Tagarchief: concertgebouw

Het Pieter Jan Leusink geweld

In muziekland lijkt een revolutionaire kaping plaats te vinden. In de popmuziek? Nee, in de klassieke muziek. Kan je je haast niet voorstellen, maar toch is het zo. In de muziekgeschiedenis zijn twee werken geschreven die (bijna) strikt horen bij een tijd van het jaar. Heel veel mensen zijn die werken gaan zien als een overgangsritueel van het ene seizoen naar het andere. Ben je eenmaal toegetreden tot de mensen die van zo’n ritueel zijn gaan houden, dan laat je dat niet zo makkelijk meer los. Ik heb daar helemaal niets op tegen. Eerlijk gezegd behoor ik ook wel tot diegenen die de nieuwe rituelen omarmen. Zo heb je in de donkerste tijd van het jaar behoefte aan een ritueel waarbij je hoopt dat het licht weer terugkeert. In onze beschaving is dat de Messias. Daarover heeft Georg Friedrich Händel een fantastisch oratorium geschreven dat prima in de kersttijd past: Messiah. Een fenomenaal stuk waarin zo’n beetje alle hoop is gevestigd op de wederkomst van het licht. En ja…als de Messiah geklonken heeft, dan worden de dagen weer korter.

Een andere overgang die een ritueel behoeft, is de overgang naar de lente. Het licht is weer terug en nu moet alles gaan groeien en bloeien. Daarvoor heeft Johann Sebastiaan Bach twee oratoria geschreven: Eentje naar het evangelie van Johannes en een naar het evangelie van Mattheus. Als zo rond Pasen deze stukken gespeeld worden, dan stromen de concertzalen en kerken vol. Niet gewoon vol, maar afgeladen vol. En echt niet alleen in de Randstad; elk gat ken haar eigen Mattheus. Het is natuurlijk wel zo dat de Mattheus in Amsterdam heel vaak uitgevoerd wordt.

Op deze hang naar rituelen in combinatie met muziek is één man handig ingesprongen. Was het zo dat tot voor kort diverse orkesten en koren elk jaar de Mattheus en de Messiah opnamen in hun repertoire, deze man heeft alleen deze twee oratoria in zijn repertoire. Hij doet gewoon niets anders dan de Messiah en de Mattheus uitvoeren. Om mensen naar zijn uitvoeringen te lokken, heeft hij een ongekende reclamecampagne opgezet. Pieter Jan Leusink. Inmiddels is het al zo ver dat Pieter Jan Leusink zo’n beetje dé Mattheus is en dé Messiah. Rond het eind van maart is het concertgebouw in zijn geheel in bezit genomen door Leusink en zijn medewerkers. Op dit moment is het best moeilijk om een uitvoering in Amsterdam te vinden zonder Leusink; Leusink is de Mattheus en de Messiah aan het kapen. Dat is niet zo leuk, vind ik. Want wat is precies de kwaliteit van Leusinks uitvoeringen? Schrijft de man muziekgeschiedenis? De Mattheus heb ik een paar keer van hem gehoord. In het begin nog met het jongenskoor dat hij opgericht had. Dat waren best aardige uitvoeringen. Toen probeerde hij nog de muziek van Bach te benaderen zoals Bach het ook zelf gehoord zou kunnen hebben. Met dat succes is hij aan de haal gegaan (of is het andersom?). Nu voert hij de muziek op een heel klassieke en toegankelijke manier uit. Niet verschrikkelijk slecht, maar ook zeker niet goed. Ik heb heel wat betere uitvoeringen gehoord. Krijgen die andere uitvoeringen nog wel een kans? Dat was best even zoeken voor het komend jaar. Tuurlijk waren de twee uitvoeringen van Ton Koopman al uitverkocht, maar gelukkig heb ik nog een andere goede uitvoering kunnen vinden tussen al het Pieter Jan Leusink geweld.

Mozart; Haffner & Linzer, C.Ph.E. Bach celloconcert nr. 3 in A. Nederlands Kamerorkest.

Gezien en gehoord op 28 januari 2017 in het Concertgebouw Amsterdam

De laatste keer dat ik kaartjes kocht voor het Nederlands KamerOrkest omdat ze een celloconcert van C.Ph.E. BACH gingen uitvoeren, werd een zeperd. Het zou uitgevoerd door een Russische, absolute meester celliste. Niet dat ik ooit van haar gehoord had, maar zoveel meestercellisten ken ik nou ook weer niet. In de verwachting dat ik een celliste a la Rostropovitsch zou gaan zien en horen, viel alles in het water. De celliste voerde, bij nader inzien, toch maar niet het celloconcert van zoon Bach uit. De smoes waarom ze het niet deed, kan ik me niet meer herinneren. Maar toen er een zeer oude dame het podium op schuifelde, kon ik me daar wel iets bij voorstellen. De cello moest door een ander gedragen worden. Toen ze haar eerste noten streek wist ik dat alles een tegenvaller zou worden. Wellicht had ze ooit, in het verleden, de lier bovenop het concertgebouw doen trillen van verrukking, maar nu niet meer. Niets bracht ze voort. Ze kon het gewoonweg niet. Als je je verheugd hebt op het celloconcert in A klein van C.P.E. Bach en je krijgt een reutelende oude dame voor je die er echt helemaal niets meer van terecht brengt dan ben je pas echt treurig. Want, de celloconcerten van zoon Bach behoren tot de mooiste celloconcerten die er ooit zijn geschreven. Ik durf dat zomaar te zeggen!

In de tijd dat drogisterij Het Kruidvat nog klassieke Cd’s verkocht, schafte ik me een cassette aan met celloconcerten. Daaronder ook de drie wonderschone concerten van C.Ph.E. Bach. Ik heb ze compleet grijsgedraaid. Voor mij waren deze concerten echt de ontdekking van de eeuw. De concerten zijn zo verschrikkelijk niet Johan Sebastiaan Bach dat ze toch weer tegen het werk van de oude meester aanschurken; ze lijken helemaal niet op het werk van Johan Sebastiaan, maar toch ook weer wel. Ik moet altijd aan de gamba’s denken in het 6e Brandenburgse concert. Ik ontwikkelde voorkeuren voor bepaalde delen. Het eerste deel van het concert in A klein is absoluut mijn favoriet. Van de langzame delen voel ik het meeste bij het Largo, con sordini, mesto uit het concert in A Groot. De diepe tragiek die daaruit spreekt…fantastisch. Gisteren kreeg ik niet dat fantastische eerste deel van het concert in A Klein, maar wel het concert met het mooiste langzame deel. Sietse-Jan Weijenberg kweet zich prima van zijn taak. Hij speelde het concert vol vuur. Het eerste deel ging wellicht wat te snel. De tonen werden niet helemaal uitgespeeld, vond ik. Maar dat maakte hij in het tweede deel weer helemaal goed. De toch al vrij lange solist was op een klein podiumpje gezet. Daardoor torende hij hoog boven het orkest uit. Ik had in zijn geval niet snel voor een podium gekozen. Het Nederlands KamerOrkest speelt zonder dirigent maar met een leidende concertmeester. Orkest, solist en concertmeester moeten optimaal met elkaar kunnen communiceren. In de communicatie ging niet veel mis, dat niet, maar doordat de solist zo hoog zat nam hij wat mij betreft een té aparte positie in.

Voorafgaand aan, en volgend op het celloconcert, een symfonie van Mozart. Ervoor de Haffner symfonie en erna de Linzer symfonie; de 35e en de 36e symfonie. Beiden geschreven toen hij absoluut op het hoogtepunt van zijn kunnen was gekomen. Hoewel…in hoeverre kan je daarvan spreken in het geval van de geniale Mozart. In elke noot hoor je het plezier dat hij gehad moet hebben toen hij de muziek componeerde. Heerlijke muziek die me meteen ook weer terugbrengt naar onze vakanties in Salzburg en Wenen. Salzburg dat helemaal in het teken staat van de beroemde telg. De Mozartkugeln schreeuwen je vanuit elke toeristenwinkel tegemoet. En dan het tot museum verbouwde geboortehuis van het muziekgenie. Twee keer ben ik er geweest; één keer met een ziek en brakend kind (dat was helemaal niet fijn) en één keer met Josien. We bekeken de vele portretten die zo verdomd weinig op elkaar leken; wat was nou het meest gelijkende portret van die beroemde Mozart?

De afgelopen jaren heb ik vooral opera’s van hem gezien en gehoord. Een lust voor elk zintuig. Bij zijn symfonieën had ik daarom misschien wel steeds het gevoel dat een zangstem zou invallen. Maar de symfonieën zijn op zichzelf al mooi genoeg. In de brochure het verhaal van de Linzer symfonie. Mozart kwam aan in de stad Linz en werd bij de stadspoort opgewacht door de bediende van graaf Thun. Eén van zijn vele bewonderaars. De bediende nam de Mozarts mee naar het paleis van de graaf waar ze konden logeren. De gastvrije graaf had toch minstens een nieuwe symfonie verwacht. Die had Mozart toen niet bij zich en daarom schreef hij ter plekke de Linzer symfonie. Een bijna ongeloofwaardig verhaal. Zulke complexe muziek zomaar even uit je mouw schudden.

Ik heb gisteren een heerlijke avond gehad. Twee fantastische Mozart symfonieën en een heerlijk celloconcert. Alles prachtig uitgevoerd!

Toch heb je de neiging om je dingen af te vragen over Bach en zijn zoon. De celloconcerten van Carel Philip Emanuel zijn echt mooi, maar verder staat hij toch echt in de schaduw van zijn beroemde vader, vinden we nu. Hoe zou hij dat ‘in de schaduw staan’ zelf hebben ervaren? Ik vraag me dat steeds weer af terwijl ik het antwoord al weet. Maar met de kennis die we nu hebben over de familie Bach is het gewoon moeilijk voor te stellen dat Bachs zonen in hun tijd absoluut heel veel beroemder waren dan hun vader.

Te veel om op te noemen

Het spijt me, het lukt me niet om te focussen op een onderwerp. Van alles spookt door mijn hoofd. Van de beroerdste Mattheus ooit, die ik gisterenavond hoorde, tot het geld van Russische oligarchen dat in Engels onroerend goed belegd lijkt. Van Syrische vrouwen-en-kinderen-vluchtelingen tot kolder over het verdrag dat de EU met Oekraine sloot. Alle onderwerpen vragen om voorrang met als gevolg dat er niets van terecht komt. Ik zou een dag vrij moeten nemen en over alle onderwerpen een stukje schrijven, maar dat gaat gewoon te ver. Daardoor vandaag geen echte column; er is teveel!

Maar ik kan het niet laten:

Gisteren de Mattheus van Pieter Jan Leusink. Lichtpuntje in het drama dat zich in het concertgebouw aan ons ontrolde, was ‘Aus Liebe wil mein Heiland sterben’. Dat werd uitgevoerd op een aanvaardbaar niveau. Fluitiste en sopraan, beiden een engelachtig uiterlijk, vonden elkaar in het hoogtepunt van de avond. De rest was om te huilen. Wel een goed orkest, maar Leusink als dirigent deugt gewoon niet. Op de bok voerde hij een soort berendans uit waar de zangers geen raad mee wisten. Sommige stukken tien keer te snel andere aria’s veel te langzaam. Het tweede vioolconcert ging in een tempo dat er echt niet bij past en maakte het voor de violiste tot een sprintwedstrijd. Ze won weliswaar, maar ten koste van wat. En dan de evangelist. Hij vergat de basis; de muziek van Bach zingen. Hij was kennelijk zo begaan met het lot van de man wiens levenseinde hij bezong, dat hij een eigen rol schreef. Lachwekkend soms. Maar over het geheel: Fout. Hartstikke fout.

Vanaf de voorpagina van de Volkskrant van vandaag kijken mij drie kinderen aan. Het oudste meisje en haar broertje kijken recht in de camera en poseren voor hun vader. Hij zwaait naar de fotograaf. De jongste kijkt door haar tranen heen naar ons vanaf de arm van haar moeder. Moeder met gewatteerde jas en witte hoofddoek, kijkt ons niet aan. Deze vrouw is onmogelijk moedig of onmogelijk roekeloos. Met haar drie kleine kinderen vertrok ze uit Syrie. Vluchtte de grens met Turkije over. Nam de rubberboot naar Griekenland. Liep over diverse tussengrenzen om uiteindelijk in Nederland aan te komen. Daar ontmoette ze haar man weer die hen vooruit was gegaan. Hij had het idee dat hij, eenmaal in Nederland aangekomen, snel vrouw en kinderen kon laten overkomen. De legale weg zou betekenen dat hij een vreemde werd in het leven van zijn kinderen. Welke ouder wil dat nou? Maar wat een tocht! Met drie kleintjes die constante verzorging nodig hebben!

Even verderop in de krant een artikel over de balk en de splinter, zeg maar. Een Russische zelf benoemde corruptiebestrijder leidt journalisten in Engeland rond om ze de enorme rijkdom te tonen van dubieus schatrijk geworden Russen. Allemaal vriendjes van Poetin, zo lijkt het. Volgende keer eens een toertje Wassenaar/Amsterdamse grachtengordel/Het Gooi en is kijken welke puissant rijke vriendjes van Willem Alexander daar wonen? En wat zegt dat dan precies? Daar zijn ze corrupt en hier leeft iedereen volgens de wet… Je gelooft dat toch zeker zelf niet?

Ook nog een column van René Cuperus. Over Oekraine. Ik schreef al hoe ik daarover denk. Cuperus komt met veel blabla en weinig argumenten. Hij haalt er zelfs de Hongaarse opstand bij en de ‘heroische roep van een bevolking tegen tirannieke Russische overheersing,..’ Hoe diep kan je zakken?

 

Toeval?

Ik ben niet bijgelovig, maar om nou op vrijdag de dertiende gevaarlijke dingen te ondernemen gaat wel heel ver. Risico’s moet je gewoon op zo’n dag niet nemen. Daarom ondernamen we op zaterdag de veertiende november de risicovolle tocht naar het concertgebouw. Over de weg terug doen we meestal twintig minuten, maar die keer deed ik er vijf uur over. Josien (baas boven baas) deed er twee weken over… Onderweg van het concertgebouw naar huis maakte ze een enorme smakkerd en daarna moest ze in het ziekenhuis weer zo’n beetje in elkaar gezet worden. Daar herstelt ze nog steeds van.

Gisteren hadden we kaartjes voor ‘Bruckners machtige achtste’. In het concertgebouw. Niets wees op een naderend onheil, maar wijs geworden gingen we deze keer niet op de fiets. In het donker fietsen, naast een tot opschieten manende echtgenoot (want anders komen we te laat), zag Josien nog even niet zitten. Dus namen wij het openbaar vervoer. Op de één of andere manier besefte het openbaar vervoer dat het concertgebouw door ons vermeden moest worden. Tenminste dat denk ik. Ik besef heus wel dat het openbaar vervoer zelden dingen denkt, en Josien en ik niet belangrijk genoeg zijn om zulke ingrijpende maatregelen te nemen als het openbaar vervoer deed, maar toch…

Met behulp van 9292OV hadden we een reis geselecteerd die ons niet alleen op tijd in het concertgebouw bracht, maar waardoor we, ter plaatse, ook nog een kop koffie konden drinken. Eerst acht minuten lopen naar lijn drie, twintig minuten met de drie en dan was je er. Zo gezegd zo gedaan. Op het juiste moment stapten we in de tram en we keken elkaar glimlachend aan: ‘gehaald!’ Wat kon er nog misgaan? Halverwege de Marnixstraat, vijf minuten nadat we in de tram, waren gestapt, stond de tram stil. De bestuurder stapte uit en kwam na verloop van tijd de tram weer in: Sorry mensen, er ligt een plaat los en dat moet gerepareerd worden. We weten niet hoe lang dat gaat duren.’ Onze tram had pech onderweg. Vertel me: Hoe vaak heb je meegemaakt dat de tram pech onderweg had? Ik nog nooit.

Gelukkig was de halte van lijn tien dichtbij. Nog steeds optimistisch gestemd stapte we op tram tien. Wel in het besef, dat we nu van de verkeerde kant van het Rijksmuseum helemaal naar het concertgebouw moesten lopen. Maar we zouden het nog makkelijk halen; die achtste symfonie van Bruckner. Omdat we ons niet door een beetje pech uit het veld laten slaan, hadden we er nog steeds zin in. Wat gebeurde…vlak voor het Leidseplein: Dames en heren, deze tram is kapot. U wordt verzocht uit te stappen en uw reis met een andere tram voort te zetten’. Vertel me: Hoe vaak heb je meegemaakt dat twee trams waarmee je onderweg was, allebei pech onderweg kregen? Ik echt nog nooit.

De volgende tram lukte het om de ene halte tussen Leidseplein en het Rijksmuseum zonder pech te overbruggen. Hulde daarvoor!

Hijgend en puffend kwamen we uiteindelijk nog net op tijd. Echt ik ben niet bijgelovig…Maar zoveel toeval bestaat niet. Op minder toeval werd Lucia de B. tot levenslang veroordeeld…

Het noodlot tarten

Vandaag komt Josien weer thuiis. Na bijna twee weken ziekenhuis. Vanaf nu bepalen haar bezoekuren mijn levensritme niet meer. Het is voorbij. Twee weken geleden warenb we naar een heerlijk concert geweest. Mahlers voorgevoel was de titel. Ze speelden Der Kindertotenlieder. Onweerstaanbare muziek van Gustave Mahler. De getoonzette gedichten zijn van Rückert. Een Duitse dichter waarvan Mahler al vaker werk op muziek gezet had. Deze specifieke gedichten beschrijven de dood van Ruckerts kind. Hij probeert daarmee het drama dat zijn leven trof, te verwerken. Toen Mahler de gedichten op muziek zette, was hij getrouwd met Alma en had hij twee dochters. Toen Alma ontdekte dat Mahler deze gedichten van Rückert gebruikte voor zijn compositie, schijnt Alma radeloos te zijn geweest. Haar man tartte het noodlot. Wat later overleed één van Mahlers dochters.

Wij hebben niets geleerd van Gustave en Alma Mahler! Toen ik het concert een jaar geleden in de catalogus zag staan heb ik meteen kaartjes besteld. Het is zo mooi. Die liederen snijden in je ziel. Ze leggen je angsten bloot, maar dekken ze ook meteen weer toe. Met zoveel troost en zoveel compassie. Zelfs als de zangeres het eerste lied verknalt doordat ze haar zenuwen nog niet bij elkaar heeft, dan is de rest nog eindeloos de moeite waard om voor naar het concertgebouw te reizen. Wat wij dan ook deden. Ik heb nog even gedacht: ’Tarten wij het noodlot niet?’ Maar wij zijn niet bijgelovig. Ik ben überhaupt niet gelovig. Had ik dat wél moeten zijn? Achteraf?

Mijn terugtocht van het concertgebouw naar huis duurde zo’n slordige vier uur. Josien deed er dus een kleine twee weken over. Gisteren werd ze geopereerd. Ze was euforisch na de operatie. Zo fijn om te zien. Ik maakte me wel een beetje zorgen. Haar arm voelde nog als een vreemd rubberen ding. En…als de verdoving uitgewerkt is…dan is hij uitgewerkt, zullen we maar zeggen. Tweede waar ik me een heel klein beetje zorgen over maakte was de combinatie euforie en bijkomen van een operatie. Dat heeft tot een psychose geleid bij iemand dicht in de buurt. Laat ik het niet te zwaar opnemen. Met pretoogjes stelde ze me voor om het verhaal over wat men met haar elleboog had uitgespookt, maar niet te vertellen. Ze had gehoord wat de artsen allemaal tegen elkaar zeiden. Ik kan me er wel wat bij voorstellen. Ik heb wel een idee over wat die artsen gedaan hebben. Laat maar zitten, dus die details.

Ook vertelde ze dat er zachte muziek draaide toen ze aankwam in de operatiezaal. Van-alles-en-van- iedereen-muziek. Daar krijg je de handen van mijn Josien niet mee op elkaar. Ze hadden haar gevraagd of ze de muziek niet storend vond. Daarop had ze geantwoord dat mooie muziek niet storend is, maar dat dit geen mooie muziek was. Ze hebben toen voor haar het requiem van Faure opgezet. Toen ik laatst een petieterig klein operatietje moest ondergaan, vroegen ze hetzelfde aan mij. Toen stond radio538 op. Ik heb toen maar geantwoord dat als zij er beter mee sneed, dat ik het dan allang best vond. Mijn mijn Josien durfde het aan om een andere muziek te vragen. Wat een mazzel dat de Kindertotenlieder van Mahler niet voorhanden waren… Het noodlot moet je niet tarten, dat heb ik wel geleerd.