Giotto in het echt

Hoewel ik diep doorgedrongen ben in de roman Grand-hotel Europa van Ilja Leonard Pfeiffer die over, onder anderen, de schade aangericht door massa-toerisme in Europa gaat, maar dan vooral in Italië, loop ik op dit moment rond, als toerist in Italie. Hoewel wij betrekkelijk dichtbij Venetië bivakkeerden op onze eerste stop, hebben we deze stad overgeslagen. De hitte en de drukte hielden ons tegen. We hadden een appartement in Vicenza. Vandaar is een prima treinverbinding naar Venetië. Maar nee, we deden het niet. We zaten wel in die trein, maar stapten eerder uit, in Padova. Ik weet gewoon niet goed of ik niet gewoon Padua moet schrijven, want de naam Padua is vervuld van romantiek dat Padova niet heeft. In Padua staat de Scrovegni kapel en die kapel is van boven tot onder volgeschilderd met fresco’s door Giotto. Dat heeft de goede man rond het jaar 1300 gedaan en, zo las ik bij Pfeiffer, met het beschilderen van deze kapel, laten kunsthistorici de renaissance beginnen. De schilderkunst van Giotto is dermate vernieuwend en briljant dat men daarmee een nieuw tijdperk laat starten.

Ergens in zijn roman schrijft Pfeiffer dat het niet veel zin heeft om zo’n artistiek hoogtepunt met eigen ogen te zien, want koop je een boek over dat werk of ga je op internet zoeken, dan krijg je het betreffende kunstwerk veel beter te zien. Foto’s zijn op de goede hoogte gemaakt en je hoeft je niet in allerlei bochten te wringen om alleen maar een glimp van het kunstwerk, over of langs andere toeristen, op te vangen. Ik had me voor mijn doen best goed voorbereid op de Scrovegni kapel. Internet en YouTube adept die ik ben, had ik naar filmpjes gekeken van de Khan academy waar de kunsthistorici Beth Harris en Steven Zucker in vier afleveringen de kapel bespreken. Ze bespreken in de filmpjes de historische achtergrond en de kunsthistorische waarde en ook wat je te zien krijgt; wat en waarom Giotto geschilderd heeft wat hij schilderde. Met mijn ervaring bij het bekijken van kerken, had ik daar inmiddels geen hulp meer bij nodig want op een enkele uitzondering na, kon ik elke afbeelding wel thuisbrengen.

Enkele dagen geleden dus de apotheose. Via internet had ik kaartjes gekocht om de kapel in te mogen. We stapten vanuit de trein in het bloedhete Padua. In Nederland werden toen heuse temperatuur records gebroken, maar Padua was ook niet mild. De Scrovegni kapel lag gelukkig betrekkelijk dicht bij het station. Wat me als eerste opviel in deze tijd van massatoerisme, was de leegte. Ik had rijen en rijen toeristen verwacht. Maar niets van dat alles. Toen ik mijn internet ticket omruilde voor het ‘echte’ museumkaartje, was ik meteen aan de beurt. Het systeem van tijdvakken en een beperkt aantal bezoekers per tijdvak werkte echt fantastisch.

En toen in de kapel zelf…Wauw…ik werd overdonderd. Wat een schoonheid! Wat fantastisch om dit werk van dichtbij te mogen bekijken. Elk ‘plaatje’ kende ik, maar om dat ‘plaatje’ in het echt te zien was een belevenis op zich. Ik had het voor geen goud willen missen!

En nu zijn we in Ravenna…Ik weet al waar we zo ongeveer naartoe gaan… Eigenlijk is Italië in z’n geheel een kunsthistorisch hoogtepunt. Jammer dat het er steeds zo verschrikkelijk heet is…Zelfs hier aan de kust.

Het licht: Rypke Zeilmakers.

Zoonlief R. discussieert graag met zijn pa. Bij voorkeur is hij het niet eens met hem. Vooral als het over politiek gaat. Nou ben ik natuurlijk nog hartstikke van de oude stempel. Ik hing nog sjekkies rollend rond tussen de communistische hippies die het liefst iedereen arm wilde maken en die het kapitalisme omver wilden werpen. Zo eentje die love en peace riep en iedereen verbood om in een auto te rijden. Zo eentje was ik, denkt zoonlief R. En…natuurlijk lid van die achterhaalde en verschrikkelijke PvdA. R. vindt dat er een frisse rechtse wind waait en met veel graagte waait hij met dat windje mee. Zelfs die rechtse clubjes kunnen niet ontkennen dat de aarde aan het opwarmen is. Maar terwijl de hele wetenschappelijke wereld het wel eens is dat hier de invloed van de mens zich doet gelden, is er een klein rechts groepje – waaronder dus zoon R. – die dapper blijft ontkennen dat het de mens is die de boel doet opwarmen. Het zijn natuurlijke fluctuaties. Niets aan de hand dus…

De mannen hebben ook een eigen website gemaakt www.climategate.nl. Daar schrijven ze alsof ze van de naad en de kous weten. Maar een snelle blik op het rijtje rechtse rakkers dat de website volschrijft leert, dat velen echt wel geleerd zijn, maar doorgaans in het verkeerde vak. Of soms zijn ze in het geheel niet geleerd en beschuldigen ze lukraak de wetenschap – de elite, dus – dat ze er alleen maar op uit zijn om de gewone man de prijs te laten betalen terwijl ze er zelf van profiteren…

Een van de fraaiste climategaters is Rypke Zeilmakers. Who the fuck is Rypke Zeilmakers? Op de site stelt hij zichzelf in de 3e persoon enkelvoud voor: Rypke Zeilmaker is schrijver en onderzoeker over natuur & wetenschap, en fotograaf van Interessante Tijden, HET web-magazine over Ecologie voor de 21ste Eeuw. Hij voelt zich verwant aan het Ecomodernisme met 6 vooruitstrevende Nederlandse en Vlaamse onderzoekers en wetenschapsjournalisten op Ecomodernisme.nl. Hij daagt u in woord en beeld uit op een andere manier te kijken naar het leven op onze planeet dan u mogelijk gewend bent. Als exponent van nieuwe wetenschapsjournalistiek is zijn werkveld verruimd van traditionele media naar onderzoekswerk bij ecologische vraagstukken voor organisaties en ecologisch advies aan natuurgebruikers bij procedures

Lijkt allemaal heel fraai en betrouwbaar (hoewel…wat schrijft hij eigenlijk? vooral in die laatste zin…), maar eigenlijk staat hier natuurlijk helemaal niets. Rypke Zeilmakers is deskundig in helemaal niks. Mensen die zich wel op wetenschappelijk niveau ergens in verdiept hebben en met verstand van zaken over de onderwerpen spreken die ze onderzocht hebben, daar moet onze Rypke helemaal niets van hebben: Maar ja, wat zou je met al die academici moeten? Ze een basis-inkomen van 1500 euro geven, dat ze op de bank hangend wat Netflix kunnen kijken? Geef die klimaatonderzoekers allemaal hun eigen Netflixkanaal. Of stel ze te werk in de mijnen, laat ze papier prikken, of zo’n andere Melkertbaan vervullen. Straatcoach? Dat zou ook een mooie klus zijn voor al die overbodige klimaatonderzoekers.

Jazeker met onze Rypke gaan we de oorlog winnen! En dan dat eeuwige gezeur over de brave burger die de rekening gepresenteerd krijgt. Sjonge wat een kwezel en wat een nietsnut. Het is zo overduidelijk dat we niet door kunnen gaan met het opstoken van fossiele brandstoffen. Er hoeft maar een schip in de straat van Hormouz scheef te gaan liggen en de wereldeconomie wankelt. Uit Groningen kunnen we geen aardgas meer halen en uit Rusland willen we het niet.

Maar goed, ik ben net zo goed niet deskundig en kan alleen maar vertrouwen hebben in de serieuze wetenschap. Over de klimaatverandering bestaat in hoge mate consensus. Zelfs op climategat.nl wordt dat niet ontkend hoewel men daar de cijfers weer heel erg apart interpreteert. Nee zoon R. kom bij mij niet aan met www.climategate.nl…

Mensen zoals jij en ik…

In mei 2014 stapten wij in Teheran uit het vliegtuig zomaar in een van onze spannendste avonturen ooit; Teheran ligt in Iran en Iran is de VIJAND. Frits waagt zich in een vijandelijk land. Zouden we überhaupt dat land wel inkomen? Na een uur hadden we een visum. Later hoorden we dat een uurtje wachten in Iran in het niets valt bij het wachten op het vliegveld in Amerika om aldaar het land in te komen. Dat je daar als vee voortgedreven wordt en afgesnauwd als je iets verkeerd doet. Wat dat betreft geen onvertogen woord in Iran. Zelfs toen we een onbedoelde poging deden om het land niet via de douane maar anderszins binnen te dringen, werden we door een gehoofddoekt lid van de Iraanse marechaussee vriendelijk doch dringend teruggeleid naar het juiste pad via de douane. No problem at all.

Die milde vriendelijkheid waarmee we op het vliegveld bejegend werden, ontvingen wij eigenlijk overal. We waren natuurlijk behoorlijk onzeker over wat wel en niet mocht en de akelige verhalen waren ons vooruit gesneld. We wilden best graag voorkomen dat we zomaar in een Iraanse cel zouden wegrotten beschuldigd van iets waarvan we niet eens wisten dat het verboden was. Dus vroegen we in het hotel bij alles hulp. We wilden vooral een aanvaring met de zedenpolitie voorkomen en daarom lieten we onze kleren door de receptioniste van het hotel goedkeuren alvorens de straat op te gaan. Haar enige commentaar ooit was dat we wat minder kleren aan moesten trekken omdat het best warm was. Maar ondanks dat we er helemaal niet als toeristen wilden uitzien, waren we kennelijk van verre te herkennen want overal op straat werd aan ons gevraagd waar we vandaan kwamen en dat we welkom waren in Teheran. Zoveel vriendelijkheid in een vijandelijk land! Terwijl de atoomdeal nog lang niet was gesloten en de wereld nauwlettend en argwanend toekeek. Ik besefte toen heel goed dat vijandelijk land op politiek slaat en onmin tussen overheden en dat het niets te maken heeft met menselijke verhoudingen terwijl het wel enorm veel invloed heeft op mensen; door de economische boycot die het westen Iran had opgelegd, waren de mensen veel armer dan ze hadden hoeven zijn zonder die boycot. De boycot was opgelegd omdat overheden dat op geopolitieke gronden zo beslisten.

Na ons bezoek aan dat land met de vriendelijke mensen, waren wij echt blij voor hen dat de Iraanse overheid zich met de westerse wereld leek te verzoenen en er een atoomdeal werd gesloten. Wij verwachtte dat al die mensen die we daar in dat verre Teheran hadden ontmoet het stukken beter gingen krijgen… En het leek ook allemaal op zijn pootjes terecht te gaan komen. Iran hield zich volgens de internationale en onafhankelijke controleorganen goed aan de afspraken. Een einde aan de economische boycot werd niet gerealiseerd, maar leek toch wel in het verschiet te liggen. Kortom, wij waren best positief gestemd over de toekomst van Iran in de wereld.

Maar toen kwam Trump. Trump is een lompe olifant met een lange snuit en die blies eenzijdig het mooie Iraanse verhaaltje uit. En nu volgt het ene incident op het andere. Iran moet steeds met gelijke munt terugbetalen…helaas. Vervolgens krijgt de wereld te horen dat de reactie de agressieve daad was; Engeland kaapt een boot van Iran, vervolgens doet Iran datzelfde met een Engelse boot en wordt dan toch gezien als de agressor…

Ik moet denken aan Reza en Nahme die ik in Teheran heb leren kennen en die helemaal niet zitten te wachten op dit gedoe… Mensen zoals jij en ik die alleen maar het beste willen voor hun kinderen…en de wereld…

Waarom ik niet en zij wel?

Als computerprogrammeur moet ik vaak problemen in programma’s oplossen. Dat is soms best complexe materie. Ik moet dan stap voor stap door de logische stappen van het computerprogramma die een ander heeft genomen om een bepaald doel te bereiken. Die logische stappen van die andere programmeur zijn vaak niet míjn logische stappen. Toch wil ik die stappen van die ander niet meteen als fout zien want juist in logica moet je keuzes maken en worden die keuzes gemaakt om iets te bewerkstelligen waar ik, wellicht op dat moment niet aan denk. Om mijn werk goed te doen, moet ik me inleven in de logische keuzes van een ander en niet te snelle conclusies trekken. In de loop van de jaren heb ik dat tijdens mijn carrière moeten ontwikkelen en, al zeg ik het zelf, ik ben er best goed in geworden.

Deze vaardigheden komen mij vaak van pas in de wereld buiten de computer want niet alleen in computerprogramma’s wordt geredeneerd met logische stapjes, eigenlijk overal, maar ietsje minder extreem. Daarom heb ik heel veel moeite gedaan om een ingezonden brief te lezen en te begrijpen, maar helaas, zelfs met mijn best goed ontwikkelde vaardigheden is mij dit niet gelukt. Het gaat hier over een brief van Michiel Brandjes uit Wassenaar in de Volkskrant van 16 juli. Gisteren, dus. Het gaat over topinkomens van de bovenbazen van beursgenoteerde bedrijven en over de onrechtvaardigheid dat we iemand wel het winnen van de loterij gunnen maar niet het topsalaris omdat hij bovenbaas is.  ‘De helft van het door de buitenlandse aandeelhouders betaalde topinkomen vloeit naar de Nederlandse samenleving via de inkomstenbelasting…’ Stelt de briefschrijver. Om het concreet te maken: Het salaris van mijn Nationale Nederlanden bovenbaas wordt betaald door aandeelhouders.

Ik ga het proberen: Een aandeel is een stukje van het eigenaarschap van een bedrijf. Je koopt doorgaans zo’n stukje om het later, als het even meezit, duurder te kunnen verkopen. Zo’n aandeel wordt meer waard op grond van heel veel factoren maar voornamelijk gebakken lucht. Eens per jaar mag je op een aandeelhoudersvergadering een pakket maatregelen goed- of afkeuren. Onder anderen het nieuwe salaris van de bovenbazen. Je zou dus kunnen zeggen dat de aandeelhouders als collectief eigenaar van een bedrijf de bovenbazen een salaris geven. Maar dat betalen ze dan toch nog niet? Nee, volgende logische stapje: Als een bedrijf wil uitbreiden of uit de rotzooi komen, worden er nieuwe aandelen uitgegeven (vinden aandeelhouders niks niet leuk want daardoor dalen hun al eerder gekochte aandelen in waarde) en stroomt er geld het bedrijf in. Van dat nieuwe geld van nieuwe aandeelhouders zou het bedrijf het salaris kunnen betalen van de bovenbazen (en andere werknemers) en als die nieuwe aandeelhouders allemaal in het buitenland wonen dan vloeit er inderdaad geld via de inkomstenbelasting van (de werknemers van het bedrijf inclusief) de bazen, in de Nederlandse staatskas.

Ik kan de redenering kloppend maken, maar helaas zitten er wel heel veel gekke zijsprongetjes in. Laten we het erop houden dat het salaris van mijn bovenbaas uit dezelfde pot wordt betaald als mijn salaris; de premies van verzekerden. Aandeelhouders mogen alleen maar ja-knikken of nee-schudden over de plannen voor het komend jaar. Het enige dat buitenlandse aandeelhouders bijdragen aan de inkomsten van de Nederlandse staat is…de dividendbelasting en gelukkig is die niet afgeschaft!

Over het gunnen van het winnen van de loterij: Ik zal wel moeten! Zo’n mazzelaar! Sorry, maar van harte gaat dat niet…waarom hij wel…en ik niet? Ben ik soms minder?

Le jeune Ahmed – Ga snel naar de bioscoop!

De kracht van de films van de broers Dardenne ‘Le jeune Ahmed’ is, dat je het gevoel hebt dat je naar een documentaire zit te kijken en dat de personages die je ziet rondlopen en die je hoort spreken ‘echt’ zijn; dat ze de persoon zijn die je ziet. Maar dat is natuurlijk niet zo; het zijn acteurs en actrices; ze hebben hun eigen leven en daarin hebben ze hele andere ideeën dan ze hier laten zien. Het is en lijkt allemaal zo vanzelfsprekend, maar in de films van de broers Dardenne is dat helemaal niet zo duidelijk. Wat je ziet is allemaal zo levensecht gefilmd en zo naturel gespeeld dat de emoties die de personages oproepen heel natuurlijk zijn en daardoor heel heftig.

Le jeune Ahmed gaat over een puberjongen op zoek naar zijn identiteit en naar de richting van het leven die hij wil inslaan. Hoe moet je je als moslim gedragen in een land waar de islam zeker niet de grootste godsdienst is en waar tolerantie ten opzichte van andersdenkenden hoog in het vaandel staat? De islam staat niet tolerant tegenover andersdenkenden. Geen enkele godsdienst, trouwens. Hoe moet je je gedragen als een extremistische opvatting van jouw godsdienst zich aan je opdringt en je min of meer opdraagt om andere opvattingen binnen diezelfde godsdienst met hand en tand te bestrijden? Ahmed is in het filmverhaal onder invloed gekomen van de extreem religieuze ideeën van de plaatselijke kruidenier annex imam. In die vrome, ietwat wereldvreemde leer, past dat Ahmed religieuze rituelen zo stipt mogelijk uitvoert. Haast mechanisch volgen de religieuze handelingen zich op. In het – gebroken – gezin – hoewel dat niet echt helemaal duidelijk wordt -, is hij de enige die zich met religie bezighoudt. Moeder is ongelukkig en drinkt teveel; zijn zussen nemen hun vrijheid en feesten erop los. Ahmed krijgt bijles van Ines. Een vrouw met een heel groot hart. Naast dat ze een huiswerkklas heeft, geeft ze ook les in Arabisch aan islamitische kinderen. Ze heeft daar een speciale pedagogiek voor ontwikkeld; Arabisch leren aan de kinderen met behulp van liedjes.

Niet iedereen in de moslimgemeenschap is volledig gecharmeerd van deze lesmethode. Arabisch is toch de taal van de heilige koran? Is het niet beter om ‘gewoon’ de koranverzen uit je hoofd te leren dan zomaar liedjes leren? De ouders voeren hier een discussie over en twijfelen. Ahmed bespreekt deze kwestie met zijn imam. Die twijfelt geen moment: Ines is een afvallige en een ketter. Ahmed interpreteert deze notie zo dat hij vindt dat Ines dood moet. Hij neemt een mes en probeert haar te vermoorden. Gelukkig loopt het uit op een mislukking; Ines overleeft de aanslag en Ahmed komt in de jeugdgevangenis. Ziet Ahmed het hopeloze van zijn missie? Kan hij nog terug? Zal het hem lukken om de schoonheid van ons tolerante systeem met godsdienstvrijheid en verschillende opvattingen te zien en te omarmen? De broers Dardenne spenderen er een prachtige film aan.

Als toeschouwer onderga je alles en kan je op geen enkele manier invloed uitoefenen op de uitkomst. Dat hoort zo bij toneel of film. Omdat het hier zo verschrikkelijk realistisch is en zo dicht op de huid van Ahmed wordt gefilmd, krijg je last van die machteloosheid. Waarom niet dit…en waarom niet dat… Je wordt er dus helemaal gek van. Daarom is Le jeune Ahmed zo’n verschrikkelijk goede film. Je gevoelens lijken al snel weer de gevoelens van ouders met puberende kinderen.

Ik zou zeggen: Niet twijfelen en snel naar de bioscoop! Wat een film!

Terughalen vol liefde

Ik kom uit verdachte hoek; ik ben een Gutmensch. Gutmenschen zijn niet hip. Gutmenschen zijn wereldverbeteraars die ons land in ellende storten. Ik hoor dat steeds vaker en steeds openlijker. Ik zou nog in een andere tijd leven, in de tijdgeest van dertig jaar geleden waarin men tegen van alles en iedereen die naar Nederland kwam zei: Welkom en hier heb je een huis en hier heb je een uitkering. En die tegen onze eigen bevolking stelde dat ze maar geduld moesten hebben en dat ze racisten waren als ze één en ander aan de kaak stelden. Het is niet de waarheid; zo denk ik niet en zo dacht ik niet. Ik denk dat veel van wat ik denk niets te maken heeft met of ik al of niet een Gutmensch ben. Toch voel ik me daardoor vaak in een hoek gezet. Ja, ik ben tegen de doodstraf en ik ben tegen martelen. Ook bij onmensen als Michael P. die Anne Faber zo gruwelijk vermoordde. Dat heeft helemaal niets te maken met ‘slap’. Wel met het Nederland waar ik trots op ben en waar ik graag wil wonen. Voor de Nederlandse waarden die ik wil verdedigen. Waarden die in onze wetten zijn vastgelegd of waarvan we in meerderheid zeggen dat het zo moet gaan als het hier gaat.  

Hoe fijn ik Nederland ook vind, ik zie ook wel dat de waarden die ik zo koester voortdurend bedreigd worden. Ik zie dat ik steeds alert moet zijn om juist die bedreigingen te onderkennen en te bestrijden. Niet alleen buiten mij, zelfs af en toe binnen in me. Soms wil ik het liefst mensen deporteren die andere opvattingen hebben dan ik, bijvoorbeeld omdat ze groepen mensen uitsluiten of groepen mensen minder waard achten. Maar deporteren doen we hier gewoon niet. Op zulke momenten moet ik mezelf terechtwijzen, en dat doe ik dan ook.

Pubers zijn mensenjongen die zoeken naar identiteit en hun richting in de samenleving. Dat gaat met vallen en opstaan. Soms met hard vallen en heel moeizaam weer opstaan en soms met zo hard vallen en nooit meer opstaan. Als ouder sta je volkomen machteloos want in de puberteit van je kinderen ben je in zekere zin nog steeds de stuurman, maar de puber is op de autopiloot gezet en je hebt weinig mogelijkheden om die autopiloot er weer af te halen.

Tsja….

Gisterenavond kwamen een paar pubermeiden aan het woord die in hun zoektocht naar identiteit en opvattingen over hoe verder in de maatschappij, keihard gevallen waren. Ze stelden zich destijds zo te zien de vraag: Wie ben ik en wil ik zijn als moslima. Wat ik denk is dat ze dachten dat die vraag alleen te beantwoorden was in een land waar de ‘zuivere’ (whatever this may be) islam aan de macht was. IS, dus. De meeste puberjongens die zichzelf diezelfde vraag gesteld hadden en die hetzelfde pad bewandelden zijn inmiddels dood. Veel meiden leven nog. Het antwoord op hun vraag naar hun identiteit is dat ze grotendeels allemaal tienermoeder zonder enige opleiding zijn, zich van top tot teen moeten verbergen onder doeken om zich als schaduwen door een vijandig kamp te bewegen. Dat ze nu in een omgeving leven waar zij en hun kinderen ternauwernood kunnen overleven. Maar desalniettemin lijken sommigen van hen, afgezien van de lichamelijke ontberingen, best content met deze manier van leven… en…(zo vrees ik) zouden die manier van leven graag opleggen aan iedereen in de wereld. Dat brengt mij in een enorm dilemma. Moeten we ze terug naar huis halen (wat ze graag willen) of daar, met hun kinderen, laten wegrotten. Ik denk toch maar: Zo snel mogelijk naar huis halen; er zullen altijd een paar van die mensen niet wegrotten daar in die kampen en die komen hier op de één of andere manier toch naartoe. Vol van haat. Terughalen vol liefde zal ons op den duur meer voordeel opleveren, denk ik. Hoop ik…

Hoerenramen en de Wallen

En toen liep ik met bonkend hart over de Wallen… Dus, als je geld betaalt, dan doen ze ‘het’ met je. Alleen het idee al wond me verschrikkelijk op. Ik probeerde een houding aan te nemen alsof ik ergens naar onderweg was en me die deernen achter de ramen niet veel deden. Ik was ook wel onderweg naar iets, alleen had ik een korte omweg gekozen. En hoewel mijn houding absolute onverschilligheid moest uitdrukken, lukte me dat natuurlijk helemaal niet. Ik moest wel naar binnen kijken, naar die vrouw achter het raam. En toen kruisten onze blikken elkaar en mijn hart sloeg over en ze knipoogde en mijn hart ging nog veel harder kloppen en ik was even bang dat ik erin zou blijven en zette er toen stevig de pas in. Weg! Daar vandaan. Heus, geen morele bezwaren; ik was en ben erg van: Vrijheid blijheid, maar ik vond het eng. Ik kon me niet indenken dat ik het ooit met zo’n vrouw zou doen. Een best wel hoog bedrag betalen en mezelf daarna zomaar uitkleden en mijn pielemoos laten wassen (want daar was ik inmiddels wel achter gekomen, dat ze dat deden), ik dacht het niet, hè.

Ik heb heel lang het idee gehad dat de Wallen vol verleidelijke ramen, net zo bij Amsterdam hoorden als Ajax of de Nachtwacht of het Koninklijk paleis op de Dam. Dat het helemaal niet anders kon. Ik had zo mijn bedenkingen toen Lodewijk Asscher als wethouder ramen begon op te kopen om er zich andere bedrijven in te laten vestigen. Ging dat niet een beetje ver? Was hij niet ook een deel van onze cultuur aan het slopen? Het argument dat hij gebruikte was dat het mooiste stukje van Amsterdam was overgenomen door criminelen en dat de vrouwen die er werkten minder aandacht van de overheid kregen dan de gemiddelde frikandel. Hij beweerde dat de zelfbewuste hoer die zelf voor het vak gekozen heeft, maar mondjesmaat bestaat. Dat je eigenlijk vooral heel veel leed en ellende in de wereld van prostitutie tegenkomt. Dat het vooral onfortuinlijke vrouwen zijn die een slecht functionerend land met een haperende economie en regering ontvlucht zijn. Of slavinnenhandel. Als dat zo is, dan moet ik Asscher natuurlijk wel gelijk geven.

Ik slenter nog wel eens over de Wallen. Sinds ik daar voor het eerst als puber met bonkend hart liep, is er best veel veranderd. Groepjes lollig bedoelde Engelse toeristen, zie je er vaak. Doorgaans al behoorlijk bezopen. Steevast is er één die een luier omheeft, een Pippie Langkous pruik op heeft of zich vermomd heeft als ET of Spiderman; een Engels hengstenbal, kortom. Op de Wallen zie je ze overal. En niet alleen op de Wallen…Ze irriteren me behoorlijk. (Wat dat betreft pleit ik ook voor de Brexit zodat dit soort mensen er bij de grenscontroles goed uitgefilterd kunnen worden). ’s Avonds schijnt het met die hengstenballende Engelsen op de Wallen volledig uit de hand te lopen. Ze schijnen hoeren te vernederen en te beschimpen en uit te schelden en uit te lachen. Bovendien is het voor de gemiddelde bewoner niet meer te harden van de in hun portiek pissende en schijtende en kotsende hengsteballers. Het is niet de cultuur van Amsterdam om een hoerenbuurt als toeristische attractie in stand te houden. Dan liever helemaal geen ramen meer met dames erachter. Ik kan me denk ik het meeste vinden in het alternatieve plan van onze burgemeester om alle hoerenramen te verbieden en dat hele mooie oude stukje Amsterdam weer als heel lang geleden te laten gloreren.

Hoeren achter een raam is ook compleet uit de tijd. Dan maar liever een dame via www.hoer_online.nl besteld als het toch zonodig moet. Alleen niet voor mij. Niet omdat ik er morele bezwaren tegen zou hebben of dat ik zelf graag in een één of ander hemel terecht wil komen. Nee heus niet; ik ben er veel te schijterig voor…stel je voor, het gaat mis…je bent niet de kerel die je denkt te zijn…

Het Nationaal Toneel – Amadeus; Heel erg leuk!

Ik kan me niet meer herinneren of ik de film Amadeus voor het eerst in de bioscoop heb gezien of op video of DVD. Wat ik wel weet is dat de film een verpletterende indruk op me maakte. Het verhaal op zichzelf vond ik niet echt geloofwaardig; ik had niet het idee dat Salieri een rol gespeeld zou kunnen hebben in de dood van Mozart. Maar de prachtige beelden en het fantastische acteerwerk van de hoofdpersonen in combinatie met de muziek, deed het hem voor mij. In de openingsscène begint het al meteen met het geniale adagio uit de Grand Partita. Muziek die alles goed maakt. Troostende muziek. Muziek die op je emoties werkt maar juist helemaal niet sentimenteel is. De oud geworden Salieri legt uit wat hij zo bijzonder vindt aan de muziek. ‘Het begint haast als een roestig orgel en dan, plotseling, uit het niets, een hobo. Slechts één aangehouden toon. Vervolgens wordt het overgenomen door de klarinet.’ Hij vertelt dat hij Mozart heeft vermoord en dat hij als straf zijn muziek moet zien doodbloeden terwijl de muziek van Mozart alleen nog maar grootser en mooier en bekender wordt. Salieri vertelt dat hij er alles voor over had om muziek voor de eeuwigheid te schrijven. Dat hij daarvoor op zijn zestiende een pact met God gesloten heeft. In ruil daarvoor moest hij afzien van de liefde en een deugdzaam mens zijn. Maar God heeft hem verraden. Gods verheven klanken komen op aarde middels de vulgaire Mozart. Een scheten latende erop los levende infantiele man. Zonder er schijnbaar moeite voor te doen, componeert hij de mooiste muziek en vernedert hem.

Muziek en film horen doorgaans bij elkaar, maar film en hemelse muziek is voor mij echt een gouden combinatie. De muziek van Mozart is niet zomaar gewone mooie muziek, maar geniaal mooie muziek. Diezelfde mix vond ik in de films Ludwig en Dood in Venetië van Visconti waar achtereenvolgens de muziek van Wagner en Mahler een hoofdrol spelen. Het verhaal…ach het verhaal. Wat kan ik daarover zeggen. Speelt een prettige bijrol.

Amadeus is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Shaffer. Martin van Amerongen ging nogal te keer tegen dit toneelstuk en de verfilming ervan. Het zou Antonio Salieri onterecht in een verkeerd daglicht hebben gezet. Ach, valt wel mee. Ik kan me de verhaallijn wel voorstellen. Ik denk niet dat Salieri een erg grote rol heeft gespeeld in het overlijden van het genie noch dat hij veel invloed heeft gehad op diens muziek. Maar het verhaal zoals Shaffer het opzette had heel erg goed gekund. Ze leefden tegelijkertijd op dezelfde plaats. De één verwierf absolute roem tijdens zijn leven en werd al tijdens zijn leven volkomen vergeten. De ander verwierf oneindig veel roem tijdens zijn leven en na zijn leven werd die roem alleen maar groter.

Amadeus was dus van oorsprong een toneelstuk en Toneelgroep Nationaal Toneel moet gedacht hebben dat je de film ook op het toneel kunt uitvoeren. En inderdaad, dat kan. En boeiend ook. En ook fantastisch geacteerd. De overgangen van de jonge naar de oude Salieri, bijvoorbeeld. Zag er echt fantastisch uit. Voor de muziek was een toneelorkest geformeerd dat Mozarts muziek goed over de planken bracht. Ook de mee-acterende sopraan – in dit geval Lucie Chartin – deed het acterend en muzikaal gezien erg goed. Een prachtige stem in een toneelzaal met een matige akoestiek.  Ik heb gewoon een heerlijke avond gehad. Laat ik dat maar meteen toegeven.

In de film een beetje maar op het toneel een boel, wordt de rol van Constanze neergezet als een wat naief meisje dat maar nauwelijks kan bevatten met welk genie ze getrouwd was. Ik denk echt dat het anders zat. Constanze Weber kwam uit een zeer muzikale familie. Voor zover ik weet was haar oudere zus een gevierde sopraan. Ze is de grote nicht van de componist Carl Maria von Weber. Ook niet de eerste de beste. Ik denk dat ook Constanze heel wat in d’r mars had en dat ze in het toneelstuk van Shaffner niet helemaal goed uit de verf komt. Misschien als wel vele vrouwen in dat deel van de geschiedenis. In het toneelstuk speelt ze vooral een rol in het laten zien van de vulgariteit van Mozart. Verhaaltechnisch staat dat dan mooi tegenover de deugdzame Salieri.

Leuk om te zien dat Amadeus raakvlakken met het heden krijgt. De #metoo beweging bijvoorbeeld. Als Salieri uit wraak op God zijn deugdzaam laat varen, misbruikt hij zijn macht als gevierd en belangrijk en machtig persoon, door van vrouwen seks in ruil voor een carriere te bieden. Salieri wordt fantastisch neergezet door Mark Rietman. Verder vielen de kleren van Esther Scheldwacht op die de rol van de Italiaanse intendant van de opera speelde. Leken die kleren niet verdomd veel op de wat extravagante kleren van ex-stedelijk museumdirecteur Betrix Ruf? En…wat heeft dat dan voor betekenis?  De pompeuze opkomst telkens van Vincent Linthorst als de Oostenrijkse keizer Jozef was behoorlijk hilarisch. Sander Plukaard kon, als Mozart, Tom Hulce helaas op geen enkele manier doen vergeten.

Al met al heb ik een erg leuke avond gehad.

Rob van Essen – De goede Zoon; Ik weet het niet…

Poeh, wat zal ik zeggen. Ik heb het boek uit. Ik geloof dat ik begrijp wat de schrijver ons wil vertellen, maar jemig, wat brengt de man het saai. Ik heb me door het boek heen geworsteld. Dreigde bijna mijn plezier in lezen te verliezen. J. , die mij zo verschrikkelijk goed kent, zag het met lede ogen aan. Leg dat boek toch weg. Waarom zou je het uitlezen? Je leest toch voor je plezier? En toen moest ik het tegenover haar ook nog gaan verdedigen. Ik lees alle boeken die op de shortlist staan van de Libris literatuurprijs. Deze staat erop, dus lees ik het boek uit. Het boek heeft zowaar de prijs gewonnen. Maar geliefde J. zag mijn worsteling en vreesde dat ik nooit meer een boek ging aanraken. Je hoeft niet alles precies zo te doen als je je het voorgenomen hebt, probeerde ze nog. Maar…ik luisterde niet. Ik moest en zou het boek uitlezen. Tot de laatste pagina, tot de laatste zin, tot het laatste woord. Ik wilde de punt die alles afsloot meemaken. En dus deed ik dat. Bladzijde na bladzijde vrat ik me door een bord zand waarvan men beloofd had dat het een suikertaart zou zijn. Ik moet iets belangrijks over het hoofd hebben gezien tijdens het lezen. Als de jury van de Libris literatuurprijs dit boek verkiest boven andere boeken die ik in dit kader gelezen heb, dan moet het toch minstens heel erg boeiend zijn. Ik zou het boek opnieuw moeten lezen. Wellicht dat ik dan iets van de grootsheid zou kunnen herkennen. Maar mijn God, dat ga ik mezelf niet aandoen. Eén keer is genoeg. Wellicht heb ik het belangrijkste gemist. Heb ik de clou gemist die het boek zo verschrikkelijk boeiend maakt. Vooralsnog moet ik zeggen dat deze roman, die nota bene de Librisliteratuurprijs gewonnen heeft, bij mij niet alleen onderaan de shortlist van 2019 bungelt, maar ook nog eens onderaan het lijstje van de shortlist van vorig jaar. Ik vond het boek niet sterk. Inhoudelijk vond ik het slap en het boeide voor geen meter. Ondanks alle spiegelingen en verdubbelingen en wendingen in het verhaal in het geheel niet boeiend. Slaapverwekkend bovendien. Ik heb er eeuwig over gedaan om het uit te krijgen.

Het verhaal zou zich in de toekomst afspelen. Bediend door diverse soorten robots en verplaatst door zelfrijdende auto’s en seksueel bevredigd door diezelfde (kennelijk multifunctionele) auto, verwerkt de hoofdpersoon het overlijden van zijn moeder. De hoofdpersoon is schrijver van beroep en hij schrijft plotloze thrillers. Alleen sfeer en omgeving en een hoofdpersoon. De hoofdpersoon in zijn thrillers zonder verhaal is een zekere Lennox. Is de roman nou zo’n plotloze thriller? Daar lijkt het wel op. En Lennox dan? Die treedt in deze roman op als een soort vriend/begeleider van de hoofdpersoon. Ze hebben elkaar ontmoet in het Amsterdamse Stadsarchief waar ze beiden werkten toen ze nog jong en onbedorven waren. Hoewel…onbedorven? Vanuit het stadsarchief gluurden de mannen naar de ramen van een meisjes studentenflat recht tegenover het Archief. De ramen werden onder de jongens aangeduid met de vlakken op een schaakbord, zodat ze elkaar goed konden vertellen achter welk raam een leuke meid zich stond uit te kleden. Tsja. Spannender dan dit is het in het boek niet geworden…

Ik denk dat ik dit boek heel snel ga vergeten; zonde van mijn schaarse leestijd en mijn leesplezier. Zojuist ook even het juryrapport doorgenomen…pfff het zal wat.

Nog even over het science fiction element. Zoiets wordt pas goed als je je er een voorstelling van kan maken, in mijn ogen. Als je de lijnen die nu zichtbaar zijn, doortrekt naar de toekomst. Fascinerend is dan wel de seksscene met de auto. Ik heb me afgevraagd of ik zo’n behandeling fijn zou vinden en in lijn met de verwachting van toekomstig zelfbevlekkingsmateriaal. Nou nee dus. De auto pakt het uitsluitend fysiek aan. Geen geprikkelde fantasie, geen pseudo tederheid, geen fluisterende woordjes. Fysiek een perfecte sekspartij, maar is dat alles wat je kunt verzinnen van een robot met seksfunctie? Wij – zeg maar ik – voel me meer dan lichaam alleen. Zeker als het om de liefde gaat. Dus nee, ook zijn toekomstfantasie vind ik niet sterk.

Conclusie: Ik heb me er doorheen geworsteld en niemand kan zeggen dat ik er geen moeite voor gedaan heb. Het boek had wat mij betreft niet eens op de longlijst voor moeten komen; laat staan op de shortlist. Gezien de concurrentie een onbegrijpelijke keuze om dit boek te laten winnen.

Televisiester

Ons huizenblok heeft een prijs gewonnen en dus zochten de mensen van AT5 bewoners. J. en ik zijn bewoners. Wij wonen in het meest karakteristieke deeltje van het huis.

De plaatselijke televisiezender kwam enkele weken vooraf al polsen of ze bij en in ons thuis mochten filmen. En J. zei onverbiddelijk: Nee. Geen poppenkast in ons huis. Al dat gedoe. Maar de prijsuitreiking kwam dichterbij en de leden van het televisieteam hadden toch echt ons huis op de korrel en dus vroegen ze aan iemand van de bewonerscommissie of zij aan ons wilde vragen of wij niet ons huis wilde laten filmen en of ze dan een paar vraagjes aan ons als bewoners mochten stellen. Maar ook via via was mijn geliefde J. onverbiddelijk. Maar de datum van de prijsuitreiking kwam dichter en dichterbij en AT5 had toch echt ons huis in het vizier. Toen kregen we een mailtje van medebewoner en onderzoeker van ‘ons’ museum T. AT5 had hem gevraagd of die bewoners van dat hele karakteristieke deel van het woonblok (wij dus) niet hun woning wilden openstellen en of ze dan niet meteen wat vraagjes mochten stellen voor hun televisieprogramma. Wie kan T. iets weigeren? Wij in ieder geval niet en dus stemden we een dag voor het gebeuren alsnog in met het algehele televisiegedoe. Wauw. Deze jongen ging zomaar een televisiester worden!

Afgelopen zaterdag, dus. Samen zette J. en ik onze schouders eronder. De wereld moest niet gaan denken dat we viespeuken zijn of een rommelig huis hebben. Over onze smaak qua inrichting maakte we ons geen zorgen (eigenlijk gewoon geen tijd om over na te denken), maar het gevoel dat geheel Nederland over ons zou oordelen, dat speelde wel. We ruimden de keuken en de huiskamer en de hal op. Boenden de vloeren, en poetsten de meubels, gaven het toilet een ware makeover (mmmm kan dat?) kortom, we werkten ons in het zweet. Om half vier zouden ze komen, de televisieploeg en alle genodigden en om twee uur blonk ons huis ons tegemoet. Ja, J. en ik stonden stijf van de stress. Snel schone kleren aan. Maar toen belde buurman R. aan. Of ik even met de auto samen met hem een nieuw gekochte lamp wilde ophalen. Maar om half vier komt AT5, probeerde ik. Zijn we al lang weer terug. Inderdaad de winkel was nauwelijks ver weg maar té ver om sjouwend met een lamp af te leggen. Dus stapten we in de auto en reden naar de winkel aan de rand van de Jordaan. Toen we weer wegreden bleek de één na de andere straat afgesloten en opgebroken. Steeds verder drongen wij zowel de Jordaan als mijn nachtmerrie binnen; te laat weer thuis zijn. Maar gelukkig overzag buurman R. mijn psychische slagveld en gaf wat kleine aanwijzingen die ons uit het Amsterdamse labyrint leidde.

En toen was daar AT5. Met presentatrice Anneloes (geloof ik, want wie luistert op zo’n moment naar een naam). Niet alleen AT5 was er maar ook wethouder Laurens Ivens en ex-minister en plaaggeest van mijn partijleider van destijds Maxime Verhagen. Presentatrice Anneloes (or whatever) bleek geen Eva Jinek want de ex-minister en wethouder schoven Anneloes aan de kant en namen het interviewheft volledig van haar over. Overdonderd stamelde ik het eerste antwoord op hun vraag, maar gelukkig herpakte ik me en over het vervolg van het gesprek was deze jongen best tevreden.

’s Avonds de uitzending. Ik was vol in beeld. Moeilijk om naar te kijken, vond ik. Ik hoorde mezelf onwennig het antwoord op de eerste vraag formuleren. Dat was het dus. De rest was weggeknipt. Je deed het goed! Hoorde ik van alle kanten, maar ik hoorde mijn zenuwen en bovendien wist ik dat ik in het weggeknipte deel interessante dingen zei.

Televisiester, tsja…

Blog van Frits de Klerk