Categoriearchief: Literatuur

Mannenmaal – Rinske Hillen; slordig

Ik vind het moeilijk om een literair boek serieus te nemen als er slordig omgegaan wordt met de taal. Ook auteurs kunnen foutjes maken, maar dit boek staat er vol mee. Ik weet niet precies hoe het in het literaire wereldje werkt, maar mijn tekst voor het Fre Cohen boek werd onder handen genomen door een redacteur. Anders dan een literair boek moesten in ons boek de tekst van twee verschillende auteurs tot slechts een tekst gemaakt worden. Spel-, stijl- en slordigheidsfoutjes werden er tegelijkertijd uitgehaald. Volgens mij heeft elke auteur bij de uitgeverij ook een redacteur die goed meeleest met wat er geschreven wordt. Die redacteur heeft bij deze roman echt zitten slapen. Het ergert me mateloos al die slordigheden. Dat, terwijl ik het boek inhoudelijk helemaal niet slecht vond. De inhoud heeft me best beziggehouden want er komt nogal wat voorbij: Euthanasie op baby’s, euthanasie op mensen die genoeg van het leven hebben zonder dat er echt ondraaglijk lichamelijke lijden en een uitzichtloze situatie is. Het verlangen naar een groots leven met liefde tot het uiterste tegenover de huis-, tuin- en keukenliefde. De onvoorwaardelijke liefde tussen kind en ouders tegenover de voorwaardelijke liefde tussen man en vrouw. Het is allemaal niet niks. Maar taal is het gereedschap van de schrijver. Met of zonder hulp van een redacteur; de taalbeheersing moet in orde zijn. In deze roman is de taal zeker niet perfect. Verre van dat.

Journaliste Eva vormt samen met echtgenoot kinderarts Wout en zoon Abel een gezin. Eva werkt voor een kunsttijdschrift. De internationaal vermaarde beeldend kunstenaar Ben Roovers biedt het tijdschrift waar Eva voor werkt een interview met hem aan, maar alleen als Eva het afneemt. Toen Eva zeventien was, heeft ze een korte, maar heftige liefdesaffaire met hem gehad. Met veel verwarrende gevoelens gaat Eva het interview afnemen. Daarentegen heeft haar man Wout als kinderarts te maken met ernstig zieke kinderen. Hij worstelt met de behandeling van baby Josefien. Het kindje is geboren met een ziekte waardoor ze nauwelijks huid heeft. Ze lijdt enorme pijn bij alles. Onder narcose wordt ze gebadderd. De ouders van Josefien kunnen het lijden van hun kind niet aanzien en vragen kinderarts Wout om de baby een zachte dood te laten sterven. Dit is bij wet verboden en hij doet het dan ook niet. Hij geeft wel de ouders de suggestie dat dit de beste oplossing zou zijn. Ook in de openbaarheid heeft hij hierover iets gezegd. Sindsdien is er een hetze op gang gekomen tegen hem.

Tussen Ben Roovers en Eva komt de hartstocht weer tot leven. Daarbij bewondert Eva de onverschilligheid van de schilder ten opzichte van het leven en zijn totale focus op het maken van kunst. Eva komt erachter dat Ben aan een erfelijke ziekte lijdt die hem op den duur blind maakt. Het punt waarop hij helemaal niets meer kan zien komt met rasse stappen dichterbij. Hij vertelt dat hij een einde aan zijn leven zal maken als het moment daar is. Ondertussen is het huwelijk van Eva en Wout in een diepe crisis geraakt. Op het moment dat zijn huwelijkscrisis op haar hoogtepunt is en ook de hetze tegen hem als kinderarts het kookpunt bereikt, krijgt Wout een tijdelijke afkoelbaan aangeboden in de luwte verweg, in Berlijn. Voordat hij naar Berlijn reist, gaat hij verhaal halen bij Ben. Maar in plaats van een hanengevecht met fatale afloop ontstaat er iets van een vriendschap tussen de twee in diepe crisis verkerende mannen. Wout zal zorgen dat Ben een zachte dood zal sterven. Aldus geschiedt. Wout keert als vader, minnaar en partner terug naar Eva.

Niet niks, dat verhaal! Ik moet zeggen dat het verhaal absoluut boeit. De roamn vraagt de lezer ook om een moreel standpunt in te nemen. Dat zal ik dan ook hier doen: Een kind dat zo verschrikkelijk lijdt als patiëntje Josefien, waarbij geen kans is op verbetering in haar toestand, verdient een zachte dood. Voor het plegen van euthanasie op de minnaar van zijn vrouw mag arts Wout een flinke tijd achter de tralies. Eigenlijk ligt dit wel erg voor de hand, hoewel Wout er met het verstrekken van een zachte dood aan Ben erg genadig afkomt in deze roman.

Wout is nogal gek op Schopenhauer. In de tijd dat ik alles stuk las over Richard Wagner, kwam ik ook al eens terecht bij deze filosoof. Ook toen kreeg ik het gevoel dat Schopenhauers abstractie nergens overeenkwam met de mijne en legde ik mismoedig artikelen over zijn leer naast mij neer. Vanwege deze roman even een nieuwe poging gewaagd, maar nee, ik begin er niet aan. Ik laat dat graag over aan mensen als Rinske Hillen die filosofie hebben gestudeerd. Ik denk dat het hen verder helpt.

Slordigheid. Ik moet het er toch over hebben. Dat is namelijk datgene dat me erg gestoord heeft in deze roman. Stilistische slordigheden: Op bladzijde 43 van de elektronische versie van het boek. Vanuit het perspectief van Eva wordt verteld over ‘Wout na de seks’: “Daarna had hij zijn rug van haar afgewend, als een vesting, ze was eraan gewend dat hij van haar wegdraaide als hij sliep.” Ik denk dat Wout haar zijn rug had toegekeerd in plaats van afgewend. Zo’n zin leidt af. Andere zin. Eva is bang dat haar taperecorder niet naar wens werkt: “Hoe vaak kwam het niet voor dat ze thuiskwam en flarden uit haar geheugen moest schrapen doordat de tape leeg bleek?” Geen echte, heel erge fouten in deze zin, maar om nou te zeggen dat hij lekker loopt of mooi beeldend is…nou nee. Thuiskomen heeft geen verband met de lege tape; het uitwerken van het interview wel. Ik neem ook aan dat ze geen flarden van het gesprek wilde opdiepen, maar het hele gesprek en dat haar dat nou juist niet lukte en er slechts flarden boven kwamen. Ook dit leidt af van het verhaal. Ook wat rare vergelijkingen die dan ook nog vreemd opgeschreven staan: “Ze stelde zich voor hoe de morgen de rivier in kon zakken, als een vat vervuilde stoffen.” Bedoelt ze hier stoffen die schoon waren maar nu “vervuild” zijn, of “het milieuvervuilende stoffen” of “een vat giftige stoffen”? Het leidt af. Ook veel vergeten kleine woordjes waar ik geen notitie van heb gemaakt. Gewoon slordig.

Vond ik het dan geen goed boek? Nou zover wil ik zeker niet gaan. Als de schrijfster (redacteur?) wat meer aandacht aan de taal had besteed, dan was het een heerlijk boek geweest dat me heel erg geboeid had. De afloop – waarbij alles weer goed komt – had me wat teleurgesteld, maar dat had het leesplezier zeker niet bedorven.

De dood in Taormina – Arnon Grunberg; Een verrassende afloop

Arnon Grunberg is, wat mij betreft, op dit moment de meest originele schrijver. Vervreemding, absurdisme en onverwachte wendingen zitten in al zijn boeken. Een gevaar dat hierdoor op de loer ligt, is dat de schrijver het absurdisme teveel doorvoert. In deze roman is dat zeker niet het geval; Grunberg rekt de randjes precies voldoende op zonder volledig uit de bocht te schieten. Net voldoende om je blik op de wereld weer eens even lekker te verzetten en alles net weer anders te gaan zien.

Als hoofdpersoon Zelda acht jaar is, gaat haar moeder een wereldreis maken en blijft Zelda alleen met haar vader achter. Moeder komt niet meer terug van haar reis. Het blijkt dat haar moeder haar grote liefde Romy gevonden heeft in Toronto in Canada en niet meer van plan is om terug te keren naar Nederland. Jaarlijks wordt Zelda op het vliegtuig gezet om haar moeder te bezoeken. Haar vader, die in energie handelt, vertrekt samen met zijn dochter naar China om daar te wonen en het verlies van zijn partner en haar moeder te verwerken. Na enkele jaren keren ze weer terug naar Nederland en gaat Zelda bij een jeugdbende. Ze wordt lokeend. Zij lokt mannen naar een bepaalde plek en vervolgens bestelen haar metgezellen de man in kwestie. Haar vader heeft er geen weet van, maar vermoedt wel veel. Zelda moet hem beloven dat ze later dood zal gaan dan hij en die plechtige belofte doet ze. Daarmee komt een eind aan haar leven als lokeend en stapt ze uit de jeugdbende. Zelda gaat al haar wetenswaardigheden bijhouden in een notitieboekje. Op een dag verliest ze het boekje en wordt het gevonden door de operaregisseur Rasmus. Als hij haar d’r boekje teruggeeft, vraagt hij of ze zijn assistent wil worden. Hij wil een opera maken over Aleppo. Een componist en een librettist heeft hij al; haar taak wordt het om de librettist met informatie over Aleppo te voeden. Ondertussen is Rasmus bezig in Zürich aan de opera ‘The death of Klinghoffer’ van John Adams. In die opera speelt de oudere maar beroemde acteur Jona een bescheiden rolletje als spreker.

Jona vraagt Zelda om mee naar zijn moeder te gaan. Zijn moeder praat al jaren niet meer met hem  en hoe hij ook bidt en smeekt, ze doet de deur niet voor hem open. Wellicht dat Zelda, als zijn zogenaamde nieuwe vriendin, zijn moeder kan vermurwen. Maar nee, de moeder van Jona laat zich niet vermurwen als Zelda samen met Jona voor de deur staat. Wat wel ontstaat is ‘iets’ tussen Jona en Zelda.

Jona heeft wel een gezin en een huis, maar daar wil hij niet meer wonen. Hij heeft, volgens eigen zeggen, geen vaste woon- of verblijfplaats. Hij wil zich aan niets en niemand binden en daarom gaat hij van de één naar de ander. Ook woont hij soms een tijd in een hotel, maar hij is nergens thuis en dat wil hij ook niet. Zo woont hij ook een tijdje bij Zelda. Zelda houdt van Jona. Ze trekken veel met elkaar op. Hij koopt een boot waar ze een tijd gaan wonen. Als de opera over Aleppo geschreven en gecomponeerd is, gaat hij onder regie van Rasmus opgevoerd worden. Tijdens de repetities ontmoet Zelda de Zweedse jongen Per die een scenario aan het schrijven is. Ook met hem gaat ze een verhouding aan. Als Zelda met Jona op vakantie naar Taormina op Sicilië gaat, vraagt ze ook Per daarheen te komen. In Taormina hebben ze een ménage à trois.

Aldus het verhaal. Hoewel je gedurende het lezen van de roman steeds vage tekenen tegenkomt van de absurde wending die het verhaal gaat nemen, ben je je er niet van bewust welke kant het uiteindelijk uitgaat. Maar dat moet je ook niet weten want dan gaat de verassing verloren. Die verassing ga ik hier dus ook niet opschrijven.

Nou wil ik natuurlijk niet psychologiseren en wat er niet staat kan je niet lezen, maar herkennen we in Jona niet de schrijver zelf? Vertelt Grunberg niet regelmatig dat hij eigenlijk acteur had willen worden? Is het niet zo dat Grunberg vaak vertelde over de hechte haat-liefde relatie die hij met zijn moeder had. Zijn laatste romans gingen zo ongeveer over de relatie tussen vader/moeder en zoon. Is het niet zo dat nu Grunbergs moeder overleden is, ze haar deur nooit meer voor hem zal (kunnen) openen, zelfs niet als hij zijn nieuwe vriendin (en kleinkind) komt voorstellen. Nee, het staat er niet, maar je kunt het wel denken en verzinnen. Omdat ik op mijn eigen website schrijf, mag ik eigenlijk helemaal alles schrijven. Gewoon omdat het leuk is!

Houdt Zelda zich aan de belofte aan haar vader? Je weet het als je de roman uit hebt!

Een lekkere roman, kortom, waar ik van heb genoten, zoals ik, trouwens, van de meeste romans van Arnon Grunberg genoten heb!

Marie Kessels – Levenshonger: Tsja, waar gaat het over?

Het wordt zo langzamerhand een afgezaagd verhaal: Ik heb weer een roman dichtgeslagen terwijl ik al ruim over de helft was. Ook deze keer was het een opluchting. Een roman waar ik met moeite een lijn in kon ontdekken, om vervolgens de gevonden draad weer kwijt te raken. Ik geef het niet graag op, maar als het zoveel moeite kost om je koppie erbij te houden en het desalniettemin niet lukt, dan word ik er erg chagrijnig van. Ik ging deze roman er de schuld van geven dat ik nog niet aan de nieuwe Grunberg kon beginnen. Bovendien zag ik dat de longlist voor de boekenbonliteratuurprijs bekend was gemaakt en dat daar ook boeken tussen stonden die ik graag wil lezen. Een nieuwe roman van Esther Gerritsen, bijvoorbeeld. En dat boek van Marie Kessels schoot maar niet op. Lees je een bladzijde dan vraag je je af: Wie is dat nou weer? Was ik dat personage al eerder tegengekomen? Wat deed’ie toen? Wat is de relatie met de hoofdpersoon? Waar gaat de roman überhaupt over? En toen kwam geliefde J. tussenbeide. ‘Je leest voor je plezier en nergens anders voor’. En: ‘Als je er geen plezier meer in hebt, dan sla je het boek dicht!’ Oké, maar zo makkelijk gaat dat niet; deze jongen is een doorzetter! Bovendien heb ik het boek gekocht; heb ik er geld aan uitgegeven. Er is ook nog eens een auteur! Ze heeft hoogstwaarschijnlijk tijden aan de roman gewerkt. Ze heeft de woorden zorgvuldig afgewogen (overigens kwam ik wel wat hele rare zinnen tegen…) en het beste van haar gegeven. Dat zou je moeten eren. Maar toch, ik heb de strijd verloren…het is triest…

Vanuit het perspectief van Elzbieta krijgen we een inkijkje in het leven van de Poolse arbeidsmigranten in Nederland. Of niet. Krijgen we via Elzbieta inzicht in het leven van een intelligente artistieke Poolse jonge vrouw die toevallig in een slachterij is komen te werken en in Nederland mensen leert kennen? Of gaat het over een vrouw die de levensverhalen van verschillende mensen optekent waarbij de samenhang tussen de personen en de hoofdpersoon eigenlijk niet belangrijk is? Ik weet het niet en ik krijg er ook geen hoogte van. Feit is in ieder geval dat de hoofdpersoon Elzbieta, een jonge Poolse vrouw, in Nederland in een varkensslachterij werkt. Verder is eigenlijk alles vaag en alles blijft vaag.

Ineens is er een dakloze man die glazenier blijkt te zijn. Hij had meer aandacht voor de artistieke- dan voor de zakelijke kant van het maken van gebrandschilderde ramen. Een heel verhaal. Maar…wat heeft het te maken met Elzbieta die in de varkensslachterij werkt? Ze woont samen met activiste (?) Bo. Die ook op de slachterij werkt en aantekeningen maakt over de arbeidsomstandigheden, geloof ik. Ze heeft een psychisch labiele vriend waar ze zich samen een stuk in de kraag drinkt…denk ik.

Wellicht lees ik niet zorgvuldig genoeg, of heb ik stukken niet begrepen terwijl ik me niet afvroeg wat de betekenis was en heb ik daardoor weer de rest niet begrepen, kortom, het kan aan mezelf liggen, maar deze roman is helemaal niks voor mij. Ik hoop dat anderen hem erg mooi vinden zodat het werk van de schrijfster niet voor niets is geweest.

Els Florijn – Het meisje dat verdween; het is het net niet

Er is iets met deze roman. Op de één of andere manier is hij niet helemaal eerlijk. Niet dat de schrijfster een leugenaar is, dat bedoel ik niet. Het heeft iets van…nee, het is het net niet. Moeilijk te omschrijven. Misschien moet ik toch een poging wagen. De roman is losjes gebaseerd op de dingen die een familie van vlees en bloed in het echt heeft meegemaakt tijdens de tweede wereldoorlog. Als je op zo’n manier een roman schrijft, brengt dat allerhande problemen met zich mee. Je gaat je als lezer afvragen wat precies ‘echt’ gebeurd is en wat de schrijver verzonnen heeft. Zuig je iets geheel en al uit je duim dan heb je alle mogelijkheden om uit te leggen waarom mensen doen zoals ze doen in de roman. Beschrijf je dingen die mensen in het echt hebben meegemaakt en gedaan, dan is het de taak van de schrijver om de gedachtegang van de personages erbij te verzinnen. Zit er dan onvoldoende causaliteit tussen verzonnen gedachten en wat ze ooit ‘in het echt’ hebben gedaan, dan rammelt het. Die oorzakelijkheid moet helemaal kloppen, anders gaat de geloofwaardigheid van de roman verloren. In de details mis ik mensen die volledig als mensen handelen en rammelt het een beetje. De roman ontroert en is erg boeiend maar laat het je toch met een leeg gevoel achter. Ik denk dat dat het is.

Aan de roman gaat veel vooraf: Op 4 mei 2008 werd de documentaire ‘De andere familie Frank’ uitgezonden. Die andere familie Frank was een joods gezin (en dus niet de familie Frank van Anne) dat voor de oorlog floreerde in het Betuwse plaatsje Ochten. De vader in het gezin was een verwoed filmamateur en bleek veel van het ‘gewone’ leven te hebben vastgelegd. In Ochten had hij een grote modezaak die bijzonder goed draaide. Hij was een gezien figuur in het verenigingsleven van het stadje en een sponsor van alles en nog wat. In het naburige plaatsje Lienden woonde de neef van de filmende man uit Ochten. In de documentaire wordt ook het verhaal van deze familie uit de doeken gedaan omdat de dochtertjes van beide families regelmatig bij elkaar over de vloer kwamen en ze dan gefilmd werden. Om deze, nog weer, andere familie Frank in Lienden gaat het in de roman van Els Florijn. Waar de Ochtense familie bewust niet onderdook met hun dochtertjes en dus getroffen werd door het noodlot van de Europese joden en vermoord werd, wist het grootste deel van de Liendense tak te overleven door onder te duiken. Daarbij werd het jongste dochtertje, verschrikkelijk onbedoeld, opgeofferd. Hoewel de schrijfster uitdrukkelijk stelt dat ze alles verzonnen heeft, wijst ze de lezer op de aflevering van ‘Andere tijden’, en schrijft ze een verantwoording achter in het boek. Het probleem van wat ‘echt’ is en wat verzonnen, wordt daarmee nog eens extra benadrukt en bij de lezer neergelegd. Bovendien gaat de lezer zich daardoor afvragen waarom de schrijfster in haar roman ingrepen doet op het ‘echte’ verhaal. Niet eenvoudig allemaal.

Het romanverhaal: Als de in  Lienden wonende joodse familie een oproep krijgt om naar een werkkamp te gaan, besluiten ze onder te duiken. Het gezin bestaat op dat moment uit vader en moeder plus de aangenomen puberdochter Lotte en hun eigen peuter dochtertje Ditte. De boer waarmee de vader een onderduikdeal heeft gesloten, vindt het peutertje te gevaarlijk als onderduikster. Met het idee dat men zo’n peutertje toch niets zal aandoen en in het vertrouwen dat het dienstmeisje – dat al een sterke band met Ditte heeft – voor het kind zal gaan zorgen zolang de onderduik duurt, laat de familie de jongste achter in haar bedje, terwijl de familie in de nacht vertrekt naar hun onderduikadres. Hoewel het dienstmeisje graag voor Ditte wil zorgen, lijkt het of de moeder van het dienstmeisje het kind niet in huis wil hebben. De burgemeester met de plaatselijke politieagent, komen het kind halen en brengen het naar de ‘schouwburg’ ergens in een stad. Vandaar wordt het kind, onder de hoede van een toevallige andere moeder, naar een vernietigingskamp gebracht en vermoord. Ondertussen wordt het andere deel van de familie uit de onderduik-boerderij gezet omdat het geld om de boer te betalen op is. Na een barre en bange voettocht weten ze een betrouwbare onderduik te krijgen in een pastorie. Daar krijgt het gezin te horen dat Ditte al na een paar dagen in verkeerde handen gevallen is. De familie moet dat, onder benarde omstandigheden zien te verwerken. Als de oorlog afgelopen is valt het gezin door schuldgevoelens en verwijten snel uit elkaar.

Beurtelings wordt het verhaal vertelt vanuit het perspectief van de twee zusjes Ditte en Lotte.

Ik moet zeggen dat ik de roman, met wat enge gevoelens, in één ruk heb uitgelezen. Op veel plaatsen ontroerde de roman me ook. Het is werkelijk heel boeiend. Ook heel tragisch. Maar desalniettemin laat het je ook achter met een beetje raar, onecht, gevoel. De karakters zijn aan de platte kant en soms klopt het verband tussen wat mensen denken en wat ze doen niet helemaal. Niet dat je kunt zeggen het ‘klopt niet’, maar soms heb je het gevoel dat er wat zand tussen de regels gestrooid is. Net niet.

Willem Frederik Hermans – Herinneringen van een engelbewaarder; De wolk van niet weten.

Herlezen is eigenlijk niets voor mij. Ik doe het maar heel zelden.  Ik heb een vrij goed geheugen., vind ik, dus waarom zou ik ook. Inderdaad heb ik best een goed geheugen, maar lang niet zo goed als ik vaak placht te denken. Laat ik eigenlijk maar eerlijk zijn; een roman moet wel heel veel indruk maken wil ik me er na een jaar nog iets van herinneren. Vandaar dat ik best content ben met al die recensies op deze site. Op de een of andere manier is het best jammer, vind ik, om al die moeite die auteurs gestopt hebben in hun boeken,  in de lezer weg te zien drijven als een takje in een rivier. In mijn Fré Cohen onderzoek kwam ik te schrijven over de Duitse inval op 10 mei 1940. Dat het een dramatische bladzijde is in onze vaderlandse geschiedenis, behoeft geen betoog, maar hoe geef je precies de wanhoop die de mensen toen moeten hebben gevoeld weer? Hoe maak je het voor de lezer invoelbaar. We hadden daar binnen ons clubje wat discussie over. Inhoudelijk waren we het wel eens, maar hoe schrijf je het precies op… toen herinnerde ik me een roman die ik zo’n veertig jaar geleden gelezen had. Een roman die kennelijk een overweldigende indruk op me gemaakt heeft want ik herinnerde me iets van de inhoud en de sfeer. ‘Herinneringen van een engelbewaarder ‘ van Willem  Frederik Hermans.  Dus ging ik op zoek naar deze roman. Als e-book uiteraard. Maar helaas, niet te krijgen. Nooit als e-book uitgegeven. Wel al zijn andere boeken zijn in dat formaat verkrijgbaar, maar deze niet. Hermans beschouwde deze roman als een van zijn beste, maar daar waren kennelijk maar weinig lezers het mee eens. Gelukkig vond ik het boek, tweedehands bij de uit haar as herrezen De Slegte. Dat de roman destijds zoveel indruk maakte, vind ik niet zo gek, want ook na herlezing blijkt de roman een parel. Een sombere parel, weliswaar, maar ook een fantastische.

Op 9 mei 1940 brengt officier van justitie  Bert Alberegt zijn uit Duitsland gevluchte joodse liefje, waarmee hij een aantal maanden heeft samengewoond, naar de boot in Hoek van Holland. Zij wil een nieuw leven, zonder dreiging voor vervolging beginnen in Amerika en vaart daarvoor eerst naar Engeland. Alberegt wil niet met haar mee, omdat hij dan zijn comfortabele leven als officier van justitie moet achterlaten. Vanaf Hoek van Holland heeft hij verschrikkelijke haast om terug te rijden, want een rechtszitting wacht op hem. Om zijn weg te verkorten neemt hij een kortere weg over een stille eenrichtingsverkeer weg maar rijdt hem vanaf de verkeerde kant in.  Halverwege de weg botst hij op een meisje dat op slag dood is. In zijn haast gooit hij het dode kind in.de struiken en rijdt snel door. Hij is op tijd voor de rechtszaak tegen journalist Van Dam. De journalist is aangeklaagd vanwege het beledigen van een bevriend staatshoofd…Adolf Hitler,  dus. Alberegt vindt dat de journalist veroordeeld moet worden maar haast buiten zichzelf om eist hij ontslag van  rechtsvervolging.  Dit alles blijkt de opmaat naar een vlucht naar Engeland die er nooit zou komen. Wil hij bij nader inzien toch verder samen met zijn joodse liefje en haar achterna reizen? Wil hij vluchten en daarmee de misdaad van het doodrijden van het meisje verhullen? Wil hij vluchten voor de Duitsers nu hij als officier van justitie een man heeft vrijgesproken van het beledigen van Hitler? In ieder geval dat laatste niet, want dat gebruikt hij vooral als argument om te ‘mogen’ vluchten.

Belangrijk in zijn leven is zijn beste vriend Erik. Erik is een zeer geslaagde uitgever die het middelpunt lijkt te vormen in een netwerk dat vluchtelingen uit Duitsland helpt. Alberegt is via hem ook in contact gekomen met zijn Duits-joodse liefje Sysy. Erik is getrouwd met Mimi en dat is Alberegts vroegere verloofde. Erik heeft er ook voor gezorgd dat het oudere echtpaar Leikowits in Nederland onderdak kreeg. Ze kregen wel de zorgen over het meisje Ottla Lindenbaum wiens ouders gevangen zitten in een concentratiekamp. Ottla Lindenbaum is het meisje dat Alberegt doodrijdt. Via vriend Erik, die naarstig op zoek is naar Ottla, blijft Alberegt geconfronteerd worden met zijn misdaad. Erik is in vele opzichten de betere Alberegt. Erik is het wel gelukt om met Mimi iets op te bouwen. Erik is een jonge vrouwen verslinder zonder dat Mimi er last van lijkt te hebben. Erik is rijk. Erik zorgt voor joodse mensen terwijl Erik ze doodrijdt. Of joodse mensen heel veel zorgen bezorgt (Leikowits) of profiteert van haar situatie (Sysy). Niet alles volledig bewust of expres, maar hij doet het desondanks wel.

Broer Rense is kunstenaar en Alberegt vindt de kunst die Rense maakt helemaal niets. Het zijn effen gekleurde schilderijen. Alberegt krijgt van zijn collega te horen dat in een neergeschoten Duits vliegtuig een lijst personen is gevonden die de Duitsers willen arresteren zodra ze Nederland bezet hebben. Op die lijst zou broer Rense staan. Door hem te waarschuwen hoopt Alberegt dat zijn broer, wellicht samen met hem, zal vluchten, maar ook Rense weigert…en dat heeft gevolgen.

Willem Frederik Hermans heeft een behoorlijke stempel op de literatuurtheorie gedrukt. In één van zijn vele essays vertelt hij hoe een klassieke roman in elkaar moet zitten. Alles wat in de roman voorkomt moet op één of andere manier een functie hebben. Hij introduceerde het begrip ‘witte pater’. Als ik me niet vergis kwamen er tijdens de opnamen van de film ‘Als twee druppels water’ naar de roman ‘De donkere kamer van Damocles’ per ongeluk witte paters in beeld die geen enkele functie in het verhaal hadden. Een ‘witte pater’ is een stijlfout, volgens Hermans. In de romans van Hermans zouden geen witte paters moeten zitten. Dat is dus een uitdaging. Ik vond wel wat dingen waarvan ik me afvroeg waarom het erin zat. Laten we zeggen geen witte paters maar dat ik zaken heb gevonden waarvan ik de functie niet gevonden of begrepen heb. Neem bijvoorbeeld dit: Alberegt rijdt het meisje Ottla dood terwijl ze een brief wil posten. Alberegt neemt de brief mee en leest hem. Hij is opgesteld in het Tsjechisch en ondertekend met ‘Veverka’. Eekhoorn betekent dat. Ik begrijp de functie van eekhoorn niet. Klaarblijkelijk is het wel belangrijk want het komt regelmatig terug in de roman. Nee, geen witte pater, ik zou dat niet zo durven benoemen bij een auteur als Willem Frederik Hermans.

Ik denk dat ik deze roman één van zijn sterkste vind. Jammer dat hij nog niet elektronisch is uitgebracht!

PS Oke, die naam Alberegt. Beetje flauw een Officier van justitie de naam Al berecht te geven. Sysy is ook zo’n naam. Geen idee of dat nog betekenis heeft in de roman. Er blijven nog aardig wat raadsels over.

De Slegte

Het was mijn vaste  doel in veel weekends en het maakte de Amsterdamse Kalverstraat aantrekkelijk voor mij. Terwijl de beroemdste winkelstraat van het land vol slibde met trendy schoenenwinkels en modezaken, bleef één winkel zich heldhaftig handhaven; de ramsj boekwinkel en tevens boekantiquariaat De Slegte. Maar enkele jaren geleden moest ook deze winkel de deuren sluiten en daarmee verdween alle aantrekkelijkheid uit de Kalverstraat voor mij. De afgelopen jaren kwam ik er zelden want wat heb ik daar nog te zoeken? Ik ben helemaal niet geïnteresseerd in mode en schoenen. Er modieus uitzien, hoeft voor mij niet en de schoenen die ze in de Kalverstraat verkopen passen niet aan mijn gemankeerde voeten. Deze jongen wil neuzen in boeken en plaatjes bekijken in boeken en me vergapen aan mislukte, maar overdonderende, uitgaven. Dat kon bij De Slegte. En nergens anders!

Na een treurig makende uitverkoopronde trok De Slechte in bij Holkema, Scheltema en Vermeulen, vlakbij het Koningsplein. En hoewel ik er regelmatig kwam en er zelfs wel eens iets gekocht heb, stap je die winkel juist in voor de nieuwe boeken die wel goed lopen. De charme van De Slegte is juist dat er boeken liggen die verweesd zijn, ongewenst, niet mooi genoeg voor het grote publiek. Ook tweedehands boeken. Eindeloze boekenkasten vol met tweedehandsboeken over elk denkbaar onderwerp. Dat maakt het zo verschrikkelijk leuk om er te snuffelen, je weet nooit of je iets vindt en…het kan best zijn dat je iets vindt maar dat het, als je thuis door het boek zit te bladeren, ontdekt dat het boek in kwestie terecht bij De Slegte terecht is gekomen. Dat kan dus. Dat het echt niks aan is. Een echte miskoop is het toch niet want zoveel geld heb je er niet aan uitgegeven. Het kost je hoogstens ruimte in je boekenkast. Zo heeft er jarenlang een verschrikkelijk dik boek in mijn boekenkast gestaan over Friese gebruiken en klederdracht. Het leek zo mooi maar verder dan één keer wat bladeren is het nooit gekomen. Ik heb het boek, samen met veel mij zeer dierbare boeken, in dozen gestopt en op laten halen door iemand die in tweede- en derdehands boeken wilde handelen. Gratis en voor niets. Ik las al een tijdje uitsluitend e-books dus waarom zou ik een stoffige bibliotheek in stand willen houden waar ik nooit meer een boek uithaal dat ik ga lezen?

Totdat ik me herinnerde dat ik een boek gelezen had (en in mijn bezit heb gehad) dat ging over de dagen rond de Duitse inval in 1940. Een boek dat de sfeer van wanhoop en gebroken toekomstverwachtingen zo haarfijn weergaf dat ik het graag nog een keer wilde lezen. ‘Herinneringen van een engelbewaarder’ van Willem Frederik Hermans. Hijzelf vond het één Van zijn beste boeken, maar de ‘literatuurwetenschap’ dacht er ietsje anders over. Het boek bleek nooit als e-book te zijn uitgegeven. Veel andere boeken van deze belangrijke auteur wel, maar juist dit boek niet.

Kortgeleden fietste ik mijn rondje om enigszins fit te blijven in coronatijd. Mijn rondje is dagelijks anders en zo fietste ik door de Vijzelstraat en wat zag ik tot mijn grote vreugde? Juist ja, een gloednieuwe winkel van De Slechte. Meteen stapte ik naar binnen en snuffelde en bladerde alsof ik het jaren gemist had (wat ook zo was, natuurlijk). Toen herinnerde ik me welk boek ik graag lezen wilde en ja hoor, ze hadden het tweede hands. Ik heb het bijna uit. Een papieren boek terwijl ik net een nieuwe e-reader voor mijn verjaardag gekregen heb! En…het is een fantastisch boek!

Susan Smit – De heks van Limbricht; Subliem met nabrander

Ik was in de veronderstelling dat er in Europa zo rond de godsdienstoorlogen in de zestiende en zeventiende eeuw in een aantal landen een enorme heksenjacht was. Vooral in Engeland en de gebieden die we nu Duitsland noemen, maar dat het in Nederland eigenlijk nogal meeviel. Susan Smit laat in haar roman ‘De heks van Limbricht’ zien dat er wel degelijk in Nederland heksenprocessen zijn gevoerd. Als basis heeft ze het proces genomen dat tegen Entgen Luijten werd gevoerd in 1674. Om het leven van Entgen te reconstrueren heeft de auteur, voor zover ik begreep, allerhande bronnen gebruikt; Entgen Luijten heeft rondgelopen op aarde, is getrouwd geweest met Jacob en ze hebben samen een dochter Grietchen gekregen. Ze woonden in de heerlijkheid Limbricht dat onrechtvaardig bestuurd werd door de Heren Winand van Breyll. De feiten staan er, maar daar omheen weeft Susan Smit een mooie roman die, zoals de meeste romans, ontsproten is aan haar fantasie. Het waarheidsgehalte dat er zeker in zit, doet wel wat met je; ik denk dat ik daardoor intenser heb meegeleefd met het leven van Entgen. Susan Smit laat op haar roman een mini-essay volgen over hekserij en neemt daarbij een feministisch standpunt in, waar ik wel kritiek op heb. Maar alles bij elkaar is het een fantastisch geschreven roman over een beladen onderwerp die ik in een ruk heb uitgelezen. In ieder geval een van de beste romans die ik de afgelopen tijd in handen heb gehad.

Op 10 juli 1674 wordt de ongeveer 75-jarige Entgen Luijten gearresteerd omdat er bij de heerser klachten zijn ingediend dat ze zich bezig zou houden met hekserij en zwartekunsten. Zo zou ze ervoor hebben gezorgd dat een koe overleed en dat mensen ziek werden toen ze uit haar glas bier hadden gedronken. In totaal worden er eenendertig klachten tegen haar ingediend. Ze wordt vastgehouden in de kerker onder het kasteel. In de kerker overdenkt en herinnert ze haar leven. Ze is voor het huwelijk verwekt, maar omdat haar vader wel haar moeder trouwde werd het geen schandaal. Haar uiterst vrome moeder blijft haar altijd verwijtend behandelen en laat de verzorging van haar jongere broertjes en zusjes aan Entgen over. Ze heeft een bijzondere band met haar vader die een soort opzichtersrol vervuld. Hij leert Entgen veel over de natuur; hij legt bij haar de basis voor haar kruidenkennis. Als oudste dochter wordt er van haar verwacht dat ze ongetrouwd blijft en voor haar ouders zorgt. Maar het lot beschikt anders. Ze ontmoet de zachtaardige Jacob en met hem gaat ze haar leven delen. Ze krijgen een dochter Grietchen. Entgen is een sterke onafhankelijke vrouw met een grote kennis van geneeskrachtige kruiden. Dorpelingen komen vaak naar haar voor advies, een drankje of een zalfje. Beschuldiging van hekserij ligt voortdurend op de loer; je merkt dat Entgen zich daar steeds tegen indekt. Mannentaken zoals onderhandelen neemt ze over van de zachtaardige Jacob want zij is daar veel beter in.

Door het wanbestuur en uitbuiting komen de dorpelingen twee keer in opstand. Entgen speelt daar een rol in. Bij de laatste opstand komt haar man Jacob om en moet Entgen het alleen zien te rooien samen met haar dochter. Daar blijkt ze weinig moeite mee te hebben. Door haar kennis van de natuur, zijn haar oogsten steeds goed en vaak beter dan de oogst van de buren. Het geroezemoes en de jaloezie en de verdenkingen nemen toe… Haar dochter trouwt en gaat uit huis en zo blijft er een ouder wordende vrouw achter, die veel geneeskrachtige kruiden kent en gebruikt, eigenzinnig is en behept is met een scherpe tong. Bovendien heeft ze vijanden gemaakt, ook onder de machtigen…

Als de roman afgelopen is, volgt er nog een soort essay over heksen. Daarin vertelt Susan Smit dat ze zelf een moderne heks is. De oude Europese religies waarbij moeder aarde een hoofdrol speelde zouden op gewelddadige wijze zijn verdrongen door het Christendom. In die oude religies speelde, volgens Smit, vrouwen een centrale rol. Vrouwen moesten van de nieuwe – Christelijke – religie hun rol afstaan. Met dat doel werden vrouwen met kennis van kruiden en natuurgeneeswijzen gekoppeld aan vrouwen die omgang hadden met de duivel. De processen tegen heksen waren een geslaagde poging om de oude heidense religies met wortel en tak uit te roeien. Mannen kregen het voor het zeggen en onderdrukte de vrouw met zeer veel geweld. Niet alles van die oude religies kon zomaar uitgewist worden; veel werd verchristelijkt. Op heilige plaatsen werden kerken en kathedralen gebouwd en van de ‘heidense’ feesten werden christelijke feesten gemaakt.

Het probleem dat ik ermee heb is dat de rol van de vrouw in die pre-christelijke periode vast wel groter kan zijn geweest dan binnen het christendom, maar hoe weet je dat zo zeker? Over die periode is bar weinig overgebleven. Kijk je naar andere religies dan zie je dat mannen eigenlijk altijd de boventoon voeren; waarom zou dat in Europese oude religies anders zijn? Ik wil wel proberen te geloven dat heksenprocessen bedoeld waren om vrouwen te onderdrukken, ware het niet dat het percentage ‘heksen’ onder vrouwen bijzonder laag was. (niet bijvoorbeeld 50% van alle vrouwen werd vervolgd als heks maar heel erg veel minder) Je zou denken dat heksenprocessen zich richtten op vrouwen die aan een aantal voorwaarden voldeden: Veel oudere vrouwen met kennis van geneeskrachtige kruiden, die wat zonderling waren en een scherpe tong hadden en niet makkelijk gehoorzaamden aan het gezag. Daarnaast veel ‘gewone’ vrouwen die ‘erbij gelapt’ werden doordat de oorspronkelijk vermeende heks hen na marteling had aangewezen als lid van de heksenkring. Omdat heksenjagers zulke specifieke kenmerken zochten in vrouwen, denk ik niet dat heksenprocessen tegen vrouwen in het algemeen werden gevoerd. Bovendien geloofden de meeste vrouwen net ze goed in het bestaan van heksen. Ik ben er zelfs van overtuigd dat menige vrouw die wegens hekserij op de brandstapel belandde, eerder zelf ook geloofde in duivelse zwartekunsten…van een ander.

Hoe dan ook, dit boek is een aanrader! Het maakt veel los en leest vlot weg. Echt heel goed geschreven!

Esther Verhoef – Nachtdienst; Spannend, maar…

Ik lees te weinig thrillers om er iets verstandigs over te kunnen zeggen, maar misschien moet dat ook niet; moet ik gewoon opschrijven wat ik ervan vind. Spannend! Zonder meer. Er gebeurt veel in relatief weinig bladzijden. Zeker als je net met een zucht van verlichting de roman ‘Stemvorken’ van A.F.Th. van der Heijden hebt dichtgeslagen. Nou is dat wel extreem; in die roman gebeurt werkelijk helemaal niets: Een avondje doorzuipen en een beetje kletsen en een wandelingetje in het Amsterdamse bos gevolgd door een sekspartijtje, allemaal uitgesmeerd over 350 pagina’s. Neem dan de roman van Esther Verhoef; een zwik moorden, zwaargewonden, vechtpartijen, een onwillige puberdochter, een paar sekspartijen, inbraken (een stuk of wat) en eigenlijk is dat nog lang niet alles en dat in slechts 200 pagina’s. Zoveel opeenvolgende actie doet je duizelen, maar het zorgt er ook voor dat je doorgaat met lezen en niet meer kunt stoppen. Het is verdomd spannend allemaal maar ook best onwerkelijk. Het zijn wel heel veel toevalligheden achter elkaar en de beslissingen die de personages nemen zijn vaak wel heel dom en tegennatuurlijk.

Hoewel de roman verteld wordt vanuit verschillende perspectieven, is er wel degelijk een hoofdperspectief. De belangrijkste verhaallijn zien we door de ogen van dierenarts Emmeke van Eerd. Ze woont samen met haar dochter Vegas in de woning bij de dierenartsenpraktijk waarvan ze werknemer is. De praktijk ligt afgelegen in een bosrijke omgeving maar desalniettemin een zeer drukke praktijk waar drie dierenartsen werken die honden, katten en konijnen behandelen. Op een nacht heeft Emmeke nachtdienst en dan wordt er aangebeld bij de praktijk…

Door de ogen van Emmeke d’r dochter Vegas zijn we getuige van de wederwaardigheden van een ontluikende en experimenterende veertienjarige. Ze is geboren uit een ‘vergissing’ van haar moeder en kent haar vader niet. Ze experimenteert met de liefde voor grote stoere jongens die niet per se het juiste pad willen bewandelen en ze verlangt vreselijk naar haar vader, die dus een ‘misstap’ van haar moeder was. Met die vader komt het wel…oke, vertellen we hier niet. Dat moet je zelf lezen. Moeilijk hoor om zonder de inhoud te verklappen iets te vertellen over een thriller!

Wat me opvalt is dat een vrouw die doorgestudeerd heeft zoveel slechte beslissingen neemt. Eigenlijk is daar de roman op gebaseerd. Had ze een juiste beslissing genomen dan was het snel over met de spanning en de roman. Dat begrijp ik wel, maar dat is meteen ook de zwakte. Op een zeer logische handeling, namelijk het helpen van een mens in nood (ook al voelde ze zich daar eigenlijk niet toe in staat omdat ze dierenarts is en geen mensenarts) volgen slechte beslissingen die ervoor zorgen dat het verhaal verder kan, maar die in mijn ogen echt niet passen bij een personage die vele jaren universiteit achter d’r kiezen heeft. Je hoeft natuurlijk niet alle vertrouwen in politie en justitie te hebben, maar zo weinig als de personages uit deze roman het hebben, zie je weinig. Daardoor wordt er veel detectivewerk verricht en voor eigen rechter gespeeld. Dat wijkt in mijn ogen erg af van het normale leven en dat maakt de roman wat oppervlakkig; literatuur wil ons vaak in zekere zin een spiegel voorhouden en de spiegel die deze roman je voor houdt reflecteert een verknipt beeld van de werkelijkheid.

Voor mij hoeft niet elke geschreven letter serieus te zijn en diepgravend; ik heb deze roman met verschrikkelijk veel plezier gelezen en ben er een dagje aan verslaafd geweest. Mijn kapsones weerhoudt mij ervan om meer thrillers te lezen. Ik moet zo nodig hoogdravende literatuur lezen… Aan de andere kant heb ik wel pogingen gedaan, maar veel thrillers zijn belabberd geschreven en dan lukt het me niet om van zo’n roman te genieten. Dat geldt absoluut niet voor deze roman. Integendeel, hij is erg goed geschreven en heel erg spannend…maar wel met wat aantekeningen (zie hierboven…)

Stemvorken – A.F.Th. van der Heijden; Tsja, dichtslaan was een bevrijding

A.F.Th. van der Heijden heeft zijn eindeloos doorgaande reeks romans niet voor niets de naam ‘De tandeloze tijd’ gegeven. Een tandeloze tijd is een tijd die moeite heeft om tijd te vermalen. De tijd komt haast tot stilstand. Is het in het gewone leven zo dat de tijd veel sneller verloopt dan we willen en we voordat we weten het mooiste deel achter ons hebben en we steeds gebrekkiger toe strompelen naar het einde, in de romanwereld van Van der Heijden staat de tijd stil. Er zal vast veel gebeurd zijn voordat de roman begint, maar de roman zelf staat bijna stil in de tijd. Leven in de breedte. Niet de lengte van een leven is belangrijk maar de breedte van het leven. Van der Heijden is niet de eerste die zijn verhalen op deze manier schrijft. Richard Wagner kan er ook wat van. Zijn opera’s smeren de gebeurtenissen ook tot in het oneindige uit. Omdat de muziek van de ene spanningsboog naar de andere loopt, blijft het spannend en geweldig en kom je een avontuur rijker uit de schouwburg. Vaak sla je een roman van Van der Heijden uiteindelijk op dezelfde manier dicht als een Wagner opera eindigt. Neem bijvoorbeeld de roman ‘Kwaadschiks’. Ook een roman in de romancyclus ‘De tandeloze tijd’. Die roman beschrijft 24 uur uit het leven van een man die op die dag zijn baan, vrouw en stiefkind verliest en bovendien een moord pleegt. Een roman die in een moordend tempo te keer gaat terwijl het slechts 24 uur beschrijft. Ook daar waren de verwijzingen naar de opera’s van Wagner legio.

Nu dus een nieuwe roman. De erotische roman ‘Stemvorken’. Een roman over de erotische verhouding tussen twee vrouwen en een voyeuristische man. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Zwanet Vrauwdeunt. Haar kwamen we al tegen in diverse eerdere romans en ook haar echtgenoot toneelschrijver Albert Egberts. Vanuit het perspectief van Zwanet stelt Van der Heijden zich in staat om zichzelf als zijn alter-ego Albert Egberts te observeren als de best stevig doorzuipende intellectueel wiens omvang in de loop van de tijd behoorlijk is toegenomen. Een nieuw personage is Corinne Suwijn. Ze is sinds hun middelbareschooltijd in Mierlo en Geldrop, bevriend met Albert Egberts. Ze heeft een carrière als fotomodel achter de rug en is nog steeds een erg knappe vrouw. De leeftijd van de drie personages is ergens tussen de veertig en de vijftig en hun leven lijkt gemarineerd in drank.

Albert nodigt Corinne uit om een avondje langs te komen. Omdat Zwanet vermoedt dat Albert er sinds zijn middelbare schooltijd in het geniep een verhouding onderhoudt met Corinne, ziet ze haar aanvankelijk als rivale en iemand die haar huwelijk mogelijk kapot maakt. Ook vermoedt ze dat Albert en Corinne onder één hoedje spelen om met z’n drieën het bed te gaan delen. Maar gaandeweg de avond draait de stemming om en komt Zwanet onder de indruk van Corinne. Na het afscheid die avond merkt Zwanet dat ze verliefd is geworden. Dat de verliefdheid wederzijds is merken ze als ze de zondag daarop met z’n drieën gaan wandelen in het Amsterdamse bos. Albert wordt de buitenstaander. Thuisgekomen na de wandeling geven Zwanet en Corinne zich over aan de dames-onderling-seks terwijl Albert Egberts zich via het sleutelgat verlekkert. Dat was ongeveer bladzijde 300 van de roman en het punt waar ik er de brui aan gaf. Niet uit morele verontwaardiging maar wat is het allemaal saai en wat melkt Van der Heijden het hier eindeloos uit. Leven in de breedte is hier wel heel erg breed geworden en wat hoop je er dan op dat er ook iets van leven in de lengte komt. 30 pagina’s over de slipjesverzameling van Zwanet, 30 pagina’s over een heftige zoen met gesloten tandenfront, 30 pagina’s over een zelfde soort zoen maar dan met tongen en vingers in een vagina. Vervolgens 30 pagina’s over erotiserende viezige voeten. Zeker 30 pagina’s over kutje vrijen in ‘stemvorkhouding’. Uit en te na beschreven. Sorry, ik heb het helemaal gehad met deze roman en dat terwijl ik in sommige opzichten vrouwenliefde best opwindend vind. In deze roman verging mij de opwinding helemaal en een zucht van verlichting voelde ik toen ik mijn besluit genomen had om het boek voorgoed dicht te slaan. Dichtslaan was een bevrijding. Jammer, want ik had me erg verheugd op deze nieuwe roman van Van der Heijden; ik ben een grote fan van zijn werk. Klein deukje, dus.

Hanna Bervoets – Wat wij zagen; meer dan een tussendoortje!

Het boekenweekgeschenk lees ik doorgaans even tussendoor. Ik denk dat dat ook min of meer de bedoeling is. Meestal is het best wel een aardig boekje. Deze keer is het geschreven door Hanna Bervoets. Sinds ze geen column meer heeft bij de Volkskrant eigenlijk niets meer van haar gelezen terwijl ik die column altijd met veel plezier las. Doorgaans iets over de top. Dat was haar kracht. Vaak grappig, toch serieus. Lichtvoetig met een ondertoon. In ‘Wat wij zagen’ gaat Bervoets precies in die stijl verder. Het blijkt gewoon haar stijl. Het boekenweekgeschenk is dit jaar meer dan een aardig tussendoortje; het is een aangename verassing en ik heb het met veel plezier gelezen!

De vertelster komt in dienst van een bedrijf dat ongewenste content van een internetplatform verwijdert. Het algoritme van het platform creëert tickets bij verdachte posts. De werknemers – moderators – moeten internetposts die zo’n verdacht ticket hebben gekregen bekijken en ze langs reeksen criteria leggen en bepalen of ze inderdaad weggehaald moeten worden of juist moeten blijven staan. Daarmee is het baan waar je recht in de rioolput van het internet kijkt; de grootste bagger komt langs. Desalniettemin is het bedrijf opgezet als een callcenter waar de werknemers targets van aantallen gemodereerde tickets moeten halen. Hoewel de werknemers het gevoel hebben dat ze als het ware binnen een hechte familie functioneren op de werkvloer, gaat de ellende die ze zien niet in hun koude kleren zitten. Ze drinken en blowen dat het een lieve lust is.

Tegen de achtergrond van dit werk speelt zich een liefdesaffaire af tussen de vertelster en een andere werkneemster – Sigrid – van het bedrijf. Hanna Bervoets beschrijft deze relatie op het pornografische af. Ware het verhaal internetcontent geweest gepost op een forum, dan was het ogenblikkelijk van het platform verwijdert. De seks wordt bijna gebruikt als een verdoving tegen alle leed dat door het modereren veroorzaakt wordt. In die zin vergelijkbaar met de drank en de joints. Veel seks vindt plaats in het kantoor. Ze trekken zich dan met z’n tweeën terug in een rommelhok waar een half gedemonteerd kopieerapparaat staat. De vertelster vingert of beft haar vriendin om vervolgens opgemonterd weer naar de werkvloer terug te keren…

Content op internet bestaat niet alleen uit mensen die bagger spuien of laten zien, ook is het een voedingsbodem voor allerhande rare complottheorieën. Deze theorieën vallen in vruchtbare bodem bij sommige moderatoren. Zo raken sommigen er al snel van overtuigd dat de aarde plat is. Als de complotgedachten via Soros en de joden en holocaustontkenning helemaal afglijdt, komen de vertelster en haar vriendin tegenover elkaar te staan en implodeert de liefde.

Desalniettemin begrijp ik het laatste stukje van het boekje niet helemaal. Vriendin Sigrid blijkt constant nachtmerries te hebben over content die ze heeft moeten zien waarin een meisje zich zelf verminkt en via slinkse weg is ze achter het adres gekomen. In het laatste stukje van het boek staat de vertelster in het huis van het zich verminkende meisje dat zelfmoord zou hebben gepleegd. Is Sigrid verzonnen als masturbatiefantasie en heeft de vertelster zelf nachtmerries over het zich verminkende meisje? Ik weet het niet…dat is een beetje de charme van het boek. Na … en … (want die staan nog op de rol) ga ik zeker de nieuwste verhalenbundel van Hanna Bervoets lezen!