Categoriearchief: Literatuur

Machteld Siegmann – De Kaalvreter; Als het uit is…heb je het uit.

Als ik in staat was geweest om een roman te schrijven, dan had ik dat graag over een bepaalde gebeurtenis gedaan in het leven van mijn moeder. Ze begon haar bewuste leven namelijk als het nichtje van een bollenbaron in Hillegom. Ze sleet haar dagen tijdens de oorlog in de veronderstelling dat haar ouders de oversteek vanuit Indonesië door het oorlogsgeweld niet meer konden maken, daarom logeerde ze zolang bij haar oom en tante. Ondertussen leefde ze het leventje van de happy view want oom en tante waren erg rijk. Na de oorlog stond er zomaar ineens een eng dunne vrouw voor de deur met de dood in haar ogen. Haar moeder, mijn oma. Binnen no-time moest mijn meisjesmoeder de stap maken van een gereformeerd meisje uit de hogere landbouwkringen naar een joods onderduikstertje met een zwaar getraumatiseerde moeder die geen nagel had om haar kont te krabben. Mateloos interessant en ik heb er vaak van lopen dromen en beginnetjes gemaakt, maar helaas, ik heb moeten vaststellen dat ik geen romanschrijver ben en dat het me niet gaat lukken om dit onderwerp verder uit te diepen en om te vormen tot een boeiend verhaal.

Machteld Siegmann is het, in tegenstelling tot mij, wel gelukt om dit verhaal in een roman te verwerken. Weliswaar in een iets andere variatie, maar eigenlijk hetzelfde verhaal. Hier gaat het om het meisje Leie dat als 2-jarige op een goede dag midden in de oorlog door een onbekende man bij een onbekende familie op het platteland met een lege koffer wordt achtergelaten. Het enige wat ze in de begindagen van haar onderduik doet is wachten tot ze weer opgehaald wordt en eten. Gaandeweg de oorlog normaliseert alles zich min of meer. Ze heeft onderduikbroers waarmee ze goed overweg kan en ook met haar onderduikouders. Na de oorlog krijgen ze een verwarde vrouw als nieuwe hulp. De vrouw probeert contact te krijgen met Leie, maar Leie wijst alle contact af; ze vindt de vrouw eng. De verwarde vrouw verhangt zich.

Leie trouwt met boer Dirk en krijgt zonen Anton en Meeus. Als de twee jongens tieners zijn, overlijdt de onderduikmoeder van Leie. Ze gaat naar de begrafenis en ontdekt op het kerkhof dat de verwarde nieuwe hulp die zelfmoord pleegde, haar moeder was. Leie vervalt in depressieve apathie. Ze wil niets meer, alleen nog maar dood.

Het verhaal wordt nogal vanuit verschillende perspectieven vertelt en springt behoorlijk door tijd en ruimte. Als Leie trouwt met Dirk, dan gaan ze boeren in de Zuid-Hollandse Krimpenerwaard. Alles rond de onderduik speelt zich af in het gehucht Zanegeest in de buurt van Alkmaar. De gebeurtenissen in 1974 zien we door de ogen van de gezinsleden en concentreren zich rond de depressieve apathie van Leie die de moeder van het gezin is. In de andere historische perioden (1942, 1942-1950 en 1958) zien we de gebeurtenissen door een objectieve verteller.

Omdat het onderwerp me na aan het hart ligt heb ik de roman met belangstelling gelezen. Het boeide me. Meer ook niet. De Kaalvreter is geen roman waar je nog lang mee rondloopt. Als je het uit hebt…is het uit. En dat was het. Het is een debuutroman dus wie weet ontwikkelt deze schrijfster zich nog.

Marijke Schermer – Liefde, als het dat is; een scherpe analyse en een mooie roman.

Toen ik destijds Turks Fruit las, was ik helemaal de hoofdpersoon. De liefdesgod, daar wilde ik me graag mee identificeren. Nog nooit had ik de liefde gesmaakt of was ik echt verliefd geweest, maar die hoofdpersoon uit die roman, dat was helemaal ik. Je identificeert je makkelijk in een roman met de persoon die je het meest aan het hart ligt. Die romanheld van toen, dat is nu niet meer zo mijn held. Zoveel liefde zie ik er nu niet in, in die roman van Wolkers. Een bruut die zijn slachtoffer af en toe ‘toestemming’ geeft om iets te doen; om taartjes te maken van een witte boterham waarop ze een laag boter metselt en aftopt met chocoladehagelslag. Niet meer van deze tijd. Interessante vragen: Wat doet een boek precies met je en waarom identificeer je je met bepaalde romanpersonages?

In de roman ‘Liefde, als dat het is’ van Marijke Schermer wordt de liefde geanalyseerd, ontleed en op een mooie manier opgediend. Ik heb de roman in een ruk uitgelezen. Fantastisch!

Het verhaal van Schermer draait om het gezin van Terri en David en de dochters Krista en Ally. Op een dag is het voor moeder Terri over. Ze voelt zich zo bekneld en zo gevangen binnen het huwelijk en het gezin dat ze voor zichzelf besloten heeft om zo niet verder te kunnen gaan. Ze begint een verhouding, affaire of in ieder geval ‘iets’ met Lucas. David zoekt troost bij schrijfster Sev maar houdt een relatie verre van zich. Uiteindelijk beëindigd Terri de relatie met Lucas en stoppen Sev en Lucas de troosterij en is het gezin voor altijd gebroken. De plot van de roman kan ik makkelijk weggeven zonder dat het je leesplezier gaat bederven.

Ik identificeer me met David in de roman. Als lezer – geïdentificeerd met David – voel me ik zo verschrikkelijk verraden door Terri. David wordt beschreven als een zorgzame, lieve, tedere man die het met iedereen het beste voor heeft. Een man die zijn deel van het huishouden op zich neemt en zich haast in dienst stelt van het gezin dat hij vormgegeven heeft. Een tedere minnaar die zijn seksuele wensen ondergeschikt maakt aan de hare. That’s me… Maar Terri kwalificeert dat als ‘aardig’, en ‘aardig’ is de dood in de liefdespot…

Terri kiest voor Lucas. Lucas en de hoofdpersoon uit die beroemde roman van Jan Wolkers vallen goeddeels samen. Hij gebruikt haar voor zijn lusten en zij lijkt ervan te genieten. Al haar lichaamsopeningen worden gebruikt om zijn kwakkie kwijt te raken en als ze vraagt om iets meer begrip voor wat voor situatie dan ook, dan vernedert hij haar. Ik merkte dat ik zo verschrikkelijk kwaad wordt over de situatie die ik zie ontstaan in de roman. David voelt zich zo verraden en ik met hem. Tijdens een van de ruzies die daar het gevolg van is, loopt zij weg uit de ruzie en gaat linearecta naar Lucas waar ze zich stevig laat misbruiken door haar minnaar. Terwijl ik het opschrijf voel ik de verontwaardiging naar boven borrelen. Op het moment dat vijftienjarige dochter Krista haar eerste kleine stapjes zet op het liefdespad, krijgt ze helemaal per ongeluk de telefoon in handen van haar moeder en leest ze de chats tussen Lucas en haar moeder. ‘Ik wil je hier op je knieën met mijn pik in je mond’ leest het arme kind. Lekkage van seksualiteit van ouders naar kinderen en andersom is killing, zo blijkt maar weer. Krista wil helemaal niets meer met haar moeder te maken hebben.

De sympathie van lezer – zeker van deze lezer – gaat naar David. Maar toch laat dat wel een leegte achter. Vragen heb ik ook. Waarom kiest een vrouw die zich bekneld voelt in gezin en huwelijk voor zo’n man als Lucas? (Wat heeft die man wat ik niet heb? Wat heeft die man wat David niet heeft?) Toch is het een realistische keuze. Hij maakt me kwaad, maar ik zie het toch ook wel voor me. En dan de verhouding tussen Sev en David. Sev is een vrouw die moeite heeft om zich te binden en bij wie het nooit gelukt is om langdurig een relatie aan te gaan. Ze wil ook geen relatie met David; hij moet haar minnaar zijn. David wil haar alleen maar in het verborgene beminnen; hij vreest dat zijn dochters bang worden dat hij, net als hun moeder, zal weglopen met een nieuwe geliefde en wil ze dat niet aandoen. Ik ben David, denk ik… ‘Liefde, als het dat is’ heeft veel minder aandacht gekregen dan het verdient. Het is een prachtige roman en een messcherpe analyse van de liefde in al haar facetten; van de eerste prille verliefdheid tot een min of meer sado- masochistische verhouding. Ik vind de roman een aanrader en jammer dat hij niet op diverse lijstjes voorkomt!

Oek de Jong – Zwarte Schuur; Boeiend en spannend!

Oek de Jong heeft iets dat ik niet heb. Nee, niet goed, klopt niet. Overnieuw. De mannelijke hoofdpersonen in de romans van Oek de Jong (en dus niet Oek de Jong zelf) hebben iets dat ik niet heb; een enorme aantrekkingskracht op vrouwen. In Pier en Oceaan waren de vrouwen al niet van zijn lijf te slaan, maar ook in zijn nieuwste roman Zwarte Schuur heeft de hoofdpersoon moeite om alle vrouwelijke opdringerigheid te weerstaan of in ieder geval in goede banen te leiden. Kon ik maar een klein beetje sexappeal, een klein beetje zelfverzekerde behoedzaamheid ten opzichte van vrouwen van die hoofdpersonen overnemen. Nu niet, maar meer in het verleden. Het had mijn leven een boel aangenamer gemaakt en zeker minder tobberig. Die vrouwen die allemaal uit zijn op de gunsten van de hoofdpersoon vind ik wat moeilijk verteerbaar (ja, oké, jaloezie…) maar voor de rest is Zwarte Schuur een boek waar je doorheen vliegt en waarvan het jammer is als je het uit hebt. Een heerlijk boek waarin niets is zoals het lijkt. Ik heb het boek in één ruk uitgelezen en kan niet anders zeggen dat het van het begin tot het einde boeide.

Het boek begint met de opening van een grote overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam over het werk van de hoofdpersoon Maris. Maris is rond de zestig, is een beroemd beeldend kunstenaar en is getrouwd met Fran. Dat huwelijk lijkt zijn laatste fase in te zijn gegaan. Ze kunnen niets meer van elkaar hebben. Juist als het huwelijk zich op een dieptepunt bevindt en zijn succes als schilder torenhoog, verschijnt er in een tijdschrift een schokkend verhaal over het verleden van de hoofdpersoon; er is iets schokkends en afgrijselijke gebeurd toen Maris veertien jaar was en toen hij nog met zijn ouders in Zeeland woonde. Wat dat schokkende is, wordt in latere hoofdstukken uit de doeken gedaan. Of datgene wat verteld wordt ook de ‘waarheid’ is, waag ik te betwijfelen. De tragedie wordt vertelt vanuit de hoofdpersoon. Kijk ik vanuit dat perspectief mee, dan is er sprake van een tragisch ongeluk. Kijk ik naar de gevolgen van dat ‘tragische ongeluk’ dan moet er sprake zijn geweest van opzet en dus van schuld. Maar dat is dus aan de lezer. Deze gebeurtenis in zijn jeugd beheerst zijn leven. Deze gebeurtenis illustreert in zekere zin ook zijn verhouding met vrouwen waarin vrouwen hem ten koste van alles willen en hij zwakke pogingen onderneemt om ze van zijn lijf af te houden.

De roman speelt zich af in drie tijdvakken. Het ‘heden’, waarin, zoals gezegd, de hoofdpersoon zo’n jaar of zestig is, een gevierd schilder is en getrouwd met Fran. Het tweede tijdvak is de schilder op veertienjarige leeftijd en waarin de gebeurtenis en tragedie met vriendinnetje Matty plaatsvindt die hem zijn hele leven zal achtervolgen. In het derde tijdvak vertelt de dan zo’n dertigjarige Maris aan geliefde Sigi wat hem overkomen is op veertienjarige leeftijd. Sigi trekt dat niet en verlaat hem. Het verdriet over haar vertrek zorgt ervoor dat hij niet meer schilderen kan. Een boek over het altaar van Isenheim en de schilder Grunewald brengt hem weer tot leven.

Vrouwen zijn vehikels waarop herinneringen over de fatale gebeurtenis in het verleden boven komen. Het gaat in die gevalen om vrouwen die van oorsprong uit de streek in Zeeland komen. Ze dringen de hoofdpersoon een verhouding op die hij niet wil. Allereerst ontmoet hij junk Ilse als hij op dertigjarige leeftijd terugrijdt van Colmar waar hij het Isenheimer altaar heeft gezien. Zij kende slachtoffer Matty en is Zeeland ontvlucht. Maris lijkt en blijkt haar laatste strohalm. Ook Albertina dringt zich op. Dat doet ze in het ‘heden’ van de schrijver als zijn huwelijk met Fran lijkt te stranden. Zonder het te weten zorgt Albertina ervoor dat er een ommekeer komt in de verhoudingen.

Wat ik een onbegrijpelijk en merkwaardig trekje vind in de romans van Oek de Jong is de verhouding tussen hoofdpersoon en zijn ouders. De manier waarop de hoofdpersoon naar zijn ouders kijkt lijkt verschrikkelijk plat en oppervlakkig. Was het in Pier en Oceaan nog zo dat pa geen goed kon doen, in de roman Zwarte Schuur is het de moeder die ongenuanceerd niets goed kan doen. In Pier en Oceaan las ik juist over de zo neergesabelde vader, hoe verschrikkelijk hij begaan was met de wereld en hoe hij altijd klaar stond voor anderen. Er was kortom best een verschil tussen de vader zoals de hoofdpersoon hem zag en beoordeelde of zoals de lezer hem kon afleiden uit wat er geschreven stond. In deze roman ontbreekt deze nuancering; moeder is overheersend en opdringerig. Ze heeft de hoofdpersoon laten vallen nadat het fatale ongeluk was gebeurd. Zij vader is compleet onderhorig aan de grillen en bazigheid van zijn vrouw. Het beeld dat van de moeder geschetst wordt vind ik erg plat en verwacht je niet bij een schrijver die zo genuanceerd schrijft. Zijn moeder past aan de andere kant wel in het rijtje van vrouwen die het over hem voor het zeggen hebben.

Het is onmogelijk om ook maar enigszins compleet te schrijven over deze roman. Er zitten best wat uithoeken en lagen in die ik compleet onbesproken laat. Dat is dus maar zo. Wat mij betreft wel een enorme aanrader deze roman.

Mooi Doodliggen – A.F.Th. van der Heijden; Wel aardig maar zeker niet de beste.

Op 29 mei 2018 zette – waarschijnlijk – de Oekraïense inlichtingendienst de moord op  Arkadi Babtsjenko in scene. Niemand behalve de vermeende inlichtingendienst en Babtsjenko zelf wisten van dit toneelstuk af. Na de zogenaamde moord, was half kritisch journalistiek Rusland in diepe rouw. De volgende dag al bleek alle rouw helemaal voor niets; de man was nog springlevend en bleek een act te hebben opgevoerd om ‘echte’ moordenaars te pakken. Een verhaal dat zich ervoor leent om gedachtenexperimenten uit te voeren, want wat betekent dat nou allemaal. Wat betekent zoiets voor hemzelf? Een journalist die altijd kritisch was over overheden en die nu ineens, door angst gedreven, kritiekloos luistert naar een vermeende overheidsdienst. Wat betekent dat voor zijn integriteit. Wie gelooft hem na het opvoeren van zo’n act nog? Wat betekent zo’n leugen voor zijn naaste omgeving; van de mensen die van hem houden en die hem vereren? Een kolfje naar de hand van A.F.Th. van der Heijden.

Vaak grijpt Van der Heijden in zijn romans een bepaalde gebeurtenis in de werkelijkheid aan om er zijn roman omheen te spinnen. Dat stramien begon eigenlijk al in het vierde deel van zijn Tandeloze Tijd reeks. Daar was het de dood in een politiecel van kraker Hans Kok. In Het Schervengericht was de Amerikaanse zedenzaak tegen cineast Roman Polanski het onderwerp van de fantasie van Van der Heijden. In Mooi Doodliggen is de in scène gezette moord op Arkadi Babtsjenko de centrale gebeurtenis. Of Arkadi Babtsjenko zich net als romanfiguur Grigori Moerasjko heeft beziggehouden met het onderzoek naar het schietongeluk en MH17 (in de roman een beetje flauw MX17), dat weet ik niet. In de roman is zijn kritische houding ten opzichte van dat ongeluk reden voor de Russische geheime dienst om hem te vermoorden. Door zijn moord samen met de Oekraïense inlichtingendienst in scene te zetten, zouden de echte Russische moordenaars, die inmiddels al onderweg waren, gepakt kunnen worden.

In de roman Mooi Doodliggen heet Arkadi Babtsjenko Grigori Moerasjko. In velerlei opzichten lijken de twee dubbelgangers, maar dat zijn ze niet. Van der Heijden heeft alles verzonnen en heeft wat koppen uit de krant en het portret van Babtsjenko als uitgangspunt voor zijn roman genomen. Ga je associëren met deze uitgangspunten in je hoofd, dan kom je al snel bij de mensen die van hem gehouden hebben. Zijn vrouw, bijvoorbeeld. Ook de vrouw van Moerasjko wist niets van het toneelstukje dat hij samen met de veiligheidsdiensten in elkaar aan het zetten was. Voor haar moet de in scène gezette moord een nachtmerrie geweest zijn. Zijn vrouw Yulia en hun liefde belichamen de dramatische lijn in de roman.

Ik moet zeggen dat ik het deze keer niet altijd even makkelijk had bij het lezen van de roman. Sommige dingen spint Van der Heijden naar mijn smaak te veel uit. Op een gegeven moment is het wel genoeg. Zo besteedt de schrijver bladzijde na bladzijde aan de navel van Yulia, de vrouw van Moerasjko. Daarin verzamelt zich een plukje blauwwitte stof. Best intiem en illustreert vast iets. Maar om daar een pagina of tien aan te besteden, gaat wel ver. Eerlijk gezegd ben ik daar een keer compleet gestrand; heb het boek weggelegd. Pas heel veel later heb ik de roman weer opnieuw opgepakt en las ik het weer vanaf het begin en heb me toen over de weerzin van de navelfluff heen gezet. Dat viel niet mee. Maar de navelfluff staat niet op zichzelf. Er zijn meer keren dat ik vind dat iets bepaalds te veel wordt uitgesponnen.

Ook het effect dat de roman op mijn emoties heeft, maakt het best zwaar om te lezen. De in scène gezette pseudo-moord zie je van verre aankomen. Ik heb mensen die van mij houden en waarvan ik hou. Van hen kan ik me heel goed voorstellen wat het voor impact heeft als mij iets ernstigs overkomt. Ik kan namelijk heel goed invoelen wat het voor gevolgen heeft op mij als hen iets dergelijks overkomt. Als lezer voelde ik heel sterk het onrecht en het geschonden vertrouwen dat de hoofdpersoon zijn geliefden ging aandoen. Dat is natuurlijk de kracht van de roman, maar dat maakt het allemaal niet makkelijk. Een aantal keer voelde ik me zo in de klem zitten dat ik echt moeite had om door te lezen. Je ziet het allemaal gewoon veel te scherp voor je. Dat verschrikkelijke verdriet dat je een ander aandoet. Dat het dan niet echt is, maakt het allemaal nog heel veel erger.

De naam Moerasjko is wel leuk gekozen want de hoofdpersoon zakt in een ‘moeras’ van leugen en bedrog terwijl hij als journalist pal voor de waarheid en de feiten had willen staan. Dat Yulia de russische variant is van Julliet; de roman verwijst er eindeloos naar. Vooral naar de schijndood van Julliet.

Al met al is Mooi Doodliggen zeker niet de sterkste roman die ik van Van der Heijden gelezen heb. Best wel boeiend en een interessant gedachten experiment. Ik sla toch maar gewoon het boek dicht, denk ik…

En de winnaar is…En de winnaars zijn…

Ik heb ze alle zes uit. De shortlist van de Librisliteratuurlijst 2019. Ik moet zeggen dat ik de kwaliteit van de boeken die dit jaar op de shortlist stonden, hoger inschat dan de lijst van vorig jaar. Maar desalniettemin vraag ik me af welke criteria de jury aanhoudt als ze boeken selecteert. Ik zou ook graag willen weten waarom een bepaald boek uiteindelijk wint. Ik kon dat op Internet niet terugvinden. Als ik zo langs het lijstje kijk, dan begrijp ik het allemaal niet zo erg. Ik zou graag horen wat ik gemist heb, want mijn mening verschilt nogal met dat van de jury. Vorig jaar, kan ik me herinneren, begreep ik niet eens wat een bepaald boek op de longlist deed, laat staan hoe het op de shortlist terecht kwam.

We gaan het niet nog eens hebben over vorig jaar; aan dit jaar hebben we onze handen al vol genoeg.
De boeken op de shortlist Libris literatuurprijs 2019:
• Jan van Aken – De ommegang, Querido
• Johan de Boose – Het vloekhout, De Bezige Bij
• Rob van Essen – De goede zoon, Atlas|Contact
• Esther Gerritsen – De trooster, De Geus
• Bregje Hofstede – Drift, Das Mag
• Ilja Leonard Pfeijffer – Grand Hotel Europa, De Arbeiderspers

Op de laatste plaats eindigt Rob van Essen met zijn roman De Goede zoon. Ik heb me er doorheen gewerkt. Vond het doodsaai om te lezen. De SF elementen waren onrealistisch en slecht uitgewerkt. Ik snapte eigenlijk niet eens waarom het boek op de longlist was gekomen gezien alle boeken die verschenen zijn dit jaar. Gek genoeg heeft deze roman de prijs in het echt gewonnen. Ik moet dus wel een hoop gemist hebben. Wat was ik blij dat ik het uit had!

Op de vijfde plaats eindigt bij mij Drift van Bregje Hofstede. Een goed geschreven boek dat ik geboeid heb gelezen. Alleen is het wat mij betreft geen roman maar meer een verslag van een scheiding. Ik denk dat het talent van Bregje Hofstede moet rijpen. Ik zie een heleboel positiefs in het boek, maar net niet goed genoeg gecomponeerd om in dit rijtje boeken hoge ogen te gooien. ‘Gecomponeerd’ schrijf ik omdat ik de vorm van het boek te mager vind. Een scheiding kan best een onderwerp van een roman zijn, alleen moet je je dan afvragen in wat voor vorm je het giet.

Op de vierde plaats eindigt bij mij Het Vloekhout van Johan de Boose. Een fantastische roman. Bijzonder fantasievol en met heel veel respect voor spiritualiteit geschreven. De roman heeft de pech dat er op de shortlist een paar boeken staan die ik gewoon nog veel beter vind en helaas, ik heb mezelf opgelegd om jury te spelen en de boeken met elkaar te vergelijken.

Op de derde plaats zet ik De Trooster van Esther Gerritsen. Ik heb denk ik wel alle boeken van Gerritsen gelezen en vind de ene nog bijzonderder dan de andere. Toen ik het boek uithad was ik verschrikkelijk enthousiast. Misschien heeft De Trooster de pech dat ik het al zo lang geleden gelezen heb; meteen toen het uitkwam. Maar helaas, op de shortlist staan nog boeiender boeken, vind ik nu.

Wat de eerste en de tweede plaats betreft, kan ik niet kiezen. Twee reusachtige boeken die ik in een adem uitgelezen heb. Twee boeken die de spanningsboog voortdurend hoog hielden. Twee romans vol met een gigantische ideeënrijkdom. Jan van Aken met de Ommegang en Ilja Leonard Pfeijffer met Grand-Hotel Europa komen wat mij betreft met z’n tweeën op de eerste plek. Dat moet kunnen omdat kunstwerken niet te vergelijken zijn en de twee romans beiden absolute topstukken zijn.

Kom ik toch nog even terug op de ‘echte’ winnaar: Kan iemand mij alsjeblieft uitleggen wat ik in De Goede Zoon gemist heb? Echt niet te hachelen dat boek. Hoe kan een jury bij een vergelijking dit boek kiezen boven de vijf andere boeken die stuk voor stuk veel boeiender zijn. Ik kan er eigenlijk niet bij…

Ilja Leonard Pfeiffer – Grand-Hotel Europa; Rijk en geweldig!

Ik moet zeggen dat ik er een beetje tegenop zie om dit stukje over deze roman te schrijven. Het is een roman namelijk die heel lekker wegleest, maar ondertussen een zeer diepgaande beschouwing is over verleden en heden van Europa ten opzichte van de rest van de wereld en ook een blik werpt op de toekomst. Het is een diepgaande beschouwing over de mensheid en het exploreren van de aarde, waarvan massatoerisme een aspect is. Kortom, Grand-Hotel Europa is een zeer rijke omvangrijke roman en als recensent – en dat ben ik – wil ik geen steken laten vallen. Door zijn enorme ideeënrijkdom zou dit wel eens in onze literatuurgeschiedenis een heel belangrijke roman kunnen worden… Maar dat weet ik niet, want daarvoor zou ik vanuit de toekomst terug moeten kunnen kijken.

Ilja Leonard Pfeiffer is met naam en toenaam de verteller van de roman, de ik-figuur. Hij neemt zijn intrek in het Grand-Hotel Europa om verslag te doen van zijn liefdesrelatie met Clio. In zijn woonplaats Genua wil de verteller een lezing bezoeken, maar hij heeft zich vergist in de datum. Op de plek waar de lezing gehouden wordt, blijkt zich nog iemand vergist te hebben in de datum; de kunsthistorica Clio. Dat is het begin van een gepassioneerde liefdesverhouding tussen de temperamentvolle adellijke Italiaanse Clio en de meer beschouwende noordelijke classicus Pfeiffer. Twee mensen die beroepshalve naar het verleden kijken. Samen gaan ze in Venetië wonen; de stad die in Europa mogelijk het meeste last heeft van het massatoerisme. Maar aan de andere kant ook een van de mooiste steden van Europa.

Het hotel Grand-Europa is net overgenomen door de Chinees Wang. Het hotel is vergane glorie. Er zijn een aantal vaste bewoners die als het ware symbool zijn voor verschillende aspecten van de oude Europese cultuur. Zo is er de Franse dichteres Albane die zich voor alles iets te goed voelt. Er is de geleerde Patelski, een steenrijke Griek, de vluchteling Abdul en de Majordomus. Allen vertellen hun verhaal in de roman en belichten daarmee hun deel van de geschiedenis van Europa. Abdul komt uiteraard met het meest nieuwe deel van de geschiedenis, maar voor zijn vluchtverhaal gebruikt hij de Aeneas. Zo wordt zelfs zijn verhaal in de Europese geschiedenis ingebed. Nieuwe eigenaar Wang gaat het Grand-Hotel nieuw leven inblazen door het geschikt te maken voor de Chinese markt. Dat betekent dat hij het gaat aanpassen aan het idee van Chinezen hoe een Europees hotel eruit ziet. Symbolisch is het portret van Paganini aan de muur dat hij vervangt door een Engels jachttafereel op het platteland.

Clio voelt zich zwaar ondergewaardeerd als kunsthistorica. Ze werkt bij een veilinghuis en heeft een tijdelijke aanstelling aan de universiteit. Ze wil als conservator aan de slag bij een groot museum. Bovendien wil ze haar onderzoek naar Caravagio voortzetten. De schilder werd destijds ter dood veroordeeld, maar wist aan zijn straf te ontkomen door drie schilderijen te maken en aan de juiste persoon te schenken. Van twee van de schilderijen is bekend waar ze zijn, de derde is zoek. Dat schilderij stelt de berouwvolle Maria Magdalena voor maar in het gezicht van Maria zijn trekken van de schilder zelf te herkennen; met Maria Magdalena toont ook Caravagio berouw. Clio en de verteller gaan op verschillende plekken zoeken naar dit schilderij; naar het verloren gegane Europa?

De wereld is voor iedereen heel veel kleiner geworden en daarmee zijn de Europese kunstschatten ook bereikbaar geworden voor de ‘gewone’ man. Pfeiffer lijkt te willen afrekenen met deze in korte broek op teenslippers lopende toerist waarvoor hele binnensteden worden opgegeven. In Venetië bijvoorbeeld verdient men alleen nog maar aan het toerisme. De bevolking trekt weg, de toeristen komen en daarmee worden de steden (in dit geval dus Venetie) geconserveerd en vervolgens aangepast aan wat de toerist verwacht.

De roman biedt zo verschrikkelijk veel meer dan ik hier kan en wil vertellen dat ik slechts een advies kan geven: Lees zelf die roman. Het verhaal leest als een trein en is volgepakt met zaken waar je eindeloos over kunt nadenken. Met de liefde tussen de verteller Ilja Leonard Pfeiffer en Clio loopt het slecht af, dat weet je al aan het begin…of… lees het zelf maar.

Afgelopen weken was het vakantie… Ik was dus ook in Italië. Het was smoorheet en ik was dolgelukkig dat ik op teenslippers en sandalen en in mijn korte broek de fantastische Scrovegni kapel met die fantastische fresco’s van Giotto in het echt heb mogen bekijken en dat ik in de moordende hitte enigszins verkoeling kreeg in de kerken met prachtige mozaïeken in Ravenna. Ik was dus ook zo’n massa-toerist waar Pfeiffer zo op af geeft. Ik moet eerlijk zeggen, en dat zeg ik tegen de verteller van de roman persoonlijk, dat ik altijd medelijden heb met mannen die ondanks de hitte in volledig kostuum rondlopen. Wat mij betreft mag iedereen zich qua kleding helemaal aan de omstandigheden aanpassen. Ik vind het wat ver gaan om in je zwembroek de Scrovegni kapel in te gaan, maar ach…als het heel erg warm is…

Giotto in het echt

Hoewel ik diep doorgedrongen ben in de roman Grand-hotel Europa van Ilja Leonard Pfeiffer die over, onder anderen, de schade aangericht door massa-toerisme in Europa gaat, maar dan vooral in Italië, loop ik op dit moment rond, als toerist in Italie. Hoewel wij betrekkelijk dichtbij Venetië bivakkeerden op onze eerste stop, hebben we deze stad overgeslagen. De hitte en de drukte hielden ons tegen. We hadden een appartement in Vicenza. Vandaar is een prima treinverbinding naar Venetië. Maar nee, we deden het niet. We zaten wel in die trein, maar stapten eerder uit, in Padova. Ik weet gewoon niet goed of ik niet gewoon Padua moet schrijven, want de naam Padua is vervuld van romantiek dat Padova niet heeft. In Padua staat de Scrovegni kapel en die kapel is van boven tot onder volgeschilderd met fresco’s door Giotto. Dat heeft de goede man rond het jaar 1300 gedaan en, zo las ik bij Pfeiffer, met het beschilderen van deze kapel, laten kunsthistorici de renaissance beginnen. De schilderkunst van Giotto is dermate vernieuwend en briljant dat men daarmee een nieuw tijdperk laat starten.

Ergens in zijn roman schrijft Pfeiffer dat het niet veel zin heeft om zo’n artistiek hoogtepunt met eigen ogen te zien, want koop je een boek over dat werk of ga je op internet zoeken, dan krijg je het betreffende kunstwerk veel beter te zien. Foto’s zijn op de goede hoogte gemaakt en je hoeft je niet in allerlei bochten te wringen om alleen maar een glimp van het kunstwerk, over of langs andere toeristen, op te vangen. Ik had me voor mijn doen best goed voorbereid op de Scrovegni kapel. Internet en YouTube adept die ik ben, had ik naar filmpjes gekeken van de Khan academy waar de kunsthistorici Beth Harris en Steven Zucker in vier afleveringen de kapel bespreken. Ze bespreken in de filmpjes de historische achtergrond en de kunsthistorische waarde en ook wat je te zien krijgt; wat en waarom Giotto geschilderd heeft wat hij schilderde. Met mijn ervaring bij het bekijken van kerken, had ik daar inmiddels geen hulp meer bij nodig want op een enkele uitzondering na, kon ik elke afbeelding wel thuisbrengen.

Enkele dagen geleden dus de apotheose. Via internet had ik kaartjes gekocht om de kapel in te mogen. We stapten vanuit de trein in het bloedhete Padua. In Nederland werden toen heuse temperatuur records gebroken, maar Padua was ook niet mild. De Scrovegni kapel lag gelukkig betrekkelijk dicht bij het station. Wat me als eerste opviel in deze tijd van massatoerisme, was de leegte. Ik had rijen en rijen toeristen verwacht. Maar niets van dat alles. Toen ik mijn internet ticket omruilde voor het ‘echte’ museumkaartje, was ik meteen aan de beurt. Het systeem van tijdvakken en een beperkt aantal bezoekers per tijdvak werkte echt fantastisch.

En toen in de kapel zelf…Wauw…ik werd overdonderd. Wat een schoonheid! Wat fantastisch om dit werk van dichtbij te mogen bekijken. Elk ‘plaatje’ kende ik, maar om dat ‘plaatje’ in het echt te zien was een belevenis op zich. Ik had het voor geen goud willen missen!

En nu zijn we in Ravenna…Ik weet al waar we zo ongeveer naartoe gaan… Eigenlijk is Italië in z’n geheel een kunsthistorisch hoogtepunt. Jammer dat het er steeds zo verschrikkelijk heet is…Zelfs hier aan de kust.

Rob van Essen – De goede Zoon; Ik weet het niet…

Poeh, wat zal ik zeggen. Ik heb het boek uit. Ik geloof dat ik begrijp wat de schrijver ons wil vertellen, maar jemig, wat brengt de man het saai. Ik heb me door het boek heen geworsteld. Dreigde bijna mijn plezier in lezen te verliezen. J. , die mij zo verschrikkelijk goed kent, zag het met lede ogen aan. Leg dat boek toch weg. Waarom zou je het uitlezen? Je leest toch voor je plezier? En toen moest ik het tegenover haar ook nog gaan verdedigen. Ik lees alle boeken die op de shortlist staan van de Libris literatuurprijs. Deze staat erop, dus lees ik het boek uit. Het boek heeft zowaar de prijs gewonnen. Maar geliefde J. zag mijn worsteling en vreesde dat ik nooit meer een boek ging aanraken. Je hoeft niet alles precies zo te doen als je je het voorgenomen hebt, probeerde ze nog. Maar…ik luisterde niet. Ik moest en zou het boek uitlezen. Tot de laatste pagina, tot de laatste zin, tot het laatste woord. Ik wilde de punt die alles afsloot meemaken. En dus deed ik dat. Bladzijde na bladzijde vrat ik me door een bord zand waarvan men beloofd had dat het een suikertaart zou zijn. Ik moet iets belangrijks over het hoofd hebben gezien tijdens het lezen. Als de jury van de Libris literatuurprijs dit boek verkiest boven andere boeken die ik in dit kader gelezen heb, dan moet het toch minstens heel erg boeiend zijn. Ik zou het boek opnieuw moeten lezen. Wellicht dat ik dan iets van de grootsheid zou kunnen herkennen. Maar mijn God, dat ga ik mezelf niet aandoen. Eén keer is genoeg. Wellicht heb ik het belangrijkste gemist. Heb ik de clou gemist die het boek zo verschrikkelijk boeiend maakt. Vooralsnog moet ik zeggen dat deze roman, die nota bene de Librisliteratuurprijs gewonnen heeft, bij mij niet alleen onderaan de shortlist van 2019 bungelt, maar ook nog eens onderaan het lijstje van de shortlist van vorig jaar. Ik vond het boek niet sterk. Inhoudelijk vond ik het slap en het boeide voor geen meter. Ondanks alle spiegelingen en verdubbelingen en wendingen in het verhaal in het geheel niet boeiend. Slaapverwekkend bovendien. Ik heb er eeuwig over gedaan om het uit te krijgen.

Het verhaal zou zich in de toekomst afspelen. Bediend door diverse soorten robots en verplaatst door zelfrijdende auto’s en seksueel bevredigd door diezelfde (kennelijk multifunctionele) auto, verwerkt de hoofdpersoon het overlijden van zijn moeder. De hoofdpersoon is schrijver van beroep en hij schrijft plotloze thrillers. Alleen sfeer en omgeving en een hoofdpersoon. De hoofdpersoon in zijn thrillers zonder verhaal is een zekere Lennox. Is de roman nou zo’n plotloze thriller? Daar lijkt het wel op. En Lennox dan? Die treedt in deze roman op als een soort vriend/begeleider van de hoofdpersoon. Ze hebben elkaar ontmoet in het Amsterdamse Stadsarchief waar ze beiden werkten toen ze nog jong en onbedorven waren. Hoewel…onbedorven? Vanuit het stadsarchief gluurden de mannen naar de ramen van een meisjes studentenflat recht tegenover het Archief. De ramen werden onder de jongens aangeduid met de vlakken op een schaakbord, zodat ze elkaar goed konden vertellen achter welk raam een leuke meid zich stond uit te kleden. Tsja. Spannender dan dit is het in het boek niet geworden…

Ik denk dat ik dit boek heel snel ga vergeten; zonde van mijn schaarse leestijd en mijn leesplezier. Zojuist ook even het juryrapport doorgenomen…pfff het zal wat.

Nog even over het science fiction element. Zoiets wordt pas goed als je je er een voorstelling van kan maken, in mijn ogen. Als je de lijnen die nu zichtbaar zijn, doortrekt naar de toekomst. Fascinerend is dan wel de seksscene met de auto. Ik heb me afgevraagd of ik zo’n behandeling fijn zou vinden en in lijn met de verwachting van toekomstig zelfbevlekkingsmateriaal. Nou nee dus. De auto pakt het uitsluitend fysiek aan. Geen geprikkelde fantasie, geen pseudo tederheid, geen fluisterende woordjes. Fysiek een perfecte sekspartij, maar is dat alles wat je kunt verzinnen van een robot met seksfunctie? Wij – zeg maar ik – voel me meer dan lichaam alleen. Zeker als het om de liefde gaat. Dus nee, ook zijn toekomstfantasie vind ik niet sterk.

Conclusie: Ik heb me er doorheen geworsteld en niemand kan zeggen dat ik er geen moeite voor gedaan heb. Het boek had wat mij betreft niet eens op de longlijst voor moeten komen; laat staan op de shortlist. Gezien de concurrentie een onbegrijpelijke keuze om dit boek te laten winnen.

Johan de Boose – Het Vloekhout; De dingen de baas

Op de middelbare school lazen wij graag de verhalen van de nu vrijwel compleet vergeten schrijver Belcampo. Een verhaal dat destijds in de klas behandeld werd, was het verhaal ‘De dingen de baas’. Op een dag hebben de dingen er genoeg van en nemen het roer over van de mensen. Aan dit verhaal moest ik een heel klein beetje denken toen ik de roman ‘Het Vloekhout’ van Johan de Boose las. Net als in het verhaal van Belcampo spelen in deze roman ‘dingen’ een rol; ze spreken met elkaar en ze denken over de dingen na.

Het Vloekhout: De olijfboom waaronder het pubermeisje Maryam door Romeinse soldaten wordt verkracht en waaronder haar daardoor verwekte zoon Jesjoea later mediteert wordt omgezaagd en tot kruis verwerkt waaraan Jesjoea sterft. Vervolgens wordt een deel van het kruishout gebruikt als stut voor het decor van een toneelvoorstelling die na verloop van tijd ook wordt opgevoerd voor keizer Nero in Rome. Het stuk hout komt terecht in de Lage Landen bij twee uit Rusland gevluchte monniken die er een icoon van maken. De icoon reist eerst met de monniken terug naar Rusland om vervolgens zo’n beetje de hele wereld en de hele wereldgeschiedenis door te reizen om te eindigen bij een man die zich als moslimterrorist opblaast. Aldus in een notendop het verhaal. Het bijzondere is dat het verhaal verteld wordt vanuit het perspectief van het stuk hout. Het blijkt dat dingen kunnen denken, een gevoelsloeven hebben en kunnen communiceren met andere dingen. Helaas kunnen de dingen niet communiceren met mensen en kunnen ze eigenlijk niets bewerkstelligen. Behalve dan een rilling veroorzaken. Ieder mens die het vloekhout aanraakt ervaart een rilling. Het vloekhout is niet zomaar een stuk hout. Dat Jeshoea (lees: Jezus) eraan gestorven is, geeft het kennelijk wel een speciale inhoud die door iedereen te voelen is. (In de kathedraal van Doornik zag ik overigens ‘echt’ een stukje van het kruishout. Jammer dat ik het niet mocht en kon aanraken want ik had graag gevoeld wat het aanraken met mij zou doen.)

‘Het Vloekhout’ is een mooie gelaagde roman. Het enige probleem dat ik ondervond bij het lezen was, dat alles zo snel gaat. Het vloekhout doet zoveel plaatsen aan en reist zo intensief door de geschiedenis dat ik soms wat moeite had waar we ook alweer waren. De roman houdt geen rekening met de werkende mens die de roman niet in één keer kan uitlezen. Een paar keer heb ik gehad dat ik het boek opensloeg bij waar ik was gebleven, maar dat ik me niet meer kon herinneren in welke tijd we waren aangeland en bij welk persoon. Met terugbladeren kwam ik er dan ook maar moeilijk uit; kennelijk is de schrijver van mening dat je het dan maar goed moet lezen…

Het vloekhout wordt een icoon en stelt Maria voor met gesloten ogen. Een object dat aanbeden wordt en dat iets doet met de mens die het ziet of die het aanraakt. Johan de Boose laat het vloekhout als icoon praten met een vergeten bril over het wezen van de icoon en daarmee over het wezen van de kunst. Waar gaat het bij kunst precies om; is het het schilderijtje op het stuk hout van het meisje met de gesloten ogen waar het om gaat of is het de belevenis van de kijker die het portret ziet het wezen van de kunst? De vergeten bril weet het wel: ‘Het gaat om wat er gebeurt met mensen die naar jou, blind portret, komen kijken…’ Dat is een opvatting over het wezen van de kunst die ik de laatste tijd veel tegenkom. Niet zozeer kijken naar het wezen van bijvoorbeeld een roman, maar meer kijken naar wat een roman precies met je doet tijdens het lezen. Een interessant perspectief.

Ik heb ‘Het vloekhout’ met veel plezier gelezen. Vond het een sterke roman. In het kader van mijn leesavontuur van de Librisliteratuurprijs 2019 waarin ik de romans van de shortlist met elkaar vergelijk om te kijken wat ik de beste en mooiste roman vind, scoort dit boek goed, maar is het niet de winnaar; daarvoor heb ik al boeken gelezen van het lijstje die boven deze roman eindigen. Maar desalniettemin een boek dat ik geboeid heb gelezen en zeker een aanrader!

Verloren!

Ik heb verloren. Ik geef het toe. Mijn leesrace tegen de uitreiking van de Librisliteratuurprijs 2019 heb ik verloren. Gisterenavond werd hij uitgereikt. Rob van Essen met ‘De Goede zoon’ heeft gewonnen. Eén van de twee boeken die ik nog niet gelezen heb. Tweederde van de boeken heb ik wél gelezen maar juist uit dat rijtje dat ik niet gelezen heb, komt de winnaar. Irritant. Ik dacht dat ik de winnaar wel gelezen had, maar nee, dus. Voor mij rest nu niets anders dan hard doorlezen en kijken of ik het met de jury eens ben. Vervolgens mijn volgorde van boeken tonen. De jury zal het dit jaar moeilijker hebben gehad dan vorig jaar want tot nu toe ben ik alleen boeiende boeken tegengekomen, terwijl ik vorig jaar me ook door boeken heen heb moeten lezen terwijl dat helemaal niet vanzelf ging.

Dit jaar glij ik soepeltjes van het ene boek in het andere en heb veel plezier bij het lezen. Maar zoals gezegd, ik heb nog maar vier van de zes uit. Pas na de zesde kan ik een oordeel geven. Hoewel…volgens mij heb ik echt mijn winnaar al gelezen en krijgt de jury geen gelijk met Rob van Essen. Maar wie weet. Zojuist aan ‘De Goede Zoon’ begonnen…