Tagarchief: A.F.Th. van der Heijden

Mooi Doodliggen – A.F.Th. van der Heijden; Wel aardig maar zeker niet de beste.

Op 29 mei 2018 zette – waarschijnlijk – de Oekraïense inlichtingendienst de moord op  Arkadi Babtsjenko in scene. Niemand behalve de vermeende inlichtingendienst en Babtsjenko zelf wisten van dit toneelstuk af. Na de zogenaamde moord, was half kritisch journalistiek Rusland in diepe rouw. De volgende dag al bleek alle rouw helemaal voor niets; de man was nog springlevend en bleek een act te hebben opgevoerd om ‘echte’ moordenaars te pakken. Een verhaal dat zich ervoor leent om gedachtenexperimenten uit te voeren, want wat betekent dat nou allemaal. Wat betekent zoiets voor hemzelf? Een journalist die altijd kritisch was over overheden en die nu ineens, door angst gedreven, kritiekloos luistert naar een vermeende overheidsdienst. Wat betekent dat voor zijn integriteit. Wie gelooft hem na het opvoeren van zo’n act nog? Wat betekent zo’n leugen voor zijn naaste omgeving; van de mensen die van hem houden en die hem vereren? Een kolfje naar de hand van A.F.Th. van der Heijden.

Vaak grijpt Van der Heijden in zijn romans een bepaalde gebeurtenis in de werkelijkheid aan om er zijn roman omheen te spinnen. Dat stramien begon eigenlijk al in het vierde deel van zijn Tandeloze Tijd reeks. Daar was het de dood in een politiecel van kraker Hans Kok. In Het Schervengericht was de Amerikaanse zedenzaak tegen cineast Roman Polanski het onderwerp van de fantasie van Van der Heijden. In Mooi Doodliggen is de in scène gezette moord op Arkadi Babtsjenko de centrale gebeurtenis. Of Arkadi Babtsjenko zich net als romanfiguur Grigori Moerasjko heeft beziggehouden met het onderzoek naar het schietongeluk en MH17 (in de roman een beetje flauw MX17), dat weet ik niet. In de roman is zijn kritische houding ten opzichte van dat ongeluk reden voor de Russische geheime dienst om hem te vermoorden. Door zijn moord samen met de Oekraïense inlichtingendienst in scene te zetten, zouden de echte Russische moordenaars, die inmiddels al onderweg waren, gepakt kunnen worden.

In de roman Mooi Doodliggen heet Arkadi Babtsjenko Grigori Moerasjko. In velerlei opzichten lijken de twee dubbelgangers, maar dat zijn ze niet. Van der Heijden heeft alles verzonnen en heeft wat koppen uit de krant en het portret van Babtsjenko als uitgangspunt voor zijn roman genomen. Ga je associëren met deze uitgangspunten in je hoofd, dan kom je al snel bij de mensen die van hem gehouden hebben. Zijn vrouw, bijvoorbeeld. Ook de vrouw van Moerasjko wist niets van het toneelstukje dat hij samen met de veiligheidsdiensten in elkaar aan het zetten was. Voor haar moet de in scène gezette moord een nachtmerrie geweest zijn. Zijn vrouw Yulia en hun liefde belichamen de dramatische lijn in de roman.

Ik moet zeggen dat ik het deze keer niet altijd even makkelijk had bij het lezen van de roman. Sommige dingen spint Van der Heijden naar mijn smaak te veel uit. Op een gegeven moment is het wel genoeg. Zo besteedt de schrijver bladzijde na bladzijde aan de navel van Yulia, de vrouw van Moerasjko. Daarin verzamelt zich een plukje blauwwitte stof. Best intiem en illustreert vast iets. Maar om daar een pagina of tien aan te besteden, gaat wel ver. Eerlijk gezegd ben ik daar een keer compleet gestrand; heb het boek weggelegd. Pas heel veel later heb ik de roman weer opnieuw opgepakt en las ik het weer vanaf het begin en heb me toen over de weerzin van de navelfluff heen gezet. Dat viel niet mee. Maar de navelfluff staat niet op zichzelf. Er zijn meer keren dat ik vind dat iets bepaalds te veel wordt uitgesponnen.

Ook het effect dat de roman op mijn emoties heeft, maakt het best zwaar om te lezen. De in scène gezette pseudo-moord zie je van verre aankomen. Ik heb mensen die van mij houden en waarvan ik hou. Van hen kan ik me heel goed voorstellen wat het voor impact heeft als mij iets ernstigs overkomt. Ik kan namelijk heel goed invoelen wat het voor gevolgen heeft op mij als hen iets dergelijks overkomt. Als lezer voelde ik heel sterk het onrecht en het geschonden vertrouwen dat de hoofdpersoon zijn geliefden ging aandoen. Dat is natuurlijk de kracht van de roman, maar dat maakt het allemaal niet makkelijk. Een aantal keer voelde ik me zo in de klem zitten dat ik echt moeite had om door te lezen. Je ziet het allemaal gewoon veel te scherp voor je. Dat verschrikkelijke verdriet dat je een ander aandoet. Dat het dan niet echt is, maakt het allemaal nog heel veel erger.

De naam Moerasjko is wel leuk gekozen want de hoofdpersoon zakt in een ‘moeras’ van leugen en bedrog terwijl hij als journalist pal voor de waarheid en de feiten had willen staan. Dat Yulia de russische variant is van Julliet; de roman verwijst er eindeloos naar. Vooral naar de schijndood van Julliet.

Al met al is Mooi Doodliggen zeker niet de sterkste roman die ik van Van der Heijden gelezen heb. Best wel boeiend en een interessant gedachten experiment. Ik sla toch maar gewoon het boek dicht, denk ik…

‘Kwaadschiks’ A.F.Th. van der Heijden: Wodka als toverdrank

Het was een zware bevalling maar ik heb hem uit; ‘Kwaadschiks’ van A.F.Th. van der Heijden. Niet dat het me veel moeite koste om de roman te lezen, want hij is van begin tot eind spannend, maar het zijn wel heel veel pagina’s. Je leest tegenwoordig niet zo vaak een roman van meer dan duizend pagina’s. Ik ben dan ook best blij dat ik een e-reader heb en niet tijdens het lezen een kilo papier omhoog moest houden. Omdat ik zo traag lees, of er weinig tijd voor vrij kan maken, heb ik erg lang over de roman gedaan. Ook dat zie ik niet per sé als vervelend, want nu ik het boek uit heb, mis ik alle figuren; ben ik in de rouw. Van der Heijden laat je gelukkig niet zomaar achter. De figuren uit zijn romans leven voort in vorige en volgende romans. Albert Egberts, bijvoorbeeld. De toneelschrijver die een hoofdrol speelde in de eerste drie delen van ‘De Tandeloze tijd’. Hij speelt in deze roman een wat ondergeschikte rol…hoewel? De hoofdpersoon uit het vierde deel van de cyclus, ‘De advocaat van de hanen’ Ernst Quispel, speelt in Kwaadschiks één van de hoofdrollen. De roman blikt in zekere zin in de proloog terug naar dat geweldige vierde deel. De proloog is het bruggetje van deel vier naar deel zes. In de proloog lezen we dat Ernst Quispel zich heeft opgericht. Van de alcoholische marginale advocaat is hij een glamour advocaat geworden die regelmatig in allerhande programma’s op de televisie optreedt. Een advocaat enigszins gemodelleerd naar Bram Moskowicz. Hoewel…enigszins? Al krijgen we er niet heel veel over te lezen, ook Quispel heeft samen met zijn broers een kantoor aan een Amsterdamse gracht. De proloog nestelt zich aan het eind van het grote verhaal dat volgen gaat en bevat alles al zonder dat je je daar als lezer van bewust bent.

De eigenlijke roman bestaat uit drie delen: Binnen, Buiten en Binnenstebuiten en beschrijft de wederwaardigheden van Nico Dorlas. Het beschrijft vierentwintig uur uit het leven van de hoofdpersoon. Geen idee hoeveel tijd je erover zou doen als je de roman in één ruk leest, maar het zou mij niets verbazen als je dan evenveel tijd kwijt bent als de roman duurt; het zal zo ongeveer de perfecte eenheid van tijd en ruimte zijn. Zo’n verhaal tot een spannend en boeiend geheel maken, is al een kunst op zich. James Joyce deed dat ook in zijn Ulysses; een bijna even dikke roman en net als ‘Kwaadschiks’ voorafgegaan door een andere grote, vuistdikke roman: ‘A Portrait of the Artist as a Young Man’ met dezelfde personen. ‘Kwaadschiks’ beschrijft de dag waarop Nico Dorlas, in toenemende dronkenschap, wordt gedumpt door zijn vriendin en stiefzoon, zijn baan verliest en een moord pleegt. Het perspectief ligt voor het overgrote deel bij Nico Doorlas maar er zijn wat intermezzo’s naar het perspectief van politieagente Elbarte Huistra en Ernst Quispel.

Een ander groot werk dat zich ook binnen dezelfde tijdspanne verloopt en waarnaar dit deel van de romancyclus veelvuldig verwijst, is ‘Tristan und Isolde’ van Richard Wagner. Verwijzingen met fantastische verkrommingen. Zo is de toverdrank die de twee geliefden voor elkaar laat smelten vervangen door diverse merken wodka die de hoofdpersoon in zijn uppie wegspoelt. Het is ook meteen duidelijk dat de wodka de twee geliefden eerder uit elkaar dan naar elkaar toe drijft. Verder speelt de liefdesdood een grote rol. De liefdesdood die in ons tijdsgewricht compleet van de zotte is, maar in Wagners tijd gold als het ultieme. Daarom vind ik het zo verschrikkelijk knap dat de schrijver ons het thema van de liefdesdood laat slikken terwijl het echt helemaal niets meer met onze tijdsgeest te maken heeft.

In een interview, vertelde de schrijver over zijn snurk- en apneu probleem. Hij was altijd uitgeput totdat men ontdekte dat het aan zijn enorme apneus lag. Om de apneus te bestrijden werd hem een CPAP voorgeschreven. Een zuurstofmasker dat hij ’s nachts moet dragen en die ervoor zorgt dat hij blijft doorademen waardoor hij in de diepere lagen van de slaap terecht komt. De hoofdpersoon uit de roman lijdt aan dezelfde kwaal als de schrijver en de CPAP speelt een cruciale rol in de roman.

Veel seksueel misbruik in deze roman. Eigenlijk geen seks in deze roman die vrijwillig en fijn is; alles is verkrachting, misbruik, onmacht en misverstand. Beschrijvingen zijn vaak enigszins ranzig. Ook dat is in lijn met de roman waarin de liefde een negatieve hoofdrol speelt.

‘Kwaadschiks’ is een fantastische roman. Aan de oppervlakte een roman over één cruciale dag in het leven van een bepaald mens waarop alles misgaat. De roman is oneindig diep gelaagd. Ik denk dat een heel jaar studenten Nederlandse letterkunde een masterscriptie kunnen schrijven over deze roman terwijl ze allemaal focussen op een ander aspect. Bij mij schiet van alles voorbij. Verwijzingen, beschrijvingen, ideeën, verhaallijnen, paralellen. Te veel om op te noemen. Deze roman toont aan hoe nietszeggend literaire prijzen zijn. Ongetwijfeld is dit één van de allergrootste en beste romans uit dit decennium, maar hij komt in geen enkele lijst voor van genomineerden voor een literaire prijs. Hoewel, wat niet is kan natuurlijk nog komen.

Ik ben ervan overtuigd dat ik een bijna geniale roman gelezen heb. Zo verschrikkelijk spannend en boeiend! Zulke beeldende beschrijvingen (een staart van de kleur van ongepoetst zilver) en zo diepgaand. Eigenlijk schieten woorden te kort!

Hannah Hoekstra als overtuigende Helleveeg!

Gisterenavond de film ‘Helleveeg gezien. Netflix heeft de film sinds heel kort in haar assortiment. Van het boek was ik diep onder de indruk. Het was één van de lekkerste boeken van A.F.Th. van der Heijden die ik gelezen heb. Lekker snel geschreven. Beeldend en een fantastische schets van het Brabantse arbeidersmilieu. Het gaat over de complexe relatie van een opgroeiende jongen met zijn maar twaalf jaar oudere tante. Voor mij natuurlijk in zekere zin best herkenbaar want mijn tante is dertien jaar ouder dan ik. Mijn verhaal met mijn tante, die overigens een even lief gezicht had als de tante van Albert Egberts die in de roman beschreven wordt, zou heel anders zijn. In ieder geval heel erg veel minder erotisch geladen. Mijn tante en haar man waren voor mij het ideale paar. Een heel ander verhaal dan het tragische verhaal van de jonge tante Tiny van Albert Egberts die zo zwaar gebukt gaat onder haar moeilijke karakter en haar traumatische verleden. Albert Egberts ontpopt zich nogal als een jaloerse echtgenoot als zijn erotiserende tante met andere mannen verkeert; geen enkele man lijkt goed genoeg voor haar. Maar misschien was dat ook wel zo…in de roman en de film. Ga zo’n tante en vrouw maar eens neerzetten als actrice. Ga zo’n karakter, die zo superieur beschreven is, met zoveel vreemde uithoeken in haar wezen, maar eens spelen. Dat lijkt me een hele moeilijke klus.

Op het moment dat actrice Hannah Hoekstra als de jonge tante Tiny in beeld verschijnt, verschrompelt de roman en komt de film tot leven. Een geheel eigen leven. In mijn hoofd bestond er tijdens het kijken naar de film geen verband meer tussen roman en film. Achteraf wel, omdat je dan het verhaal probeert te duiden. Er blijven in deze film vragen open die ik met behulp van het boek probeerde te beantwoorden. Dat lukte niet altijd.

Mijn bewondering voor Hannah Hoekstra is fiks gegroeid. Wat een enorme rol zet ze neer. Echt fantastisch! Ook al ben je nog zo knap als deze actrice, dan helpt dat je nog niet om de getroebleerde tante Tiny geloofwaardig te verbeelden. Maar dat doet Hannah Hoekstra dus wel. Neem bijvoorbeeld het verhaal van de Papoea’s en het chocoladen paasei. Voor mij was het volkomen geloofwaardig, dat acht jarige jongetje met zijn twintigjarige tante. Zo invoelbaar. Voor mij was de Papoea-scene de sleutelscene in de film. Het absolute hoogtepunt. Ook het sublieme decor en de rest van de entourage maakte deze scene tot het hoogtepunt. De scene moest op het randje van erotisch zijn, en dat was het ook. Je kunt niet zeggen dat tante Tiny haar neefje verleidde; ze was gewoon een heel erg lekker sappig verhaal aan het vertellen. Maar, zo op het rand van het bed, in het licht van het nachtlampje en dan vertellen over de stijve plasser van de Papoea’s en hun peniskoker is ook weer niet vrij van erotische geladenheid…. in de logeerkamer  met zijn mooie jonge tante die in ruil voor stukjes chocola sterke verhalen vertelt over de Papoea’s. Een scene die je je hele leven niet meer vergeet!

De begin jaren zeventig zoals ik ze kende. Zoals het voelde naast de kolenhaard van opa en oma in een huis waar het zeer ongewoon was als je als man geen sigaret opstak. Eigenlijk hing in de huiskamer van opa en oma altijd een grote rookwolk. Dat maakt de wereld binnenshuis al zo verschrikkelijk anders als dat hij nu is. Zeker in arbeiderskringen. Die rokerige sfeer vond ik erg knap getroffen. Ik werd zomaar teruggevoerd naar de jaren zestig en zeventig. Benauwd en rokerig, maar voor mij zo verschrikkelijk warm.

Er waren toch ook wel wat dingen die ik minder vond. Natuurlijk hing er best een erotiserende sluier over de filmrelatie tussen tante Tiny en Albert Egberts, maar dat verklaarde voor mij niet dat tante met haar groot geworden studentenneef naar bed ging. Dat was voor mij geen logische stap in het verhaal en stoorde me ook. Die stap vond ik in de roman heel logisch maar in de film dus helemaal niet. Ik vond het er met de haren bijgesleept en totaal overbodig. Zonder die bedscène was de film nog heel veel sterker geweest, denk ik.

Het veertigjarig huwelijksfeest van de opa en oma van Albert wordt vakkundig door tante Tiny naar de gallemiezen geholpen omdat ze tijdens het feest iedereen even de waarheid gaat zeggen. Een scene die verdacht veel overeenkomsten vertoont met de Deense film ‘Festen’. Op zich is de manier waarop dat veertigjarige huwelijksfeest aan haar einde komt, volkomen geloofwaardig, maar de manier waarop de sequentie begint is, helaas, tenenkrommend. Tante Tiny komt aan met schortje en stofdoek en begint alle gasten af te stoffen. Niet geloofwaardig vind ik. Maar…heel erg geloofwaardig in het boek.

Tante Tiny heeft een trauma aan een reeks gebeurtenissen die in de pre-Albert Egberts periode zijn gebeurd. Tante Tiny vertelt daarover als ze ouder is. Het bevat nogal wat horror-elementen. Ik vond dat wel iets over de top. Net eventjes té, om goed in de film te passen. Frank Lammers speelde de rol van geliefde kwade genius. Een duistere rol waar ik niet goed mee uit de voeten kon. Ik kreeg de indruk dat hij Tiny, samen met de heren van de biljartclub, als veertienjarige seksueel misbruikte. Aan de andere kant vertelt ze dat ze gek op hem was en ze laat hem, op haar eigen huwelijksfeest, stevig door hem bij haar billen pakken. Voor mij erg onduidelijk; Groepsverkracht worden, zwanger raken, pijnlijke abortus die bijna fataal afloopt, geen erkenning van de zwangerschap en geen hulp bij dit alles als veertienjarig meisje en dan vervolgens, jaren later, haar stevig bij een bil grijpen zonder dat de mondige tante Tiny hem een verschrikkelijk hengst voor zijn kop verkoopt…dan ben ik los. Dan snap ik de mildheid niet die ze heeft ten opzichte van de veroorzaker van het leed uit haar jeugd. Ik kon dat echt niet volgen. Ik kan me dat ook niet uit het boek herinneren.

Al met al een hele erge mooie en goede film met een fantastische hoofdrol. Voor iedereen die de film nog niet gezien heeft en wel een abonnement op Netflix heeft: Kijken die film!!!

 

 

De Libris-literatuurprijs van 2017

Gisteren werd de Libris literatuurprijs uitgereikt aan Alfred Birney. Ik zou daar graag een mening over hebben, net als vorig jaar, maar die heb ik niet. Ik heb geen mening omdat ik nog geen enkel boek van de lijst uit heb. Hoewel ik vorig jaar ook pas alle genomineerde boeken in de zomervakantie uithad, is het dit jaar bar en boos. Ik ben nog steeds bezig met het eerste boek. Ik ben al een goed eind op weg, maar uit heb ik het nog lang niet. En nu moet ik mij bij het lezen van de roman ook nog eens niet laten afleiden door het uiterlijk van de schrijver. Jeroen Olyslaegers vertoont best overeenkomsten met een vogelverschrikker. Niet door laten afleiden!! Doorlezen!! Ik wil me zo graag een mening vormen over de shortlist van de Libris literatuurprijs!

Ik lees verdomd langzaam het afgelopen jaar terwijl ik niet het gevoel heb dat ik minder lees. Maar dat kan eigenlijk haast niet anders; ik moet wel minder lezen. Er heeft zich een file gevormd op mijn e-reader. Ik koop namelijk nog wel regelmatig boeken. Ik vind gewoon dat ik bepaalde boeken gelezen moet hebben. Wat betreft deze literatuurprijs heb ik alvast Het smelt van Lize Spit gekocht. Verder staat de laatste A.F.Th. van der Heijden-roman in de file. Ook nog dat boekje van Anousha Nzume… Daar heb ik al wel wat hoofdstukjes in rondgeworsteld. Dat is geen feest om te lezen. Het maakt me boos en verdrietig als ik dat boekje lees. Ik hou niet van racisme. Bovendien erger ik me aan haar pedante schrijfstijl. Zonder scrupules trekt het boekje een racistische scheidslijn dwars door mijn familie. Dat zal die mevrouw Nzume niet zo bedoeld hebben, maar toch is het zo. Iedereen die een kleurtje heeft staat aan de goede kant, iedereen die kleurloos is, is FOUT en is bewust of onbewust racist. Heeft schuld aan kolonialisme en slavenhandel. Draagt de last van vierhonderd jaar geschiedenis op zijn schouders. Hoewel…ik vraag me af…ik heb natuurlijk ook een joodse kant. Anousha, draagt die joodse kant soms de verantwoordelijkheid voor duizend jaar uitbuiting en woekerhandel? Veel van mijn familie koos voor een partner met een kleurtje…en die kregen kinderen met een kleurtje…en die kinderen zie ik het best goed doen op school…en bij hun studie…en bij het krijgen van een baantje. Een vervelend en fout boekje, van Nzume. Wellicht moet ik dat boekje links laten liggen zodat ik meer tijd heb voor wat echt belangrijk is.

Van winnaar Alfred Birney had ik nog nooit gehoord. Het schijnt dat hij al jaren boeken schrijft. Ik ga zeker zijn boek lezen en ik hoop dat de jury van de Libris Literatuurprijs en ik het dit jaar wel met elkaar eens zijn. Maar dan moet dat boek van Olyslaegers wel eerst uit en dat boek is best taai. Ik ben er al een tijd mee bezig. Dat platte Vlaams beheers ik niet echt. Dat is een handicap. Verder gaat het over een man in de oorlog met veel tegenstrijdigheden: Politieagent tegenover dichter, collaborateur tegenover verzetsheld. Moeilijk vind ik het. Maar geen slecht boek, dat zeker niet.

Nou goed…laat ik het beloven…na de zomervakantie geef ik mijn visie op de genomineerden van de libris literatuurprijs.