Categoriearchief: Opera

Juditha Triumphans van Antonio Vivaldi; Echt hele mooie muziek.

Mijn grenzeloze en immer beschonken pa had aparte ideeën over Antonio Vivaldi. Muziekleraar in een weeshuis voor meisjes in het Venetië van de vroege achttiende eeuw. Mijn pa zag het helemaal voor zich. Hij had graag Vivaldi’s plaats ingenomen omdat mijn pa van mening was dat meisjes en vrouwen die van jou afhankelijk zijn, ook jouw eigendom zijn en je er dus alles mee kunt doen wat je maar wilt. Zijn lusten en zijn fantasieën projecteerde hij op Vivaldi. Volgens mijn beschonken pa leefde Vivaldi in Kutjes paradijs. Toch denk ik er anders over. Ik heb het idee dat Vivaldi een fatsoenlijk en verantwoordelijk mens was en het beste wilde voor de kwetsbare meiden waar hij de verantwoordelijkheid voor droeg. Ik denk – beter nog – ik wil denken dat Vivaldi zijn meiden een vak leerde waarmee ze geld konden verdienen zodat ze niet aan gebrek en ellende overgeleverd zouden zijn. Ik wil denken dat Vivaldi priester uit roeping was. Natuurlijk zei seks hem wel wat. Ik wil graag denken dat de man gek was van zijn meiden en best wel eens opgewonden raakte van die knappe musicerende jonge vrouwen, maar ik wil dat die meisjes er niets van gemerkt hebben en dat hij zijn geilheid en zijn fantasieën bij zichzelf hield tussen zijn eigen lakens. Natuurlijk weet ik dat niet, maar ik wil graag dat het zo is. Dat het veilig was voor die kwetsbaren daar in het Ospedale della Pietà in Venetië.

Vivaldi leerde zijn meisjes de kunst van muziek en ik denk dat die meiden met hem geboft hebben. Hij moet de beste leermeester zijn geweest die ze konden hebben. Hij componeerde naar het spelersmateriaal dat hij in huis had. Het enthousiasme en het talent moet groot geweest zijn in dat weeshuis voor meisjes in Venetië. Vandaag heb ik de opera Judith Triumphans in het Muziektheater gezien en gehoord. Natuurlijk heel ergens anders dan in het Ospedale della Pietà in het Venetië van begin achttiende eeuw. Maar juist in een opera zie je de meiden aan het werk; alle rollen worden gezongen door vrouwen; ook de mannenrollen. Dat is opvallend want ging de discussie over de passiemuziek van Bach en muziek uit de barok juist niet over dat er, zelfs voor de sopraanpartijen, geen vrouw aan te pas kwam? Bij Vivaldi in diezelfde barok kwam er juist geen man aan te pas. Wel in het koor overigens en daar bekroop mij even de twijfel of men de tenoren en bassen in het koor er soms later bij verzonnen had. Het zal wel niet en misschien doet het er wel niet zo toe.

De opera Juditha Triumphans wordt maar zelden uitgevoerd. Überhaupt worden er weinig opera’s van Vivaldi uitgevoerd. Ik kan me van een flinke tijd geleden herinneren dat Cecilia Bartoli een CD uitbracht met louter aria’s van Vivaldi. Dat ze naar aanleiding van deze CD interviews gaf waarin ze vertelde hoe jammer ze het vond dat er zo weinig aandacht bestond voor het operawerk van Vivaldi. Dat men niet zoveel aandacht had voor Vivaldi, Ik kon me daar toen wel wat bij voorstellen. Op de één of andere manier komt Vivaldi wat goedkoop over. Het zijn de Vier Jaargetijden die Vivaldi dwars zitten, volgens mij. Prachtige muziek objectief gezien, daar niet van, maar zo verschrikkelijk uitgekauwd en grijsgedraaid dat het wat mij betreft nauwelijks meer om aan te horen is. En ook in Judith komt afentoe de Vivaldi van de Vier Jaargetijden boven, maar dan heel erg anders. Omdat de muziek van Judith zo onbekend is, hoor je waardoor die vermaledijde Vier Jaargetijden zo beroemd zijn geworden. Vivaldi’s muziek is zó melodisch. Zijn muziek kan zo teder zijn en vrolijk en somber tegelijkertijd. Van Vivaldi’s muziek kan je heel erg simpel genieten. Geen muziek overigens, die je op een zonnige winterdag in februari zomaar even wegspeelt. De muziek is licht en diepzinnig tegelijkertijd. Soms simpel en rechttoe rechtaan en dan weer virtuoos. Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen dat Vivaldi op het moment dat hij deze opera schreef een paar fantastische zangeressen in huis had en een groot violiste…

Nog maar eens…Judith onthoofdt Holofernes van Caravaggio

De opera bestaat uit twee scenes of aktes. In de eerste akte wordt legeraanvoerder Holofernes, die de stad Bethulië in Israël aan het belegeren is, getroffen door de schoonheid van de weduwe Judith. Hij ontmoet haar omdat zij hem graag zegt te willen spreken. Hij nodigt haar uit om samen met hem de maaltijd te gebruiken. In de tweede akte gebruiken Holofernes en Judith samen de maaltijd. Ondertussen brengt Judith Holofernes’ hoofd steeds verder op hol en drinkt hij zoveel dat hij op bed gaat liggen en in slaap valt. Dan pakt Judith Holofernes’ zwaard en hakt hem zijn hoofd af. De Israëlieten hebben de oorlog gewonnen.

In de mise-en-scene van de opera wordt teruggegrepen op het beeld van de oorlog zoals wij hem kennen. Dat is de Duitse bezetting. Holofernes draagt een quasi SS-uniform. Zijn soldaten hebben Stahlhelmen op hun hoofd; het kan dus niet missen. Het eerste toneelbeeld: Gezinnen in jaren veertig kleren met koffers; dat kan niet anders dan teruggrijpen op de jodenvervolging en dat komt in dit geval weer goed uit, want ook in het verhaal Judith gaat het om de strijd van het joodse volk tegen een onderdrukker. De kunstroof die de Duitsers hebben gepleegd op de joden komt prominent aan bod. Het beroemde Carravagio schilderij van Judith die Holofernes onthoofd. Omdat dat schilderij een paar keer terugkomt, wordt het wel een beetje flauw. Aan de andere kant; in de laatste scene vernietigd Judith dit kunstwerk en lijkt daarmee te zeggen dat het doden van een mens nooit een overwinning is.

In de eerste akte vond ik dat alles lekker vlot ging op het toneel. De tweede akte ging juist erg traag. Dat ligt natuurlijk ook aan Vivaldi die van lange Da Capo aria’s houdt waarin heel weinig gebeurt. Aan de andere kant is dat het gegeven en heeft de regisseur de taak om er een spannend toneelbeeld van te maken. In de tweede akte lukte hem dat niet altijd. Ook het ronddraaiende toneel begon me toen wel wat te irriteren. Gelukkig bleef de muziek steeds even mooi.

Parsifal en Rubens

Op één dag na, precies 20 jaar geleden, kreeg ik een fantastische uitvoering van Parsifal van Josien op CD cadeau. Ik was al helemaal gegrepen door Wagners Siegfried en Lohengrin, maar Parsifal was nieuw. De ouverture is zo sacraal. De hemel breekt open op de muziek van Parsifal. De ouverture duurt meer dan een kwartier. Nog niemand heeft er iets gezegd of gezongen en toch is alles al duidelijk. Alles wat Richard Wagner wilde zeggen. De woorden die hij bij zijn opera schreef zijn een slap aftreksel van de muziek. De woorden vertellen een schier onbegrijpelijk verhaal over een reine dwaas. Maar de muziek… De muziek is hemels. Was je nog niet spiritueel dan word je het wel als de koperblazers inzetten. Prachtig. Omdat ik die eerste kant van de CD zo mooi vond, draaide ik hem keer op keer opnieuw en steeds weer trof me dat geweldige gevoel van even niet meer op de wereld te zijn en één te worden met het al.

Een paar weken later hadden Josien en ik ons weekendje zonder kinderen gepland. Naar Antwerpen. De jongens verheugden zich er enorm op om of bij oma of bij grootmoeder te mogen logeren. Wij verheugden ons enorm in een weekendje zonder dat we jongetjes moesten verzorgen. En zo togen wij, met de muziek van Wagner in de autoradio naar Antwerpen en zette wij onze tent op op de stadscamping. Dat het sanitair best bar en boos was, kon ons even helemaal niet deren.

Met z’n tweetjes wandelden we naar de Kathedraal en hadden er graag wat franken voor over om hem van binnen te bezichtigen. En toen stuitte we op twee onvergetelijke doeken van Rubens. Aan de linkerkant voor het koor de Kruisoprichting en aan de rechterkant van het koor de kruisafname. Wat een schilderijen! Zo midden in de actie geschilderd. Het zweet in de oksel van de kale krachtpatser bij de Kruisoprichting kan je ruiken. Jezus verbijt de pijn en verwacht nog meer pijn als hij rechtop staat. Wagners muziek zwelt aan en schiet naar onverwachte hoogte terwijl het tempo steeds gedragen blijft. Je voelt Jezus sidderen van angst en pijn; ook Jezus was (voor even) maar een mens! En vervolgens door naar de kruisafname. Even het koor oversteken in de kathedraal… Nooit zo’n absoluut lijk gezien op een schilderij. Morsdood is jezus en iedereen treurt. Voorzichtig laten ze het lichaam zakken. Ondertussen neemt de intensiteit van de muziek weer af maar zo prachtig, zo verschrikkelijk mooi, zo hemels. Parsifal en de twee doeken in de kathedraal van Antwerpen zijn voor immer met elkaar verbonden.

We zijn nu op vakantie in Saumur aan de Loire. We bezochten net de plaatselijke Petruskerk. De schilder van het schilderij dat in deze kerk hangt, was zo te zien ook erg getroffen door de doeken in de Antwerpse kathedraal… Bij mij gaat in mijn hoofd geen Parsifal spelen als ik dit doek zie, maar grappig is het wel.

De kruisafname in de Petruskerk in Saumur

Les Troyens en Oost-Ghouta

Enkele jaren geleden voerde de Nationale Opera Les Troyens uit van Hector Berlioz (die componist met dat typische Franse hoofd…lijkt wel een beetje op Louis de Funès). Ik moet zeggen dat ik nogal onder de indruk was van die opera. Ik ben eigenlijk van alles wat Berlioz gecomponeerd heeft onder de indruk, maar Les Troyens is speciaal. De maanden naar de uitvoering toe had ik de CD’s van Collin Davies op mijn telefoon gezet om onderweg op de fiets alvast de melodielijnen helder te krijgen. Bovendien keek ik youtube filmpjes. Ik stuitte daar op de uitvoering in het Théâtre de Châtelet in Parijs met Anna Catarina Antonacci als Cassandra. De finale van de tweede acte. Ik was niet gewoon onder de indruk, maar ik was heel erg verschrikkelijk onder de indruk. Er overkwam mij haast hetzelfde als Hector Berlioz was overkomen toen hij naar Romeo en Julliet zat te kijken met de actrice Harriet Smithon in de hoofdrol; ik werd wel een ietsje verliefd op de zangeres. Wat een vuur, wat een stem, wat een persoonlijkheid en wat een vrouw. Gelukkig waait dat soort dingen bij mij heel snel over, in tegenstelling tot…

In die finale van de tweede acte zijn de Grieken met hulp van Odysseus’ list met het paard, door de linies van de Trojanen gebroken. De Trojanen weten dat hun einde nadert. Priesteres Cassandra beseft als geen ander dat zij als vrouw, in triomf, als oorlogsbuit zal worden meegevoerd door de Grieken. Net als de andere vrouwen. Daarom neemt ze de leiding over de vrouwen en pleegt ze samen met hen, in een fantastische operascene, met hen zelfmoord voordat ze in handen van de vijand valt. Spectaculair. Maar ook heel romantisch. Wat zou er zo erg kunnen zijn dat je zelfmoord pleegt in plaats van je lot lijdzaam te ondergaan? Dat vroeg ik me af toen ik het filmpje zat te kijken. In het muziektheater werd Cassandra gezongen door Eva Maria Westbroek. Met haar had ik een duidelijk mindere klik dan met Antonacci. Maar toen besefte ik wel dat de scene veel minder romantisch was dan ik dacht. Onder de omstandigheden waarin de Trojanen toen verkeerden, was verliezen niet mogelijk. De mannen zouden massaal vermoord worden en de vrouwen massaal verkracht en meegevoerd als slavinnen. Dat was het vooruitzicht. Ik besefte dat terwijl ik in het Muziektheater van die onsterfelijke muziek zat te genieten en dat kwam heel hard binnen. Door de muziek begreep ik wat het betekent om niet te kunnen verliezen en toch het onderspit te delven…

Aan de andere kant, wanneer komt zo’n situatie nou helemaal voor? Wanneer komen mensen in een situatie terecht waar dit speelt? Het antwoord daarop? Dagelijks! Ik besefte me dat het dagelijks voor komt. Nu bijvoorbeeld in Oost-Ghouta. Je vraagt je af waarom die verzetshaarden in Syrië de strijd tegen Assad en Rusland en Iran niet gewoon opgeven; de overmacht is veel te groot en kans op de overwinning is er niet. Geef het gewoon op; leg de wapens neer en red daarmee wat er te redden valt. Wat gebeurt er als de strijders hun wapens neerleggen; hun wacht de dood. Of ze doorgaan of zich overgeven, hun wacht de dood. Misschien wel een ergere en pijnlijker dood als ze zich overgeven. Het regime van Assad is meer dan berucht. Daarom zijn de inwoners en de strijders die in Oost-Ghouta zitten vergelijkbaar met de Trojanen in Berlioz’ opera. Hun wacht sowieso de dood en met het voortzetten van de strijd hopen ze in het harnas te sterven…Dat heeft een paar kleine voordeeltjes, zo lijkt het.

La Traviata van De Reisopera in Carré

Gezien op 30 oktober 2017 in Carré

Ik heb gisteren de jeugd van hoofdpersoon Violetta Valery in de opera La Traviata leren kennen en hoewel verzonnen, lijkt die jeugd mij plausibel. Nooit heb ik de eerste acte van de opera gesitueerd in een bordeel, terwijl dat wel zo zou moeten zijn. De meeste regisseurs vermijden het bordeel en maken er een luxe salon van. Daardoor wordt Violetta haast een dame die slechts van feesten houdt. Maar in het vervolg van de opera  blokkeert juist dat hoerige van Violetta het burgerlijke huwelijk van de zus van Alfredo. Met een dame die feestend door de salons van Parijs gaat, kom je er dan niet. Regisseur Floris Visser heeft met zijn La Traviata de hoofdpersoon Violetta diepgang gegeven en daarmee bepaalde wendingen in het verhaal logischer gemaakt.

Vooral in de eerste acte krijgt de persoon Violetta meer smoel. De opera opent in een bordeel. Onmiskenbaar. Vrouwen zien eruit als hapklare brokken die tegen een som geld te verschalken zijn. Veel hoerig ondergoed en veel blote borsten. Vraag is of dat niet te veel afleidt van de muziek en van het verhaal. Ik zelf vond de verhouding precies goed en de tekening van de omgeving adequaat. Vrouwen in de prostitutie van vandaag. Veel misbruik. Veel seks tegen heug en meug. Veel drank en drugs. Dat zal niet anders zijn geweest in de negentiende eeuw, zal de regisseur gedacht hebben toen hij zich ging verdiepen in de vrouw die model had gestaan voor de dame met de camelia’s van Alexandre Dumas, het verhaal dat Verdi weer voor zijn opera gebruikte. Floris Visser ging daarmee terug naar de kern van het verhaal: wie was die geheimzinnige courtisane Violetta Valery? Hij kwam terecht bij een vrouw die als meisje van dertien aan het eerste de beste bordeel verkocht was en sindsdien niet anders had gekend dan misbruik en betaalde liefde. Ze bleef echter niet hangen in de louche bordelen van de gewone man, maar wist zich op te werken tot dame van de hogere klassen. Een bordeel dus, waar baronnen en graven en rijke zakenlieden hun gerief kwamen halen. Maar in die omhooggeklauterde gemankeerde vrouw woonde nog steeds dat kleine boerenmeisje dat met al haar dromen over een mooie toekomst werd verkocht aan het bordeel. Visser maakt dit meisje in Violetta zichtbaar door haar op het toneel te zetten. Voor ons als toeschouwers wordt niet de naderende dood van Violetta voelbaar, zoals je zo vaak ziet, maar wel haar afgrijselijke jeugd. Daarmee heeft Visser een nieuwe weg gevonden om naar de figuur Violetta Valery te kijken. Een manier die in principe beter past bij de tijd waarin we nu leven. Het opvoeren van het de jeugd van Violetta is een vondst van jewelste en alleen dat maakt deze uitvoering van de opera al bijzonder.

De uitvoering van La Traviata past helemaal bij de Reisopera. Een volledig nieuwe kijk op het verhaal en niet verdrinkend in pretenties. Het Gelders orkest onder leiding van Ilyich Rivas speelde een verdienstelijke partij. Verder werd Alfreda goed vertolkt door Jesús Garcia. Flora Bervoix werd maar matig gezongen door Hanna-Lisa Kirchin. Een pluim moet ik geven aan Anthony Michaels-Moore; zijn interpretatie van vader Gorgio Germont was voortreffelijk. Ook zijn acteerprestaties mochten er zijn. Nou had hij ook zijn uiterlijk nogal mee (of was er een goede grimeur?) maar hij was helemaal de vader die hij moest zijn. Dan kom ik op Violetta Valéry. Deze partij werd gezongen en gespeeld door Urska Arlic Gololicic. Ik ben niet erg over haar te spreken. Het is een zware rol en een bekende, daardoor vallen foutjes meteen op, dat is zeker, maar dat is dan ook de reden waarom je voor deze rol een zwaargewicht nodig hebt. Je hebt iemand nodig met een dijk van een stem, veel muzikaliteit en bovendien een actrice in hart en nieren. Deze zangeres had eigenlijk alleen haar uiterlijk mee; een knappe verschijning. Haar stem had te weinig volume en een te laag bereik. Muzikaal was ze het ‘steeds net niet’ en dat gaat opspelen. Qua acteren had ik, vooral in de tweede acte een Kate Busch gevoel. Zinloze draaiende bewegingen die voor mij absoluut niet illustreerde wat ze moest voelen. Waren de zinloze bewegingen van Kate Busch bedoeld en pasten ze destijds prima in de tijd, bij deze Violetta was het vooral irritant.

Goed, Floris Visser gaf Violetta een jeugd, maar haar dood moet minstens zo belangrijk zijn. Haar dood kwam niet overtuigend over. Dat kan natuurlijk aan de matige acteursprestaties van Gololicic hebben gelegen, maar hier miste ik ook regie.

Al met al heb ik een leuke voorstelling gezien gisteren van de Reisopera in Carré. Meestal behoren de opera’s van de Reisopera tot de hoogtepunten van het theaterseizoen. Nu niet helemaal. Daarvoor was de hoofdpersoon te zwak. Toch zal dat beeld van het kleine meisje op de vleugel in het bordeel in haar ondergoed me bijblijven. Schrijnend, heel erg schrijnend. Soms moet ook opera schuren.

Salome; een grandioze uitvoering

Gezien op 24 juni 2017 in de Stopera

Zo’n slordige acht jaar geleden kregen wij, en alle anderen die een kaartje hadden gekocht voor Salome van Richard Strauss enkele dagen voor de voorstelling een brief toegestuurd met daarin een waarschuwing. Dat had ik nog nooit gehad en zou ik nooit meer krijgen. Kennelijk voelde de Nationale Opera toen ook wel aan wat voor gedrocht ze ons gingen voorschotelen. Ze hadden voor deze opera de Duitse regisseur Peter Konwitschny aangetrokken. De man had toen al jaren psychiatrische problemen. Van dat psychiatrische leed kregen wij een weerslag te zien op het toneel. Samenhang of diepgang waren voor de ‘gewone’ mens niet te ontdekken. Een rampzalige voorstelling en achteraf was de waarschuwing die de Nederlandse Opera deed uitgaan, volkomen terecht; er was geen touw aan vast te knopen. Ondanks de lovende recensies van enkele deskundigen, blijf ik erbij dat de regie van Peter Konwitschny een mislukking was. Kan gebeuren. Ik vermoed dat men er bij de Nationale Opera er nu net zo over denkt als ik toen en dat ze het nu betreuren dat ze toen niet op tijd hebben ingegrepen. Een aanfluiting was het! Dit had tot gevolg dat mijn geliefde alle lust tot het zien en horen van Salome ontnomen was. Zelfs nu er een nieuwe enscenering op de planken staat en de muziek wordt vertolkt door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van de nieuwe chef-dirigent Daniele Gatti was ze niet te vermurwen. Daarom had ik maar één kaartje gekocht. Weliswaar even duur als anders twee kaartjes, maar de betere plaats moest het gemis van mijn lief compenseren en dat lukte maar matig. De enscenering is in handen van Ivo van Hove. Die ken ik natuurlijk wel. Ik ben niet altijd een fan van hem, maar over het algemeen maakt hij mooie voorstellingen met Toneelgroep Amsterdam. Trouwens, hoe ik er ook over mag denken, hij is een wereldvermaarde regisseur. Toen ik ’s avonds na de uitvoering compleet overdonderd naar huis fietste, besefte ik dat deze Salome  één van de hoogtepunten van het seizoen was geweest.

De voorstelling begint voordat het zaallicht uit is. Dat zie ik ook vaak in van Van Hove’s toneelwerk. Het decor bestaat uit een groot zwart vlak, met in het midden een opening die uitzicht biedt op een luxueus zitje. Obers lopen langs dat zitje. Er moet een soort diner aan de gang zijn waarvan wij, als toeschouwers niet veel meekrijgen. Als het zaallicht uitgaat staat er op het grote zwarte vlak een maan geprojecteerd en wordt het duidelijk waar we zijn. We zijn in de tuin terwijl binnen een feest aan de gang is. Salome ontvlucht de hitsige blikken van haar stiefvader in de tuin. Daar hoort ze de stem van de profeet Jochanaan die in een ondergrondse kerker gevangen zit. Hij verkondigt de komst van de Messias. Salome wil de profeet spreken en eist dat de bewakers hem ophalen. Maar dat heeft haar stiefvader Herodes streng verboden. Maar uiteindelijk zwicht de commandant omdat hij verliefd op haar is.

Jochanaan weigert het gesprek met Salome. In plaats daarvan vervloekt hij haar en haar moeder en wil hij haar zelfs niet aankijken. Zijn houding wekt de lust van Salome; ze wil hem kussen. De profeet wil op geen enkele manier ingaan op de avances van Salome. De profeet wordt weer weggebracht en de verliefde commandant die Jochanaan bij Salome bracht plaagt zelfmoord.

Op prachtige wijze wordt er van decor gewisseld. Langzaam verplaatst de handeling van buiten naar binnen. Het doorkijkje in de grote zwarte wand wordt langzaam steeds kleiner tot het helemaal dicht zit. En als we dan in de paleiszaal zijn, dan is het decor klaar voor de dramatische hoogtepunten: De dans en de onthoofding van Jochanaan. De dans is theatraal gezien een moeilijk issue. Herodes moet door de dans zo opgehitst worden dat hij Salome alles wil geven. Dat is moeilijk om dat geloofwaardig op de planken te brengen. Ivo van Hove lukt dat wel. Gelukkig kreeg Ivo van Hove niet alleen te maken met een vertolkster van Salome die geweldig kan zingen, maar ze heeft ook een mooi lichaam en ze kan goed dansen. Alleen een dansende Malin Byström zou datgene wat op het toneel moet plaatsvinden, het tot het uiterste opgeilen van Herodes, nooit waar kunnen maken. Maar gecombineerd met de opzwepende muziek en muurprojecties krijgt Van Hove het voor elkaar om die totale opwinding te bereiken. Virtuoos! Een prestatie van jewelste. Daarmee wordt het verloop van de rest van de opera geloofwaardig. Want Herodes moet wel aan de wens van Salome voldoen. Hij krijgt geen andere mogelijkheid dan Jochanaan te onthoofden. Ondanks dat Herodes beseft dat de profeet een heilig man is. Salome wil Jochanaan’s hoofd omdat ze dan haar lusten kan botvieren. Hij wilde niet met haar kussen, ze mocht niet aan zijn haar komen; nu heeft hij daar niets meer over te zeggen. Ik zelf heb wel wat moeite met deze perverse uitleg van het bijbelverhaal. Maar zo zit het nou eenmaal in deze opera en Van Hove weet ook dit botvieren van haar lusten uit te buiten. Langzamerhand besmeurt Salome zich met bloed. Haar jurk wordt zwaar van het bloed. De vlekken zitten overal op haar jurk en later ook op haar gezicht. Walgelijk maar geweldig.

En dan heb je nog de muziek. Op zichzelf al geweldige muziek; zelfs als het door gewone stervelingen wordt uitgevoerd. Maar Gatti en het Koninklijk Concertgebouworkest wisten elke noot en elke vezel van de muziek uit te buiten. Ze wisten eruit te halen wat er denkelijk in zat; een reeks van orgastische klankophopingen die je nauwelijks rust gunnen. De muziek gaat van hoogtepunt naar hoogtepunt en zet daarvoor alles in. En Danielle Gatti wist het eruit te halen. Echt geen makkelijk in het gehoor liggende muziek, deze opera van Strauss maar jongens die muziek blijft een week denderen in je hoofd zonder dat je ook maar een idee van enige melodie hebt, Echt fantastisch.

Natuurlijk was Malin Byström geweldig als Salome. Wat een stem en wat een perfect voorkomen om Salome uit te voeren. Maar ook de anderen. Ik heb eigenlijk geen foute noot of stem gehoord. Als ik toch al iets van kritiek zou moeten hebben dan is het op het uiterlijk van Jochanaan. Hij zag er meer uit als een verdwaalde Hells Angel dan een profeet. Niet dat ik me er erg aan stoorde, maar dit had beter gekund. Wat mij betreft is de zeperd van acht jaar geleden volledig weggewist en vervangen door deze geweldige uitvoering. En de muziek? De muziek raast voort in mijn arme hoofd en ik geniet ervan!

 

La Traviata

La Traviata is een van de lijntjes tussen mij en mijn zwaarmoedige oudste zoon. Wordt de opera in de buurt uitgevoerd, dan zitten wij steevast samen in de zaal. Maar ook als ze de opera wat minder in de buurt uitvoeren, willen we er wel samen graag naartoe reizen. Zoals naar Essen, een half jaar geleden. Of naar Detmold. Gelukkig heeft elk Duits gat haar eigen operahuis met operagezelschap en symfonieorkest. Heus niet allemaal van de hoogste kwaliteit, maar altijd nog heel veel beter dan bijna niets zoals in Nederland. Trouwens, over top gesproken, in Essen zit wel degelijk een topgezelschap. Met onze eigen Karin Strobos in het vaste gezelschap, om maar eens een naam te noemen. In het Aaltotheater in Essen brengt men ongeveer dezelfde kwaliteit als in de Stopera maar dan voor de helft van de prijs. Opera is in Duitsland goed te betalen en je kunt vanaf elke rang de boventiteling goed lezen. Kom daar maar eens om in de Stopera!

Pas na het overlijden van mijn vader werd ik gegrepen door opera. Ik had geen enkel contact meer met mijn pa toen hij zichzelf inlegde in alcohol. Alleen vlak voor zijn dood sloeg mijn tante Nel alarm. We zijn toen naar hem toegegaan om polshoogte te nemen. Hopeloos, constateerden we. Twee weken later was ik erbij toen hij zijn laatste adem toegediend kreeg en mechanisch weer uitblies. Hij liet mij stapels opera’s na. La Traviata greep mij meteen naar de strot. Mijn oudste zoon en ik luisterden naar de muziek waar mijn pa zo gek op was. Mijn zoon een jaar of twaalf en ik, zijn vader, 25 jaar ouder. We werden er samen, tegelijkertijd, verliefd op. En sindsdien is deze Verdi opera een van de lijntjes tussen ons.

We gaven mijn zoon voor zijn verjaardag een origineel cadeau; Naar La Traviata met zijn pa. In de buurt was geen uitvoering te vinden. Maar wel in New York. En vliegreis naar New York alleen om in de Met een opera te zien, ging wat ver, maar gelukkig was er in Tuschinsky een directe verbinding met New York zodat wij in de bioscoopzaal de voorstelling konden meemaken. Die was ronduit fantastisch. We zagen de enscenering van Willy Decker voor de derde keer, maar dat verveelde nog steeds niet. Twee keer hadden we hem in de Stopera gezien en nu dus in de Met in New York. Terwijl pappa Germond aan Valérie vraagt om haar liefde te offeren voor het geluk van zijn familie, biggelde de tranen langs zijn wangen. Het is zo verschrikkelijk mooi. De dood is zo dichtbij. In het zicht van de dood wordt het leven mooier. Verdi wist die gevoelens in muziek te vangen. Heus wel een beetje overdreven. Maar wie kan dat nou schelen; la Traviata is een van de lichtpuntjes in het zware leven van mijn oudste…

Volgend jaar gaat de Nederlandse Reisopera hem uitvoeren. Rond zijn verjaardag. Moet je eens raden wie dat gaan zien…

Mozart – Don Giovanni – De Nederlandse Reisopera.

Gezien en gehoord in theater Carré op 9 maart.

Don Giovanni is een opera waar je niet veel aan kunt verknallen, dachten wij toen we in 2011 naar de Stopera gingen. De muziek is zo geniaal; zo tragisch en komisch tegelijkertijd; wat kan er misgaan. Nou, een heleboel. De Nationale Opera wist van één van de geniaalste opera’s een draak te maken; niet om aan te zien. Het is dat hun Salomé in 2009 het nog overtrof, maar anders was Don Giovanni wel de allerslechtste productie die ik ooit gezien heb. Wat een drama! Een toneel vol bedden. Alle zangers lagen in bed en stonden even op als ze een aria moesten zingen. Waar haal je het vandaan! Een saaie concertante uitvoering. Don Giovanni verkracht donna Anna, de Nationale Opera Don Giovanni. Verschrikkelijk. Bovendien was het behoorlijk schaamteloos omdat ik achteraf las dat de enscenering al eerder was uitgevoerd met precies dezelfde recensies als gevolg. De Nationale Opera lijdt vaak aan een teveel aan pretenties. Dat in tegenstelling tot de Nederlandse Reisopera. Ook pretenties, maar pretenties die waar te maken zijn. Vandaar dat hun uitvoeringen doorgaans in het lijstje van publieksfavorieten voorkomt. Volkomen terecht!

Eergisteren heb ik een Don Giovanni gezien en gehoord waarvan ik nu al weet dat het hoge ogen zal gooien als het erop aankomt om de publiekslieveling onder de opera’s van 2017 te kiezen. Een uitvoering om van te smullen. Muzikaal bijzonder hoogstaand en een enscenering die naast een boeiend schouwspel, ook iets toevoegde aan de interpretatie van Don Giovanni. Laat ik het maar meteen zeggen: We hebben een heerlijke avond gehad. In het akoestisch maar matige Carré. Alleen dat al, is een enorme pluim waard. Carré heeft een droge akoestiek. Niet te vergelijken met het Concertgebouw of de Stopera. Toen mijn verwende oren eenmaal gegrepen werden door wat er op het toneel en in de orkestbak gebeurde, speelde de matige akoestiek van Carré nauwelijks nog een rol.

De regisseur had Don Giovanni verplaatst naar de jaren zeventig van de vorige eeuw. Naar de tijd toen ik nog met grote dromen als puber in de brugklas zat. Er zit een risico in het verplaatsen van een opera naar een andere tijd. Een opera is theater met een veel strakker taalcorset dan bijvoorbeeld toneel. Bij een toneelstuk kan je makkelijk tijd en ruimteaspecten in de tekst aanpassen zonder dat dat storend is. Bij opera kan dat niet. Gaat het over een schalkse graaf, dan kan je die graaf niet even omtoveren naar een garagehouder. In dat geval gaat de tekst akelig schuren en zie je op het toneel iets anders dan wat uit de tekst blijkt.  Dat was dus helemaal niet het geval bij de enscenering van Jo Davies voor de Reisopera. Ik heb geen enkele keer gedacht dat er iets niet klopte in wat ik zag en wat ik aan tekst hoorde. Echt een enorme prestatie want daarmee stelde Jo Davies zichzelf meteen ook in staat om haar visie op het verhaal in de relatie tot het huidige tijdsgewricht neer te zetten. Vrouwen niet als willoze slachtoffers maar vrouwen als daders; als actieve spelers in wat hun overkomt. Elvira het zwakke, aan haar emoties overgeleverde vrouwtje uit de meeste producties tegenover de Elvira die willens en wetens voor haar ongeluk kiest door Don Giovanni steeds weer op te zoeken. Hem bovendien op te eisen. Vrouwen spelen een actieve rol; geen geslachtoffer meer, geen gejeremieer maar actie en het lot (ook al is dat een soort ondergang) in eigen hand nemen.

Als we het toch over interpretatie en muziek hebben: Wat dacht Mozart eigenlijk over de relaties in zijn opera’s. Komt het verhaal zoals wij het nu jaren uitvoeren wel overeen met wat Mozart en Del Ponte erin gelegd hebben? Aan de ene kant is er de maatschappelijke moraal en aan de andere kant muziek en tekst die emoties uitdrukken. Vaak hebben regisseurs de neiging om bij hun enscenering aan te sluiten bij de geldende moraal en niet helemaal bij wat de muziek of de tekst zegt. Een leuk voorbeeld is La Nozze de Figaro. Eigenlijk zit er in die opera maar één liefdesduet: Crudel! Perche Finora. Het duet waarin de graaf Suzanne probeert te verleiden. Suzanne en de muziek zeggen onontkomelijk tegen de graaf: Laat het want ik heb het zo graag. In de meeste interpretaties wordt dat ‘ik heb het zo graag’ er snel vanaf gehaald, omdat dat past in de geldende moraal. Zo’n zelfde moeizame verhouding zien we in Don Giovanni tussen Donna Anna, Don Giovanni en de verloofde van Donna Anna, Don Ottavio. In de meeste interpretaties zien we Don Ottavio terug als de trouwe en toegewijde toekomstige echtgenoot. Volgens mij wisten Mozart  en Del Ponte wel beter; Als hij niet haar vader had vermoord dan was ze zeker voor Don Giovanni gegaan. In Don Ottavio ziet ze helemaal niets. Als hij haar ten huwelijk vraagt, wil ze dat nog even een jaartje uitstellen… vanwege de rouw om haar vader…maar eigenlijk wilde ze gewoon een andere Don Giovanni! Maar het blijft interpreteren. Jo Davies laat het hier een beetje in het midden.

Hoe speelt Jo Davies met de historische tijd…Elvira is gekleed als Judy Garland in de Sound of Music. Dat maakt het allemaal zo verschrikkelijk leuk: Een oudere jonge juffrouw in een tijd van seksuele bevrijding; de jaren zeventig. Je weet gewoon dat de van de seksuele revolutie vol genietende Don Giovanni helemaal niets ziet in het brave meisje van de jaren zestig wiens maagdelijkheid hij met list en bedrog genomen heeft! Don Giovanni is de man waar de vrouwen op vallen en de mannetjes waarmee de verleide vrouwen getrouwd of verloofd zijn, zijn Jan Jurken met een kort lontje. Don Ottavio is voor de liefde van Donna Anna irrelevant, maar Masetto als de kersverse echtgenoot van de makkelijk te verleiden Zerlina spant de kroon; uiteindelijk een jaloers watje die er in de liefde nauwelijks iets van terecht brengt.

Op het huwelijksbal van Masetto en Zerlina zien we op de muziek van Mozart Saturday Night Fever langs komen. Met de danspasjes en -gebaartjes uit die kraker uit de jaren zeventig. Zoals bijna alles in de opera maakte dat allerlei emoties los maar vooral veel lol. Als feest der herkenning maar ook vanwege de incongruentie van het beeld: De danspasjes met juist die muziek.

Het Orkest van het Oosten werd gedirigeerd door Julia Jones. Een vrouwelijke dirigent zie je nog steeds niet zo vaak. Ik vroeg me af of er iets in de uitvoering was waaruit je kon opmaken dat het een vrouw was die dirigeerde. Nee dus. Niet te horen. Wel dirigeren vrouwen (die ik gezien heb) over het algemeen iets anders dan hun mannelijke collega’s. Dan heb ik het over de gebaren. Maar dat maakt niet uit want de gebaren zijn er om het orkest te leiden naar de interpretatie van de dirigent. Het resultaat was fantastisch.

Zijn er zangers in rollen positief of negatief opgevallen? George Humphreys als Leporello acteerde fantastisch en had een mooie stem. Alleen wat weinig volume. Daardoor verdween hij vaak achter het muziekgordijn dat door het orkest werd opgehangen. Maar met zijn wat slierterige uiterlijk en zijn bangige motoriek was hij ongetwijfeld het komische middelpunt van de opera. Ales Jenis als Don Giovanni had wel wat duiveligs in zich. Hij verleidde geloofwaardig; hij heeft, denk ik, zijn uiterlijk mee. Anna Grevelius als Elvira was geweldig.

Kortom: Ik heb een fantastische avond gehad en zal er nog lang aan denken!

Nederlandse Reisopera – Ariadne auf Naxos van Richard Strauss

Gezien en gehoord op 8 oktober 2016 in Carre Amsterdam

Ik had moeite met het verhaal daarom gaf ik me compleet over aan de muziek. Ik volgde de verhaallijn wel, maar die was zo dun dat ik er nauwelijks chocola van kon maken. Maar die muziek, wat is die mooi! En wat werd die goed uitgevoerd. Goed uitgedachte decors. Veel humor ook. En dat alles tot stand gekomen met weinig subsidie terwijl de kaartjes betaalbaar bleven. Niets slechts over de akoestiek in Carre, maar wat had ik deze uitvoering graag in de Stopera willen zien en horen. De akoestiek van Carre is niet optimaal, maar viel mij alleszins mee. Aan het eind van de avond stapte ik gelouterd uit Carre. Een heerlijke avond! Ik liep Carre uit terwijl ik uitrekende hoe ver het was naar Essen…Of ik heen- en terugrijden ervoor over had…

Goed…het verhaal…De rijkste man van de Wereld geeft een diner. Na afloop van het diner biedt de gastheer zijn gasten een serieuze, net geschreven opera aan. Daarna een klucht en de avond zal beëindigd worden met een vuurwerkshow. Maar helaas, het diner loopt nogal uit en daarom wil de gastheer dat opera en klucht tegelijkertijd worden uitgevoerd. Ondanks hevige artistieke protesten van de componist, wordt aldus besloten. Einde eerste acte. In de tweede acte, na de pauze, zien we opera en klucht tegelijkertijd. Ariadne zit eenzaam op het onbewoonde eiland Naxos nadat ze door Theseus verlaten is. Ze wacht op de dood. Maar dan komen Zerbinetta en de haren om haar op te vrolijken. Het leven heeft zoveel meer dan treurnis te bieden. Het is aan dovemans oren gericht; Ariadne wordt er niet vrolijker van. Totdat Bacchus verschijnt. Bacchus brengt haar weer terug op aarde waar ze zich kan overgeven aan de liefde.

Voordat de voorstelling begon deelde directeur Nicolas Mansfield ons mede dat de tenor Martin Homrich, die de rol van Bacchus zou zingen, plotseling ziek was geworden en dat hij niet kon optreden. Daarom werd de rol overgenomen door een tenor wiens naam ik vergeten ben, maar die slechts drie-en-een-half uur repetitietijd had gehad. Voor mij als toeschouwer is mij niet opgevallen dat Bacchus zo vers op de planken stond. Hij deed het prima en leek organisch opgegaan in het geheel. Knap, want de rol van Bacchus is niet direct de kleinste en de makkelijkste. Ook qua regie heeft hij veel in korte tijd tot zich moeten nemen. Met veel mensen op een hele kleine plek vergt fysiek uitgekiend gedrag. Maar hij bracht het er goed vanaf. Ook muzikaal.

Strauss heeft minder met mannenstemmen. Als je wilt schitteren als mannelijke zanger, dan moet je je repertoire niet bij Strauss zoeken. Strauss was gek op de vrouwenstem. Daar schreef hij de mooiste aria’s, duetten en terzetten voor. Voor een typische mannenrol nam hij vaak een vrouwenstem. In Der Rosenkavelier bijvoorbeeld. De schitterende rol van Octavian. Maar ook in Ariadne op Naxos. De rol van de componist. Tuurlijk zijn er ook vrouwelijke componisten, maar in de ogen van Strauss niet. De door een sopraan gezongen componist is een man, en daarmee basta. In de componist zal hij toch elementen van zichzelf gezien hebben. Aan de ene kant zijn schreeuw op artistieke integriteit maar aan de andere kant zijn omarming van het lichte en vrolijke en het entertainment. De componist krijgt een onstuimige verhouding met het frivole lichtgewichtje Zerbinetta.

De rol van de componist wordt gezongen door Karin Strobos. De ster van de avond. Heus, anderen deden het ook goed…maar Karin Strobos…Sjonge, ik word er helemaal stil van. Niet alleen een voortreffelijke stem waar ze met zoveel muzikaliteit gebruik van maakt, maar haar overtuiging, haar acte de présence. Wat staat ze daar. Kwetsbaar en oersterk tegelijkertijd. Met de manier waarop ze haar rol invulde geeft ze kracht aan de wereld en verheft ze je. Geweldig. Onbegrijpelijk maar tegelijkertijd fantastisch dat ze niet allang de Met van New York veroverd heeft. Daarom kan ik haar hier nog horen op een zaterdagavond in Carre. Ze droeg de eerste acte en hoe ik ook hoopte dat ze nog van zich liet horen in de tweede acte, het gebeurde niet. Als Strauss had geweten dat Karin Strobos de rol van componist zou zingen, dan… Zo, dat is wel weer genoeg. Je kan het ook overdrijven. Laat ik het samenvatten, ik ben serieus van plan om af en toe naar Essen af te reizen om haar te horen zingen. Daar heeft ze een vast contract en is ze heel regelmatig te zien en te horen. Wat een zangeres.

Ook Soojin Moon-Sebastian heeft een meer dan voortreffelijke stem. Ook over haar kan ik weinig slechts schrijven; ze deed het prima. Maar de overtuigingskracht van Strobos, die ontbreekt. Maar dat deed niets af aan haar prestatie. Ze zette Ariadnes eenzaamheid prima neer. Mij overtuigde het wel en ze zong echt heel goed, maar voor haar ging ik niet op het puntje van mijn stoel zitten, dat niet.

Jennifer France als Zerbinetta compenseert haar mindere zangtalenten met een heel goed gevoel voor humor, een soepel lichaam en eindeloos veel lol in haar vak. Als ik haar zo zag, heeft ze lang getwijfeld tussen zang en dans; ze leek geen genoeg te krijgen van gelift worden door een danser. Zelfs tijdens het applaus zat ze hoog en droog op de schouder van een danser. Ze combineerde de zang en dans heerlijk. Ook de regie moet ik hier een enorm compliment maken want jongens wat was dat gejongleer met die pauwenstaart mooi uitgekiend en wat klopte het allemaal precies. Complimenten.

Ik wilde nog wat zeggen over de muziek van Richard Strauss. Ik wilde zeggen dat hij misschien een beetje onderschat wordt in vergelijking met tijdgenoot en vriend Gustav Mahler… Maar ik ga dat toch niet zeggen, want zo erg wordt hij niet onderschat. Zijn werk wordt nog dagelijks overal ter wereld uitgevoerd en trekt dagelijks volle zalen. Wat ik wel denk is dat er weinig componisten zijn die zo kunnen schilderen met klankkleuren als Richard Strauss. Laat ik het daar maar bij laten.

Het was de laatste voorstelling van Ariadne auf Naxos door de Reisopera. Op naar de volgende! La Traviata onder anderen, hoorde ik. Yes!

De Ring des Nibelungen

Voor de hoeveelste keer ik aan de Ring ben begonnen? Ik weet het niet. De Ring is vier jaar lang het verjaardagscadeau geweest voor Sandor. We kochten kaartjes voor het deel dat dat jaar aan de beurt was en togen op de bewuste dag naar Enschede waar het door de Reisopera werd uitgevoerd. Hoewel het derde deel uit de cyclus favoriet was, waren het voor hem (maar ook voor ons) de heerlijkste cadeaus die we hem ooit gegeven hebben. We maakten er een lekker dagje van met een snelle hap in één van de pauzes. Ondertussen vraag je je wel af hoe het voor iemand mogelijk was om zo’n kunstwerk te scheppen: Een slordige zestien uur muziek van de allerhoogste kwaliteit. Muziek die Richard Wagner ongeveer honderdvijftig jaar geleden schreef en die nog dagelijks wordt uitgevoerd en dagelijks volle zalen trekt. Over de hele wereld. Elk zichzelf respecterend operagezelschap moet de Ring eens hebben uitgevoerd.

Mijn vader liet een dronkenlap-puinhoop achter toen hij twintig jaar geleden overleed. Een cassette grammofoonplaten met daarop een goede uitvoering van deel drie uit de cyclus van de Ring des Nibelungen, Siegfried, was de vlag op de modderschuit. Die opera nam ik mee naar huis. Richard Wagner was een onontgonnen stukje muziekgeschiedenis in mijn familie. Een familie die leefde voor de muziek. Als amateurs, weliswaar, maar toch… Met Siegfried zou ook dat stuk ontgonnen worden. Door mij. Want de rest van de familie bleef sterker naar Wagners antisemitische kant kijken dan naar zijn muziek.

Vanaf de eerste tonen die ik hoorde was ik compleet verkocht. De inzet van het aambeeld maakte het allemaal compleet. Dan het gevecht met de draak. Fantastisch. Een opera maar toch een heldenepos. Echt genieten.

Nu heb ik dus een abonnement op Spotify. Voor mij als muziekliefhebber een uitkomst. Diverse uitvoeringen van de ring in zijn geheel, maar ook de afzonderlijke delen, kan ik onbeperkt luisteren. Voor de verandering ben ik eergisteren aan de complete Ring begonnen. Van de lage es waarmee Das Reingold inzet tot aan de dood van Siegfried en de ondergang van het Godenrijk in de Götterdämmerung. Ik ga het helemaal beluisteren. Gisteren sloot ik het eerste deel af. Das Reingold. De arbeiders Fasolt en Fafner hebben gekozen voor het grootkapitaal. Daarvoor hebben ze het leven ingeleverd. Fafner sloeg Fasolt de hersenen in en daarna veranderde hij zich in een draak en ging op zijn geld liggen. Zijn dagen slijt hij in een eenzame slaap waarin niets gebeurd. Iedereen ziet het ongeluk dat Fafner is overkomen maar desalniettemin verlangen ze allemaal naar het goud; het kapitaal.

Er moet een verstoring in dit noodlottige evenwicht komen. Daarvoor is een held nodig. Een held die onder bijzondere omstandigheden verwekt en grootgebracht wordt. Om die held tot stand te brengen gebruikt Wagner een hele opera: Die Walküre. Daarin het meest gespeelde stuk uit de hele cyclus: De Walküre-rit; helaas ook gebruikt in het Duitse journaal bij Operatie Barbarossa: De inval in Rusland in 1942. Maar het mooiste in dit deel van de cyclus is toch wel de ouverture. Van het ene moment op het andere zit je als toeschouwer in een ongekende storm. Met klaterende regen en overweldigend onweer. Maar toch zo subtiel. Echt heel mooi. De herhaalknop is een uitkomst!

Ik stap zo weer op de fiets. Dopjes in mijn oren. Erg gevaarlijk zo in het verkeer, maar ik neem het voor lief. Ben ik al bij het gevecht tussen Hunding en Siegmund? Ik weet het niet meer, maar ik zal het weldra gaan horen!

Salome; een herkansing in de Stopera

Vraag je mij naar het mooiste lied dat ooit is geschreven, dan twijfel ik daar niet lang over: Het laatste Letzte Lied van Richard Strauss; Im Abendrot. Er bestaat echt geen lied dat mooier is. Ik zeg dat inmiddels al zo’n jaar of twintig, dan kan je aannemen dat ik het meen. Richard Strauss schreef goddelijke muziek voor sopraan. Zijn liederen en rollen voor mannenstemmen…nou ja, daar wil ik het nog weleens over hebben…ik ben er in ieder geval niet zo gek op. Maar wat hij voor sopranen schreef is echt doorgaans absoluut de top. De man was dan ook getrouwd met één van de beroemdste sopranen die destijds op de wereld rondliep. Best een goed huwelijk want ze bleven bij elkaar tot de dood er een einde aan maakte. Een waardeloos huwelijk als je de memoires van Alma Mahler mag geloven. Het doet er niet toe; Het beste schreef hij voor sopraan. In Der Rosenkavelier laat hij zelfs de rol van het testosteron mannetje zingen door een sopraan. Dat resulteert in een prachtig sopraan-sopraan liefdesduet waar de stemmen tegen elkaar aan leunen, om elkaar heen dansen en tegen elkaar aan schuren. Heerlijk. Een duet dat je door moeilijke tijden heen helpt.

Als de Nationale Opera een opera van Strauss uitvoert, dan ben ik erbij. Ik ben gek op Der Rosenkavelier met het testosteron-sopraan-mannetje maar ook op twee vroege opera’s Elektra en Salome. Van alle drie de opera’s heb ik uitvoeringen in de Stopera gezien. Ik heb wat met vrouwen, maar Richard Strauss had nog veel meer met vrouwen. Elektra en Salome stammen uit dezelfde periode. De vroege Strauss. In die periode was de componist gecharmeerd van wat experimentelere muziek die soms wat atonaal aandoet.

De laatste keer dat ik kaartjes kocht voor Salome is een paar jaar geleden. Enkele weken voor de uitvoering kregen wij een brief thuis die ons waarschuwde voor wat we te zien zouden krijgen. Ik koester mijzelf als een ruimdenkend mens dus wuifde de waarschuwing weg. Josien ook trouwens. Maar de voorstelling bleek niet zozeer schokkend, maar dodelijk saai. Een wanvertoning. Geregisseerd door een man die juist hersteld was van een diepe psychiatrische inzinking. Waarom had de nationale opera deze man de opdracht gegeven om Salome te regisseren? Wij begrepen er niets van. De muziek leed onder de dramatische regie. Het was echt niet om aan te zien en dat leidde zo verschrikkelijk af, dat de muziek niet meer klonk. Een afgang van jewelste.

Dit seizoen een nieuwe enscenering en uitvoering van Salome. Omzichtig meldde ik dat aan Josien. Ze reageerde zoals ik verwachtte: Dat nooit meer. Maar, begon ik, met een nieuwe enscenering. Kijk, dat vond ze wel leuk. Van wie dan precies? Van Ivo van Hove. Shit! Shit! En nog eens shit! Dat is die regisseur die zijn actrices op het toneel laat schijten en die zijn actrices door de blauwe verf laat rollen. Dat is die regisseur waarbij je na een kwartier al compleet de draad kwijt bent en waarvan de acteurs dan zeggen: De man moet dit maken om zichzelf te ontwikkelen als regisseur.”  Die regisseur dus. Maar…probeerde ik, Ivo van Hove is wereldvermaard…

Ik weet niet of ik Josien zo ver kan krijgen dat ze nog een keer zo’n Salome avontuur met mij aangaat. Zeker niet nu Ivo van Hove in de picture is. Jammer, want de muziek is zo mooi!