Tagarchief: dood in venetie

Mee op kamp!

De afgelopen dagen moest ik op cursus. Voor mij betekende dit vroeg op, weinig tijd en een heel eind met de trein. Ik ben in mijn normale leven geen treinreiziger. Een fietser, dat ben ik. Maar de trein… Ik worstel nog steeds met het gebruik van de ov-chipkaart, kan je nagaan. Maar als ik dan in de trein zit, dan wil ik er ook lekker zitten. In een rustige en stille coupé zodat ik lekker en geconcentreerd mijn ‘ding’ kan doen. Dat deed ik gisteren dus ook. Heus, ik weet wel van die stilte-coupé, maar hoe vind ik die als onervaren treinreiziger? Dat lukte me niet. Maar ik vond achterin de trein een betrekkelijk stille coupé waar ik in stilte kon doen, wat ik wilde.

Die stilte duurde tot Utrecht (terwijl ik heel veel verder moest). In Utrecht stroomde de coupé vol met de leden van een jeugdorkest dat ergens in den lande een paar dagen gingen repeteren met elkaar. Binnen luttele seconden zag ik mijn rustige coupé verandert in een opgewonden kippenren. Het waren voor een slordige tachtig procent meiden die binnenkwamen. Veel met vioolkist. Mijn compartiment was meteen vol en het gespiegelde compartiment aan de andere kant van de trein ook. Tegenover me zat een heerlijke meid met veel sidderend vlees. Niet echt mooi maar wel lekker om vast te pakken; dat zag je zo. Ze wilde ook wel graag vastgepakt worden. Dat voel je als man.

Schuin tegenover me was een Aziatisch jongen gaan zitten. Hij was opmerkelijk netjes gekleed. Met vlinderdas. Je zou denken dat zijn moeder hier de hand in had gehad, maar dat bleek toch niet zo. Hij was degeen die van alles geregeld had en dat doet een moederskindje niet. Organisatorisch hing veel van hem af, zo bleek mij. De jongen speelde viool. Hij pakte zijn vioolkist en haalde er uit een zijvak een imposante stapel muziek uit. Dat gebaar veroorzaakte extra reuring want nu de muziek het gespreksonderwerp werd, wilden anderen mee kunnen lezen. Het meisje tegenover me greep in haar rugzakje en viste er een paar slordige velletjes muziek uit. Uit hun gesprek werd me duidelijk dat ze de piccolo bespeelde. Ze had trouwens wel het hoogste woord. Ik kon de muziek zo’n beetje scannen en zag op haar blaadjes vooral rusten aangegeven. De keurige Aziatische jongen vroeg hoe zij dat deed, al dat wachten. Of ze al die maten zat uit te tellen. Dat ze nauwelijks wat in het concert te blazen had, boeide haar niet. Een optimistische natuur; ze keek naar de maten waar ze wel mocht spelen en niet naar al die maten waarin ze haar fluit moest houden.

En toen keek ik schuin naar de overkant. Naar het gespiegelde compartiment. Mijn mond viel open. Daar zat Tadzio. Maar dan een meisje. Tadzio, de aanbedene. Mahlers muziek hoorde ik zwellen en dan weer wegglijden. De componist Aschenbach in Dood in Venetië. Zo voelde ik me. Tadzio. Maar dan de vrouwelijke variant. Verfijnde trekken op een regelmatig gezichtje. Open en zo vriendelijk en liefelijk. Misschien toch een beetje spottende oogopslag. Wat een knap kind! Wat een schoonheid! Maar wat ongenaakbaar. Wat onbereikbaar! Ook onaanraakbaar! Voor iedereen had ze belangstelling en praatte vol overgave met de keurige Aziatische jongen over de muziek die ze gingen spelen (Gustav Mahler, vijfde symfonie?). Ondertussen deed de piccolospeelster met al haar vlees vrolijk mee.

Tegenover dat onaardse meisje zat een baardige jongen. Hij zei niet veel. Hij keek. Naar de overkant. Naar dat prachtige gezichtje. Geïntimideerd. Onbereikbare schoonheid.  Ik voelde wat hij voelde. Wat wilde ik graag weer twintig zijn voor even. Mee op kamp!

Mahlers liefdesverklaring – Nederlands Philharmonisch Orkest

Gehoord op 2 april 2016 in het Concertgebouw Amsterdam

Natuurlijk gaat het wel om het Adagietto: Sehr Langsam. Natuurlijk! Een symfonie bestaat uit verschillende delen en alle delen zijn fantastisch, maar uiteindelijk draait het om dat adagietto! Dat ene deel. Het adagieto waarop de componist Aschenbach in Visconti’s Dood in Venetië achter de engelachtige jongen Tadzio aanloopt. Zwetend. Doodziek. En dan dat Adagietto. Onbeschrijflijk mooi. Vaak hoor je het, maar vervelen gaat het nooit. Ook gisterenavond niet. In het concertgebouw met het Nederlands Philharmonisch Orkest. Tussen de delen van de vijfde van Mahler nam dirigent Marc Albrecht ruim de tijd. Mensen konden even op adem komen en de emoties eruit kuchen. Maar toen dus dat adagietto. Terwijl de harp de eerste maten speelde, voelde je de zaal ontspannen. Alsof de grote zaal van het concertgebouw een levend organisme was. De wereld kwam tot rust. Mensen in de zaal vergaten hun verkoudheid, vergaten hun rauwe keel of de kriebel. Doodse stilte. Alleen maar muziek. De zachtlopende melodie. Dan weer naar een crescendo. Een aangekondigd crescendo. Dan zakt het weer terug naar de oorsprong. Pure schoonheid. Adembenemend mooi.

Dood in Venetie en het Adagietto: Sehr Langsam

Mocht het verhaal kloppen, dan moet Alma de gelukkigste vrouw op Aarde zijn geweest. Als het waar is dat Mahler haar met dit adagietto zijn liefde verklaarde, dan moet dat alles vergoelijkt hebben. Haar verleden en haar toekomst. Haar gemankeerde huwelijk met Mahler valt in het niet tegen dit hemelse cadeau. Het moet alles waard geweest zijn. Denk ik. Ik denk dat het nooit makkelijk is om met een genie te leven. Zeker niet als je zelf zo talentvol bent dat je het genie kunt herkennen. En dat was Alma Mahler. Ze componeerde ook. Verdienstelijk en talentvol. Ik heb een deel van haar liederen gehoord. Dat kan niet anders dan in het niet vallen bij het werk van haar echtgenoot.

Toen het adietto uit Mahlers vijfde de grote zaal van het concertgebouw in vloeide, hadden we al een hele weg afgelegd. Het was begonnen met Quirine Viersen. Met het celloconcert Tout un monde lointain van Dutelleux. Een moeilijk concert met moeilijk te volgen melodielijnen. Het fantastisch sonore geluid uit de cello van Viersen was de boei waarnaar we ons konden richten. Maar moeilijk te volgen was het zeker. Uit voorzorg had ik het concert een paar keer beluisterd (leve de on-line diensten van tegenwoordig!) maar zelfs dat hielp niet voldoende. Het voorkwam niet dat ik soms verdwaalde in de geluidsgolven. Ik deed mijn best. Quirine Viersen heeft met mij geen geluk; ik weet dat het een fantastisch celliste is, maar altijd is er wel iets dat het moeilijk maakt om dat te horen. De laatste keer dat ik haar hoorde verdronk het concert dat ze gaf in de wanhopige akoestiek van de Beurs van Berlage. Het celloconcert van Dvorak ging verloren in de onverwachte resonanties van de beurszaal. Een dramatisch concert met het toen net opgerichte (en nu alweer verdwenen) Amsterdam Symphony Orchestra.

Bij het celloconcert van Dutelleux raakte ik regelmatig het spoor bijster, maar daar waar ik het pad toch weer gevonden had klonken de wonderschone klanken van de cello die door Quirine Viersen bespeeld werd.

Daarna dus de vijfde van Mahler. Een symfonie van Mahler is een avontuur dat je aangaat; een reis die je maakt. Een heerlijk avontuur; een prachtige reis Ik geniet er met volle teugen van. Ook gisterenavond. Hoewel Mark Albrecht soms dingen deed die ik nooit eerder had gehoord waardoor ik soms wat afgeleid raakte, was het echt een geslaagde reis. Zo viel het me op dat hij de eerste twee delen langzamer liet spelen dan ik doorgaans hoor. Soms werd het ook wat rommelig. Dat had te maken met Mahlers componeerstijl die Albrecht op een bepaalde manier interpreteerde. Wat mij opvalt bij Mahler is dat hij vaak een hoofdmelodie schrijft waarop, als het ware, een tegenmelodie op de achtergrond kritiek levert. Deze twee melodieën gaan tegen elkaar in maar omdat je een dominante hoofdmelodie en een bescheiden tegenmelodie hebt, blijft de harmonie in stand. Die tegenmelodie moet op de achtergrond blijven in mijn opvatting. Soms wisselden bij Albrecht deze twee melodieën stuivertje; dan was de hoofdmelodie niet dominant genoeg en voelde het rommelig. Maar al met al was het een heerlijke uitvoering. Met een heldere trompet die met zijn zuivere toon vooropging. Alweer een heerlijke avond gehad!

De bloemen voor de dirigent…daar wil ik nog wat over zeggen. Marc Albrecht krijgt na afloop altijd een bos bloemen. Steevast geeft hij deze bloemen weg. Hij kijkt (zo denk ik dat het gaat, dus) het kringetje rond. Eerste violen, celli, altviolen en tweede violen. Het mooiste meisje…krijgt de bloemen. Als man zou ik precies dezelfde neiging hebben. Zeker onder stress. Aan wie, aan wie…dat lekkere ding. Zo gaan dat gewoon. Maar….als buitenstaander en als stuurman aan de wal, had ik in dit geval voor de harpiste gekozen. Moet je je wel een weg dwars door het orkest banen, maar zij had het verdiend. Zij heeft de zaal het meest ontroerd met haar spel; weet ik zeker!