Tagarchief: huis van bewaring

Een opgesloten man en het meisje

Een mensenleven geleden werkte ik als onderwijskracht in het Huis van Bewaring. Mijn kinderen waren toen nog niet eens allemaal geboren want ik kan me herinneren dat ik met een beruchte rovers-tweeling heb zitten praten over mijn zwangere geliefde. De roverstweeling had uitzicht op de haringstal. Dat maakte ze haast gek van trek in een haring.

Laten we wel wezen, de meug naar een harinkie viel in het niet bij het grote verlangen. Een gevangenis is voor negentig procent gevuld met mannen tussen de achttien en vijfentwintig jaar. Ze verlangden naar meiden en seksen. Eindeloos seksen. Seks, seks, seks. Je hormonen tegemoetkomen, dat wilden ze. Zelfs de oudere mannen verlangden massaal naar een paar troostende tieten. Zo gaat dat in de bajes.

Waar het idee destijds vandaan was gekomen, ik weet het niet, want mijn bazen aldaar, kregen honderden verzoeken van gewone mensen om eens een kijkje te mogen nemen in de gevangenis. Alles werd standaard afgewezen. Behalve die ene keer. Drie gymnasiummeisjes moesten hun eindwerkstuk schrijven. Ze wilden dat doen over het leven in de nor. Mochten ze eens bij ons op bezoek komen? Mijn baas gaf mij de opdracht om een dag voor de meiden te organiseren. Eerst een rondleiding en vertellen hoe het allemaal binnen de muren werkt. Dan eten in de kantine en vervolgens een gesprek annex interview met een paar leuke boeven. Ik was nog zo groen als gras. Mij leek het best een leuk idee. Een paar intelligente jonge meiden rondleiden en ze vertellen over mijn boeiende beroep aldaar, leek mij geen straf. Ik bereidde alles goed voor en vroeg drie goedgebekte wat oudere Amsterdamse boeven voor het interview.

Toen kwam de dag waarop het allemaal plaats zou vinden…Ik zat in mijn getraliede klaslokaal wat werk van mijn klasje na te kijken (jaja een echte onderwijsmeneer was ik toen) en ik werd gebeld. Of ik drie meiden wilde komen ophalen. Rammelend met mijn sleutelbos liep ik over de ring en ging de trappen af. Dwars over het vlak naar de deur. De bewaarder opende voor mij de deur en ik stond in de hal. En daar waren ook de meiden. Drie naieve, blauwogige, blonde equivalenten van de tweeënzeventig maagden die je in het paradijs te wachten staat als je als moslimterrorist een bom laat afgaan. Ik smolt. Wat een heerlijke meiden! Maar tegelijkertijd bekroop me een onbestemd voorgevoel.

Eerst zouden we naar mijn klaslokaal gaan. Ik belde aan bij het vlak en de bewaker deed open. We liepen het vlak op en op dat moment wisselden de gedetineerden van activiteit. De ringen raakten vol met opgesloten mannen die van ruimte a naar ruimte b liepen. Ik, met mijn mooie jonge meisjes stond midden op het vlak. Een soort piste in een arena. Toen werden we gespot. Eerst door een paar boeven en toen door…allemaal. Binnen korte tijd steeg er een gejuich en gejoel en een gezang op waarbij horen en zien je verging. Ik zag de drie meisjes compleet in elkaar duiken. Ze waren bang…echt bang. Ze hadden nog geen idee wat ze bij een man teweeg konden brengen. Bij een opgesloten man

Stanford Prison Experiment

Men heeft wetenschap verfilmd. Dat lees ik vandaag in de Volkskrant. Het beruchte Stanford Prison Experiment. Dat onderzoek toonde aan dat de beschaving van de mens slechts een dun laagje is over een door instincten gedreven beest. Dat machtswellust en sadisme dichter aan de oppervlakte ligt dan we zouden willen. Dat dat niet alleen geldt voor een gedepriveerde uit de onderklasse, maar dat studenten uit de hogere milieus op precies de zelfde wijze reageren. Dat schokte toen niet alleen de wetenschap, maar de hele mensheid. Van de ene op de andere dag raakte de mensheid haar gevoel voor goed en kwaad kwijt, stel ik me zo voor. De generatie die de oorlog had meegemaakt in 1971 – want toen werd het experiment gehouden – zal toen nog in slechte Duitsers en goede anderen hebben gedacht. Dat beeld moet, minstens, ter discussie zijn komen te staan.

Onderzoeker Philip Zimbardo verdeelde een groep studenten in tweeën; gevangenen en bewakers. De bewakers gaf hij, zonder dat ze het wisten, absolute macht over de gevangenen. Het uitoefenen van die absolute macht werd tijdens het experiment slechts wat aangemoedigd; de gevangenen werden wat ongehoorzamer voorgesteld dan ze wellicht waren. Daarna ging de groep bewakers los op de gevangenen en al snel ontpopte de keurige studenten zich als sadistische machtswellustelingen die er niet alleen op uit waren om een groep onwillige gevangenen onder de duim te houden, maar ze zo veel mogelijk probeerden te vernederen. Baanbrekend onderzoek.

In 1989 kon ik aan het werk als onderwijskracht in het Huis van Bewaring Havenstraat. Ik deed dus mee aan het ‘Havenstraat gevangenis experiment’ in het echt. Maar niet heus. Want was het zo dat bij het Amerikaanse experiment geen regels golden, in de gevangenissen en huizen van bewaring in Nederland is elke scheet gereguleerd. Hoeveel eten en drinken ze krijgen, hoeveel geld ze op de bank mogen hebben, op wat voor een manier een bewaker geweld mag gebruiken. Alles, alles is gereguleerd. Desalniettemin gaat er heel veel mis. Zet een paar mensen bij elkaar en er gebeurt van alles. Ook rotzooi. In een gevangenis zitten mensen bij elkaar; onder stressvolle omstandigheden. Daarom is er altijd wel wat. En inderdaad onder het bewakend personeel zaten ook mensen met een heel dun laagje beschaving over hun dierlijke instincten. Mensen die het niet alleen slecht doen als ze in een gevangenis werken, maar het overal slecht doen.

Gerard, wiens achternaam ik vergeten ben, was bijzonder vond ik. Als er iemand het tegendeel van het Stanford Prison onderzoek kon bewijzen, dan was het Gerard wel. Een goedgemutste vijftiger in die dagen. Lachend vertelde hij me dat hij niet erger beledigd kon worden dan als ze hem ‘cipier’ of ‘gevangenbewaarder’ noemden. Gerard was PIW’er: Penitentiair Inrichtingen Werker. Zijn taak was het om mensen door een moeilijke periode in hun leven te helpen. Dat deed hij vol overgave. Hij had de opvatting dat gedetineerden beter uit de gevangenis moesten komen dan dat ze er in gingen. Ik werd uitgenodigd voor zijn afstuderen voor zijn aantekening ‘onderwijs’. Ik schaamde me toen een beetje, want ik (de echte onderwijzer) had zo veel minder te bieden dan PIW’er Gerard!

Maar Gerard was geen watje. Ging een van ‘zijn’ jongens door het lint, dan stond hij vooraan om hem in een ijzeren greep te nemen. En die greep was van ijzer! Hij heeft hem op mij gedemonstreerd…als grapje.