Tagarchief: Bunschoten

Levens verwoest om niets

Ik heb me voorgenomen om pas iemand schuldig te verklaren als zijn of haar schuld onomstreden is. Niets lijkt me erger dan slachtoffer te zijn van een gerechtelijke dwaling. Beschuldig worden van iets verschrikkelijks betekent niet alleen onschuldig opgesloten worden maar ook uitstoting. Je wordt van de ene op de andere dag een paria. Niemand die je meer gelooft. Je raakt je vrienden kwijt en de kans dat je familie en je geliefden zich van je afkeren is levensgroot. Je raakt je werk kwijt en niemand vertrouwt je meer. Verschrikkelijk. Daarom probeer ik zo voorzichtig mogelijk te zijn met krantenkoppen.

Er zijn twee meisjes vermoord in de buurt van Spakenburg. Op zichzelf al erg genoeg. Voor die moord zijn twee jongetjes gearresteerd: Eén van veertien en één van zestien. Dat zijn verschrikkelijk jonge jongens. Verschrikkelijk jonge jongens kunnen verschrikkelijke dingen doen. Heus, ik ben niet naïef. Dat wil echter nog niet zeggen dat deze specifieke jongens die moorden ook hebben gepleegd. Dat weten we dus niet. We hebben geen enkele bewijs gezien. We hebben geen enkele getuige gehoord. We weten niets. We weten alleen maar dat er twee jongens van veertien en zestien zijn gearresteerd en dat hun arrestatie in verband wordt gebracht met de moord op twee meisjes van veertien. ‘De politie heeft ze vast niet zomaar gearresteerd’. Nee, zeker niet. Er zullen vast verdenkingen zijn. Het zullen ongetwijfeld jongens zijn die met de meisjes in contact stonden. Maar wat zegt dat allemaal? Die meisjes waren, voor zover ik weet, van gereformeerde huize. Qua jongens-meisjes relaties wordt er in die kringen ongeveer op dezelfde manier gedacht als in streng-islamitische kringen. Heb je zin en ben je verliefd dat is het stiekem, stiekem en nog eens stiekem. Stiekem dingen doen is niet erg totdat er iets ergs gebeurd; dan wordt het stiekeme verdacht. Ik verzin ook maar iets. Misschien is het zo wel gegaan. Ik weet het niet. Niemand weet het. Ook een seriemoordenaar die het op opgroeiende meisjes voorzien heeft, behoort bij mij nog tot de mogelijkheden…weet ik veel. De politie zegt van niet, maar men heeft niet laten zien waarom dan niet.

Ik zag gisteren op youtube een uitzending van een lokale zender. Straatinterviews in Spakenburg, Bunschoten of Hoevelaken. In ieder geval in die contreien. Geïnterviewden schudde meewarig het hoofd; dat zulke jonge jongens al tot zoiets verschrikkelijks in staat waren. Geen spat van twijfel meer; die jongens zijn de daders terwijl ze misschien alleen maar in beeld van de politie zijn gekomen omdat ze er een stiekeme verkering op na hielden met de meisjes. Juist bij zulke jonge jongens had ik meer voorzichtigheid verwacht van iedereen. Ik denk dat het van groot maatschappelijk belang is als het publiek meer hoort over wat er werkelijk gebeurd is. Als die jongens het gedaan hebben, dan hoop ik voor hen en voor ons allemaal dat ze uitleg geven over het hoe en het waarom.

Vandaag in de krant een artikel over de ‘Zes van Breda’. Een heel andere zaak. Het vermoeden is dat er jonge mensen slachtoffer zijn geworden van een gerechtelijke dwaling. Zes mensen van destijds rond de twintig jaar hebben naar alle waarschijnlijkheid vastgezeten voor een moord die ze niet gepleegd hebben. Ontlastend bewijs werd destijds genegeerd. Levens verwoest om niets. Verschrikkelijk!

Kindermoordenaar!

Ik was elf jaar oud. Mijn vader was van de aardbodem verdwenen. ’s Avonds in bed dacht ik aan de mooiste meisjes van de klas. Met Petra wilde ik wel de rest van mijn leven delen, dacht ik. Hand in hand lopen. In het zonnetje op ons rug langs de Gein tegenover de molen liggen. Op dat hele mooie plekje waar we als gezin weleens kwamen. Zo rustig. Daar wilde ik alleen met Petra liggen. Misschien zoenen, als zij dat wilde. Meer niet. Petra had zo’n lief gezicht… De rest van het vrouwelijk lichaam boeide nog niet. Toen nog niet. Maar ik dacht ook aan mijn vader en besefte me dat iemand waar je van houdt ook zomaar weg kan zijn. Vanuit mijn bed kon ik de omroeper in het Amstelstation horen. En de treinen die piepend en knarsend tot stilstand kwamen. Buiten was één groot avontuurlijk speelterrein. Met de spoordijk die absoluut verboden was voor ons. Net als het Blookerterrein waar de fabriek ruïne-achtige trekjes had gekregen. Hartstikke verboden. Maar zo spannend. Maar toen werd de moord gepleegd.

Niet zo heel dichtbij, maar ook niet ver weg genoeg van ons vandaan woonde Basje Bloemena. Dat arme kind werd beroemd omdat hij vermoord werd gevonden in een deken. Een foto van die deken zagen we overal. Basje zat in dezelfde leeftijdscategorie als ikzelf, mijn broertje en mijn zusje. Mijn moeder was bang dat ons iets zou overkomen en waarschuwde ons voor kinderlokkers. Maar wij kinderen waren onverschrokken. Niet bang, zolang we samen waren en daar zorgde ik voor want ik had veel vriendjes in de buurt. Heel erg veel.

Vaak liep er door de buurt een man met een grote rugzak op zijn rug. Hij praatte in zichzelf. Soms stond hij even stil en dan maakte hij wilde gebaren met zijn armen. Net of hij iemand iets duidelijk wilde maken. Maar er was niemand. Hij stond in het luchtledige te praten. En dan liep hij weer verder. Een gekke man. Wij vonden de man erg verdacht. Dat kon best onze kindermoordenaar zijn, vonden we. We zouden de wereld kunnen helpen door die man te bespieden en te achtervolgen. Maar op een dag was Pietje erbij. Pietje overwon onze angst. ‘Hé, halvegare!’ riep Pietje naar de man: ‘Ben jij de kindermoordenaar?’. De man bleef staan en wendde langzaam zijn steven. Naar ons. Verwilderd keek hij ons aan. Ook boos. Razend. Er kwamen geen woorden uit zijn mond. Maar met zijn vuisten geheven en luid grommend stormde hij op Pietje af. ‘Kindermoordenaar!’ schreeuwde Pietje nog en toen zette we het op een lopen want stel je voor dat hij één van ons te pakken kreeg. Maar ónze gek had het helemaal niet gedaan; het was de Donald Duck-man. Mijn moeder schrok nog veel harder toen dat bekend werd want wij hadden een abonnement op de Donald Duck en misschien was de man die ons blad bezorgde wel… Maar ons is niets overkomen; wij zijn niet vermoord!.

Er zijn in de buurt van Bunschoten even dicht als los van elkaar twee meisjes van veertien vermoord. Zomaar. Ze zijn allebei in een sloot gevonden. Niet in dezelfde maar in verschillende sloten. We weten er nog te weinig van. De politie houdt zijn mond dicht. Alleen maar dat het ene meisje Savannah heette. Een beladen naam want er is al eerder een beruchte moordzaak geweest met een Savannah. Als ik een dochter van veertien had gehad, had ik hetzelfde gedaan als mijn moeder destijds. Ik zou haar waarschuwen voor enge mannen. Misschien een busje haarlak meegeven dat ze in zijn ogen kan spuiten. Wat kan je nog meer doen als vader?