Tagarchief: drank

Gebroken baby Hannah

Dat is weer typisch mij; ik ga me verdiepen in de gevoelens van de ouders. Dat terwijl het zonneklaar is dat de ouders niet geschikt waren om een kind op te voeden. Na enkele weken op onze aardkloot, belandde dochtertje Hannah al in het ziekenhuis met verwondingen die er niet om logen. Een gebroken voetje, gebroken ribbetjes. Het is niet makkelijk om ook maar iets van een baby te breken. Dat lijfje is nog zo zacht en flexibel als rubber.

Mijn moeder koos ook een slechte vader voor haar kinderen. Niet dat hij hard sloeg en onze botjes brak. Dat niet. Maar laten we maar vaststellen dat dat ook het enige was dat hij goed deed qua opvoeden. Verder trok hij zich weinig aan van welk gebod dan ook. We konden op een warme belangstelling van de Raad voor Kinderbescherming rekenen. Naar verluidt wisten ze alles van ons. Toch…als ik aan mijn vader denk, dan lig ik als zesjarige in bed en luister ik naar mijn vader die piano speelt. Een Mazurka van Chopin. Ik vond mijn pa de beste pianist die er op de wereld rondliep. En terwijl ik zo in mijn bed stil lag te luisteren hoopte ik dat de muziek nooit zou zwijgen en dat die grote en sterke held van mij altijd die held zou blijven. Die geliefde kerel waarvoor mijn vriendjes bij mij wilden spelen. Die fijne man waarbij de grote jongens uit de buurt met hun grammofoonplaten op bezoek kwamen en waar ze dan samen met mijn pa naar luisterde. En die grote jongens hingen dan aan mijn vaders lip als hij vertelde wat hij goed en fout vond aan de muziek op hun grammofoonplaten en hoe hij dan achter de piano kroop om de liedjes na te spelen. Ik was zo eindeloos trots op die man.

Maar laten we wel wezen, negen maanden nadat mijn moeder verliefd was geworden op mijn vader, werd ik geboren. Ik werd geboren uit een meisje. Geen vrouw maar een meisje. En mijn vader was een puber. En hij kwam voor het eerst totaal beschonken thuis op de dag dat ik werd geboren. Mijn moedermeisje lag in het ziekenhuis en hij aan het zuipen. En omdat hij een gevaarlijk groot libido had, zou het mij niets verbazen als hij die nacht niet thuis geslapen heeft. Sinds mijn geboorte is hij minder nuchter geweest dan beschonken, zo werd mij verteld. En omdat hij niet doorgeleerd had en helemaal niet handig was, verdiende hij te weinig geld om de drank te betalen. Ook al omdat er geld naar het huishouden toe moest. Op dat laatste werd al heel snel heel veel bezuinigd en ging het grootste deel op aan drank, terwijl mijn moeder moest bedelen bij mijn omaatje om eten. De Raad voor de Kinderbescherming wist dus alles van ons.

Dat je een verkeerde vader voor je kinderen hebt gekozen wil dus niet zeggen dat je zelf zo verkeerd bent. Dat bleek bij mij thuis. Weinig kwade woorden over mijn moeder. Ook bij gebroken baby Hannah is er een moeder. Op de televisie wordt zij niet als mishandelaar weg gezet. (Hoe kan het in Godsnaam gebeuren dat ze op de televisie delen van dat Hannah dossier kennen? Hoe kan het dat mijn nieuwsgierige oren weten dat het om een mishandelende vader gaat?) Als de moeder van baby Hannah geen dader is, dan is ze slachtoffer. Ik denk dat ze gek van verdriet werd toen haar kind haar werd afgepakt. Ze zal gegild en gehuild hebben. Zelfs als totaal foute vader en partner zou ik er alles voor over hebben gehad om het verdriet van de moeder te stelpen. Echt alles.

Scheidingsperikelen

Ik vond het helemaal niet gemeen. Echt niet. Maar inderdaad, een kind van zes doe je dat niet aan. Ik zie mijn vader nog zo zitten. Ietwat onderuitgezakt en duidelijk in zijn nopjes. Een jonge lentedag. De zon scheen dwars door het zijraampje in de woonkamer. Het licht viel op de vloer naast de rotanstoel waar mijn vader op zat. Er trilde stofdeeltjes in de baan van licht. Ik dacht dat het licht die deeltjes had opgetild. Mijn moeder deed iets in de keuken. Ik voelde me erg gelukkig, want mijn vader leek blij. Mijn vader en moeder waren niet vaak blij. Als zij blij waren, dan was ik dat ook. Naast hem op de grond een fles. Ik liep naar zijn stoel toe en leunde ertegenaan. Ik vroeg wat hij dronk. ‘Water’, antwoordde hij: ‘Wil je ook een slokje?’ Ik zei daar geen nee tegen. Ik nam een fikse teug uit dat kleine glaasje. Ik wist niet wat me overkwam. Mijn mond, mijn keel en mijn slokdarm voelde ik in de fik vliegen. Mijn vader moest lachen. Maar het lachen verging hem toen mijn moeder de kamer binnenstormde.

De brand was zo weer verdwenen, maar de sfeer was wel compleet verpest. Daaraan had ik schuld. Waarom moest ik zo nodig een slok nemen? Dat, terwijl de verhouding tussen mijn ouders toch al zo broos was. Om het minste geringste brak er oorlog uit. Mijn vader kon heel hard schreeuwen en eng boos kijken en mijn moeder kon heel stil maar intens huilen. Met veel tranen. Ik vond dat allemaal niet leuk. Ik ben van nature iemand die op zoek is naar harmonie. Vandaar dat ik ook zo gek ben op ‘Zicht op Delft’ van Johannes Vermeer. Maar dat terzijde. De harmonie was ver te zoeken in het huwelijk van mijn ouders. Het ging van hard tegen zacht. Maar zacht zou uiteindelijk overwinnen, tenminste als je het vertrek van mijn vader een overwinning kunt noemen.

Voor mij was het in ieder geval geen overwinning maar een groot verlies. Desalniettemin: De oorlog vond haar absolute hoogtepunt op een dag in de winter. Mijn ouders hadden heftige ruzie. Mijn broer en ik zaten op ons kamertje. Het huis was een enorme puinhoop. Mijn vader was zijn fiets aan het repareren geweest in de huiskamer. Hij was daar weliswaar mee klaar, maar alles stond er nog. Het meubilair had hij verschoven en het gereedschap lag over de vloer verspreid. Het voelde niet fijn zo’n rommel. Maar mijn ouders trokken zich daar weinig van aan. Mijn broer en ik wisten niet wat te doen en uiteindelijk gingen we toch maar naar de huiskamer. Juist op dat moment kwam de ruzie tot een hoogtepunt. Mijn vader haalde uit en mijn moeder greep naar haar wang. Hij sloeg haar. Gillend holde mijn moeder naar de telefoon: ‘Ik bel de politie’, riep ze. Met grote stappen stapte mijn vader naar haar toe en sleurde haar aan haar haar van de telefoon weg.

Ik voelde een golf van misselijkheid opkomen. Mijn moeder..een klap…aan haar haren…de politie…mijn lieve vader… Alles spookte door mij heen. Door dat sleuren kwam mijn vader ietsje tot zichzelf. Mijn moeder lag snikkend op de bank. Toen zagen ze ons. ‘Geef een kusje want ik moet weg’, zei mijn vader. Werktuigelijk deed ik wat hij zei. Maar mijn broer, die ietsje anders in elkaar zit dan ik, liep naar hem toe en gaf hem op zijn hardst een schop tegen zijn schenen. Daar had mijn vader niet van terug en ik vond mijn broer een rotzak. Maar achteraf…oké achteraf…had hij natuurlijk wel gelijk, die broer van mij.

Om me heen overal scheidingsperikelen…ik moest dit even kwijt.