Categoriearchief: muziek

Een gepassioneerde muziekliefhebber

Als er één woord is dat bij mij tot verwarring leidt, dan is het wel ‘passie’. Ik heb er volkomen tegengestelde associaties bij. Aan de ene kant zie ik vooral hartstocht. Ik doe dingen graag met hartstocht; met passie. Als je iets met passie doet, dan ga je er helemaal voor. Dat is fijn! Dat is een betekenis die veel mensen omarmen. Onze grootste grutter geeft smakeloos en laf brood enigszins cachet door er een etiket ‘Liefde en passie’ op te plakken. Dat kopen de mensen graag. Passie is fijn om te voelen. Passie leidt tot een ongekend geluksgevoel dat binnenkomt via je zintuigen; het geeft kleur aan je leven. Het tegengestelde aan passie is saai en niet-betrokken. Wie wil er nu saai en niet-betrokken zijn? Mensen leven vol passie zelfs als dat niet zo is. Want als je eigenlijk een saai en doodgewoon leven leidt, dan maak je je zelf nog wijs dat het een leven vol passie is. Overigens, ik leidt een leven vol passie!

Die andere betekenis van passie heb ik jarenlang genegeerd. Ik kon dat gewoon niet rijmen met wat er gebeurde. Bach’s Mattheus Passion is mij met de paplepel ingegeven. Het begon allemaal in de zomervakantie van heel erg lang geleden. Wij gingen als gezin een week muziekmaken samen met veel andere gezinnen. Mijn moeder ging muziekspelen. Wij, als kinderen, werden vermaakt. Een week vol muziek en spelen buiten in de duinen. Daar hoorde ik voor het eerst ‘Erbarme dich’. Alsof ik opnieuw geboren werd. Zo voelde die muziek. Op mijn twaalfde durfde men het aan om mij mee te nemen naar een uitvoering van de Mattheus. Ik zat de drie uur op het puntje van mijn stoel en wilde geen noot missen. Zelfs niet toen mijn kleine jongenskontje echt begon te protesteren tegen het lange zitten. Dat woord Passion…ik vermoedde wel dat het iets met het woord Passie te maken had, maar dat negeerde ik omdat ik het lijdensverhaal van Jezus, Bach’s muziek en passie niet met elkaar kon rijmen.

Oké, zowel het lijdensverhaal van Jezus, als ‘hartstocht’ is dus allebei passie. Het moet maar.

Vanaf het moment ik in het concertgebouw mijn eerste Mattheus zat te beluisteren, kwam de ontkerkeling goed op gang. Hoe leger de kerken raakten, hoe voller de zalen zaten waar de Mattheus Passion werd opgevoerd. Een echte hype. Een welkome hype. Nu heeft elk gat zijn eigen Mattheus. En elke uitvoering is uitverkocht. De Mattheus heeft de rol van de kerk overgenomen. De paasdiensten die de lente aankondigden is vervangen door een uitvoering van Bachs meesterwerk.

Maar het bleef toch allemaal een beetje elitair. De zalen zitten wel vol, maar niet vol met iedereen. Grote groepen mensen hebben niets met Bachs muziek. Ze gunnen het zichzelf niet of ze zijn er niet gevoelig voor. Daarom bedacht de EO ‘The Passion’. Met populaire liedjes gezongen door populaire zangers en zangeressen wordt het lijdensverhaal van Jezus naverteld. De EO heeft er een happening van gemaakt met rechtstreekse uitzending op de televisie. Een binnenstad wordt er voor afgesloten en duizenden mensen staan langs de kant. Een waanzinnig succes! Het EO concept wordt nu overgenomen door andere landen. Het kerkelijke paasritueel dat ervoor zorgt dat we weer gezond en fris aan een nieuw groei-jaar beginnen, lijkt definitief overgenomen door muziek. Ik ben er blij mee! Ik ben een gepassioneerd muziekliefhebber!

Leusinks uitvoering kende ook een lichtpuntje

Maart en april is voor mij passie-tijd. Lente zonder passie gaat niet. Jezus moet lijden en sterven en dan kunnen we naar de tuin om groente te zaaien. Ik denk dat het zo in elkaar zit. Jezus moet lijden en sterven op de muziek van Johann Sebastiaan Bach. Dat kan echt niet anders. Het verhaal mag verteld zijn door Mattheus of Johannes, desnoods Lucas of Marcus, maar de muziek moet van Bach zijn. Als ik ga tellen hoe vaak ik de Johannes of de Mattheus in kerk of concertzaal heb gehoord, dan raak ik al snel het spoor bijster, maar neem van mij aan: Heel vaak. Ik ken de muziek dan ook uit mijn hoofd. Wat voor mij geldt, geldt voor vele anderen; dat weet ik zeker.

Afgelopen zondag ging ik voor de derde keer naar een Mattheus gedirigeerd door Pieter Jan Leusink. Eerst dirigeerde hij het Holland Boys Choir. Daarmee werd de Mattheus, op de sopraan partij na, in zijn geheel gezongen door mannen en jongens. Dat was een bijzondere uitvoering waar ik erg van genoten heb. Omdat ik best gelukkig was met die uitvoering, bestelde ik enkele jaren later weer kaartjes voor Leusinks uitvoering. Het jongenskoor bleek verleden tijd; Leusink werkte alleen nog met volwassenen.

Hoewel ik niet echt kapot was van de ‘volwassen’ uitvoering, maar nog steeds dacht aan zijn verdienstelijke uitvoering met het jongenskoor, had ik dit jaar opnieuw gekozen voor Leusink’s uitvoering. Maar helaas niets geen opgaande lijn. Dat had ik wel verwacht. Het is kommer en kwel geworden. Wat ik hoorde raakte kant nog wal. Een enkele aria haalde een aanvaardbaar niveau. Echt iets goeds heb ik nauwelijks gehoord. De evangelist werkte op de lachspieren met zijn lange uithalen, gefluister, gekras en absurde pauzes. Als je de Mattheus uitvoert, heb je minstens een goede evangelist nodig; hij is de helft van de tijd aan het woord! Robert Lutz: Als evangelist in de Mattheus Passion van Bach moet je zingen en niet acteren. Enne…als je voor een zaal staat moet je niet gaan acteren als je dat eigenlijk niet kunt. Een aanfluiting!

Leusink heeft een dirigeerstijl ontwikkelt die nogal merkwaardig oogt. Hij voert een soort swingende berendans op waarbij hij dweilbewegingen met zijn handen maakt. Erg onduidelijk. Ik hoef die bewegingen niet te begrijpen, maar de musici wel. Daar ging het regelmatig mis. Inzetten werden gemist. Een dirigent bepaalt tempo en timing. Vooral het tweede vioolconcert ging hopeloos verloren. Het tempo lag tien keer te hoog. Dat elke noot gespeeld werd lag aan de kwaliteit van de violiste maar zeker niet aan Leusink. Speel je dat concert te snel, dan gaat veel van de zeggingskracht verloren. Bij Leusink ging alles verloren, hoewel de violiste de eindstreep haalde….

Er was ook iets wat wel de toets der kritiek kon weerstaan. ‘Aus Liebe wil mein Heiland sterben’. Gezongen door  Olga Zinovieva. Zij liet Leusink voor wat hij was en ging een pact aan met de fluitiste. Beide een engelachtig uiterlijk. Jammer dat Zinovieva niet stilstond, maar verder was haar uitvoering van dit hemels stuk muziek echt goed. Kortom, Leusinks uitvoering kende ook een lichtpuntje.

Jaap van Zweden

Waar ik veel plezier aan beleefde tijdens mijn middelbareschooltijd, was mijn cello. Niet dat ik daar nou zo verschrikkelijk goed mee uit de voeten kon, maar het gaf me de mogelijkheid om in orkesten te spelen. Niets fijners dan dat. Leuke mensen om je heen en samen mooie klanken voortbrengen. Dat was het helemaal voor mij. Onder leiding van muziekleraar Geert van Thijn speelde ik mee met het schoolorkest. Geert van Thijn; een onbesuisde driftkikker waar we eigenlijk wel bang voor waren.

Op het schoolplein stond ik met mijn vrienden stoer te roken en elkaar wijs te maken hoe verslaafd we wel niet waren. Een kleine stevige jongen probeerde aansluiting bij ons te zoeken. Ik geloof niet dat hij rookte. We moesten in ieder geval niet veel van hem hebben. We vonden hem een patsertje met zijn trotse bos haar, en dat was in zekere zin een doodvonnis. Hij speelde viool. Het verhaal ging dat hij mee wilde spelen in het schoolorkest. Geert van Thijn had zijn niveau proberen te schatten door te vragen wat hij op dat moment speelde. Het vioolconcert van Bruch, had hij geantwoord, en dat hij net begonnen was aan het vioolconcert van Beethoven. Geert van Thijn, die tussen zijn driftbuien door, wel van een geintje hield, had hem lachend bij de tweede violen gezet. Vijf jaar later was hij de jongste concertmeester van het Concertgebouworkest ooit. Jaap van Zweden.

Kort geleden werd bekend dat hij benoemd is tot chefdirigent van het New York Philharmonic. Eén van de grootste orkesten van de wereld. Daarmee is hij de wereldtopper geworden die hij al lang was.

Gisteren een documentaire over hem op de televisie waarin hij een paar dagen met de camera gevolgd wordt. Wat je daarin zag was een zeer bevlogen iemand die ging voor de muziek. Hij stond voor een groep mensen die net zo goed voor de muziek gingen. Maar Jaap wist hoe het uiteindelijk moest klinken. Om die klank te bereiken ging hij door roeien en ruiten. Mijn tenen trokken krom als ik zag hoe hij tegen het orkest te keer ging. Vond ik niet leuk om te zien. Dat ging in tegen mijn gevoel van hoe ik vind dat mensen moeten samenwerken.

Ik realiseerde me later dat Jaap van Zweden niet samenwerkt. Dat is helemaal niet zijn taak. Jaap van Zweden moet een kunstwerk bouwen. Avond aan avond bouwt hij kunstwerken in muziek. De enige die verantwoordelijk is voor het eindresultaat van dat kunstwerk is Jaap van Zweden. Het concert is zijn kunstwerk. Daar gaat hij voor en daarom legt hij zijn wil op aan het orkest. Gaat het niet goedschiks, dan maar kwaadschiks.

Ik luister regelmatig naar Lohengrin in de uitvoering van Jaap van Zweden met het Radio Philharmonisch orkest. Geeneens een toporkest, normaal. Onder Jaap van Zweden wel. Zijn Lohengrin zindert en vibreert en laat je af en toe ruiken aan de absolute schoonheid die alleen Richard Wagner ooit in zijn hoofd gehoord kan hebben; toen hij de muziek componeerde.

Scherza Infida

Stel, je kon de opera Ariodante van Georg Friedrich Händel op een A4-tje zetten en je vouwde het papier dubbel, dan vond je op de vouwlijn het dramatische hoogtepunt van de opera. Dat dramatische hoogtepunt is even slap als de toedracht en afloop van het verhaal, maar desalniettemin het hoogtepunt. Gelukkig is Ariodante een opera en in opera vormt de muziek de hoofdschotel. Dat centrale punt is absoluut het muzikale hoogtepunt. Scherza Infida. Een aria van een ongekende schoonheid die je vanaf de eerste maten meevoert naar alles wat fijn en leuk is maar ook naar de droevige hoogtepunten waar je desalniettemin warm aan terugdenkt. Het is vaag wat ik schrijf, maar toch duidelijk…Het is een aria zoals er weinig van geschreven zijn. Alleen de allergrootsten kunnen zulke emoties louter met klanken opwekken.

Gisterenavond zat ik in het muziektheater. Zelden een opera gezien met zo’n voorspelbare, overdreven, nauwelijks geloofwaardig plot, maar met zo’n hemelse muziek. Als je dat in de zaal mag meemaken, dan ben je een bofkont. Helemaal als je ziet wat voor een fantastisch theater ervan gemaakt is en hoe het uitgevoerd werd. Een slap verhaal tot een meer dan boeiende voorstelling maken is echt kunst. Ik was een bofkont, gisterenavond, want ik zat in de zaal. Er ontspon zich een visueel en muzikaal schouwspel van jewelste. Met een hele reeks hoogtepunten, maar Scherza Infida als de Mount Everest onder de hoogtepunten. Visueel hoogtepunt waren de poppenspelen aan het eind van elke acte. Ik heb genoten!

Ariodante brengt je bij de roman De Virtuoos van Margriet de Moor en de film Farinelli, il Castrato. De mannelijke hoofdrol, Ariodante, wordt gezongen door een mezzosopraan. Mannen zingen doorgaans geen mezzosopraan. Gecastreerde mannen wel. Wij vinden het, godzijdank, onethisch om een jongetje vanwege zijn mooie stem, van zijn balletjes te beroven. Daarom is het haast onmogelijk om Ariodante (en vele andere opera’s uit die tijd) uit te voeren zoals het destijds werd gedaan. zangeressen gaan tegenwoordig als mannen verkleed de bühne op bij opera’s uit die tijd. Maar dat mocht de pret niet drukken. Twee kanjers van vrouwen zongen de mannelijk hoofdrollen zonder dat er sprake was van een verkleedpartij. Heel anders dan bijvoorbeeld Cherubin in La Nozze de Figaro of Octavian in Der Rosenkavelier. Ook daar vrouwen verkleed als mannen. In deze operas geven de verkleedpartijen een extra dimensie omdat Mozart en Strauss dat ook zo bedoeld en gewild hebben..

Scherza Infida doen tranen in je ogen wellen. Zeer ontroerend. Ik had wat territoriale problemen met een dikkig mannetje naast me, maar Scherza Infada nam me toch voor hem in. Tranen biggelde over zijn wangen. Ik hield ze binnen. Mooi, ontzettend mooi!

Boudewijn de Groot

Muziekhelden die ik had toen ik zestien was, staan, inmiddels bejaard, nog steeds op het podium. Velen proberen nog steeds de viriliteit en jeugdige onbevangenheid uit te stralen die ze destijds hadden en waarmee ze een rolmodel voor mij waren. Opvallend is dat deze bejaarde muzikanten ook een jonger publiek trekken dan de fans van de eerste dagen, maar het blijven opa’s en oma’s op de bühne. Terwijl ze hun leven achter zich hebben zingen ze over hun eerste verliefdheid. Zingen ze over de onrechtvaardigheid van de wereld of zingen ze over de oude generatie waartegen ze zich afzetten. Vooral dat laatste is opmerkelijk want de generatie waartegen ze zich afzetten, is dood of hoogbejaard. Ik wil maar zeggen…

Dit jaar overleed Armand, Een ietsje over de zeventig, was hij. Dagelijks klom hij het podium op om zijn ongenoegen te bezingen. Om zijn burgerlijke ouwelui de waarheid te zeggen. Eén hit heeft hij gehad. ‘Ben ik te min’ (ben ik te min omdat je ouders meer poen hebben dan de mijne). Dat zong hij, schijnt het, dagelijks. Inmiddels hebben de ouders van zijn toenmalige vriendinnetje niet zoveel mening meer…

Hoe zag Armand eruit…Immer gekleed in hippiekleding. Een gigantische roodgeverfde pruik omkranste een oude mannengezicht. Boven die pruik een dikke rookwolk van een stevige joint waarmee hij de gevestigde orde liep te choqueren (sjokkeren?). Hij is dus niet meer, dit wandelend stuk anachronisme.

Ik weet niet of ik het leuk vind of genant die opa’s en oma’s (maar vooral opa’s) op het toneel die hun lang vervlogen jeugd proberen te rekken tot in het onmogelijke. Gisteren een documentaire op de televisie over het afscheidsconcert van Boudewijn de Groot. Op zijn zeventigste verjaardag nog één keer een concert waarop hij zijn oude hits ten gehore zal brengen. Daarna is het over en uit en zal hij ze nooit meer zingen. Ik denk dat dat verstandig is.

Ik had een dubbelelpee van Boudewijn de Groot. Compleet grijsgedraaid heb ik ze. Ik heb de inhoud van deze dubbelelpee proberen op te zoeken, maar alle nummers in de volgorde zoals ik ze het herinner, kan ik niet vinden. Op mijn veertiende hoorde ik ‘Een meisje van zestien’ en begreep het probleem niet helemaal. Verder vond ik Verdronken Vlinder, Prikkebeen en de Reiziger fantastische nummers. Het Land van Maas en Waal, daar had mijn opa een singeltje van. Mijn literaire-cultureel-geschoolde-Neerlandicus-opa. Doordat hij dat singeltje had, was Boudewijn kosher voor mij!

‘Testament’, had een speciale betekenis voor me. Daar heb ik nogal op lopen zwijmelen toen ik zo rond de achttien was. Gisterenavond. De inmiddels zeventigjarige Boudewijn de Groot:

Na tweeëntwintig jaren van mijn leven

Maak ik een testament op van mijn jeugd

Niet dat ik geld of goed heb weg te geven

Voor slimme jongen heb ik nooit gedeugd

 

Inmiddels zijn zijn kleinkinderen de tweeëntwintig al gepasseerd; ik kan me voorstellen dat hij deze liedjes niet meer wil zingen. Ik heb ervan genoten maar zijn platen draai ik niet meer. Als ik toevallig een liedje hoor, dan spits ik mijn oren en luister ik…dat wel. Verder heb ik zijn liedjes opgeborgen bij alle andere leuke herinneringen die ik heb.

Boudewijn de Groot is net geen anachronisme geworden, vind ik.

Nederlands Philharmonisch Orkest – Mahlers voorgevoel

Gehoord en gezien op 14 november 2015

Dat was dus een fantastisch concert met een afgrijselijke afloop. De afloop had niets met het concert te maken, dus moet ik het hier buiten beschouwing laten. Hier dus niets over de stromende regen, de smak van Josien tegen het plaveisel, het wachten op de ziekenauto liggend in de regen op het fietspad, de uren op de eerste hulp. Toch blijft het onlosmakelijk verbonden met dit concert. Het voorgevoel van Mahler bleek ook voor ons onheilspellend. Maar Josien zal herstellen en daarna zullen we tientallen andere concerten bezoeken; samen.

Voorafgaand aan het concert nam Marc Albrecht het woord. Een indrukwekkende toespraak naar aanleiding van de aanslagen in Parijs de dag ervoor. Daarna een minuut stilte voor de slachtoffers. Indrukwekkend!

Het concert begon met hedendaagse muziek van Peter Ružička. Een concert met erg veel slagwerk. Ik heb daar van alles in gehoord. Delen waren erg spannend, dissonanten schuurden. Soms keihard dan weer heel subtiel; ook in het slagwerk. Het laatste stuk van de compositie had de componist echter niet veel meer te vertellen, viel me op. Hij bleef doorgaan met een afwisseling van heel zachte muziek en dan een paar stevige knallers van de complete slagwerkgroep. Ik merkte dat ik het toen wel echt gezien en gehoord had. Een tijdlang bleven de violen hangen in een heel hoog gepiep. Dat werkte akelig op mijn voortanden. Maar al met al een spannend en boeiend stuk. Toen de componist na afloop op het podium kwam heb ik hartgrondig voor hem geapplaudisseerd, ik vond het een bijzonder stuk en de dreiging die ervan uitging, voelde ik ook wel.

Daarna de Kindertotenlieder. Ik zou dat nooit gecomponeerd hebben als ik er het talent voor had gehad. Om de dood van kinderen moet je een eind heenlopen, vind ik, niet aan denken, niets mee doen. De angst voor het overlijden van je kinderen is erger dan de angst voor je eigen dood. Toch waagde Mahler het noodlot te tarten en zette de gedichten van Rὒckert op muziek. Erg mooie muziek.

Alice Coote zong ze. Ze kwam op in verrassend eenvoudige kleren. Geen design jurk met een onhandige sleep, geen hakjes waarmee je de kans loopt van de concertgebouwtrap te storten. Nee, gewoon in een broek. Heel bijzonder. Zelfs Alice Coote leek het moeilijk te hebben met het eerste lied. Het valt mij op dat heel vaak het eerste lied van een liederencyclus wat in het water valt. Voor mijn gevoel heeft dat te maken met de zenuwen. Een zangeres of zanger lijkt één lied nodig te hebben om haar zenuwen te overwinnen. Daarna is men in staat om het gevecht aan te gaan met de muziek en de kunst. Dat gevecht brengt de kunstenaar op het niveau waarin het sublieme ontstaat; waarbij de zanger(es) verbinding legt tussen de kunst en het publiek. Dat zag en hoorde ik gebeuren in de liederen die volgde op dat eerste lied. Erg fraai.

Het getarte noodlot lied het er trouwens niet bij zitten; het nam het leven van één van Mahler’s dochters…

Tenslotte de vierde symfonie van Schubert. De componist was negentien jaar toen hij dit stuk schreef. Ongelofelijk! Mijn kinderen waren nog echt kind toen ze negentien waren. Ik heb geprobeerd te horen of ik die onvolwassenheid kon vinden, maar dat kan niet; het is een absoluut volwassen stuk. Een symfonie op een hoog niveau. Niets negentienjarigs aan. Het eerste thema van het derde deel spreekt mij niet echt aan. Dit heeft niets met de leeftijd van de componist te maken, maar is wellicht een kwestie van smaak.

De vierde symfonie van Schubert werd prachtig gespeeld en wat dat betreft heb ik een heerlijk concert gehad.

Goed…toen gingen we weer naar huis. Door de stromende regen… zie het begin van mijn recensie. En nu ben ik eventjes een man alleen thuis en heb ik een onthande partner in het ziekenhuis…

Nederlands Filharmonisch Orkest – Verdi: Messa da Requiem

11 september 2015 – Concertgebouw

Is het Requiem van Verdi nou kerkmuziek of operamuziek? De vraag die overal gesteld wordt als het over dit requiem gaat. Eigenlijk is dat niet zo’n interessante vraag omdat het niet uitgevoerd wordt in een kerk en ook niet in een operahuis. Dit requiem wordt alleen maar uitgevoerd in de concertzaal. Is dus een concert. Maakt niet uit of het naar opera riekt of naar een religieus stuk. Het is een Verdi stuk; dat is in ieder geval wel duidelijk.

Ik zal een jaar of zeventien geweest zijn. Mijn vader woonde in Cuijk. Soms was ik daar een weekend. Zo’n weekend duurde heel kort, maar je maakte van alles mee en aan het eind was je uitgeput. Moeilijke weekenden die me in verwarring brachten. Ik wou ze ook niet missen. Ik voelde een diepe verbondenheid met mijn vader en verlangde altijd erg heftig naar hem. De momenten dat ik hem voor mij alleen had, waren zeldzaam. Er was altijd onrust om hem heen. Waren we alleen dan luisterden we samen naar muziek. Daarin hadden we elkaar gevonden.

De grote stad in de buurt van Cuijk is Nijmegen. We kwamen er niet vaak, maar ik herinner me dat hij me een keer in Nijmegen van de trein kwam halen en dat we toen de stad in gingen. Naar V&D. Daar hielden ze uitverkoop van platen. Veel klassieke. Mijn vader had net geld gehad, en dat brandde bij hem in zijn zak. Een hele stapel platen. Kocht hij. Bij hem thuis gingen we ze luisteren. Het Requiem van Verdi. Keurde mijn vader meteen af. Niet goed opgenomen. Slechte stemmen. In ieder geval, er ontbrak van alles aan. Hij bood hem mij aan. ‘Anders gooi ik hem weg’. Zonde, vond ik. Daarom nam ik hem mee naar huis. Inderdaad had ik zelden zo’n slechte opname gehoord. De alt kraste zich door het Christe Eleison heen. Bij de grote trom kon de microfoon het niet meer aan. Nee, geen beste uitvoering en opname. Toch heb ik hem grijsgedraaid en heb ik door de makke heen de muziek van Verdi enorm leren waarderen.

Gisteren in het concertgebouw geen last van een slechte opname. Recht van keel en instrument naar mijn oor. Dat was een grote sensatie. Zelfs toen bleek dat het kwartet solisten getroffen was door ziekte. Zowel de sopraan Krassimira Stoyanova als de bas Vitalij Kowaljow werden vervangen. Respectievelijk door Camilla Nylund en Roberto Tagliavini. Nou kende ik de zieke twee niet en hun vervangers had ik ook nog nooit gehoord, dus in die zin maakte het voor mij niet uit. Hoe dan ook, ze zongen fantastisch! Het Mors stupebit is voor mij het meetpunt van de bas. Indrukwekkend; de dood en de verschrikking sloegen ervan af.

De leeftijdsverdeling van het publiek was voor het moyenne van het concertgebouw gunstig. Dat zakte weer een paar jaartjes. Zie je normaliter vele grijze hoofden; nu zat er veel jong grut. Eén van de hoogtepunten is toch wel voor het Dies Irae. In dit stuk, dat ook een paar keer terugkomt, speelt de grote trom de hoofdrol. Om de doden wakker te schudden en om de krochten van de hel weer te geven. Apart om de slagwerker op zijn hardst op de trom te zien slaan. Ik heb een keertje gehoord dat een dirigent van zijn podium viel omdat de grote trom juist niet sloeg toen het wel moest en de dirigent er zo op gerekend had.

Een erg mooie uitvoering en ik heb een heerlijke avond gehad!