Tagarchief: 2020

Annejet van der Zijl – Leon & Juliette een lekker tussendoortje

Op de eerste pagina’s van het boekenweekgeschenk staan, net als alle jaren, aanwijzingen over hoe gratis te reizen op de laatste zondag van de Boekenweek. Dat je met de QR-code door de poortjes op het station komt en dat je het boek kunt laten zien aan de conducteur en dan kan je lekker gratis met de trein… Hoe anders is het gelopen. Het coronavirus beheerst ons allen. Reizen doen we niet vrijwillig en zeker niet met de trein tussen al die potentiele tegelijkertijd reizende besmettingshaarden. In één week tijd is ons leven geheel op zijn kop gezet en doemt een algehele somberte en dreigt de overheid zelfs met een straatverbod voor iedereen; een totale lock-down. Alles wat gewoon was en waar we ons prettig bij voelde is ineens verboden terrein geworden en dus zoeken we troost bij de dingen die geen kwaad kunnen maar toch leuk en interessant zijn. Lezen is zoiets. Als één van de weinige branches varen de boekwinkels wel bij de huidige crisis. Dat mag ook wel na een jarenlange neergang.

Annejet van der Zijl schreef dit jaar het boekenweekgeschenk. Deze schrijfster heeft zich toegelegd op het schrijven van biografieën over mensen die in het verleden leefden. Het was dan ook niet anders te verwachten dan dat ook het boekenweekgeschenk een biografie zou zijn over historische personen. Leon & Juliette is het verhaal van een Nederlandse koopman die in Charleston in de negentiende eeuw zijn fortuin wil maken. Charleston is een stad in één van de zuidelijke staten van de Verenigde Staten waar de slavernij gekoesterd werd. Hoofdpersoon Leon wordt verliefd op slavin Juliette. Hij koopt haar voor een – voor die tijd – onmogelijk hoog bedrag en geeft haar onmiddellijk de vrijheid.

In de tijd waarin slavernij steeds meer omstreden werd, klampen de mensen in de zuidelijke staten van Amerika en dus ook in Charleston (en niet te vergeten in Suriname) zich vast aan het oude systeem waar slavernij de way-of-life symboliseert. Om dat systeem te handhaven passen ze de wetten voortdurend aan met het doel om de verschillen tussen witte en zwarte bevolking steeds scherper te stellen. Eigenlijk wordt elke omgang tussen witte en zwarte mensen verboden anders dan de verhouding tussen eigenaar en slaaf. Tegen deze achtergrond speelt zich het liefdesverhaal af van de witte Nederlandse koopman Leon en zijn zwarte partner Juliette. Ze houden er een relatie op na die zich geheel in het verborgene moet afspelen. Uiteindelijk weten ze één voor één hun kinderen – en dat zijn er nogal wat – uit Amerika te smokkelen en af te laten reizen naar Nederland. Tenslotte komen ze zelf weg uit Charleston om zich in Nederland te vestigen en daar het gezinsleven op te pakken dat ze in Amerika alleen maar in het geheim konden hebben. In het Nederland van toen werd de zwarte Juliette met alle egards behandeld. Volgens de schrijfster was men in het nog helemaal witte Nederland vooral nieuwsgierig naar een zwarte vrouw. Racisme zou pas heel veel later een rol gaan spelen in de geschiedenis van Nederland.

Als je een boek van Annejet van der Zijl leest weet je dat alle feitjes gewoon kloppen; ze heeft zich echt in de geschiedenis verdiept. Na het lezen van het boek heb je het gevoel dat je wijzer bent geworden over hoe de slavernij in Amerika in elkaar zat. Als het de bedoeling was om een soort Romeo en Julia-liefdesverhaal te schrijven dan vind ik het minder geslaagd. Door wat ze met elkaar meemaken en door hoe ze handelen en vooral aan het aantal kinderen dat ze samen krijgen lees je ongeveer af hoeveel Leon om zijn Juliette gegeven moet hebben; echt voelbaar wordt dat niet; daarvoor is het boek ietsje te veel een documentaire. Toch is het erg boeiend om te lezen.

Hoewel ik nu met alle corona-ellende helemaal niet meer weet wat wel of niet gaat plaatsvinden in 2020, zou er dit jaar een grote tentoonstelling over de slavernij komen in het Rijksmuseum. Dit boekje lijkt daar een voorschot op te nemen. Hoewel dit verhaal vooral over de slavernij gaat in een land waar onze voorouders uiteindelijk niets mee te maken hadden; waar ze zelfs een soort van heldenrol speelden.

Ik vond Leon & Juliette een lekker tussendoortje, want ja, mijn leesdoel is op dit moment even anders; de Libris literatuurprijs. Mijn huidige boek valt wat tegen dus was het boekenweekgeschenk een mooie afwisseling!

De libris literatuurprijs 2020

Het is weer zover; een paar dagen geleden werd de shortlist voor de Libris literatuurprijs bekend gemaakt. Altijd weer een verassing, want deze jongen houdt de data niet goed bij. Altijd ook wel weer leuk en spannend, want ik heb iets met die prijs. Ik wil hem namelijk zelf graag uitreiken. Dat anderen – professionals – stellen de shortlist samen en dat is een mooi uitgangspunt; hoef ik niet alle boeken die in een jaar verschenen zijn te lezen. Hoewel ik dit jaar veel meer aan lezen toekom omdat ik negenennegentig procent meer in de trein zit dan vorig jaar. Desalniettemin is mijn reistijd bij lange na niet genoeg om alleen al de longlist te lezen. (Al helemaal niet als ik, zoals nu, kletsers naast me heb zitten) Dus…jury van de Libris literatuurlijst, bedankt voor al het leeswerk. Ik ga me beperken tot de shortlist en daaruit de winnaar kiezen van de Frits’ Libris literatuurprijs 2020. Dit jaar denk ik dat het me gaat lukken om de prijs uit te reiken voordat de jury het doet want van de zes boeken op de shortlist heb ik er al drie en een halve gelezen. Dus dat schiet op. Maar, de uitreiking en dus de keuze zal niet makkelijk zijn, want van de boeken die ik al gelezen heb vind ik van geen drieën dat het een verliezer is; ik vind ze alle drie bijzonder goed. Het boek dat ik nu aan het lezen ben, gaat het niet worden, kan ik nu al verklappen. Hoewel…ik heb nog een helft te gaan en wie weet hoe de roman zich verder ontwikkeld.

De boeken die op de lijst staan zijn:
– Zwarte Schuur van Oek de Jong. Uitgebreid beschreven op deze site. Vond het een heerlijk boek om te lezen hoewel ik best wat bedenkingen had.
– Liefde, als dat het is van Marijke Schermer. Heb ik ook al uit. Fantastische analyse van de liefde. Prachtige plot en bezorgde me een hoop kippenvel.
– Vallen is al vliegen van Manon Uphoff. Echt heel erg vernieuwend. In het begin van het boek moet je erg wennen aan haar stijl maar naarmate het boek vordert ga je zien hoe geweldig het boek is.
– De hoogstapelaar van Wessel te Gussinklo. Ben ik aan het lezen. Ik moet zeggen…best aardig tot nu toe. Nog even afwachten hoe alles zich ontwikkelt. Ik word niet echt heel erg warm van deze roman, maar ik kan pas oordelen als ik hem uit heb.
Dan nog twee boeken die ik nog helemaal niet heb gelezen:
– Nachtouders van Saskia de Coster. Ben erg benieuwd; nooit van de schrijfster gehoord, maar wat zegt dat. Niet veel want van de volgende schrijver en zijn boek heb ik ook nog nooit gehoord:
– Uit het leven van een hond van Sander Kollaard. Het zal mij benieuwen…

Helaas moet ik constateren dat de jury van de Libris literatuurprijs en ik het zelden met elkaar eens zijn over de winnaar. Vorig jaar, bijvoorbeeld, stond het winnende boek van de jury bij mij op de laagste plaats. Ware het niet dat ik mezelf opgelegd had om alle boeken te lezen, dan had ik het hoogstwaarschijnlijk bedroefd dichtgeslagen. Dat zegt meteen iets over de shortlist. Het is mijn uitgangspunt, maar ik geef geen enkele garantie dat dit de zes beste boeken zijn die in 2019 verschenen zijn; ook dat is de kennelijke mening van de jury. Bij de shortlist heb ik me neergelegd; bij de winnaar zeker niet. Neem van mij aan dat mijn keuze absoluut het beste boek is en vergeet de keuze van de jury… Oke, ik deel geen mooie geldprijs uit…ook geen oorkonde of kunstwerk; bij mij moet de auteur het met mijn oordeel doen en met verder helemaal niet. De shortlist; dat is mijn begin. Altijd toch weer spannend.

Slavernij tentoonstelling in 2020

Het duurt nog even, maar komen gaat het: Een tentoonstelling over het Nederlandse slavernijverleden in het Rijksmuseum. In de krant van vandaag wordt deze tentoonstelling voor 2020 aangekondigd. Een tentoonstelling waar ik zeker naar toe ga. Ik heb beweerd dat Nederland geen slavernijverleden heeft. Oké, daarin overdreef ik een beetje. Nederland heeft in mijn ogen een klein slavernijverleden. In tegenstelling tot Suriname. Suriname = slavernijverleden. Punt. Suriname was een Nederlandse kolonie. Nederlanders emigreerden naar Suriname en zette daar plantages op. Voor die plantages waren arbeidskrachten nodig. Daarom werden er mensen in Afrika gevangengenomen en verhandeld om vervolgens in Suriname op de plantages tewerkgesteld te worden. Dit tegen kost en inwoning, verder niets. Zonder vrijheid en overgeleverd aan de willekeur van eigenaren. Vanuit onze humanistische optiek van nu, volkomen verwerpelijk. Wij vinden dat je nooit eigenaar kunt zijn van een mens. Dat is anders geweest. Eigenlijk is dat inzicht nog niet zolang geleden in Nederland en Amerika gemeengoed geworden. Daarvóór waren slaven net zo gewoon als honden en katten. Gek genoeg niet in Nederland. In Nederland zijn eigenlijk nooit veel slaven geweest. Er is nooit vraag geweest naar goedkope arbeidskrachten van buiten; die hadden we zelf al hier. Arme sloebers genoeg!

Het Nederlandse slavernijverleden bestaat uit slavenhandel: Nederlandse schepen vervoerden slaven van de Afrikaanse kusten naar Amerika. Handel dus. Men kocht goedkoop mensen in om ze elders in Amerika weer duur te verkopen. De gezagvoerders en handelaren op de schepen waren Nederlanders, de bemanning bestond uit arme sloebers en avonturiers die overal en nergens geronseld waren. Nederlanders verdienden aan de slavenhandel en onbewust zal de Nederlandse bevolking daarvan hebben meegeprofiteerd. Het aan slavenhandel verdiende geld werd vast hier in Nederland geïnvesteerd en wie weet werd er wat belasting over betaald.

Een andere Nederlandse betrokkenheid bij de slavenhandel waren de mensen die naar Suriname emigreerden en daar plantages runden. Ze waren van oorsprong Nederlanders en vielen uiteindelijk onder Nederlands gezag. Waarschijnlijk zullen ze geld hebben gestuurd naar hun familie in Nederland. Daarvan zal Nederland in zijn geheel hebben geprofiteerd. Maar de mensen die emigreerden waren natuurlijk na één generatie nauwelijks nog Nederlanders; dat waren Surinamers geworden. Blanke Surinamers die zwarte Surinamers als slaaf hielden. Vanuit ons eenentwintigste-eeuwse perspectief een volslagen immorele situatie. Maar…een Surinaamse situatie.

Toen Suriname in de jaren zeventig van de vorige eeuw een eigen land werd, kwamen er veel Surinamers naar Nederland. Daardoor kreeg Nederland een slavernijverleden; een Surinaams slavernijverleden. Dat verleden zat in de naar Nederland geëmigreerde Surinamers. Daarom vind ik het fantastisch dat Keti Koti gevierd wordt. Ik vind slavernij volkomen verwerpelijk en mensen wiens voorouders daaronder geleden hebben, moeten de wereld kunnen zeggen: Nooit meer! En ik, eenentwintigste-eeuwse Nederlander is het daar helemaal eens…Nooit meer! Ik vier het feest van de gebroken ketenen graag mee! Ik ben tegen onrecht.

Ik kijk uit naar de tentoonstelling over slavernij in 2020. Dat is nog heel veel nachtjes slapen!