Tagarchief: Alice Coote

Roukens en Brahms – Het Nederlands Philharmonisch Orkest

Gehoord op 18 juni in het Concertgebouw in Amsterdam. Dirigent: Marc Albrecht

Gustav Mahler! Als de nieuwe seizoenbrochure uitkomt streep ik rücksichtslos alles van Mahler aan. Die gaan we sowieso bijwonen! In November de Kindertotenlieder en gisteren de Rückertlieder. Beide cycli gezongen door de Engelse zangeres Alice Coote. De Kindertotenlieder in november waren fantastisch, maar de nastoot van het concert verliep voor ons dramatisch. Het concert in november kreeg de titel ‘Mahler’s voorgevoel’; enige tijd na het componeren van de Kindertotenlieder overleed Mahler’s dochter. Maar ook voor ons had het concert een voorgevoel moeten zijn. Josien kletterde van haar fiets in de stromende reken en brak vijf ribben plus haar elleboog en revalideert tot op de dag van vandaag. Gisteren volgde, na de Kindertotenlieder, de tweede Mahler cyclus. De gedichten voor beide liederencycli zijn door Friedrich Rückert geschreven.

Als de mezzosopraan Alice Coote op het podium staat, dan staat er iemand. Ze heeft een enorme acte de présence. Bovendien een dito stem. Niets warmlopen of wennen aan de zaal, vanaf de eerste toon die haar keel verlaat trekt ze alles naar zich toe en staat ze er. Een prima eigenschap voor een zangeres. In de brochure wordt genoemd dat ze geschikt is voor barokopera. Dat kan zo zijn, maar ik denk dat ze zeker ook op haar plaats zou zijn in Wagner- of Strauss opera’s. Een dijk van een stem! Ik heb genoten. Wederom! Hoewel ik het eerste lied (Ich atmet’ einen Linden Duft) ietsje te sloom vond. Het tempo lag wat mij betreft net even ietsje te laag. Daardoor werd het wat stroperig. Maar dat werd weer ruimschoots goedgemaakt door de andere liederen. Apart wil ik nog noemen het laatste lied. Ich bin der Welt abhanden gekommen. Dat dringt door tot in de vezels van je wezen. Wat mooi. En zeker hoe het gisteren werd uitgevoerd. Zangeres en orkest vloeiden ineen. Maar toch bleef Alice Coote dominant op de voorgrond. Zo moet Mahler het hebben bedoeld!

Had Alice Coote een acte de présence op het podium, Joey Roukens heeft dat achter de tafel waaraan hij componeert. Roukens is geen podiumdier. Zelden iemand gezien die zo gestrest het applaus in ontvangst neemt. Ik kreeg haast medelijden met hem daar op het podium; hij wilde daar helemaal niet zijn. Terwijl hij het zeker verdiend had want zijn compositie Morphic Waves mocht er zijn. Ik heb met open mond geluisterd. Ik hoorde echt nieuwe klanken. Ik weet dat ‘prettige klanken’ niet direct een aanbeveling zijn voor een componist van hedendaagse muziek, maar zo was het wel. ‘Prettig’ in de zin van goed te volgen. Maar naast goed te volgen, was het gewoon goede muziek, mooie muziek, vernieuwende muziek. Ik hoorde wat invloeden van de minimal music van Glass, maar toch weer zo eigen, dat ik het er niet mee vergelijken kon. Vooral het eerste deel van steeds repeterende noten. Hoewel bij Roukens dat repeteren vooral vanuit het ritme kwam. De muziek ontwikkelde zich naar een lekkere swing. Invloeden van de popmuziek? Geen idee. Maar waar een componist uit de negentiende eeuw terugvalt op de dansen die hij kende (wals, mazurka, polka), zo valt een hedendaagse componist terug op de dansritmes van deze tijd. Gezien het feit dat Joey Roukens nog maar net de dertig is gepasseerd, verwacht ik nog veel moois! Morphic Waves belooft heel veel terwijl het op zichzelf al een belofte inlost. Wat moet het fantastisch zijn om een symfonieorkest op deze manier te kunnen besturen!

Tot slot speelde het Nederlands Philharmonisch Orkest de vierde symfonie van Johannes Brahms. Personlijk vind ik dat de makkelijkst te verteren symfonie die Brahms geschreven heeft. Het eerste deel loopt als een klaterend beekje door de bergen op een zonnige dag in de vakantie. Fris en helder. Geen moeilijke watervallen of stroomversnellingen. Prettig om tegen te komen want het water lest je dorst en het stromende heldere water brengt je in een heerlijk hypnotische roes. Nee, geen problemen bij het verteren van de vierde symfonie van Johannes Brahms. Een erg mooie afsluiting van het programma dat met Mahler en Roukens begon.

Josien en ik kwamen heelhuids na het concert thuis. Godzijdank!

Nederlands Philharmonisch Orkest – Mahlers voorgevoel

Gehoord en gezien op 14 november 2015

Dat was dus een fantastisch concert met een afgrijselijke afloop. De afloop had niets met het concert te maken, dus moet ik het hier buiten beschouwing laten. Hier dus niets over de stromende regen, de smak van Josien tegen het plaveisel, het wachten op de ziekenauto liggend in de regen op het fietspad, de uren op de eerste hulp. Toch blijft het onlosmakelijk verbonden met dit concert. Het voorgevoel van Mahler bleek ook voor ons onheilspellend. Maar Josien zal herstellen en daarna zullen we tientallen andere concerten bezoeken; samen.

Voorafgaand aan het concert nam Marc Albrecht het woord. Een indrukwekkende toespraak naar aanleiding van de aanslagen in Parijs de dag ervoor. Daarna een minuut stilte voor de slachtoffers. Indrukwekkend!

Het concert begon met hedendaagse muziek van Peter Ružička. Een concert met erg veel slagwerk. Ik heb daar van alles in gehoord. Delen waren erg spannend, dissonanten schuurden. Soms keihard dan weer heel subtiel; ook in het slagwerk. Het laatste stuk van de compositie had de componist echter niet veel meer te vertellen, viel me op. Hij bleef doorgaan met een afwisseling van heel zachte muziek en dan een paar stevige knallers van de complete slagwerkgroep. Ik merkte dat ik het toen wel echt gezien en gehoord had. Een tijdlang bleven de violen hangen in een heel hoog gepiep. Dat werkte akelig op mijn voortanden. Maar al met al een spannend en boeiend stuk. Toen de componist na afloop op het podium kwam heb ik hartgrondig voor hem geapplaudisseerd, ik vond het een bijzonder stuk en de dreiging die ervan uitging, voelde ik ook wel.

Daarna de Kindertotenlieder. Ik zou dat nooit gecomponeerd hebben als ik er het talent voor had gehad. Om de dood van kinderen moet je een eind heenlopen, vind ik, niet aan denken, niets mee doen. De angst voor het overlijden van je kinderen is erger dan de angst voor je eigen dood. Toch waagde Mahler het noodlot te tarten en zette de gedichten van Rὒckert op muziek. Erg mooie muziek.

Alice Coote zong ze. Ze kwam op in verrassend eenvoudige kleren. Geen design jurk met een onhandige sleep, geen hakjes waarmee je de kans loopt van de concertgebouwtrap te storten. Nee, gewoon in een broek. Heel bijzonder. Zelfs Alice Coote leek het moeilijk te hebben met het eerste lied. Het valt mij op dat heel vaak het eerste lied van een liederencyclus wat in het water valt. Voor mijn gevoel heeft dat te maken met de zenuwen. Een zangeres of zanger lijkt één lied nodig te hebben om haar zenuwen te overwinnen. Daarna is men in staat om het gevecht aan te gaan met de muziek en de kunst. Dat gevecht brengt de kunstenaar op het niveau waarin het sublieme ontstaat; waarbij de zanger(es) verbinding legt tussen de kunst en het publiek. Dat zag en hoorde ik gebeuren in de liederen die volgde op dat eerste lied. Erg fraai.

Het getarte noodlot lied het er trouwens niet bij zitten; het nam het leven van één van Mahler’s dochters…

Tenslotte de vierde symfonie van Schubert. De componist was negentien jaar toen hij dit stuk schreef. Ongelofelijk! Mijn kinderen waren nog echt kind toen ze negentien waren. Ik heb geprobeerd te horen of ik die onvolwassenheid kon vinden, maar dat kan niet; het is een absoluut volwassen stuk. Een symfonie op een hoog niveau. Niets negentienjarigs aan. Het eerste thema van het derde deel spreekt mij niet echt aan. Dit heeft niets met de leeftijd van de componist te maken, maar is wellicht een kwestie van smaak.

De vierde symfonie van Schubert werd prachtig gespeeld en wat dat betreft heb ik een heerlijk concert gehad.

Goed…toen gingen we weer naar huis. Door de stromende regen… zie het begin van mijn recensie. En nu ben ik eventjes een man alleen thuis en heb ik een onthande partner in het ziekenhuis…