Tagarchief: bevolkingsonderzoek

Buikpijn

Ik wil het er eigenlijk niet over hebben. Darmen. Maar ik moet wel, want darmen zitten me dwars. Sinds de uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek voor darmkanker bij mij door de brievenbus kwam, zit ik in zak en as. Ik wil geen darmkanker. Ik wil er geeneens aan denken. Ik wil struisvogeltje spelen. Mijn kop in het zand steken. Op het moment van overlijden wil ik pas horen dat het aan mijn darmen lag. Maar nu er een onderzoek wordt aangeboden zit ik in een verschrikkelijk dilemma. Ik wil er helemaal niets van weten, maar nu het me wordt aangeboden om een onderzoek te doen… Ik heb helemaal niets met darmen. Helemaal niets. Hoewel…

 Ik heb onlangs negen meter darm gekocht. Die darmen leken in niets meer op de darmen die wij in ons buik hebben zitten. Eigenlijk alleen het buitenste vliesje. Netjes helemaal schoongeboend en gespoeld. Ze lijken meer van plastic. Geen mens kan er misselijk van worden alleen mijn jongste zoon. Die gruwt bij al het lichamelijke. Zijn broers hielden er wel van om hun kleine broertje te plagen: ‘Had je al gezien wat we eten? Worst. DARM gevuld met gehakt.’ Dan zag je dat arme jochie wit wegtrekken. Hij wilde sowieso al niets eten dat ooit gevlogen, gekropen, gelopen of gezwommen had. De overtreffende trap van een stuk lillend vlees is DARM. Geen idee waar hij het vandaan heeft want deze papa maalt gerust een heel varken en stopt dat in zijn eigen, goed schoongeboende darmen. Heb ik dus de afgelopen weken ook gedaan. Voordat de uitnodiging voor dat vermaledijde onderzoek door de brievenbus kwam. Ik kocht een varkensschouder en negen meter darm en ging slagertje spelen. Ik maakte de ultieme rookworst. Met een vleug venkel en veel minder zout. En vervolgens koud roken op eikenhoutmot.

Ik heb de handleiding al helemaal uitgespeld. Stel dat ze darmkanker denken te hebben geconstateerd louter en alleen omdat je het fout hebt gemaakt. Je hebt de handleiding niet gelezen en je poep opgestuurd en ze constateren dat je kanker hebt maar dat komt doordat je het niet goed gedaan hebt. Dus deze jongen ging van a tot z door alle paperassen. Oke, dus zorgen dat er geen water meer op het wc-plateautje ligt. Een laag wc-papier erop en dan pas je ding doen. Vervolgens op vier plekken in de hoop prikken met het bijgeleverde staafje. Dan zo snel mogelijk in de antwoordenveloppe opsturen. Eerst controleren of de brievenjongens die dag wel de post komen ophalen want de stront dient vers in het laboratorium aan te komen…

Ik had een keer denigrerend gedaan over een gevluchte vrouw die zo verschrikkelijk verlangde naar een bord schapendarmen volgens haar mams recept. Ik dacht meteen aan de steriele darmen die ik vul voor mijn oh zo lekkere rookworst. Maar inmiddels weet ik beter. Mijn jongste, die al wit wegtrekt als hij de ‘d’ van DARM hoort, heeft zijn grote liefde gevonden in een buitengewoon lieve Thaise. Samen met hen gingen we op vakantie in Thailand. Natuurlijk wilde ik de ingewandensoep proberen. En ja hoor, daar dreven ook stukjes darm in. Nee, niet dus dat dunne doorzichtige velletje, maar strengen waar je de gelobte binnenwand kon herkennen. Met behoorlijk wat weerzin stak ik een stukje in mijn mond…maar het was lekker. Zoals alles wat er in de soep zat. De bouillon was fantastisch.

Ik denk dat ik volgende week mijn poep ga prikken…Jekkes. Sinds ik mijn naam op een enveloppe samen met het woord darmkanker zag staan, heb ik lichte buitpijn.

Een bange struisvogel

Ik dacht dat ik een uitzondering was. Maar natuurlijk is dat niet zo. Hele volksstammen lijden eraan. Hypochondrie. Het gevoel dat je een verschrikkelijke ziekte onder de leden hebt en dat je het niet meer lang gaat maken. Ik heb er zelf behoorlijk veel last van. Vooral in het combineren van lichamelijke sensaties en daarmee het verzamelen van symptomen. Ik luister dan ook heel erg goed naar mensen die een verschrikkelijke ziekte hebben. Wat voelden ze precies toen men de ziekte ontdekte? Wat waren de eerste itekenen dat er iets mis was? En dan maar voelen bij jezelf…Had ik daar geen pijntje… of daar? Maar nog liever hoor ik er niets over, want altijd vissen naar pijntjes in mezelf is erg vermoeiend…en het maakt me dus bang.

Hypochondrie deed mij niet mijn leven veranderen terwijl je dat wellicht wel zou verwachten. Mijn opa ging dood aan longkanker en één voor één vielen mijn ooms. Allemaal zware rokers. Ik was destijds ook een zware roker. Voordat ze stierven aan de gevreesde ziekte, vertelden ze steevast dat het begon met een zeurende pijn in hun rug. Toen dat tot mij doordrong voelde ook ik daar de pijn. Ik rookte een sigaretje en voelde een pijn in mijn rug die maar aanhield en maar aanhield. Geen stekende, maar een zeurende pijn. Zoals mijn opa en ooms hem beschreven hadden. En door dat roken van mij had ik best een kans om die gevreesde ziekte te krijgen. Dus zo gek was die zeurende pijn niet.

Maar hypochonder of niet; dreiging van kanker liet mij niet stoppen. Seks was bij mij de juiste snaar. De angst om nooit meer seks te kunnen hebben, dat deed het ’em. In de kamer naast me werkte een man van een jaar of vijfenvijftig. Een straffe roker. Om de zoveel tijd raakte de man in een diepe hoestbui. Daarmee leek hij zijn diepst zittende longblaasjes op te rochelen. Dat opgerochelde spul moest hij kwijt en omdat uitspugen heel onbeleefd was op het werk, slikte hij de zooi met veel misbaar door. Een misselijkmakende exercitie. Voor de toehoorder dan. Een bovenste beste aardige kerel, daar niet van, maar wat verschrikkelijk smerig. ‘Welke vrouw wil nou neuken met zo’n smeerpijp’, dacht ik. Niemand, besloot ik. En omdat ik toen nog lang geen vijfenvijftig was en omdat ik vreesde dat als ik door ging met roken, ik op mijn vijfenvijftigste ongeveer net zo’n rochelende hoest zou hebben als hij, stopte ik subiet met roken. Ik wilde neuken tot aan mijn levenseinde!

Maar dat alles neemt niet weg dat ik bang ben voor alles. Als de plas een dag niet lekker wil stromen: Prostaatkanker. Als ik last heb van een bubbelbuik: Darmkanker. Als ik pijn in mijn rug heb: Lonkanker (de angst is zeker nog niet weg). Steken in mijn  ballen: Balkanker (echt het allerergste wat je kunt krijgen). Er komt – of er is – een bevolkingsonderzoek naar darmkanker. Zal ik meedoen of niet? Als ik meedoe en ik blijk inderdaad kanker te hebben, dan is mijn gelukkige leventje voorbij. Dan wordt het ziekenhuis mijn tweede huis. Verschrikkelijk. Als ik niet aan het onderzoek meedoe, dan heb ik misschien kanker zonder dat ik het weet en dan ben ik ineens dood. Maar stel dat ik meedoe en ik heb geen kanker…dan zou ik het een maand later wél kunnen hebben; garantie tot de voordeur, dus. Ik weet het gewoon nog niet. Ik heb ook nog geen uitnodiging gekregen, trouwens. Ik lees er net over in de krant. Lezen over kanker…ik doe het liever niet…Een bange struisvogel, dat ben ik.