Categoriearchief: Toneel

Het Nationaal Toneel – Amadeus; Heel erg leuk!

Ik kan me niet meer herinneren of ik de film Amadeus voor het eerst in de bioscoop heb gezien of op video of DVD. Wat ik wel weet is dat de film een verpletterende indruk op me maakte. Het verhaal op zichzelf vond ik niet echt geloofwaardig; ik had niet het idee dat Salieri een rol gespeeld zou kunnen hebben in de dood van Mozart. Maar de prachtige beelden en het fantastische acteerwerk van de hoofdpersonen in combinatie met de muziek, deed het hem voor mij. In de openingsscène begint het al meteen met het geniale adagio uit de Grand Partita. Muziek die alles goed maakt. Troostende muziek. Muziek die op je emoties werkt maar juist helemaal niet sentimenteel is. De oud geworden Salieri legt uit wat hij zo bijzonder vindt aan de muziek. ‘Het begint haast als een roestig orgel en dan, plotseling, uit het niets, een hobo. Slechts één aangehouden toon. Vervolgens wordt het overgenomen door de klarinet.’ Hij vertelt dat hij Mozart heeft vermoord en dat hij als straf zijn muziek moet zien doodbloeden terwijl de muziek van Mozart alleen nog maar grootser en mooier en bekender wordt. Salieri vertelt dat hij er alles voor over had om muziek voor de eeuwigheid te schrijven. Dat hij daarvoor op zijn zestiende een pact met God gesloten heeft. In ruil daarvoor moest hij afzien van de liefde en een deugdzaam mens zijn. Maar God heeft hem verraden. Gods verheven klanken komen op aarde middels de vulgaire Mozart. Een scheten latende erop los levende infantiele man. Zonder er schijnbaar moeite voor te doen, componeert hij de mooiste muziek en vernedert hem.

Muziek en film horen doorgaans bij elkaar, maar film en hemelse muziek is voor mij echt een gouden combinatie. De muziek van Mozart is niet zomaar gewone mooie muziek, maar geniaal mooie muziek. Diezelfde mix vond ik in de films Ludwig en Dood in Venetië van Visconti waar achtereenvolgens de muziek van Wagner en Mahler een hoofdrol spelen. Het verhaal…ach het verhaal. Wat kan ik daarover zeggen. Speelt een prettige bijrol.

Amadeus is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Shaffer. Martin van Amerongen ging nogal te keer tegen dit toneelstuk en de verfilming ervan. Het zou Antonio Salieri onterecht in een verkeerd daglicht hebben gezet. Ach, valt wel mee. Ik kan me de verhaallijn wel voorstellen. Ik denk niet dat Salieri een erg grote rol heeft gespeeld in het overlijden van het genie noch dat hij veel invloed heeft gehad op diens muziek. Maar het verhaal zoals Shaffer het opzette had heel erg goed gekund. Ze leefden tegelijkertijd op dezelfde plaats. De één verwierf absolute roem tijdens zijn leven en werd al tijdens zijn leven volkomen vergeten. De ander verwierf oneindig veel roem tijdens zijn leven en na zijn leven werd die roem alleen maar groter.

Amadeus was dus van oorsprong een toneelstuk en Toneelgroep Nationaal Toneel moet gedacht hebben dat je de film ook op het toneel kunt uitvoeren. En inderdaad, dat kan. En boeiend ook. En ook fantastisch geacteerd. De overgangen van de jonge naar de oude Salieri, bijvoorbeeld. Zag er echt fantastisch uit. Voor de muziek was een toneelorkest geformeerd dat Mozarts muziek goed over de planken bracht. Ook de mee-acterende sopraan – in dit geval Lucie Chartin – deed het acterend en muzikaal gezien erg goed. Een prachtige stem in een toneelzaal met een matige akoestiek.  Ik heb gewoon een heerlijke avond gehad. Laat ik dat maar meteen toegeven.

In de film een beetje maar op het toneel een boel, wordt de rol van Constanze neergezet als een wat naief meisje dat maar nauwelijks kan bevatten met welk genie ze getrouwd was. Ik denk echt dat het anders zat. Constanze Weber kwam uit een zeer muzikale familie. Voor zover ik weet was haar oudere zus een gevierde sopraan. Ze is de grote nicht van de componist Carl Maria von Weber. Ook niet de eerste de beste. Ik denk dat ook Constanze heel wat in d’r mars had en dat ze in het toneelstuk van Shaffner niet helemaal goed uit de verf komt. Misschien als wel vele vrouwen in dat deel van de geschiedenis. In het toneelstuk speelt ze vooral een rol in het laten zien van de vulgariteit van Mozart. Verhaaltechnisch staat dat dan mooi tegenover de deugdzame Salieri.

Leuk om te zien dat Amadeus raakvlakken met het heden krijgt. De #metoo beweging bijvoorbeeld. Als Salieri uit wraak op God zijn deugdzaam laat varen, misbruikt hij zijn macht als gevierd en belangrijk en machtig persoon, door van vrouwen seks in ruil voor een carriere te bieden. Salieri wordt fantastisch neergezet door Mark Rietman. Verder vielen de kleren van Esther Scheldwacht op die de rol van de Italiaanse intendant van de opera speelde. Leken die kleren niet verdomd veel op de wat extravagante kleren van ex-stedelijk museumdirecteur Betrix Ruf? En…wat heeft dat dan voor betekenis?  De pompeuze opkomst telkens van Vincent Linthorst als de Oostenrijkse keizer Jozef was behoorlijk hilarisch. Sander Plukaard kon, als Mozart, Tom Hulce helaas op geen enkele manier doen vergeten.

Al met al heb ik een erg leuke avond gehad.

Toneelgroep Amsterdam – Vergeef ons

Gezien op 7 april in de Stadsschouwburg Amsterdam. Regie: Guy Cassiers

Ik vraag me af waarom toneelgezelschappen er steeds vaker voor lijken te kiezen om een roman op de planken te brengen terwijl er kilometers aan toneelstukken zijn geschreven. Toneelstukken die speciaal bedoeld zijn om op de planken te brengen. Ik begrijp dat niet helemaal. Van de laatste toneelopvoeringen die ik heb gezien kan ik me eigenlijk nauwelijks een oorspronkelijk toneelstuk herinneren. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de verhoudingen in romans niet helemaal overeenkomen voor wat op toneel gewenst is. Afgelopen zaterdag bijvoorbeeld waren we naar ‘Vergeef ons’ van het Amsterdams toneel. Een vertoneelstukte roman. Een lengte van heb ik jou daar. Zonder pauze. Wat kan een mens verdragen en hoe lang kan je zo geconcentreerd blijven. Tweeëneenhalf uur geconcentreerd blijven bij mensen die van alles beleven op het toneel. Mijn concentratie ebt echt wel weg na anderhalf uur. Na twee uur doen al mijn leden pijn van het stille zitten. Dat laatste half uurtje was ik alleen maar aan het hopen dat het snel afgelopen was. Echt heel vervelend. Hoewel het een best aardig toneelstuk was, denk ik dat ‘echte’ toneelschrijvers meer balans aanbrengen in hun stukken waardoor het menselijk lichaam er beter mee overweg kan. Dat denk ik. Met een tintelend en pijnlijk zitvlak en stekende knieën en een temperatuur van rond de dertig graden vind ik dit avondje toneel geen lichamelijke ervaring om vrolijk op terug te zien.

Dan het toneelstuk zelf. Aardig. Je ziet, de vlammen van enthousiasme slaan er niet vanaf. Ik vraag me af: waarom deze roman? Wat is er dan zo bijzonder aan deze roman. Heus, geen slechte. Je hoort mij niet zeggen dat het een baggerboek is, heus niet? Maar om nou te zeggen dat het een verhaal is waar ik nog jarenlang over nadenk… Een verhaal dat mij in mijn diepste wezen geraakt heeft… nee, dat niet. Een roman over gezins- en familierelaties. Een beetje uitvergroot. In welke roman (of toneelstuk) gebeurt dat nou niet. Eigenlijk een doorsnee roman.

Nou zag ik een tijd geleden door dezelfde Toneelgroep Amsterdam de vertoneelstukte voorstelling ‘De Welwillenden’. Ook geen wereldroman, maar wel een wereldtoneelstuk. Een toneelstuk waar ik nog tijden mee rondgelopen heb. Een toneelstuk dat ‘iets’ in me in beweging zette. Een afwijkende en nieuwe kijk op de mens en de geschiedenis. Dat was ‘Vergeef ons’ niet. Ik moet zelfs heel veel moeite doen om alles wat er in het toneelstuk gebeurde te onthouden. Gisteren zat ik er tijdens het ontbijt met Josien toch nog over na te praten. Ik bleek zelfs heuse zwarte gaten te hebben. Josien trouwens ook. Zij kon me dingen vertellen waarvan ik echt niet meer wist dat dat op het toneel gebeurd was. Ik moet toen heel even ingedommeld zijn geweest of iets meer bezig geweest zijn met mijn stekende knieën, voeten of achterwerk dan met datgene dat op het toneel gebeurde. Jammer!

Waar gaat het dan allemaal over? Twee broers die elkaar niet kunnen uitstaan. De één is televisiepersoon, de ander hoogleraar geschiedenis met als specialiteit Nixon. Op thanksgiving verleidt de vrouw van de televisiejongen zijn broer. Tijdens het overspel worden ze betrapt en de televisiejongen slaat de hersens in van zijn vrouw. De televisiejongen verdwijnt in het gevang en de psychiatrie en de Nixonspecialist wordt de stiefvader van de kinderen van zijn broer. Ondertussen heeft hij allerhande betrekkelijk oppervlakkige sekscontacten. De Nixonspecialist wordt ontslagen door de universiteit omdat ze met het vak geschiedenis wat meer naar de toekomst willen kijken (Op zich wel aardig gevonden). En zo kabbelt het verhaal zich voort. Geen idee ondertussen waar het verhaal zal eindigen of beter nog, wanneer. Uiteindelijk bleek dat thanksgiving te zijn. We hadden een jaar meegemaakt van de familie Doorsnee. Nee, dan doe ik ze te kort; er gebeurde heus wel wat…

De vorm waarin Guy Cassiers het had gegoten was wel origineel. Ze stonden er als een groep popzangers bij, de acteurs en actrices. Op het toneel microfoonstandaards. Elke acteur of actrice een eigen microfoon. Dat kan erg statisch worden, maar dat viel mee. De twee stiefkinderen van de Nixonspecialist die elf en veertien waren, werden gespeeld door de oudere Kathelijne Damen en Lucas Vandervorst. Dat gaf op zich een mooi contrast en werkte enigszins vervreemdend, maar werd uiteindelijk wel geloofwaardig.

Al met al…tsja, ik weet niet. Mijn lichaam vond het geen fijn stuk. Mijn geest, in dat gepijnigde lichaam, zegt: “Ach ja…”.

Het huis van Alba blijft gesloten

Gisteren een stukje over de piepjonge nieuwe artistiek directeur van het Noord Nederlands Toneel in de Volkrant. Wat voor stress leeft er onder acteurs en regisseurs? Dat moet enorm zijn. Vandaag lees ik over een theaterproductie waar ik graag kaartjes voor gekocht zou hebben. De voorstelling wordt afgeblazen. Het zou de binnenkomer moeten zijn van de nieuwe artistiek directeur Julie van den Berghe. De voorstellingen werd afgezegd omdat men niet zeker is van de geboden kwaliteit. Bovendien lees ik dat er met de nieuwe artistieke leider gesprekken gevoerd worden over haar toekomst. Ik krijg het er Spaans benauwd van. Vreesde ik in het verleden dat men achter mijn rug om, in stilte, aan mijn kwaliteiten twijfelde, bij deze nieuwe, piepjonge, artistiek leider staat haar mogelijke falen breed uitgemeten in de krant. Dat gaat ver. Wellicht dat het NNT zichzelf eens flink achter de oren moet krabben en moet nadenken over de vraag: Hoe breng ik jong talent tot bloei. Ik denk dat ze daar de verkeerde weg gekozen hebben. Wat moet zo’n jonge vrouw een enorme stress ervaren. Het siddert door mijn botten.

Wat betreft werkstress ben ik zonder meer ervaringsdeskundige. Ik werkte bij een detacheerder en werd bij een grote bank voor een enorm tarief per uur weggezet. Vergelijkenderwijs met andere collega’s zat ik er voor een koopje, maar voor mijn eigen gevoel was dat bedrag enorm. Ik moest van mezelf een prestatie neerzetten die in verhouding stond tot dat astronomische tarief.  Ik had het gevoel dat ik aan alle kanten faalde. Een lange tijd leefde ik in hoogspanning en tegen overspannen aan.  In werkelijkheid functioneerde ik helemaal niet slecht.  Maar dat stresserige gevoel van immer falen heeft mij lange tijd in mijn carrière begeleid.

Bij Julie van den Berghe komen mijn door stress gedreven fantasieën uit. Haar, in hun ogen, falen wordt haar niet binnenskamers medegedeeld, maar van de daken geschreeuwd. Ik vind dat men zo niet met iemand moet omgaan. Wellicht is ze zelf ook niet zo’n makkelijk persoon, maar iemands vermeende falen zo breed en luid uitmeten, vind ik eerlijk gezegd niet kunnen.

Jammer trouwens, ik had echt gehoopt dat dat toneelstuk wel op de planken kwam. Een stuk van Federico Garcia Lorca. Zo’n schrijver waar je veel over gehoord hebt, maar nog nooit iets van hebt gelezen. Tenminste ik niet. Wel Spaanse films gezien waarin de suggestie werd gewekt dat hij erin voorkwam. Vaak enorm poetische films. Ik had ‘Het huis van Bernarda Alba’ graag gezien… Dat huis blijft nu voor mij gesloten.

De Verleiders – Slikken en stikken

Gezien op 21 januari in theater Carré in Amsterdam

De Verleiders brengen een serieuze boodschap in een cabareteske sfeer. Een soort van onderzoeksjournalistiek waarvan met sketches en persoonlijke verhalen verslag gedaan wordt. Ik heb al eerder een voorstelling van de Verleiders gezien. Ook in Carré: Door de bank genomen. Dat was een aanklacht tegen het bankwezen. Slikken en stikken gaat over de gezondheidszorg. Daar valt veel over te zeggen en je kan er veel meningen over hebben. Maar welke mening verkondigde de Verleiders? Ik heb me gisterenavond in Carré prima vermaakt, daar niet van. Maar toch vraag ik me na die hele voorstelling af: Wat wilden De Verleiders nou precies. Hun analyse van de problemen is wel duidelijk, maar wat is de oplossing…

Dat er een voortdurende strijd woedt tussen burgers, overheid, verzekeraars, farmaceutische industrie en artsen is duidelijk. De kosten nemen explosief toe en het systeem lijkt vast te lopen. Kosten worden tegen de mogelijkheid van overleven aangehouden en dan wint het leven voortdurend. Ondanks dat we met grote snelheid op faillissement afkoersen, kunnen en willen we geen maathouden in het rekken van het leven. Dat is een dilemma waar we voor staan. We kunnen er niet mee omgaan en de voorstelling van de Verleiders kan er net zo goed niet mee overweg. Alle aspecten van de gezondheidszorg passeren de revue en uiteindelijk ontkomen we er niet aan om te concluderen dat het moeilijk is allemaal en dat er eigenlijk geen oplossing is. Behalve de farmaceutische industrie. Daar valt wel wat aan te doen. Daar worden kapitalen verdiend over de rug van de burger. Dat wordt stevig onder vuur genomen tijdens de voorstelling. Een prachtige rol van Victor Löw als Amerikaanse grootkapitalist die er voortdurend op uit is om zijn winst te maximaliseren en daarmee medicijnen voor een groot deel van de wereldbevolking onbereikbaar te maken. Voor ons in het rijke westen worden die medicijnen duur, heel duur en op termijn onbetaalbaar.

Onze zorgkosten stijgen inderdaad en tijdens de voorstelling worden we met de grafieken geconfronteerd. Vooral na de invoering van de marktwerking in de zorg toonden de grafieken een explosieve groei op het toneel. De grafiek ging zo stijl omhoog dat ik moeite had om het te geloven. Als de kosten naar aanleiding van nieuw beleid zo toenemen, dan verwacht ik daar heel erg veel discussie over in de politiek. Die discussie was er niet en dan ga ik twijfelen. En inderdaad, haal ik de cijfers erbij van het CBS, dan kloppen de grafieken van De Verleiders voor geen meter. Hun bewering dat de zorgkosten na de invoering van de Marktwerking in de zorg stijl omhoog zijn gegaan, klopt niet. Dat is een constante stijgende lijn die de laatste jaren juist wat vlakker is geworden. Bekijk je echter de zorgkosten in verhouding tot het BNP, dan zie je wel die stijgende lijn. Maar dat heeft vooral met het stagnerende BNP en dus de economische crisis in die jaren te maken. Extreme grafieken doen het goed tijdens de voorstelling, maar als die niet correct zijn, dan verzwakken ze de boodschap.

Neemt niet weg dat de farmaceutische industrie kapitalen verdiend door het kunstmatig hoog houden van de prijzen. Die industrie zorgt ervoor dat we steeds moeten kiezen tussen geld en het rekken van het leven. Dat we ons steeds moeten afvragen hoeveel een jaartje extra leven ons waard is en waaruit dan steevast het antwoord komt: Alles. Leven is een schaars goed en heeft een hoge prijs. Al dat kapitaal verdwijnt in de zakken van enkele grote industrieën. Hoewel daar veel waarheid in schuilt, heb ik toch ook twijfels. We moeten de farmaceutische industrie uiterst kritisch volgen en ze zullen zich heel snel moeten aanpassen aan de veranderende maatschappij; die pikt dergelijke kosten niet meer. Aan de andere kant voorziet deze industrie in een grote behoefte. De boodschap die we van De Verleiders kregen was dat de farmaceutische industrie onethische zakkenvullers zijn en dat de invoering van de marktwerking in de zorg verkeerd is geweest. (Hoewel dat laatste toch ook weer tijdens de voorstelling door Leopold Witte wordt bestreden).

Verder komt er veel aan bod. We worden met de dilemma’s geconfronteerd maar een oplossing geven, kunnen ze niet. Zorgkosten en vergrijzing. Zorgkosten en de betere preciezere diagnoses en bijbehorende medicatie. Zorgkosten en kinderkwalen. Zorgkosten en de markt. De Verleiders claimen dat de diagnostische gids voor de GGZ DSM5 vele malen dikker is dan de DSM4 om de farmaceutische industrie te spekken. Meer ziektes zouden meer medicijnen nodig maken. Ook hier vind ik ze uit de bocht schieten. Een dikkere diagnostische gids kan er net zo goed op wijzen dat ziektes beter te onderscheiden zijn door betere diagnoses. Bovendien worden er niet voor alle aandoeningen medicijnen voorgeschreven. Ik geloof wél in de integriteit van de samenstellers van de DSM5 gids en ik vind het veel te ver gaan om hen te beschuldigen van het leveren van hand- en spandiensten aan de pillenindustrie.

Viktor Löw zal ik me na deze voorstelling herinneren als de schreeuwende en op winst beluste bovenbaas van de farmaceutische industrie. Leopold Witte als de arts die van het ziekenhuis management niet de ruimte krijgt om op de door hem gewenste manier om te gaan met zijn patiënten. Tom de Ket en George van Houts als de drijvende krachten achter de voorstelling. Martijn Fischer zal ik voor me blijven zien als de wanhopige vader van een ADHD-dochter waarvan iedereen, behalve hijzelf, vindt dat het kind aan de Ritalin moet. Jammer dat het eind van het vertederende en mooie verhaal ongeloofwaardig was. Daardoor kon geen enkele conclusie worden getrokken.

Al met al een leuke avond. Er wordt wat met de feiten geknoeid en daardoor wordt de voorstelling niet overal even geloofwaardig. Ik vind dat als je gaat voor de feiten, die feiten ook waar moeten zijn. Dat is dus niet zo. Jammer!

De dingen die voorbijgaan – Toneelgroep Amsterdam/Toneelhuis

Gezien op 17 december in de Stadsschouwburg Amsterdam

Ik was een grote fan van Couperus. Toen ik zo rond de twintig was, verslond ik veel van zijn romans. Ik vond ze toen behoorlijk verslavend. De eerste zestig pagina’s is doorbijten, maar daarna…dan ontspint zich een heerlijk verhaal tegen een decor van ruisende rokken, sigaar rokende mannen; vaak verdwaald in hun onmacht om mee te doen. Soirees in Den Haag. Dienstmeisjes en gaslantaarns. Maar ook verveling en onvervuld verlangen naar iets… Samen met mijn verschrikkelijk veel te jong overleden vriend Chi konden we geen genoeg krijgen van Louis Couperus. Een paar mooie verfilmingen in de jaren zeventig hadden het hunne bijgedragen aan Couperus populariteit bij ons. ‘De stille kracht’ bijvoorbeeld. Een mijlpaal in het Nederlands televisiedrama.

Toneelgroep Amsterdam/Toneelhuis, brengt in drie opvolgende jaren, romans van Louis Couperus voor het voetlicht geregisseerd door Ivo van Hove. Vorig jaar was het de ‘Stille kracht’, dit jaar ‘De dingen die voorbijgaan’. Met, gek genoeg, muziek die die stukken verbindt. De muziek van Harry de Wit. De musicus is op het podium aanwezig en zorgt voor een constante stroom aan klanken en klankjes. Soms ondersteunt hij de teksten op het toneel, soms ook helemaal niet. Maar sfeerbepalend is het zeker. Eén van de kernen van de bijgeluiden op het toneel is de tikkende klok. Dat is goed getroffen want als iets me bijblijft in het werk van Couperus dan is het wel het gevoel van de trage tijd. Verveling is een belangrijk gevoel in het werk van Couperus; vrouwen die niet veel anders te doen hebben dan soirees (laten) organiseren, mooi zijn en manlief behagen.

Van Hove laat het verhaal zich afspelen op de vloer. Geen verhoogd toneel. De achterwand is een grote spiegel die het publiek reflecteert. Het begint ermee dat je jezelf als onderdeel van het decor ziet zitten. Een vreemde gewaarwording. Voor de spiegel stoelen in ‘wachtkamer’ opstelling in twee rijen tegenover elkaar. In die setting zal alles zich gaan afspelen. Eén stoel staat achter de rijen; voor de dienstbode Anna. Anna zit al vroeg op het podium, nog voordat iedereen in de zaal z’n stoel gevonden heeft.

Wat ik geconstateerd heb is dat Ivo van Hove op twee belangrijke verhaallijnen de nadruk legt: De misdaad die in het verleden gepleegd is en die een doem over de familie heeft gebracht en het ‘uit de kast’ komen van Lot. Weliswaar op de verhullende manier die Couperus zo eigen is, maar wat mij betreft wel erg duidelijk. Vond ik de hele avond geslaagd? Nee, dat niet. Sommige stukken waren te lang; dat had wel wat minder gemogen. Vooral de slotmonoloog had wat mij betreft korter gekund. Het verhaal was gedaan, de acteurs en actrices hadden het toneel verloten, op Lot na. En toen nog een monoloog van een minuutje of wat. Ik zou het achterwege hebben gelaten.

Aan de andere kant heb ik ook prachtige dingen gezien. De opkomst van de ‘oude mensen’ bijvoorbeeld. Gespeeld door Frieda Pittoors en Gijs Scholten van Aschat. Ze namen goed de tijd voor hun wandeling van achterin het toneel naar de voorgrond. En in die wandeling transformeerden zij zich in twee stokoude mensen met een zwaar belast gezamenlijk verleden. Heel erg fraai.

Ik stoor me makkelijk aan bloot op het toneel. Het geeft me een gluurderig gevoel en daar houd ik niet van. Mag je nou wel of niet kijken naar die blote mensen op het toneel. Het stelt als het ware je eigen perversiteit op proef. Bloot op het toneel daagt je eigen normen en waarden en je eigen seksualiteit uit. Vaak zit ik daar helemaal niet op te wachten. Maar in ‘De dingen die voorbijgaan’ had ik daar helemaal geen last van. Lot en Elly lijken een bacchanaal aan te richten van geile lust, maar dat is het juist niet; Lot wijst de lust tussen man en vrouw af. Het wordt duidelijk dat hij helemaal niet veel om lust met vrouwen geeft. Als mamma Otilie in kleurige bloemetjesjurk met haar gespierde lover op het toneel verschijnt heeft Lot vooral aandacht voor de torso van moeders lover. Niet meer voor het fragiele blote lichaam van Elly; Haar lichaam wekte geen lust. Wel lust wekken de etenswaren op haar lichaam; aardbeien, slagroom. Dat is niet wat Elly wil. Een erg mooie scene.

Al met al heb ik een lekkere avond gehad. Soms net iets te langdradig, maar over het algemeen prima.

 

De Verleiders; Door de bank genomen. George Van Houts.

Gezien op 22 juli 2016 in Carré in Amsterdam

De voorstelling begon met een leuke binnenkomer: Pierre Bokma deed niet mee. Hij werd vervangen door de regisseur van de voorstelling Aat Ceelen. Mensen die een kaartje hadden gekocht speciaal om Pierre Bokma op het toneel te zien, konden daardoor aan den lijve ondervinden waar de voorstelling over zou gaan, werd ons vanaf de bühne verteld: Oplichting. Een voorstelling waarin wijze lessen werden afgewisseld door sketches. De ene wat leuker dan de andere en de ene les wat interessanter dan de andere. Al met al een aardige voorstelling zonder dat ik meteen overloop van enthousiasme.

Tijdens de voorstelling werd het disfunctioneren van de Nederlandse particuliere banken aan de orde gesteld. Aan de hand van de strandtenthouder De Wit, probeerden de makers te laten zien wat voor rol banken spelen in het leven van mensen en hoe ze iemand kunnen maken en breken. In de eerste sketch wordt meneer De Wit verleid tot het aangaan van een veel te hoge hypotheek. Alles wordt vanuit die hypotheek gefinancierd. Niet alleen het huis, maar ook een auto, de verbouwing en een vakantie en een levensverzekering. Aflossingsvrij. Gezien de keiharde regel dat de huizenprijzen elk jaar met 4% stijgen, hoef je niets af te lossen, want het aflossen komt pas bij het verkopen van het huis. Dan is de prijs zo ver gestegen, dat er zelfs kapitaal overblijft. Bovendien een beleggingshypotheek. Alle ingelegde aflossingen worden belegd in aandelen. Ook de aandelen stijgen jaarlijks met 4 % dus…succes verzekerd. Maar alles wat zo zeker leek, blijkt natuurlijk boterzacht. De familie De Wit wordt gemanipuleerd in een positie waarin zij niet zouden moeten zitten. Je weet van tevoren dat het mis gaat.

Dat gemanipuleer legt meteen ook de zwakke kant van de voorstelling bloot. Er is naar mijn smaak veel te weinig plaats voor zelfreflectie. Er wordt gewezen naar de tussenpersoon en de bank. Zij zijn uitsluitend uit op winst maken, zij denken alleen aan geld verdienen. De familie De Wit daarentegen, is slachtoffer. Wij allen zijn Meneer De Wit; Wij allen zijn slachtoffer. Van hun! Van tussenpersonen en banken. Is dat zo?

Nee dus. Net zo goed als dat we de familie De Wit zijn, zijn wij ook de tussenpersoon en zijn wij ook de bank. Hebberigheid zit in ons allen. Als de kans zich voordoet draaien we allemaal graag de poot van onze buurman uit. Feitelijk gaat het niet om de financiële sector; wij zijn het allemaal! Natuurlijk hebben banken, als specialisten op financieel gebied, maar zeker ook als grote instelling, een extra verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid is in het verleden onvoldoende genomen. Dat zal ook nu nog niet op orde zijn. Maar zolang die fundamentele menselijke houding, hebberigheid, niet wijzigt, wijzigt er niets. Eigenlijk geven we Gordon Gekko in Wall Street gelijk: ‘The point is, ladies and gentleman, that ‘greed’ — for lack of a better word — is good. Greed is right. Greed works. Greed clarifies, cuts through, and captures the essence of the evolutionary spirit. Greed, in all of its forms — greed for life, for money, for love, knowledge — has marked the upward surge of mankind.’

We weten wel dat Gekko ongelijk heeft, maar handelen we er ook naar? Voelen we ook Gekko’s ongelijk…

Een bijzonder geslaagde sketch was het afscheid van SNS baas Sjoerd van Keulen van de bank in aanwezigheid van zijn opvolger Ronald Latenstijn. Erg goed en leuk geacteerd; de SNS baas die de ene risicovolle investering heeft gedaan na de andere. Die de bank naar de beurs heeft gebracht en die zonder meer verantwoordelijk is voor de uiteindelijke ondergang van de bank naast de weinig sprekende of charismatische opvolger die het uiteindelijk allemaal heeft laten gebeuren.

Ook daar past zelfreflectie. Houden we niet allemaal van ondernemende, charismatische, expressieve mensen? Houden we niet allemaal van mensen als Sylvia Toth, Jan Timmer, Cor Boonstra of Rijkman Groenink? Slagvaardigheid, ondernemerschap, charisma, rechtdoorzee en nietsontziend…het zijn eigenschappen die in onze maatschappij hoog worden gewaardeerd. En…de maatschappij zijn wij. Zolang wij dit soort eigenschappen waarderen, krijgen we mensen aan de top die dergelijke eigenschappen hebben.

Ik weet dat er onderzoek wordt gedaan naar het creëren van geld door particuliere banken. Toch begrijp ik het niet. Als je een lening bij een bank aangaat, is het niet zo dat er vanuit het niets een bedrag bij je naam getypt wordt. Het gaat wel degelijk van een bankrekening af. Op die bankrekening staat een bedrag dat evenveel minder wordt als het bedrag dat aan jou uitbetaald wordt. Die rekening begon bij 0 en is nu zo hoog als hij is door af- en bijschrijvingen. Ik heb dat gezien bij ABN-AMRO. Toch heb ik ook weer gehoord dat het grootste deel van het uitgeleende geld, in eerste instantie niet bestond… ik weet het niet. Ik hoop daar meer over te weten te komen.

Ik was ook bij het nagesprek. George van Houts interviewde een journalist. Was helaas niet zo interessant omdat de journalist (waarschijnlijk) beter schrijft dan praat. Hoewel…terecht hield hij wat vragen van zich af omdat het heel verleidelijk is om met de algehele anti-banken stemming mee te gaan terwijl niemand de wijsheid in pacht heeft.

Maar al met al, een geslaagde avond in Carré.

Bloot op het toneel

Ik heb het al verschillende malen voorbij zien komen. En heus, ik ben nieuwsgierig, maar ik ga toch niet. De recensies spel ik tot de laatste letter uit. Plaatjes bekijk ik. Voorvertoningen in talkshows…Alles wat ermee te maken heeft, bekijk ik, maar daadwerkelijk het theater instappen…een kaartje kopen, nee, dat gaat te ver. Op de één of andere manier wil ik daar wel en niet mee geconfronteerd worden; het naakte lichaam. Ik heb helemaal niets tegen blote borsten of een piemel, maar in het theater…ik weet gewoon niet waar ik moet kijken. Mag ik ernaar kijken? Maar dat is toch van hem of haar? Het heeft een uitwerking op mij. Als ik naast mijn geliefde in het theater zit geeft het een gevoel van vreemd gaan. Dat voelt heel gek.

De voorstelling ‘Privacy’ gespeeld door Wine en Ward (laat hun achternamen maar zitten want dan allitereert het niet meer), in het Compagnietheater. Een heel klein theatertje op de Wallen in Amsterdam. Vanzelf zit je al heel erg dicht op de acteurs. Nee, ik ga niet, hoewel ik zo verschrikkelijk nieuwsgierig ben! Maar naar wat?

Jaren geleden zag ik ‘Vrijdag’ van Hugo Claus. Eén van de mooiste toneelstukken die er in het Nederlands geschreven zijn. Rauw. Confronterend. Maar ook zo verschrikkelijk teder. Het speelt zich af in de sociale gelederen waarin Claus zijn beste werken laat afspelen; de onderklasse. Daar gaat zelden iets goed. Verkrachting, incest, geweld. ‘Vrijdag’ gaat, in grote lijnen, over een man die uit de gevangenis komt. Hij heeft daar gezeten omdat hij incest pleegde met zijn dochter. Op schitterende wijze ontrafelt Claus het liefdesleven en de relaties van man, vrouw en dochter. In de voorstelling die ik zag, had men een deel van die liefdescarrousel uitgebeeld door uitkleden en aankleden van de personages. In een rap tempo waren de acteurs en actrices bloot en weer aangekleed. De dochter werd door een bloedmooie jonge actrice gespeeld. (Echt, ik weet niet meer wie ze was, maar geloof me, ze zag er hemels uit). Ik had een plekje vrij vooraan in de zaal, iets van het midden af. In de Meervaart in Amsterdam. Die fantastisch knappe actrice die de dochter speelde, zat op handen en voeten met haar billen naar de zaal op het puntje van het toneel. En zo trok ze haar broekje uit. Ze toonde haar blote alles recht in het gezicht van de zaal. En ik kon het net niet zien. Oke, haar borsten…prima. Die had ik gezien en mooi gevonden, maar haar billen, en haar benen ietsje wijd en op handen en voeten recht naar de zaal… Ik moest verschrikkelijk slikken en was blij en vond het oh zo jammer dat ik geen plek in het midden had, want nu kon ik het, gelukkig en jammer genoeg, allemaal net niet goed zien.

‘Vrijdag’ van Hugo Claus. Dat mooie toneelstuk. Het ging vanaf het billenmoment compleet aan mij voorbij. En ik schaamde me ten opzichte van Josien die naast mij zat. Net of mijn hunkering om goed naar dat fraaie kontje te kijken iets afdeed aan wat ik voor Josien voelde. Helemaal niets dus. Eigenlijk hoefde ik me helemaal niet te schamen. Maar dat deed ik toch.

Volgens mij vinden die blote acteurs en actrices op het toneel het ook wel erg leuk om mij zo in verwarring te brengen!

Als ik van tevoren weet dat er veel bloot zit aan te komen in een toneelvoorstelling, dan weet ik niet zeker of ik kaartjes ga kopen. Of…voor mij alleen; zonder Josien? Mmm, dat voelt helemaal niet fijn.

De welwillenden -Toneelhuis/Toneelgroep Amsterdam

Gezien op 27 mei 2016 in de Stadsschouwburg van Amsterdam

Over een maandje gaan wij op vakantie. Dat is eigenlijk de enige tijd van het jaar dat we voldoende aan lezen toekomen. Inmiddels wacht een hele stapel boeken op me. Nou ja…stapel; een hoop bits en bytes tegenwoordig. Ik heb er een duizend pagina tellende roman bijgestopt. Bovenop de digi-berg; De welwillenden van Jonathan Littell. Gisteren zag ik de toneelbewerking van de roman en ik ben diep onder de indruk. Het stuk heeft me als een mokerslag geraakt. Vorm en inhoud waren perfect in balans en het werd subliem vertolkt. Twee rollen die me extra opvielen waren (uiteraard) Hans Kesting die de hoofdrol speelde. Weergaloos! Maar ook Bart Siegers in zijn rol van dr. Mandelbrod. Huiveringwekkend. Een manipulator die je ongewild tot het allerslechtste aanzet en zelf schone handen houdt. Bert Siegers zet hem fantastisch neer; de bron van het kwaad in de wereld; de boze genius.

De welwillenden vertelt het verhaal van Obersturmführer Max Aue. In het begin van het stuk is SS-er Max Aue gelegerd in Oekraine. We maken als toeschouwer zijn ontwikkeling mee van soldaat naar massamoordenaar. Daarbij wordt afgerekend met het beeld van sadistische gekken die de poorten van de hel bemannen. In De welwillenden zijn het mannen van vlees en bloed. Mannen met gevoelens. Mannen met heftige gevoelens. Het zijn die mannen die de genocide uitvoeren. Mannen die het helemaal niet lekker zit dat ze vrouwen en kinderen moeten vermoorden. Mannen die worstelen met hun geweten. Die er zelf doodziek van zijn dat ze deze rol in de geschiedenis moeten vervullen. Mannen die er in zekere zin ook aan onderdoor gaan. Dat geldt zeker voor Max Aue.

Voor de toneelbewerking kozen Guy Cassiers en Erwin Jans voor een betrekkelijk klassieke benadering. Max Aue vervulde daarbij de omgekeerde rol van het klassieke koor. Voorafgaand aan een deel, zo leek het, becommentarieerde hij wat er ging komen. Vanuit zijn emoties. Bij deze koor-achtige ontboezemingen werden alle mogelijke middelen ingezet. Het gaf daardoor een inkijk in de emotionele ontsporing die zich in het brein van Max Aue voltrok. Wat er op het toneel gebeurde was intimiderend en schokkend en daarom voelde je Max Aue’s emoties tot op het bot in de zaal. Het maakte het onrealistische in het verhaal realistisch. Zijn hersenspinsels werden de onze.

Plichtsbesef en de eed dat het woord van de führer wet is, leiden de mannen naar hun morele ondergang. Maar ook hun persoonlijkheid speelt een belangrijke rol. Ze zijn op een bepaald tijdstip om een bepaalde plaats. Dat ze verantwoordelijk zijn voor wat ze doen, blijft voor mij als een paal boven water staan. De figuur van Eichmann speelt een niet onbelangrijke rol in het stuk. Door Katelijne Dame (een vrouw, dus) overtuigend neergezet als de aan smetvrees lijdende bureaucraat. Mannen, vrouwen, kinderen en bejaarden spelen bij hem geen rol. Hem gaat het om cijfers en niet meer dan cijfers want aan de cijfers kun je afmeten hoe succesvol de bureaucraat Eichmann is. Eichmann leent ook woorden uit de grote Lanzmann documentaire Shoah. De woorden van de spoorwegbeambte die vertelt dat voor elke vervoerde jood betaald moest worden. Dat kinderen onder de vier gratis mochten en kinderen boven de vier voor half geld. En Eichmanns trots dat het hem lukte om de joden voor hun eigen vervoer naar de vernietiging te laten betalen. Je kan het haast niet zelf verzinnen. Had ik Shoah niet gezien, dan had ik het treinkaartjes verhaal ongeloofwaardig gevonden.

Dr. Mandelbrod is voor mij, de verpersoonlijking van het kwaad. Het personage werd zo formidabel neergezet door Bart Siegers, dat de rillingen over mijn rug liepen. Een manipulator eerste klas, die anderen het verderf instuurt en zelf schone handen houdt. Een verschrikkelijk mens. Ik ken managers die daar sterk op lijken. Daarmee raakte het me bijzonder diep.

Ook de rol van Abke Haring speelde een cruciale rol. Beperkter, maar cruciaal. Zij stond als Hélène model voor het thuisfront. Voor de mensen die zich geen enkel beeld konden vormen over wat zich daar in het verre oosten zich afspeelde. Het is dan ook onmogelijk om je dat voor de gest te halen. Natuurlijk had ze treinen vol mensen zien vertrekken, maar een aanwijzing dat die mensen vermoord zouden worden had ze niet. De wereld was toen nog een stuk naiever.

Al met al heb ik een fantastische avond gehad waarbij ik op een haast intimiderend manier nadenkstof kreeg aangereikt. En…een roman. Wellicht een leesverslag na de vakantie!

Ivo van Hoven en Theu Boermans.

Ik word dagelijks aangemoedigd om kaartjes te kopen voor toneeluitvoeringen. Ik ben Vriend van de Stadsschouwburg en dus heb ik het recht om vroeger in het seizoen kaartjes te kopen dan ‘gewone’ theaterliefhebbers. Dat heeft grote voordelen, want kaartjes op rij vier bijvoorbeeld, zijn heel erg fijn. Je zit helemaal vooraan dus je kunt erg goed zien wat er op het toneel gebeurt. Rij vier heeft ook extra beenruimte en tenslotte heb ik het gevoel dat je de acteurs ietsje beter kunt verstaan, zo vooraan. Grote voordelen, dus. Maar ik loop te talmen.

Toneelgroep Amsterdam is de huistheatergroep van de Stadsschouwburg. Veelal geregisseerd door Ivo van Hoven. Toneelstukken die geregisseerd zijn door Ivo van Hoven brengen mij in een lastig parket. Hij is internationaal gelouterd. Hij wint prijs na prijs. Hij wordt over de hele wereld gevraagd voor gastregies. De pers komt superlatieven te kort…en ik? Ik vind de door hem geregisseerde toneelstukken doorgaans nauwelijks het bekijken waard. Soms zit er een stuk bij waarvan ik denk…Nou, valt mee, best aardig, maar vaak…een drama. Het spijt me. Het is gewoon zoals ik het zie en voel. Waar de vakpers vernieuwingen ziet, zie ik nutteloos rollen door de blauwe verf. Ik zie een vrouw schijten op het toneel. Ik zie een man zwabberen met zijn piem. Maar het brengt mij niet verder. Ik krijg geen denkbeelden die ik eerst niet had. Ik heb nauwelijks een leuke avond. Daarom twijfel ik over kaartjes kopen. Ik zoek naar voorstellingen die niets te maken hebben met Ivo van Hoven.

Vorig seizoen was De Stille Kracht een uitzondering in zijn werk. Ineens een voorstelling die wel te pruimen was.

Na Kreten en Gefluister gingen Josien en ik naar de nabespreking. We hadden geen fijne avond gehad. We begrepen niets van wat we zagen. Een hoop smerigheid zonder lijn. Ik betrapte me erop dat ik vooral zat te kijken naar wie de mooiste tieten had (Karina Smulders!). Ook leuk, maar daar kwam ik niet voor. We dachten en hoopten bij de nabespreking duidelijkheid te krijgen. Roeland Fernhout beantwoordde de vragen. Een vraag uit het publiek: ‘Best een moeilijke voorstelling, wat probeert de regisseur ons nou eigenlijk te vertellen?’ Fernhout begon omstandig uit te leggen dat hij het zelf eigenlijk ook niet begreep. Hij wist zelf ook niet wat hij deed en waarom. Maar zo’n grootheid als Ivo van Hoven moest nou eenmaal af en toe een wat gesloten voorstelling maken. Dat was nodig voor zijn artistieke ontwikkeling. Mijn bek viel open…

Sindsdien probeer ik het fantastische werk van Ivo van Hoven te vermijden. Ik zit helemaal niet te wachten op zijn artistieke egotripperij. Daarmee maak ik mezelf bewust tot een culturele armoedzaaier die de kracht van Ivo van Hove niet ziet. Het moet maar. Ik wil uit het theater komen met het gevoel dat ik iets beleefd heb. Bij Ivo van Hoven beleef ik zelden wat. Hij moet geweldig zijn, maar ik zie dat niet; De internationale pers kan gewoon geen ongelijk hebben.

Het komende seizoen is het verdomd moeilijk om bij Toneelgroep Amsterdam iets te vinden dat niet door Ivo van Hoven geregisseerd is. Twijfel. Twijfel. Twijfel. Ik wil alles zien van regisseur Theu Boermans. Van hem heb ik nog nooit iets slechts gezien. Kunnen Amsterdam en Den Haag niet een paar jaar van regisseur wisselen?

Het jaar van de Kreeft – Toneelgroep Amsterdam

Gezien op 1 april 2016 in de Stadsschouwburg van Amsterdam.

Toen ik zo’n jaar of zestien was heb ik ‘Het jaar van de kreeft’ van Hugo Claus, gelezen. Ik was toen veel te jong om het boek te kunnen begrijpen. Ik zou het moeten herlezen om er een volwassen oordeel over te vellen. Ik heb er wel herinnering aan, eenenveertig jaar later. Ik wist dat het ging om de liefde tussen een eenvoudige vrouw en een intellectuele man. Dat het hun veelal om seks te doen was. Een slopende liefde met veel onbegrip tussen beiden. Ik moest, terwijl ik het las, erg denken aan ‘Turks Fruit’ van Jan Wolkers dat ik toen ook al (veel te vroeg) had gelezen. ‘Turks Fruit’ was een zinderend boek dat me raakte als een mokerslag. Toen ik Wolkers’ roman uit had, heeft het nog weken door mijn hoofd gespookt. Ik heb het boek later, op een leeftijd dat ik er emotioneel wel bij kon, nog herlezen. De mokerslag was toen niet minder. Het ‘Jaar van de kreeft’ had niet dat effect op mij. Ik vond het een boeiend boek. Punt.

Gisteren zag ik in de stadsschouwburg de toneelbewerking van de roman. Geregisseerd door Luk Perceval en gespeeld door Gijs Scholten van Aschat en Maria Kraakman. Na afloop was er een nabespreking met de acteurs maar daar zijn we niet naar toe gegaan. Hebben we over gedacht en gediscussieerd maar uiteindelijk besloten niet te gaan en zoals zo vaak; daar heb ik nu spijt van. De uitvoering hield ons na afloop goed bezig. De verhaallijn, de acteerprestaties, het decor… over alles valt veel te zeggen.

Hugo Claus, Gijs Scholten van Aschat en Maria Kraakman zijn personen om voor naar de schouwburg te gaan, vind ik. Was ‘Het jaar van de Kreeft’ wel boeiend maar niet meer dan dat, het toneelstuk ‘Vrijdag’ is dat wel. En ook ‘De Metsiers’ heeft mij diep getroffen om maar een paar voorbeelden te geven. Maria Kraakman vond ik fantastisch in ‘De stille kracht’. Haar ingehouden maar naturel overkomend spel vond ik heerlijk om naar te kijken. Het verdriet om een leven in de schaduw met weinig perspectief op meer was voelbaar. Na deze rol in ‘De stille kracht’ ben ik voor haar gevallen. Gijs Scholten van Aschat zie je overal en hij valt nooit tegen. Maar… acteurs zijn natuurlijk wel afhankelijk van toneelstuk en regie.

Onze conclusie over de avond was: Een geweldige acteursprestatie maar een dun verhaaltje. We hebben een heerlijke avond gehad, maar kijk je louter naar het verhaal, dan heb je eigenlijk niet veel gezien. Je hebt een acteur en een actrice en een pianist gezien die met z’n drieën iets geweldigs neerzette…maar het verhaaltje an sich was eigenlijk niet meer dan: Man vindt vrouw en hebben wat problemen en gaan weer uit elkaar.

Het getoonde spel was een fysieke prestatie van jewelste. De acteur en actrice moeten na afloop kapot zijn geweest (was ik maar naar de nabespreking geweest, dan had ik het met eigen ogen kunnen zien). Ze dansten, sprongen, sleepten elkaar over het toneel, holden en kronkelden in en over elkaar. Ik raakte daar zelf soms van buiten adem. Vooral Maria Kraakman moet goed afgetraind zijn om deze rol vol te kunnen houden. Maar dat deed ze gisterenavond met verve.

Op het toneel een man aan de vleugel. Ik was het programmaboekje misgelopen en mocht daarom raden naar de componist. In het begin dacht ik een bewerking van het liefdesthema uit de tearjerker ‘Love Story’ te horen. Daarna kwam ik ook nog een bijna-Gnossienne van Satie tegen maar later in het toneelstuk wist ik bijna zeker dat ik naar Philip Glass luisterde. Het bleek allemaal gecomponeerd door de pianist op het toneel; Jeroen van Veen. De muziek was een onmisbaar element in het toneelstuk.

Hoe geef je liefde en seks een draai op het toneel zonder dat het uitdraait op een parade aan clichés of banaliteiten? Ik denk dat acteurs en regisseur zich daar lang het hoofd over gebroken hebben. Ik moet zeggen dat ze de weg glansrijk gevonden hebben. De liefde en afstoting en de seks waren voelbaar en zichtbaar zonder dat het ook maar even banaal werd. Clichés heb ik helemaal niet kunnen ontdekken. ‘Het jaar van de kreeft’ is een aanrader! Een acteerprestatie van jewelste!

Maar… waarom moest ‘zij’ nou uiteindelijk sterven? Waarom aan kanker? Leidde in Turks Fruit alles zo’n beetje naar het sterven. Olga moest wel dood gaan aan een verschrikkelijke ziekte…In ‘Het jaar van de kreeft’ is dat niet zo. De vrouw vond ik wel wat destructief. Dan is doodzuipen, pillen slikken of van een flat springen voor de hand liggender. Maar kanker? Jammer dat Hugo Claus al weer een tijdje dood is, kunnen we het hem niet meer vragen.