandaag na het uitchecken nog even het zwembad in te duiken en om nogmaals te ontspannen in de sauna. Hadden we vrijdag al gedaan, maar toch, voor we weer naar huis gaan, nog even…Is er een betere manier om de lente in te luiden?

Er is best wat voor te zeggen om het nieuwe jaar op 21 maart te laten beginnen. Een nieuwe lente een nieuw geluid. In Iran is het vandaag oudjaar. Morgen nieuwjaarsdag met alle tradities die daarbij horen. Lekkere hapjes die je de lente laten proeven. Maar ook de evenknie van onze Zwarte Piet, Hadji Firoez, komt opdagen. De blanke man die zwart geschminkt in zijn rode pak dansend en zingend over straat gaat. Ook daar waren we graag bij geweest. Bij onze vrienden Najme en Reza in Teheran. In dat strenge islamitische land begint de lente (en het jaar) met een heidens feest. En ik weet zeker dat ook de moellahs en de ayatollah vrolijk meedoen! (Misschien een onderzoekje waard: waarom is Hadji Firoez in Iran geen probleem maar Zwarte Piet in Nederland wel…wellicht kunnen we er iets van leren!)

Ik heb al een tijdje geen contact met Najme. Heel soms maak ik me zorgen. In Iran heeft men het idee dat het geluk in Europa op straat ligt. Ik, als Europeaan, vond in Teheran alles eigenlijk veel gewoner dan ik gedacht had. Ik verwachtte minstens dat het openbare leven vijfmaal per dag stil kwam te liggen voor een verplicht gebed. Het was dat ik er speciaal op lette, maar anders had ik de oproepen tot gebed niet eens gemerkt. Goed, je ziet wat vrouwen in lange zwarte gewaden, maar de meeste vrouwen dragen de verplichte hoofddoek vrij achteloos. De Albert Cuyp in Amsterdam verschilt qua hoofddoek niet veel van de Bazaar in Teheran. Wel qua omvang!

Het idee dat in Europa het geluk op straat ligt, doet veel mensen veel slecht. Als mens heb je de plicht om je kinderen zoveel mogelijk kansen te geven. Als je het idee hebt dat je kinderen niet dat kunnen bereiken wat ze zouden kunnen, maar je weet een plek waar dat wel kan, dan ben je haast, als mens, verplicht om daar naartoe te trekken. Najme heeft net zo goed ook dat idee. Haar dochter zal in Iran niet datgene kunnen bereiken wat er in haar zit. In Europa heeft ze veel meer kans. Maar helaas is dat maar een idee. De werkelijkheid is anders. Om het migratieprobleem op te lossen, moeten we onderzoeken hoe we het idee, dat in Europa het geluk op straat ligt, kunnen ontkrachten. Volgens mij is dat de enige manier.

Zo, na dit gemijmer ga ik douchen. Daarna naar het ontbijt; om onze buikjes veel te rond te eten. Ligt het geluk in Europa wel of niet op straat; That’s the question!

Hoe voelt de winterse miezerregen op de Iraakse huid?

Bijna twee jaar geleden waren Josien en ik een week in Teheran. In plaats van dagelijkse columns schreef ik toen berichtjes naar mensen over de hele wereld. Zo ook naar een vrouw in Teheran. We kletsten over ditjes en datjes. In mijn geval over…eten. Zo gaat dat met mij; altijd bezig met lekkers. Langs haar neus weg mailde Najme me dat ze graag een keer voor ons wilde koken. Dat lieten Josien en ik ons geen twee keer zeggen.

Natuurlijk is de cultuur in Nederland anders dan in Iran, maar wat ons opviel was dat het ook weer zo gewoon was allemaal. We vonden onszelf terug in een land waar iedereen goed te eten had. Minder bedelaars dan in Amsterdam. Onze indruk was dat het een welvarend land was waarin wel strenge kledingvoorschriften waren, maar waar mannen en vrouwen gezamenlijk deelnamen aan het arbeidsproces. We zagen alleen al in het hotel mannen gehoorzamen aan hun vrouwelijke, voor onze begrippen, bazige chef. Iran is een eiland van stabiliteit, vrijheid, welvaart en democratie in een oceaan van kwaadaardige regimes vol oorlog en ellende. Laten we dat even vaststellen.

We werden getrakteerd op een uitgebreid diner bij Najme thuis. Een schat van een vrouw. Alleenstaande moeder van een dochter. Ook vriend Reza was er. Een gescheiden vader, zo bleek, ook van een dochter. Wij vermoedde dat Reza Najme’s liefde was. Hoewel dat in alle toonaarden werd ontkend, dachten wij er het onze van. Reza vertelde dat hij al meerdere malen een visum had aangevraagd voor Europa, maar dat het telkens werd afgewezen. Op onze vraag waarom hij zo graag een visum wilde, vertelde hij tot onze verbazing, dat hij wilde emigreren naar Europa. Want daar was alles van goud; Europa was, in zijn ogen, het paradijs.

Met Najme correspondeerde ik later verder en ook zij vertrouwde me toe dat ze wilde emigreren. Voor haar dochter. Kennelijk gaan er geruchten over het gouden Europa rond in de Wereld. Waarom zou je huis en haard, je familie en je vrienden verlaten om ergens in een koud kikkerlandje te gaan wonen? Maar de drang lijkt zo sterk! Alle argumenten worden ervoor aangedragen. Goed, de zedenpolitie is daar irritant en vernederend en je weet nooit of je het qua kleding goed of fout doet. Maar dat kan toch niet de reden zijn om te vertrekken?

Er gaan gewoon verkeerde verhalen in de Wereld rond. Vraag is waar die vandaan komen en hoe die te bestrijden. Ik lees vandaag dat veel Irakezen na een lange, gevaarlijke en barre tocht met veel plezier weer op het vliegtuig terug stappen. Ze hadden alle bezittingen in Irak opgegeven om de reis te kunnen betalen, maar eenmaal aangekomen zien ze met een klap de werkelijkheid. Niks geen luxehotel plus een hoop zakgeld om je te vermaken. Grote sporthallen met bedden op een rijtje en eten uit de gaarkeuken. De procedure om een status te krijgen duurt eindeloos en eer je partner en kinderen over mag laten komen, zijn de kinderen al haast volwassen.

En dan…hoe voelt de winterse miezerregen op de Iraakse huid? Snel weer terug naar huis dus…en kijken hoe je je gezin veiligstelt voor het onvoorspelbare oorlogsgeweld.

Najme uit Teheran

Eén van de journalistieke ontdekkingen van het afgelopen jaar is wel Thomas Erdbrink. Misschien timmert hij al langer aan de weg, maar dat weet ik niet. Sinds hij die fantastische VPRO serie maakte over het leven in Teheran die dit jaar op zondagavond werd uitgezonden, kan hij bij mij niet meer stuk. Iran is het eerste land buiten Europa dat Josien en ik bezochten. Een enorm avontuur waar ik nog dagelijks met veel plezier aan terugdenk. Iran en Thomas Erdbrink horen meer bij elkaar dan zomaar een vreemd land ver weg en een buitenlandjournalist. Ik heb zelden mensen ontmoet die zo nieuwsgierig de wereld inkeken als de mensen in Iran. Die zo gastvrij en open waren als de mensen die ik ontmoette in Teheran. Vaak vergat ik dat ik in een land rondwandelde waarin je niet zomaar kon zeggen wat ik dacht. Het lijkt alsof Thomas Erdbrink die nieuwsgierigheid heeft overgenomen en dat gecombineerd heeft met de open manier waarop we in Nederland gewend zijn om over dingen te praten.

In de krant van afgelopen zaterdag steekt Erdbrink de loftrompet over de Nederlandse gastvrijheid. Dat zal wel,  denk ik. Ik weet het niet want ik ben nog nooit te gast geweest in Nederland. Wat ik wel weet is dat ik me heel gastvrij ontvangen vond in Teheran. Een land met gebruiksaanwijzing omdat niet helemaal duidelijk is wat wel of niet mag. Wij als toeristen wilden niet graag de regels breken, maar in zo’n vreemd land weet je het gewoon niet. Toch, toen we de douane eenmaal gepasseerd waren en we gewend waren aan het feit dat alle vrouwen iets op hun hoofd droegen (inclusief Josien), leken de mensen veel gewoner dan ik aanvankelijk had gedacht.

Ík vond weliswaar de mensen gewoner dan ik had gedacht, maar dat was omgekeerd niet het geval; ik viel erg op. Ik weet niet waar het precies aan lag want zo’n verschrikkelijk toeristisch uiterlijk heb ik niet. Ik had het idee dat ik me weinig onderscheidde van de Iraniërs. Toch werd ik overal aangesproken en deed men zijn best om Engels te spreken. Meestal niet meer dan een handjevol woorden, maar die paar woorden werden dan ook allemaal gebruikt. Arjen Robben en Robin van Persie bleken enorm populair.

We waren bij onze vriendin Najme uitgenodigd. Ze had een overvloedig en heerlijk maal voor ons gekookt en gebakken. Ik zou zeggen dat het gewoon beren ‘gezellig’ was daar bij onze vriendin, maar dat woord kennen ze daar niet (volgens Erdbrink). Ook de politiek en de situatie in Iran kwam aan tafel in onze gesprekken langs. Hoewel de zedenpolitie daar een onophoudelijke bron van ergernis en vernedering bleek, ging het toch vooral over de kansen van de kinderen in het huidige Iran. Daar was Najme somber over. Niet iedereen kon zomaar studeren. In dat opzicht zag ze Nederland wel als ideaal. Ik ben er niet achter gekomen waar de kansen van de kinderen in Iran van afhingen. Ik hoop dat het vooral economische argumenten zijn. Stel dat de Iraanse regering erg bezuinigd had op het hoger onderwijs onder invloed van de opgelegde economische sancties, dan zou dat sterk verbeteren nu de sancties werden opgeheven, dacht ik. Maar ik weet het dus niet.

Eén van de dingen die Thomas Erdbrink liet zien was dat er een groot verschil was tussen het privédomein en het publieke domein. In het privedomein mag alles. In het publieke domein zijn de regels niet helemaal duidelijk. Ik heb ervaren dat dat een grote waarheid is. Ik voelde dat aan den lijve toen we met Najme naar de bazaar gingen en ik ons gesprek van de avond ervoor wilde voortzetten. Minzaam lachend maakte ze me duidelijk dat je buiten alleen over koetjes en kalfjes kon praten. Ik schrok, want ik was zo bang dat ze door mijn naïviteit in problemen zou komen! Onze lieve vriendin Najme uit Teheran!