Tagarchief: iosys

Zwaar tegen de wind in trappen

De afgelopen weekenden hebben we gebruikt om de tuin om te spitten. Spitten in een tijd van onzekerheid en reorganisatie is best lekker. Niet dat het spitten daar minder zwaar van wordt, maar het voelt wel lekkerder. Fysieke arbeid verzet je gedachten. Je houdt je bezig met details die er in het gewone leven helemaal niets toe doen. Is de kluit niet te groot of te klein? Loopt mijn spitvore schuin? Is hij te breed? Moet ik alweer compost in de vore strooien? Dat zijn de dingen waar je mee bezig bent. Niet: Heb ik over een maandje nog een baan? Kunnen we ons onbezorgde leventje voortzetten of wordt het eindeloos solliciteren? Vind ik überhaupt nog wel een baan? De gedachten tijdens het spitten zijn op zich boeiender bij wat je aan het doen bent dan die gedachten over je baan. De gedachten over baan en toekomst zijn volkomen vruchteloos omdat het niets verandert. Toch heb je het gevoel dat die simpele gedachten tijdens het spitten je minder vooruithelpen.

De reorganisatie die ik nu meemaak is niet de eerste. Mijn God, nee. Afentoe heb ik het gevoel dat vooral bedrijven met mij in zee willen die aan de verliezende hand zijn. Ik maak de laatste bloei mee en vanaf dat moment gaat het bergafwaarts. Ik werd bij het trotse Iosys binnengehaald. De marktleider met hun software. Alle scholen gebruikten hun product. Wat kleine concurrentjes in de marge. Nog even een geheel vernieuwde versie van de software aanbieden en iedereen had het nakijken. Dat hebben we dus geweten. Nog nooit zo’n glijbaan richting ondergang meegemaakt. Zoveel sussende woorden. Vruchteloos sussende woorden want het faillissement met eventuele doorstart was al van verre in zicht.

Juist tegen de grote vakantie ging Iosys failliet. Ik zat bij de mensen van de doorstart. Ik mocht blijven. Maar Jaap niet. Jaap die zo’n beetje de uitvinder van het softwarepakket was dat we maakten. Dat raakte mij diep. Ook omdat hij niet huilend maar met een strak gezicht uit het kamertje kwam waar de ongelukkigen een voor een naar binnen werden geroepen. Anderen kwamen snikkend naar buiten, maar Jaap niet. Jaap was geen makkelijke man, maar ik mocht hem erg graag. Ik gunde Jaap dit lot niet. Dat gonsde door mijn hoofd. Tot diep in de nacht zag ik snikkende collega’s en Jaap-met-het-strakke-gezicht. Maar we hadden onze vakantie al geboekt en dus vertrokken we. De hele reis tot aan Saint Jean Pied de Port in Zuid-Frankrijk zag ik die ongelukkige gezichten voor me. Maar toen begonnen we aan de klim over de Pyreneeën. Op de fiets met volle bepakking. Vragen die er in het gewone leven niet toe deden werden belangrijk. Waar slapen we vanavond? Komen we op tijd een plek tegen waar we vers water kunnen tappen? Zitten we al in Spanje? Houdt Josien het vol? En ik? Hoe laat ik Josien weten dat ik moet rusten terwijl ze al zo ver vooruit is? Dat soort dingen. Ik voelde me ontspannen. Ik vergat Jaap. Ik vergat mijn snikkende collega’s.

Spitten duurt eigenlijk te kort. Ik ben wel even ontspannen, maar alles komt zo weer terug. De reorganisatie waarbij zovelen hun baan zullen verliezen. Ik verlang naar een lange vakantie met zwaar tegen de wind in trappen. Dat zal me ontspannen, hoop ik.

Nieuwe haring!!!

Volgens Jari van der Ploeg, vandaag in de Volkskrant, maakt het niets uit of je een haring vandaag eet of pas in november… Word ik dan door mijn eigen smaakpapillen bedrogen? Vanavond ga ik een ware school haring naar binnenwerken. Dat weet ik zeker. Of het goed voor me is; het kan me niet schelen. De smaak van nieuwe haring is zo verschrikkelijk… ‘Lekker’ klinkt zo afgezaagd.

Ik ben een echte haringliefhebber. Ook de maatsjesharing vind ik nog best te eten. Maar de nieuwe haring, dat is toch een heel ander verhaal.

Ik werkte voor het nu al lang ter ziele zijnde bedrijf IOsys. In Gouda. Als Amsterdammer tussen de Rotterdammers. In economisch opzicht was het geen best bedrijf; het ging dan ook failliet. En met veel sfeerbepalende mensen had ik grote moeite. Maar dat was pas later. Toen ik net in dienst was bij IOsys, had ik een leuke tijd. Alleen al omdat ik mensen ontmoette die net zo gek op vis waren als ik. Vrijdag tussen de middag gingen we ‘vissen’. Dan reden we met z’n allen van het bedrijventerrein in Gouda (waar echt helemaal geen ene zak te beleven viel) naar Waddinxveen. Daar stond een visstal die werkelijk overheerlijke vis verkocht. Normaal aten we een bak versgebakken kibbeling. Grote stukken kabeljauw of schelvis. Maar na vlaggetjesdag was het haring. Krijg je de haring in Amsterdam in stukjes gesneden op een kartonnetje met een prikker; in Rotterdamse contreien doen ze niet aan snijden en prikkers. Daar dien je het beestje bij zijn staart te pakken en hem koek-happend naar binnen te werken. Dat leerde ik daar erg waarderen. De happen die je neemt hebben de omvang van jouw hap en je bent niet afhankelijk van het snijwerk van de visboer.  Heerlijk! Je moet alleen niet bang zijn voor vette stinkende vingers. Kan je ook positief opvatten; de rest van de dag kan je nagenieten door af en toe even aan je handen te ruiken (niet je handen wassen, natuurlijk!)

Een van mijn collega’s kreeg het nog zwaarder te kwaad dan ik bij de komst van de nieuwe haring. Hij slokte er drie weg in de middagpauze en nam er nog een paar mee voor bij de thee. Dat ging mij zelfs te ver.

Ik geloof er dus helemaal niets van dat de nieuwe haring qua smaak niets verschilt van de maatjesharing die je de rest van het jaar kunt krijgen; ik geloof het echt niet!!! Vanmiddag ga ik de proef op de som nemen. De oude haring is zacht…vettig, smaakt naar traan en is zout. En de nieuwe haring…

Ik zal Josien waarschuwen dat ze niet moet schrikken van de geur die in huis gaat hangen.

Dat ze even niet met me wil zoenen, ga ik voor lief nemen.

De nieuwe haring is er!!!!

De AEX en het faillisement

In mijn loopbaan heb ik twee keer bij een bedrijf gewerkt dat op de AEX genoteerd stond. Een paar jaar bij Randstad en nu al een tijdje bij Delta Lloyd. In het overzicht van het afgelopen jaar waar de verliezers en winnaars van die beurs worden getoond, staat Randstad helemaal bovenaan als grote winnaar over 2015 en Delta Lloyd als grote verliezer. Het bedrijf waar ik nu werk is in de loop van 2015 70% minder waard geworden. Als je in januari 2015 voor €100,- een stukje Delta Lloyd gekocht hebt, dan is dat nu nog maar €30,- waard. Had je op datzelfde moment voor dezelfde prijs ook een stukje Randstad gekocht, dan is dat nu €143,60 waard. Ik ben geen econoom en al helemaal geen beurskenner. Ik merk dat er onrust is binnen het bedrijf maar dat het feitelijk niet veel uitmaakt; Er komt onverminderd geld binnen en er wordt onverminderd geld uitgekeerd. Wat zo’n daling van de beurswaarde precies voor betekenis heeft lijkt vooral op de aandelenbeurs belangrijk. Behalve dan de sfeer binnen het bedrijf. Ik kan me voorstellen dat het nu goed toeven is bij Randstad. Maar daar werk ik dus niet; daar werkte ik. Ik werk nu bij Delta Lloyd…de grote verliezer.

Bij mijn huidige werkgever heb ik ambivalente gevoelens over hoe het met het bedrijf gaat. Aan de ene kant dus die beurswaarde die maar blijft dalen maar aan de andere kant lijkt het Delta Lloyd bij het uitvoeren van de zaken waarvoor ze bestaan, erg goed te gaan.

Dat was heel anders bij het bedrijf waarbij ik een aantal jaren geleden werkte en dat ineens failliet ging. IOsys. Een klein softwarebedrijfje in Gouda. Er werkten zo’n veertig man. Ik heb nog nooit zo veel luxe ontmoet onder werktijd als bij dit bedrijf. Gelijke monniken, gelijke kappen, vond men en daarom had iedereen die bij het bedrijf werkte een leaseauto. Mensen die teveel verdienden waardoor ze niet meer in het ziekenfonds vielen, kregen hun ziektekostenverzekeringspremie in z’n geheel vergoed. Behalve de vrij te pakken frisdrank voor onder het werk, de beste wijnen voor na het werk. Elke veertien dagen werd er een feestmaal aangericht als we de bedrijfsvergadering hadden na werktijd. Ik voelde me daar een goudhaantje. Tijdens de bedrijfsvergadering kregen we van de toenmalige directeur het financiële overzicht. Het ene juichverhaal na het andere. Het was werkelijk heerlijk werken daar!

Op een dag meldde de directeur zich ziek. Kan gebeuren, dachten wij. Griepje ofzo. Maar dat bleek niet aan de hand; de directeur wist niet meer hoe nu verder te gaan. Vanaf dat moment kantelde alles. De directeur werd op non-actief gezet en uiteindelijk ontslagen. Een interim-directeur werd benoemd. Zijn aanstelling was uitsluitend bedoeld om het bedrijf naar een faillissement te leiden en daarna een doorstart te laten maken. Tragische dagen. De dag van de doorstart was het meest dramatische. We zaten allemaal dicht bij elkaar. Als angstige kippen wachtend op de slacht. Het managementteam zat in een kamertje. Eén voor één werden mijn collega’s binnengeroepen. Even later kwamen ze huilend het kamertje weer uit. Mensen waar ik mee samengewerkt had; goed samengewerkt. Mensen die ik als absoluut deskundig beschouwde en mijn vraagbaak en houvast waren geweest. Ontslagen. Dramatisch. Ik zou dat niet nog een keer mee willen maken. Een aantal collega’s en ik werden niet binnengeroepen maar kregen te horen dat we meegenomen zouden worden naar het nieuwe bedrijf. De opluchting voelde ziek en krom…

Ga ik zo’n zelfde drama weer meemaken bij Delta Lloyd? Uit de kamer van de Raad van Bestuur niets dan goeds. Hoe ik dat moet waarderen heb ik bij Iosys geleerd…