Tagarchief: Eten

Nou vooruit, een teugje likeur…

Het is heel erg lang geleden dat ik niet de menukaart scande om te kijken of er voldoende vegetarische mogelijkheden waren in het restaurant. Eigenlijk geen idee of het restaurant waar ik gisterenavond at vegetarische gerechten serveerde. Ja, salades. Maar verder? Ik weet het niet. Dat is dan ook precies het enige voordeel om zonder J. uit eten te gaan. Overal hebben ze alles wat mijn tong en mond en maag verlangt en ik hoef geen rekening te houden met mijn liefde. Heerlijk. Fantastisch! Meet het maar breed uit, want veel andere voordelen zijn er niet. Maar misschien ligt het toch ook aan mezelf. Denk ik dat andere mensen denken dat ik zielig ben zo zonder partner. Nee, heus niet. Zo zielig voel ik me niet en wat andere mensen van me denken, kan me niet zo heel veel schelen. Wat ik verschrikkelijk mis is gezamenlijke plannen en gezamenlijke ervaringen. Dat je dat kunt delen. Dat je samen voorpret hebt en lekker kunt na genieten. Nu moet ik dat alleen doen. Ook leuk, maar wel even wennen. Maar vooral uit eten gaan; dat valt niet mee.

Wat een overwinning moest ik gisteren halen. Zal ik toch maar niet even wat verse pasta uit de supermarkt halen en een gebraden kip of een stuk kant en klaar moussaka. Dan hoeft er heel veel niet. Maar ik wilde het juist toch. Ik was zo verschrikkelijk moe na onze fiets- en wandeltocht en het uurtje tijdsverschil en het nog even lekker zwerven door de stad. Ik had me voorgenomen om in de buurt van het Monasterikiplein te gaan eten en daar wilde ik mezelf aan houden. Maar jongens wat was de verleiding groot om thuis te blijven. Dus stapte ik op de metro naar het station op dat beroemde plein. Het was inmiddels al donker geworden en de Akropolis was prachtig verlicht. Ik stond er ademloos naar te kijken. En foto’s te maken natuurlijk; dat soort prachtige plaatjes wil je zelf vastleggen. Duizenden plaatjes op internet met zo ongeveer dezelfde afbeelding als die jij op het schermpje van je mobieltje ziet, maar het gaat juist om die ene die jij gemaakt hebt. Als ultiem bewijs dat jij het echt gezien hebt. Na nog wat ronddwalen langs de restaurantjes die er in de buurt gevestigd zijn, uiteindelijk de eerste de beste genomen, en dat was goed.

Je kan beter een plaatje van Internet bekijken, maar deze heb ik wel zelf gemaakt!

Of ik op businessreis was, vroeg de ober. Nee, man, deze jongen is alleen op pad. Deze jongen is soms zijn eigen gezelschap en dan laat hij zijn vrouwelijke evenknie thuis. Dat was dus even een slikmomentje. Ik kon op de een of andere manier niet trots zeggen dat ik lekker alleen op stap was. Intussen ging er een Italiaans echtpaar vlak naast mij zitten. Over het dipsausje dat bij het voorafbrood werd gegeven meteen de vraag of er knoflook in zat want zijn vrouw kon dat niet verdragen. Grote tieten, strak geconserveerde billen en weggeplamuurde oneffenheden. Nuffig wuifde ze bevestigend. De ober haalde het bakje dip weer weg. En toen kregen man en vrouw in rap Italiaans ruzie…denk ik.

Ondertussen kwam ik over mijn eenzamigheid heen want het bandje begon te spelen. Vrij hard. Mijn lief zou dat wellicht niet fijn gevonden hebben. Maar misschien ook wel. Waarom zou ik me er druk over maken? Ik ben alleen. De muziek is erg Grieks. Een heerlijke salade wordt opgediend. Daarna een bord met inktvis, gamba’s en mosselen. En toen was mijn buikje vol. De aardige toegift (ijs met een likeurtje) moest ik weigeren. Nou vooruit, een teugje likeur…

Cultuurshock in Bangkok

Niets geen breakfast de eerste week in Thailand. We zitten in een goedkoop, schoon maar sober hotel in één van de honderden wijkjes in Bangkok. De elektriciteitskabels hangen als bossen noedels boven de weg. Van onze keurige Amsterdamse woning waar alle stoepjes recht liggen en de straat geveegd is naar het ongecontroleerde leven in Bangkok. De mensen zijn niets dan vriendelijk voor ons en bekijken ons nieuwsgierig; zoveel toeristen komen hier niet in deze buurt en ja, toeristen zijn we. We zien er anders uit. Met onze grote neuzen, onze blonde haren en rijzige gestalten. Anders. We kennen de taal ook niet. Mij lukt het maar nauwelijks om een woord te onthouden, Josien misschien twee. De eerste week hadden we een absolute cultuurshock.
Het hotel ligt op wandelafstand van het ouderlijk huis van schoondochterlief. Ze wilde ons in de buurt hebben. Niet zo gek want ze wil ons ALLES laten zien en – vooral – ALLES laten proeven. Dan is het onhandig als je je eerst kilometers door de verkeerschaos van Bangkok moet wringen om alleen al bij elkaar te komen. Daarom boekte vriendin M. Deze kamer in dit hotel. Als vreemden in de nieuwe wereld voelden we ons compleet onthand. Maar inmiddels hebben we het klappen van de zweep leren kennen en lukt het ons om een redelijk ontbijt, inclusief warme sterke koffie te verschaffen. Dat voelt wel goed, eigenlijk. Beter dan als het ontbijtbuffet voor je klaar staat in het restaurant van het hotel. Op je slippertjes naar buiten: bij dit stalletje haal je warme koffie, en daar haal je gestoomde kokospudding in bananenblad met onbekende maar zachtzoete vruchten. Zo doen we dat na een week.
Voor lekker eten, en dan bedoel ik echt heel erg lekker eten, hebben we de lekkerbek dames nodig die hier opgegroeid zijn. Ze doen niet alleen de bestelling, maar slijpen hem ook nog een beetje bij. Tenminste dat denk ik, want vooraf aan het opdienen gaat een hele discussie. Maar dan krijg je ook wat! Gisteren geroosterde kip in stukken gehakt. Een grote kom Thaise kippensoep met stukjes kip mét kraakbeen (niet slordig uitgezochte kip maar juist de bedoeling want dat kraken tussen je kiezen vinden ze een delicatesse, en stap je over je eigen vooroordelen heen, dan is het best lekker). Die bouillon is zo lekker! Hij is zout, zoetig en zurig tegelijk. Maar dat was nog niet alles. Een schoteltje met geroosterde incourante varkensdelen, zoals maag, darmen, lever en nieren. Goed binnen te houden, maar niet echt om voor naar Thailand te gaan. Plakrijst, waar je bolletjes van moet draaien en dan in de saus moet dopen. Afhankelijk van de saus erg lekker, maar verder blijft het natuurlijk gewoon rijst. Papayasalade. Had ik al eerder gegeten, maar natuurlijk niet zoals deze! Deze was echt lekker. Best pittig, maar niet té. Gewokte bamboescheuten…kortom een overvloedig maal. Bij ons hoort bij een goed maal een delicate entourage… in ons restaurant doen ze daar niet aan; Formica tafeltjes met slechtzittende plasticstoeltjes en een hard waaiende ventilator. De tv staat aan en tussendoor schallen Thaise hits, terwijl het verkeer voorbij bromt, snort, reutelt en bromt. Maar gezellig!
Morgen vliegen we naar Phuket. Vanaf daar heb ik alle hotels via normale kanalen zelf en in overleg geboekt. Duurder, luxer, inclusief ontbijt, maar vast…Heel veel saaier.

De markt in Laksi Bangkok

Eten. ETEN. ETEN!!!!!

Ineens is er van alles aan de hand met ons eten. Wat we lekker vinden en wat we gezond vinden is van de ene op de andere dag ter discussie komen te staan. Eerst werd het eten van bewerkt vlees gelijkgesteld aan sigaretjes roken; kankerverwekkend. Toen werd er zwaar bediscussieerd of het wel aan te tonen was dat het eten van teveel rood vlees darmkanker veroorzaakt. Dat wekte de eetlust nou niet bepaald op. Dan ben ik nog niet klaar, want de geleerden toonden nog even aan dat dat gezonde glaasje versgeperste sinaasappel die we in het weekend bij het ontbijt nemen, even ongezond is als een glas cola. Je wordt er al met al niet echt vrolijk van.

Ik constateer dat verschillende soorten mensen zijn die zich met ons voedsel bezighouden. Aan de ene kant de lekkerbekken. Daar ben ik er dus één van. Ik heb een kookboekenverzameling. In plaats van in een roman kan ik me zomaar verliezen in een lekker kookboek. Op wat voor manieren bereid je het lekkerst de varkensbuik? Op Youtube kijk ik met plezier filmpjes over het uitbenen van diverse dieren en proef ik de sappige uitgesneden delen op mijn tong. Maar niet alleen over het dode beest lees ik graag, eigenlijk heeft het hele voedingsspectrum mijn aandacht: van rode biet tot quinoa. Zoals ik zijn er velen; lekkerbekken en kookliefhebbers; het kookboek is de kurk waar de boekenbranche op drijft.

Aan de andere kant de mensen die een direct verband aanbrengen tussen eten en uiterlijk. Dat is op zich niet zo gek, omdat je uiterlijk erg verandert als je te eenzijdig verkeerd en teveel eet. Ook op de boeken van de auteurs die aan deze kant van het voedingsspectrum zitten drijft de uitgeverij. Vaak maken zij propaganda voor eenzijdig vermeend gezond voedsel of zoeken ze hun heil in uithongering. Elke dikkerd (ik kijk even in de spiegel) heeft wel eens de uithongering geprobeerd. Bedoeling is, dat je veel minder eet dan je eigenlijk zou willen. Het idee is dat je aan dit karige eetpatroon gaat wennen; dat het ‘te weinig eten’ in je brein vertaald wordt naar ‘voldoende eten’. Daardoor zou je het dan de rest van je leven vol gaan houden en blijf je eeuwig slank.

Zoals met zoveel is de werkelijkheid compleet anders. Na maandenlang veel te weinig eten ben je geheel in beslag genomen door eten. Eten. ETEN. ETEN!!!!! Je wilt lekker eten. Je wilt lekker je buik vol eten. Maar het mag niet. Van wie niet? Wie verbiedt je om van het leven te genieten? Dat ben je zelf. Je bent je eigen boeman. Je kijkt in de spiegel naar je veel minder bolle buik. Eén keer een bord met lekkere kazige aardappelpuree en smeuig gemaakt met een lekkere klont ROOMboter… dat moet toch kunnen. Dan een heerlijk stuk mooi dooradert vlees met een met ROOMboter gemonteerd sausje. Als toetje lekker sorbetijs. Niet zo vet hoewel het stijf staat van de SUIKER. Voor een keertje kan dat heus geen kwaad. Voor twee keer ook nog niet want de afgelopen maanden heb je nooit je buikje rond kunnen eten. Maar, en dat kan ik je garanderen, dan is het hek van de dam. Heb je niet hele goede remmen in huis, dan schiet je compleet door naar de andere kant en wordt je dikker dan je ooit was. Uithongeren is een slecht idee.

Dan heb je nog de stofjesmensen. Zij gaan uit van meten is weten. Ze naaien ons geen oor aan en willen ons geen duur dieetkookboek door de strot duwen. Ze staan wel wat van de werkelijkheid af. Zo vertelde ik aan een stofjesmens dat ik ondanks mijn diabetes ’s avonds een stuk chocola neem die uit meer dan 75% cacao bestaat. ‘Oh’, zei ze, ‘Je hebt dus toch behoefte aan vetstoffen?’. Nee dus; Ik heb behoefte aan SNOEP, aan LEKKERS!