Tagarchief: het debuut

Grenzen aan de vrijheid…?

Niets zo discutabel als het begrip vrijheid. Ook niets zo veranderlijk als het begrip vrijheid. Er is niets waar ik zoveel waarde aan hecht als aan het begrip vrijheid.

Toen ik zeventien was, kwam de film ‘Het Debuut’ van Nouchka van Brakel uit naar de roman van Hester Albach. Het ging over een meisje van dertien die een relatie aanging met een volwassen man. In één van de laatste scenes vertrekt de mannelijke (volwassen) hoofdrol samen met zijn vrouw naar het buitenland. Als de hoofdrolspeelster heftig afscheid neemt van haar voormalige liefde, lijkt het besef over de pedofiele verhouding tot de moeder van het meisje door te dringen. Moeder berust erin. Meisjes van dertien hebben recht op hun eigen seksuele leven, lijkt de film uit te drukken. Drukt de film het niet uit, dan heb ik het, geheel volgens de tijdgeest, wel zo geïnterpreteerd. Ook meisjes en jongetjes van dertien hebben de volledige vrijheid om met wie dan ook het bed te delen. En wij geloofden erin! Maar toen kwamen de verhalen naar buiten over ongelijke verhoudingen; over gedwongen seks, over incest. En nu geldt; van minderjarigen blijf je af! En terecht, vind ik. Niks geen vrijheid op seksueel gebied voor minderjarigen.

In de jaren negentig zagen we sterke vrouwen op de televisie die bewust hadden gekozen voor het beroep ‘hoer’. Ze huurden een kamertje op de wallen en waren heer en meester over dat kamertje. Daarin lieten ze mannen toe. Tegen betaling konden die mannen dan doen en laten wat ze wilden binnen de grenzen die zij aangaf. Die vrouwen verdienden lekker geld en hadden er zelf voor gekozen. Wij vonden met z’n allen dat iedereen vrijheid van beroepskeuze had. Als het jou lukt om als hoer je geld te verdienen, wie zijn wij, nette burgers, dan om daar iets van te vinden. De hoer spelen werd zelfs wel een beetje een hype; genieten van je vrijheid en…van je hobby je beroep maken. Maar toen kwamen we er ineens achter dat de wallen overbevolkt waren met Afrikaanse, Aziatische en Oost-Europese vrouwen.  Die hadden helemaal geen vrijheid. Als ze niet alles afstonden wat ze verdienden dan eindigden ze in stukjes in het Amsterdam-Rijnkanaal. Maar ook onze ‘eigen’ hoeren bleken slachtoffer van pooiers. Die zelfbewuste hoer die uit liefde voor het vak gekozen had, bleek een uitzondering. Gevolg is dat de Wallen worden onthoerd. Niks geen vrijheid meer.

Op dit moment dragen veel moslimmeisjes een hoofddoek. Vanuit onze westerse cultuur zien we dat niet als vrijheid. Vrijheid is je haren in de wind. In zwembroek of badpak op Je fiets en lekker plonzen in de zee. Vrijheid is lekker in je blote kont ontspannen in de sauna. Meisjes en jongens, vrouwen en mannen door elkaar. Moslimmeisjes dragen niet alleen vaak een hoofddoek, ze lopen ook nog vaak in een soepjurk. Zelfs als het heel warm is. Zelfs dan zijn ze van top tot teen bedekt. Ons stuit dat tegen de borst. Maar hun vrijheid is onze vrijheid. Bepaalde kleding verbieden staat gelijk aan onze naaktheid verbieden. Dat beseffen we. We staan voor een dilemma. Typische moslimakleding is onvrije kleding maar onvrije kleding verbieden is net zo goed een aantasting van de vrijheid. Misschien moeten we als samenleving iets meer de vrijheid van moslima’s stimuleren: Een boerkini niet erkennen als badkleding en een hoofddoekjesverbod in de klas op school. Overal.

Hoeveel vrijheid geef ik dan zelf op?

Hester Albach

Op dit moment kijk ik dagelijks een stukje van de Franse speelfilm ‘La vie d’Adèle’. Dat doe ik met gemengde gevoelens. Ik voel me een voyeur. De film is zo dicht op de huid gefilmd, en de mensen spelen zo naturel dat je het als toeschouwer gênant vindt om er naar te kijken. Maar de film gaat ook over een meisje van een jaar of vijftien, zestien die haar seksualiteit aan het ontdekken is. Ook dat is erg dicht op de huid gefilmd. Maar dan de intiemere huid. En de intiemere plooien en welvingen van de huid. Als oudere man, en dat ben ik, ga je dan een oude snoeperd voelen. Eentje die graag een blaadje groen lust. En misschien lust ik dat blaadje wel, maar daar ben ik niet direct naar op zoek als ik naar deze film kijk. En zo loop ik dus te piekeren over het leven van Adèle…

Gisteren bracht dat gepieker me op een Nederlandse film van lang geleden. Nouchka van Brakel verfilmde in 1977 de novelle ‘Het debuut’ van Hester Albach. Zowel het verschijnen van de novelle als het uitkomen van de film deden destijds veel stof opwaaien. De reden voor al dat opwaaiende stof had net als La vie d’Adele te maken met ontluikende seksualiteit. Open en bloot beschreven en gefilmd. Een meisje van veertien ontdekt haar seksualiteit bij een veertigjarige man. ‘Moest kunnen’ in die dagen; een veertien- met een veertigjarige…. Vandaag de dag zouden we het niet hebben over de ontdekking van de seksualiteit van het meisje, maar over het pedofiele misbruik van de man. De tijden veranderen en ook de moraal.

De novelle ging ik later pas lezen. Ik heb hem, stikkend van jaloezie dichtgeslagen. Hoe kon een zo slecht geschreven novelle gepubliceerd worden, terwijl ik zo mijn best deed en niets van de grond kreeg. Ik vond de roman volkomen bloedeloos. Eén frase is me bijgebleven. Ze schrijft daar dat ze blij was dat ze wat vroeger thuis was, want dan kon ze nog even voor het eten vingeren. Ik vond dat zo zinloos, zo verschrikkelijk zinloos om dat op te schrijven… en dat het dan toch nog gepubliceerd werd…ik kon er met mijn verstand niet bij.

Gisteren was ik nieuwsgierig! Ik wilde weten hoe Hester Albach terecht gekomen is; wat er met haar gebeurd is sindsdien. Daar heb je dus Google voor. Ik vond een interview in het Algemeen Dagblad van 17 mei 1997. Dat gaf ineens een heel ander beeld dan dat media- en mannen geile kind dat destijds voor zoveel heisa zorgde. Ze kijkt er met bittere gevoelens op terug. Niet alleen heeft ze nare gevoelens over de critici, maar ze vraagt zich ook af waarom niemand haar tegen zichzelf in bescherming heeft genomen.

Een opstandige puber, dat was Hester Albach in haar tienerjaren. Onzeker over alles. In die tijd werd er lustig op los geëxperimenteerd. Met drugs, maar vooral met seksualiteit. ‘Alles moest kunnen’ was het credo. Zeventien jarige Hester Albach verleidde mannen en wilde beroemd worden, leid ik af uit het interview. Verleiden en beroemd worden culmineerde in de novelle ‘Het debuut’. Aan elke interviewer vertelde ze wat ze eigenlijk voor zichzelf had moeten houden. Achteraf ook had ‘willen’ houden. Ze vluchtte naar het platteland en werd reclameschrijfster. Ze publiceerde nog wat schrijfwerk, maar met nauwelijks succes. Hester Albach. Het debuut. Guus Luijters wordt over de novelle geciteerd in het interview: ‘In dit boek liggen de leuke opmerkingen zo ver uit elkaar dat de tweede net buiten het boek is gevallen.’

Vind je dat nou leuk van jezelf, De Klerk, om dat kind nog een schop na te geven? Nee, dat niet, maar ik vond de opmerking zo grappig!