Tagarchief: financiele sector

Het leven is te mooi!

Op mijn bureau ligt ‘Business Analysis; third edition’. Ik heb het via Internet besteld. Tweedehands, want ik wilde de kosten beperkt houden. Toen het binnen was en ik het uit de gewatteerde envelop had gehaald, wist ik het al: Dit boek gaat een tijdje op mijn bureau liggen. In die tijd maakt het me bijzonder somber. Het eind van het liedje is dat ik het in de kast stop. Ongelezen. En met het verdwijnen van dit boek van mijn bureau, keert mijn levensvreugde terug; wat de consequenties ook zijn. Maar zover is het nog lang niet, helaas. Naast mijn toetsenbord walmt het boek haar ongeëvenaarde saaiheid.

2016-10-30-08-01-04

Laat ik het beestje maar bij zijn naam noemen: Bij mijn werkgever is het kommer en kwel. De financiële sector. Jarenlang was in deze sector de sky the limit. Er werden kapitalen verdiend. Over de ruggen van argeloze mensen en een argeloze overheid heen. Daar is met straffe hand een einde aan gemaakt. Nu mag er in de financiële sector eigenlijk helemaal niets meer verdiend worden. Ook niet goed, maar draai de publieke opinie maar eens om. Men blijft het idee houden dat het grote geld in de financiële sector zit. Misschien denk ik het zelf ook nog wel. Voel ik het nog…

Ik ben bij een bedrijf in de financiële sector gaan werken omdat ik een rijke werkgever wilde. Ik hoopte de overstap te maken naar baden in weelde. Bij mijn vorige werkgever had ik zo’n beetje alles meegemaakt wat je als werknemer kunt meemaken in het bedrijfsleven (lelijk woord!). We waren juichend eerste; de absolute marktleider. Vandaar zakten we af naar tweede speler op de markt. Daarna gingen we pardoes failliet. Vervolgens een doorstart bij een grotere broer en uiteindelijk trok grotere broer de stekker eruit. Dat was allemaal niet fraai en kostte ons veel kopzorgen. Bovendien zat ik voor die werkgever veel in de auto; hij zat nogal een eind van Amsterdam vandaan.

Daarom dus de financiële sector. Rijk en lekker dicht bij huis. De kopzorgen waren er net zo goed, maar dan anders. Morele kopzorgen. Ik hou niet van bedrijven die winst maken over de rug van argeloze, hoewel op geld beluste, mensen heen. Het eerste waar ik mee geconfronteerd werd waren de wurgpolissen. Door een tegenvallende beurs moesten mensen eindeloos meer betalen voor hun kapitaalverdubbelingspolis dan ze er ooit voor terug zouden krijgen. Dat terwijl de provisie en de kosten rijkelijk in de zakken van de tussenpersoon en de verzekeraar vloeide. Dat voelde niet goed, en het was niet goed.

Door al dat stevige aanpakken van de sector zijn de inkomsten dramatisch gedaald en is binnen de sector ‘kostenbesparing’ het mantra geworden. Kostenbesparing = ‘mensen ontslaan’. Daarvoor halen ze alles uit de kast. Wie het examen ‘Business Analysis; third edition’ niet gehaald heeft, kan het wel vergeten. Vandaar dat er een dreigend boek op mijn bureau ligt. Naast mijn toetsenbord. Zo verschrikkelijk saai! Als ik het boek zie dan daalt de somberheid op mij neer. Ik ga het niet lezen. Waarschijnlijk. Ik zou niet weten hoe. Het leven is te mooi voor ‘Business Analysis; third edition’. Echt te mooi!

Harde maatregelen

Het valt mij op dat in het bedrijf waar ik werk (maar het schijnt voor veel bedrijven in de financiele sector te gelden) op twee gedachten wordt gehinkt die feitelijk tegenstrijdig aan elkaar zijn. Aan de ene kant de gedachte van de bv-werknemer en aan de andere kant de geoliede machine. Tegengestelde manier waarop mensen zich in het bedrijf moeten gedragen. De bv-werknemer-gedachte vraagt van een werknemer dat hij zich profileert en de concurrentie aangaat met zijn collega’s. De geoliede machine gaat uit van compromisloze samenwerking. Wat men niet lijkt te begrijpen is dat de geoliede machine noodzaak is om te overleven in een snel veranderende maatschappij en dat het idee van de bv-werknemer uit een andere tijd stamt dat ons niet verder helpt maar desalniettemin niet uit te roeien is. De huidige managers hangen bijna zonder uitzondering de weg van de bv-werknemers aan terwijl ze de geoliede machine prediken. Niet zo gek, want met behulp van de bv-gedachte zijn ze manager geworden.

Bij een geoliede machine is het de bedoeling dat er een team staat dat bestaat uit mensen die elkaar aanvullen en uitdagen, die zich met elkaar verbonden weten in het streven naar gezamenlijke resultaten van hoge kwaliteit en complexiteit. Daarvoor is teamgeest, inspiratie en motivatie nodig die uit het team zelf voortkomt maar die op de juiste manier wordt versterkt door krachten van buitenaf. De geoliede machine heeft rust nodig en gave gezichten en gave ellenbogen om in een veranderende maatschappij de juiste dingen te doen voor het bedrijf. Dat staat in schril contrast met de werknemer-bv. De werknemer-bv plant met graagte zijn ellenboog in het gezicht van zijn collega. Het gaat uit van het achterhaalde idee dat het beste in mensen naar boven komt als ze met elkaar concurreren. Door concurrentie zouden vanzelf de beste mensen komen bovendrijven, terwijl het dan onduidelijk is waar die drijvende mensen dan precies het beste in zijn.

Het is wel duidelijk dat bedrijven die geloven in de werknemer-bv-gedachte het niet gaan redden. Concurrentie brengt onrust en onzekerheid met zich mee en prikkelt mensen op een verkeerde manier, namelijk om elkaar de loef af te steken. Het slokt energie op geinvesteerd in het jezelf handhaven in plaats van de juiste dingen voor het bedrijf te doen. Maar helaas, ook in mijn bedrijf kan men niet anders denken dan in werknemer-bv-tjes. Een goed voorbeeld hiervan is de manier waarop er op managers bezuinigd wordt. Hoe doet men dat…Een reorganisatie van de organisatiestructuur: Van tien afdelingen worden zeven afdelingen gemaakt. Vervolgens mogen de tien oude managers solliciteren op de zeven overgebleven plekken. Dat kan dus alleen maar leiden tot heftige concurrentie en ontwrichting van de onderliggende afdelingen door de solliciterende managers. Want ze moeten zich profileren; laten zien dat ze stevige managers zijn die de baas zijn over hun afdeling. Die in staat zijn om krachtige maatregelen te nemen. Ze vinden dat ze moeten laten zien dat ze verbeterplannen kunnen uitvoeren en doorvoeren ongeacht de slachtoffers of het resultaat. Gek genoeg speelt geld geen rol, wel imago; het imago van de solliciterende manager.

Ben je een manager die de juiste prikkels geeft aan de geoliede machine die onder je werkt, door te inspireren en te motiveren… Nou, Dat is niet erg sexy. Daar worden de mensen waarbij je voor één van de zeven overgebleven plekken moet solliciteren niet echt geil van. Nee, spraakmakende, harde maatregelen, die doen het hem!

(wordt vervolgd…)