Categoriearchief: Literatuur

Annejet van der Zijl – Leon & Juliette een lekker tussendoortje

Op de eerste pagina’s van het boekenweekgeschenk staan, net als alle jaren, aanwijzingen over hoe gratis te reizen op de laatste zondag van de Boekenweek. Dat je met de QR-code door de poortjes op het station komt en dat je het boek kunt laten zien aan de conducteur en dan kan je lekker gratis met de trein… Hoe anders is het gelopen. Het coronavirus beheerst ons allen. Reizen doen we niet vrijwillig en zeker niet met de trein tussen al die potentiele tegelijkertijd reizende besmettingshaarden. In één week tijd is ons leven geheel op zijn kop gezet en doemt een algehele somberte en dreigt de overheid zelfs met een straatverbod voor iedereen; een totale lock-down. Alles wat gewoon was en waar we ons prettig bij voelde is ineens verboden terrein geworden en dus zoeken we troost bij de dingen die geen kwaad kunnen maar toch leuk en interessant zijn. Lezen is zoiets. Als één van de weinige branches varen de boekwinkels wel bij de huidige crisis. Dat mag ook wel na een jarenlange neergang.

Annejet van der Zijl schreef dit jaar het boekenweekgeschenk. Deze schrijfster heeft zich toegelegd op het schrijven van biografieën over mensen die in het verleden leefden. Het was dan ook niet anders te verwachten dan dat ook het boekenweekgeschenk een biografie zou zijn over historische personen. Leon & Juliette is het verhaal van een Nederlandse koopman die in Charleston in de negentiende eeuw zijn fortuin wil maken. Charleston is een stad in één van de zuidelijke staten van de Verenigde Staten waar de slavernij gekoesterd werd. Hoofdpersoon Leon wordt verliefd op slavin Juliette. Hij koopt haar voor een – voor die tijd – onmogelijk hoog bedrag en geeft haar onmiddellijk de vrijheid.

In de tijd waarin slavernij steeds meer omstreden werd, klampen de mensen in de zuidelijke staten van Amerika en dus ook in Charleston (en niet te vergeten in Suriname) zich vast aan het oude systeem waar slavernij de way-of-life symboliseert. Om dat systeem te handhaven passen ze de wetten voortdurend aan met het doel om de verschillen tussen witte en zwarte bevolking steeds scherper te stellen. Eigenlijk wordt elke omgang tussen witte en zwarte mensen verboden anders dan de verhouding tussen eigenaar en slaaf. Tegen deze achtergrond speelt zich het liefdesverhaal af van de witte Nederlandse koopman Leon en zijn zwarte partner Juliette. Ze houden er een relatie op na die zich geheel in het verborgene moet afspelen. Uiteindelijk weten ze één voor één hun kinderen – en dat zijn er nogal wat – uit Amerika te smokkelen en af te laten reizen naar Nederland. Tenslotte komen ze zelf weg uit Charleston om zich in Nederland te vestigen en daar het gezinsleven op te pakken dat ze in Amerika alleen maar in het geheim konden hebben. In het Nederland van toen werd de zwarte Juliette met alle egards behandeld. Volgens de schrijfster was men in het nog helemaal witte Nederland vooral nieuwsgierig naar een zwarte vrouw. Racisme zou pas heel veel later een rol gaan spelen in de geschiedenis van Nederland.

Als je een boek van Annejet van der Zijl leest weet je dat alle feitjes gewoon kloppen; ze heeft zich echt in de geschiedenis verdiept. Na het lezen van het boek heb je het gevoel dat je wijzer bent geworden over hoe de slavernij in Amerika in elkaar zat. Als het de bedoeling was om een soort Romeo en Julia-liefdesverhaal te schrijven dan vind ik het minder geslaagd. Door wat ze met elkaar meemaken en door hoe ze handelen en vooral aan het aantal kinderen dat ze samen krijgen lees je ongeveer af hoeveel Leon om zijn Juliette gegeven moet hebben; echt voelbaar wordt dat niet; daarvoor is het boek ietsje te veel een documentaire. Toch is het erg boeiend om te lezen.

Hoewel ik nu met alle corona-ellende helemaal niet meer weet wat wel of niet gaat plaatsvinden in 2020, zou er dit jaar een grote tentoonstelling over de slavernij komen in het Rijksmuseum. Dit boekje lijkt daar een voorschot op te nemen. Hoewel dit verhaal vooral over de slavernij gaat in een land waar onze voorouders uiteindelijk niets mee te maken hadden; waar ze zelfs een soort van heldenrol speelden.

Ik vond Leon & Juliette een lekker tussendoortje, want ja, mijn leesdoel is op dit moment even anders; de Libris literatuurprijs. Mijn huidige boek valt wat tegen dus was het boekenweekgeschenk een mooie afwisseling!

Gedicht geschreven in Bergen-Belsen

En toen was er een gedicht. Een opmerkelijk gedicht. Niet zozeer qua inhoud, maar meer door de omstandigheden waar het tot stand kwam. En toch ook de inhoud, een beetje. De dichter: Joseph Gompers. De datum 1 mei 1944 en de plaats waar het geschreven werd: Bergen-Belsen. Op die plek wil je als jood niet zijn op 1 mei 1944. Een concentratiekamp van nazi-Duitsland. Weliswaar geen plek met gaskamers en crematoria waar de dood een fabrieksproces was, maar ook geen plek waar het de bedoeling was dat je, als jood, overleefde. Honger en gebrek en verschrikkelijke epidemieën moesten ervoor zorgen dat men snel dood ging. Een afgrijselijke plek om te zijn op 1 mei 1944. Gompers overleefde Bergen-Belsen dan ook niet. Hij schreef het gedicht ter nagedachtenis aan Fre Cohen… Met de dood voor ogen tekende Gompers een gedicht op met Fre Cohen kennelijk voor ogen. Vriend Joop Voet zag daar na de oorlog in dat Fre Cohen en Joseph Gompers een meer dan vriendschappelijke relatie moeten hebben gehad; dat ze minnaars waren.

Ik ben geïnteresseerd in het leven van Fre Cohen. Liefde en partnerschap is een belangrijk element in het leven van een mens. Omdat Fre Cohen altijd ongetrouwd is gebleven, is het niet zo gek om te kijken of onze kunstenares de liefde gekend heeft. Waarom? Geen idee. Misschien wel sensatiezucht. Laten we het houden op dat we graag een compleet beeld willen krijgen van de vrouw die ons zoveel moois schonk.

Eerst maar eens kijken wat er wel bekend is over de relatie tussen Gompers en Cohen want dat ze ‘iets’ hadden, dat is wel duidelijk. Cohen leerde Gompers goed kennen na de machtsovername van Hitler in 1933 in Duitsland. Die greep naar de macht leidde al snel tot anti-joodse maatregelen in Duisland en bracht een joodse vluchtelingenstroom op gang naar Nederland. De zeer sociaal voelende Cohen wilde een rol spelen in de opvang van de vluchtelingen. Er was onder anderen een steunfonds opgericht om de vluchtelingen financieel te helpen. Vertaler, dichter en journalist Joseph Gompers was een van de beheerders van het steunfonds. Gompers was voorstander van een joodse staat in Palestina; een zionist.  Socialisten – en dat was Fre Cohen – zagen internationale verbroedering van de arbeidersklasse als toekomst en daarbij speelde godsdienst of afkomst geen rol van betekenis. We weten niet precies watw Fre Cohen voor ogen stond. Ik zie dat juist in de periode na 1933 meer en meer joodse motieven in haar werk opduiken… Dat Fre Cohen en Joseph Gompers ‘iets’ met elkaar hebben, ligt voor de hand want ze komen veel bij elkaar over de vloer. Ze verzorgen samen artikelen in het Nieuw Isrealitisch Weekblad die Gompers schrijft en worden geïllustreerd door Fre Cohen. De kunstenares maakt twee mooie ex-librissen voor Gompers.

Terug naar het gedicht ‘De roode meidoorn’; het gedicht dat Joseph Gompers in Bergen-Belsen ter nagedachtenis aan Fre Cohen schreef. Kunnen we daar iets in lezen dat een beeld geeft van de relatie die Gompers en Cohen met elkaar hadden? Ik denk het wel. Als we ervan uitgaan dat zij een liefdesrelatie hadden dan verwacht ik dat het gedicht ‘De roode meidoorn’ een liefdesgedicht is. Dat is het niet. Gompers heeft tal van liefdesgedichten geschreven en dit gedicht lijkt daar niet op. Bovendien denk ik dat je een gedicht opdraagt aan je geliefde (zelfs als ze al overleden is) en dat ‘ter nagedachtenis’ op meer afstand duidt.

Ik zie in het gedicht meer gezamenlijke strijd en gezamenlijke idealen en daarmee een diepe vriendschap. Geen erotiek. Ik denk niet dat Gompers en Cohen een liefdespaar waren. Ik lees in het gedicht een groot verlangen naar betere tijden. Ik denk dat Cohen is gaan geloven in een joodse staat in Palestina waar joden vrij van vervolging zijn. In die nieuwe staat zal een joodse vorm van socialisme ontstaan waarin veel AJC-idealen werkelijkheid zouden moeten worden. Ik denk dat Gompers en Cohen daar eindeloos over hebben gediscussieerd en het heel erg met elkaar eens zijn geweest. Zionisme was uiteindelijk toch wel de weg uit de hel waar ze vanaf de jaren dertig als joden in terecht waren gekomen.

De libris literatuurprijs 2020

Het is weer zover; een paar dagen geleden werd de shortlist voor de Libris literatuurprijs bekend gemaakt. Altijd weer een verassing, want deze jongen houdt de data niet goed bij. Altijd ook wel weer leuk en spannend, want ik heb iets met die prijs. Ik wil hem namelijk zelf graag uitreiken. Dat anderen – professionals – stellen de shortlist samen en dat is een mooi uitgangspunt; hoef ik niet alle boeken die in een jaar verschenen zijn te lezen. Hoewel ik dit jaar veel meer aan lezen toekom omdat ik negenennegentig procent meer in de trein zit dan vorig jaar. Desalniettemin is mijn reistijd bij lange na niet genoeg om alleen al de longlist te lezen. (Al helemaal niet als ik, zoals nu, kletsers naast me heb zitten) Dus…jury van de Libris literatuurlijst, bedankt voor al het leeswerk. Ik ga me beperken tot de shortlist en daaruit de winnaar kiezen van de Frits’ Libris literatuurprijs 2020. Dit jaar denk ik dat het me gaat lukken om de prijs uit te reiken voordat de jury het doet want van de zes boeken op de shortlist heb ik er al drie en een halve gelezen. Dus dat schiet op. Maar, de uitreiking en dus de keuze zal niet makkelijk zijn, want van de boeken die ik al gelezen heb vind ik van geen drieën dat het een verliezer is; ik vind ze alle drie bijzonder goed. Het boek dat ik nu aan het lezen ben, gaat het niet worden, kan ik nu al verklappen. Hoewel…ik heb nog een helft te gaan en wie weet hoe de roman zich verder ontwikkeld.

De boeken die op de lijst staan zijn:
– Zwarte Schuur van Oek de Jong. Uitgebreid beschreven op deze site. Vond het een heerlijk boek om te lezen hoewel ik best wat bedenkingen had.
– Liefde, als dat het is van Marijke Schermer. Heb ik ook al uit. Fantastische analyse van de liefde. Prachtige plot en bezorgde me een hoop kippenvel.
– Vallen is al vliegen van Manon Uphoff. Echt heel erg vernieuwend. In het begin van het boek moet je erg wennen aan haar stijl maar naarmate het boek vordert ga je zien hoe geweldig het boek is.
– De hoogstapelaar van Wessel te Gussinklo. Ben ik aan het lezen. Ik moet zeggen…best aardig tot nu toe. Nog even afwachten hoe alles zich ontwikkelt. Ik word niet echt heel erg warm van deze roman, maar ik kan pas oordelen als ik hem uit heb.
Dan nog twee boeken die ik nog helemaal niet heb gelezen:
– Nachtouders van Saskia de Coster. Ben erg benieuwd; nooit van de schrijfster gehoord, maar wat zegt dat. Niet veel want van de volgende schrijver en zijn boek heb ik ook nog nooit gehoord:
– Uit het leven van een hond van Sander Kollaard. Het zal mij benieuwen…

Helaas moet ik constateren dat de jury van de Libris literatuurprijs en ik het zelden met elkaar eens zijn over de winnaar. Vorig jaar, bijvoorbeeld, stond het winnende boek van de jury bij mij op de laagste plaats. Ware het niet dat ik mezelf opgelegd had om alle boeken te lezen, dan had ik het hoogstwaarschijnlijk bedroefd dichtgeslagen. Dat zegt meteen iets over de shortlist. Het is mijn uitgangspunt, maar ik geef geen enkele garantie dat dit de zes beste boeken zijn die in 2019 verschenen zijn; ook dat is de kennelijke mening van de jury. Bij de shortlist heb ik me neergelegd; bij de winnaar zeker niet. Neem van mij aan dat mijn keuze absoluut het beste boek is en vergeet de keuze van de jury… Oke, ik deel geen mooie geldprijs uit…ook geen oorkonde of kunstwerk; bij mij moet de auteur het met mijn oordeel doen en met verder helemaal niet. De shortlist; dat is mijn begin. Altijd toch weer spannend.

Manon Uphoff – Vallen is als vliegen; een complexe roman

Halverwege de jaren negentig kocht ik nauwelijks boeken. Ik had het veel te druk om veel te lezen en te krap bij kas om boeken te kopen. Ik had drie niet meer hele kleine jongetjes in een te kleine bovenwoning met een nauwelijks toereikend inkomen. Laat er geen misverstand over bestaan, ik klaag niet; we waren grenzeloos gelukkig. Maar op dat moment had ik wel wat anders te doen dan lezen. Maar toch kocht ik ‘Begeerte’ van Manon Uphoff vlak nadat het uitkwam in 1995. Men sprak er destijds over. Een opmerkelijk debuut. Dat is de reden denk ik dat ik het kocht. Misschien ook omdat ik de schrijfster op de foto een knappe vrouw vond. Wie weet. Het eerste verhaal – het titelverhaal – schokte me. Het trok me aan en het stootte me af. Tot op de dag van vandaag staat het verhaal me nog steeds bij. Alle andere verhalen in het boek zijn weggespoeld met de tijd. Geen idee meer wat er verder in dat boek stond, maar dat eerste verhaal was indringend. Nu, na het lezen van ‘Vallen is als vliegen’, vallen de stukjes van de puzzel ‘Begeerte’ op zijn plek. ‘Begeerte’ is het verhaal van een jong meisje dat zich laat ontmaagden in een pension voor gastarbeiders. Behoorlijk expliciet beschreven; indringend, agressief en zwart. Ik kon het niet plaatsen. Het refereerde aan stoere meisjesverhalen op de middelbare scholen. Zij ‘deden’ het veel eerder dan wij, timide jongetjes. Maar ‘Begeerte’ was geen stoer meisjesverhaal maar een zwart meisjesverhaal; ik raakte ervan in de war. Ik begreep het niet. Misschien dat het verhaal me daardoor zo bij gebleven is.

Na het lezen van ‘Vallen is als vliegen’ begrijp ik ‘Begeerte’. Na het lezen van ‘Vallen is als vliegen’ zoek ik. In mijn poging tot een verklaring vergeleek ik het met ‘Mijn ware verhaal’ van Karin Bloemen. Maar dat slaat nergens op want het zijn twee onvergelijkbare boeken. Karin Bloemen heeft in mijn ogen een soort van schoon schip gemaakt door haar incestverhaal te vertellen terwijl Manon Uphoff een bijna abstracte roman geschreven heeft waarin ze misbruik binnen het gezin in een literaire vorm giet. Ik vond het een fantastisch boek om te lezen terwijl de woordenstroom nauwelijks houvast geeft; het scheert als het ware langs gebeurtenissen waardoor je steeds niet weet of het dit is of dat wordt. Het boek boeit verschrikkelijk terwijl ik steeds niet wist wat ik eigenlijk aan het lezen was. Een boek in een nieuwe taal. Nederlands, dat wel, maar in een nieuwe vorm.

‘Vallen is als vliegen’ is een woordenstroom en uit die vloedgolf aan taal komt een zeer kinderrijk gezin naar voren. Beide ouders hebben ook nog kinderen uit een eerder huwelijk. Ze wonen in een bekende (achterstands) wijk van Utrecht. Moeder is een prachtige vrouw om te zien, maar haast afwezig. Ze bemoeit zich nauwelijks met haar kinderen. Vader daarentegen verzorgt het gezin. ’s Nachts is hij de Minotaurus terwijl hij overdag best voldoet aan het beeld van een liefdevolle vader aangeduid met zijn initialen HEHH wat staat voor Henri Elias Hendrikus Holbein. Wat we over hem te weten komen is dat hij een verdienstelijke amateur kunstschilder is en dat hij met Anna Alida voor de tweede keer een gezin sticht. Ook Anna Alida heeft al twee dochters uit een eerder huwelijk: Henne Vuur en Toddiewoddie. HEHH en Anne Alida krijgen samen nog zes kinderen. Het verhaal wordt verteld door de vierde op rij die zichzelf aanduidt met ‘Ondertekende’. ‘Ondergetekende’ denkt na over het lot van Henne Vuur waarmee de familie, inclusief de vertelster, geen contact meer heeft en die sterk vermagert en van de trap valt en eenzaam sterft.

Een reeks beelden en gebeurtenissen trekt voorbij waarbij er steeds iets ‘raars’ aan de hand is en waarbij HEHH een rol speelt. De gebeurtenissen lijken in volgorde van associatie te komen en niet in die van tijd. Maar vaak kan je moeilijk van gebeurtenissen praten en meer van impressies; sfeerbeelden. Eén van de beelden die ik moeilijk kan loslaten is het beeld van een klein meisje dat verzorgt moet worden om het één of ander. Verzorging van de kinderen wordt gedaan door HEHH. Ze zit met haar blote billetjes op zijn hand en één vinger gaat er tussenin. Een afgrijselijk pijnlijk en pervers beeld; jonge kinderen hebben het recht op verzorging van hun hele lichaam. Dat moet een volledig eenrichtingverkeer zijn van ouder naar kind met maar één doel; de verzorging van het kind. Dat beeld van dat kleine meisje dat tot lustobject wordt gemaakt staat op mijn netvlies gebrand en gaat er maar moeilijk van af.

Ik heb deze uitermate complexe roman geboeid gelezen en vaak bij mezelf afgevraagd ‘waar ik in het verhaal zat’. Maar dat verhaal is er niet echt, tenminste geen chronologisch verhaal.

Martin Michael Driessen – De Heilige; De waarheid van een oplichter.

Ik leid een aangenaam leven. Ik heb genoeg inkomen, een lieve partner, heerlijke kinderen waarmee ik goed contact heb. Ik heb een lekker huis en een betrekkelijk uitdagende baan. Ik ben best tevreden. Maar toch…toch knaagt er soms iets. Dan moet ik denken aan wat mijn immer beschonken pa me vaak toevoegde. Dat hij dan misschien wel zoop, maar dat hij ook leefde. Dat hij feest vierde. Dat hij van alles meemaakte. En dan keek ik beschaamd in de spiegel, want inderdaad, wat maakte ik nou helemaal mee. Wat mijn pa destijds zei, heeft vandaag de dag nog steeds wel impact. Ergens heb ik een weggestopt verlangen naar een groots en meeslepend leven. Maar dat gevoel heb ik diep weggestopt; zo belangrijk is het niet. Bovendien is mijn tijd voorbij. Zo jong ben ik niet meer. Ik heb mijn pa al jaren overleefd. En hoe meeslepend was het leven van mijn pa dan wel niet? Zo ver is hij ook niet gekomen. Doorgaans eindigde een reis in de kroeg om de hoek waar hij brallend uiteindelijk de pleiterik moest maken. Achtervolgd door drinkschulden. Ach, ik ben best tevreden met mijn lekkere huis, mijn carrière mijn liefje en mijn leven. Heel gewoon allemaal. Ik heb weinig mensen kwaad gedaan en mijn steentje bijgedragen. Ik heb nog een fijne tijd te gaan zonder al te grote zorgen en ik kijk terug op een fijn verleden.

Martin Michael Driessen spreekt dat verborgen kleine beetje verlangen naar een groots en meeslepend leven in mij aan. Zijn romans lees je alsof je een film aan het kijken bent. Met decors die je wel herkent, maar dan toch zo vervormt dat het ook weer helemaal nieuw is. Met nieuwe perspectieven. Ook de personages zijn herkenbaar maar ook weer niet. Ze handelen herkenbaar maar gedragen zich alsof ze met een andere moraliteit zijn grootgebracht. Zijn romans voeren je weg uit je vertrouwde omgeving en zetten je in een tegelijkertijd bekende- en vreemde wereld. De tijd en ruimte van zijn romans komen bijna haarscherp overeen met de werkelijkheid. In die herschapen werkelijkheid dolen vreemde personages. Neem nou de roman ‘De Pelikaan’. Het decor en de historische tijd zijn haarscherp; het Joegoslavië van de jaren negentig van de vorige eeuw. Tegen dat decor speelt zich het verhaal af van de wederzijdse chantage van twee vrienden die het niet van elkaar weten.

Ook in de roman ‘De Heilige’ zijn tijd en ruimte heel precies aangegeven. Het grootste deel van de roman speelt zich af in Elzas-Lotharingen rond de steden Colmar en Metz. De historische tijd is ook precies beschreven: De hoofdpersoon vertelt dat hij geboren is in het jaar van de grote revolutie, 1789. Op 7 juni 1839 eindigt het verhaal…in Metz.

De hoofdpersoon, Donatien, vindt op het slagveld van Craonne de Duitse gewonde soldaat Ewald. Hij steelt van Ewald een medaillon met het portret van Ewalds verloofde, Lieselotte, en een brief van haar. Hij laat Ewald voor dood achter en vertrekt naar de stad waar de verloofde woont. Hij palmt haar in en ze krijgen samen een kind. Maar dan blijkt Ewald niet dood en moet Donatien vluchten. Vanaf dat moment komt Donatien in allerlei situaties terecht achtervolgt door Lieselotte en Ewald. Donatien komt terecht bij wetenschappers die willen meten hoe snel wolken gaan. Later bij iemand die onderzoekt wat elektrische schokken met het brein doen. Uiteindelijk wordt hij rover in de bossen bij Colmar. Voor zijn eigen gevoel een soort van Robin Hood. Als hij tegen de lamp dreigt te lopen weet hij aan te monsteren op een schip dat op weg gaat voor een wetenschappelijke missie. Ze gaan de Israëlische stam van Ruben zoeken in Chili. Maar dan, als het schip na vele avonturen teruggekeerd is naar Frankrijk, wordt Donatien gearresteerd. In de gevangenis ontpopt hij zich tot een heilige heremiet die mensen door handoplegging geneest.

Ook deze roman van Driessen leest als een trein. In geen enkele roman heb ik zoveel ‘opzoeken’ aantekeningen gemaakt. Er wordt zo vaak naar de ‘werkelijkheid’ verwezen en dan wil ik graag weten of het echt de werkelijkheid is of een bedachte. Zo zou er bijvoorbeeld in de kathedraal van Metz een altaarstuk hangen waar Donatien het zijne aan heeft bijgedragen. Hij zou geposeerd hebben als Christus en tijdens dat poseren zou hij de schilder aanwijzingen hebben gegeven over hoe het kruis stond toen Jezus van het kruis gehaald werd. Het kruis had namelijk nooit rechtop kunnen staan, want dan moet je het lichaam van Christus verminken.  Niet als het kruis op de grond ligt. Op het altaarstuk zou zodoende de kruisafname zijn geschilderd waarbij het kruis op de grond is neergelegd. Ik wil weten of er inderdaad zo’n schilderij hangt. Helaas geeft de website van de kathedraal daar geen uitsluitsel over; ik zal ernaartoe moeten.

Al met al een heerlijk boek om te lezen. Heel veel verwijzingen in het boek heb ik niet nagelopen; daarvoor ben ik gewoonweg te lui. Ik had het wel willen doen, als ik ook wat meer tijd had gehad (denk ik). Ik wil steeds weten over de waarheid en dat is best lastig als de hoofdpersoon – die ook de verteller van het verhaal is – een oplichter is.

Machteld Siegmann – De Kaalvreter; Als het uit is…heb je het uit.

Als ik in staat was geweest om een roman te schrijven, dan had ik dat graag over een bepaalde gebeurtenis gedaan in het leven van mijn moeder. Ze begon haar bewuste leven namelijk als het nichtje van een bollenbaron in Hillegom. Ze sleet haar dagen tijdens de oorlog in de veronderstelling dat haar ouders de oversteek vanuit Indonesië door het oorlogsgeweld niet meer konden maken, daarom logeerde ze zolang bij haar oom en tante. Ondertussen leefde ze het leventje van de happy view want oom en tante waren erg rijk. Na de oorlog stond er zomaar ineens een eng dunne vrouw voor de deur met de dood in haar ogen. Haar moeder, mijn oma. Binnen no-time moest mijn meisjesmoeder de stap maken van een gereformeerd meisje uit de hogere landbouwkringen naar een joods onderduikstertje met een zwaar getraumatiseerde moeder die geen nagel had om haar kont te krabben. Mateloos interessant en ik heb er vaak van lopen dromen en beginnetjes gemaakt, maar helaas, ik heb moeten vaststellen dat ik geen romanschrijver ben en dat het me niet gaat lukken om dit onderwerp verder uit te diepen en om te vormen tot een boeiend verhaal.

Machteld Siegmann is het, in tegenstelling tot mij, wel gelukt om dit verhaal in een roman te verwerken. Weliswaar in een iets andere variatie, maar eigenlijk hetzelfde verhaal. Hier gaat het om het meisje Leie dat als 2-jarige op een goede dag midden in de oorlog door een onbekende man bij een onbekende familie op het platteland met een lege koffer wordt achtergelaten. Het enige wat ze in de begindagen van haar onderduik doet is wachten tot ze weer opgehaald wordt en eten. Gaandeweg de oorlog normaliseert alles zich min of meer. Ze heeft onderduikbroers waarmee ze goed overweg kan en ook met haar onderduikouders. Na de oorlog krijgen ze een verwarde vrouw als nieuwe hulp. De vrouw probeert contact te krijgen met Leie, maar Leie wijst alle contact af; ze vindt de vrouw eng. De verwarde vrouw verhangt zich.

Leie trouwt met boer Dirk en krijgt zonen Anton en Meeus. Als de twee jongens tieners zijn, overlijdt de onderduikmoeder van Leie. Ze gaat naar de begrafenis en ontdekt op het kerkhof dat de verwarde nieuwe hulp die zelfmoord pleegde, haar moeder was. Leie vervalt in depressieve apathie. Ze wil niets meer, alleen nog maar dood.

Het verhaal wordt nogal vanuit verschillende perspectieven vertelt en springt behoorlijk door tijd en ruimte. Als Leie trouwt met Dirk, dan gaan ze boeren in de Zuid-Hollandse Krimpenerwaard. Alles rond de onderduik speelt zich af in het gehucht Zanegeest in de buurt van Alkmaar. De gebeurtenissen in 1974 zien we door de ogen van de gezinsleden en concentreren zich rond de depressieve apathie van Leie die de moeder van het gezin is. In de andere historische perioden (1942, 1942-1950 en 1958) zien we de gebeurtenissen door een objectieve verteller.

Omdat het onderwerp me na aan het hart ligt heb ik de roman met belangstelling gelezen. Het boeide me. Meer ook niet. De Kaalvreter is geen roman waar je nog lang mee rondloopt. Als je het uit hebt…is het uit. En dat was het. Het is een debuutroman dus wie weet ontwikkelt deze schrijfster zich nog.

Marijke Schermer – Liefde, als het dat is; een scherpe analyse en een mooie roman.

Toen ik destijds Turks Fruit las, was ik helemaal de hoofdpersoon. De liefdesgod, daar wilde ik me graag mee identificeren. Nog nooit had ik de liefde gesmaakt of was ik echt verliefd geweest, maar die hoofdpersoon uit die roman, dat was helemaal ik. Je identificeert je makkelijk in een roman met de persoon die je het meest aan het hart ligt. Die romanheld van toen, dat is nu niet meer zo mijn held. Zoveel liefde zie ik er nu niet in, in die roman van Wolkers. Een bruut die zijn slachtoffer af en toe ‘toestemming’ geeft om iets te doen; om taartjes te maken van een witte boterham waarop ze een laag boter metselt en aftopt met chocoladehagelslag. Niet meer van deze tijd. Interessante vragen: Wat doet een boek precies met je en waarom identificeer je je met bepaalde romanpersonages?

In de roman ‘Liefde, als dat het is’ van Marijke Schermer wordt de liefde geanalyseerd, ontleed en op een mooie manier opgediend. Ik heb de roman in een ruk uitgelezen. Fantastisch!

Het verhaal van Schermer draait om het gezin van Terri en David en de dochters Krista en Ally. Op een dag is het voor moeder Terri over. Ze voelt zich zo bekneld en zo gevangen binnen het huwelijk en het gezin dat ze voor zichzelf besloten heeft om zo niet verder te kunnen gaan. Ze begint een verhouding, affaire of in ieder geval ‘iets’ met Lucas. David zoekt troost bij schrijfster Sev maar houdt een relatie verre van zich. Uiteindelijk beëindigd Terri de relatie met Lucas en stoppen Sev en Lucas de troosterij en is het gezin voor altijd gebroken. De plot van de roman kan ik makkelijk weggeven zonder dat het je leesplezier gaat bederven.

Ik identificeer me met David in de roman. Als lezer – geïdentificeerd met David – voel me ik zo verschrikkelijk verraden door Terri. David wordt beschreven als een zorgzame, lieve, tedere man die het met iedereen het beste voor heeft. Een man die zijn deel van het huishouden op zich neemt en zich haast in dienst stelt van het gezin dat hij vormgegeven heeft. Een tedere minnaar die zijn seksuele wensen ondergeschikt maakt aan de hare. That’s me… Maar Terri kwalificeert dat als ‘aardig’, en ‘aardig’ is de dood in de liefdespot…

Terri kiest voor Lucas. Lucas en de hoofdpersoon uit die beroemde roman van Jan Wolkers vallen goeddeels samen. Hij gebruikt haar voor zijn lusten en zij lijkt ervan te genieten. Al haar lichaamsopeningen worden gebruikt om zijn kwakkie kwijt te raken en als ze vraagt om iets meer begrip voor wat voor situatie dan ook, dan vernedert hij haar. Ik merkte dat ik zo verschrikkelijk kwaad wordt over de situatie die ik zie ontstaan in de roman. David voelt zich zo verraden en ik met hem. Tijdens een van de ruzies die daar het gevolg van is, loopt zij weg uit de ruzie en gaat linearecta naar Lucas waar ze zich stevig laat misbruiken door haar minnaar. Terwijl ik het opschrijf voel ik de verontwaardiging naar boven borrelen. Op het moment dat vijftienjarige dochter Krista haar eerste kleine stapjes zet op het liefdespad, krijgt ze helemaal per ongeluk de telefoon in handen van haar moeder en leest ze de chats tussen Lucas en haar moeder. ‘Ik wil je hier op je knieën met mijn pik in je mond’ leest het arme kind. Lekkage van seksualiteit van ouders naar kinderen en andersom is killing, zo blijkt maar weer. Krista wil helemaal niets meer met haar moeder te maken hebben.

De sympathie van lezer – zeker van deze lezer – gaat naar David. Maar toch laat dat wel een leegte achter. Vragen heb ik ook. Waarom kiest een vrouw die zich bekneld voelt in gezin en huwelijk voor zo’n man als Lucas? (Wat heeft die man wat ik niet heb? Wat heeft die man wat David niet heeft?) Toch is het een realistische keuze. Hij maakt me kwaad, maar ik zie het toch ook wel voor me. En dan de verhouding tussen Sev en David. Sev is een vrouw die moeite heeft om zich te binden en bij wie het nooit gelukt is om langdurig een relatie aan te gaan. Ze wil ook geen relatie met David; hij moet haar minnaar zijn. David wil haar alleen maar in het verborgene beminnen; hij vreest dat zijn dochters bang worden dat hij, net als hun moeder, zal weglopen met een nieuwe geliefde en wil ze dat niet aandoen. Ik ben David, denk ik… ‘Liefde, als het dat is’ heeft veel minder aandacht gekregen dan het verdient. Het is een prachtige roman en een messcherpe analyse van de liefde in al haar facetten; van de eerste prille verliefdheid tot een min of meer sado- masochistische verhouding. Ik vind de roman een aanrader en jammer dat hij niet op diverse lijstjes voorkomt!

Oek de Jong – Zwarte Schuur; Boeiend en spannend!

Oek de Jong heeft iets dat ik niet heb. Nee, niet goed, klopt niet. Overnieuw. De mannelijke hoofdpersonen in de romans van Oek de Jong (en dus niet Oek de Jong zelf) hebben iets dat ik niet heb; een enorme aantrekkingskracht op vrouwen. In Pier en Oceaan waren de vrouwen al niet van zijn lijf te slaan, maar ook in zijn nieuwste roman Zwarte Schuur heeft de hoofdpersoon moeite om alle vrouwelijke opdringerigheid te weerstaan of in ieder geval in goede banen te leiden. Kon ik maar een klein beetje sexappeal, een klein beetje zelfverzekerde behoedzaamheid ten opzichte van vrouwen van die hoofdpersonen overnemen. Nu niet, maar meer in het verleden. Het had mijn leven een boel aangenamer gemaakt en zeker minder tobberig. Die vrouwen die allemaal uit zijn op de gunsten van de hoofdpersoon vind ik wat moeilijk verteerbaar (ja, oké, jaloezie…) maar voor de rest is Zwarte Schuur een boek waar je doorheen vliegt en waarvan het jammer is als je het uit hebt. Een heerlijk boek waarin niets is zoals het lijkt. Ik heb het boek in één ruk uitgelezen en kan niet anders zeggen dat het van het begin tot het einde boeide.

Het boek begint met de opening van een grote overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam over het werk van de hoofdpersoon Maris. Maris is rond de zestig, is een beroemd beeldend kunstenaar en is getrouwd met Fran. Dat huwelijk lijkt zijn laatste fase in te zijn gegaan. Ze kunnen niets meer van elkaar hebben. Juist als het huwelijk zich op een dieptepunt bevindt en zijn succes als schilder torenhoog, verschijnt er in een tijdschrift een schokkend verhaal over het verleden van de hoofdpersoon; er is iets schokkends en afgrijselijke gebeurd toen Maris veertien jaar was en toen hij nog met zijn ouders in Zeeland woonde. Wat dat schokkende is, wordt in latere hoofdstukken uit de doeken gedaan. Of datgene wat verteld wordt ook de ‘waarheid’ is, waag ik te betwijfelen. De tragedie wordt verteld vanuit de hoofdpersoon. Kijk ik vanuit dat perspectief mee, dan is er sprake van een tragisch ongeluk. Kijk ik naar de gevolgen van dat ‘tragische ongeluk’ dan moet er sprake zijn geweest van opzet en dus van schuld. Maar dat is dus aan de lezer. Deze gebeurtenis in zijn jeugd beheerst zijn leven. Deze gebeurtenis illustreert in zekere zin ook zijn verhouding met vrouwen waarin vrouwen hem ten koste van alles willen en hij zwakke pogingen onderneemt om ze van zijn lijf af te houden.

De roman speelt zich af in drie tijdvakken. Het ‘heden’, waarin, zoals gezegd, de hoofdpersoon zo’n jaar of zestig is, een gevierd schilder is en getrouwd met Fran. Het tweede tijdvak is de schilder op veertienjarige leeftijd en waarin de gebeurtenis en tragedie met vriendinnetje Matty plaatsvindt die hem zijn hele leven zal achtervolgen. In het derde tijdvak vertelt de dan zo’n dertigjarige Maris aan geliefde Sigi wat hem overkomen is op veertienjarige leeftijd. Sigi trekt dat niet en verlaat hem. Het verdriet over haar vertrek zorgt ervoor dat hij niet meer schilderen kan. Een boek over het altaar van Isenheim en de schilder Grunewald brengt hem weer tot leven.

Vrouwen zijn vehikels waarop herinneringen over de fatale gebeurtenis in het verleden boven komen. Het gaat in die gevalen om vrouwen die van oorsprong uit de streek in Zeeland komen. Ze dringen de hoofdpersoon een verhouding op die hij niet wil. Allereerst ontmoet hij junk Ilse als hij op dertigjarige leeftijd terugrijdt van Colmar waar hij het Isenheimer altaar heeft gezien. Zij kende slachtoffer Matty en is Zeeland ontvlucht. Maris lijkt en blijkt haar laatste strohalm. Ook Albertina dringt zich op. Dat doet ze in het ‘heden’ van de schrijver als zijn huwelijk met Fran lijkt te stranden. Zonder het te weten zorgt Albertina ervoor dat er een ommekeer komt in de verhoudingen.

Wat ik een onbegrijpelijk en merkwaardig trekje vind in de romans van Oek de Jong is de verhouding tussen hoofdpersoon en zijn ouders. De manier waarop de hoofdpersoon naar zijn ouders kijkt lijkt verschrikkelijk plat en oppervlakkig. Was het in Pier en Oceaan nog zo dat pa geen goed kon doen, in de roman Zwarte Schuur is het de moeder die ongenuanceerd niets goed kan doen. In Pier en Oceaan las ik juist over de zo neergesabelde vader, hoe verschrikkelijk hij begaan was met de wereld en hoe hij altijd klaar stond voor anderen. Er was kortom best een verschil tussen de vader zoals de hoofdpersoon hem zag en beoordeelde of zoals de lezer hem kon afleiden uit wat er geschreven stond. In deze roman ontbreekt deze nuancering; moeder is overheersend en opdringerig. Ze heeft de hoofdpersoon laten vallen nadat het fatale ongeluk was gebeurd. Zij vader is compleet onderhorig aan de grillen en bazigheid van zijn vrouw. Het beeld dat van de moeder geschetst wordt vind ik erg plat en verwacht je niet bij een schrijver die zo genuanceerd schrijft. Zijn moeder past aan de andere kant wel in het rijtje van vrouwen die het over hem voor het zeggen hebben.

Het is onmogelijk om ook maar enigszins compleet te schrijven over deze roman. Er zitten best wat uithoeken en lagen in die ik compleet onbesproken laat. Dat is dus maar zo. Wat mij betreft wel een enorme aanrader deze roman.

Mooi Doodliggen – A.F.Th. van der Heijden; Wel aardig maar zeker niet de beste.

Op 29 mei 2018 zette – waarschijnlijk – de Oekraïense inlichtingendienst de moord op  Arkadi Babtsjenko in scene. Niemand behalve de vermeende inlichtingendienst en Babtsjenko zelf wisten van dit toneelstuk af. Na de zogenaamde moord, was half kritisch journalistiek Rusland in diepe rouw. De volgende dag al bleek alle rouw helemaal voor niets; de man was nog springlevend en bleek een act te hebben opgevoerd om ‘echte’ moordenaars te pakken. Een verhaal dat zich ervoor leent om gedachtenexperimenten uit te voeren, want wat betekent dat nou allemaal. Wat betekent zoiets voor hemzelf? Een journalist die altijd kritisch was over overheden en die nu ineens, door angst gedreven, kritiekloos luistert naar een vermeende overheidsdienst. Wat betekent dat voor zijn integriteit. Wie gelooft hem na het opvoeren van zo’n act nog? Wat betekent zo’n leugen voor zijn naaste omgeving; van de mensen die van hem houden en die hem vereren? Een kolfje naar de hand van A.F.Th. van der Heijden.

Vaak grijpt Van der Heijden in zijn romans een bepaalde gebeurtenis in de werkelijkheid aan om er zijn roman omheen te spinnen. Dat stramien begon eigenlijk al in het vierde deel van zijn Tandeloze Tijd reeks. Daar was het de dood in een politiecel van kraker Hans Kok. In Het Schervengericht was de Amerikaanse zedenzaak tegen cineast Roman Polanski het onderwerp van de fantasie van Van der Heijden. In Mooi Doodliggen is de in scène gezette moord op Arkadi Babtsjenko de centrale gebeurtenis. Of Arkadi Babtsjenko zich net als romanfiguur Grigori Moerasjko heeft beziggehouden met het onderzoek naar het schietongeluk en MH17 (in de roman een beetje flauw MX17), dat weet ik niet. In de roman is zijn kritische houding ten opzichte van dat ongeluk reden voor de Russische geheime dienst om hem te vermoorden. Door zijn moord samen met de Oekraïense inlichtingendienst in scene te zetten, zouden de echte Russische moordenaars, die inmiddels al onderweg waren, gepakt kunnen worden.

In de roman Mooi Doodliggen heet Arkadi Babtsjenko Grigori Moerasjko. In velerlei opzichten lijken de twee dubbelgangers, maar dat zijn ze niet. Van der Heijden heeft alles verzonnen en heeft wat koppen uit de krant en het portret van Babtsjenko als uitgangspunt voor zijn roman genomen. Ga je associëren met deze uitgangspunten in je hoofd, dan kom je al snel bij de mensen die van hem gehouden hebben. Zijn vrouw, bijvoorbeeld. Ook de vrouw van Moerasjko wist niets van het toneelstukje dat hij samen met de veiligheidsdiensten in elkaar aan het zetten was. Voor haar moet de in scène gezette moord een nachtmerrie geweest zijn. Zijn vrouw Yulia en hun liefde belichamen de dramatische lijn in de roman.

Ik moet zeggen dat ik het deze keer niet altijd even makkelijk had bij het lezen van de roman. Sommige dingen spint Van der Heijden naar mijn smaak te veel uit. Op een gegeven moment is het wel genoeg. Zo besteedt de schrijver bladzijde na bladzijde aan de navel van Yulia, de vrouw van Moerasjko. Daarin verzamelt zich een plukje blauwwitte stof. Best intiem en illustreert vast iets. Maar om daar een pagina of tien aan te besteden, gaat wel ver. Eerlijk gezegd ben ik daar een keer compleet gestrand; heb het boek weggelegd. Pas heel veel later heb ik de roman weer opnieuw opgepakt en las ik het weer vanaf het begin en heb me toen over de weerzin van de navelfluff heen gezet. Dat viel niet mee. Maar de navelfluff staat niet op zichzelf. Er zijn meer keren dat ik vind dat iets bepaalds te veel wordt uitgesponnen.

Ook het effect dat de roman op mijn emoties heeft, maakt het best zwaar om te lezen. De in scène gezette pseudo-moord zie je van verre aankomen. Ik heb mensen die van mij houden en waarvan ik hou. Van hen kan ik me heel goed voorstellen wat het voor impact heeft als mij iets ernstigs overkomt. Ik kan namelijk heel goed invoelen wat het voor gevolgen heeft op mij als hen iets dergelijks overkomt. Als lezer voelde ik heel sterk het onrecht en het geschonden vertrouwen dat de hoofdpersoon zijn geliefden ging aandoen. Dat is natuurlijk de kracht van de roman, maar dat maakt het allemaal niet makkelijk. Een aantal keer voelde ik me zo in de klem zitten dat ik echt moeite had om door te lezen. Je ziet het allemaal gewoon veel te scherp voor je. Dat verschrikkelijke verdriet dat je een ander aandoet. Dat het dan niet echt is, maakt het allemaal nog heel veel erger.

De naam Moerasjko is wel leuk gekozen want de hoofdpersoon zakt in een ‘moeras’ van leugen en bedrog terwijl hij als journalist pal voor de waarheid en de feiten had willen staan. Dat Yulia de russische variant is van Julliet; de roman verwijst er eindeloos naar. Vooral naar de schijndood van Julliet.

Al met al is Mooi Doodliggen zeker niet de sterkste roman die ik van Van der Heijden gelezen heb. Best wel boeiend en een interessant gedachten experiment. Ik sla toch maar gewoon het boek dicht, denk ik…

En de winnaar is…En de winnaars zijn…

Ik heb ze alle zes uit. De shortlist van de Librisliteratuurlijst 2019. Ik moet zeggen dat ik de kwaliteit van de boeken die dit jaar op de shortlist stonden, hoger inschat dan de lijst van vorig jaar. Maar desalniettemin vraag ik me af welke criteria de jury aanhoudt als ze boeken selecteert. Ik zou ook graag willen weten waarom een bepaald boek uiteindelijk wint. Ik kon dat op Internet niet terugvinden. Als ik zo langs het lijstje kijk, dan begrijp ik het allemaal niet zo erg. Ik zou graag horen wat ik gemist heb, want mijn mening verschilt nogal met dat van de jury. Vorig jaar, kan ik me herinneren, begreep ik niet eens wat een bepaald boek op de longlist deed, laat staan hoe het op de shortlist terecht kwam.

We gaan het niet nog eens hebben over vorig jaar; aan dit jaar hebben we onze handen al vol genoeg.
De boeken op de shortlist Libris literatuurprijs 2019:
• Jan van Aken – De ommegang, Querido
• Johan de Boose – Het vloekhout, De Bezige Bij
• Rob van Essen – De goede zoon, Atlas|Contact
• Esther Gerritsen – De trooster, De Geus
• Bregje Hofstede – Drift, Das Mag
• Ilja Leonard Pfeijffer – Grand Hotel Europa, De Arbeiderspers

Op de laatste plaats eindigt Rob van Essen met zijn roman De Goede zoon. Ik heb me er doorheen gewerkt. Vond het doodsaai om te lezen. De SF elementen waren onrealistisch en slecht uitgewerkt. Ik snapte eigenlijk niet eens waarom het boek op de longlist was gekomen gezien alle boeken die verschenen zijn dit jaar. Gek genoeg heeft deze roman de prijs in het echt gewonnen. Ik moet dus wel een hoop gemist hebben. Wat was ik blij dat ik het uit had!

Op de vijfde plaats eindigt bij mij Drift van Bregje Hofstede. Een goed geschreven boek dat ik geboeid heb gelezen. Alleen is het wat mij betreft geen roman maar meer een verslag van een scheiding. Ik denk dat het talent van Bregje Hofstede moet rijpen. Ik zie een heleboel positiefs in het boek, maar net niet goed genoeg gecomponeerd om in dit rijtje boeken hoge ogen te gooien. ‘Gecomponeerd’ schrijf ik omdat ik de vorm van het boek te mager vind. Een scheiding kan best een onderwerp van een roman zijn, alleen moet je je dan afvragen in wat voor vorm je het giet.

Op de vierde plaats eindigt bij mij Het Vloekhout van Johan de Boose. Een fantastische roman. Bijzonder fantasievol en met heel veel respect voor spiritualiteit geschreven. De roman heeft de pech dat er op de shortlist een paar boeken staan die ik gewoon nog veel beter vind en helaas, ik heb mezelf opgelegd om jury te spelen en de boeken met elkaar te vergelijken.

Op de derde plaats zet ik De Trooster van Esther Gerritsen. Ik heb denk ik wel alle boeken van Gerritsen gelezen en vind de ene nog bijzonderder dan de andere. Toen ik het boek uithad was ik verschrikkelijk enthousiast. Misschien heeft De Trooster de pech dat ik het al zo lang geleden gelezen heb; meteen toen het uitkwam. Maar helaas, op de shortlist staan nog boeiender boeken, vind ik nu.

Wat de eerste en de tweede plaats betreft, kan ik niet kiezen. Twee reusachtige boeken die ik in een adem uitgelezen heb. Twee boeken die de spanningsboog voortdurend hoog hielden. Twee romans vol met een gigantische ideeënrijkdom. Jan van Aken met de Ommegang en Ilja Leonard Pfeijffer met Grand-Hotel Europa komen wat mij betreft met z’n tweeën op de eerste plek. Dat moet kunnen omdat kunstwerken niet te vergelijken zijn en de twee romans beiden absolute topstukken zijn.

Kom ik toch nog even terug op de ‘echte’ winnaar: Kan iemand mij alsjeblieft uitleggen wat ik in De Goede Zoon gemist heb? Echt niet te hachelen dat boek. Hoe kan een jury bij een vergelijking dit boek kiezen boven de vijf andere boeken die stuk voor stuk veel boeiender zijn. Ik kan er eigenlijk niet bij…