Categoriearchief: Literatuur

Johan de Boose – Het Vloekhout; De dingen de baas

Op de middelbare school lazen wij graag de verhalen van de nu vrijwel compleet vergeten schrijver Belcampo. Een verhaal dat destijds in de klas behandeld werd, was het verhaal ‘De dingen de baas’. Op een dag hebben de dingen er genoeg van en nemen het roer over van de mensen. Aan dit verhaal moest ik een heel klein beetje denken toen ik de roman ‘Het Vloekhout’ van Johan de Boose las. Net als in het verhaal van Belcampo spelen in deze roman ‘dingen’ een rol; ze spreken met elkaar en ze denken over de dingen na.

Het Vloekhout: De olijfboom waaronder het pubermeisje Maryam door Romeinse soldaten wordt verkracht en waaronder haar daardoor verwekte zoon Jesjoea later mediteert wordt omgezaagd en tot kruis verwerkt waaraan Jesjoea sterft. Vervolgens wordt een deel van het kruishout gebruikt als stut voor het decor van een toneelvoorstelling die na verloop van tijd ook wordt opgevoerd voor keizer Nero in Rome. Het stuk hout komt terecht in de Lage Landen bij twee uit Rusland gevluchte monniken die er een icoon van maken. De icoon reist eerst met de monniken terug naar Rusland om vervolgens zo’n beetje de hele wereld en de hele wereldgeschiedenis door te reizen om te eindigen bij een man die zich als moslimterrorist opblaast. Aldus in een notendop het verhaal. Het bijzondere is dat het verhaal verteld wordt vanuit het perspectief van het stuk hout. Het blijkt dat dingen kunnen denken, een gevoelsloeven hebben en kunnen communiceren met andere dingen. Helaas kunnen de dingen niet communiceren met mensen en kunnen ze eigenlijk niets bewerkstelligen. Behalve dan een rilling veroorzaken. Ieder mens die het vloekhout aanraakt ervaart een rilling. Het vloekhout is niet zomaar een stuk hout. Dat Jeshoea (lees: Jezus) eraan gestorven is, geeft het kennelijk wel een speciale inhoud die door iedereen te voelen is. (In de kathedraal van Doornik zag ik overigens ‘echt’ een stukje van het kruishout. Jammer dat ik het niet mocht en kon aanraken want ik had graag gevoeld wat het aanraken met mij zou doen.)

‘Het Vloekhout’ is een mooie gelaagde roman. Het enige probleem dat ik ondervond bij het lezen was, dat alles zo snel gaat. Het vloekhout doet zoveel plaatsen aan en reist zo intensief door de geschiedenis dat ik soms wat moeite had waar we ook alweer waren. De roman houdt geen rekening met de werkende mens die de roman niet in één keer kan uitlezen. Een paar keer heb ik gehad dat ik het boek opensloeg bij waar ik was gebleven, maar dat ik me niet meer kon herinneren in welke tijd we waren aangeland en bij welk persoon. Met terugbladeren kwam ik er dan ook maar moeilijk uit; kennelijk is de schrijver van mening dat je het dan maar goed moet lezen…

Het vloekhout wordt een icoon en stelt Maria voor met gesloten ogen. Een object dat aanbeden wordt en dat iets doet met de mens die het ziet of die het aanraakt. Johan de Boose laat het vloekhout als icoon praten met een vergeten bril over het wezen van de icoon en daarmee over het wezen van de kunst. Waar gaat het bij kunst precies om; is het het schilderijtje op het stuk hout van het meisje met de gesloten ogen waar het om gaat of is het de belevenis van de kijker die het portret ziet het wezen van de kunst? De vergeten bril weet het wel: ‘Het gaat om wat er gebeurt met mensen die naar jou, blind portret, komen kijken…’ Dat is een opvatting over het wezen van de kunst die ik de laatste tijd veel tegenkom. Niet zozeer kijken naar het wezen van bijvoorbeeld een roman, maar meer kijken naar wat een roman precies met je doet tijdens het lezen. Een interessant perspectief.

Ik heb ‘Het vloekhout’ met veel plezier gelezen. Vond het een sterke roman. In het kader van mijn leesavontuur van de Librisliteratuurprijs 2019 waarin ik de romans van de shortlist met elkaar vergelijk om te kijken wat ik de beste en mooiste roman vind, scoort dit boek goed, maar is het niet de winnaar; daarvoor heb ik al boeken gelezen van het lijstje die boven deze roman eindigen. Maar desalniettemin een boek dat ik geboeid heb gelezen en zeker een aanrader!

Verloren!

Ik heb verloren. Ik geef het toe. Mijn leesrace tegen de uitreiking van de Librisliteratuurprijs 2019 heb ik verloren. Gisterenavond werd hij uitgereikt. Rob van Essen met ‘De Goede zoon’ heeft gewonnen. Eén van de twee boeken die ik nog niet gelezen heb. Tweederde van de boeken heb ik wél gelezen maar juist uit dat rijtje dat ik niet gelezen heb, komt de winnaar. Irritant. Ik dacht dat ik de winnaar wel gelezen had, maar nee, dus. Voor mij rest nu niets anders dan hard doorlezen en kijken of ik het met de jury eens ben. Vervolgens mijn volgorde van boeken tonen. De jury zal het dit jaar moeilijker hebben gehad dan vorig jaar want tot nu toe ben ik alleen boeiende boeken tegengekomen, terwijl ik vorig jaar me ook door boeken heen heb moeten lezen terwijl dat helemaal niet vanzelf ging.

Dit jaar glij ik soepeltjes van het ene boek in het andere en heb veel plezier bij het lezen. Maar zoals gezegd, ik heb nog maar vier van de zes uit. Pas na de zesde kan ik een oordeel geven. Hoewel…volgens mij heb ik echt mijn winnaar al gelezen en krijgt de jury geen gelijk met Rob van Essen. Maar wie weet. Zojuist aan ‘De Goede Zoon’ begonnen…

Bregje Hofstede – Drift; WAAROM?

Of ik denk dat Drift van Bregje Hofstede de winnaar van de Librisliteratuurprijs 2019 wordt? Nee, dat denk ik niet. De roman is niet groots. Bregje Hofstede moet nog groeien, vind ik. De roman is wel goed geschreven. Boeiend ook. De hoofdpersoon in de roman heet Bregje Hofstede. Juist ja, net als de auteur. Dat brengt je meteen op de gedachte of je eigenlijk een autobiografie zit te lezen. Dat maakt voor je leeshouding veel verschil. Dat een romanpersonage haar kut laat waxen heeft een andere impact op de lezer dan als een schrijfster en plein public laat weten dat ze dat laat doen. Bovendien zou dat waxen beschreven in een roman in het kader van het verhaal verteld worden terwijl als de schrijfster het over zichzelf vertelt het meer een mededeling is. Je vraagt je dan af; waarom moet ik dat als lezer precies weten. Waarom moet ik weten dat de auteur graag een kale poes heeft? Lijkt banaal, maar Bregje Hofstede beschrijft dat ze haar kut laat waxen. Ogenschijnlijk zonder dat dat iets toevoegt aan het verhaal behalve dan dat ze een gladde venusheuvel heeft. Dat is in een notendop de kritiek die ik op deze roman heb; er staat zoveel in waarvan ik me afvraag waarom ik het lees; wat het voor doel dient binnen de roman. Misschien houd ik teveel van romans zoals W.F. Hermans beschreef dat ze moesten zijn en waarin alles wat er gebeurt en wat er beschreven staat betekenis moet hebben binnen het verhaal. Alles wat die klassieke Hermans roman van buitenaf komt binnenwaaien en dus niets met de roman zelf te maken heeft, noemt hij een witte pater (had te maken met een verfilming van een roman waarin witte paters optraden). Drift zit vol witte paters, in mijn ogen.

Is het dan geen interessant boek? Jazeker wel. Ik heb het geboeid gelezen, daar niet van. Het heeft me verbaasd, dat ook. Ik merkte dat ik overging naar een andere leesmodus toen ik voor het eerst de naam van de hoofdpersoon tegenkwam. Een roman zie ik als meer dan een eenzijdig verslag van een ontsporend huwelijk en bij tijd en wijle had ik meer het gevoel van dat eenzijdige verslag dan van een roman. Huwelijk…ik proef het woord op mijn tong. Heel traditioneel allemaal. Misschien had ik niet verwacht van een jonge hippe vrouw die in de Correspondent schrijft over feminisme, dat ze anno 2018 zichzelf beschrijft in een haast jaren vijftig aandoend huwelijk.

Het verhaal is het verhaal van een jonge schrijfster die ‘wegloopt’ (zijn haar woorden!) bij haar man. Ze heeft haar dagboeken – en dat zijn er nogal wat – in een rugzak gestopt en is er vandoor gegaan. Ze beschrijft de veertig dagen na haar vertrek en kijkt daarin terug op haar huwelijk. Ze is, zo blijkt, getrouwd met haar liefje waarmee ze al op de middelbare school verkering kreeg. In de veertig dagen na haar vertrek uit hun woning ‘verdedigd’ ze de stap die ze genomen heeft. Eigenlijk had ze geen andere keuze. ‘Verdedigd’ tussen aanhalingstekens. Haar echtgenoot blijkt best jaloers. Zelden een moderne roman gelezen waarin zo de nadruk wordt gelegd op de kuisheid van de hoofdpersoon. Ze beschrijft diverse gelegenheden waarin andere mannen belangstelling voor haar hebben, en door wie ze zelf ook gecharmeerd raakt, maar nee; ze blijft kuis. Haar echtgenoot is de enige met wie ze ‘het’ doet. Hoewel ze openhartig schrijft over de seks met haar man krijg ik er soms een wat vervelende smaak van in mijn mond. Ik weet het niet..misschien ervaart ze het zelf anders…maar af en toe is het beste onderhorige seks. Zolang het met wederzijds goedvinden gebeurt, mag iedereen seksen en vrijen zoals hij en zij het zelf wil, vind ik. Schrijf je het op en geef je het uit in de vorm van een boek, dan is ineens dat intieme liefdesgedrag een onderwerp geworden waar anderen over spreken. Maar dat terzijde. Hij neukte haar zo wild van achteren dat ze steeds met haar hoofd tegen de muur bonkte…pff, ik weet niet. Zo’n beschrijving voelt niet als fijne seks; moet ze zelf weten natuurlijk, maar wil je dat ‘in de krant’?

Dit alles wil niet zeggen dat ik het een slecht boek vind. Ik heb het zeer geboeid gelezen. Bregje Hofstede kan heel goed schrijven. Ik begrijp dat je over jezelf schrijft maar wat meer afstand zou de roman enorm kunnen verbeteren. Een schrijfster hoeft niet haar ‘weglopen’ uit een huwelijk te verdedigen, vind ik. Ook ietsje minder uitleggerig zou ik fijner vinden; ik ben niet geïnteresseerd in de VVV folder van Pompeji als ik een roman lees, hoe goed bedoeld ook.

Ik vind het erg jammer dat als je zo goed kunt schrijven als Bregje Hofstede je dan desalniettemin een roman schrijft waarbij de lezer zich steeds afvraagt: Waarom? Waarom schrijf je dit op; waarom moet ik juist dit lezen? Deze roman zal niet hoog eindigen op mijn versie van de Librisliteratuurprijs; er ontbreekt nog teveel aan waarbij ‘ontbreken’ net zo goed staat voor dat er te weinig in deze roman/autobiografie is geschrapt.

Jan van Aken – De Ommegang; Fantastisch!

Heb ik het winnende boek van de Libris literatuurprijs net uit? Dat zou best wel kunnen. Wat een verschrikkelijk goed boek! Het is dat ik een verstandig man ben en veel verplichtingen heb, anders had ik aan één stuk door gelezen. Bijna de ideale roman: Spannend van het begin tot het eind, een intellectuele zoektocht van heb-ik-jou-daar; geweldig! Ik heb de afgelopen jaren weinig boeken gelezen die dit boek overtreffen. Het moet haast wel de winnaar worden van de Libris literatuurprijs en waarschijnlijk wordt het ook mijn winnaar. Zeker weten doe ik dat natuurlijk nog niet, want ik heb pas een derde van de boeken gelezen. Maar wat kan deze roman nog overtreffen? De Ommegang van Jan van Aken; helaas heb ik het uit.

De wereld is roerig aan het begin van de vijftiende eeuw: Er zijn drie pausen die geen van allen willen wijken voor de ander. Een groot concilie zou aan dit schisma van de kerk een eind moeten maken. Maar ondertussen lopen de gemoederen overal hoog op. Het grote concilie dat alles zou moeten regelen wordt gehouden aan de huidige Duits-Zwitserse grens in het plaatsje Konstanz. In deze gevaarlijke periode van de geschiedenis ligt de arts en architect Isidorus van Rillington, hoofdpersoon van de roman, beschuldigd van ketterij, geketend, in een volkomen duistere cel. Hij ziet niets en hoort niets…behalve de ademhaling van een ander. Of niet. Isidorus weet het niet, maar de duisternis en een mogelijke celgenoot doen Isidorus besluiten om hem – en dus ons – deelgenoot te maken van zijn levensverhaal en aldus te vertellen van zijn ommegang door het leven en hoe hij op deze plaats des onheils terecht is gekomen. De brandstapel is zijn vooruitzicht zonder dat dit met name genoemd wordt.

Isidorus wordt te vondeling gelegd bij het klooster Bellalande in Engeland. Hij wordt daar opgevoed door een monnik die vroeger bibliothecaris is geweest van een ander klooster, maar nu de functie van poortwachter uitoefent. De poortwachter leert Isidorus lezen en bovendien leert hij hem een manier om al het gelezene te onthouden. Dat doet hij door in zijn brein geheugenplaatsen te definiëren in de vorm van een gebouw en de opgedane kennis te koppelen aan een bepaalde ruimte in dat gebouw. Later kan hij dan een ommegang maken door de gebouwen en de ruimtes en lezen welke kennis er opgeslagen ligt in zijn brein. In het klooster is een vleugel afgesloten nadat een groot deel van de monniken aan de pest waren overleden. Die onbekende vleugel openen de poortwachter en Isidorus opnieuw en vinden daar een bibliotheek. Met deze bibliotheek worden de eerste geheugenbouwwerken opgezet. Een apart plekje in zijn geheugenbouwwerk wordt ingenomen door een boek over de bouwkunde van Vitruvius. Zoals later uit de roman blijkt wil Isidorus maar één ding doen in zijn leven; bouwen. Grootse bouwwerken maken. Vooral kathedralen.

Om zijn bouwambities waar te maken gaat hij studeren. Bisschoppen en aartsbisschoppen bouwen kathedralen en dus moet hij een hoge positie in de kerk krijgen. Om een hoge geestelijke te worden moet je geen theoloog worden. Je moet rijk zijn want een bisschopszetel koop je. Om rijk te worden, moet je arts worden want daar betalen de mensen grif voor en dus wordt Isidorus arts zodat hij later in staat zal zijn om een bisschopszetel te kopen en zijn kathedraal te bouwen. Isidorus wordt een arts die qua kennis en kunde zijn tijd ver vooruit is. Zijn ambities om te bouwen kan hij niet waarmaken. Daarom reist hij naar het verre oosten omdat daar de wrede Timoer Lenk heerst die de beste architecten samenbrengt om een oogverblindende stad te bouwen. Uiteindelijk lukt het Isidorus om bij Timoer Lenk als bouwmeester op te treden. Helaas voor de hoofdpersoon wel onder extreme druk – al zijn voorgangers-bouwmeesters, zijn op bamboestaken gespietst – en moet hij het ontwerp van een grote moskee van een ander, in tien dagen, realiseren. In die tijdspanne kan hij een moskee bouwen die er mooi uitziet maar dat is ook alles. Bij de eerste dienst begint de grote koepel in te storten. Wonder boven wonder weet Isidorus weg te komen en via heel veel omzwervingen op de weg te komen die naar Konstanz leidt. Hij sluit zich aan bij Maelgys en zijn dochter die onderweg zijn naar deze stad. Maelgys onthult Isidorus iets dat het geheim van het leven is, de kern van alle waarheid, het summum… Daarna valt de dochter van Maelgys in een ravijn en slaat Isidorus Maelgys de hersens in.

De rest van de roman speelt zich in Konstanz af waar Isidorus zich vestigt als arts. Hij doet er alles aan om zijn kathedraal in Konstanz te mogen bouwen, maar het gaat hem niet lukken. Ondertussen heeft hij wel een gigantisch geheugenbouwwerk gemaakt in zijn hoofd waarin zo’n beetje alle kennis van de wereld zit. Isidorus maakt regelmatig ommegangen door zijn geheugenbouwwerk. Verwikkelingen met zijn Boheemse vrouw Galina die een aanhangster blijkt te zijn van de in die periode op de brandstapel geëindigde kerkhervormer (ketter) Johannes Hus, zorgen ervoor dat Isidorus in de kerker terecht komt waar hij zijn hele verhaal aan ons vertelt. Op zijn rechtzitting vertelt hij dat hij aan de koning een geheim moet vertellen dat zo belangrijk is dat het de hele wereld zou kunnen veranderen. Als de koning Isidorus een gewillig oor biedt, kan de geheugenkunstenaar zich niet meer herinneren wat het geheim van Maelgys was…

De Ommegang is echt een heerlijke roman; een aanrader. Als gesjeesd geschiedenis student val er verschrikkelijk veel te genieten van alle historische gebeurtenissen en personen die voorbijkomen. Ook de sfeer van pest en ketters is raak weergegeven. De levens van de mensen die de roman bevolken hangt steeds aan een zijden draadje. Is het zo dat Isidorus steeds ommegangen maakt door zijn geheugenbouwwerk, wijzelf maken eenzelfde soort ommegang door het bouwwerk van de roman. Wat is werkelijkheid wat is verzonnen; wat is de kern van een verhaal, van de roman. De vragen kan je impliciet en expliciet vinden in deze roman en daarmee nodigt het je uit tot het doen van intellectuele hoogstandjes; Wat verschrikkelijk fijn dat deze roman geschreven is!

De literatuurprijs.

En ook dit jaar wordt hij weer uitgereikt: De Librisliteratuurprijs! Ik heb er nogal over gezwegen, maar dat heeft eigenlijk geen andere oorzaak dan…tijd. Doordat er wat veranderingen zijn geweest, heb ik veel minder tijd om te schrijven. Ziedaar mijn stilte. Maar natuurlijk leeft die prijs enorm bij mij. Natuurlijk ga ik ook weer mee in de jaarlijkse traditie die op deze website is ontstaan: Checken of de jury van de Librisliteratuurprijs gelijk heeft als ze de winnaar aanwijst. De check gaat uiteindelijk over het allerlaatste stukje van de prijsuitreiking. Aan de prijs gaan een longlist en een daaruit voortkomende shortlist vooraf. Daar heb ik niets mee te maken en aanvaard ik als feiten hoewel je ook op de samenstelling van de lijsten veel kritiek kunt hebben. Naar mijn idee is het de bedoeling van de longlist dat daarop de beste boeken komen die in het jaar verschenen zijn. Op zich waag ik dat te betwijfelen. Kijkend naar de van de longlist afgeleide shortlist, heb ik vaak boeken gelezen die in datzelfde jaar verschenen en die uitstegen boven het gemiddelde niveau van de boeken op de shortlist maar er desalniettemin niet op voorkwamen. Maar daar trek ik dus de lijn; de shortlist is mijn vertrekpunt.

Dit jaar heb ik best een beetje mazzel want één van de boeken op de shortlist had ik al gelezen en op deze site besproken; De Trooster van Esther Gerritsen. Dat vond ik een goed boek. Niet het beste boek dat ik van haar gelezen heb, maar echt geen slecht boek. Dat ik één boek gelezen heb, wil nog niet zeggen dat ik de andere boeken gelezen en beoordeeld heb voordat de prijs uitgereikt wordt. Ik heb dan nog veel werk te doen. Hoewel…ik ben meteen aan de slag gegaan en een volgend boek op de lijst is al voor een groot deel gelezen. Hoewel ontzettend dik vrees ik voor het moment dat ik het uit heb… Wat zal ik me dan alleen en verlaten voelen. Het boek dat ik nu lees is zo verschrikkelijk goed…

De lijst:

  • De Trooster van Esther Gerritsen; heb ik dus al gelezen en vond ik een goede roman.
  • De Ommegang van Jan van Aken. Ben ik aan het lezen en…sjonge, wat een boek!!!
  • Drift van Bregje Hofstede. Nog nooit van deze schrijfster gehoord.
  • Grand Europa van Ilja Leonard Pfeiffer. Het lijkt wel alsof er elk jaar een roman van hem op de shortlist staat. Het boek van vorig jaar was in ieder geval niet slecht. Niet meteen mijn favoriet, maar zeker niet slecht.
  • De Goede zoon van Rob van Essem. Geen idee. Nog nooit van de man of zijn boek gehoord.
  • Het vloekhout van Johan de Boose. Geldt eigenlijk hetzelfde voor als voor het vorige boek.

Het grootste deel van de boeken heb ik inmiddels gekocht. En nu maar lezen, De Klerk, lezen totdat je ze allemaal uit hebt. Pas dan kan je laten weten wat de beste roman is. Na twee van de zes romans denk ik dat ik al een winnaar heb… Maar dat zou niet eerlijk zijn. De datum waarop de Libris litratuurprijs wordt uitgereikt is 6 mei. De kans dat ik dan alle zes de boeken gelezen heb, is absoluut nihil. Mijn Frits’ literatuurprijs wordt toegekend aan de beste roman uit de boeken op de shortlist van de Librisliteratuurlijst en deze prijs wordt uitgereikt zodra alle boeken uitgelezen zijn. De prijs bestaat uit…eer. Niets meer en niets minder. Uiteraard krijgt elke auteur wel het afgesproken bedrag per verkocht boek dat ooit is afgesproken, want ik koop elk boek en leen niets en ik steel al helemaal niets.

Turks Fruit op de planken

Turks Fruit van Jan Wolkers heeft er, in een ver verleden, voor gezorgd dat ik van Nederlandse literatuur ben gaan houden. Toen ik het boek uit had destijds, wilde ik het meteen opnieuw lezen. Ik was een paar weken in de rouw omdat de hoofdpersonen zomaar uit mijn leven verdwenen waren. Ik was er echt kapot van. Wolkers was voor mij een liefdesgoeroe. Op schrijversgebied imiteerde ik Wolkers en kon maar niet vatten waarom alles wat ik opschreef op geen enkele manier voelde zoals hij het schreef. Ik bedacht dat dat misschien aan de liefde lag die ik op dat moment nog nooit als zodanig had gesmaakt. Ik was gewoon een klein jongetje. Maar hoe dan ook, Turks Fruit maakte heel erg veel in mij los. Hier op deze site heb ik er al best veel over geschreven.

Ik ben in de tussentijd opgegroeid, volwassen geworden. Ik geniet de liefde met volle teugen. Ik heb kinderen gekregen en grootgebracht en ik heb veel gelezen. Turks Fruit is hetzelfde gebleven. Als je de eerste bladzijde opslaat ligt de ik-figuur nog steeds op bed en trekt zich vervolgens af bij een foto van zijn geliefde Olga die hem verlaten heeft… De letters, de woorden, de zinnen, de hoofdstukken en de roman is onveranderd gebleven, maar toch ook weer niet. Bij het lezen van de roman spelen zowel de roman als de lezer een cruciale rol. De roman brengt wat teweeg in het brein van de lezer. Turks Fruit heeft op mij nu een andere invloed dan toen ik het halverwege de jaren zeventig voor het eerst las. Ik vraag me nu andere dingen af als ik de roman lees dan dat ik toen deed. Niet alleen ik ben heel erg veel jaartjes ouder geworden, de maatschappij is in die tussenliggende jaren ook nogal verandert.

Turks Fruit is niet alleen voor mij een mijlpaal geweest, ook voor de maatschappij. De roman was de verwoording van een ongekend gevoel van bevrijding. Power Flower ten top. Daarom werd de roman verfilmd en daarom werd de film ook nog eens, in de volledige westerse wereld, een ongekend succes. In de film, die enkele jaren na het verschijnen van de roman werd gemaakt, zie je al enkele verschuivingen. Aanpassingen aan de tijdgeest. In 2005 werd van Turks Fruit een musical gemaakt. De kern van de roman bleef overeind (zeg maar: boy meets girl), maar verder werd alles zo’n beetje aan de tijdgeest aangepast. De verschillen die ontstaan in mijn brein tussen hoe ik toen, als vijftienjarige de roman las of nu als zestigjarige, zien we bijna op dezelfde manier terug in hoe de maatschappij de roman beleeft en ermee omgaat. Over de perceptie van de roman door de jaren heen, heeft Margot van Riel een bijzonder leesbare masterstudie gedaan en die heb ik op onverklaarbare manier in mijn bezit gekregen.

Ze zou weer aan de bak kunnen want er is nu een toneelbewerking op de planken gebracht van Turks Fruit. Ik las van het weekend het interview met de makers. Nu lees ik de recensie. Was het zo dat Olga in de roman regelmatig half in slaap, ‘genomen’ werd en mocht ze van de hoofdpersoon zoveel taartjes maken en eten als ze wilde, in de toneelbewerking bepaalt ze dat wel zelf. Olga is geëmancipeerd. Zij wil seks…of niet. Over de taartjes heeft hij geen enkele zeggenschap (denk ik, want dat staat niet in de recensie).

Eén ding is de constante door alle jaren heen, dat is de liefde. Maar jongens wat is de man-vrouw verhouding verschrikkelijk positief gewijzigd door de jaren heen!

Jaap Robben – Zomervacht; een asociaal mooie roman.

Ik heb een prachtig boek inmiddels al een week geleden uitgelezen. Ik zou er graag over schrijven en de wereld laten weten hoe mooi ik het vind. Inmiddels is dit de vierde poging om over dit boek iets op te schrijven. Ik heb het er erg moeilijk mee. Het boek is fantastisch geschreven, daar niet van. De personages zijn levensecht. De plot is indrukwekkend. Wat houdt mij tegen? De vader in het boek. Die houdt mij tegen. Dat karakter is echt puur negatief en lijkt als twee druppels water op mijn eigen pa. Behalve dat mijn pa nog heel veel meer zoop en nog veel grensoverschrijdender was en we best blij mogen zijn dat hij al heel lang dood is. Andere kwalijke eigenschappen, zoals het nooit nemen van verantwoordelijkheid, doelgericht achter geld aanjagen waarbij enige moraal geen enkele rol van betekenis speelt, er nooit zijn als je nodig bent, het naar beneden halen van andere mensen; ik herken het. Het maakte me misselijk. Met horten en stoten heb ik me door het boek heengelezen. Ik kon die romanfiguur wel wurgen. Ik had er zoveel moeite mee. Misschien juist wel doordat het zo superieur geschreven is. Misschien wel juist doordat de karakters zo goed zijn gaan leven. In die zin is de roman ‘Zomervacht’ van Jaap Robben een absolute aanrader.

Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van puber Brian die samen met zijn asociale pa en twee honden op een soort semi industrieel stacaravanterrein woont. Zijn moeder is van pa gescheiden en gaat op huwelijksreis met haar nieuwe partner. Juist op dat moment kan het tehuis waar meervoudig gehandicapte broer Lucien verblijft hem twee weken niet verzorgen. Omdat er een vergoeding tegenover staat, wil pa de verzorging wel even overnemen. Die verzorging gaat pa, uiteraard, niet zelf doen, maar laat hij over aan puberzoon en hoofdpersoon Brian. Ondertussen komt leraar Emile ook op het terrein wonen; het lijkt erop alsof hij grote relatieproblemen heeft en uit huis gezet is. Pa int via Brian de huur. Emile wordt, volgens pa, hun ‘pinautomaat’. Er ontstaat een soort vriendschap tussen Emile en Brian. Emile is behulpzaam en invoelend voor Brian; hij ziet voor welke onmogelijke taak hij gesteld is en probeert hem bij die taak te helpen en te begeleiden. Het loyaliteitsconflict van Brian tussen pa en Emile zie je groeien.

Brian is in het tehuis van broer een beetje verliefd geworden op een bewoonster. Misschien is hij meer pubergeil dan verliefd. Een verboden liefde die hij stiekem smaakt terwijl broer Lucien aan zijn bed vastgebonden alleen thuis ligt. Het drama zie je zich langzaam voltrekken. Als invoelend mens is dat nauwelijks te verdragen. Tenminste, ik had er behoorlijk wat moeite mee. Helemaal omdat pa alleen opdaagt als hij er voordeel uit kan halen. Zogenaamd is hij de hele dag aan het werk, maar wat hij in het echt doet, komen wij niet te weten. Er is in ieder geval altijd een groot tekort aan geld. Als de financiële nood echt aan de man komt – pa betaalt de huur niet en heeft de huur die hij bij Emile inde ook in eigen zak gestoken – dan probeert hij alles wat los en vast zit te verkopen. Vooral de spullen van Brian.

In het vorige boek – Birk – dat ik van Robben gelezen heb, ging het om de gemankeerde verhouding tussen moeder en zoon, in ‘zomervacht’ om de foute verhouding tussen vader en zoon. Over ‘Birk’ was ik zeer te spreken. Bij ‘Zomervacht’ lijk ik zelf betrokken. De problemen waar de moederfiguur in ‘Birk’ te maken had, verschilt compleet van de problematiek van de vaderfiguur in ‘Zomervacht’.

Zo, heb ik toch wat opgeschreven over deze zware, maar heel erg fantastische roman. Ik MOET gewoon elk boek van Jaap Robben lezen. Fijn dat hij ons zijn verhalen schenkt! LEZEN!!!

Jaap Robben – Birk; een kleine grote roman

Toen we er 8 jaar geleden voor het laatst waren, vonden we het eigenlijk al verpest. Datgene wat we op Kleppe zochten, daar aan die fjord in zuid Noorwegen, dat was verleden tijd. Wat we zochten was voor even het gevoel te hebben dat we alleen op de wereld waren en dat we het helemaal met onszelf moesten zien te rooien. Eén keer per dag een schapenboer die van het dorp aan de overzijde van de fjord kwam overvaren om te kijken of alles nog goed ging met zijn schaapjes die door prikkeldraad noch gaas gehinderd konden grazen waar ze wilden. Op dat eenzame paradijs stond een piepklein houten boerderijtje waar wij onze vakantie mochten doorbrengen. De zomervakantie, want tijdens de andere vakanties was het boerderijtje door stadsmensen zoals wij zijn niet te bereiken. Om er te komen reden we van Flekkefjord naar het gehucht Fiedsel. Daar konden we onze auto parkeren en laadde we onze rugzakken op onze schouders. Daarna een wandeling van drie kwartier door een betrekkelijk onherbergzaam landschap. Met paadjes die nauwelijks zichtbaar waren, over half vergane planken door een moeras. Glibberend over de Noorse rotsen. We voelden ons daar helemaal thuis. Helemaal weg van alle stadse onrust. Hoewel de temperatuur soms in de zomer best aardig was, namen we de vele regen voor lief. Ons paradijsje in het zuiden van Noorwegen.

Ik moest een beetje denken aan deze afgelegen plek bij het lezen van de roman Birk van Jaap Robben. Toch heel anders. De sfeer van afgelegen en ver van de bewoonde wereld is hetzelfde maar onze vakantiestemming ontbreekt in de roman helemaal. Waar onze plek daar in de leegte van Noorwegen een omgeving is vol vrolijke associaties, is het eiland van Mikael, de hoofdpersoon in Birk, één grote dreiging. Dat begint al meteen op de eerste bladzijde waar de hoofdpersoon getuige is van de verdrinking van zijn vader Birk. Mikael ziet zijn vader niet meer bovenkomen nadat hij hem van de verdrinkingsdood heeft gered toen hij zijn bal uit de zee wilde halen. Omdat Mikael zijn vader niet dood en verdronken heeft gezien, blijft er iets van hoop op een levende terugkeer mogelijk. Maar wij als lezer weten wel beter. Na het verdrinken van vader blijven er drie levende mensen achter op het eiland plus twee doden; Birk en de oude mevrouw Augusta. De drie levenden, Mikael, zijn moeder Dora en de oude visser Karl. Deze personages gaan het gevecht aan met het kleine eiland. Af en toe een interventie van de boot die voorraad aflevert en een enkel uitstapje naar het stadje aan de overkant van het water.

De beklemming en de dood zijn er al meteen. Ook de schuldgevoelens. Hoewel hij bij de verdrinkingsdood van zijn vader nog maar negen jaar oud is, beseft hij heel goed dat hij gered werd door zijn vader omdat Mikael zijn bal uit het water ging halen. De dood van Birk heeft beklemmende gevolgen voor de relatie moeder en zoon. Langzamerhand eist moeder dat de opgroeiende Michael de plaats inneemt van zijn vader. Daarin gaat moeder erg ver. Ondertussen probeert visser Karl bij zowel moeder als zoon tevergeefs toenadering te zoeken. Ondertussen ontwikkelt Mikael zich tot volwassen mens. Daarbij speelt het vervallen huis van de overleden mevrouw Augusta een belangrijke rol.

Ik heb het gevoel dat ik een nieuwe schrijver heb ontdekt in Jaap Robben. Een rasverteller die sfeer fantastisch weet op te roepen. Hij is begonnen als kinderboekenschrijver, maar dat is zeker geen slecht voorteken. Joke van Leeuwen is zo ook begonnen en is één van mijn favorieten op dit moment. Heldere taal, realistische dialogen en een spannend, beetje horror-achtig verhaal. Een kleine maar heel grote roman!

Anna Enquist – Want de avond; verlies, verdriet en ellende

In mijn pubertijd las ik veel. Heel veel. Ik vluchtte van het ene boek in het andere. Elke wereld anders dan de mijne leek leuker en aantrekkelijker. Kinderboeken las ik weinig; ik stootte meteen door naar het zwaardere literaire werk. Daar was ik eigenlijk nog veel te jong voor, denk ik nu. Maar toen vond ik van niet. Ik las het oeuvre van Wolkers en Hermans in zijn geheel. Ook alle essays. Woord voor woord spelde ik Hermans’ essay over Wittgenstein. Woorden die nooit zinnen werden, laat staan betekenis kregen; maar het was van Hermans en alleen daarom al de moeite waard. Kinderboeken…nee, die las ik niet. Of…ja, toch. Deeltjes van een serie waarvan ik nu de titels niet meer weet, laat staan de schrijfsters. Later hadden Josien en ik het wel eens over die puberboekjes en zij wist meteen waar ik het over had: De Zweedse kommer en kwel serie. Boekjes waarin de ellende van de puberende hoofdpersoon niet te overzien was. Geslagen door haar vader, aangerand door de buurjongen om vervolgens te ontdekken dat ze lesbische gevoelens hebt voor d’r lerares Engels terwijl haar muziekleraar steeds naar d’r tieten kijkt en haar probeert te verleiden. Dat soort verhalen dus. Aan deze kommer en kwel serie moest ik een heel klein beetje denken toen ik het laatste boek van Anna Enquist las. Qua ellende kan het niet op.

De roman ‘Want de avond’ gaat over afscheid en rouwverwerking. Waar kan het anders overgaan bij Anna Enquist? Het is een vervolg op haar eerdere roman ‘Kwartet’ waarin een crimineel de woonboot van musicerende mensen binnendringt en ellende veroorzaakt. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief Carolien en haar echtgenoot Jochem de celliste en de altviool van het kwartet. Aan het begin van de roman is Carolien vervallen tot apathie. Ze zit thuis en doet eigenlijk helemaal niets meer. Ze is haar rechterpink kwijtgeraakt, daardoor kan ze niet meer op haar cello spelen. Bovendien vindt ze niet dat ze haar werk als huisarts voort kan zetten omdat alle mensen zullen gruwen van haar verminkte hand, denkt ze. Daartegenover staat haar echtgenoot Jochem. Hij begraaft zich in zijn werk als vioolbouwer. Het atelier aan huis dat hij had, heeft hij ingeruild voor een beter te beveiligen ander atelier. Het is duidelijk dat het huwelijk tussen Carolien en Jochem uitermate gespannen is. Carolien en Jochem hebben in het verleden twee zoons gehad, maar die zijn al een tijd geleden omgekomen bij een busongeluk op schoolreis. De kamers van de jongens zijn nog intact. Carolien had vroeger de ambitie om celliste te worden, maar was niet goed genoeg, daarom werd ze huisarts. Afscheid en verdriet alom.

De andere leden van het kwartet, de eerste en de tweede viool, Hugo en Heleen, zijn hun eigen weg gegaan en hebben nauwelijks nog contact met Carolien en Jochem of met elkaar. Behalve dat ze samen in het kwartet speelde, was Heleen verbonden aan de huisartsenpraktijk als verpleegkundige en was ze Caroliens beste vriendin. Ze speelden destijds op de boot van Hugo, maar die boot is vernield tijdens de overval door de crimineel. Heleen is verpleegkundige geworden bij een fitness-keten en Hugo probeert allerhande muziekevenementen van de grond te krijgen in China. Heleen voelt zich erg schuldig omdat zij correspondeerde met de crimineel toen hij nog in de gevangenis zat en meer met hem gedeeld heeft dan men haar had geadviseerd.

Aldus de stand van zaken aan het begin van de roman.

Carolien reist naar Hugo in China omdat ze te horen krijgt dat hij daar geld zoekt om violen te bestellen bij Jochem. In China bij Hugo, leert ze Max kennen. Als arts bekommert hij zich over verschoppelingen in diverse weeshuizen. Carolien reist met Max mee om te helpen. Maar ze worden verliefd en beginnen een verhouding. Maar na een reis die het begin leek van iets nieuws, beëindigd Max de relatie omdat hij verantwoordelijkheid voelt voor vrouw en zwaar gehandicapt kind. Weer terug in Nederland overlijdt haar ouden cello-leraar bij wie ze gestudeerd heeft en met wie ze sindsdien altijd innig bevriend is gebleven. Ze erft zijn uitermate kostbare cello.

Terwijl het proces eraan komt waarin ze alle vier moeten getuigen tegen de crimineel, pakt Carolien het cellospelen weer op. Tijdens het proces voelen de leden van het kwartet zich als naïeve kinderen weggezet. Maar erna gaan ze met z’n vieren uit eten en lijkt er iets terug te komen van de intimiteit en saamhorigheid die ze zoveel jaren samen als kwartet hebben gehad.

Een boek met heel veel ellende, kortom, maar met een onverwacht positief eind. Ik weet inmiddels dat als ik een boek van Anna Enquist ter hand neem dat ik geen vrolijke roman ga lezen; om de humor moet je het niet doen. Maar dat wil niet zeggen dat het geen roman is die lekker wegleest. Anna Enquist is gewoon een zeer bedreven schrijfster en wat ze schrijft is altijd van belang. De titel kan ik helaas niet thuisbrengen.

Wat ik wel interessant vind is het verschil tussen deze roman en een andere roman die ik laatst gelezen heb. In beide romans gat het een deel van het verhaal over het op knappen staan van het huwelijk. Die andere roman is Stromboli van Saskia Noort. Zonder dat ik er precies de vinger op kan leggen waar het door komt, voelt de beschrijving van het huwelijksleed in Enquists roman als zeer diepzinnig, en van Saskia Noort als heel oppervlakkig. Is het omdat Enquist dat gevoel van depressie zo goed weet op te roepen of omdat Saskia Noort het bij oppervlakkige seks houdt? Ik weet het niet maar het blijft me fascineren.

Esther Gerritsen – De Trooster; Quasimodo?

Halverwege juli gingen Josien en ik naar een hotel in Boxmeer. Het bleek één van de leukste hotels te zijn die ik ooit in Nederland tegengekomen ben. Een tot hotel verbouwd klooster. We sliepen in de kamers waar vroeger de nonnen hadden geslapen. Men had zoveel mogelijk van het oude in stand gehouden. De serene sfeer was gebleven terwijl het toch een vrij chique hotel was. Een zeer kundige vrouw van de historische vereniging van Boxmeer gaf ons een rondleiding en vertelde over wat er zoal te zien was. Het klooster bleek bewoond te zijn geweest door een zwijgende orde die nauwelijks contact met de buitenwereld toestond. Een portierster regelde via een ingenieus systeem, het noodzakelijke contact. Ik moest erg denken aan mijn recente verblijf in het klooster toen ik Esther Gerritsens laatste roman ‘De Trooster’ las. Een sfeer die je niet snel zult vinden in de moderne Nederlandse literatuur. Ik hou er wel van.

Het klooster waar de roman zich afspeelt, doet dienst als retraitecentrum. Mensen die zich overspannen voelen of even een stapje terug willen doen, kunnen er terecht. Verzorgd door de broeders komen de gasten tot rust zodat ze hun wereldlijke taak weer beter aankunnen. In dit klooster is hoofdpersoon Jacob de koster. Hij onderhoudt het kloostergebouw en de kloostertuin en hij zorgt dat alles klaarstaat voor de verschillende diensten in de kloosterkerk. Jacob is geen broeder. Hij wordt geaccepteerd in het klooster. Jacob ziet vooral zijn eigen gebreken. Doordat er iets tijdens zijn geboorte mis ging is een deel van zijn gezicht misvormt. Hij heeft het gevoel niet te bestaan in het klooster. Eigenlijk is hij er niet maar toch wel. Als een ware Quasimodo heeft hij zich in het klooster gevestigd. Zijn Esmeralda komt ook maar dan in de vorm van een ex-staatssecretaris die door malversaties zijn post is geraakt en moest vertrekken.

Henry Loman heet de ex-staatssecretaris. Op een dag komt hij aan in het klooster en de eerste persoon die hij daar ziet is Jacob. Omdat Henry geen idee heeft hoe of wat alles geregeld is in het klooster, is Jacob even goed een persoon waar hij mee om kan gaan als alle andere broeders. Henry Loman brengt reuring in het klooster. Door zijn onbevangenheid in het klooster en nieuwsgierigheid naar de betekenis van de rituelen. Maar ook omdat hij zich aan God noch gebod iets gelegen laat liggen. Jacob vervult al snel de rol van uitlegger van al het mystieke. Loman vindt rust in het doen van klusjes. Aldus groeien de twee mannen naar elkaar.  Als Jacob zich even verlaten voelt door Henry, zegt één van de broeders dat wat Jacob voelt, liefde is….Esmeralda? Maar dan komt ook de vrouw en kind van Henry op de proppen. Een bedreiging van de vriendschap. Hoewel Jacob er alles aan doet om er een stokje voor te steken dat Henry weer teruggaat naar zijn vrouw en kind, zien ook zij Jacob als een waar mens. Als een gemankeerd mens, maar wie is dat niet?

De Trooster is een boek dat je lekker wegleest. Het is zeker niet de beste roman van Esther Gerritsen maar toch zeer lezenswaardig. Dat geldt eigenlijk alles wat deze schrijfster schrijft?

Wat ik in ieder geval fijn vind om te lezen is dat ze met respect over de kloostergemeenschap schrijft. Ik vind het belangrijk dat mensen gerespecteerd worden ook al denken en geloven ze heel anders dan wij. Dat doet Esther Gerritsen goed. Ze heeft zich ook goed ver iept in het kloosterleven en presenteert het kloosterritme als vanzelfsprekend. Ik zie geen huichelachtigheid of misbruik waar nu steeds zo vaak naar wordt teruggegrepen; De kloosterlingen zijn wie ze zijn en verder niets.