Categoriearchief: Literatuur

Turks Fruit op de planken

Turks Fruit van Jan Wolkers heeft er, in een ver verleden, voor gezorgd dat ik van Nederlandse literatuur ben gaan houden. Toen ik het boek uit had destijds, wilde ik het meteen opnieuw lezen. Ik was een paar weken in de rouw omdat de hoofdpersonen zomaar uit mijn leven verdwenen waren. Ik was er echt kapot van. Wolkers was voor mij een liefdesgoeroe. Op schrijversgebied imiteerde ik Wolkers en kon maar niet vatten waarom alles wat ik opschreef op geen enkele manier voelde zoals hij het schreef. Ik bedacht dat dat misschien aan de liefde lag die ik op dat moment nog nooit als zodanig had gesmaakt. Ik was gewoon een klein jongetje. Maar hoe dan ook, Turks Fruit maakte heel erg veel in mij los. Hier op deze site heb ik er al best veel over geschreven.

Ik ben in de tussentijd opgegroeid, volwassen geworden. Ik geniet de liefde met volle teugen. Ik heb kinderen gekregen en grootgebracht en ik heb veel gelezen. Turks Fruit is hetzelfde gebleven. Als je de eerste bladzijde opslaat ligt de ik-figuur nog steeds op bed en trekt zich vervolgens af bij een foto van zijn geliefde Olga die hem verlaten heeft… De letters, de woorden, de zinnen, de hoofdstukken en de roman is onveranderd gebleven, maar toch ook weer niet. Bij het lezen van de roman spelen zowel de roman als de lezer een cruciale rol. De roman brengt wat teweeg in het brein van de lezer. Turks Fruit heeft op mij nu een andere invloed dan toen ik het halverwege de jaren zeventig voor het eerst las. Ik vraag me nu andere dingen af als ik de roman lees dan dat ik toen deed. Niet alleen ik ben heel erg veel jaartjes ouder geworden, de maatschappij is in die tussenliggende jaren ook nogal verandert.

Turks Fruit is niet alleen voor mij een mijlpaal geweest, ook voor de maatschappij. De roman was de verwoording van een ongekend gevoel van bevrijding. Power Flower ten top. Daarom werd de roman verfilmd en daarom werd de film ook nog eens, in de volledige westerse wereld, een ongekend succes. In de film, die enkele jaren na het verschijnen van de roman werd gemaakt, zie je al enkele verschuivingen. Aanpassingen aan de tijdgeest. In 2005 werd van Turks Fruit een musical gemaakt. De kern van de roman bleef overeind (zeg maar: boy meets girl), maar verder werd alles zo’n beetje aan de tijdgeest aangepast. De verschillen die ontstaan in mijn brein tussen hoe ik toen, als vijftienjarige de roman las of nu als zestigjarige, zien we bijna op dezelfde manier terug in hoe de maatschappij de roman beleeft en ermee omgaat. Over de perceptie van de roman door de jaren heen, heeft Margot van Riel een bijzonder leesbare masterstudie gedaan en die heb ik op onverklaarbare manier in mijn bezit gekregen.

Ze zou weer aan de bak kunnen want er is nu een toneelbewerking op de planken gebracht van Turks Fruit. Ik las van het weekend het interview met de makers. Nu lees ik de recensie. Was het zo dat Olga in de roman regelmatig half in slaap, ‘genomen’ werd en mocht ze van de hoofdpersoon zoveel taartjes maken en eten als ze wilde, in de toneelbewerking bepaalt ze dat wel zelf. Olga is geëmancipeerd. Zij wil seks…of niet. Over de taartjes heeft hij geen enkele zeggenschap (denk ik, want dat staat niet in de recensie).

Eén ding is de constante door alle jaren heen, dat is de liefde. Maar jongens wat is de man-vrouw verhouding verschrikkelijk positief gewijzigd door de jaren heen!

Jaap Robben – Zomervacht; een asociaal mooie roman.

Ik heb een prachtig boek inmiddels al een week geleden uitgelezen. Ik zou er graag over schrijven en de wereld laten weten hoe mooi ik het vind. Inmiddels is dit de vierde poging om over dit boek iets op te schrijven. Ik heb het er erg moeilijk mee. Het boek is fantastisch geschreven, daar niet van. De personages zijn levensecht. De plot is indrukwekkend. Wat houdt mij tegen? De vader in het boek. Die houdt mij tegen. Dat karakter is echt puur negatief en lijkt als twee druppels water op mijn eigen pa. Behalve dat mijn pa nog heel veel meer zoop en nog veel grensoverschrijdender was en we best blij mogen zijn dat hij al heel lang dood is. Andere kwalijke eigenschappen, zoals het nooit nemen van verantwoordelijkheid, doelgericht achter geld aanjagen waarbij enige moraal geen enkele rol van betekenis speelt, er nooit zijn als je nodig bent, het naar beneden halen van andere mensen; ik herken het. Het maakte me misselijk. Met horten en stoten heb ik me door het boek heengelezen. Ik kon die romanfiguur wel wurgen. Ik had er zoveel moeite mee. Misschien juist wel doordat het zo superieur geschreven is. Misschien wel juist doordat de karakters zo goed zijn gaan leven. In die zin is de roman ‘Zomervacht’ van Jaap Robben een absolute aanrader.

Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van puber Brian die samen met zijn asociale pa en twee honden op een soort semi industrieel stacaravanterrein woont. Zijn moeder is van pa gescheiden en gaat op huwelijksreis met haar nieuwe partner. Juist op dat moment kan het tehuis waar meervoudig gehandicapte broer Lucien verblijft hem twee weken niet verzorgen. Omdat er een vergoeding tegenover staat, wil pa de verzorging wel even overnemen. Die verzorging gaat pa, uiteraard, niet zelf doen, maar laat hij over aan puberzoon en hoofdpersoon Brian. Ondertussen komt leraar Emile ook op het terrein wonen; het lijkt erop alsof hij grote relatieproblemen heeft en uit huis gezet is. Pa int via Brian de huur. Emile wordt, volgens pa, hun ‘pinautomaat’. Er ontstaat een soort vriendschap tussen Emile en Brian. Emile is behulpzaam en invoelend voor Brian; hij ziet voor welke onmogelijke taak hij gesteld is en probeert hem bij die taak te helpen en te begeleiden. Het loyaliteitsconflict van Brian tussen pa en Emile zie je groeien.

Brian is in het tehuis van broer een beetje verliefd geworden op een bewoonster. Misschien is hij meer pubergeil dan verliefd. Een verboden liefde die hij stiekem smaakt terwijl broer Lucien aan zijn bed vastgebonden alleen thuis ligt. Het drama zie je zich langzaam voltrekken. Als invoelend mens is dat nauwelijks te verdragen. Tenminste, ik had er behoorlijk wat moeite mee. Helemaal omdat pa alleen opdaagt als hij er voordeel uit kan halen. Zogenaamd is hij de hele dag aan het werk, maar wat hij in het echt doet, komen wij niet te weten. Er is in ieder geval altijd een groot tekort aan geld. Als de financiële nood echt aan de man komt – pa betaalt de huur niet en heeft de huur die hij bij Emile inde ook in eigen zak gestoken – dan probeert hij alles wat los en vast zit te verkopen. Vooral de spullen van Brian.

In het vorige boek – Birk – dat ik van Robben gelezen heb, ging het om de gemankeerde verhouding tussen moeder en zoon, in ‘zomervacht’ om de foute verhouding tussen vader en zoon. Over ‘Birk’ was ik zeer te spreken. Bij ‘Zomervacht’ lijk ik zelf betrokken. De problemen waar de moederfiguur in ‘Birk’ te maken had, verschilt compleet van de problematiek van de vaderfiguur in ‘Zomervacht’.

Zo, heb ik toch wat opgeschreven over deze zware, maar heel erg fantastische roman. Ik MOET gewoon elk boek van Jaap Robben lezen. Fijn dat hij ons zijn verhalen schenkt! LEZEN!!!

Jaap Robben – Birk; een kleine grote roman

Toen we er 8 jaar geleden voor het laatst waren, vonden we het eigenlijk al verpest. Datgene wat we op Kleppe zochten, daar aan die fjord in zuid Noorwegen, dat was verleden tijd. Wat we zochten was voor even het gevoel te hebben dat we alleen op de wereld waren en dat we het helemaal met onszelf moesten zien te rooien. Eén keer per dag een schapenboer die van het dorp aan de overzijde van de fjord kwam overvaren om te kijken of alles nog goed ging met zijn schaapjes die door prikkeldraad noch gaas gehinderd konden grazen waar ze wilden. Op dat eenzame paradijs stond een piepklein houten boerderijtje waar wij onze vakantie mochten doorbrengen. De zomervakantie, want tijdens de andere vakanties was het boerderijtje door stadsmensen zoals wij zijn niet te bereiken. Om er te komen reden we van Flekkefjord naar het gehucht Fiedsel. Daar konden we onze auto parkeren en laadde we onze rugzakken op onze schouders. Daarna een wandeling van drie kwartier door een betrekkelijk onherbergzaam landschap. Met paadjes die nauwelijks zichtbaar waren, over half vergane planken door een moeras. Glibberend over de Noorse rotsen. We voelden ons daar helemaal thuis. Helemaal weg van alle stadse onrust. Hoewel de temperatuur soms in de zomer best aardig was, namen we de vele regen voor lief. Ons paradijsje in het zuiden van Noorwegen.

Ik moest een beetje denken aan deze afgelegen plek bij het lezen van de roman Birk van Jaap Robben. Toch heel anders. De sfeer van afgelegen en ver van de bewoonde wereld is hetzelfde maar onze vakantiestemming ontbreekt in de roman helemaal. Waar onze plek daar in de leegte van Noorwegen een omgeving is vol vrolijke associaties, is het eiland van Mikael, de hoofdpersoon in Birk, één grote dreiging. Dat begint al meteen op de eerste bladzijde waar de hoofdpersoon getuige is van de verdrinking van zijn vader Birk. Mikael ziet zijn vader niet meer bovenkomen nadat hij hem van de verdrinkingsdood heeft gered toen hij zijn bal uit de zee wilde halen. Omdat Mikael zijn vader niet dood en verdronken heeft gezien, blijft er iets van hoop op een levende terugkeer mogelijk. Maar wij als lezer weten wel beter. Na het verdrinken van vader blijven er drie levende mensen achter op het eiland plus twee doden; Birk en de oude mevrouw Augusta. De drie levenden, Mikael, zijn moeder Dora en de oude visser Karl. Deze personages gaan het gevecht aan met het kleine eiland. Af en toe een interventie van de boot die voorraad aflevert en een enkel uitstapje naar het stadje aan de overkant van het water.

De beklemming en de dood zijn er al meteen. Ook de schuldgevoelens. Hoewel hij bij de verdrinkingsdood van zijn vader nog maar negen jaar oud is, beseft hij heel goed dat hij gered werd door zijn vader omdat Mikael zijn bal uit het water ging halen. De dood van Birk heeft beklemmende gevolgen voor de relatie moeder en zoon. Langzamerhand eist moeder dat de opgroeiende Michael de plaats inneemt van zijn vader. Daarin gaat moeder erg ver. Ondertussen probeert visser Karl bij zowel moeder als zoon tevergeefs toenadering te zoeken. Ondertussen ontwikkelt Mikael zich tot volwassen mens. Daarbij speelt het vervallen huis van de overleden mevrouw Augusta een belangrijke rol.

Ik heb het gevoel dat ik een nieuwe schrijver heb ontdekt in Jaap Robben. Een rasverteller die sfeer fantastisch weet op te roepen. Hij is begonnen als kinderboekenschrijver, maar dat is zeker geen slecht voorteken. Joke van Leeuwen is zo ook begonnen en is één van mijn favorieten op dit moment. Heldere taal, realistische dialogen en een spannend, beetje horror-achtig verhaal. Een kleine maar heel grote roman!

Anna Enquist – Want de avond; verlies, verdriet en ellende

In mijn pubertijd las ik veel. Heel veel. Ik vluchtte van het ene boek in het andere. Elke wereld anders dan de mijne leek leuker en aantrekkelijker. Kinderboeken las ik weinig; ik stootte meteen door naar het zwaardere literaire werk. Daar was ik eigenlijk nog veel te jong voor, denk ik nu. Maar toen vond ik van niet. Ik las het oeuvre van Wolkers en Hermans in zijn geheel. Ook alle essays. Woord voor woord spelde ik Hermans’ essay over Wittgenstein. Woorden die nooit zinnen werden, laat staan betekenis kregen; maar het was van Hermans en alleen daarom al de moeite waard. Kinderboeken…nee, die las ik niet. Of…ja, toch. Deeltjes van een serie waarvan ik nu de titels niet meer weet, laat staan de schrijfsters. Later hadden Josien en ik het wel eens over die puberboekjes en zij wist meteen waar ik het over had: De Zweedse kommer en kwel serie. Boekjes waarin de ellende van de puberende hoofdpersoon niet te overzien was. Geslagen door haar vader, aangerand door de buurjongen om vervolgens te ontdekken dat ze lesbische gevoelens hebt voor d’r lerares Engels terwijl haar muziekleraar steeds naar d’r tieten kijkt en haar probeert te verleiden. Dat soort verhalen dus. Aan deze kommer en kwel serie moest ik een heel klein beetje denken toen ik het laatste boek van Anna Enquist las. Qua ellende kan het niet op.

De roman ‘Want de avond’ gaat over afscheid en rouwverwerking. Waar kan het anders overgaan bij Anna Enquist? Het is een vervolg op haar eerdere roman ‘Kwartet’ waarin een crimineel de woonboot van musicerende mensen binnendringt en ellende veroorzaakt. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief Carolien en haar echtgenoot Jochem de celliste en de altviool van het kwartet. Aan het begin van de roman is Carolien vervallen tot apathie. Ze zit thuis en doet eigenlijk helemaal niets meer. Ze is haar rechterpink kwijtgeraakt, daardoor kan ze niet meer op haar cello spelen. Bovendien vindt ze niet dat ze haar werk als huisarts voort kan zetten omdat alle mensen zullen gruwen van haar verminkte hand, denkt ze. Daartegenover staat haar echtgenoot Jochem. Hij begraaft zich in zijn werk als vioolbouwer. Het atelier aan huis dat hij had, heeft hij ingeruild voor een beter te beveiligen ander atelier. Het is duidelijk dat het huwelijk tussen Carolien en Jochem uitermate gespannen is. Carolien en Jochem hebben in het verleden twee zoons gehad, maar die zijn al een tijd geleden omgekomen bij een busongeluk op schoolreis. De kamers van de jongens zijn nog intact. Carolien had vroeger de ambitie om celliste te worden, maar was niet goed genoeg, daarom werd ze huisarts. Afscheid en verdriet alom.

De andere leden van het kwartet, de eerste en de tweede viool, Hugo en Heleen, zijn hun eigen weg gegaan en hebben nauwelijks nog contact met Carolien en Jochem of met elkaar. Behalve dat ze samen in het kwartet speelde, was Heleen verbonden aan de huisartsenpraktijk als verpleegkundige en was ze Caroliens beste vriendin. Ze speelden destijds op de boot van Hugo, maar die boot is vernield tijdens de overval door de crimineel. Heleen is verpleegkundige geworden bij een fitness-keten en Hugo probeert allerhande muziekevenementen van de grond te krijgen in China. Heleen voelt zich erg schuldig omdat zij correspondeerde met de crimineel toen hij nog in de gevangenis zat en meer met hem gedeeld heeft dan men haar had geadviseerd.

Aldus de stand van zaken aan het begin van de roman.

Carolien reist naar Hugo in China omdat ze te horen krijgt dat hij daar geld zoekt om violen te bestellen bij Jochem. In China bij Hugo, leert ze Max kennen. Als arts bekommert hij zich over verschoppelingen in diverse weeshuizen. Carolien reist met Max mee om te helpen. Maar ze worden verliefd en beginnen een verhouding. Maar na een reis die het begin leek van iets nieuws, beëindigd Max de relatie omdat hij verantwoordelijkheid voelt voor vrouw en zwaar gehandicapt kind. Weer terug in Nederland overlijdt haar ouden cello-leraar bij wie ze gestudeerd heeft en met wie ze sindsdien altijd innig bevriend is gebleven. Ze erft zijn uitermate kostbare cello.

Terwijl het proces eraan komt waarin ze alle vier moeten getuigen tegen de crimineel, pakt Carolien het cellospelen weer op. Tijdens het proces voelen de leden van het kwartet zich als naïeve kinderen weggezet. Maar erna gaan ze met z’n vieren uit eten en lijkt er iets terug te komen van de intimiteit en saamhorigheid die ze zoveel jaren samen als kwartet hebben gehad.

Een boek met heel veel ellende, kortom, maar met een onverwacht positief eind. Ik weet inmiddels dat als ik een boek van Anna Enquist ter hand neem dat ik geen vrolijke roman ga lezen; om de humor moet je het niet doen. Maar dat wil niet zeggen dat het geen roman is die lekker wegleest. Anna Enquist is gewoon een zeer bedreven schrijfster en wat ze schrijft is altijd van belang. De titel kan ik helaas niet thuisbrengen.

Wat ik wel interessant vind is het verschil tussen deze roman en een andere roman die ik laatst gelezen heb. In beide romans gat het een deel van het verhaal over het op knappen staan van het huwelijk. Die andere roman is Stromboli van Saskia Noort. Zonder dat ik er precies de vinger op kan leggen waar het door komt, voelt de beschrijving van het huwelijksleed in Enquists roman als zeer diepzinnig, en van Saskia Noort als heel oppervlakkig. Is het omdat Enquist dat gevoel van depressie zo goed weet op te roepen of omdat Saskia Noort het bij oppervlakkige seks houdt? Ik weet het niet maar het blijft me fascineren.

Esther Gerritsen – De Trooster; Quasimodo?

Halverwege juli gingen Josien en ik naar een hotel in Boxmeer. Het bleek één van de leukste hotels te zijn die ik ooit in Nederland tegengekomen ben. Een tot hotel verbouwd klooster. We sliepen in de kamers waar vroeger de nonnen hadden geslapen. Men had zoveel mogelijk van het oude in stand gehouden. De serene sfeer was gebleven terwijl het toch een vrij chique hotel was. Een zeer kundige vrouw van de historische vereniging van Boxmeer gaf ons een rondleiding en vertelde over wat er zoal te zien was. Het klooster bleek bewoond te zijn geweest door een zwijgende orde die nauwelijks contact met de buitenwereld toestond. Een portierster regelde via een ingenieus systeem, het noodzakelijke contact. Ik moest erg denken aan mijn recente verblijf in het klooster toen ik Esther Gerritsens laatste roman ‘De Trooster’ las. Een sfeer die je niet snel zult vinden in de moderne Nederlandse literatuur. Ik hou er wel van.

Het klooster waar de roman zich afspeelt, doet dienst als retraitecentrum. Mensen die zich overspannen voelen of even een stapje terug willen doen, kunnen er terecht. Verzorgd door de broeders komen de gasten tot rust zodat ze hun wereldlijke taak weer beter aankunnen. In dit klooster is hoofdpersoon Jacob de koster. Hij onderhoudt het kloostergebouw en de kloostertuin en hij zorgt dat alles klaarstaat voor de verschillende diensten in de kloosterkerk. Jacob is geen broeder. Hij wordt geaccepteerd in het klooster. Jacob ziet vooral zijn eigen gebreken. Doordat er iets tijdens zijn geboorte mis ging is een deel van zijn gezicht misvormt. Hij heeft het gevoel niet te bestaan in het klooster. Eigenlijk is hij er niet maar toch wel. Als een ware Quasimodo heeft hij zich in het klooster gevestigd. Zijn Esmeralda komt ook maar dan in de vorm van een ex-staatssecretaris die door malversaties zijn post is geraakt en moest vertrekken.

Henry Loman heet de ex-staatssecretaris. Op een dag komt hij aan in het klooster en de eerste persoon die hij daar ziet is Jacob. Omdat Henry geen idee heeft hoe of wat alles geregeld is in het klooster, is Jacob even goed een persoon waar hij mee om kan gaan als alle andere broeders. Henry Loman brengt reuring in het klooster. Door zijn onbevangenheid in het klooster en nieuwsgierigheid naar de betekenis van de rituelen. Maar ook omdat hij zich aan God noch gebod iets gelegen laat liggen. Jacob vervult al snel de rol van uitlegger van al het mystieke. Loman vindt rust in het doen van klusjes. Aldus groeien de twee mannen naar elkaar.  Als Jacob zich even verlaten voelt door Henry, zegt één van de broeders dat wat Jacob voelt, liefde is….Esmeralda? Maar dan komt ook de vrouw en kind van Henry op de proppen. Een bedreiging van de vriendschap. Hoewel Jacob er alles aan doet om er een stokje voor te steken dat Henry weer teruggaat naar zijn vrouw en kind, zien ook zij Jacob als een waar mens. Als een gemankeerd mens, maar wie is dat niet?

De Trooster is een boek dat je lekker wegleest. Het is zeker niet de beste roman van Esther Gerritsen maar toch zeer lezenswaardig. Dat geldt eigenlijk alles wat deze schrijfster schrijft?

Wat ik in ieder geval fijn vind om te lezen is dat ze met respect over de kloostergemeenschap schrijft. Ik vind het belangrijk dat mensen gerespecteerd worden ook al denken en geloven ze heel anders dan wij. Dat doet Esther Gerritsen goed. Ze heeft zich ook goed ver iept in het kloosterleven en presenteert het kloosterritme als vanzelfsprekend. Ik zie geen huichelachtigheid of misbruik waar nu steeds zo vaak naar wordt teruggegrepen; De kloosterlingen zijn wie ze zijn en verder niets.

Saskia Noort – Stromboli; Leest heerlijk weg, maar…

Op de middelbare school was er een groep meiden waar ik het liefst bij uit de buurt bleef. Meisjes gaven mij toch al snel het gevoel dat ik op het randje van de vulkaan liep, maar die groep meiden, daar was ik pas echt bang voor. Ik had het idee dat ik om alles door hun uitgelachen en vernederd zou worden…het idee?..ik wist dat zeker. Ze stonden bij elkaar, lachten met elkaar, feesten met elkaar, dronken met elkaar en gingen met elkaar naar de disco. Feestbeesten. Op veel terrein voorloopsters, dacht ik. Terwijl mijn vriendjes en vriendinnetjes vaag droomde van liefde en seks, kreeg je het idee dat voor dat groepje vriendinnen geen taboe meer bestond. Verlegenheid en gêne kwam niet voor in hun gevoelsleven terwijl ik er vol mee zat. Mijn te grote voeten en handen, mijn geschonden gebit, mijn puistjes; het maakte mijn leventje in die dagen tot een hele uitdaging. Maar die meiden in dat groepje hadden daar schijnbaar geen enkele last van. Ik benijdde ze en ik begeerde ze (want ze waren allemaal best knap) en ik haatte ze, vanwege hun vermeende oppervlakkigheid. In dat groepje van oppervlakkige, drinkende, feestende meiden situeer ik Saskia Noort. Doe ik haar daarmee tekort? Ik weet het niet. Zelfs haar eerste niet-thriller-roman straalt, in zekere zin, oppervlakkigheid uit, ondanks het zware onderwerp. De oppervlakkigheid die ik in dat groepje feestbeestende meiden dacht te zien.

Net als haar andere boeken, leest haar nieuwe roman ‘Stromboli’ als een trein. Saskia Noort is een begenadigd vertelster. Het boek leeft en bruist en je leest jezelf van de ene stroomversnelling naar de volgende. Noort is een absolute vakvrouw; ook dit boek is een belevenis. Maar toch…het voelt ergens wat oppervlakkig zonder dat ik precies kan aangeven waar ‘em dat nou precies in zit.

In de Volkskrant van enkele maanden geleden tijdens één van de hoogtepunten van de #metoo discussie, las ik in de Volkskrant een stukje van Saskia Noort waarin ze vertelde hoe ze op haar veertiende werd verkracht. Dit stukje vond ik vrijwel letterlijk als laatste hoofdstukje in de roman Stromboli. Nu niet geschreven door de schrijfster Saskia Noort, maar door het romanpersonage Sara Zomer uit ‘Stromboli’ ; net als Saskia Noort een zeer succesvolle schrijfster. Of je het nu wilt of niet, schrijfster en romanpersonage passen in deze roman behoorlijk op elkaar, zo lijkt het. Uiteindelijk doet dat niet ter zake want het gaat om de roman en niet om de schrijfster, maar toch heeft dat zo z’n invloed op je als je het boek leest.

De succesvolle schrijfster Sara Zomer vindt zichzelf in een vreugdeloos huwelijk met de grote, maar veel minder succesvolle, schrijver Karel. Ze hebben twee thuiswonende kinderen en vormen samen met de hond het ideale gezinsplaatje. Sara en Karel hebben samen een kolom waarin ze verslag doen van hun mooie huwelijk en hun gezamenlijke leven. Maar ietsje dieper dan dit oppervlakkige verhaal blijkt het huwelijk een puinhoop. Karel is een problematische drinker, maar ook Sara houdt best van wat drank. Sara heeft een affaire met de mannelijke helft van een bevriend echtpaar. Bevredigende seks binnen hun huwelijk hebben ze niet; Sara laat Karel af en toe zijn gang gaan… De bewondering en adoratie die Sara voor Karel ooit had, is omgeslagen in regelrechte haat en ze ziet geen andere mogelijkheid dan van hem te scheiden. Als de affaire van Sara bekend wordt en ze alleen gaat wonen, raakt Sara geïsoleerd; zelfs haar kinderen benaderen haar vol verwijten. Daarom gaat ze op retraite naar het vulkaaneiland Stromboli. Daar wordt het haar steeds duidelijker dat de verkrachting in haar puberteit nog steeds een grote rol in haar leven speelt. Ze ontdekt dat haar seksuele leven zwaar lijdt onder de vernedering van destijds.

Tijdens de eerste weken van de scheiding lezen we de column die ex-echtgenoot Karel schrijft als intermezzo’s in de roman; nu gaat het niet over het succesvolle huwelijk maar over de, schijnbaar, gelukkige kant van de scheiding. De column met hun tweeën over hun huwelijk was vals, de column die hij in zijn eentje schrijft is vals. Aan het eind van het boek lezen we de laatste column van Sara en dat is de eerste eerlijke… Met deze column eindigt het boek en als ik eerlijk ben had Saskia Noort die column weg mogen laten. Hij kwam bij mij over als een koude douche; het ontkrachtte het verhaal. Ondanks de eerlijkheid.

Het valt mij op dat de hoofdpersoon voortdurend op zoek is naar drank. De wijntjes, borrels, biertjes; ze gaan erin als Gods woord in een ouderling. De retraite was juist bedoeld om je te onthouden van alle geneugten van het leven en jezelf te vinden in allerhande vage therapieën. Wat mij opvalt is de vreugdeloosheid van seks. Saskia Noort beschrijft de seks uitermate expliciet. Bijna Wolkeriaans. Maar het is liefdeloos en vreugdeloos; als functies van het lichaam en sensaties van het lichaam. Sara laat zich vaak bijna willoos neuken. Ze wil lichamelijke nabijheid, zoekt dat op, maar beleeft weinig plezier als puntje bij paaltje komt. Ik moet zeggen dat ik dat best verwarrend vond; feitelijk gaat ze met alle mannen naar bed die ook maar even aandringen. Vervolgens spoelt ze het weg met liters sterke drank. Dat gevoel hou ik eraan over.

Al met al een lekker boek om te lezen. Ondanks het zware onderwerp hou je een smaak van oppervlakkigheid. Die smaak kan ik niet echt duiden. Stromboli van Saskia Noort is en blijft een aanrader want, jongens, wat leest dat boek lekker weg!

Frits’ Librisliteratuurprijs 2018

Ik heb dus niet voor niets alle boeken die op de shortlist van de Librisliteratuurprijs gelezen; ik ga de prijs zelf uitreiken. Zonder dat er een geldbedrag aan vast zit. Ik begrijp de teleurstelling, maar deze jongen heeft wel een mening maar geen geld… Het gaat dus allemaal om de eer. Er kan uitgebreid over mijn eindoordeel worden gecorrespondeerd, maar veranderen zal het niets; de uitslag staat vast; het is mijn mening. De boeken waar het om gaat in de volgorde van een willekeurige website waarop de genomineerden staan:

  • Martin Michael Driessen – De pelikaan
  • Peachez, een romance – Ilja Leonard Pfeijffer
  • Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken – Arjen van Veelen
  • En we noemen hem – Marjolijn van Heemstra
  • De heilige Rita – Tommy Wieringa
  • Wees onzichtbaar van Murat Isik

Ik heb ze allemaal gelezen en over allemaal een stukje geschreven. Nu zet ik deze boeken tegenover elkaar en geef dus mijn oordeel…

Op de laatste plaats een zielloos boek dat bol staat van de pretenties en dat voor een groot deel gaat over een de hemel ingeschreven vroeg overleden schrijversvriend die ook al nauwelijks succes kende als schrijver. Een boek dat ik met zeer veel moeite uit kreeg en waarvan ik me bevrijd voelde toen ik de laatste bladzijde omsloeg: Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken van Arjen van Veelen. Echt, helemaal niets aan!

Op de één na laatste plaats eindigt bij mij een roman die mij liet mijmeren over de vraag: Wat is literatuur precies. Wanneer spreek je over literatuur en wanneer over een…boekje. In mijn ogen is dit boek een niemendalletje. Niet onaardig geschreven, maar ook niet meer dan dat: ‘En we noemen hem’ van Marjolijn van Heemstra.

Op de middelste plek een boek dat ik geboeid heb gelezen. Maar nog teveel los zand. Nog teveel een uitwaaieren naar verschillende kanten. Maar wel een belofte voor de toekomst! Ik zal de schrijver van de roman ‘Wees onzichtbaar’, Murat Isik, zeker blijven lezen. Tussen de groten nog een dwerg, maar hij groeit!

Toch nog brons: Peachez, een romance van Ilja Leonard Pfeijffer. Een bijzonder boeiend geschreven roman over de ondergang van een hoogleraar latinistiek van het vroege Christendom die zijn ‘Der Blaue Engel’ vindt in het pornosterretje Sarah Peachez. Tevens een prima beschouwing over het fenomeen ‘werkelijkheid’. Ik heb het boek met heel veel plezier gelezen.

Dan de eerste en de tweede prijs. Ik heb het er moeilijk mee. Ik moet echt kiezen want beide romans zijn zo verschrikkelijk goed. Beiden subliem geschreven en met een inhoud die ertoe doet. Aan mijn kant geen lafheid, dat is het niet; de keuze is echt moeilijk! Omdat ik toch een keuze moet maken omdat er maar één mijn prijs kan krijgen, zet ik de fantastische roman ‘De Pelikaan’ van Martin Michael Driessen op de tweede plek. Dat is zuur, maar het beste dat ik kan doen. Een prachtige roman die zich grotendeels afspeelt aan de vooravond van de grote Balkanoorlog.

De eerste prijs gaat wat mij betreft naar De Heilige Rita van Tommy Wieringa. Een prachtig geschreven roman dat zich in de Achterhoek afspeelt. Ik was in de rouw toen ik de roman uit had en had het er moeilijk mee om de personages los te laten. Laten we niet meer zeuren over de eerste en de tweede prijs en dat ik niet kan kiezen: De Heilige Rita heeft gewonnen. Tommy Wieringa, gefeliciteerd! (Over jouw dubieuze politieke opvattingen spreken we later nog wel eens…)

Arjan van Veelen – Aantekeningen over het verplaatsten van Obelisken; Niet mijn boek.

Ik heb het uit! Het koste wat moeite, maar het is gelukt. Een volkomen zielloos boek dat stijf staat van de pretenties. Je snapt niet hoe het uitgegeven kon raken. Een boek dat je geenszins voor je plezier leest. Groot is dan ook mijn verbazing dat dit boek op de shortlist terecht is gekomen van de Librisliteratuurprijs. Geen idee hoe die commissie redeneert. Ietsje van dit soort, ietsje van dat…Zoiets moet het gegaan zijn. Literatuur moet bezieling hebben. Een moeilijk uit te leggen begrip, maar essentieel. Bezieling is een moeilijk te beschrijven grootheid, maar een roman, een verhaal of gedicht moet het hebben. Kunst moet het hebben. Dat maakt kunst de moeite waard. Natuurlijk moet er vorm en inhoud zijn, maar die bezieling, daar gaat het uiteindelijk om. Bij literatuur is het de kunst om de inhoud van een verhaal op zo’n manier te vertellen dat het tot leven komt. Dat is de essentie van literatuur. Die bezielingsschakel ontbreekt in deze roman en daarmee zakt het boek, ondanks de vorm en ondanks de inhoud, volkomen in elkaar en wordt het een waar gevecht om het te lezen.

De hoofdpersoon gaat op zoek naar de tombe en het gebalsemde lichaam van Alexander de Grote in Alexandrië in Egypte. In deze plaats volgt hij een paar sporen naar het graf en bezoekt en onderzoekt hij de plekken die ooit beroemd waren zoals de vuurtoren en de bibliotheek. Tijdens zijn verblijf in Alexandrië denkt hij terug aan zijn vriendschap met de vroeg overleden Vlaamse schrijver Thomas Blondeau. De hoofdpersoon werd in alles overvleugeld door zijn vriend. De hoofdpersoon kijkt verschrikkelijk op tegen de zo vroeg overleden schrijversvriend die hij steevast Tomas noemt in plaats van Thomas. Als de hoofdpersoon aan komt zetten met een favoriete schrijver of dichter dan weet Tomas een andere schrijver of dichter die veel hoger scoort. Tot aan de dichter Vasalis. Als Tomas Vasalis afbrandt, dan erkent de hoofdpersoon Tomas’ zijn gezag niet meer. Tomas heeft bereikt wat de hoofdpersoon nog niet bereikt heeft; Tomas heeft drie fantastische romans uitgegeven. Niet dat ze gelezen worden of dat ze ook maar enig succes hebben, hij heeft ze wel uitgegeven…

Arjen van Veelen heeft klassieke talen gestudeerd en dat laat hij weten ook. Behoorlijk uitleggerig of juist het tegenovergestelde. Hoe dan ook; geen feest om het te lezen. Ik heb aan deze roman te veel tijd besteed maar omdat ik alle boeken die genomineerd waren voor de Librisliteratuurprijs wilde lezen om zelf een oordeel te kunnen vellen, heb ik toch de moeite genomen. Helaas.

Ondertussen ben ik aan het nieuwste boek van Saskia Noort begonnen; in het eerste hoofdstuk meer leven dan in de gehele marmeren roman van Van Veelen. Wellicht blijft Noort vaak wat aan de oppervlakte maar bij van Veelen ga je kopje onder omdat er een blok marmer aan je been zit en kom je nooit meer aan de oppervlakte.

Murat Isik – Wees onzichtbaar; Een belofte?

Ik ken de oude Bijlmer best goed. Mijn pa woonde er. Halverwege de jaren zeventig maakte ik opnieuw kennis met mijn pa. Toen ik acht was verdween hij tot mijn eindeloze verdriet uit ons leven en toen ik zo’n jaar of vijftien was, zocht ik hem weer op. Hij woonde toen op Egeldonk. Zijn min-of-meer ex-vrouw van toen, woonde met mijn half-zusje en -broertje op Kraaiennest. Omdat er van alles speelde tussen mijn pa en zijn ex-tweede leg, vond ik mijn pa dan weer in de ene en dan weer in de andere flat. De slechte naam van deze buitenwijk van Amsterdam was groeiende. Hoewel het nog niet perse een junkenwijk was in die tijd en mensen zich nog redelijk wisten te gedragen, waren de binnenstraten een crime om ’s avonds door te lopen. Je eigen voetstapppen weergalmden door de gangen. Maar er was ruimte in huis en groen overal. Vooral ’s avonds als je uit het raam keek en de verlichte ramen van de flats tegenover je zag, dan gaf dat een gevoel van moedeloosheid. Mijn pa verzuchtte soms: ‘Daar zit je dan in je eigen vogelenkooitje’. En zo was het wel. Een wijk gebouwd vanuit idealisme en vanuit een aanname over hoe mensen zich het lekkerst en het sociaalst voelden. Een aanname die nergens op gebaseerd bleek. Hoewel ik de Bijlmer in een bepaalde periode heb gekend, ben ik er niet echt opgegroeid.

Het boek ‘Wees onzichtbaar’ van Murat Isik speelt zich af in de Bijlmer en vertelt meteen ook het verhaal van de Bijlmer. Niet helemaal vanaf het begin, maar wel tot het einde, tot de sloop. Het begin van de Bijlmer wordt verteld door meneer Rolf. De buurman van de hoofdpersoon die ooit journalist was en vanuit de vermeende prachtwijk verslag deed. Met de langzame verwording en latere verloedering van de wijk volgt meneer Rolf datzelfde pad. Hij was een van de eerste bewoners van de Bijlmer en hij verlaat al actievoerend vanuit zijn zwaar vervuilde huis, als laatste de flat, vlak voordat hij gesloopt wordt. Tegen die achtergrond groeit Metin op. Via Hamburg komt het gezin terecht in de Bijlmer. Een communistisch Zaza-gezin uit Turkije waar op dat moment de militairen aan de macht zijn. Vluchtelingen, dus. Vooral vader heeft erg veel moeite om zich aan te passen aan de gevolgen van zijn vlucht. Hij kan de Nederlandse ideeën over de man-vrouw verhouding niet begrijpen en ook bij de opvoeding van de kinderen heeft hij grote moeite om zich aan te passen.

Wat ik zelf een beetje moeilijk vind aan deze roman is dat alles wel heel fragmentarisch wordt verteld. Je zou haast zeggen dat het een reeks anekdotes is die langs de lijn van de ontwikkeling van jongetje naar man verteld worden. Een echte lijn ontbreekt. Bij zo’n soort roman zou er eventueel ook ruimte kunnen zijn voor verhaallijnen die niet netjes worden afgesloten, want zo is het leven… Persoonlijk hou ik daar niet van in een roman. In Isiks roman vind ik de verhaallijn met de collega van de supermarkt waar  Metin werkt onafgemaakt. Hij valt als een blok voor d’r. Tenminste dat lijkt zo. Hij gaat bij haar eten, vrijt met d’r en daarna…niets meer. Werd het een relatie? Was het een one-night-stand? Gingen ze uit elkaar? Je weet het niet. Waarom voer je het personage dan op? Als het alleen maar is om te vertellen dat hij voor het eerst met iemand naar bed ging, dan vind ik dat nogal mager.

In de roman gaat het veel over de relatie van Metin met zijn vader. De man wordt neergezet als een werkschuwe saloncommunist die zijn gezin met harde hand terroriseert. Alleen als hij er zelf voordeel uit kan halen, voelt hij iets voor zijn kinderen. Zijn vrouw, Metins moeder, verwijt hij een ‘vogelbrein’ te hebben. Verder is het een onverbeterlijke ijdeltuit die eindeloos lang bezig is met het borstelen en föhnen van zijn haar. Hij besprenkelt zich met de heerlijkste parfums en gaat dan de hort op om de bijstandsuitkering uit te geven aan van alles en nog wat, behalve aan het gezin. Gesuggereerd wordt dat de man er diverse liefjes op na houdt, maar dat wordt nergens echt concreet. Uiteindelijk lijkt hij even een goede richting in te slaan als hij Maatschappelijk werk gaat studeren. Na zijn afstuderen krijgt hij zelfs werk in die richting maar de man verpest alles en wordt ontslagen. Vader wordt neergezet als een grote mislukking en als Metins ouders uiteindelijk scheiden en vader terug naar Izmir gaat, wordt dat als de beste oplossing gebracht.

Een andere lijn is Dino. Op de middelbare school krijgt hij de Surinaamse jongen Dino in de klas. Een criminele pestkop die het volledig op Metin gemunt heeft. ‘Schoonmaker’ wordt Metins scheldnaam. Dino maakt het schoolleven van Metin tot een hel. Metin trekt zich helemaal terug in zichzelf. De titel van de roman ‘Wees onzichtbaar’ zal slaan op deze periode op school waarin hij zich heel klein voelt en het liefst niet gezien werd. Dit verandert als Kaya op school komt. Kaya, net als Metin geboren in Izmir, maar een onbevreesde bon vivant die meteen vriendschap sluit met Metin en zich onvervaard keert tegen Dino. De pestkop delft het onderspit. Na een aantal redelijk ernstige conflicten met, en op school wordt Dino van school gestuurd.

Ik vind het een lekker boek om te lezen ondanks dat ik nogal wat miste. Structuur, vooral. De structuur die nu als fundament onder het boek lag was lineair en weinig origineel. Allemaal verhaaltjes die ongeveer aan die lijn zijn vastgeplakt; dat moet beter kunnen. Verder was ik niet erg kapot van zijn beschrijvingen. Vooral bij het beschrijven van vrouwen en meisjes en zijn eigen opwinding daarover vond ik soms tenenkrommend clichématig.

De roman ‘Wees onzichtbaar’ is een belofte. Een belofte naar een beter en mooier gestructureerde roman waarin de cliché’s geschuwd worden maar de schrijfstijl even boeiend is. Ik heb best hoge verwachtingen. Deze roman was boeiend, maar niet de top.

Ilja Leonard Pfeiffer – Peachez, der Blaue Engel in een nieuw jasje

Ik wist al dat de roman Peachez; een romance van Ilja Leonard Pfeijffer, gebaseerd is op een waar gebeurd verhaal, maar tijdens het lezen zijn de gebeurtenissen zo onwaarschijnlijk en absurdistisch dat je dat feit vergeet. Bij de ‘aftiteling’ dringt het pas weer tot je door. Een stille intellectueel vindt op internet de liefde van zijn leven en eindigt in de gevangenis als smokkelaar. De mens moet leren omgaan met internet. Voor schrijvers een interessant onderwerp om uit te zoeken; wat is waar en wat is onwaar op het internet. Een vraag die een schrijver als Pfeiffer kennelijk bezighhoudt.

Ik vond dit boek leuk om te lezen. Niet direct een prijswinnaar, maar gewoon…leuk. Even had ik moeite met het doorgronden van het complexe taalgebruik. Op zich natuurlijk niet vreemd; de roman is het verslag van een liefde gedaan door een hoogleraar oude talen. De hoogdravende taal met de complexe zinsstructuren vielen mij in het begin behoorlijk rauw op het dak, maar later zag ik daar toch ook wel weer de humor van in. Helemaal waar de taal van de hoogleraar botste tegen de taal van Peachez. Ik moest erg denken aan de klassieker ‘Der Blaue Engel’ met de ongelukkige leraar die geheel in de ban komt van de rijzige, langbenige, Marlene Dietrich. De thema’s komen in grote lijnen natuurlijk ook overeen. Was het bij de Der Blaue Engel zo dat een leraar verliefd wordt op een nachtclubdanseres, dan valt het wel op dat de tijd voortgeschreden is. De hoofdpersoon in Peachez is geen leraar, maar een hoogleraar en antagoniste Sarah Peachez is geen nachtclubdanseres, maar een pornoster. Beiden een stapje heftiger.

Maar bij Pfeiffer speelt ook nog een ander thema een prominente rol: wat is precies de waarheid en de werkelijkheid. Ervaren we de wereld als werkelijkheid of is het een afspiegeling van de werkelijkheid? Plato kwam al met deze vraag. Pfeiffer laat deze vraag op alle mogelijke manieren de revue passeren. Natuurlijk in het verhaal, waar achter de beeldschone, geile en opwindende Sarah Peachez een bende schuilgaat die de hoofdpersoon manipuleert. Maar ook het wezen van God en religie wordt door de hoogleraar latinistiek van het vroege christendom, besproken: God is niet belangrijk, betoogt de hoogleraar, als God bestond, dan was er geen religie. Het gaat om het geloven in God. Het geloven maakt de religie. De hoogleraar bekent dat hij zijn hele werkzame leven in een parallelle wereld geleefd heeft. Hij heeft alles aan de wetenschap gegeven. Maar wat zegt, in zijn geval, de wetenschap precies over de werkelijkheid? In die zin heeft Pfeiffer het originele verhaal wat naar zijn hand gezet; de hoogleraar die het verhaal in het echt beleefd heeft, was natuurkundige. Natuurkunde beschrijft nou juist wel de meetbare en zichtbare fenomenen op aarde. Maar dat terzijde. Ik denk dat Pfeiffer zich bij een hoogleraar latinistiek comfortabeler voelde en beter zijn verhaal kwijt kon.

Om kort te gaan: Ik vond Peachez; een romance van Ilja Leonard Pfeiffer een leuk boek om te lezen. Toch meer een tussendoortje dan een prijswinnaar maar met thema’s waar je gerust nog wel een paar dagen op door kunt kauwen als je de roman uit hebt. Dat wil zeggen dat het absoluut geen niemendalletje is.