Categoriearchief: Koolhydraatarm

HbA1c

Ik blog niet zoveel op het ogenblik. Dat komt omdat het eindelijk zover is; we hebben de sleutels van ons nieuwe, oude, eigen huurhuis. Sindsdien zijn we vanaf ’s ochtends vroeg bezig om van alles te regelen. Behangers, schilders, vloerenleggers. Bovendien zijn we ook zelf aan het schilderen, lampen op aan het hangen en ramen op aan het meten. Eigenlijk zijn we druk bezig om het huis voor ons bewoonbaar te maken. Je zou haast vergeten dat er ook nog bijzondere dingen aan het gebeuren zijn. Langzamerhand raak ik namelijk genezen van diabetes. Gisteren heb ik allerhande bloedwaarden besproken met mijn huisarts die al of niet wijzen op suikerziekte. Drie maanden geleden was ik best een ernstige diabetespatiënt. Tenminste, deskundigen zagen nog maar één weg om vroegtijdig overlijden te voorkomen; insuline spuiten. Ergens in je lijf een naald prikken en dan een ampul leegspuiten. Wat pillen slikken, dan valt het nog wel mee, maar om jezelf te injecteren; ik zag dat niet zitten.

Gelukkig bleek insuline toedienen niet de enige weg. Ook een wijziging in je manier van leven zou kunnen helpen. Doorgaans schrijft men een crashdieet voor die je verlangen naar eetgenot ongehoord doet stijgen en alleen daardoor al mislukt. Gelukkig kwamen internist en diabetesdeskundige Hanno Pijl en diëtiste Karine Hoenderdos met een alternatief dat wel voor mij vol te houden was. Een koolhydraatarm dieet, maar wel zo dat je je na het eten voldaan voelt. Dat lekkere behaaglijke gevoel in je buik krijg je door het eten van vet. Nee, geen kaantjes of slaolie, maar gewoon lekkere etenswaren, met liefde bereid. Daar worden in het boek van deze twee ook voorbeelden van gegeven. Karine Hoenderdos is naast diëtiste, zo te zien, ook een voortreffelijke kok. In het boek ‘Diabetes type 2? Maak jezelf beter’, maar ook in het daarop volgend verschenen kookboek, staan voortreffelijke recepten. Gewoon lekker en een plezier om te maken. Zeker niet rigide diëtistisch. Een belangrijk gegeven naast dat koolhydraatarme dieet is de beperking tot hoogstens drie maaltijden per dag. Dat in tegenstelling tot wat je allemaal geleerd wordt als beginnend diabetespatiënt. Men adviseert je om de hele dag door steeds kleine hoeveelheden te eten zodat je suikerspiegel ongeveer op niveau blijft. Naar het nu schijnt, heeft dat bij mij averechts uitgepakt en heeft het de ziekte bij mij alleen maar verergert. Net als trouwens het steeds ophogen van de medicijnen. Koolhydraatarm en maar drie maaltijden per dag en die drie maaltijden per dag met zorg en liefde klaargemaakt lijken me te genezen.

Afgelopen vrijdag had het laboratorium bloed afgenomen en gisteren kreeg ik te horen wat de waarden waren. Dat is absoluut hoopvol. De algehele stand van zaken met betrekking tot diabetes wordt afgelezen aan het HbA1c. Ik kan het niet onthouden en heb google nodig om het te vinden, maar dit gehalte van deze stof bepaalt uiteindelijk hoe ziek je bent. Voor ik aan mijn levensstijl wijziging begon holde deze waarde richting de 70, en dat is behoorlijk ziek, terwijl het nu inmiddels onder de 50 was gekomen. Dat is dus gezond. Gezond!!!!!

Maar al die verhuizingsstress doet niet veel goeds. Adrenaline en cortisol en hoe ook al die andere hormonen en stoffen ook mogen heten die aangemaakt worden door stress, zorgen ervoor dat mijn lichaam wel wat beters te doen heeft dan diabetes bestrijden…Maar er is hoop!!!

 

Jaromir met de gezonde maag

Op één van onze vorige weekendjes-weg, waren we in de buurt van Lochem. We konden het toen niet laten en moesten kasteel De Wildenborg zien. In de Wildenborg had dichter A.C.W. Staring gewoond en Staring kenden wij. Op zich ben ik een matige liefhebber van poëzie. Ik denk dat ik meer een verhalenmens ben dan een gedichtenmens. Maar A.C.W. Staring heeft iets speciaals; hij vertelt best grappige verhalen in dichtvorm. Dan heeft poëzie een andere dimensie voor mij, en daarom fietsten Josien en ik naar de Wildenborg; om de plek te zien waar hij gewoond had. Maar dat viel een beetje tegen. Plomp. Het gebouw zag er niet uit als een kasteel maar ook niet als woonhuis. Een soort van toren maar toch ook weer niet. De schijn van een burcht. We konden er niet veel van maken. Staring moest het niet van zijn huis hebben, maar dus wel van zijn poëzie. Vooral van zijn Jaromir cyclus. Die is best grappig. Mijn in 2015 overleden schoonmoedertje kende een groot deel uit haar hoofd en ze kon het met veel humor reciteren:

Aan die gezonde maag van Jaromir moet ik op het ogenblik denken, want ik ben erg bezig met mijn maag. Ik ben mijn maag aan het trainen. Eigenlijk ben ik meer mijn brein aan het trainen om beter om te kunnen gaan met mijn maag. Mijn knellende maag. Eén van de onderdelen van mijn nieuwe lifestyle dieet programma is dat ik driemaal daags eet. En daarmee basta. Geen fruitje, geen tussendoortje, helemaal niets. Drie keer per dag eten en dat is dat. Gevolg is dat mijn maag absoluut leeg is als ik weer ga eten. Een gek gevoel want als ik er goed over nadenk dan is mijn maag de afgelopen jaren nooit leeg geweest. Zodra ik iets van leegte voelde, stopte ik er weer wat in. Zo was het me trouwens ook geleerd toen ik om moest leren gaan met mijn suikerziekte. Verspreid over de dag steeds kleine hapjes eten. Maar naar het nu schijnt werkte dat volkomen averechts. Ik moest toen wel eten vlak voordat ik me ging inspannen; om hypo’s te voorkomen. En die wilde ik graag voorkomen want zo’n te lage bloedsuikerspiegel voelt absoluut beroerd.

Nu ben ik ruim een maand met mijn nieuwe dieet bezig. Driemaal per dag koolhydratenarm eten. Inmiddels slik ik minder dan de helft van de medicijnen. Een pluspunt. Maar waar ik nog wel mee worstel, is dus mijn lege maag. Die kan behoorlijk knellen. Daarom denk ik aan Jaromir die gezegend was met een gezonde maag en een lege beurs. Voor mij voelt het alsof ik lijd aan een zieke maag terwijl ik een volle beurs heb. Wennen dus. En als ik eenmaal mag eten, voorkomen dat ik ga schrokken…

Verder voel ik me best goed. Eigenlijk wel heel erg goed. Over een maandje even kijken of ik me écht goed voel of dat ik dat alleen maar zeg om het dieet vol te kunnen houden.

Koolhydraatarme gado gado

Het gaat best goed met mijn nieuwe dieet. Koolhydraatarm. Dat vergt nogal wat aanpassingen aan de maaltijd. De koolhydraten vormen toch doorgaans de kern van het eten. Brood, aardappels, rijst of pasta; daaromheen of er bovenop komen de smaakmakers. Dat maakt het best moeilijk allemaal. Soms verlang ik naar een lekker bord spaghetti overgoten met mijn onovertroffen rode saus van verse groente en dan wordt deze jongen best wel een beetje treurig. Maar kop op, man, er is nog zoveel lekkers in de wereld! Zo had ik gisteren bijvoorbeeld zin in een Indonesische maaltijd. Indonesisch? Nou ja, een beetje. Met mijn eigen draai eraan. Waarschijnlijk heel wat minder peperig dan de mensen in Indonesië zouden eten en waarschijnlijk met heel andere ingrediënten. Kortom, Indonesisch waaraan ikzelf een mooie draai heb gegeven. Een oosters tintje. Gado gado dus want dat past vast het best in een koolhydraatarm dieet. De vertaling van gado gado, gemengde groente, zegt op zich al genoeg.

Traditioneel hoort bij gado gado lontong. Kleefrijst die eerst gekookt wordt waardoor er een soort rijstbrood ontstaat. Deze wordt in blokjes gesneden en bij de gado gado geserveerd. Té moeilijk. Deze jongen kookt gewoon een portie basmatirijst. Maar omdat hij koolhydratenarm eet, geeft hij de rijst aan zijn geliefde. Hoe ziet mijn gado gado er precies uit. Een hele rij soepkomen met smakelijke etenswaren waarvan je naar believen op je bord kan scheppen en een dampende pan pindasaus om er overheen te doen. Je kunt de soepkommen vullen met wat je wilt, maar wat er in mijn interpretatie van dit gerecht in ieder geval bij hoort zijn in blokjes gesneden rauwe komkommer, in stukken gehakt gekookt ei, even opgebakken taugé en gekookte sperzieboontjes. Niets bijzonders dus. Maar gisteren had ik voor de broodnodige eiwitten ook nog een soepkom met een in blokjes gesneden en met wat zout en peper en sambal gekruide gewokte varkenslap en een soepkom met wat blokjes gebakken tempeh gezet. Bovendien had ik wat chinese kool over van eerdere maaltijden dus had ik daar een deel van in dunne reepjes gesneden en gewokt. Al met al een tafel vol soepkommen. Op de één of andere manier maakt al die soepkommen het al tot een feestelijke maaltijd; net of je van alles te kiezen hebt!

Voor de koolhydratenarme pindasaus nam ik een klein pakje kokosmelk en deed dat in een pannetje. Ik voegde een ruime theelepel sambal toe en een klein scheutje (een héél klein scheutje!) zoete ketjap. Verder had ik een nieuwerwetse sober geëtiketteerde, verschrikkelijk dure pindakaas gekocht. De crunchy variant, met stukjes pinda. Nog even het etiket gecontroleerd: 100% pinda; die moest ik hebben. Daarvan deed ik twee eetlepels bij de kokosmelk. Zet dat pannetje op het vuur en dan maar roeren. Naarmate de saus warmer wordt vallen de kleverige klonten pindakaas uit elkaar en als de saus echt heet is, dan gaan de pinda’s binden. Indien te dik; voeg wat water toe. Indien te dun voeg nog een beetje pindakaas toe. Effe proeven…moet er nog wat zout bij, nog wat sambal? En klaar is de pindasaus. Smaakt meer naar pinda en minder naar suiker als je hem vergelijkt met de instantvarianten pindasaus uit de supermarkt.

Schep je bord vol met alle lekkers uit de soepkommen maar laat de rijst (of lontong voor de puristen) aan je geliefde en lepel er fiks pindasaus over. Smullen!