Tagarchief: Asha ten Broeke

Karaktermoord en truth bias

Inderdaad, ik heb nog niets geschreven over Jelle Brand Corstius. Ik heb nog helemaal niets gezegd over de man die zo hard van zijn voetstuk is gevallen dat ik het alleen maar met open mond heb aangezien. Verder niets. Na wat slikken heb ik mezelf beloofd om nooit meer naar iets van hem op televisie te kijken of ooit nog een boek aan te raken waar zijn naam op staat gedrukt. Nooit meer. Wat een lapzwans! Hoe kun je zo keihard, in het openbaar, iemand van verkrachting beschuldigen terwijl je dat op geen enkele manier kunt bewijzen. Ik snap dat niet. Karaktermoord plegen is gewoon geworden en iedereen komt er mee weg. Gekkie Asha ten Broeke vindt dat vermeende slachtoffers überhaupt niets hoeven te bewijzen; ze zouden van haar sowieso gelijk moeten krijgen. Maar Asha, heb je er wel eens over nagedacht dat die slachtoffers van jou, daders kunnen zijn? Daders van karaktermoord?

In het AD van 28 november geeft psycholoog René Diekstra een wetenschappelijke basis aan het fenomeen ‘karaktermoord’: Truth Bias. Wij zijn allemaal geneigd om datgene dat gezegd wordt meteen te geloven. Zo zijn we geprogrammeerd. Als we aan alles zouden twijfelen dat ons wordt verteld, dan zouden we niet meer vooruitkomen. Er komt zoveel informatie binnen. Daarom, de eerste die beschuldigt, heeft de karaktermoord gewonnen. De beschuldigde moet zich verdedigen maar zal er heel veel minder in slagen om anderen te overtuigen dan degene die beschuldigde. Na de beschuldiging zit het al meteen, als feit, in het brein van de toehoorders gespijkerd. Op zich kunnen de spijkers er wel uitgetrokken worden, maar de gaten zitten er. Er blijven sporen achter. Gijs van Dam kan zich wel verdedigen maar zelfs als hij bewijzen kan dat hij Jelle Brand Corstius niet verkracht heeft maar dat ze lekker samen een avondje tot wederzijds genoegen hebben liggen rollebollen, zelfs dan hebben we nog de neiging om te denken dat waar rook is ook vuur is. We blijven denken dat die Gijs van Dam iets fout moet hebben gedaan. Daarom heb ik een hekel gekregen aan Jelle Brand Corstius. Een zedenzaak ligt altijd gevoelig. Voor een zedenzaak heb je zo een meute tokkies op de been om de vermeende dader met geweld weg te jagen. Daarom Jelle Brand Corstius: Zelfs als je echt verkracht bent, moet ik niets meer van je hebben. Dan had je op dat moment aangifte moeten doen en het voor de rechter uitvechten.

Ik las het verhaal van Ruut Weissman. Ook zo’n persoon waar stevig op in gehakt is via de media. De man vertelt door een hel te gaan en zich absoluut niet te herkennen in het beeld dat men van hem schetst. Hij zegt in geen dertig jaar met ook maar iemand iets erotisch te hebben gehad buiten zijn huwelijk. Dat hij weliswaar fysiek bezig is maar dat dat te maken heeft met zijn vak: toneelregisseur. Een vak waarin je vaak mensen moet aanraken. Acteurs en actrices. Zolang dat zonder ongewenste geiligheid gebeurt, lijkt mij daar niets mis mee. Hoewel…valt niet mee. Ik denk dat je als theatermens tegen een geil stootje moet kunnen. Je hoeft je natuurlijk niet te laten aanranden of verkrachten. (zelfs ik, ja, zelfs ik blijf een heel klein beetje denken: Jaja, Ruut, die lekkere actricekontjes daar blijf jij niet af…zelfs ik)

Asha ten Broeke. ‘Wetenschapsjournalist’ prijkt er ambitieus naast haar naam. Tsja. Jelle Brand Corstius moeten we van haar op zijn woord geloven. Vandaag weer de loftrompet over racist Gloria Wekker. Wat moet ik met Asha ten Broeke?

De hoer spelen

Met Asha ten Broeke ben ik het zelden eens. Zij vindt dat mensen die zich in de #metoo hype als slachtoffer aanmelden, zonder meer geloofd moeten worden. Het zal me wat worden! Of men zich presenteert als slachtoffer, zegt nog niets over het feit of je een manipulator bent. Zegt niets over de omstandigheden waaronder je slachtoffer zegt te zijn geworden. Mensen zomaar geloven die zeggen dat ze slachtoffer zijn is niet alleen naïef, het is fout; heel erg fout. Het druist frontaal tegen de rechtstaat in. Asha ten Broeke nam ik al niet serieus, maar na haar laatste artikeltje neem ik haar nooit meer serieus. Van Elma Drayer had ik, daarentegen, wel een hoge pet op. Weliswaar kiest ze in man-vrouw discussies rücksichtslos voor de vrouw, maar meestal vind ik dat wel oke. Misschien dat ik het er niet helemaal mee eens ben, maar kom op, voor negentig procent vaak wel.

Vandaag schrijft ze over Melissa Farley, de anti-prostitutie goeroe, en terwijl ik Drayers column lees, bekruipt me een gevoel dat Drayer niet helemaal doorheeft dat Farley (net als #metoo), een hype vertegenwoordigd vanuit de Verenigde Staten die onze relatieve seksuele vrijheid aan banden aan het leggen is. Heus ik ben geen verstokte vreemdganger en al helemaal geen vrouwenverslindende Casanova. Helemaal niet. Maar ik zie wel hoe Nederland, na een periode van vrijheid, langzamerhand bedekt wordt met een deken van schaamte en preutsheid. Ik zie dat men langzaam steeds minder vrij wordt. Een psychologe, onderzoekster uit Amerika, die iets beweert over seks, daar zet ik al meteen mijn vraagtekens bij. Ik ken het onderzoek van Farley niet, maar wantrouwen doe ik het wel. Na Diederik Stapel en Roos Vonk weten we dat psychologisch onderzoek doorgaans niet deugt, maar wel alles kan bewijzen. Waarom zou dat onderzoek van Farley wel deugen? Bovendien drijft Farley mee op een anti-seks en een anti prostitutie hype vanuit Amerika. Wat moeten we daarvan denken? Ik mis de kritische blik van Elma Drayer die ik anders zo waardeer.

Ik weet heus wel dat prostitutie geen gewoon beroep is. Vanuit sekswerkershoek wil men dat ons graag laten geloven. Dat er heel vaak geweld aan te pas komt, en dat er weinig vrouwen zijn die zich echt gelukkig voelen in de prostitutie, dat zal best zo zijn. Maar prostitutie wordt niet alleen veroorzaakt door mannen die geld verdienen aan vrouwen of mannen die hun bevrediging vinden in de schoot van de hoer. In zekere zin is prostitutie vaak een laatste vangnet voor de totale ondergang. Een redmiddel is het voor vrouwen. Waar mannen alleen nog maar kunnen kiezen voor rover, inbreker of fraudeur, hebben vrouwen ook nog de mogelijkheid om de hoer te spelen. Daarom is prostitutie heus een bak ellende, alleen moet je je de vraag stellen hoe je die bak ellende bestrijdt. Je moet je afvragen of verbieden en straffen de juiste weg is en of je, als maatschappij, prostitutie wel helemaal kwijt wil.

Elma Drayer vindt dat als een klant een prostitué bezoekt, hij haar misbruikt heeft. Daarom vindt ze dat het onterecht is als prostitutie wordt overgeslagen in de #metoo discussie. Flauwekul dus; de hoer was erg blij met de klant, want ze heeft geld verdiend. Klaar.

Hypes vanuit Amerika

Alsjeblieft laten we ophouden. Laten we er helemaal mee stoppen. Om te voorkomen dat regisseurs, acteurs, politici in de openbare seksuele mangel geraken worden inmiddels al excuses aangeboden voor intimiteiten die de vermeende slachtoffers zich niet eens meer kunnen herinneren. Laten we stoppen met deze oeverloze, uit Amerika overgewaaide hype. Gewoon stoppen. Mensen worden tegen misbruik beschermt door de wet. Maak daar gebruik van! Mensen die last hebben van ongewenst gedrag van anderen: Wordt weerbaar! En hiermee sluiten we de discussie.

Veel interessanter en veel bedreigender is een andere hype die overwaait vanuit Amerika en die zich hier al een tijdje irritant en dreigend heeft genesteld. Het gaat om een nieuwe kijk op culturele identiteit. Die nieuwe kijk op de samenleving wordt uitgedragen door mensen als Sunny Bergman en Asha ten Broeke en van een frauduleus wetenschappelijk jasje voorzien door Gloria Wekker. Het is puur antiracistisch racisme waarbij schuld en boete een grote rol spelen en waarbij bevolkingsgroepen op grond van hun huidskleur als schuldig of onschuldig worden neergezet. Op een verwerpelijke manier worden mensen in de Nederlandse samenleving ingedeeld op grond van een bedachte culturele achtergrond die goeddeels vastligt en waar je nauwelijks vanaf komt. Ik hou mijn hart vast voor deze stroming die, met wellicht goede bedoelingen, aanstuurt op segregatie.

Vandaag schrijft Stephan Sanders in zijn column in de Volkskrant over deze hype: ‘Wit en zwart beginnen in Nederland op zijn Amerikaans tegenover elkaar te staan.’ En eerlijk gezegd zie ik dat ook. Met haar films ‘Wit is ook een kleur’ en ‘Zo zwart als roet’ zet Bergman de witte Nederlander neer als losstaande entiteit, maar vraagt ze zich tegelijkertijd niet af of die entiteit wel op die manier bestaat. Louter op grond van de kleur van je huid ingedeeld worden in een groep met bepaalde eigenschappen is racisme pur sang; ook wanneer dit door een wetenschapper ‘van kleur’ wordt gezegd.

Als ik mijn wenkbrauwen samenknijp, de glimlach van mijn gezicht laat verdwijnen en strak onder mijn wenkbrauwen door in de spiegel kijk, dan zie ik de boze witte man. Ja, mijn huid is echt wit. Geen straaltje zonneschijn of mijn huid verbrandt. Daarom voel ik me ook zo aangesproken. Ik wil geen racist zijn en ik wil ook niet zo genoemd worden. Mijn vader had een witte huid en mijn moeder ook. Dat is de reden dat ik een witte huid heb. Meer niet. In mijn familie geen slavernijverleden… zou je denken. Maar de laatste slaaf in mijn familie is tien jaar geleden overleden. Mijn omaatje. Mijn diep beschadigde en getraumatiseerde joodse omaatje. Ze heeft een paar jaar als slaaf moeten werken in Polen en mocht haar leven behouden als beloning. Weliswaar kreeg ze slaag en nauwelijks te eten, maar ze bleef leven. Zij leerde me dat racisme altijd op de loer ligt en daarom- zij stond daar heel anders tegenover – wil ik niets weten van het jodendom. Mijn moeder voelt zich joods, ik niet. Helemaal niet. Ik heb er niets mee. Ik voel me wél Nederlander. Met hen deel ik dezelfde taal en sta ik achter hetzelfde (vrouwen)voetbalelftal. Verder niets.

Van oude mensen…

Het is altijd moeilijk als er dingen worden weggezet terwijl jij ze van belang vindt. Ik heb daar best moeite mee. Zaken die destijds als heel modern en misschien daardoor wel als vanzelfsprekend en als de enige juiste weg werden gezien, worden ineens volslagen onbelangrijk en soms zelfs ouderwets. Ook zaken die altijd zo waren en waar ik onwillekeurig erg veel waarde aan hechtte worden ineens gewijzigd. Ik kan me dan haast niet voorstellen dat mensen dat echt willen. Volgens mij heet dat ‘ouder’ worden. Dat ik niet meer zo sterk ben als vroeger en niet meer zo mooi gespierd en slank, dat heb ik met een gerust hart geconstateerd, maar dingen die meer van ‘de geest’ zijn, daar wil ik me van binnen best tegen verzetten.

De seksuele moraal bijvoorbeeld. Tussen mijn jeugd en de jeugd die nu leeft lijkt hij dramatisch verandert. Ik heb het gevoel dat destijds iedereen zich een stuk vrijer voelde. Heus, ik was helemaal geen man van de orgies, helemaal juist niet. Open en bloot en liever opener en bloter waren toen wel de trends. Er werd veel aandacht besteed aan experimenteren en de liefde. Bloot werd niet meteen geassocieerd met (verlangen naar) seks. Mannen en vrouwen en jongens en meisjes leken destijds veel meer ontspannen met elkaar om te gaan. En heus, veel te vaak werd ik door een gewild meisje als een lieve broer gezien terwijl ik veel meer wilde, maar het leek allemaal veel meer ontspannen. We wilden vrij zijn in alles wat we deden. Ik zie dat dat erg veranderd is. Hele groepen jongeren hebben met veel enthousiasme zwarte kousen aangetrokken. Zelfs in de steden. Objectief gezien loopt een groot deel van de meiden er als nonnetjes bij. En ik zie dat dat nonnetjesgedrag zich als een olievlek uitbreidt.

Iets anders is de geslachtaanduiding voor je naam. Ik hecht daaraan. Dat ik een man ben vind ik haast nog belangrijker dan hoe ik heet. Het bepaalt wie ik ben. Natuurlijk heb ik in de loop van de tijd ook daarin wel dingen zien veranderen. Op school hadden we bijvoorbeeld Engels van juffrouw Poortman. Nee, niet juf Poortman die van beroep juffie is. Nee, echt juffrouw Poortman omdat ze een ongetrouwde vrouw was. Juffrouw als aanduiding van een ongetrouwde vrouw voelde zo vernederend. Ik zou mijn uitermate humorvolle juffrouw Poortman nog wel een keer willen vragen hoe zij tegenover de aanduiding ‘juffrouw’ stond. Het was geen enkel geheim dat ze een stel vormde met juffrouw Nienkemper; eigenlijk dus best getrouwd. Ik ben blij dat de aanduiding juffrouw verdwenen is. Met terugwerkende kracht heb ik het veel liever over mevrouw Poortman.

Nu ligt meneer en mevrouw ook al onder vuur. En dat gaat mij te ver. Ik vind het prettig om als man aangesproken te worden. Nee, Asha ten Broeke, dat heeft feitelijk niet zoveel waarde; eigenlijk is het best nutteloos, die geslachtaanduiding want we zijn als mensen allemaal gelijk. Maar ik vind het gewoon fijn. Heel erg fijn. Ik voel me gezien als mens. Zelfs als dat ‘meneer’ er door een computer opgesmeten is. Als ik in een brief word aangesproken met ‘Beste meneer De Klerk’ dan voelt dat goed terwijl ‘Beste meneer/mevrouw De Klerk’ vervelend voelt. Laat staan: ‘Beste De Klerk’ Ik denk dat ik oud begin te worden…

Nageltje aan mijn doodskist

De discussies met mijn jongste, zo verschillend van mij denkende zoon, geeft gelegenheid tot zelfreflectie. Hoe sterk zijn mijn standpunten eigenlijk en hoe vastgeroest. Soms is dat confronterend. Wat je jarenlang vol overtuiging verkondigde blijkt lang niet zo zeker als je dacht. Pijnlijk. Vaak is het ook verfrissend. Soms denk ik, had die en die ook maar een jongste zoon die zo heftig verschillend denkt. De omgekeerde spiegel die je voorgehouden wordt brengt je nieuwe inzichten. Neem bijvoorbeeld de jodenvervolging in de tweede wereldoorlog. Ik ben er helemaal mee opgegroeid. Mijn moeder, mijn omaatje, mijn opa, mijn tantes…de oorlog de oorlog en de oorlog. Vergassing, concentratiekampen, honger. Ik ben er mee groot gegroeid en in mijn stelligste overtuiging is alles wat er over geschreven is, alles wat er over gefilmd is, uitermate belangrijk. Daar denkt mijn jongste zoon dus heel anders over. Heus hij is geen holocaust ontkenner ofzo en hij staat zeker niet te wachten om iets uit die tweede wereldoorlog goed te praten, maar hij beschouwt het wel als geschiedenis. Iets dat ooit geweest is. Iets dat nu voorbij is. Heel erg verschrikkelijk, heus wel, maar het past in het rijtje van andere heel verschrikkelijke dingen die de mensheid is overkomen. En hij zegt dat we zo’n holocaust moeten voorkomen, maar dan ook net zo goed de uitroeiing van de Tutsi’s door de Hutu’s, of de Armeniërs door de Turken. En daar heeft die jongste van mij helemaal gelijk in. Zo uniek was die holocaust niet. Wel misschien de manier waarop de holocaust is uitgevoerd, maar niet als fenomeen. Zo leer ik door mijn zoon de wereld herontdekken en vaste waarheden ter discussie stellen. Ik gun anderen ook wel zo’n zoon. Mensen die denken dat ze de waarheid in pacht hebben.

Neem bijvoorbeeld Asha ten Broeke. Ik gun haar echt mijn zoon. Laat haar eens een paar avonden discussiëren met mijn nageltje aan mijn doodskist. Ja, ik kwalificeer hem nu even negatief want tijdens zo’n discussie verwens je hem vaak. Je moet iets masochistisch hebben om zo’n trap op je ziel fijn te vinden. De catharsis komt pas na afloop, als je alles nog eens overweegt wat het rotjoch je voor de voeten heeft geworpen. Dan denk je…mmmm. En soms…tsja… En dan zit er best wat in.

Asha ten Broeke heeft heel erg vaststaande waarheden. Dat blijkt ook weer uit haar column van vandaag. Natuurlijk heeft ze het over de SIRE-reclame en beweert ze dat de makers een ‘Mars-en-Venus-kloof van spelende kinderen uit hun duim zuigen’. Voor haar heb je geslachtloze mensen die allemaal zo ongeveer dezelfde behoeftes hebben. Dat jongens op dit moment stelselmatig slechter presteren in het onderwijs kan dus niet aan het feit liggen dat ze jongens zijn maar…ja, aan wat dan wel? Laten we zeggen dat het eraan ligt dat ze een piemel hebben.

Maar ook Ten Broekes standpunt in de racisme discussie en de nauwelijks serieus te nemen Gloria Wekker. Asha ten Broeke weet alles zeker en haar columns kan je haast van tevoren uittekenen. Nee, ik gun Asha ten Broeke een paar daagjes met mijn jongste. Ik hoop dat het haar goed doet. Nou maar hopen dat mijn jongste ook met haar aan de praat wil.

Asha begrijpt meer dan het lijkt!

Ieder jaar, vlak voor de intocht van Sinterklaas als er zwarte-pieten-activisten aankomen, dan laten burgemeesters noodverordeningen ingaan die  demonstreren verbiedt. Dat mogen burgemeesters eigenlijk niet, want we hebben vrijheid om te demonstreren, maar toch gaan die noodverordeningen in. Burgemeesters laten zich even helemaal niets gelegen liggen aan hun wetskennis. Burgemeesters kijken naar de situatie en besluiten dat het overtreden van de wet, belangrijker is dan diezelfde wet handhaven. Burgemeesters hebben uit twee kwaden de minst kwade oplossing gekozen. Columniste Asha ten Broeke doet net alsof ze dat niet begrijpt.

‘Voetjes afvegen met onze rechten’ staat boven haar column. Ik proef die titel, ik snuffel eraan. Hij klopt niet. Je veegt je voeten niet af. Voeten veeg je. Zonder ‘af’. ‘Met onze rechten’ klinkt ook al niet goed. Het bekt allemaal slecht…voetjes vegen met onze rechten…Ze zal bedoelen dat burgemeesters hun reet afvegen met de grondrechten… Klopt! Maar burgemeesters hebben te maken met een dilemma… Dat weet Asha ten Broeke heus wel.

Pieten waren lange tijd heel erg zwart, maar omdat sommige mensen last hadden van de overeenkomst tussen hun kleur huid en de kleur van Zwarte Piet, hebben Pieten nu zwarte vegen op hun gezicht zodat niemand meer een overeenkomst ziet tussen een donkere huid en Zwarte Piet; dat is stukken beter!

Zo’n slordige twee weken voor 5 december worden Sinterklaas en zijn Pieten feestelijk binnengehaald. Duizenden kinderen staan dan gewapend met vrolijke vlaggetjes en pietenmutsen met hun ouders langs de route die Sinterklaas en zijn Pieten door stad of dorp gaan afleggen. Erg kwetsbaar allemaal, die kinderen.

Helaas doen aan het debat over de kleur van Zwarte Piet extremisten mee. Extremisten houden geen rekening met een minderheid maar ook niet met een meerderheid. Voor extremisten telt slechts hun eigen gelijk. Zo heb je aan de ene kant extremisten die vinden dat de roetvegen niet ver genoeg gaan, en aan de andere kant mensen die Zwarte Piet nog veel zwarter willen. Als de één demonstreert, wil de ander dat ook. Komen ze bij elkaar dan wordt het een erg ongezellige boel. Daarbij is het niet uitgesloten dat de toegestroomde kinderen tussen die ongezellige extremisten in komen te zitten. Je wilt niet dat kinderen zien dat de ME tussen beiden komt of dat kinderen moeten rennen voor hun leven. Zie daar het burgemeesters dilemma! Maar dat begreep Asha ten Broeke heus wel! Als wetenschapsjournaliste ben je niet op je achterhoofd gevallen!