Tagarchief: Hugo Claus

Lees-dip

Ik lees niet meer. Verschrikkelijk. Ik kan me nauwelijks meer concentreren op een boek. Tot voor kort dacht ik dat het aan de boeken lag, maar nu begin ik er anders over te denken: Het ligt aan mij. Ik heb inmiddels vier boeken gekocht en heb in alle vier tot bladzijde vijftig gelezen. En toen was ik de draad kwijt. Rampzalig! Sinds de vakantie. Toen las ik nog volop. Daarna is mijn leeswereld ingestort. Het moet dus wel met de vakantie te maken hebben.

Ik kan me van vorig jaar, na de vakantie, ook een enorme dip herinneren. Die was toen te verklaren. We hadden onze tent opgezet in Lorch. Op een heerlijke camping langs de Rijn. Zonder meer het meest romantische stukje Rijn dat er bestaat. Slingerend vindt ze haar weg door de bergen en bij elke bocht een kasteel hoog op de rotsen. Kleine plaatsjes langs de oever waar de grote romantische dichters en componisten hebben rondgedoold. Het weer was fantastisch. Behoorlijk warm, maar niet zo warm dat je niets meer kon doen. We vierden ons laatste stukje vakantie. In tegenstelling tot menig jaar daarvoor probeerde ik de tijd niet stil te zetten om de vakantie te rekken. Het einde van de vakantie zag ik met vertrouwen tegemoet. Ik had een leuke baan en ik verheugde me er weer op terwijl ik tegelijkertijd zat te genieten van het laatste stukje vakantie. (Wat ik toen niet wist was dat psychopatische manager S. op dat moment rampspoed voorbereidde die mij compleet onderuit zou halen. Gelukkig wist ik dat niet. Daardoor was die vakantie echt een gelukkige vakantie)

Daar in Lorch las ik de roman ‘Het woud der verwachting’ van Hella S. Haasse. Een hele oude roman. Geschreven in een tijd dat ik nog niet geboren was. Een hele erge dikke roman ook. Die roman greep mij aan. Laat ik het maar zeggen waar het op staat; die roman greep me bij de strot. Ik las en ik las. Ik besefte dat ik één van de hoogtepunten uit de Nederlandse literatuur zat te lezen. Onbegrijpelijk dat Hella S. Haasse niet steeds in het rijtje van de grote drie werd genoemd. Grote drie…aan me neus. Die bestaan natuurlijk helemaal niet. Van Gerard Reve en Harry Mulisch zal niet veel overblijven na verloop van tijd. ‘De avonden’, misschien, of ‘De ontdekking van de hemel’. Van Hermans allicht wat meer. Maar waarom zit Jan Wolkers er niet bij? ‘Turks Fruit’ zal nog wel een tijd gelezen worden ook al heb ik een soort demasqué ervaren. En Hugo Claus…’Vrijdag’, een van de mooiste toneelstukken ooit geschreven. En niet te vergeten Hella S. Haasse. Van de generatie die de oorlog bewust heeft meegemaakt zijn dat toch echt wel de groten. Maar ook ik dreig Hella S. Haasse makkelijk te vergeten. Maar die roman ‘Het woud der verwachtingen’ vond ik fantastisch. Ik was er compleet stil van toen ik het uit had.

Thuisgekomen wilde ik de draad weer oppakken, maar elke roman die ik ter hand nam stond in de schaduw van Hella Haasse d’r roman. Niets kon me meer boeien. Nadat manager S. me in een diep dal gooide waar ik maar moeilijk uitkwam, begon ik weer te lezen. Daarom begrijp ik mijn lees-dip van nu niet. Ik heb geen boek gelezen waar ik heel erg door geraakt werd. Veel matige romans. Manager S. lijkt, godzijdank, door zijn hoeven gezakt en maakt de pleiterik naar Zwolle. Waar heb ik dan last van?

Bloot op het toneel

Ik heb het al verschillende malen voorbij zien komen. En heus, ik ben nieuwsgierig, maar ik ga toch niet. De recensies spel ik tot de laatste letter uit. Plaatjes bekijk ik. Voorvertoningen in talkshows…Alles wat ermee te maken heeft, bekijk ik, maar daadwerkelijk het theater instappen…een kaartje kopen, nee, dat gaat te ver. Op de één of andere manier wil ik daar wel en niet mee geconfronteerd worden; het naakte lichaam. Ik heb helemaal niets tegen blote borsten of een piemel, maar in het theater…ik weet gewoon niet waar ik moet kijken. Mag ik ernaar kijken? Maar dat is toch van hem of haar? Het heeft een uitwerking op mij. Als ik naast mijn geliefde in het theater zit geeft het een gevoel van vreemd gaan. Dat voelt heel gek.

De voorstelling ‘Privacy’ gespeeld door Wine en Ward (laat hun achternamen maar zitten want dan allitereert het niet meer), in het Compagnietheater. Een heel klein theatertje op de Wallen in Amsterdam. Vanzelf zit je al heel erg dicht op de acteurs. Nee, ik ga niet, hoewel ik zo verschrikkelijk nieuwsgierig ben! Maar naar wat?

Jaren geleden zag ik ‘Vrijdag’ van Hugo Claus. Eén van de mooiste toneelstukken die er in het Nederlands geschreven zijn. Rauw. Confronterend. Maar ook zo verschrikkelijk teder. Het speelt zich af in de sociale gelederen waarin Claus zijn beste werken laat afspelen; de onderklasse. Daar gaat zelden iets goed. Verkrachting, incest, geweld. ‘Vrijdag’ gaat, in grote lijnen, over een man die uit de gevangenis komt. Hij heeft daar gezeten omdat hij incest pleegde met zijn dochter. Op schitterende wijze ontrafelt Claus het liefdesleven en de relaties van man, vrouw en dochter. In de voorstelling die ik zag, had men een deel van die liefdescarrousel uitgebeeld door uitkleden en aankleden van de personages. In een rap tempo waren de acteurs en actrices bloot en weer aangekleed. De dochter werd door een bloedmooie jonge actrice gespeeld. (Echt, ik weet niet meer wie ze was, maar geloof me, ze zag er hemels uit). Ik had een plekje vrij vooraan in de zaal, iets van het midden af. In de Meervaart in Amsterdam. Die fantastisch knappe actrice die de dochter speelde, zat op handen en voeten met haar billen naar de zaal op het puntje van het toneel. En zo trok ze haar broekje uit. Ze toonde haar blote alles recht in het gezicht van de zaal. En ik kon het net niet zien. Oke, haar borsten…prima. Die had ik gezien en mooi gevonden, maar haar billen, en haar benen ietsje wijd en op handen en voeten recht naar de zaal… Ik moest verschrikkelijk slikken en was blij en vond het oh zo jammer dat ik geen plek in het midden had, want nu kon ik het, gelukkig en jammer genoeg, allemaal net niet goed zien.

‘Vrijdag’ van Hugo Claus. Dat mooie toneelstuk. Het ging vanaf het billenmoment compleet aan mij voorbij. En ik schaamde me ten opzichte van Josien die naast mij zat. Net of mijn hunkering om goed naar dat fraaie kontje te kijken iets afdeed aan wat ik voor Josien voelde. Helemaal niets dus. Eigenlijk hoefde ik me helemaal niet te schamen. Maar dat deed ik toch.

Volgens mij vinden die blote acteurs en actrices op het toneel het ook wel erg leuk om mij zo in verwarring te brengen!

Als ik van tevoren weet dat er veel bloot zit aan te komen in een toneelvoorstelling, dan weet ik niet zeker of ik kaartjes ga kopen. Of…voor mij alleen; zonder Josien? Mmm, dat voelt helemaal niet fijn.

Kritiek van Hugo Claus op Jan Wolkers

Toen ik zo’n jaar of vijftien was, las ik ‘Turks Fruit’ van Jan Wolkers. Met rode oortjes, dat moet ik wel zeggen. Ook met wat gene. Maar sjonge, want maakte dat boek een diepe indruk op me. De perfecte liefde. Olga was zo’n beetje de knapste vrouw van de wereld. Met haar rode haren en haar pronte borsten en zachte billen. Jan Wolkers beschreef haar in alle toonaarden en in alle kleuren. De hoofdpersoon was de man die ik had willen worden: Creatief en een magnifieke minnaar. Seks. Laten we eerlijk wezen, hoe hij het beschreef was ongeëvenaard. Ruw, grof maar toch ook weer zo verschrikkelijk teder. Je voelde de rondingen van haar billen in zijn hand, de zachtheid van haar borsten. Jan Wolkers was een tovenaar en spiegelde je de ideale liefde voor. En zo voelde het echt. Maar dat was niet datgene wat het boek zo intens maakte. Dat was de verstoring van deze idylle. Die kon alleen van buitenaf komen. Of van iets dat buiten de invloedssfeer ligt van de mens. En dus was er een dramatisch slechte schoonmoeder die er alles aan deed om het liefdesgeluk te dwarsbomen. En een ziekte. Schoonmoeder had de liefde gesloopt; een ziekte het geliefde lichaam. Jan Wolkers en ‘Turks Fruit’.

Afgelopen vrijdag ben ik naar een toneelbewerking geweest van de roman ‘Het jaar van de kreeft’ van Hugo Claus. Dat toneelstuk heeft mij erg aan het denken gezet. Ik heb ‘Het jaar van de Kreeft’ in dezelfde periode van mijn leven gelezen als ‘Turks Fruit’. De romans hebben erg veel overeenkomsten met elkaar. Open wordt er gesproken over seks en liefde. Indertijd verdacht ik Hugo Claus ervan mee te willen liften op het succes van Jan Wolkers. Ik betwijfel dat nu. Ik denk dat dat niet zo was. Het idee van een op het succes van anderen meeliftende Claus lijkt mij zeer onwaarschijnlijk.

Ik denk dat Hugo Claus ‘Turks Fruit’ zeker gelezen. De romans vertonen zoveel overeenkomsten qua verhaallijn, dat kan haast geen toeval zijn. Een verzengende liefde die eindigt in een scheiding en de uiteindelijke dood van de vrouw in kwestie. Maar er zijn ook verschillen.

‘Ideale liefde’ moet Hugo Claus bedacht hebben…te mooi om waar te zijn. Jan Wolkers de onvermoeibare penis-atleet met zijn immer vochtige, hete Olga. Dat ruwe bolster, blanke pit gedrag… Hoe zit dat in werkelijkheid? Bestaat dat? Is dat zoals de liefdes-wereld in elkaar zit?

Welbeschouwd denk ik dat Hugo Claus in zijn ‘Jaar van de kreeft’ ongekende, literaire, kritiek geleverd heeft op ‘Turks Fruit’. Claus heeft gepoogd te laten zien dat liefde altijd gemankeerd is. De hoofdpersoon houdt hopeloos veel van een vrouw die eigenlijk geen plezier beleeft aan seks. Van een vrouw met een weinig aantrekkelijk lichaam. Van een vrouw die getrouwd is met een bruut en daar ook helemaal niet van wil scheiden. Ik denk dat Hugo Claus zich blauw geërgerd heeft aan de manier waarop Jan Wolkers de liefde neerzette; dat heeft zo weinig te maken met de werkelijkheid! Ik ben het met Claus eens; Wolkers beschrijft geen echte liefde, maar gedroomde liefde!

Maar…’Turks Fruit’ is zo mooi!

Het jaar van de Kreeft – Toneelgroep Amsterdam

Gezien op 1 april 2016 in de Stadsschouwburg van Amsterdam.

Toen ik zo’n jaar of zestien was heb ik ‘Het jaar van de kreeft’ van Hugo Claus, gelezen. Ik was toen veel te jong om het boek te kunnen begrijpen. Ik zou het moeten herlezen om er een volwassen oordeel over te vellen. Ik heb er wel herinnering aan, eenenveertig jaar later. Ik wist dat het ging om de liefde tussen een eenvoudige vrouw en een intellectuele man. Dat het hun veelal om seks te doen was. Een slopende liefde met veel onbegrip tussen beiden. Ik moest, terwijl ik het las, erg denken aan ‘Turks Fruit’ van Jan Wolkers dat ik toen ook al (veel te vroeg) had gelezen. ‘Turks Fruit’ was een zinderend boek dat me raakte als een mokerslag. Toen ik Wolkers’ roman uit had, heeft het nog weken door mijn hoofd gespookt. Ik heb het boek later, op een leeftijd dat ik er emotioneel wel bij kon, nog herlezen. De mokerslag was toen niet minder. Het ‘Jaar van de kreeft’ had niet dat effect op mij. Ik vond het een boeiend boek. Punt.

Gisteren zag ik in de stadsschouwburg de toneelbewerking van de roman. Geregisseerd door Luk Perceval en gespeeld door Gijs Scholten van Aschat en Maria Kraakman. Na afloop was er een nabespreking met de acteurs maar daar zijn we niet naar toe gegaan. Hebben we over gedacht en gediscussieerd maar uiteindelijk besloten niet te gaan en zoals zo vaak; daar heb ik nu spijt van. De uitvoering hield ons na afloop goed bezig. De verhaallijn, de acteerprestaties, het decor… over alles valt veel te zeggen.

Hugo Claus, Gijs Scholten van Aschat en Maria Kraakman zijn personen om voor naar de schouwburg te gaan, vind ik. Was ‘Het jaar van de Kreeft’ wel boeiend maar niet meer dan dat, het toneelstuk ‘Vrijdag’ is dat wel. En ook ‘De Metsiers’ heeft mij diep getroffen om maar een paar voorbeelden te geven. Maria Kraakman vond ik fantastisch in ‘De stille kracht’. Haar ingehouden maar naturel overkomend spel vond ik heerlijk om naar te kijken. Het verdriet om een leven in de schaduw met weinig perspectief op meer was voelbaar. Na deze rol in ‘De stille kracht’ ben ik voor haar gevallen. Gijs Scholten van Aschat zie je overal en hij valt nooit tegen. Maar… acteurs zijn natuurlijk wel afhankelijk van toneelstuk en regie.

Onze conclusie over de avond was: Een geweldige acteursprestatie maar een dun verhaaltje. We hebben een heerlijke avond gehad, maar kijk je louter naar het verhaal, dan heb je eigenlijk niet veel gezien. Je hebt een acteur en een actrice en een pianist gezien die met z’n drieën iets geweldigs neerzette…maar het verhaaltje an sich was eigenlijk niet meer dan: Man vindt vrouw en hebben wat problemen en gaan weer uit elkaar.

Het getoonde spel was een fysieke prestatie van jewelste. De acteur en actrice moeten na afloop kapot zijn geweest (was ik maar naar de nabespreking geweest, dan had ik het met eigen ogen kunnen zien). Ze dansten, sprongen, sleepten elkaar over het toneel, holden en kronkelden in en over elkaar. Ik raakte daar zelf soms van buiten adem. Vooral Maria Kraakman moet goed afgetraind zijn om deze rol vol te kunnen houden. Maar dat deed ze gisterenavond met verve.

Op het toneel een man aan de vleugel. Ik was het programmaboekje misgelopen en mocht daarom raden naar de componist. In het begin dacht ik een bewerking van het liefdesthema uit de tearjerker ‘Love Story’ te horen. Daarna kwam ik ook nog een bijna-Gnossienne van Satie tegen maar later in het toneelstuk wist ik bijna zeker dat ik naar Philip Glass luisterde. Het bleek allemaal gecomponeerd door de pianist op het toneel; Jeroen van Veen. De muziek was een onmisbaar element in het toneelstuk.

Hoe geef je liefde en seks een draai op het toneel zonder dat het uitdraait op een parade aan clichés of banaliteiten? Ik denk dat acteurs en regisseur zich daar lang het hoofd over gebroken hebben. Ik moet zeggen dat ze de weg glansrijk gevonden hebben. De liefde en afstoting en de seks waren voelbaar en zichtbaar zonder dat het ook maar even banaal werd. Clichés heb ik helemaal niet kunnen ontdekken. ‘Het jaar van de kreeft’ is een aanrader! Een acteerprestatie van jewelste!

Maar… waarom moest ‘zij’ nou uiteindelijk sterven? Waarom aan kanker? Leidde in Turks Fruit alles zo’n beetje naar het sterven. Olga moest wel dood gaan aan een verschrikkelijke ziekte…In ‘Het jaar van de kreeft’ is dat niet zo. De vrouw vond ik wel wat destructief. Dan is doodzuipen, pillen slikken of van een flat springen voor de hand liggender. Maar kanker? Jammer dat Hugo Claus al weer een tijdje dood is, kunnen we het hem niet meer vragen.