Terughalen vol liefde

Ik kom uit verdachte hoek; ik ben een Gutmensch. Gutmenschen zijn niet hip. Gutmenschen zijn wereldverbeteraars die ons land in ellende storten. Ik hoor dat steeds vaker en steeds openlijker. Ik zou nog in een andere tijd leven, in de tijdgeest van dertig jaar geleden waarin men tegen van alles en iedereen die naar Nederland kwam zei: Welkom en hier heb je een huis en hier heb je een uitkering. En die tegen onze eigen bevolking stelde dat ze maar geduld moesten hebben en dat ze racisten waren als ze één en ander aan de kaak stelden. Het is niet de waarheid; zo denk ik niet en zo dacht ik niet. Ik denk dat veel van wat ik denk niets te maken heeft met of ik al of niet een Gutmensch ben. Toch voel ik me daardoor vaak in een hoek gezet. Ja, ik ben tegen de doodstraf en ik ben tegen martelen. Ook bij onmensen als Michael P. die Anne Faber zo gruwelijk vermoordde. Dat heeft helemaal niets te maken met ‘slap’. Wel met het Nederland waar ik trots op ben en waar ik graag wil wonen. Voor de Nederlandse waarden die ik wil verdedigen. Waarden die in onze wetten zijn vastgelegd of waarvan we in meerderheid zeggen dat het zo moet gaan als het hier gaat.  

Hoe fijn ik Nederland ook vind, ik zie ook wel dat de waarden die ik zo koester voortdurend bedreigd worden. Ik zie dat ik steeds alert moet zijn om juist die bedreigingen te onderkennen en te bestrijden. Niet alleen buiten mij, zelfs af en toe binnen in me. Soms wil ik het liefst mensen deporteren die andere opvattingen hebben dan ik, bijvoorbeeld omdat ze groepen mensen uitsluiten of groepen mensen minder waard achten. Maar deporteren doen we hier gewoon niet. Op zulke momenten moet ik mezelf terechtwijzen, en dat doe ik dan ook.

Pubers zijn mensenjongen die zoeken naar identiteit en hun richting in de samenleving. Dat gaat met vallen en opstaan. Soms met hard vallen en heel moeizaam weer opstaan en soms met zo hard vallen en nooit meer opstaan. Als ouder sta je volkomen machteloos want in de puberteit van je kinderen ben je in zekere zin nog steeds de stuurman, maar de puber is op de autopiloot gezet en je hebt weinig mogelijkheden om die autopiloot er weer af te halen.

Tsja….

Gisterenavond kwamen een paar pubermeiden aan het woord die in hun zoektocht naar identiteit en opvattingen over hoe verder in de maatschappij, keihard gevallen waren. Ze stelden zich destijds zo te zien de vraag: Wie ben ik en wil ik zijn als moslima. Wat ik denk is dat ze dachten dat die vraag alleen te beantwoorden was in een land waar de ‘zuivere’ (whatever this may be) islam aan de macht was. IS, dus. De meeste puberjongens die zichzelf diezelfde vraag gesteld hadden en die hetzelfde pad bewandelden zijn inmiddels dood. Veel meiden leven nog. Het antwoord op hun vraag naar hun identiteit is dat ze grotendeels allemaal tienermoeder zonder enige opleiding zijn, zich van top tot teen moeten verbergen onder doeken om zich als schaduwen door een vijandig kamp te bewegen. Dat ze nu in een omgeving leven waar zij en hun kinderen ternauwernood kunnen overleven. Maar desalniettemin lijken sommigen van hen, afgezien van de lichamelijke ontberingen, best content met deze manier van leven… en…(zo vrees ik) zouden die manier van leven graag opleggen aan iedereen in de wereld. Dat brengt mij in een enorm dilemma. Moeten we ze terug naar huis halen (wat ze graag willen) of daar, met hun kinderen, laten wegrotten. Ik denk toch maar: Zo snel mogelijk naar huis halen; er zullen altijd een paar van die mensen niet wegrotten daar in die kampen en die komen hier op de één of andere manier toch naartoe. Vol van haat. Terughalen vol liefde zal ons op den duur meer voordeel opleveren, denk ik. Hoop ik…

Hoerenramen en de Wallen

En toen liep ik met bonkend hart over de Wallen… Dus, als je geld betaalt, dan doen ze ‘het’ met je. Alleen het idee al wond me verschrikkelijk op. Ik probeerde een houding aan te nemen alsof ik ergens naar onderweg was en me die deernen achter de ramen niet veel deden. Ik was ook wel onderweg naar iets, alleen had ik een korte omweg gekozen. En hoewel mijn houding absolute onverschilligheid moest uitdrukken, lukte me dat natuurlijk helemaal niet. Ik moest wel naar binnen kijken, naar die vrouw achter het raam. En toen kruisten onze blikken elkaar en mijn hart sloeg over en ze knipoogde en mijn hart ging nog veel harder kloppen en ik was even bang dat ik erin zou blijven en zette er toen stevig de pas in. Weg! Daar vandaan. Heus, geen morele bezwaren; ik was en ben erg van: Vrijheid blijheid, maar ik vond het eng. Ik kon me niet indenken dat ik het ooit met zo’n vrouw zou doen. Een best wel hoog bedrag betalen en mezelf daarna zomaar uitkleden en mijn pielemoos laten wassen (want daar was ik inmiddels wel achter gekomen, dat ze dat deden), ik dacht het niet, hè.

Ik heb heel lang het idee gehad dat de Wallen vol verleidelijke ramen, net zo bij Amsterdam hoorden als Ajax of de Nachtwacht of het Koninklijk paleis op de Dam. Dat het helemaal niet anders kon. Ik had zo mijn bedenkingen toen Lodewijk Asscher als wethouder ramen begon op te kopen om er zich andere bedrijven in te laten vestigen. Ging dat niet een beetje ver? Was hij niet ook een deel van onze cultuur aan het slopen? Het argument dat hij gebruikte was dat het mooiste stukje van Amsterdam was overgenomen door criminelen en dat de vrouwen die er werkten minder aandacht van de overheid kregen dan de gemiddelde frikandel. Hij beweerde dat de zelfbewuste hoer die zelf voor het vak gekozen heeft, maar mondjesmaat bestaat. Dat je eigenlijk vooral heel veel leed en ellende in de wereld van prostitutie tegenkomt. Dat het vooral onfortuinlijke vrouwen zijn die een slecht functionerend land met een haperende economie en regering ontvlucht zijn. Of slavinnenhandel. Als dat zo is, dan moet ik Asscher natuurlijk wel gelijk geven.

Ik slenter nog wel eens over de Wallen. Sinds ik daar voor het eerst als puber met bonkend hart liep, is er best veel veranderd. Groepjes lollig bedoelde Engelse toeristen, zie je er vaak. Doorgaans al behoorlijk bezopen. Steevast is er één die een luier omheeft, een Pippie Langkous pruik op heeft of zich vermomd heeft als ET of Spiderman; een Engels hengstenbal, kortom. Op de Wallen zie je ze overal. En niet alleen op de Wallen…Ze irriteren me behoorlijk. (Wat dat betreft pleit ik ook voor de Brexit zodat dit soort mensen er bij de grenscontroles goed uitgefilterd kunnen worden). ’s Avonds schijnt het met die hengstenballende Engelsen op de Wallen volledig uit de hand te lopen. Ze schijnen hoeren te vernederen en te beschimpen en uit te schelden en uit te lachen. Bovendien is het voor de gemiddelde bewoner niet meer te harden van de in hun portiek pissende en schijtende en kotsende hengsteballers. Het is niet de cultuur van Amsterdam om een hoerenbuurt als toeristische attractie in stand te houden. Dan liever helemaal geen ramen meer met dames erachter. Ik kan me denk ik het meeste vinden in het alternatieve plan van onze burgemeester om alle hoerenramen te verbieden en dat hele mooie oude stukje Amsterdam weer als heel lang geleden te laten gloreren.

Hoeren achter een raam is ook compleet uit de tijd. Dan maar liever een dame via www.hoer_online.nl besteld als het toch zonodig moet. Alleen niet voor mij. Niet omdat ik er morele bezwaren tegen zou hebben of dat ik zelf graag in een één of ander hemel terecht wil komen. Nee heus niet; ik ben er veel te schijterig voor…stel je voor, het gaat mis…je bent niet de kerel die je denkt te zijn…

Het Nationaal Toneel – Amadeus; Heel erg leuk!

Ik kan me niet meer herinneren of ik de film Amadeus voor het eerst in de bioscoop heb gezien of op video of DVD. Wat ik wel weet is dat de film een verpletterende indruk op me maakte. Het verhaal op zichzelf vond ik niet echt geloofwaardig; ik had niet het idee dat Salieri een rol gespeeld zou kunnen hebben in de dood van Mozart. Maar de prachtige beelden en het fantastische acteerwerk van de hoofdpersonen in combinatie met de muziek, deed het hem voor mij. In de openingsscène begint het al meteen met het geniale adagio uit de Grand Partita. Muziek die alles goed maakt. Troostende muziek. Muziek die op je emoties werkt maar juist helemaal niet sentimenteel is. De oud geworden Salieri legt uit wat hij zo bijzonder vindt aan de muziek. ‘Het begint haast als een roestig orgel en dan, plotseling, uit het niets, een hobo. Slechts één aangehouden toon. Vervolgens wordt het overgenomen door de klarinet.’ Hij vertelt dat hij Mozart heeft vermoord en dat hij als straf zijn muziek moet zien doodbloeden terwijl de muziek van Mozart alleen nog maar grootser en mooier en bekender wordt. Salieri vertelt dat hij er alles voor over had om muziek voor de eeuwigheid te schrijven. Dat hij daarvoor op zijn zestiende een pact met God gesloten heeft. In ruil daarvoor moest hij afzien van de liefde en een deugdzaam mens zijn. Maar God heeft hem verraden. Gods verheven klanken komen op aarde middels de vulgaire Mozart. Een scheten latende erop los levende infantiele man. Zonder er schijnbaar moeite voor te doen, componeert hij de mooiste muziek en vernedert hem.

Muziek en film horen doorgaans bij elkaar, maar film en hemelse muziek is voor mij echt een gouden combinatie. De muziek van Mozart is niet zomaar gewone mooie muziek, maar geniaal mooie muziek. Diezelfde mix vond ik in de films Ludwig en Dood in Venetië van Visconti waar achtereenvolgens de muziek van Wagner en Mahler een hoofdrol spelen. Het verhaal…ach het verhaal. Wat kan ik daarover zeggen. Speelt een prettige bijrol.

Amadeus is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Shaffer. Martin van Amerongen ging nogal te keer tegen dit toneelstuk en de verfilming ervan. Het zou Antonio Salieri onterecht in een verkeerd daglicht hebben gezet. Ach, valt wel mee. Ik kan me de verhaallijn wel voorstellen. Ik denk niet dat Salieri een erg grote rol heeft gespeeld in het overlijden van het genie noch dat hij veel invloed heeft gehad op diens muziek. Maar het verhaal zoals Shaffer het opzette had heel erg goed gekund. Ze leefden tegelijkertijd op dezelfde plaats. De één verwierf absolute roem tijdens zijn leven en werd al tijdens zijn leven volkomen vergeten. De ander verwierf oneindig veel roem tijdens zijn leven en na zijn leven werd die roem alleen maar groter.

Amadeus was dus van oorsprong een toneelstuk en Toneelgroep Nationaal Toneel moet gedacht hebben dat je de film ook op het toneel kunt uitvoeren. En inderdaad, dat kan. En boeiend ook. En ook fantastisch geacteerd. De overgangen van de jonge naar de oude Salieri, bijvoorbeeld. Zag er echt fantastisch uit. Voor de muziek was een toneelorkest geformeerd dat Mozarts muziek goed over de planken bracht. Ook de mee-acterende sopraan – in dit geval Lucie Chartin – deed het acterend en muzikaal gezien erg goed. Een prachtige stem in een toneelzaal met een matige akoestiek.  Ik heb gewoon een heerlijke avond gehad. Laat ik dat maar meteen toegeven.

In de film een beetje maar op het toneel een boel, wordt de rol van Constanze neergezet als een wat naief meisje dat maar nauwelijks kan bevatten met welk genie ze getrouwd was. Ik denk echt dat het anders zat. Constanze Weber kwam uit een zeer muzikale familie. Voor zover ik weet was haar oudere zus een gevierde sopraan. Ze is de grote nicht van de componist Carl Maria von Weber. Ook niet de eerste de beste. Ik denk dat ook Constanze heel wat in d’r mars had en dat ze in het toneelstuk van Shaffner niet helemaal goed uit de verf komt. Misschien als wel vele vrouwen in dat deel van de geschiedenis. In het toneelstuk speelt ze vooral een rol in het laten zien van de vulgariteit van Mozart. Verhaaltechnisch staat dat dan mooi tegenover de deugdzame Salieri.

Leuk om te zien dat Amadeus raakvlakken met het heden krijgt. De #metoo beweging bijvoorbeeld. Als Salieri uit wraak op God zijn deugdzaam laat varen, misbruikt hij zijn macht als gevierd en belangrijk en machtig persoon, door van vrouwen seks in ruil voor een carriere te bieden. Salieri wordt fantastisch neergezet door Mark Rietman. Verder vielen de kleren van Esther Scheldwacht op die de rol van de Italiaanse intendant van de opera speelde. Leken die kleren niet verdomd veel op de wat extravagante kleren van ex-stedelijk museumdirecteur Betrix Ruf? En…wat heeft dat dan voor betekenis?  De pompeuze opkomst telkens van Vincent Linthorst als de Oostenrijkse keizer Jozef was behoorlijk hilarisch. Sander Plukaard kon, als Mozart, Tom Hulce helaas op geen enkele manier doen vergeten.

Al met al heb ik een erg leuke avond gehad.

Rob van Essen – De goede Zoon; Ik weet het niet…

Poeh, wat zal ik zeggen. Ik heb het boek uit. Ik geloof dat ik begrijp wat de schrijver ons wil vertellen, maar jemig, wat brengt de man het saai. Ik heb me door het boek heen geworsteld. Dreigde bijna mijn plezier in lezen te verliezen. J. , die mij zo verschrikkelijk goed kent, zag het met lede ogen aan. Leg dat boek toch weg. Waarom zou je het uitlezen? Je leest toch voor je plezier? En toen moest ik het tegenover haar ook nog gaan verdedigen. Ik lees alle boeken die op de shortlist staan van de Libris literatuurprijs. Deze staat erop, dus lees ik het boek uit. Het boek heeft zowaar de prijs gewonnen. Maar geliefde J. zag mijn worsteling en vreesde dat ik nooit meer een boek ging aanraken. Je hoeft niet alles precies zo te doen als je je het voorgenomen hebt, probeerde ze nog. Maar…ik luisterde niet. Ik moest en zou het boek uitlezen. Tot de laatste pagina, tot de laatste zin, tot het laatste woord. Ik wilde de punt die alles afsloot meemaken. En dus deed ik dat. Bladzijde na bladzijde vrat ik me door een bord zand waarvan men beloofd had dat het een suikertaart zou zijn. Ik moet iets belangrijks over het hoofd hebben gezien tijdens het lezen. Als de jury van de Libris literatuurprijs dit boek verkiest boven andere boeken die ik in dit kader gelezen heb, dan moet het toch minstens heel erg boeiend zijn. Ik zou het boek opnieuw moeten lezen. Wellicht dat ik dan iets van de grootsheid zou kunnen herkennen. Maar mijn God, dat ga ik mezelf niet aandoen. Eén keer is genoeg. Wellicht heb ik het belangrijkste gemist. Heb ik de clou gemist die het boek zo verschrikkelijk boeiend maakt. Vooralsnog moet ik zeggen dat deze roman, die nota bene de Librisliteratuurprijs gewonnen heeft, bij mij niet alleen onderaan de shortlist van 2019 bungelt, maar ook nog eens onderaan het lijstje van de shortlist van vorig jaar. Ik vond het boek niet sterk. Inhoudelijk vond ik het slap en het boeide voor geen meter. Ondanks alle spiegelingen en verdubbelingen en wendingen in het verhaal in het geheel niet boeiend. Slaapverwekkend bovendien. Ik heb er eeuwig over gedaan om het uit te krijgen.

Het verhaal zou zich in de toekomst afspelen. Bediend door diverse soorten robots en verplaatst door zelfrijdende auto’s en seksueel bevredigd door diezelfde (kennelijk multifunctionele) auto, verwerkt de hoofdpersoon het overlijden van zijn moeder. De hoofdpersoon is schrijver van beroep en hij schrijft plotloze thrillers. Alleen sfeer en omgeving en een hoofdpersoon. De hoofdpersoon in zijn thrillers zonder verhaal is een zekere Lennox. Is de roman nou zo’n plotloze thriller? Daar lijkt het wel op. En Lennox dan? Die treedt in deze roman op als een soort vriend/begeleider van de hoofdpersoon. Ze hebben elkaar ontmoet in het Amsterdamse Stadsarchief waar ze beiden werkten toen ze nog jong en onbedorven waren. Hoewel…onbedorven? Vanuit het stadsarchief gluurden de mannen naar de ramen van een meisjes studentenflat recht tegenover het Archief. De ramen werden onder de jongens aangeduid met de vlakken op een schaakbord, zodat ze elkaar goed konden vertellen achter welk raam een leuke meid zich stond uit te kleden. Tsja. Spannender dan dit is het in het boek niet geworden…

Ik denk dat ik dit boek heel snel ga vergeten; zonde van mijn schaarse leestijd en mijn leesplezier. Zojuist ook even het juryrapport doorgenomen…pfff het zal wat.

Nog even over het science fiction element. Zoiets wordt pas goed als je je er een voorstelling van kan maken, in mijn ogen. Als je de lijnen die nu zichtbaar zijn, doortrekt naar de toekomst. Fascinerend is dan wel de seksscene met de auto. Ik heb me afgevraagd of ik zo’n behandeling fijn zou vinden en in lijn met de verwachting van toekomstig zelfbevlekkingsmateriaal. Nou nee dus. De auto pakt het uitsluitend fysiek aan. Geen geprikkelde fantasie, geen pseudo tederheid, geen fluisterende woordjes. Fysiek een perfecte sekspartij, maar is dat alles wat je kunt verzinnen van een robot met seksfunctie? Wij – zeg maar ik – voel me meer dan lichaam alleen. Zeker als het om de liefde gaat. Dus nee, ook zijn toekomstfantasie vind ik niet sterk.

Conclusie: Ik heb me er doorheen geworsteld en niemand kan zeggen dat ik er geen moeite voor gedaan heb. Het boek had wat mij betreft niet eens op de longlijst voor moeten komen; laat staan op de shortlist. Gezien de concurrentie een onbegrijpelijke keuze om dit boek te laten winnen.

Televisiester

Ons huizenblok heeft een prijs gewonnen en dus zochten de mensen van AT5 bewoners. J. en ik zijn bewoners. Wij wonen in het meest karakteristieke deeltje van het huis.

De plaatselijke televisiezender kwam enkele weken vooraf al polsen of ze bij en in ons thuis mochten filmen. En J. zei onverbiddelijk: Nee. Geen poppenkast in ons huis. Al dat gedoe. Maar de prijsuitreiking kwam dichterbij en de leden van het televisieteam hadden toch echt ons huis op de korrel en dus vroegen ze aan iemand van de bewonerscommissie of zij aan ons wilde vragen of wij niet ons huis wilde laten filmen en of ze dan een paar vraagjes aan ons als bewoners mochten stellen. Maar ook via via was mijn geliefde J. onverbiddelijk. Maar de datum van de prijsuitreiking kwam dichter en dichterbij en AT5 had toch echt ons huis in het vizier. Toen kregen we een mailtje van medebewoner en onderzoeker van ‘ons’ museum T. AT5 had hem gevraagd of die bewoners van dat hele karakteristieke deel van het woonblok (wij dus) niet hun woning wilden openstellen en of ze dan niet meteen wat vraagjes mochten stellen voor hun televisieprogramma. Wie kan T. iets weigeren? Wij in ieder geval niet en dus stemden we een dag voor het gebeuren alsnog in met het algehele televisiegedoe. Wauw. Deze jongen ging zomaar een televisiester worden!

Afgelopen zaterdag, dus. Samen zette J. en ik onze schouders eronder. De wereld moest niet gaan denken dat we viespeuken zijn of een rommelig huis hebben. Over onze smaak qua inrichting maakte we ons geen zorgen (eigenlijk gewoon geen tijd om over na te denken), maar het gevoel dat geheel Nederland over ons zou oordelen, dat speelde wel. We ruimden de keuken en de huiskamer en de hal op. Boenden de vloeren, en poetsten de meubels, gaven het toilet een ware makeover (mmmm kan dat?) kortom, we werkten ons in het zweet. Om half vier zouden ze komen, de televisieploeg en alle genodigden en om twee uur blonk ons huis ons tegemoet. Ja, J. en ik stonden stijf van de stress. Snel schone kleren aan. Maar toen belde buurman R. aan. Of ik even met de auto samen met hem een nieuw gekochte lamp wilde ophalen. Maar om half vier komt AT5, probeerde ik. Zijn we al lang weer terug. Inderdaad de winkel was nauwelijks ver weg maar té ver om sjouwend met een lamp af te leggen. Dus stapten we in de auto en reden naar de winkel aan de rand van de Jordaan. Toen we weer wegreden bleek de één na de andere straat afgesloten en opgebroken. Steeds verder drongen wij zowel de Jordaan als mijn nachtmerrie binnen; te laat weer thuis zijn. Maar gelukkig overzag buurman R. mijn psychische slagveld en gaf wat kleine aanwijzingen die ons uit het Amsterdamse labyrint leidde.

En toen was daar AT5. Met presentatrice Anneloes (geloof ik, want wie luistert op zo’n moment naar een naam). Niet alleen AT5 was er maar ook wethouder Laurens Ivens en ex-minister en plaaggeest van mijn partijleider van destijds Maxime Verhagen. Presentatrice Anneloes (or whatever) bleek geen Eva Jinek want de ex-minister en wethouder schoven Anneloes aan de kant en namen het interviewheft volledig van haar over. Overdonderd stamelde ik het eerste antwoord op hun vraag, maar gelukkig herpakte ik me en over het vervolg van het gesprek was deze jongen best tevreden.

’s Avonds de uitzending. Ik was vol in beeld. Moeilijk om naar te kijken, vond ik. Ik hoorde mezelf onwennig het antwoord op de eerste vraag formuleren. Dat was het dus. De rest was weggeknipt. Je deed het goed! Hoorde ik van alle kanten, maar ik hoorde mijn zenuwen en bovendien wist ik dat ik in het weggeknipte deel interessante dingen zei.

Televisiester, tsja…

YouTube junk

Gezien mijn pa – noem iets en hij was eraan verslaafd – ben ik genetisch belast. Gelukkig is mijn verslaving niet zo slopend als die van mijn vroeg gestorven pa; mijn verslaving pleegt geen roofbouw op mijn, of andermans, lichaam en leven. Gelukkig maar. Mij kost mijn verslaving alleen maar tijd. En eigenlijk vind ik de tijd die ik aan mijn verslaving besteed, nuttig. Ontspannend. Ik ben gewoon heel gelukkig met mijn verslaving. Ik ben namelijk verslaafd aan YouTube. Grote delen van mijn avond zit ik te kijken naar filmpjes die andere mensen, waar ook ter wereld, gepost hebben en ik geniet ervan. De onderwerpen komen in golven. Het ligt er een beetje aan wat je de laatste keer gezocht hebt en wat je als laatste gezien hebt.

In de loop der tijden heb ik slagers in alle soorten en maten aan het werk gezien. Zag ik hoe vlijmscherpe messen zich een weg zochten langs de ribben van een dood dier. Ik heb alle mogelijke gebak en taarten zien bakken en decoreren. Ik heb kunstig snoep zien maken; zuurtjes met het koppetje van een pandabeertje in het midden, bijvoorbeeld. Ik heb gezien hoe een gitaar en een viool gebouwd werd. Een revolver die mogelijk nog van Clint Eastwood in ‘The Good, the Bad and the Ugly geweest moet zijn, maar dan in het echt, die heb ik gerestaureerd zien worden tot hij weer leek op het ding dat ‘Blondy’ zo snel uit zijn holster kon trekken. Ik heb prachtige opera-aria’s gezien en diverse uitvoeringen met elkaar vergeleken. Ik durf zonder meer te zeggen dat ik een absolute kenner ben van Richard Strauss’ laatste Letzte Lied Abendrot, want ik heb alle mogelijke uitvoeringen naast elkaar gelegd. Alle tempi met elkaar bestudeerd.  Ik heb de mooiste objecten zien ontstaan in de Youtube handen van verschrikkelijk handige en artistieke mannen aan de draaibank. Kortom…mijn verslaving is helemaal zo gek nog niet.

Zweedse tieners met gouden keeltjes...

De laatste tijd kwam ik op het idee om popmuziek waar ik vroeger veel om gaf, opnieuw te gaan herontdekken. Aanvankelijk viel deze zoektocht een beetje tegen; datgene wat ik er destijds in hoorde, dat bleek helemaal weg of lang niet zo lekker als het toen klonk. Op een goed moment kwam ik op het idee om van liedjes die wel zo ongeveer een beetje overeind waren gebleven het woord ‘cover’ in te typen. Dat bracht mij bij ongekend talent. Bij Johanna en Klara Söderberg uit Stockholm. Die twee meiden bleken in staat om de originele song in de schaduw van hun cover te zetten. Heel bijzonder. En omdat ze nu nog maar best jong zijn en Youtube dus al bestond in de tijd dat ze tienertjes waren en omdat ze toen al hadden ontdekt hoe lekker ze konden zingen, vindt je filmpjes van het duo toen ze nog vrolijke middelbare scholieren waren. Tegen de achtergrond van de bossen rondom Stockholm zingen ze de sterren van de hemel.

Volwassen geworden…maar nog steeds met een gouden keel!

Ze blijken er een handje naar te hebben om, nu ze volwassen zijn en zichzelf First Aid Kit noemen, om de moeilijkere, niet zo lekker klinkende nummers van grote sterren uit het verleden nieuw leven in te blazen. Wat mij opvalt is dat ze in de tekst en de muziek zoeken naar de bedoeling van de oorspronkelijke ster en de song vervolgens vervolmaken tot een absoluut hoogtepunt. Bij de uitreiking in Zweden van een prestigieuze prijs voor popmuziek aan Patti Smith, vertolkte ze het liet ‘Dancing Barefoot’. Wat Patti Smith probeerde met dat lied, voeren die meiden uit; ze laten het lied ontploffen. Op een fantastische manier. Een ander lied waar ik echt wel van onder de indruk ben is ‘Running up that hill’ van Kate Bush. Ze weten het te vormen tot een heerlijk lied terwijl het toch vrij moeilijke kost is wat Kate Bush laat horen.

Ik ben wel blij met mijn verslaving. Voorlopig blijf ik helemaal verknocht aan Youtube!

De (on)zekerheden over Kamp Westerbork

We fietsen een rondje door Drenthe. Zo’n slordige honderdvijftig geplande kilometers, maar in werkelijkheid een stuk meer. Verspreid over drie dagen. De auto hebben we in Giethoorn geparkeerd en vandaaruit zijn we eergisteren naar Assen gefietst. Daar had ik een appartementje gehuurd voor een nacht. Dat bleek een fantastisch tuinhuisje te zijn waar we zeer welkom werden onthaald. Vandaar zijn we gisteren naar Hollandseveld gereden, in het echt een gehucht daaronder: Nieuw Moscou. Onderweg kwamen we herinneringscentrum Kamp Westerbork tegen. Daar kon deze jongen niet zomaar langs fietsen. Helemaal niet omdat ik gehoord had dat de commandantswoning geconserveerd was en ik dat graag wilde zien. De laatste keer dat ik Kamp Westerbork bezocht, was die woning een bijzonder fascinerend krot dat elk moment van ellende in elkaar kon storten.

De commandantswoning

Over de woning bleek een glazen overkoepeling te zijn gebouwd. Het maakte het huis nog bizarder dan het al was. Een beetje een sprookjeshuis; een huis waarin ik graag zou willen wonen. Grotendeels van hout. Met een grote waranda en veel ruimte om het huis. Maar ja, het huis werd juist bewoond in een periode dat het volledig uitzicht had op een plek des onheils. Laten we zeggen uitzicht op het voorgeborchte van de hel. Hoewel…als je de afloop nog niet kent van de mensen die daar verbleven, had je makkelijk kunnen denken dat dit kamp al de hel was. Duizenden mensen van huis en haard verdreven opgesloten in een kamp zonder enige privacy. Zou ik op dit moment in zo’n kamp zitten, dan zou ik denken dat ik in de hel zat… Maar het was het voorgeborchte. Dat voelde men waarschijnlijk ook wel zo want velen deden hun best om niet op de trein gezet te worden naar het oosten.

Hoe dachten de mensen die in dat nu geconserveerde huis woonden over dat kamp waarop ze uitzicht hadden? Wisten zij wat het lot was van de mensen die vanuit het kamp op de trein richting het oosten werden gezet? Rondom de geconserveerde commandantswoning staan borden die verschillende personeelsleden bespreken…

een van de beulen?

Zo ook secretaresse Elisabeth Hassel-Mullender. Gezien mijn gedeeltelijk joodse achtergrond en gezien de manier waarop ik grootgebracht ben, heb ik een gevormde blik om tegen dit soort verhalen aan te kijken. Maar gelukkig is daar bijzonder graag discussiërende zoon R. die mij uitdaagt om alles met een open blik te bekijken. Het verhaal wat er op het bord staat zou ik vroeger als zoete koek geslikt hebben, nu vraag ik me af wat de betekenis is van zinsneden als: ‘In het kamp staat ze bekend als…’ of ‘Gezegd wordt dat…’ Vaagheden, kortom. Ook de getuigenis van Aad van As, dat op hetzelfde bord als bewijs wordt opgevoerd, brengt geen soelaas. De man was zelf onderdeel van het vervolgingsapparaat en diende aan te tonen dat de ‘anderen’ veel slechter waren dan hijzelf… Haal ik alle negatieve nauwelijks bewezen opsmuk uit het verhaal, dan blijft er een ongelukkig getrouwde vrouw achter die haar minnaar Gemmeker achterna reisde en samen met hem een tijd gelukkig was in de commandantswoning van Westerbork. Hoe zij tegen dat kamp aangekeken heeft destijds en de arme sloebers die daar gevangen zaten…ik weet het niet en de conservators van herinneringscentrum Kamp Westerbork klaarblijkelijk ook niet.

Europa; hoe verder?

Ik heb me altijd verzet tegen het idee dat wat uit het Europese parlement kwam, ondemocratisch was. Wetten en regels die Europabreed ingevoerd werden en waar iedereen in Europa zich aan moet houden, leken wat mij betreft democratisch tot stand gekomen. Wij Europeanen hebben gestemd voor een Europees parlement. Iedere stem in Europa weegt even zwaar. Vervolgens worden er wetten ter stemming gebracht en als er een meerderheid voor is, aangenomen. Dat leek mij lange tijd heel erg democratisch. Maar ik ben erop teruggekomen.

Eén van mijn bezwaren is dat Nederlandse partijen zijn opgegaan in fracties met ‘soortgenoten’ uit de andere Europese landen. Maar wat zijn die ‘soortgenoten’ precies? Wat willen ze? Wil de partij waar wij in Nederland op stemmen wel hetzelfde als wat de Europese fractie in zijn geheel wil? Ik weet zeker dat de Europese fracties niet hetzelfde willen als de partij waarop we hier in Nederland kunnen stemmen. Dat kan je al afleiden uit het feit dat bijvoorbeeld D’66 en de VVD in dezelfde fractie zitten terwijl ze compleet anders denken over hoe en wat in Europa. Wil de VVD minder Europa, D’66 is juist voor uitbreiding van de bevoegdheden van Europa. Hoe zit dat dan? Stemt een deel van de fractie tegen en een ander deel voor bepaalde wetten? Voor zover ik weet, gebeurt dat zelden. Kortom; als je CDA stemt, dan stem je ook op de partij van Orban van Hongarije. Het CDA is kritisch op Europa terwijl de partij van Orban eigenlijk tegen Europa is. De Christenunie zit in dezelfde fractie als de Poolse PIS partij. PIS wil optimaal gebruik maken van de energiegrondstoffen waar Polen aan rijk is; steenkool. Met het gebruik van steenkool komen alle milieuafspraken waarvoor de Christenunie zich hard maakt, op losse schroeven te staan. Hoe democratisch is Europa als je niet weet wat de standpunten zijn die de fracties innemen? Als Europa democratischer wil worden, dan zouden we moeten weten waar fracties voor staan en niet Nederlandse partijen want die zijn ondergeschikt aan de Europese fracties.

Een tweede issue met betrekking tot Europa is dat Europa niet voortkomt uit een gezamenlijke geschiedenis, maar meer uit een economische samenwerking. De focus ligt vooral op economie en het wegnemen van handelsbarrières. Een neo-liberaal standpunt. Het wegnemen van handelsbarrières heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de gigantische welvaart die we in Europa kennen. Maar, zoals we de afgelopen decennia hebben moeten ervaren, heeft het neoliberalisme ook een enorme keerzijde. Buitenlandse investeringsmaatschappijen, bijvoorbeeld, investeren in Europese steden massaal in koopwoningen. Deze worden vervolgens voor heel duur geld aan expats verhuurd. Voor de eigen bevolking blijven er geen goedkope woningen meer over. Dat alles in het kader van het ongebreidelde neoliberalisme dat vanuit Europa gepredikt wordt. Dat heeft enorme gevolgen voor de toekomst van de Europese steden. De armen in de steden worden als vanouds beschermd en zullen niet hoeven weg te trekken. De allerrijksten ook niet. Maar wel de enorme middenklasse. Mensen die gestudeerd hebben en een goede baan maar niet direct heel rijk, kunnen niet meer in de steden wonen omdat de huizen onbetaalbaar zijn. De vraag is of wij een stad willen waar de middenklasse niet meer kan wonen. Beleid is moeilijk te voeren door alle neo-liberale regels die betrekkelijk ondemocratisch tot stand komen. Hoe nu verder? En…belangrijker nog: Wat ga ik donderdag stemmen?

Mens blijven in tijden van wanhoop

De laatste jaren van haar leven ging het niet echt goed met mijn oma. Tijdens de laatste jaren van haar leven kwam ze zomaar terecht in een door haar zelfgeschapen wereld waarin iedereen, op een enkeling na, het op haar gemunt had. Ze was ervan overtuigd dat mensen zonder te vragen haar huis in- en uitliepen en haar spullen naar goeddunken gebruikten. Ze had daardoor zelf haast geen leven meer, maar ook haar buren hadden het zwaar. Misschien had ik moeten ingrijpen. Ik zag dat het fout ging. Ik probeerde haar gerust te stellen. Aan de andere kant zou ik niet geweten hebben hoe en met wat ik had moeten ingrijpen. Dat de buren onder haar geleden hebben…ik weet het. Oma gilde en schreeuwde tot diep in de nacht. Oma deed aangifte van van alles en nog wat. Mensen waar tegen aangifte was gedaan, werden verhoord op het politiebureau. Allemaal geen dingen die echt leuk zijn. Maar oma had het natuurlijk het zwaarst met zichzelf, hoewel ze zich daar nauwelijks van bewust was. Velen meden haar. Behalve sommige vrienden van heel vroeger. Die konden door alle verhullende lagen nog steeds die idealistische jonge vrouw zien van voor de tweede wereldoorlog. Maar voor velen was dat niet weggelegd. En dan was er nog ‘ik’. Mijn persoon. Voor haar was ik het toonbeeld van het goede in de wereld. Ik kan er niets aan doen en ik kon aan dat beeld niets veranderen. In mijn oma d’r ogen kon ik niet stuk. Dat benauwde me soms. Meestal kon ik daar redelijk mee omgaan. Ik was één van de weinigen die ze nog zoveel vertrouwde tijdens haar laatste jaren dat ik haar kon helpen. Boodschappen doen, bijvoorbeeld.

Met mijn moeder samen, gingen we door de spulletjes die ze had nagelaten. Veel lidmaatschapskaarten van de AJC of toegangskaarten voor AJC-evenementen. Allemaal ontworpen door Fré Cohen. Elk AJC-document ziet er daardoor fantastisch uit. We stuitte ook op dit zelf genaaide etuitje. We wisten van het bestaan. Nu we het zagen vervulde het ons met groot ontzag. Het etuitje heeft ze in Auschwitz gemaakt. Een lapje en een paar drukkertjes. Bang om iets kapot te maken liet ik mijn moeder het etuitje openmaken. Ik wist al wat erin zat, daar niet van, maar we wilden het toch graag in het echt zien. Een minuscuul kammetje en een stukje spiegel. Je kunt je er zelf nauwelijks in zien. Toen we jaren geleden hoorden van het bestaan van dit etuitje moesten we een beetje besmuikt lachen; zelfs in Auschwitz bleef oma een dame die goed voor de dag wil komen. Maar dat beeld is nu bij mij toch wel gewijzigd. Ik heb me de vraag gesteld wat het betekent als je niet meer weet hoe je er zelf uitziet. Wat doet het met je als anderen je reduceren tot minder dan een beest en jou ook graag willen doen geloven dat je minder dan slachtvee bent. Om dat te overleven moet je jezelf ervan overtuigen dat dat beeld niet klopt. Met een kam en een spiegel kan je iets van een mens blijven. Tenminste voor jezelf.

Oma heeft anderhalf jaar lang, constant, de dood in de ogen gekeken. Ze wist dat ze elk moment kon sterven en dat daar geen enkele reden voor nodig was. Wat moet er door haar heen gegaan zijn toen ze daar op die godvergeten plek overleefde terwijl ze besefte dat bijna iedereen waar ze van hield dood was. Dat kammetje en dat spiegeltje moeten haar eraan herinnerd hebben dat ze mens was.

Oma en Fré Cohen

We zitten nog net in de eerste helft van mei. Een periode waarin teruggekeken wordt naar de eerste helft van de twintigste eeuw. Vijftig jaar die ongekend bloederig zijn geweest. Er zijn altijd in de geschiedenis wel oorlogen geweest en er heeft altijd wel bloed gevloeid, maar de eerste vijftig jaar van de twintigste eeuw zijn ongekend geweest wat dat betreft. Toch is het ook een periode waar ik heel graag naar kijk omdat er tegelijkertijd een ongekende bloei was van kunst en cultuur. Soms tegelijkertijd met uitspattingen van wreedheid, maar vaker als er luwte was in het bloedvergieten. En dat er tussen alle ellendige periodes door mensen bleven geloven in de goedheid van de mensheid en hun ideaal probeerden te verwezenlijken van gelijke kansen voor iedereen. Eén van de personen waarbij zowel de ellende, de cultuur en het idealisme samenkomen is Fré Cohen. Over Fré Cohen gaat een tentoonstelling komen in ‘ons’ museum. Fré Cohen zette mij op een speurtocht die me onverwacht heel erg dicht langs mijn eigen familie leidde…

Tekening van Fré Cohen – ‘Tevje der Milchman’ – aan de muur bij mijn moeder

Ik ging namelijk bij mijn moeder eten en vond deze tekening aan de muur. Een erfstuk van mijn oma. Mijn oma en Fré Cohen waren enthousiaste leden van de AJC; de Arbeiders Jeugd Centrale. Na de eerste wereldoorlog hoopten ze dat de wereld zou genezen van de verschrikkelijke wond die de oorlogsellende had veroorzaakt. Ze wisten niet wat hun, joden, nog te wachten stond. Hun onwetendheid is achteraf gezien een gelukkige omstandigheid want daardoor hebben ze nog wat jaren kunnen geloven in al het goeds dat het leven voor hen in petto had. Van Fre Cohen weet ik dat het grootste deel van haar werk in deze periode ontstond. Mijn oma had de tijd van haar leven. Ze was wat jaartjes jonger dan Fré Cohen maar minstens zo enthousiast voor de AJC. Mijn oma moet de tekening van Fré Cohen gekregen hebben en er totaal niet bij stil gestaan hebben wie of wat – anders dan een mede-AJC’er – Fré was. Mijn moeder vertelde dat ze de tekeningen na oma’s overlijden vond tussen heel veel andere papieren met punaisegaatjes en resten van plakband op de hoeken.

Die luwte in de wereld tussen de twee wereldoorlogen in fascineert me enorm. Dat geloven in de goedheid van de mensheid. Geloven in de mogelijkheid van het opvoeden van de mens tot een fantastisch wezen dat net als zij niets dan goeds voorheeft met de wereld. Weliswaar joods – en heus dat bleef altijd een zekere rol spelen – maar fel tegen religie omdat dat de mensen dom zou houden; opium voor het volk. Tussen de spulletjes van oma vond ik veel foto’s. Ook deze foto. Natuurlijk heb ik mijn oma zo nooit gekend. Zelfs van mijn moeder was nog in geen velden of wegen sprake toen deze foto gemaakt werd. Maar haar gezichtsuitdrukking…dat heb ik nooit meer zo gezien. Een gezichtsuitdrukking, ontspannen en vol verwachting, diep gelukkig en onbevreesd. Oma als naïeve lieve puber. Mijn oma hield iets van de dood in haar ogen nadat ze terugkeerde uit Auschwitz. Heus, ze heeft nog wel gelukkige momenten gehad, maar dood en verderf en algehele ondergang lagen altijd op de loer. Voor Fré Cohen eindigde de oorlog anders; ze pleegde zelfmoord voordat ze gedeporteerd kon worden.

Blog van Frits de Klerk