Komisch optreden bij het NOS-journaal

Op een dag keek ik naar het journaal en toen kwam de vrouw met de vreemde blik in haar ogen ineens in beeld. Opgetrommeld als deskundige. Ze zou jaren bij veiligheidsdiensten gewerkt hebben en nu een deskundige zijn op het gebied van cybersecurity. Zelden twijfelde ik zo erg aan de deskundigheid van iemand die geïnterviewd werd tijdens het achtuur journaal. Nog nooit. Maar deze zogenaamde deskundige werkte al snel op mijn lachspieren. Ze haalde er zo ongeveer al het ongemak van de wereld bij om aan te tonen dat er iets mis was in de databeveiliging. Waar het item van het journaal destijds over ging en waar het mogelijke lek zich bevond kan ik me niet meer herinneren, maar de ‘deskundige’ die haar absurde mening gaf, des te beter. Daags naast dit hoogst komische optreden, bood het NOS-journaal haar excuses aan over het optreden van deze deskundige. Hoe had het NOS-journaal zich zo kunnen vergissen? Had het NOS-journaal kunnen weten dat het om een oplichtster ging die in een manische bui zichzelf tot deskundige had gepromoveerd? Moeilijk, denk ik. Het mens had een boek over dit onderwerp geschreven samen met…Willem Vermeend. Een professor en oud-minister. Niet zomaar iemand dus. Rian van Rijbroek…

Je zou denken dat haar rol, na dit echec, wel zo’n beetje uitgespeeld zou zijn. Nee dus. Ineens is ze weer volop in het nieuws…

In de jaren tachtig van de vorige eeuw was er veel commotie rondom een Engelse televisiefilm, en aan die film moest ik – in dit verband – ineens denken. Brimstone and Treacle en het scenario was geschreven door Dennis Potter (Niet Harry, dus). Een film waarin Sting een glansrol speelt (Sting is natuurlijk iemand, in tegenstelling tot Van Rijbroek, met waanzinnige talenten! En sjonge wat een uitstraling in deze film!). Waar ging Brimstone and Treacle over? Een duiveltje… Op slinkse wijze weet hij binnen te dringen in een ogenschijnlijk harmonieus gezin. Binnengekomen sloopt hij het gezin van binnenuit en komt er aan het licht wat zo angstvallig verborgen gehouden werd.

Rian van Rijbroek blijkt opvallend veel overeenkomsten te vertonen met dat duiveltje uit Brimstone and Treacle en dat schijnbaar zo harmonieuze gezin blijkt automatiseerder Centric. De zelfverklaarde deskundige Van Rijbroek, lijkt zich op slinkse wijze te hebben ingekapseld in de Raad van Bestuur van dit betrekkelijk grote softwarebedrijf. Je vraagt je af hoe ze op die positie is gekomen.  Sinds ze daar zit, is het kommer en kwel en lijkt de bestuurskamer van het bedrijf op een duiventil waar iedereen zo snel mogelijk uit wil vliegen. Die Rian van Rijbroek! Ze weet zomaar een heel bedrijf op de knieën te krijgen! Zonder kennis van IT, laat staan cyber beveiliging, weet ze zich in de Raad van Bestuur te werken en vervolgens het bedrijf van binnenuit op te blazen. Een hele prestatie! Ik zou graag precies weten hoe ze elke stap gezet heeft en hoe ze machthebbers binnen Centric bewerkt heeft. Gewoon, ter lering en vermaak…

Ware het niet dat er gewaardeerde ex-collega’s werkte, dan zou ik met bewondering naar het vrouwmens kijken. Nu zullen die ex-collega’s waarschijnlijk binnenkort moeten uitzien naar een nieuwe baan…

De Notre Dame in Parijs

Gisterenavond keek ik naar het eerste stukje van Pauw. Dat ging over de brand in de Notre Dame in Parijs. Eigenlijk wist niemand er iets over te zeggen. Wat kan je erover zeggen? Ik werd vanochtend wakker met het besef dat één van de grote cultuurmonumenten van West-Europa naar de kloten was. Ik voel me leeg. Dieptreurig. Zelfs de roman die ik nu lees speelt zich voor een klein stukje af in deze kathedraal. Geen woorden voor, dus. Waarom zou ik er dan tijd aan besteden? Misschien blij dat ik niet al te lang geleden nog door de kerk gelopen heb en al haar schoonheid het haar omvang bewonderd heb. Een soort van waardig afscheid. De Notre Dame kan weer herbouwd worden, las ik net. Maar ze zal nooit meer zijn wat ze was. Ze zag eruit, daar op dat kleine eilandje in de Seine, als een rots; als iets dat niet verdwijnen kon. Na gisteren blijkt ze fragiel en sterfelijk.

Kommt ihr Töchter helft mir klagen

De literatuurprijs.

En ook dit jaar wordt hij weer uitgereikt: De Librisliteratuurprijs! Ik heb er nogal over gezwegen, maar dat heeft eigenlijk geen andere oorzaak dan…tijd. Doordat er wat veranderingen zijn geweest, heb ik veel minder tijd om te schrijven. Ziedaar mijn stilte. Maar natuurlijk leeft die prijs enorm bij mij. Natuurlijk ga ik ook weer mee in de jaarlijkse traditie die op deze website is ontstaan: Checken of de jury van de Librisliteratuurprijs gelijk heeft als ze de winnaar aanwijst. De check gaat uiteindelijk over het allerlaatste stukje van de prijsuitreiking. Aan de prijs gaan een longlist en een daaruit voortkomende shortlist vooraf. Daar heb ik niets mee te maken en aanvaard ik als feiten hoewel je ook op de samenstelling van de lijsten veel kritiek kunt hebben. Naar mijn idee is het de bedoeling van de longlist dat daarop de beste boeken komen die in het jaar verschenen zijn. Op zich waag ik dat te betwijfelen. Kijkend naar de van de longlist afgeleide shortlist, heb ik vaak boeken gelezen die in datzelfde jaar verschenen en die uitstegen boven het gemiddelde niveau van de boeken op de shortlist maar er desalniettemin niet op voorkwamen. Maar daar trek ik dus de lijn; de shortlist is mijn vertrekpunt.

Dit jaar heb ik best een beetje mazzel want één van de boeken op de shortlist had ik al gelezen en op deze site besproken; De Trooster van Esther Gerritsen. Dat vond ik een goed boek. Niet het beste boek dat ik van haar gelezen heb, maar echt geen slecht boek. Dat ik één boek gelezen heb, wil nog niet zeggen dat ik de andere boeken gelezen en beoordeeld heb voordat de prijs uitgereikt wordt. Ik heb dan nog veel werk te doen. Hoewel…ik ben meteen aan de slag gegaan en een volgend boek op de lijst is al voor een groot deel gelezen. Hoewel ontzettend dik vrees ik voor het moment dat ik het uit heb… Wat zal ik me dan alleen en verlaten voelen. Het boek dat ik nu lees is zo verschrikkelijk goed…

De lijst:

  • De Trooster van Esther Gerritsen; heb ik dus al gelezen en vond ik een goede roman.
  • De Ommegang van Jan van Aken. Ben ik aan het lezen en…sjonge, wat een boek!!!
  • Drift van Bregje Hofstede. Nog nooit van deze schrijfster gehoord.
  • Grand Europa van Ilja Leonard Pfeiffer. Het lijkt wel alsof er elk jaar een roman van hem op de shortlist staat. Het boek van vorig jaar was in ieder geval niet slecht. Niet meteen mijn favoriet, maar zeker niet slecht.
  • De Goede zoon van Rob van Essem. Geen idee. Nog nooit van de man of zijn boek gehoord.
  • Het vloekhout van Johan de Boose. Geldt eigenlijk hetzelfde voor als voor het vorige boek.

Het grootste deel van de boeken heb ik inmiddels gekocht. En nu maar lezen, De Klerk, lezen totdat je ze allemaal uit hebt. Pas dan kan je laten weten wat de beste roman is. Na twee van de zes romans denk ik dat ik al een winnaar heb… Maar dat zou niet eerlijk zijn. De datum waarop de Libris litratuurprijs wordt uitgereikt is 6 mei. De kans dat ik dan alle zes de boeken gelezen heb, is absoluut nihil. Mijn Frits’ literatuurprijs wordt toegekend aan de beste roman uit de boeken op de shortlist van de Librisliteratuurlijst en deze prijs wordt uitgereikt zodra alle boeken uitgelezen zijn. De prijs bestaat uit…eer. Niets meer en niets minder. Uiteraard krijgt elke auteur wel het afgesproken bedrag per verkocht boek dat ooit is afgesproken, want ik koop elk boek en leen niets en ik steel al helemaal niets.

Met de Mattheus begint de lente.

Elke jaar tijdens de Mattheus moet ik aan de mooiste uitvoering ooit denken. Lang geleden. In Naarden. Via toenmalig schoonzus C. hadden we kaartjes gekregen voor de uitvoering in de grote kerk. Dé uitvoering. Met Ton Koopmans en zijn orkest. Michael Chance zong de altpartij. Voor het eerst dat ik een man de altpartij hoorde zingen. Hoe lang geleden? Heel erg lang geleden. Volgens mij hadden J. en ik nog hele kleine jongetjes thuis en hadden we de jongetjes voor een dag mogen afleveren bij hun grootouders in Badhoevedorp. Die kleine jongetjes zijn al heel erg lang niet meer klein en wij hoeven met niets meer rekening te houden als we naar de Mattheus gaan. Maar die uitvoering in Naarden, dat was de mooiste die ik ooit gehoord heb. Zo mooi dat ik geen herinnering meer heb aan de harde kerkbanken… Daarom was de afgang een aantal jaren geleden zo enorm toen ik kaartjes had gekocht voor de Mattheus onder leiding van Koopman en hij de uitvoering uit bozigheid liet afzeggen en we daarvoor in de plaats – het concertgebouw moest toch wat – de slechtste uitvoering kregen die ik ooit gehoord heb. Sindsdien, zo heb ik met mezelf afgesproken, zal ik nooit meer kaartjes kopen voor een concert met Ton Koopman. Hoe mooi zijn uitvoeringen ook zijn; ik zal nooit meer een kaartje kopen; hij heeft het helemaal verpest bij mij.

Maar gelukkig blijken er ook andere orkesten en andere dirigenten te zijn die een Mattheus kunnen brengen. Gisterenavond heb ik dat ervaren. Het Nederlands Kamerorkest onder leiding van Marc Albrecht. Het orkest hoor ik regelmatig en de dirigent is ook geen vreemde voor me en hoewel orkest en dirigent onder dezelfde muziekkoepel zitten heb ik ze nog nooit samen gezien. Ik ken Marc Albrechts vooral als chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest met de grote symfonische werken. In ieder geval geen kamermuziek en zeker geen Mattheus Passion. Maar dat je voor barokmuziek specialisten nodig hebt bleek gisterenavond achterhaald; Marc Albrechts bracht een uitvoering die makkelijk in het rijtje past van die fantastische uitvoering zo verschrikkelijk lang geleden in Naarden. Is dit het einde van de originele uitvoeringspraktijk? Niks geen oorspronkelijke instrumenten meer. Niks geen zoeken meer naar de omvang van koor en orkest dat Bach tot zijn beschikking had, destijds. Niks geen proberen te reconstrueren hoe Bach zelf die Mattheuspassion gehoord en uitgevoerd moet hebben. Niets van dat alles. Puur de muziek nemen en daar het mooiste van maken. Dat deed Marc Albrechts dus gisteren. En daar slaagde hij ook in.

Wat viel mij in positieve zin op? De koralen, bijvoorbeeld. Doorgaans de wat saaiere stukken in het oratorium omdat ze dezelfde melodie hebben (veertien koralen lees ik in het uitstekende programmaboekje, Veertien want dat is de handtekening van Bach => (B=2 + A=1 + C=3 + H=8) = 14). Albrecht wist sommige van deze koralen zo’n kracht mee te geven dat de spanning in de zaal haast tastbaar werd. Die spanning werd doorgaans doorbroken door evangelist Padmore die, ondanks alle troost of verontwaardiging die het koraal opriep, door moest met het verhaal waarvan hij getuigde. Wat een stem! Was er ook een solist bij die negatief opviel? Nee, eigenlijk niet. Alt Helena Rasker kende ik al; zij moest het heiligste der heiligen (Erbarme dich) van de Mattheus vertolken en deed dat perfect.  Tegenwoordig heb ik meerder favoriete aria’s. ‘Aus liebe will mein Heiland sterben’ bijvoorbeeld. Hemelse muziek met fluiten en sopraan. De sopraan die, onder anderen, deze aria zong, leek nog maar nauwelijks droog achter d’r oren…in 2015 afgestudeerd en zomaar opgetrommeld om de zieke Sibylla Rubens te vervangen; Lucie Chartin. Wat een fantastische sopraan! Wat zong ze de genoemde aria mooi.

In de eerste van de twee tenoraria’s had ik het gevoel dat Kenneth Tarver wat kneep in de hoogte. In de tweede aria had ik daar weer helemaal geen last van en ontroerde hij me diep. Nee, iets negatiefs kan ik moeilijk vinden.

Wat een leuke traditie is die Mattheus toch in Nederland. Heel veel meer jongeren in de zaal dan tijdens welk willekeurig concert van het Nederlands Philharmonisch of het Nederlands Kamerorkest dan ook. Het is dan een stuk onrustiger in de zaal (niet alleen door het jongere publiek, vooral doordat de zaal afgeladen vol zit), maar dat neem ik voor lief. Regelmatig verliet iemand zachtjes – maar toch storend – de zaal en ik zag dat er veel gefluisterd werd. Normaal is elk geluid dus taboe… Aan de andere kant waren er hele stukken waar er alleen muziek was samen met de spanning die het opriep. Mooi! Heel erg mooi. De lente is begonnen!

Karin Strobos in het Muziekgebouw en Thierry Baudet

Het Europa zoals het eens was. Ik verlang er ook af en toe naar. Net als Thierry Baudet. Zie de toespraak die hij hield nadat zijn overwinning voor de provinciale staten 2019 onomstreden bleek. De dagen van weleer. Het paradijs op aarde. Toen alles nog ‘gewoon’ was. Toen het grootste deel van Europa nog vrijwel in z’n geheel bewoond werd door blanke mensen. Toen we kritiekloos onze feesten vierden. Toen we van Pasen tot Kerst precies wisten waar de feesten over gingen. Laten we zeggen de wereld rond 1900. Een mooie tijd. Novecento. Thierry Baudet. Maar dat is een leugen. Eigenlijk verlang ik niet terug naar die tijd. Afgemeten aan factoren als gezondheid, rijkdom, verschillen tussen arm en rijk en vrijheid kan je tot geen enkele andere conclusie komen dan dat het nu heel verschrikkelijk goed gaat met Nederland in tegenstelling tot in 1900. We zitten zeker niet te midden van brokstukken van een ineengestorte beschaving. In tegendeel; we zijn nog steeds aan het herstellen wat er in de twintigste eeuw tijdens verschrikkelijke oorlogen kapot gemaakt is. Thierry Baudet liegt als hij beweert dat het vroeger, laten we zeggen zo rond 1900, beter was dan nu. Dat is gewoon niet zo.

Maar desalniettemin ken ik dat verlangen toch ook. Het verlangen naar de tijd van Frederik van Eeden, Willem Kloos, Herman Gorter en Louis Couperus. De ruisende rokken. De ratelende koetsen langs de grachten van Amsterdam. Dat alles wordt opgeroepen door de klanken van Gustav Mahler. Vooral het langzame deel uit de vijfde symfonie. Dat romantische schmieren, je hebt het gewoon soms nodig. Wegdromen op de diepromantische klanken. Naar honderd jaar terug. Toen de dames nog heel tevreden leken met hun ruisende rokken en culturele soirees. Waar de jonge huwbare dames aanbeden werden en met fraaie muziek het hof werden gemaakt als de jongeheren op visite kwamen in de salons van weleer. Gisteren zat ik niet in een salon maar in het Muziekgebouw aan het IJ. Het Nederlands Kamerorkest speelde onder leiding van concertmeester en artistiek leider Gordan Nikolić. Het klonk zo intens en het was zo intiem. Naar mijn gevoel heel veel langzamer dan ik doorgaans gewend ben, maar zo mooi! Ik ervaarde hoe de klanken tot stand kwamen en zich in harmonie over de zaal verspreidde. Dan te bedenken dat het Adagietto uit de vijfde symfonie van Mahler nog maar de opmaat was van het concert. Het zorgde ervoor dat ik diep ontroerd klaar zat voor de rest die ging komen.

Een deel van de rest was Karin Strobos. Ik heb haar nu een paar keer tijdens een concert of opera gehoord. Altijd een belevenis. In Michelintermen is ze het waard om voor om te rijden en omdat ze inmiddels een vaste kracht is in het operagezelschap van Essen, ben ik heel erg van plan om daar weer eens een opera te gaan horen. Met haar. Karin Strobos, een wereldster in wording, waarvan ik hoop dat ze niet alleen nog maar in exclusieve theaters in landen ver weg zal gaan zingen. Het Nederlands kamerorkest werd teruggebracht tot het ensemble zoals Arnold Schönberg dat bedacht heeft in zijn arrangement van Lieder eines fahrenden Gesellen van Gustav Mahler. In dat ensemble naast strijkers, klarinet en fluit ook een harmonium en een piano. En Karin Strobos. Ik zat op rij drie en kon zien hoe deze fantastische zangeres haar podiumangst wegslikte en overwon en meteen vanaf de eerste inzet de sterren van de hemel zong. Met zo’n soepele stem met zoveel expressie. Ik heb genoten.

Na de pauze Verklärte Nacht van Arnold Schönberg. Ook een belevenis. Omdat ik Schönberg vooral associeerde met zijn twaalftoons atonale muziek en ik daar nauwelijks een touw aan kan vastknopen, kwam ik er niet makkelijk toe om muziek van Schönberg te beluisteren. Maar Verklärte Nacht kreeg ik cadeau op een CD die ik voor andere muziek, die er ook op stond, had gekocht. Meteen toen ik het de eerste keer hoorde was ik verkocht. Onmogelijk doorwrochte muziek. Ik ervaar het als een filosofische manier om depressie in muziek weer te geven. Echter, de componist bedoelde er, naar ik later las, iets heel anders en heel veel vrolijkers mee. Een liefdesgedicht die de diverse fasen van twee individuen naar een koppel bezingt, heeft Schönberg op muziek gezet. Deze kennis laat mij de muziek niet anders ervaren; ik geniet er op mijn manier van met het verhaal dat ik ervoor gekozen heb. Dat mag met muziek! Ik heb een heerlijke avond gehad die me voor even naar de mooiste kant van het begin van de twintigste eeuw voerde.

Toen het concert afgelopen was en ik weer met beide benen op de grond stond realiseerde ik me dat de eerste helft van de twintigste eeuw een waardeloze tijd was voor de Europese mens. Dat het een tijd was die weliswaar de mooiste kunst opleverde, maar waarin ook miljoenen mensen onder erbarmelijke omstandigheden stierven. Geen tijd om naar terug te verlangen. In het tweede deel van de twintigste eeuw hebben we in Europa langzaam geleerd hoe het moet. Samenleven. Er een mooie samenleving van maken. We hebben ervaren dat onze techniek tot van alles in staat is. Hele slechte dingen maar ook heel mooie dingen. De mensheid heeft zoveel ellende overwonnen! In de eenentwintigste eeuw zouden we dat mooie samenleven moeten vormgeven. Wat kleine problemen oplossen en dan genieten. Maar Thierry Baudet ziet kennelijk in het verleden het paradijs en in het heden de brokstukken van dat verloren gegane paradijs. Raar.

Een meesterwerktentoonstelling zonder meesterwerk

Is slechts één schilderij niet een beetje mager? De Nieuwe Kerk in Amsterdam stelt jaarlijks een meesterwerk uit een bepaald museum ten toon. Eén schilderij. Dat moet dus haast wel een meesterwerk zijn want waarom zou je anders, zoals ik, weer en wind trotseren om het te zien? In dezelfde serie zag ik jaren geleden een schilderij van El Greco. Indrukwekkend. Alle schilderijen van El Greco zijn indrukwekkend. Ze doen heel modern aan maar zijn al eeuwen oud. Maar zelfs van dat schilderij heb ik me afgevraagd in hoeverre het een meesterwerk was. Nu dus het schilderij Aartsengel Michaël van Luca Giordano. Een meesterwerk. Ik zelf had eigenlijk nog nooit van Giordano gehoord. Op zich zegt dat nog niet zo heel veel, want ik ben geen kunsthistoricus. Maar wel kunstliefhebber. En ik ken heus een hele zwik schilders uit deze periode. Ook Italiaanse. Van Giordano had ik nog nooit gehoord. Volgens de website van de Nieuwe Kerk zou het schilderij de bezoeker imponeren door zijn enorme formaat, schoonheid, zeggingskracht en overweldigende dynamiek. Tsja… Verder staat er op diezelfde website, en daar wordt in de Nieuwe Kerk ook verder op ingegaan, bewonderde de schilder Dürer, Rafaël, Rubens, Titiaan en Rembrandt. In mijn ogen zijn dat nou juist de schilders die eigenlijk alleen maar meesterwerken afleverden. Giordano? Meesterwerken? Nou, nee.

Wat ik zie is een suikerzoet gevleugeld watje (een roze mantel…) die een satéprikker in een gillend duiveltje prikt. Ik zie geen gevecht. Ik zie geen strijd. Ik zie geen dynamiek. Meer een ballerina met zwanenvleugels…Tussen de strijdende partijen zie ik geen relatie. Dat kunnen schilders als Rembrandt of Rubens beter. Eerlijk gezegd vind ik één penseelstreek van één van die twee al veel boeiender dan dit hele schilderij. Bij Rembrandt zou Michaël een strijder zijn geweest die een gevecht op leven en dood leverde. Michaël zou de speer in het lichaam van de duivel hebben geramd. Je zou beseffen dat als Michaël de strijd zou verliezen, de wereld zou verliezen. De bloedspetters zou je haast op je gezicht voelen als Rembrandt dit tafereel had geschilderd. Bij Rubens zou de pijn van de binnendringende lans voelbaar zijn geweest en had de Aartsengel kracht uitgestraald. Bij Giordano, niets van dat alles. Ach, geen slecht schilderij, maar een meesterwerk; dat wil er bij mij niet in. Ik heb er met belangstelling naar gekeken en de uitleg op de audiotour gehoord. Interessant allemaal zonder dat ik daar nou echt warm of koud van werd.

Vond ik dan helemaal niets leuk aan deze tentoonstelling? Wel! Van de nazit heb ik genoten. De audiotour gaat op zoek naar de engelen in de Nieuwe Kerk. Steeds als er een Engel gevonden is een prachtig stuk muziek om dat te vieren. De kerk is ooit begonnen als katholieke kerk en werd al snel overgenomen door de protestanten. Daarom werden veel van de beelden en schilderijen die de katholieke geloofsbelevenis ondersteunden, weggehaald zodat de sobere protestantse ruimte ervoor in de plaats kwam. Maar gelukkig kon men niet alle schilderijen en beelden weghalen. Bijvoorbeeld op het koorhek. Rijk versiert met cherubijntjes. In de dakconstructie van de kerk, waar de dakbalken gedragen worden door engelen met van inspanning vertrokken gezichten. Ook engelen die nu weer zichtbaar zijn geworden na de restauratie. Op de toegang tot het sacristiehuis bijvoorbeeld mooie muurschilderingen. Na de restauratie weer tevoorschijn gehaald vanonder een dikke stuclaag. De makers van de audiotour hadden voor elke gevonden engel in de kerk een bijpassend engelenkoor uitgezocht; van Fauré tot Bach. Zo was het genieten van prachtige muziek terwijl je van de ene kerkengel naar de andere liep. Eén van de laatste stops – hoewel je vrij was om je eigen volgorde te kiezen – was bij de preekstoel. De stoel is zeer rijk versierd en wordt gedragen door engelen. Maar ook bovenop engelen. De stoel kan je het best bekijken vanuit de herenbanken; de plek waar vroeger de burgemeesters zaten tijdens de dienst. Die uitnodiging kon ik moeilijk aan mij voorbij laten gaan en dus vleide ik mijn kont op de bank die zeer waarschijnlijk ook Six en Bicker gedragen heeft en inderdaad, daarvandaan heb je het mooiste uitzicht op die fantastisch gedecoreerde preekstoel.

Wat mij betreft is het schilderij van Giordano geen meesterwerk, maar de engelenspeurtocht toch zo leuk en interessant dat ik de tocht naar de nieuwe kerk een aanrader vind. Een meesterwerktentoonstelling zonder meesterwerk! Maar…met een interessante nazit.

Recht op bevruchting…

Eerlijk gezegd, ik kon het niet volgen. Wat is nou eigenlijk het probleem? Het inbrengen van sperma bij een vrouw die geen relatie heeft met een man, wordt niet meer door de ziektekostenverzekeraar vergoed. Heeft de minister vorige week beslist. Ik vind het gek dat het kennelijk tijdenlang wel vergoed werd… Bovendien wat is dat inbrengen van een beetje zaad schrikbarend duur. Achthonderdvijftig euro per behandeling. Ik zou het kunnen; gratis; heb ik geen opleiding voor nodig. Ik hoor wat je denkt…Nee, niet alleen mijn eigen sperma en op de ‘gewone’ manier, ook het sperma van een andere man; gewoon met een injectiespuit.  Koop een fikse injectie spuit; neem een kwakkie in een pottie; zuig het kwakkie in het spuitje; duw de spuit in haar geboortekanaaltunneltje waar het zaad op zoek kan gaan naar de mooie eicel; Spritzen maar!; klaar is ik(maar dan anders).

spritzenparade

Is het ontvangen van sperma een recht? Ik voel me daar als man best beledigd over. Sperma als een goedje waar een vrouw recht op heeft; hoe kom je erop? Eén van de artsen beweerde dat de gevolgen enorm zouden zijn van het onthouden van vrouwen van dit recht; het sperma dat ze nu zouden gebruiken zou niet gescreend zijn. Dat maakt het voor mij nog even iets erger. Gescreend! Negenennegentig komma negenennegentig procent van de kinderen (en waarschijnlijk nog heel veel meer) worden geboren uit ongescreend sperma. Míjn kinderen zijn verwekt met mijn ongescreende sperma. Alsof dat een bezwaar is!

Sommige lesbische vrouwen, zo werd verteld, worden nu gedwongen om weer in de kast te gaan door deze maatregel. Als je niet wil seksen met iemand van het andere geslacht dan wordt het versmelten van zaad- en eicel een heikele kwestie. Er moeten dan (simpele) trucjes worden toegepast om toch kinderen te krijgen. Zie boven… Daar hoeft de maatschappij toch niet voor op te draaien? Achthonderdvijftig euro per ‘behandeling’… Ja, ik heb makkelijk praten. Inderdaad, over dit onderwerp wel, over een ander onderwerp niet. We zijn nou eenmaal geen gelijke monniken en we dragen geen gelijke kappen. Kinderen krijgen is geen recht net zomin als dat het een plicht is.

Vind ik dat vrouwen tegen hun wil seks moeten hebben met mannen om kinderen te krijgen? Nee, natuurlijk niet. Iedereen mag zelf weten met wie je het bed in duikt, daar ga ik niet over. Iedereen mag helemaal zelf bepalen hoe hij en zij kinderen verwekt, alleen wil ik daar niet aan meebetalen. Vind ik, trouwens, dat een vrouw alleen, ‘recht’ heeft op een kind? Nou nee, eigenlijk. Een kind opvoeden in je eentje vind ik niet ideaal, eerlijk gezegd. Het kan vaak niet anders, maar ideaal is het niet.

Mijn lief draait verwekkingsproces om: Etherische geesten bepalen waar ze geboren willen worden en zoeken een ouderstel uit om als mens op aarde te komen(korte samenvatting). Ik geloof daar helemaal niets van. Wij sjeesden dwars door alle voorzorgsmaatregelen heen en hupsa, we werden gelukkig met ons kind dat daardoor verwekt werd. Niks screenen van eicellen of zaadcellen; dat deden onze cellen onderweg wel. En…wat vonden ze elkaar lekker!

Recht hebben op een behandeling met gescreend sperma…

Twijfelaar van nature

Het is maar goed dat ik niet bij de IND werk. Ik heb last van medelijden en een hart waar ik makkelijk over strijk. Een IS-spijtoptant en ik ben zo om. Dat moet je niet hebben op zo’n post. Ik verwijt helemaal niemand iets; iedereen mag werken waar hij het best tot zijn recht komt. Echt waar. Maar ik heb last van zoiets als een gebroken hart als ik me het lot besef van die drie Engelse wichtjes van vijftien die destijds zomaar naar Syrië vertrokken. Vijftien jaar. Wat ben je dan helemaal? Kinderen. Hele domme, naïeve kinderen. Meisjes met een volkomen fout gevoel voor rechtvaardigheid. Een fout gevoel voor de verhoudingen in de grotemensenwereld. Een fout idee over oorlog en vrede. Als je vijftien bent kán je zulke stomme fouten maken. Als je vijftien bent dan kan je geen afstand nemen van de ellende die je ziet en beredeneer je het zo dat het helemaal normaal is. Bijvoorbeeld dat mensen worden onthoofd of gekruisigd. Dat maakt je nog niet tot een slecht mens. Ik heb het er zwaar mee omdat ik vader ben geweest van drie jongens die allemaal vijftien en negentien zijn geweest en ik weet hoe verschrikkelijk stom ze kunnen zijn. De wanhoop die hun ouders moeten voelen trekt als een rilling over mijn rug. Ik zie en voel de wanhoop en daarom is het maar goed dat ik niet bij de IND werk en dat ik zou moeten beslissen of Shamima Begum moet worden toegelaten in Nederland. Ik zou namelijk geen enkele twijfel kennen en haar toelaten.

Dan te bedenken dat het wicht geen spijt heeft. Tenminste voor zover ik weet heeft ze nooit gezegd dat ze oliedom is geweest door naar Syrië af te reizen. Ze heeft nooit gezegd dat ze het verkeerd vond dat mensen gemarteld werden daar in IS of dat er mensen op gruwelijke manier aan hun einde kwamen. Onthoofd of gekruisigd. Ik heb haar nooit gehoord over het verkrachten van Yezidi vrouwen die ze tot slaaf hadden gemaakt en lukraak werden verkocht in de Islamitische heilstaat. Ik heb eigenlijk nauwelijks iets van die meid gehoord. Ik weet haar naam, haar leeftijd. Ik weet dat ze kinderen heeft van Yago Riedijk. Dat er twee van haar kinderen zijn overleden en dat ze zich in lappen en doeken hult. Verder weet ik niets van d’r. Maar toch heb ik medelijden. Toch zou ik graag over mijn hart willen strijken. Een meisje nog. Een meisje met een baby.

Als tweeëntwintigjarige seks hebben met een meisje van vijftien…Ik heb daar ook over nagedacht. Daar kom ik ook al niet uit. Ik ben een twijfelaar van nature. Het is voor mijn gevoel op het randje. Het voelt niet helemaal lekker, maar om dat nou te veroordelen… Aan de andere kant… Enerzijds…Anderzijds…

Pubers kunnen dus ontsporen en Shamima Begum is daar een heel goed voorbeeld van. Maar hoe nu verder? Ze zit met een pasgeboren kind ergens in Koerdisch gebied. Ondertussen heeft Groot-Brittannië de mensenrechten geschonden door haar het staatsburgerschap af te nemen. Dat betekent dat ze stateloos is. Met z’n allen hebben we afgesproken dat dat niet mag. Geen land mag iemand stateloos maken. Shamima Begum mag en kan nergens meer heen. Een domme puber met een onschuldig kind ergens in een gevangenenkamp in Koerdisch gebied.  

Ik kan het niet aanzien als een zo jonge meid alleen maar hoopt op medelijden. Het is maar goed dat ik niet bij de IND werk. Mijn hart breekt haast als ik zo’n jonge meid zie zonder perspectief terwijl ik in staat ben om het haar te bieden… Gelukkig heb ik die macht niet en moet ik me bij mijn onmacht neerleggen.

Ik doe mee…

Ik ben gek op vlees. Graag zet ik mezelf neer als amateurslager. Worstenmaker ook. Maar voor mij geldt hetzelfde als voor vliegen; ik weet dat er ook een negatieve kant aan zit. Daarom eet ik zoveel mogelijk biologisch gevoerde dieren. Biologisch staat dan ook voor menswaardig behandeld.

Ik heb me aangemeld om in de week zonder vlees geen vlees of vis te eten… Nee, ik verheug me er niet op, maar ik vind het wel nodig…

Turks Fruit op de planken

Turks Fruit van Jan Wolkers heeft er, in een ver verleden, voor gezorgd dat ik van Nederlandse literatuur ben gaan houden. Toen ik het boek uit had destijds, wilde ik het meteen opnieuw lezen. Ik was een paar weken in de rouw omdat de hoofdpersonen zomaar uit mijn leven verdwenen waren. Ik was er echt kapot van. Wolkers was voor mij een liefdesgoeroe. Op schrijversgebied imiteerde ik Wolkers en kon maar niet vatten waarom alles wat ik opschreef op geen enkele manier voelde zoals hij het schreef. Ik bedacht dat dat misschien aan de liefde lag die ik op dat moment nog nooit als zodanig had gesmaakt. Ik was gewoon een klein jongetje. Maar hoe dan ook, Turks Fruit maakte heel erg veel in mij los. Hier op deze site heb ik er al best veel over geschreven.

Ik ben in de tussentijd opgegroeid, volwassen geworden. Ik geniet de liefde met volle teugen. Ik heb kinderen gekregen en grootgebracht en ik heb veel gelezen. Turks Fruit is hetzelfde gebleven. Als je de eerste bladzijde opslaat ligt de ik-figuur nog steeds op bed en trekt zich vervolgens af bij een foto van zijn geliefde Olga die hem verlaten heeft… De letters, de woorden, de zinnen, de hoofdstukken en de roman is onveranderd gebleven, maar toch ook weer niet. Bij het lezen van de roman spelen zowel de roman als de lezer een cruciale rol. De roman brengt wat teweeg in het brein van de lezer. Turks Fruit heeft op mij nu een andere invloed dan toen ik het halverwege de jaren zeventig voor het eerst las. Ik vraag me nu andere dingen af als ik de roman lees dan dat ik toen deed. Niet alleen ik ben heel erg veel jaartjes ouder geworden, de maatschappij is in die tussenliggende jaren ook nogal verandert.

Turks Fruit is niet alleen voor mij een mijlpaal geweest, ook voor de maatschappij. De roman was de verwoording van een ongekend gevoel van bevrijding. Power Flower ten top. Daarom werd de roman verfilmd en daarom werd de film ook nog eens, in de volledige westerse wereld, een ongekend succes. In de film, die enkele jaren na het verschijnen van de roman werd gemaakt, zie je al enkele verschuivingen. Aanpassingen aan de tijdgeest. In 2005 werd van Turks Fruit een musical gemaakt. De kern van de roman bleef overeind (zeg maar: boy meets girl), maar verder werd alles zo’n beetje aan de tijdgeest aangepast. De verschillen die ontstaan in mijn brein tussen hoe ik toen, als vijftienjarige de roman las of nu als zestigjarige, zien we bijna op dezelfde manier terug in hoe de maatschappij de roman beleeft en ermee omgaat. Over de perceptie van de roman door de jaren heen, heeft Margot van Riel een bijzonder leesbare masterstudie gedaan en die heb ik op onverklaarbare manier in mijn bezit gekregen.

Ze zou weer aan de bak kunnen want er is nu een toneelbewerking op de planken gebracht van Turks Fruit. Ik las van het weekend het interview met de makers. Nu lees ik de recensie. Was het zo dat Olga in de roman regelmatig half in slaap, ‘genomen’ werd en mocht ze van de hoofdpersoon zoveel taartjes maken en eten als ze wilde, in de toneelbewerking bepaalt ze dat wel zelf. Olga is geëmancipeerd. Zij wil seks…of niet. Over de taartjes heeft hij geen enkele zeggenschap (denk ik, want dat staat niet in de recensie).

Eén ding is de constante door alle jaren heen, dat is de liefde. Maar jongens wat is de man-vrouw verhouding verschrikkelijk positief gewijzigd door de jaren heen!

Blog van Frits de Klerk