Categoriearchief: Literatuur

Merijn de Boer – De Saamhorigheidsgroep; een heerlijk boek!

Het woord ‘pageturner’ staat mij verschrikkelijk tegen, maar verzin daar maar eens een goed nederlands woord voor. Deze roman is er zo één, dus. Boeiend en spannend tot het eind. De strijd om de Frits’ Librisliteratuurprijs 2021 gaat voorlopig om de tweede plaats; de eerste plaats is bij mij nauwelijks bereikbaar. Deze roman gooit hoge ogen. Ik moet zeggen dat de keuze voor de boeken op de shortlist mij enorm heeft verrast; tot nog toe geen enkele roman die er negatief uitspringt. Dat is wel eens anders geweest. Wat deze linkse jongen wel even kwijt moet is dat ik de roman ‘De saamhorigheidsgroep’ ook wel weer een voorbeeld vind van linkse mensen plagen en in de zeik nemen. Dat vind ik op de één of andere manier niet erg fijn, maar oké, laat ik niet moeilijk doen. Misschien ben ik ook wel wat gevoelig geworden op dit punt; de ‘linkse kerk’ (wat klinkt dat verschrikkelijk k…) heeft nogal wat te verduren gekregen de laatste jaren en dat terwijl het, wat mij betreft, zonneklaar is dat er ingrijpende maatregelen moeten worden getroffen die in een verdacht ‘links’ daglicht staan. Gelukkig – maar uitermate ongelukkig voor links – hebben veel rechtsere partijen deze items overgenomen van links. Zelfs de overgang naar een duurzame samenleving is in handen gegeven aan VVD-prominenten… Maar laten we terugkeren naar het boek waar het hier om gaat!

In het eerste deel van de roman, de proloog die zich in 2018 in New York afspeelt, leren we ambassadeur Bernhard  Wekman,  permanent vertegenwoordiger  bij de Verenigde Naties kennen. Hij bereidt zich voor op een ontmoeting met Bronno die hij meer dan dertig jaar geleden heeft leren kennen als het meest dominante lid van de saamhorigheidsgroep. Destijds maakte Bernhard deel van uit van deze groep. Hij beseft dat hij sinds dat ene jaar dat hij lid was, nooit meer zo gelukkig is geweest als toen. Tijdens de ontmoeting wil Bronno, namens de saamhorigheidsgroep, dat hij Tibet erkent in de VN namens Nederland. Als Bernhard vertelt dat dit echt niet mogelijk is, druipt Bronno zwaar teleurgesteld af.

Het tweede deel van de roman – het leeuwendeel van de roman – speelt zich in 1982 en 1983 af in Haarlem en Amsterdam. Bernhard schermt samen met Felix. Felix introduceert Bernhard bij de Saamhorigheidsgroep. Dat blijkt een groep zeer idealistische mensen te zijn die zich inzetten voor al het onrecht in de wereld. Daarvoor staat ze tien procent van hun inkomen af en van dat geld worden projectjes gefinancierd. Hier hebben ze regelmatig vergaderingen over. Bernhard, die over enkele maanden zijn eerste post in Angola krijgt, voelt zich een vreemde eend in de bijt, maar vindt de leden zo enthousiast in hun streven naar een betere wereld dat hij zich toch thuis voelt in de groep. De saamhorigheidsgroep is echter veel meer dan een clubje dat goede doelen nastreeft; het is ook een soort gezelligheidsclub. Iedereen stemt minstens PvdA, maar hun actiebereidheid is vele mate groter. Liza en Tristan zijn ook lid van de groep. Zodra Liza haar stem laat horen, is Bernhard zodanig verkocht door het timbre dat hij lid wordt. Hij heeft sindsdien een oogje op Liza.

Verloskundige Liza heeft haar man, kunstenaar Tristan, op de middelbare school leren kennen. Sindsdien zijn ze samen. Ze hebben een grote kinderwens maar het zaad van Tristan blijkt niet vruchtbaar. Omdat Liza heeft opgemerkt dat Bernhard, die niets afweet van Tristans onvruchtbaarheid, zijn ogen niet van haar kan afhouden, bedenken ze het plan om Bernhard te verleiden. Zonder dat hij het weet zal hij haar dan zwanger maken. Omdat hij binnenkort naar Angola vertrekt, zal hij nooit van haar zwangerschap weten. Dat plan loopt anders dan verwacht want Bernhard wordt smoorverliefd op Liza. Zoveel liefde heeft ze lang niet gevoeld en daar bezwijkt haar huwelijkse trouw dan ook onder. Bernhard en Liza beginnen een heftige, stiekeme, onstuimige verhouding. Bernhard laat de uitzending naar Angola aan zich voorbij gaan. Hoewel hij wellicht een vermoeden van de relatie heeft, maar het niet echt ontdekt heeft, raakt Tristan  helemaal bezeten van het idee dat hij zijn vrouw Liza tegen haar wil heeft uitgeleverd aan Bernhard. Hij kan er nauwelijks mee leven als Liza zwanger blijkt. Bernhard daarentegen is ervan overtuigd dat Tristan haar zwanger heeft gemaakt en zeker niet hijzelf; hij kan zich niet voorstellen dat hij daartoe in staat zou zijn. Als het kind geboren is, heeft Bernhard het gevoel dat hij het gezin van Liza en Tristan met de kleine in de weg staat. Hij voelt dat ook zijn verliefdheid over is. Hij aanvaardt een post in Jeruzalem en maakt het uit met Liza.

Het derde deel speelt zich in 1984 af in Jeruzalem. Tristan, die de inzinking nabij is, gaat naar Jeruzalem om ‘iets’ te doen. Hij hoopt Bernhard te vinden en dan ‘iets’ te doen om zijn haatdragende gevoelens weg te poetsen.

Het laatste deel speelt zich in Haarlem af in 2019 en is een epiloog.

Van de eerste tot de laatste letter een spannend boek. Het leest heerlijk weg. Is goed geschreven. Je blijft er nog even mee in je hoofd zitten. Maar toch…er zitten volgens mij wat rafelrandjes aan de roman. De roman gaat over een buitenstaander die lid wordt van een groep. Van die lijn wijkt de auteur diverse keren af om wat uitstapjes te maken naar de andere leden van de groep. In mijn ogen werkt hij dat te weinig uit zodat er wat losse floddertjes ontstaan. Ja, het heeft met de saamhorigheidsgroep te maken, maar wat precies met de grote lijn van het verhaal. Niet dat het erg stoort, maar zo’n groep van namen is moeilijk te onthouden en zeker als het verhaaltje kort en relatief oppervlakkig blijft. Moeilijk bij te benen wie wie is in zo’n geval. Vooral die lossere zijlijntjes kosten heel wat hersenoefeningen. Een ander ding vind ik de karaktertekening van Bernhard. Hij wordt door de auteur neergezet als een goedaardige, zachte man die zich makkelijk laat meeslepen. Hij probeert zich voortdurend aan de groep aan te passen. Zo parkeert hij zijn auto een eind uit de buurt, zodat het lijkt alsof hij geen auto (want not done in de groep) heeft. Dat karakter klopt volgens mij niet met het karakter van een permanent vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties namens Nederland; dat moet een zeer standvastig, slagvaardig persoon zijn. Ik vind het een zwakte in de roman.

Bernhard is iemand met een laag libido, wordt verteld, maar dat libido wordt in het saamhorigheidsjaar door Liza naar grote hoogte gestuwd. Zodra hij het uitmaakt met Liza, zakt zijn libido naar het vroegere niveau. Grappig is dat de schrijver Bernhard een favoriete filmscene toedicht uit de film ‘Shame’. Dat is een film over een seksverslaafde man en dus een extreem libido. Hoe dan ook; het is een heerlijk boek om te lezen!

Simone Antangana Bekono – Confrontaties; geen frontale aanval

De roman Confrontaties van Simone Atangana Bekono werd aangekondigd als een boek over racisme. Daar heb je tegenwoordig bij mij al de poppen mee aan het dansen. Ik word meteen opstandig. Dat komt ongetwijfeld doordat ik een blanke, lekker verdienende, redelijk hoogopgeleide, heteroseksuele man ben en als zodanig – ondanks de ‘white privilege’ – de pispaal van de natie. Degene aan wie ze constant uitleggen dat al het kwaad in de wereld zonder meer op mijn conto geschoven kan worden. Dan kan ik zwak roepen dat ik, als halve jood, toch ook best zielig en gediscrimineerd ben…maar nee, dat helpt geen zier. Ik ben de grote, kwaadaardige, witte, bewust of onbewust racistische man en al het onrecht dat de medemens met een kleurig huidje overkomt, dat is mijn en onze schuld. En als mij hetzelfde onrecht overkomt dan heb ik gewoon pech…of zoiets.

Gelukkig ontstijgt de roman ‘Confrontaties’ de denkbeelden van Gloria Wekker en aanstelster Anousha Nzume, de roman is prima te lezen en stelt niet bij voorbaat de schuldigen vast; zoals in de meeste goede romans wordt het interpreteren van gedrag aan de lezer overgelaten. Daarom geef ik mijn zo kort mogelijke interpretatie van de plot meteen hier prijs: Het gaat over een meisje dat in een jeugdgevangenis vastzit omdat ze een jongen zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht. Dat is per ongeluk gebeurd toen twee pestkoppen haar gewelddadig pestte en zij zich verdedigde. Dat de pestkoppen haar huidskleur gebruikten om haar te kwetsen; het had in een ander geval net zo goed rood haar, schele ogen, grote of juist kleine tieten, klein hoofdje of grote voeten kunnen zijn. Aldus werd de boze witte man in mij weer rustig…

Natuurlijk komen er wel wat thema’s langs die vraagtekens zetten achter onze verhouding met de rest van de wereld, maar dat lijkt me alleen maar goed; we moeten onszelf steeds vragen blijven stellen. Hoofdpersoon Salomé Atabong zit opgesloten in een jeugdinrichting die ze zelf de naam de ‘Donut’ heeft gegeven. Het is een gebouw waar je alleen maar rechtsaf kunt, volgens de verteller. Een rond gebouw rond een binnenplaats. Het gebouw is verdeeld in compartimenten. Eentje voor meisjes, de rest voor ontspoorde jongens. Therapie krijgt ze van …Frits (heeft echt niets met mij te maken!). Frits herkent ze van een programma op de televisie waarin een gezin veertien dagen gaat wonen bij een ‘primitieve’ stam in Afrika. De hoofdpersoon wiens vader uit Kameroen komt, heeft moeite met dit gegeven omdat het programma de betreffende Afrikanen te kakken zet. Therapeut Frits blijkt het ook niet eens te zijn geweest met hoe ze geportretteerd werden door het programma. Hij heeft veel door Afrika gereisd en is juist heel geïnteresseerd in Afrika. Gaandeweg de roman bouwen Salomé en Frits een goede therapeutische band op en krijgt ze inzicht in haar positie en gevoelens tussen twee culturen in: Aan de ene kant de Afrikaanse, van haar vader en aan de andere kant de Nederlandse (Zeeuwse) kant van haar moeder.

Veel aandacht wordt besteed aan het haar van Salomé. Haar vader knipt haar haar in een ronde afro. Dat is volgens de verteller het enige dat hij kan. Als je de verschillende haardrachten beschouwd, zou je denken dat haar vader haar rond en gewillig knipt. Aan de andere kant koopt haar vader ook een boksbal voor d’r waarmee ze kan trainen om de pestkoppen de baas te zijn. Als ze tijdens een vakantie hun familie bezoeken in Kameroen, ‘doet’ de zus van haar vader – tante Céleste – haar haar. Ze maakt vlechten die min of meer als de slangen van Medusa uit haar hoofd komen. De wraakgodin. En je zou kunnen denken dat de hoofdpersoon in de jeugdgevangenis is gekomen vanwege een wraakactie. Maar dat is dus niet zo; ze verdedigde zichzelf; dat is wezenlijk iets anders. In de jeugdgevangenis gaat vriendin Marissa haar haar doen; kleine staartjes…begreep ik. De vergelijking met Medusa komt vaak terug en dat vind ik moeilijk omdat ik toch niet helemaal begrijp waarom. Überhaupt wordt er veel verwezen naar de Griekse verhalen. De hoofdpersoon presenteert zichzelf ook als een absolute boekenwurm. Ze wordt op de lagere school absoluut niet te laag ingeschat, want ze krijgt een gymnasium advies. Op deze school gaat het uiteindelijk faliekant mis. Dat ligt onder anderen aan pesten. Ze kan zichzelf ook erg moeilijk beheersen, leren we.

De roman bevat erg veel verwijzingen naar de verhalen uit de klassieke oudheid. Parallellen met het verhaal zijn er doorgaans wel. Het valt mij op dat de auteur met haast losse streken taal de gemoedstoestand van de hoofdpersoon schildert. Soms werkt dat heel sterk. Doordat het vaak losse associaties of herinneringen of gespreksflarden is het aan de andere kant soms moeilijk te volgen; waar zitten we precies? Wat doet de hoofdpersoon? In welke herinnering? En waar? Het maakt het soms wat ondoorgrondelijk.

De roman is zeker goed geschreven. De sfeer is goed getekend en ook de emoties komen vaak goed uit de verf. Toch is het niet mijn meest favoriete roman uit de shortlist van de libris literatuurprijs. Maar om mijn favoriete roman uit dit lijstje voorbij te streven heb je echt wel wat nodig! De roman is in ieder geval geen frontale aanval op deze witte oudere man, en dat voelt als een opluchting!

Gerda Blees – Wij zijn licht; erg boeiend

Wat onderscheid ons mensen van dieren? De vrije wil..? Blind volgen dieren hun instincten. Ze eten als ze honger hebben, ze neuken als ze geil zijn, ze maken dat ze wegkomen als ze gevaar vermoeden, ze slapen als ze moe zijn, ze moorden als ze roofdieren zijn, ze zwemmen als ze eendjes en ze kwispelen als ze hondjes zijn. Dieren kunnen niet anders dan doen wat de natuur hun gegeven heeft. Voor de mens ligt dat anders. Mensen kunnen zich verzetten tegen alles wat de natuur hen oplegt. Dat gaat niet zomaar; daar moet je strijd voor leveren want datgene wat de natuur ons ingeeft, ervaren we als de weg van de minste weerstand en voelt comfortabel maar die weg waarderen we niet erg. Doorgaans overwinnen onze helden de instincten die moeder natuur ons gaf. Onze helden staan pal als er gevaar dreigt; de lafaards volgen hun instinct en maken dat ze weg komen. Onze priesters weigeren een seksleven en kiezen voor een leven in een sobere gemeenschap met weinig liefde terwijl  de meesten onder ons zich comfortabel laten onderdompelen in de geneugte van een liefdevol gezin waarbij seks tussen de partners onderdeel is van het dagelijkse leven en de warmte en liefde bevestigd. Soms gaat de vrije wil en het overwinnen van onze instincten te ver. Dan verandert de held in een fanaticus of ligt de hypocriet op de loer. Neem de schandalen rond kindermisbruik in internaten geleid door paters. Stiekeme seks met weerlozen; hypocriet en algemeen veroordeeld. Je leven opofferen in de Jihad door jezelf als levende bom te gebruiken…Of, het aardse voedsel niet meer tot je nemen en de honger weerstaan omdat ‘liefde’, ‘licht’ en ‘muziek’ zuiverder voedsel zijn en je dichter bij de vrijheid en het geluk brengt…

In de roman van Gerda Blees ‘Wij zijn licht’ komen we de woongroep ‘Klank en Liefde’ tegen op het moment dat de oudste onder hen, Elisabeth, overlijdt aan ondervoeding. Haar zus Melodie, die de groep leidt, vindt dat ze op een waardige en juiste manier is weggegleden en hoewel de andere leden van de groep, Petrus en Muriël, wat bedenkingen hebben over de manier waarop, is hun tegenstem te zwak om door de anderen gehoord te worden. De woongroep wil afzien van aards voedsel en slechts leven van het licht, de liefde voor elkaar en de klanken van muziek. De opgetrommelde huisarts kan de natuurlijke dood van Elisabeth niet vaststellen en samen met de schouwarts bepalen ze dat ondervoeding de doodsoorzaak is. De medebewoners van Elisabeth worden door de politie naar het bureau gebracht voor verhoor en in politiecellen opgesloten. De politie moet echter constateren dat de woongroepleden wellicht moeten hebben vermoed dat de overledene medische hulp nodig had, en dat ze verzuimd hebben om die in te schakelen, maar voor een veroordeling is het allemaal te dun. Dus worden de leden weer vrijgelaten. Maar in de politiecel zijn de bewoners, en dan vooral Muriël, gaan nadenken. Muriël besluit de woongroep te verlaten…of toch net niet? De schrijfster laat dat aan onze fantasie over.

Het verhaal wordt in kleine hoofdstukjes verteld vanuit verschillende perspectieven. Die perspectieven zijn soms personen, maar meestal niet. Zelfstandige naamwoorden die een rol spelen in het leven van ons mensen. Het overlijden van Elisabeth wordt zodoende verteld door de nacht. Het verhoor van Petrus wordt verteld vanuit het perspectief van de geur van een sinaasappel die aan de handen van één van de verhorende agente zit en de neus van Petrus binnendringt; een katalysator van herinneringen en gevoelens. De thuiskomst van de woongroep wordt beschreven vanuit het perspectief van de slowjuicer; het apparaat dat er uiteindelijk voor zorgt dat de op groentesap levende woongroep min of meer in leven blijft. Maar ook ‘het verhaal’ doet haar woordje, ‘het licht’, ‘de buren’, ‘de weerstand’ enzovoort, vertellen het verhaal. Uiteindelijk gaat het verhaal over de vrijheid van de mens om te kiezen voor een ander leven dan het leven dat ons van nature gegeven heeft. Het verkent de grenzen van wat kan en ook niet kan. Wat ‘zorg’ voor de medemens betekent maar ook hoe kokerdenken en een tunnelvisie het overneemt van het gezonde verstand. In die zin is het een rijke roman.

De roman is uitermate origineel van opzet met al die perspectieven. De psychologische tekening van de verschillende leden van de woongroep is erg goed getroffen. De politieagente die – toeval of niet – ook Elisabeth heet en zelf worstelt met haar zichzelf uithongerende puber, komt mooi uit de verf. Maar ondanks al deze positieve punten, is het boek geen ‘lekker’ boek. Het leest niet vlotjes weg. Je blijft als het ware, even ver op afstand van de personages als de perspectieven die de auteur kiest. Het boek komt vrij moeizaam tot leven. Een knappe prestatie, maar het blijft toch een beetje aan de droge kant, maar zeker erg boeiend.

Librisliteratuurprijs 2021

Gisterenavond werd de shortlist voor de Librisliteratuurprijs 2021 bekend gemaakt. Altijd weer spannend want sinds jaren lees ik hartstochtelijk mee. Ondanks mijn kritiek. Deze keer heb ik ook de overgang van longlist naar shortlist gevolgd. Wat me opvalt aan deze shortlist is dat het wat mij betreft van te voren al vaststaat wie de winnaar wordt. Tenminste, het zou me hogelijk verbazen als er een nog vernieuwender, nog boeiender, nog spannender roman in het lijstje zou kunnen staan dan ‘Mijn lieve gunsteling’ van Marieke Lucas Rijneveld. Ik kan het me haast niet voorstellen. Omdat de roman ‘Bezette gebieden’ van Arnon Grunberg achterbleef in de longlist, schept dat verwachtingen voor de boeken die op de shortlist staan. Ik heb zo verschrikkelijk genoten van ‘Bezette gebieden’. De originaliteit, de diepgang en het absurde. Vreemd dat dat boek niet op de shortlist staat. Jammer ook, want dat boek had ik al gelezen en dat zou mij wat tijd besparen. Ook had ik al van de longlist ‘Ik ben er niet’ van Lize Spit en ‘Min of meer opmerkelijke gebeurtenissen uit het leven van een treuzelaar’ van Cindy Hoetmer gelezen. Wat betreft het librisliteratuurprijs-lezersavontuur slechte keuzes van mij , maar wel leuke boeken om te lezen

Van alle zes boeken die nu op de shortlist staan, heb ik er slechts één gelezen; de roman van Marieke Lucas Rijneveld. Vijf boeken nog te gaan! Dat wordt dus even doorlezen. Ik betwijfel of mijn uitslag eerder komt dan de uitslag van de officiële jury; zoveel tijd kan ik helaas niet aan lezen besteden.

De lijsttrekker van ‘mijn’ partij is juryvoorzitter. Zou dat invloed hebben? Moet ik vooral letten op romans waarin gedramd wordt voor meer vrouwen op hoge posities? (Ja, ik heb de sympathie voor mijn partij behoorlijk verloren. Hoewel ik nog steeds lid ben, vind ik dat geen enkele PvdA minister uit het vorige sloop kabinet nog een tweede kans verdiend; ze hebben massaal gefaald. Ik denk zelfs dat ik deze keer niet op ‘mijn’ partij ga stemmen. Juryvoorzitter van de librisliteratuurprijs 2021 en tevens lijsttrekker van de PvdA Ploumen was minister in het vorige sloop-kabinet. Rutte moet na tien jaar slopen weg, maar wie er voor in de plaats moet komen…geen idee. Dit even terzijde.)

De boeken op de shortlist heb ik – op het boek van Rijneveld na, want dat had ik al – gekocht in de webshop van ‘onze’ kleine boekhandel in de Haarlemmerstraat. Opvallend is, en dat viel me op bij het ‘opbergen’ van mijn e-boeken in mijn virtuele bibliotheek, dat er maar liefst vier auteurs tussen staan wiens naam met een ‘B’ begint.

De lijst…nu nog even alfabetisch op auteursachternaam:

  • Simone Antangana Bekono – Confrontaties
  • Gerda Blees – Wij zijn licht
  • Marijn de Boer – De saamhorigheidsgroep
  • Jeroen Brouwers – Cliënt E. Busken
  • Erwin Mortier – De onbevlekte
  • Marieke Lucas Rijneveld – Mijn lieve gunsteling

Van bovenstaande auteurs ken ik naast Marieke Lucas Rijneveld alleen Erwin Mortier. Van de rest had ik nooit gehoord, laat staan iets gelezen. Dat wordt dus een spannend leesavontuur!

De Wildeborch

Geliefde J. en ik zijn op de Wildeborchseweg in Vorden geland. De Wildeborchseweg is de Wildeborch en de Wildeborch is A.C.W. Staring en Staring is het verhaal van Jaromir dat mijn liefje voor een deel, met pretoogjes, kan reciteren:

Gisteren fietsten we de driehonderd meter naar kasteel De Wildenborch. Als je zo dichtbij een korte-vakantieadres hebt, dan kan je dat toch niet overslaan… Staring bewoonde het kasteel rond 1800. De romantiek. Een periode waarin de Nederlandse kunsten niet echt bloeiden. Hoewel…het lijkt dat er toch steeds meer aandacht voor komt met mooie tentoonstellingen in bijvoorbeeld het Teylersmuseum. Staring leefde ook in de tijd dat het ‘gewone’ volk arm was. Straatarm. De fantastische tentoonstelling in het Amsterdamse stadsarchief over de vondelingen, getuigt van die bittere armoede. Honderden kinderen werden in pure wanhoop te vondeling gelegd. Rond 1800, de tijd van A.C.W. Staring. Bij ons in Amsterdam is de dichter betrekkelijk in de vergetelheid geraakt, maar hier in Lochem en Vorden nog best aanwezig in straatnamen en beelden. En dus De Wildeborch. Het kasteel waar de Staringen eeuwen hebben gewoond, want de familie Staring was niet onbemiddeld. En nog steeds woont er een Staring. Jennine Staring. Tijdens ons bezoek aan het kasteeltje maakte J. nog een praatje met d’r.

De Wildenborch gezien vanuit de binnentuin

Staring was zoals gebruikelijk in die tijd, veel meer dan dichter alleen. Botanicus, landbouwkundige,  politicus, filantroop en vast nog veel meer. Ons bezoek aan het kasteeltje viel samen met ‘sneeuwklokjes dag’, en voor die gelegenheid was de kasteeltuin opengesteld. Dus gingen wij op zoek naar de sporen van de Jaromir dichter. Hij moet de man zijn geweest die de eerste sneeuwklokjes-bolletjes in de grond heeft gestopt en de eerste winter-akonietjes moet hebben geplant, want wat stonden er veel. De tuin is absoluut gigantisch en met heel veel smaak aangelegd, destijds. Wit van de sneeuwklokjes en geel van de akonietjes. Een lust voor het oog. Na de diepe vrieskou van anderhalve week geleden lijkt het begin van de lente uit de grond geëxplodeerd. Staring zou verschillende exotische bomen hebben geplant. Wat ik me tijdens de wandeling alleen kon herinneren was dat het onder anderen om een hele speciale cipres ging. We zagen een boel speciale cipressen, of in ieder geval bomen met naaldachtige bladeren. Soms heel dik, dus heel oud. Maar of dat nou die ene speciale cipres was die de dichter geplant heeft…geen idee. Aan het eind van onze wandeling had de huidige hovenier wat voorbeelden van prachtig hout, geoogst op de Wildenborch, tentoongesteld waaronder een plank…cipressenhout. Wellicht waren we te laat en lag de door de dichter geplante boom hier als gestorven hout op de tafel. Wie weet.

Cindy Hoetmer – Min of meer opmerkelijke gebeurtenissen uit het leven van een treuzelaar.

Ik denk op het ogenblik veel na over rouw. Na het overlijden van schoonzus M. waar liefje J. erg veel moeite mee heeft, natuurlijk, maar ook ik heb er last van. Nauwelijks met het overlijden van M. – hoewel ik erg met J. mee leef, maar wel met alles dat we dit jaar kwijtgeraakt zijn; ons vrije leven en de cultuur. Elke dag mis ik het zo verschrikkelijk terwijl ik het gevoel heb dat ik niet mag klagen. Rouw zie ik ook terug in de autobiografische schetsen, al of niet fictief, bij ‘Min of meer opmerkelijke gebeurtenissen uit het leven van een treuzelaar van Cindy Hoetmer. Ze presenteert zichzelf als ‘voormalig’ schrijver. Dat voelt behoorlijk pijnlijk; als iemand die ‘het’ niet gehaald heeft. En inderdaad; ik had nog nooit van d’r gehoord terwijl ze jaren geleden een paar romans heeft gepubliceerd… Ik vrees dat er zo velen rondlopen, helaas, mensen die veelbelovend waren maar toch niet datgene bereikt hebben wat ze graag hadden gewild; het leven is nou eenmaal onrechtvaardig. In het boekje loopt een vrouw rond die rouwt om datgene wat ze had willen bereiken, maar helaas…niet gehaald heeft.

Als liefhebber van romans had ik in het begin wel moeite om dit boekje te lezen. Het duurt namelijk wel even voordat je doorkrijgt wat er aan de hand is. In schijnbaar losse vegen schildert Cindy Hoetmer het leven van een vrouw die de vijftig is gepasseerd en die worstelend om gezond te blijven toch uiteindelijk steeds in de kroeg beland. Een vrouw waar, volgens eigen zeggen, geen man meer in geïnteresseerd is. Uitgerangeerd is. Op literaire avonden vol succesvollere auteurs rondhangt om uiteindelijk beschonken alleen in bed te belanden. Tijdens die avonden in de kroeg en literaire avonden wordt ze links en rechts afgezeken en beledigd en eigenlijk geeft ze iedereen nog gelijk ook; wie is ze nou helemaal? Een mislukte schrijver die haar geld verdiend met achterlijke baantjes. Het zit haar gewoon niet mee…

De schetsmatige gebeurtenissen die Cindy Hoetmer beschrijft, lijken in het begin onsamenhangende anekdotes. Vaak grappig. Je zoekt diepgang en dat lijkt compleet te ontbreken. Nou moet ik wel zeggen dat ik knap allergisch ben voor drank- en dronkenman verhalen. Daarom heb ik na zo’n bladzijde of veertig overwogen om het boekje dicht te slaan en nooit meer verder te lezen, maar ik ben toch verder gegaan en heb daar uiteindelijk geen spijt van. Het toont de allerminst oppervlakkige worsteling van een ouder wordende vrouw met het leven, nadat ze heeft moeten inzien dat de doelen die ze voor zichzelf had, onhaalbaar zijn gebleken. Ze wilde het leven van een succesvol schrijver, maar dat is niet gelukt. Ze wilde, net als haar ouders, oud worden in een liefdevolle relatie, ook niet gelukt. Wat overbleef was een, in haar eigen ogen, cynische, oudere, mislukte, aan de drank geraakte vrouw. In hoeverre de Cindy Hoetmer als schrijver van het boekje samenvalt met de hoofdpersoon met dezelfde naam, weet ik niet en zou me eigenlijk niet moeten interesseren. Maar dat doe ik toch… Leuk is dat de hoofdpersoon zo’n beetje door de buurt zwalkt waar ik woon. Het decor ken ik, om het zo maar te zeggen. Ik heb een paar keer verschrikkelijk moeten lachen om situaties die ze beschreef.

Achteraf vind ik het boekje meer geslaagd dan toen ik het nog aan het lezen was. Overigens, op de omslag een plaatje van een luiaard; dat dekt niet echt de lading; de hoofdpersoon is niet lui. Ik vind de hoofdpersoon ook geen treuzelaar, meer een worstelaar

Lize Spit – Ik ben er niet; best boeiend

Op 2 februari 2018 stond er een interview in de Volkskrant met Marieke Lucas Rijneveld. Daarin schrijft Sara Berkeljon: ‘Maar vooral moest ze onverbiddelijk leren zijn, ten opzichte van zichzelf, maar ook ten opzichte van haar ouders en het geloof. “Dat advies kwam van Lize Spit (de Vlaamse schrijfster van Het smelt, red.), een goede vriendin van mij. Ik heb het toen heel groot op de muur geschreven, boven mijn bureau: ONVERBIDDELIJK. Tijdens het schrijven keek ik naar dat woord en het hielp.”’ Haar advies om ‘onverbiddelijk’ te zijn, illustreert Lize Spit in de roman ‘Ik ben er niet’, zo lijkt het. Onverbiddelijk zijn voor jezelf en de mensen van wie je houdt, is zonder meer de opgave die auteurs hebben; je kunt niet om jezelf en hen heen. Auteurs zullen vaak het gevoel hebben dat ze verraad plegen want zij die om hen heen leven hebben er niet om gevraagd om in een roman een rol te spelen; dat moet best heftig zijn. Zelfs als je jezelf niet als hoofdpersoon gebruikt in een roman, dan nog heb je het altijd over de mensen die je liefhebt, of, in ieder geval over je naasten. Is het romanpersonage boos op haar vader, dan is er maar één persoon aan wie de schrijver zijn of haar gevoelens kan ontlenen, dat is de fysieke vader van de auteur. Schrijf je als auteur iets over jezelf ten opzichte van een ander, dan komt die ander altijd in de buurt van een persoon in het kringetje rond de auteur. Veel emoties en gebeurtenissen  daar kan je van denken, ach wat maakt het uit. Maar intieme dingen maken natuurlijk wel degelijk uit. Dingen als liefde en seks, om maar een dwarsstraat te noemen. Lees je een roman, dan duik je, zonder dat schrijver of lezer dat wil, in het leven van de schrijver zelf en vorm je een mening over het leven van de auteur.  Als je schrijft pleeg je zonder meer verraad aan je geliefden. De roman van Lize Spit maakt dit expliciet.

Als de roman begint is de ik-figuur Leo net afgestudeerd als scenarioschrijver aan de filmacademie. Zomaar werk krijgt ze niet in haar vak en daarom gaat ze werken bij bedrijf Buik&Boek als verkoopster. De winkel is gespecialiseerd in kleding voor zwangere vrouwen en verkocht in beginsel ook boeken. Dat laatste lijkt in de loop de tijd vervaagd te zijn. In de winkel sluit ze een hechte vriendschap met Lotte. Ook zij zit niet helemaal op haar plek want ze is opgeleid tot actrice. Buik&Boek staat haast model voor de maatschappij waar het voor beginnende kunstenaars erg zoeken is naar werk in de richting waarvoor je ooit gekozen hebt en waar je talenten liggen. Leo woont samen met Simon Spruyt. Hij is een grafisch ontwerper in dienst van het bedrijf TOL. Hij wordt alom gewaardeerd. Wat de verteller wel opmerkt is dat Simon vaak plannen maakt over zijn toekomst die moeilijk uitvoerbaar zijn en die vaak sterven in schoonheid.

Simon laat een tattoo zetten en dat lijkt een breuk in te leiden met alles wat hij tot dan toe dacht en deed. Hij neemt ontslag omdat hij een eigen bedrijf in tattoo-ontwerpen wil starten. Het luidt een enorme gedragsverandering in die uiteindelijk in een psychose eindigt. Nadat Simon weer uit de psychiatrische kliniek komt is er weinig van de oude persoon over. Ondertussen lukt het Leo om in de Libelle een column te krijgen waarin ze in het geheim, onder pseudoniem, het ziekteproces van haar vriend en haar gevoelens daarover beschrijft. De ontluistering van haar psychotische vriend exposeert ze aan de rest van de wereld. Weliswaar onder pseudoniem, maar toch. Ze moet ‘onverbiddelijk’ zijn om het verhaal te schrijven…

Zoals ik al zei komen de personages in een roman nooit volledig los van de auteur en haar omgeving. Vorm je een oordeel over een romanpersonage over hoe hij of zij zich gedragen ten opzichte van de ander, dan houdt dat het gevaar in dat de lezer eigenlijk een oordeel over de auteur zelf geeft. Dat is niet zo. De lezer kan alleen maar uitgaan van wat er in het boek staat, en dat staat voor de lezer los van de auteur. Desalniettemin valt mij wel de wederzijdse afhankelijkheid op van Leo en Simon. Gek genoeg had ik een ander verwachtingspatroon en vind ik de beschreven liefde tussen die twee opvallend tam. Ik zie meer een wisselende ouder-kind relatie dan een gelijkwaardige vurige liefde liefdesrelatie. Ook de beschreven seks past meer in een ‘zorgen-voor-elkaar’ relatie dan een vurige liefde. Het stel voelt onder het lezen nimmer gelijkwaardig; vuur is er niet. Je zou het haast gezapig kunnen noemen. Dat er iets volledig uit de hand loopt, geeft de roman leven.

Leo vertelt dat ze tijdens haar studie leerde wat suspense was; verschil in informatie tussen de held en het publiek. Het publiek weet ietsje meer dan de hoofdpersoon. De roman lijkt gestructureerd met dit stijltype. Twee lijnen lopen door elkaar waarbij de ene lijn wat betreft spanning gevoed wordt door de andere lijn. Eigenlijk is dit dezelfde kunstgreep als die Lize Spit toepaste in haar vorige roman ‘Het smelt’. Op zich werkt het, moet ik zeggen; de laatste vijftig bladzijden waren daardoor buitengewoon spannend.

Als ik een oordeel moet geven over de hele roman, dan zeg ik: Hij was oké. Niet hemeltergend fantastisch, maar goed te lezen en best boeiend.

Mijn lieve Gunsteling – Marieke Lucas Rijneveld; Fantastisch!

Het is vreemd hoe, bij het lezen van een roman, je eigen fantasie soms met een aantal gegevens aan de haal gaat. Je associeert en fantaseert. De betekenis voor de lezer ontstaat en die hoeft niet perse door de schrijver zo geschreven te zijn. De fantasie van de lezer gaat verder dan wat er staat. De lezer denkt dwarsverbanden te zien die er eigenlijk niet zijn, maar die uiteindelijk wel een juiste interpretatie geven. In de roman ‘Mijn lieve gunsteling’ van Marieke Lucas Rijneveld, wordt voorgelezen uit een roman van Gerard Reve. Een scene waarin de hoofdpersoon met zijn minnaar in bed ligt en hem allerhande erotische avonturen – zondes – opbiecht. Een zeer herkenbare scene in het oeuvre van Gerard Reve. Een stukje verder in de roman van Rijneveld wordt verteld dat de hoofdpersoon zich wat betreft de liefde in zijn pubertijd een circusjongen voelde met hoogtevrees. In mijn brein hadden ‘Gerard Reve’ en ‘Circusjongen’ zich ogenblikkelijk aaneen gesmeed en was ik er zeker van dat de hoofdpersoon in Rijnevelds roman uit ‘Een circusjongen’ van Gerard Reve voorlas. Dat leek mij ook best logisch want de scene die me uit die roman van Reve het meest is bijgebleven is, is een brute verkrachting van een pubermeisje achter in de auto. Terwijl hij haar misbruikte, fantaseerde hij dat ‘zij’ eigenlijk een ‘hij’ was. In mijn brein was er een niet bestaand, maar zeker wel helemaal op zijn plaats, dwarsverband ontstaan tussen de roman van Reve en Rijneveld. Maar het bleek een ontspoorde gedachtenkronkel van mij als lezer; er werd voorgelezen uit ‘Lieve Jongens’. Maar dat wil niet zeggen dat mijn gedachtenkronkel fout was want het illustreerde de inhoud van Rijneveld d’r roman juist. Het verkrachte meisje in Reve’s roman komt – in een andere vorm – terug bij Marieke Lucas Rijneveld: De veertien jarige gunsteling zit tussen kind en volwassenheid in, zoekt naar haar gender en wordt zonder meer misbruikt.

Ik moet zeggen dat ik een bofkont ben want ik heb deze roman gelezen. Als je de laatste bladzijde omslaat, ben je rijker dan toen je aan de roman begon. Superieur geschreven. Compleet vernieuwend in zoveel aspecten. Eigenlijk heb ik er geen woorden voor. Terecht kreeg ze de internationale Booker Price, maar wat heeft dat dan voor betekenis voor deze nieuwe roman die zoveel vernieuwender is? Wat voor prijzen staan haar nog te wachten? Marieke Rijneveld vertelde dat ze blij was dat haar tweede roman af was toen ze de prijs kreeg die haar ook internationaal op de kaart zette. Kan ik me voorstellen! Wat doet zoveel aandacht met haar en d’r talent? Ik hoop dat het haar lukt om ermee om te gaan en ons nog meer van dit soort fantastische romans te schenken. In de roman vertelt ze via de hoofdpersoon wat ze verwacht van alle aandacht die ze krijgt als ze beroemd is. Het betekent: “…dat je alleen in de duisternis groeide, dat je vaak naar het licht verlangde, naar de schijnwerpers, maar je wist ook dat het je zou verblinden, dat de roem die je zou vinden alleen maar zou groeien door je in te graven…”

Mijn lieve gunsteling is een monoloog interieur van een veearts die het verhaal vertelt van zijn vurige liefde voor een veertienjarige boerendochter. Die monoloog interieur wordt zo dicht bij het meisje gevoerd dat je vaak meer het gevoel krijgt dat het verhaal een inkijkje geeft in het gevoelsleven van het meisje. Er is net voldoende afstand om zijn verhaal van het hare te onderscheiden, maar feitelijk is zij de hoofdpersoon. De roman kent hoofdstukken maar geen alinea’s. Binnen de hoofdstukken een enkele punt, maar niet veel. In een fantastische taal meander je langs lange poëtische zinnen met prachtige metaforen door de gedachten en gebeurtenissen van een gemankeerde veearts en zijn obsessie voor een jong meisje. Ondanks de lengte van de zinnen en ondanks het ontbreken van alinea’s, blijft alles goed te volgen en boeit het. Het houdt je haast gekluisterd aan alles wat er verteld wordt.

De mond- en klauwzeer epidemie van jaren geleden is nog altijd actueel bij de veearts. De ellende die het gaf en de eenzaamheid. Hij ziet steeds het gezicht voor zich van een getroffen veehouder die zich opgehangen heeft. Het beeld achtervolgt hem. Hij was degene die de veehouders het slechte nieuws moest brengen en die altijd aanwezig was als het vee geruimd werd. Verder lijkt hij niet losgekomen van zijn misbruikende moeder. De roman speelt zich af in het gereformeerde milieu. Dat maakt het seksueel misbruik op de een of andere manier indrukwekkender. “…maar ze bedacht zich niet en met gespreide benen ging ze op de bedrand zitten en gebood mij op mijn blote knieën als een hondje voor haar te knielen…” en een stukje verder: “…en toen zei ze met een hese stem die ik niet van haar kende: Je mag pas stoppen als God weer in je is.” Hij wordt op zijn veertiende misbruikt door zijn moeder en dat zou er de oorzaak van zijn dat hij daar in zijn ontwikkeling gestopt is en vooral valt voor meisjes van diezelfde leeftijd. De veearts is getrouwd met Camillia die lerares is op de school van de gunsteling.

Het meisje woont met broer en vader op een melkveehouderij. Er is een verlorene en een verlatenen. De verlorene is iemand (broer) die bij een verkeersongeluk om het leven is gekomen en de verlatene is de moeder die ‘vertrok’ nadat ze hoorde van de verlorene. Dit drama zou zich in 1993 hebben afgespeeld terwijl het meisje zelf in 1991 geboren is. De verlatene zou in Stavanger in Noorwegen wonen. Het meisje houdt gesprekken met Freud en Hitler en ze weet zeker dat zij één van de vliegtuigen was die zich in de Twintorens op 11-9-2001 boorde. Ze vraagt zich af waarom ze geen piemel heeft en ontwikkelt een sterk verlangen naar een ‘jongens gewei’.

Laat ik het hier maar bij laten. Over deze roman zullen vast nog vele studenten Nederlands afstuderen en er zullen vast nog vele masterscripties over worden geschreven. Bijzonder! Een heel erg bijzondere roman die je niet zomaar loslaat!

Pieter Waterdrinker – De rat van Amsterdam; Een dikke pil.

Omdat ik bijna over elk boek dat ik gelezen heb een recensie schrijf op mijn eigen website, kan ik mooi achterhalen hoe lang ik over het lezen van deze roman gedaan heb; verschrikkelijk lang! Op 6 september publiceerde ik hier een recensie over ‘Bezette gebieden’ van Arnon Grunberg. Tussendoor heb ik ook nog een groot deel van de nieuwste roman van Arthur Japin gelezen, maar die heb ik halverwege dichtgeslagen omdat het me van geen enkele kant kon boeien. Maar desalniettemin heb ik waanzinnig lang gedaan over het lezen van deze roman. Hij boeide wel, maar hij laat me ook achter met een aantal onbeantwoorde vragen.

In een gevangenis in Amsterdam schrijft Ruben Katz zijn levensverhaal. Hij zit vast omdat hij valsheid in geschrifte heeft gepleegd. In de paar maanden dat hij opgesloten zit, schrijft hij in zeven HEMA-schriften voor ons op wat hem in zijn leven tot nog toe overkomen is.

Als kind groeit hij op in Riga in Letland dat op dat moment nog deel uitmaakt van de Sovjet Unie. Het is een gezin met hoogopgeleide en zeer geletterde ouders. Het zusje van Ruben is een talentvolle ballerina. Maar de mensen, en dan vooral de mensen met macht, zijn corrupt. Vader doet werk onder zijn niveau omdat hij tegen het zere been van machthebbers geschopt heeft. Nadat het zusje door koolmonoxidevergiftiging overleden is (krijgt nog een staartje), besluit vader zijn gezin met vervalste papieren (moeder zou joods zijn, maar is dat niet) naar Israël te laten emigreren. Ze stranden in Amsterdam. Moeder heeft al meteen verschrikkelijke heimwee naar Riga en vooral naar het graf van haar overleden dochter. Bovendien vlucht ze in haar Russisch orthodoxe geloof en moet ze helemaal niets van het jodendom hebben. Ruben gaat naar school in Amsterdam. Daar blijkt hij zeer begaafd. Hij wordt verliefd op klasgenote Phaedra Mudmann, de geadopteerde dochter van de puissant rijke directeur van de ‘Armenloterij’. Dit meisje blijft zijn verdere leven een rol spelen. Dagelijks wordt het meisje van en naar school gebracht in een auto met chauffeur. Ondertussen probeert de vader van Ruben de eindjes aan elkaar te knopen door elke baan aan te pakken die hij maar kan krijgen. Het huwelijk van zijn ouders loopt spaak.

Ruben gaat rechten studeren. Zijn studie wordt voor een groot deel betaald door een vrouw die hij in ruil seksuele diensten levert.  Ze is bovendien één van de kopstukken van de Armenloterij. Hij heeft het schrijven van columns onder de knie gekregen en ze vallen op door originaliteit. Ze komen onder ogen van Mudmann die in hem het talent ziet wat hij nodig heeft. Zo komt Ruben te werken in het propagandateam van de Armenloterij. Hij ziet dat er een klein deel van het bedrag aan liefdadigheid wordt besteedt, maar dat het overgrote deel van de opbrengst verdwijnt in de diepe zakken van Mudmann en de zijnen. Ruben Katz wordt een rat in het rattenbedrijf van Mudmann. In de tijd dat Ruben studeert en zijn eerste schreden zet in de Armenloterij, studeert Phaedra Mudmann in Amerika. Maar daar raakt ze aan de drugs en belandt ze in de gevangenis. Als ze uiteindelijk weer in Nederland komt, gaat ze samenwonen met Ruben. Vanwege deze relatie wordt de verteller ontslagen bij de Armenloterij. Zijn ontslag maakt ook een einde aan zijn samenwonen met Phaedra.

Na verloop van tijd duikt Phaedra weer op. Nu als iemand die, samen met haar nieuwe liefde,  een organisatie leidt die de emigratie van westerlingen naar Rusland bevordert. Ze vraagt Ruben mee te gaan om – gezien zijn ervaring bij de Armenloterij – te zorgen voor de propaganda. Samen met mensen uit verschillende West-Europese landen maken ze een reis door Rusland. De reis loopt vast in Kazan. Er ontstaat tussen de deelnemers onenigheid en bovendien breekt er een geheimzinnige ziekte uit. Na een lange quarantaineperiode in Siberië wordt iedereen naar huis gestuurd, maar de mensen die in meer of mindere mate leiding gaven aan de organisatie moeten blijven. Ruben behoort tot dat groepje en Phaedra ook. Phaedra komt om en Ruben krijgt daarvan de schuld en zal daarvoor vervolgd worden…maar dat laatste valt buiten deze roman.

De eerste twee delen lazen vlotjes weg, maar het laatste deel was best taai te noemen. Steeds keert het lot zich tegen de hoofdpersoon zonder dat helemaal duidelijk is waarom. Waarom wil Mudmann zo graag dat Ruben de relatie met Phaedra eindigt. Waarom ontslaat hij één van zijn talentvolste creatievelingen. Een paar argumentjes worden er gegeven, maar te weinig om het echt geloofwaardig te maken. Waarom wil Mudmann Ruben voor de moord op zijn dochter laten opdraaien; er is geen enkel bewijs dat hij er de hand in heeft gehad. Zo zijn er nog veel meer vragen waar niet echt een antwoord op komt. Ik vind dat moeilijk.

Ruben zet zichzelf wel erg neer als een genie. Niet alleen blijkt hij binnen weinig tijd vele talen te kunnen leren en is hij de grote creatieve kracht achter de Armenloterij, ook op seksueel gebied is hij een geweldenaar. De vrouwen komen op hem af als vliegen op de stroop. Eigenlijk is Ruben qua karakter behoorlijk plat; er zit weinig ontwikkeling in.

Aan de andere kant is Pieter Waterdrinker een verteller pur sang. Zeker tot aan de Ruslandreis leest het boek lekker weg. Daarna – want dan heb je al een heel eind gelezen – wil je ook weten hoe het afloopt. Niet direct mijn favoriete boek, maar desalniettemin aardig om te lezen. En voor Mudmann leze men Poelmann, zo is mij duidelijk geworden en Poelmann is de stinkend rijk geworden baas van de Postcodeloterij.

Arnon Grunberg – Bezette gebieden; een fantastisch vervolg!

Net nu ik bijna dagelijks bezig ben met de jodenvervolging en de tweede wereldoorlog vanwege Fré Cohen, lees ik ‘Bezette gebieden’ van Arnon Grunberg en of het toeval is, ik weet het niet, maar deze roman gaat net zo goed over de holocaust. Grunberg bouwt een roman rondom een steeds geïsoleerder rakende groep joodse mensen die met het idee leeft dat de wereld – nu zijn het Palestijnen in plaats van Duitse nazi’s – de joden wil uitroeien en dat de joden alles op alles moeten zetten om de ‘soort’ te behouden door zoveel mogelijk kinderen te krijgen. Kinderen krijgen als obsessie. En dan heb ik nog niet eens zo heel lang geleden de Netflix serie ‘Orthodox’ gezien en jawel, ook daar een hele kleine steeds geïsoleerder rakende groep joden met een obsessie voor het maken van kinderen en een erfangst voor uitroeiing. Hoewel de Netflix serie best aardig was, is de roman ‘Bezette gebieden’ van Arnon Grunberg een meesterwerk. In Grunbergs werk vind je bijna altijd de jodenvervolging terug en de angsten en de obsessies, maar wel helemaal op zijn eigen originele wijze. Dan weer realistisch, dan weer ironisch en hilarisch en heel vaak absurdistisch. Wat betreft lezen ben ik nog steeds een bofferd, want ook ‘Bezette gebieden’ van Arnon Grunberg is een heerlijk boek waar ik met volle teugen van genoten heb, en dat na al die prachtige boeken die ik de afgelopen tijd gelezen heb! Het boek daagt je uit om naar je eigen grenzen te kijken; moreel, maar ook intellectueel.

Eigenlijk is ‘Bezette Gebieden’ ‘Moedervlekken’ deel twee. Het verhaal gaat in ‘Bezette Gebieden’ door waar ‘Moedervlekken’ geëindigd is. Hoofdpersoon is weer psychiater Kadoke (de laatste lettergreep uitspreken met klemtoon en met een lange ‘e’), die zijn oude moeder moet verzorgen. Zijn oude moeder is eigenlijk zijn oude vader, maar toen moeder overleed was vader zo diep in de rouw dat dat alleen maar kon worden opgelost door de volledige overname van de moeder door de vader. Vader wordt moeder. Moeder heeft dus een piemel. Kadoke is gespecialiseerd in het voorkomen van zelfmoord. Voor één patiënt waarbij alle therapieën niet kunnen voorkomen dat ze zichzelf snijdt en dat ze bleekwater drinkt, verzint hij een alternatieve therapie; als ze voor iemand anders zou moeten zorgen, dan heeft ze wellicht geen tijd meer voor haar suïcidepogingen en omdat Kadoke juist op dat moment niemand heeft om voor zijn moeder te zorgen, laat hij de suïcidale Michette voor zijn moeder zorgen als alternatieve therapie. Daar eindigde ‘Moedervlekken’.

Dat is dus het beginpunt van ‘Bezette Gebieden’. Maar dan heeft Michette een vriend gekregen. Een schrijver. (Herkennen we Arnon Grunberg in de schrijver?) Hij gebruikt Michettes verhaal in een roman. ‘Alternatieve therapie’ wordt in deze roman ‘misbruik’. Michette dikt ondertussen het ‘misbruik’ nog wat sterker aan; maakt er ook nog seksueel misbruik van en lijkt te genieten van de aandacht. De roman wordt een daverend succes en Kadoke wordt herkent als de dader. Langzaam verliest Kadoke alle grip op de gebeurtenissen en lijkt de race naar de afgrond onafwendbaar.

Op het moment dat het helemaal misgaat, transformeert zijn moeder weer naar zijn vader en staat ineens zijn onbekende achternicht Anat voor de deur. Anat komt uit Israël en is lid van een vrome geloofsgemeenschap onder leiding van een in New York levende in coma verkerende rabbijn. Ze heeft net een mislukt – want kinderloos – huwelijk achter de rug en studeert wiskunde en is bezig met haar promotieonderzoek naar de rol van het toeval. Kadoke wordt verliefd op Anat terwijl de wereld voor hem instort. Hij komt voor de tuchtraad en mag het beroep van psychiater nooit meer uitoefenen.

Samen met zijn vader reist Kadoke naar Israël. Anat blijkt te wonen in een illegale nederzetting op de westelijke Jordaanoever. Kadoke wordt als een verloren zoon opgenomen in de gemeenschap en krijgt samen met zijn vader een caravan. In eerste instantie wil Anat niet veel met hem te maken hebben op liefdesgebied, maar dan verbreekt Kadoke de patstelling door rond te bazuinen dat hij de verloofde van Anat is. Het blijkt dat de hele gemeenschap al tijden bidt voor een nieuwe echtgenoot voor Anat. Van een gevallen psychiater verandert Kadoke voor de gemeenschap in ‘Het Wonder’. Op dat moment kan Anat ook niet meer terug. Maar voordat Anat en hij gaan trouwen krijgt de moeder van Anat (die veel gelijkenis vertoond met de spreekwoordelijke schoonmoeder) in haar droom van de New Yorkse rabbi door dat Kadoke getest moet worden. Schoonmoeder moet testen of de nieuwe echtgenoot van haar dochter niet opnieuw zo’n ‘impotente jood’ is. Eén van de meest absurdistische en gênantste scenes die ik de afgelopen jaren gelezen hebt, ontvouwd zich voor je lezersoog.

Maar ook nadat Anat en Kadoke getrouwd zijn is het – uiteraard – nog lang niet op. Tijdens hun wekelijkse paring, dient Kadoke een SS-pet op te zetten. Anat smeekt dan of ‘dit kleine jodinnetje alsjeblieft nog een nachtje mag blijven leven als ze heel lief is voor meneer Oberstürmbahnführer’. Ondertussen hebben in werkelijkheid volgens Anat de Palestijnen de rol van de nazi’s overgenomen. Als Kadoke als dramadocent gaat werken in Jeruzalem in een gemengde school, weet Anat het zeker; Kadoke gaat verraad plegen en samenspannen met de mensen die de joden willen uitroeien…

Het lijkt alsof de orginaliteit en de fantasie van Arnon Grunberg geen grenzen kent; elke roman getuigt van zoveel originaliteit en er lijkt geen einde aan te komen. Ondertussen blijft zijn hele oeuvre drijven op een zeer serieuze onderstroom en dat is zonder meer de holocaust.

Samenvattend: ‘Bezette Gebieden’ en ‘Moedervlekken’ zijn twee fantastische boeken die je afzonderlijk kunt lezen, maar dan ben je een domoor want je hebt dubbel plezier als je ze alle twee leest.