Categoriearchief: Geen categorie

Machteld Siegmann – De Kaalvreter; Als het uit is…heb je het uit.

Als ik in staat was geweest om een roman te schrijven, dan had ik dat graag over een bepaalde gebeurtenis gedaan in het leven van mijn moeder. Ze begon haar bewuste leven namelijk als het nichtje van een bollenbaron in Hillegom. Ze sleet haar dagen tijdens de oorlog in de veronderstelling dat haar ouders de oversteek vanuit Indonesië door het oorlogsgeweld niet meer konden maken, daarom logeerde ze zolang bij haar oom en tante. Ondertussen leefde ze het leventje van de happy view want oom en tante waren erg rijk. Na de oorlog stond er zomaar ineens een eng dunne vrouw voor de deur met de dood in haar ogen. Haar moeder, mijn oma. Binnen no-time moest mijn meisjesmoeder de stap maken van een gereformeerd meisje uit de hogere landbouwkringen naar een joods onderduikstertje met een zwaar getraumatiseerde moeder die geen nagel had om haar kont te krabben. Mateloos interessant en ik heb er vaak van lopen dromen en beginnetjes gemaakt, maar helaas, ik heb moeten vaststellen dat ik geen romanschrijver ben en dat het me niet gaat lukken om dit onderwerp verder uit te diepen en om te vormen tot een boeiend verhaal.

Machteld Siegmann is het, in tegenstelling tot mij, wel gelukt om dit verhaal in een roman te verwerken. Weliswaar in een iets andere variatie, maar eigenlijk hetzelfde verhaal. Hier gaat het om het meisje Leie dat als 2-jarige op een goede dag midden in de oorlog door een onbekende man bij een onbekende familie op het platteland met een lege koffer wordt achtergelaten. Het enige wat ze in de begindagen van haar onderduik doet is wachten tot ze weer opgehaald wordt en eten. Gaandeweg de oorlog normaliseert alles zich min of meer. Ze heeft onderduikbroers waarmee ze goed overweg kan en ook met haar onderduikouders. Na de oorlog krijgen ze een verwarde vrouw als nieuwe hulp. De vrouw probeert contact te krijgen met Leie, maar Leie wijst alle contact af; ze vindt de vrouw eng. De verwarde vrouw verhangt zich.

Leie trouwt met boer Dirk en krijgt zonen Anton en Meeus. Als de twee jongens tieners zijn, overlijdt de onderduikmoeder van Leie. Ze gaat naar de begrafenis en ontdekt op het kerkhof dat de verwarde nieuwe hulp die zelfmoord pleegde, haar moeder was. Leie vervalt in depressieve apathie. Ze wil niets meer, alleen nog maar dood.

Het verhaal wordt nogal vanuit verschillende perspectieven vertelt en springt behoorlijk door tijd en ruimte. Als Leie trouwt met Dirk, dan gaan ze boeren in de Zuid-Hollandse Krimpenerwaard. Alles rond de onderduik speelt zich af in het gehucht Zanegeest in de buurt van Alkmaar. De gebeurtenissen in 1974 zien we door de ogen van de gezinsleden en concentreren zich rond de depressieve apathie van Leie die de moeder van het gezin is. In de andere historische perioden (1942, 1942-1950 en 1958) zien we de gebeurtenissen door een objectieve verteller.

Omdat het onderwerp me na aan het hart ligt heb ik de roman met belangstelling gelezen. Het boeide me. Meer ook niet. De Kaalvreter is geen roman waar je nog lang mee rondloopt. Als je het uit hebt…is het uit. En dat was het. Het is een debuutroman dus wie weet ontwikkelt deze schrijfster zich nog.

Een bak met geld

De Brexit lijkt een grote ramp te worden. Lijkt, want, wie weet. Alles is in principe nog mogelijk. Duidelijk is wel dat Groot-Brittannië onbestuurbaar is geworden. De traditionele partijen worden verscheurd in verschillende kampen en niemand heeft meer een idee over waar men met z’n allen eigenlijk naartoe wil. De Engelse politiek verkeert in het luchtledige. Op een paar politici na die denken dat Brittain nog steeds de waves ruled en vaak ook qua uiterlijk nog leven in het Victoriaanse tijdperk en die gewoon alle banden met de Europese gemeenschap radicaal wil doorsnijden, denkt iedereen ietsje anders over de Brexit en lijkt er nooit een plan te kunnen komen waar een meerderheid zich min of meer, met hier en daar wat tegenzin en ook wel wat euforie in kan vinden. Hoe dus verder? Nu de situatie volkomen hopeloos is geworden denk ik dat uitsluitend een nieuw referendum een oplossing kan bieden. Doorgaans ben ik tegen een referendum omdat ik denk dat een compromis veel beter werkt. Maar hier lijkt geen compromis mogelijk en zal je de vragen en oplossingen moeten versimpelen om een besluit te kunnen nemen. Ik denk dat de oplossing is om de Britten een keuze te geven uit drie mogelijkheden: Toch lid van Europa blijven, een harde Brexit of kiezen voor het uit onderhandelde akkoord van Theresa May. Volgens mij zijn dat de keuzemogelijkheden. Alles ertussenin lijkt niet meer mogelijk.

Brittania-rules-the-waves Brexiteer Rees-Mogg

Ik vind het jammer dat Engeland uit de Europese gemeenschap wil. De Europese gemeenschap heeft ervoor gezorgd dat we met z’n allen, Engeland incluis, onwaarschijnlijk rijk zijn geworden. Vooral het bedrijfsleven lijkt enorm te profiteren van de manier waarop Europa zichzelf georganiseerd heeft. Wat de Europese gemeenschap zich te weinig beseft, vind ik, is dat de Europese gemeenschap een gemeenschap is van mensen. Mensen die weliswaar erg blij worden van rijkdom, maar die ook beseffen dat geld niet alleenzaligmakend is. De Brexit is geen rationele beslissing van het Engelse volk maar een emotionele. Europa is geen verbindende factor. Cultuur, taal en geschiedenis wel. Die verbinding vind je wel in de natiestaten maar niet in Europa en daardoor loopt elk Europees besluit het risico om ervaren te worden als het besluit van een ander. Een besluit dus, dat een land wordt opgelegd.

Toch hebben we in Europa wel gemeenschappelijke waarden. Als een land lid wil worden, dan moet dat land aan een aantal voorwaarden voldoen en die voorwaarden staan allemaal in lijn met de gemeenschappelijke waarden. Democratie, bijvoorbeeld en überhaupt hoe een land het bestuur en de handhaving regelt. Een land met een dictatoriaal regime zal nooit lid kunnen worden van Europa. Een land dat drijft op corruptie kan een lidmaatschap wel vergeten. Een land dat de trias politica niet in acht neemt heeft helemaal niets te zoeken in de Europese Gemeenschap…

Maar stel dat een land aan alle voorwaarden voldeed en volwaardig lid is geworden. Daarna komt er een regering aan de macht die ‘orde op zaken stelt’. Dat wil zeggen een autoritair regime vormt en die de voorwaarden om lid te worden aan zijn laars lapt en bijvoorbeeld de trias politica afschaft of die alle EU subsidies in eigen zak steekt. Wat voor mogelijkheden heeft Europa dan? Zelfs met het rampzalige Brexit in mijn achterhoofd, zou ik er best voor zijn dat landen die niet meer voldoen aan de voorwaarden om lid te worden, vanzelf weer uit de EU worden gezet. In dit verband denk ik aan Hongarije, Polen, Bulgarije en Roemenië. Als Europa ergens in verbindt, dan zouden het de waarden moeten zijn die een open en democratische samenleving vormgeeft. Als Europa dat niet handhaaft, ja, wat is Europa dan meer dan een bak met geld waar niemand eigenlijk bij wil horen?

Bevrijd de geest! Weg met die hekjes!

Ik woon inmiddels al zestien jaar in de Spaarndammerbuurt. Een lekker rustig buurtje met een roemrijke geschiedenis. Bovendien een architectuur om van te smullen. Ik woon er met heel veel plezier. Vijf keer per week spring ik tussen acht en half negen op mijn fiets om naar mijn werk te gaan. Ik fiets dan door de Zaanstraat via het spoorwegtunneltje naar het Westerpark om vervolgens via het Westerpark bij het Nassauplein uit te komen alwaar Ferdinand Domela Nieuwenhuis ons met geheven vinger de juiste weg wijst. ’s Avonds zie ik Domela Nieuwenhuis opdoemen vlak nadat ik de Haarlemmerpoort gepasseerd ben en ik weet, ik ben er bijna. Ik fiets via het Westerpark naar het poortje onder de spoorbaan door naar de Zaanstraat en dan via de Zaanstraat weer naar huis. Elke dag dus. En moet ik niet naar mijn werk, maar ergens anders naartoe, dan is eigenlijk mijn weg hetzelfde.

Onder het viaduct tussen de Zaanstraat en het Westerpark is een voetgangers- en een fietsgedeelte. Een richel scheidt voetgangers en fietsers. Vlak vóór het viaduct echter, aan de kant van de Zaanstraat, is het even oppassen geblazen. De bocht van Zaanstraat naar het tunneltje neem je namelijk, als fietser, het lekkerst als je een stukje stoep meeneemt. Ga je over een puntje stoep, dan kom je net even lekkerder uit dan als je alleen maar van het fietspad en de weg gebruik maakt. Het is weleens gebeurd dat ik, als fietser, even in mijn remmen moest knijpen om geen voetganger aan te rijden, en andersom, als voetganger is het me wel eens gebeurd dat ik even opzij moest stappen omdat er een fietser langs kwam. Geen groot probleem.

Geen groot probleem…vind ik…vinden velen met mij…denk ik. Misschien wat ergernis, zo af en toe. En toen was er kennelijk een ambtenaar die het wel een probleem vond. Hij of zij maakte een eind aan het ‘onverantwoord’ rijden over de stoep en liet twee hekjes plaatsen. Je vraagt je af welk probleem de ambtenaar in kwestie wilde oplossen of wiens probleem. Ik zag voetganger en fietser fantastisch samenwerken en ik zag hen gezamenlijk het probleem oplossen. Nu staan er dus twee hekjes die het leven voor zowel fietser als voetganger zuur maken. Pappa’s en mamma’s probeer er met je kinderwagens en jengelende kindertjes maar eens langs te komen. Bejaarden van De Bogt/Westerbeer, probeer er met je rollator of rolstoel maar eens langs te komen… Dat zal je niet lukken. Fietsers moeten nu vol in de remmen om de bocht te slechten en de tegenligger te ontwijken en een deel van de voetgangers kunnen er niet meer langs.

De hekjes zijn niet geplaatst om het verkeer te regelen, maar om ons denken in te perken. Door die hekjes gaan we niet meer zelf nadenken over oplossingen maar zijn we gedwongen om andermans oplossingen te slikken. Bevrijdt de geest! Weg met die hekjes

Wieteke van Zeil – Goed kijken begint met negeren; schapenstrontkaas

Nog toen ik thuis was en niet, zoals nu, in Frankrijk zat, las ik het nieuwste boek van Wieteke van Zeil, ‘Goed kijken begint met negeren’. Ik moest het wel kopen; geen ontkomen aan. Ze schreef me namelijk persoonlijk aan. Om haar nieuwe boek te promoten gaf ze een lezing in het Catharijnen Convent in Utrecht. Ik was daarbij uitgenodigd omdat ik een keertje op een van haar stukjes in de Volkskrant had gereageerd. Ik voelde me zeer vereerd. In het mailtje dat ze me stuurde vertelde ze dat het stukje waar ik op gereageerd had, ook in haar nieuwe boek was opgenomen. Wieteke van Zeil beweerde namelijk in een van haar columns dat een stootband die in de zeventiende eeuw gebruikt werd om het hoofdje van een dreumes tegen stoten te beschermen, nauwelijks te zien was behalve op schilderij x en tekening y. Maar ik kende ook het schilderij ‘Familieportret van David Leeuw’ van Adriaan van den Tempel. Daarop de dreumes van de familie met de stootband. Dat schreef ik haar en ze reageerde persoonlijk. Vond ik erg attent.

In haar nieuwe boek ook een beschrijving van het ‘Stilleven met krakelingen’ van Clara Peeters. Dat schilderij heb ik uitgebreid in het Mauritshuis bekeken. Ook als jpg op mijn pc, zodat ik lekker kon inzoomen en alle details kon bekijken. (Haar portretje op de dop van de kan, en haar naam op het handvat van het mes, bijvoorbeeld) Op het schilderij diverse kazen waaronder een groene. Wieteke van Zeil vertelt in haar boekje dat ze naar haar kaasspecialist is gegaan en gevraagd heeft naar de herkomst van de kaas. Het zou volgens haar kaasspecialist gaan om een edammer kaas die met peterselie groen gekleurd is. Ik geloof daar dus helemaal niets van. Wel misschien een hele tijd geleden, toen ik nog naïef naar schilderijen met groene kazen keek in het Rijksmuseum. Maar op een dag verloor ik mijn onschuld toen ik samen met Rene Zanderink van Slow Food naar het schilderij Stilleven met Kazen van Floris van Dijck in het Rijks keek. Hij vertelde dat de groene kaas bovenop, de vermaarde groene Texelse Schapenkaas was. De kaas kwam aan haar kleur doordat aan de room schapenmest werd toegevoegd. Vlak daarvoor had een ander Slow Food lid beweerd dat worteltjes pas bij de kroning van koning Willem I oranje werden gekweekt (flauwekul, dus), nam ik ook Rene’s bewering niet erg serieus. Maar ik zocht het na en inderdaad, de strontschapenkaas werd tot in de negentiende eeuw gemaakt en was heel erg populair.

Groene kaas

De kaas op het schilderij van Clara Peeters lijkt qua kleur sprekend op de kaas van Floris van Dijck. Ik heb ook nog eens gekeken hoe een peterseliekaasje eruit ziet…lijkt niet op het kaasje van Clara Peeters. Ik blijf erbij dat het hier om een groene schapenkaas gaat die met mest is gekleurd. Later hoorde ik dat de befaamde kaas niet alleen op Texel werd gemaakt, maar ook elders.

Zal ik Wieteke van Zeil attenderen op de groene schapenmestkaas?

Wie kan me vertellen wat het ideaal van de PvdA is?

Ik ben partijlid, dus ik zou niet moeten twijfelen over wat ik aanstaande woensdag ga stemmen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Dat zou niet moeten. Maar toch, deze jongen is zwaar aan het twijfelen geslagen. Dat voelt niet helemaal lekker. Dat voelt als verraad. Op het moment dat je ze het hardst nodig hebt, leer je je vrienden kennen. De PvdA heeft me hard nodig want wie wil nog op ze stemmen? Juist op dat moment begint deze jongen te twijfelen. Ingegeven door het feit dat niemand meer op hen wil stemmen. Ik moet me over dat gevoel van verrader te zijn heen zetten. De partij is geen vriend. De partij is een toekomstbeeld. Waar willen we uiteindelijk naartoe met Nederland. Een ideaal. Iets om voor te leven. Op het moment dat niemand meer op de partij wil stemmen, ga je je afvragen wat dat ideaal ook al weer precies was. Dan wordt het in het geval van de PvdA in mijn hoofd best stil. Heus ik weet wel waar de PvdA traditioneel naar streeft, maar zijn die idealen niet erg uitgehold? Zijn die idealen nog wel van deze tijd? Vind ik het nog wel idealen waarvoor ik warm loop? Dat is zo moeilijk.

Mijn partij – want dat is de PvdA nog altijd wel – is een partij die briljante bestuurders heeft voortgebracht. Dat moet gewoon worden gezegd. Bijna alle tot de verbeelding sprekende bestuurders zijn PvdA’ers. PvdA-bestuurders kenmerken zich door een licht linkse koers. Ze zetten zich heus wel in voor de zwakken in de samenleving, maar dat combineren ze met veel aandacht voor de allersterksten in de samenleving. PvdA-bestuurders zijn meesters in het wegen van alle belangen en zien daardoor heel goed wat het belang is van ons allemaal. Dat maakte Van der Laan tot een typische heel erg goede PvdA bestuurder. Neem zijn top-600 plan waar met zoveel bewondering over wordt gesproken; typisch PvdA; hij beseft dat de lastige jongeren uit de top-600 de verschoppelingen der aarde zijn, maar hij ziet ook dat Amsterdam onmogelijk veel last van ze heeft. Daarom een meersporenbeleid waarmee hij de top-600 nieuw perspectief biedt en Amsterdam verlost van de ellende die ze veroorzaken. Briljant. Zulke bestuurders wil je graag hebben.

Helaas stem je maar ten dele op bestuurders. Je stemt op een politieke kleur. Een partij met ideeën. Briljante bestuurders zijn uitvoerders. Dat maakt het allemaal zo verdomde moeilijk. Als je gaat stilstaan bij de PvdA-idealen, dan klinken ze zo belegen. Zo ver afstaand van wat we als maatschappij nodig hebben terwijl we het kaliber bestuurders juist wel nodig hebben. ‘De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen’. Altijd al de leus. Maar wat klinkt hij verschrikkelijk hol. Nietszeggend. Bleek. Het is misschien wel waar de partij voor staat, maar ik wordt er nauwelijks warm van.

Van Groenlinks weet je meteen waar ze voor staan. Alleen het narcisme van Jesse Klaver houdt mij nogal tegen. Waarom stappen al die briljante bestuurders niet over naar Groenlinks? De`Dijsselbloems, de Abutalebs, de Asschers en ga zo maar door…

Ik ben aan het twijfelen geslagen en het voelt als verraad. Maar een politieke partij is iets anders dan een vriend. Een politieke partij is een idee en een ideaal waar je achter staat en waarvoor je wilt strijden. Wat is op dit moment precies het ideaal van de PvdA? Wie kan me dat zeggen?

IJsvogel langs de Weespertrekvaart

Mijn moeder heeft haar leukste tijd beleefd bij de NJN; de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie. Ook ik ben daar een blauwe maandag lid van geweest, maar bij mij was de liefde al gauw over. Bij de NJN trekt men er in het weekend op uit om in de natuur vogels en plantjes te determineren. Men trekt de natuur in om kennis op te doen. Kennis van de natuur was voor mijn vader een gruwel. Met behulp van een vergrootglas de meeldraden van een boterbloem tellen was helemaal niets voor hem. Zijn bestudering van de natuur beperkte zich tot de voortplanting der mens, en van dat proces slechts dat ene kleine stukje. Omdat mijn ouders elkaar in hun late pubertijd leerde kennen en elkaar onverwacht tot ouders bombardeerden, was het met mijn moeders lidmaatschap van de NJN snel gedaan. Omdat ik alles wat mannelijk is van mijn vader dacht te moeten leren, was het determineren van plant en dier voor mij not done. Jammer, want achteraf beschouwd had ik er best plezier in. Ik kan verschrikkelijk enthousiast raken als ik een zeldzaam plantje, diertje of vogeltje zie. Omdat mijn kennis zo beperkt is, gebeurd mij dat zelden. Maar soms dus wel.

Ik liep met mijn collega’s tussen de middag een rondje. Het was die dag wat warmer dan vandaag en omdat het toch al halverwege de herfst was, hadden we het over het broeikaseffect en de opwarming van de aarde. Een gewichtige zaak, dus. We liepen langs de voetbalvelden waar ik als jongetje gevoetbald had en waar ik telkens een onbestemd verlangen voelde. En we liepen het poldertje uit naar de Weespertrekvaart. Langs het poldertje van voetbalvelden en schooltuintjes is een sloot met bomen die over het water groeien. In één van die bomen boven dat slootje zag ik het diertje zitten. Het kon niet missen. Een ijsvogel. De kleur blauw verblindde me bijna. Zo mooi. Maar ik hield het voor mezelf. Ik liet mijn collega’s niets merken. Mijn brein reageerde instinctief op wat ik als piepklein jochie van mijn pa geleerd had; vogeltjes kijken is niet mannelijk. En met die haast mystieke ervaring, want zo voelde het wel, liep ik met mijn collega’s weer naar kantoor.

Een week of drie geleden liep ik tussen de middag weer langs dezelfde plek. En…ja hoor. Daar zat het vogeltje. Het schitterde in de zonneschijn. Zo mooi. Zo verschrikkelijk mooi. Haast ontroerend. En…waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Ik hield stil en vertelde wat ik zag. En mijn collega’s keken en ze schrokken haast; zo’n prachtig stukje natuur zomaar in Amsterdam. Zo schitterend blauw. En om te laten zien dat blauw niet eens het enige mooie was, draaide het vogeltje zich op de tak boven het water om en liet het haar knaloranje borst zien. Mijn collega’s probeerden foto’s te maken, maar dat beestje was veel te ver weg voor de camera van de telefoon. Met moeite rukten we ons los van de ijsvogel om onze weg te vervolgen naar waar het geld verdiend werd; de realiteit van de loonslaaf. Maar op kantoor was mijn ijsvogeltje midden in Amsterdam het gesprek van de dag.

Gisteren was ik met mijn zoon naar de film ‘De Wilde Stad’. Vol verwachting wachtte ik op de ijsvogel. Allerhande dieren en vogels kwamen voorbij. Toen de aftiteling begon merkte ik dat ik best een beetje teleurgesteld was. Waar bleef mijn ijsvogel? Verder was het best een aardige film.

De twee gezichten van Laura H.

Ik zit met Laura H. in mijn maag. Ambivalente gevoelens. Ze schuurt. Als ik naar foto’s van haar kijk dan krijg ik een naar gevoel in mijn buik omdat ik iets herken in haar. Iets van mezelf. Extreme opstandigheid. Waar ik tijdens mijn puberteit vooral last van had in mijn brein, heeft zij met haar hele lijf. Ze doet dingen die ze niet menen kan, louter en alleen uit dwarsigheid. Ze neemt een partner uit protest en ze krijgt kinderen uit opstandigheid. Er zal heus wel wat te protesteren zijn in haar leven, maar zo extreem, dat kan ik me niet voorstellen. Er zit een schakelingetje fout, vermoed ik, die haar volledig laat ontsporen. Nu moet ze verschrikkelijk boeten. Ik gun het haar niet, maar omdat haar opstandigheid haar zo onbetrouwbaar maakt, zie ik wel een risico als je haar laat lopen. Je denkt misschien dat je weet wat er in dat koppetje omgaat, maar in hoeverre weet je dat zeker?

Als je Laura H. d’r naam volledig intypt op Google, dan kom je twee gezichten tegen die allebei van Laura zijn.  Ze tonen haar gespleten opstandigheid. Je komt de vijftienjarige Laura tegen en de eenentwintigjarige Laura. De vijftienjarige wijkt extreem af van de eenentwintigjarige maar ze zijn dezelfde persoon. De eenentwintigjarige kennen we van het interview met de Koerden. Gewikkeld in doeken lijkt ze sprekend op één van mijn twee keurige, nooit iets verkeerds doende, absoluut zedige. moslima buurmeisjes. De keurigste meisjes die ik ooit gesproken en gezien heb. Elke verwijzing naar iets dierlijk-menselijks is bij hen ongeloofwaardig. Spijsvertering of geslachtsorganen of bloedsomloop; ik kan het me bij hen nauwelijks voorstellen. En zo zit Laura H. er ook bij; de zedigheid zelve. Ze moet haast wel slachtoffer zijn van slechte krachten. Dat ze twee kinderen heeft moet wel komen doordat ze verkracht is. Iets anders kan ik me niet voorstellen. Laat haar alsjeblieft vrij!

De eenentwitigjarige Laura H.

de 15-jarige Laura H.

Maar dan zie je de foto van toen ze vijftien was. Ze was toen weggelopen. Spoorloos verdwenen. Met man en macht werd naar haar gezocht en om haar met behulp van iedereen terug te kunnen vinden, werd deze foto verspreid. Hierop zie ik een heel andere meid. Een echte puber. Een verleidster die er niet vies van is. Een dochter zoals we ze graag zien hier in Nederland. Een beetje stoer. Bewust overal op afstappend. Uitdagend. Ook slim, trouwens. Maar ook verschrikkelijk moeilijk in de omgang. Een dochter waar je je als vader doorlopend ongerust over maakt, maar waar je ook zo verschrikkelijk gek op bent. Ik zou zo bang zijn dat ze een verkeerde jongen tegenkwam…

Die opstandige vijftienjarige, zit in die in zedige doeken gewikkelde jonge vrouw en moeder van eenentwintig. Mogelijk gehersenspoeld, wie weet. Als ik rechter was en ik moest de belangen afwegen tussen haar en de maatschappij, dan twijfelde ik ook. Ik denk dan aan mezelf als puber met mijn gedweep met de Rote Armee Fraction. Maar terwijl ík nauwelijks actie ondernam, ging zij wel degelijk naar de Islamitische hel op aarde. Daarom zou ik als rechter twijfelen en haar toch opsluiten. Het spijt me Laura…

Valentijn

Het is bijna Valentijn. Dat merk je goed in de krant van gisteren. Alles over daten, seks en liefde. Een liefje vinden is aan snelle verandering onderhevig, lees ik. Wist ik ook eigenlijk wel. De internetontwikkelingen gaan op dit moment erg hard en dat sijpelt door naar alle hoeken en gaatjes van ons bestaan. Interessante vraag zou zijn waarom zoveel mensen via Internet hun partner willen zoeken want je kunt moeilijk over een verbetering ten opzichte van vroeger spreken. Nu vinden mensen elkaar; toen vonden mensen elkaar. Alleen de manier waarop is anders. Zou ik mijn Josien nu via internet willen vinden? Nou nee. Ik denk dat ik er dan met veel minder plezier op terugkijk dan dat ik nu doe.

Josien en ik hebben elkaar leren kennen tijdens de vakantie. Een jongerenkamp waarin milieu- en natuurbescherming centraal stonden. Gedurende het kamp was ze me wel opgevallen. We hadden elkaar in de ogen gekeken en we hadden naar elkaar geglimlacht, maar verder was het niet gekomen. Op de laatste avond een kampvuur. Eén van de vaste nummers, destijds, in zo’n kamp. En daar rond het kampvuur had ik me ‘toevallig’ naast haar gemanipuleerd. Het was een mooie avond aan het eind van een mooie warme dag. Het vuur brandde mooi en vonken stegen hoger en hoger tot ze uitdoofden. Zacht knapperde het. En er was wijn. Hele slechte wijn. We dronken het uit de plastic bekers die we van huis hadden meegenomen. De wijn sloeg je mond droog. De anderen jongeren die in het kamp zaten kletsten dat het een lieve lust was. Doordoor ontstond er een geluidswal rondom Josien en mij. Een soort cocon. Daar ontdekten we elkaar echt. We beseften dat we een onderdeel van elkaar gingen worden. Ik trouwens iets minder dan Josien. Maar later werd dat echt wel duidelijk.

Heb ik dan nooit iets met internet en vrouwen gedaan? Jazeker wel. Maar uiteindelijk liep dat niet helemaal goed af. Tenminste, zo voel ik dat achteraf. Het was geen datingsite waarop ik me had aangemeld, maar een correspondentiesite. Ik wilde graag van gedachten wisselen met mensen overal ter wereld. Daar leerde ik bijvoorbeeld Iraanse Najme kennen. En omdat ik van eten hou en zij ook, ging het al snel over… eten. En toen nodigde ze ons uit om bij haar te komen eten. En dat deden we dus. Fantastisch! Josien en ik naar de Islamitische Republiek Iran om een vorkje met Najme en haar dochtertje Mobina te prikken. Eén van de avonturen van ons leven. Een heerlijk avontuur!

Maar er was ook een vrouw uit de Filipijnen. Ze wilde graag naar West-Europa en ondanks dat ik vertelde dat ik heel gelukkig was met mijn Josien en niet met haar wilde trouwen, drong ze erg aan. Ze kleedde zich uit voor de webcam en ik vond dat best geil; ik ben ook maar een gewone man. Maar na die ene verkleedpartij besefte ik dat ik niet op die weg wilde rijden en dat vertelde ik haar. Daar nam ze geen genoegen mee en sindsdien stalkt ze me. Soms intensief; dagelijks mailtjes. Maar dan hoor ik ineens niets meer van haar en haal ik opgelucht adem. Maar echt vergeten doet ze me niet, want na verloop van tijd krijg ik weer een mailtje: ‘Hi Dy, my handsome Dy. I allways love you.’

De Volkskrant heeft vooral oog voor sites als Tinder en Happn. Bij nader inzien zijn mensen op die sites niet op zoek naar de liefde van hun leven, maar naar een snelle date die je even snel weer kunt dumpen. Normaal zou ik dat het uitgaansleven noemen. Oppervlakkig en snel. Op de één of andere manier is dat voor lezers en publiek veel interessanter dan het zoeken van bestendige liefdes. Ik vind het allemaal best.

 

The Fountainhead – Toneelgroep Amsterdam – Ivo van Hoven

Gezien op 13 januari 2017 in de Stadsschouwburg Amsterdam.

Dat was een lange zit! Laat ik dat vooropstellen. Had het niet wat korter gekund? Antwoord: Ja, makkelijk. Verschrikkelijk lange monologen. Er ontging mij veel op het laatst. Ivo van Hove voerde een uitputtingsslag met mij’; hij heeft gewonnen. Ik hoop dat hij er blij van wordt, maar ik betwijfel dat sterk. Het toneelstuk roept bij mij vragen op. Waarom een roman bewerken voor toneel? Meer dan de helft van wat Toneelgroep Amsterdam uitbrengt is niet van oorsprong bedoeld als toneeltekst. Waarom? Het levert niet altijd evenwichtige stukken op. Wat vaak kenmerkend is voor romans is de monologue interieur. Daarin wordt doorgaans het meeste verteld. Dat kan je juist op het toneel helemaal niet gebruiken. Dan moet je trucjes gebruiken om datgene wat binnenin het hoofd van de personage verteld wordt, expliciet te maken. Daardoor raakt de balans zoek. Hoewel ik toch zeker ook hele positieve dingen zag, vond ik The Fountainhead een tegenvaller. Vond ik het met recht een uitputtingsslag.

Als je toch een roman bewerkt om als toneelstuk op te voeren, waarom krijgt dan de bewerker van de roman dan zo weinig credits. Hij of zij is degene die de keuzes gemaakt heeft over wat wel voor het voetlicht komt en wat niet. De bewerker bedenkt hoe de binnenwereld van de roman op het toneel wordt uitgelegd. Dat lijkt me een cruciale en zeer kunstige klus. Tenminste, ik stel me dat zo voor. Daarvoor in de plaats overal de naam van Ivo van Hove. Wat mij betreft één van de meest overschatte regisseurs van Nederland. In zekere zin was The Fountainhead een spekkie naar zijn bekkie. Ging het niet over dé kunstenaar die als eenling nooit compromissen sluit? Die zijn kunst als het hoogste beschouwt? Die zich niets aantrekt van kritiek of de mening van anderen? Helemaal egotripper Ivo van Hove. Natuurlijk is hij een groot talent, maar dat wil niet zeggen dat je je niets aan het publiek gelegen moet laten liggen. Juist toneel is communicatief. Je dient als regisseur en als acteur de dialoog aan te gaan met het publiek. Daar moet de spanning zitten. Door je niet-communicatief op te stellen, zoals Ivo van Hove vaak doet, maak je hermetische voorstellingen die uiteindelijk weinig waard blijken.

Het verhaal speelt zich af in de wereld van architecten. Roark is een geniale architect. Maar hij doet in zijn ontwerpen geen enkele concessie aan andere partijen. Hij bepaalt hoe iets eruit komt te zien en daarmee basta. Wat hij ontwerpt is erg fraai, maar de mensen moeten het niet. Andere architecten gebruiken zijn ideeën deels, maar passen het aan de smaak van de opdrachtgevers aan. Architect Roark krijgt nauwelijks opdrachten, maar dat verandert zijn opvatting niet. Compromisloos luistert hij alleen naar wat de muze hem persoonlijk influistert en naast hem en de muze vind je eigenlijk niets. Een beetje Ivo van Hove dus.

Ook in de liefde vindt Roarke niet dat hij compromissen moet sluiten. Ook daar vindt hij dat hij het altijd bij het rechte eind heeft en kan doen en laten wat hij wil. Wat in het programmaboekje wordt omschreven als een rauwe romance zie ik op het toneel niet terug. Verkrachting, daar lijkt het nog het meeste op. Seks zonder enige positieve communicatie. Ik vind die ‘rauwe romance’ niet echt overtuigend op het toneel gebracht. Treurig voor Halina Reijn. Ze heeft veel talent maar in dit toneelstuk kwam haar talent vooral naar voren in haar tieten en d’r kont. Als regisseur vind ik niet dat je zo met je actrices moet omgaan. Janni Goslinga speelde de eeuwig aan het lijntje gehouden maatschappelijk werkster Halsey, die alleen maar kan leven bij de gratie van anderen. Daarmee vertegenwoordigde ze de nietszeggende, immer compromissen sluitende en met iedereen en alles meedenkende tegenpool van Roarke. Eigenlijk gewoon een prettig mens.

Er waren ook wel wat positieve kanten aan dit toneelstuk. Zo eindigde het toneelstuk met een lange monoloog van Roarke. De monoloog werd begeleid door alle acteurs en actrices op theremins. Ik weet dat niet zeker, maar dacht dat te zien. Dat gaf een heel speciaal effect. Een geluid dat het meest wegheeft van een zingende zaag. Erg bijzonder. Het toonde ook meteen het gigantische multitalent Ramsey Nasr. Op zich kende ik hem vooral van zijn fantastische poëzie. Daarmee weet hij velen stil te krijgen. Vooral als hij ze zelf leest. Wat je hoort als hij zijn eigen poëzie voorleest maar ook als hij die ellenlange monoloog in dit toneelstuk voordraagt, is zijn sublieme gevoel voor taal. Zijn tekstbehandeling. Zelfs als, zoals bij mij het geval was, je knieën steken, je kont geen gewicht meer wil dragen en je naar het einde snakt, ga je toch nog even zitten voor de monoloog van Ramsey Nasr.

Als geniale architect deed Ramsey Nasr het trouwens fantastisch. Op grote vellen papier zag je uit wat stevig neergezette lijnen fantastische gebouwen ontstaan. Beschrijvingen van gebouwen zag je tegelijkertijd op papier getekend worden. Ik vind dat een prestatie van jewelste. Ik neem aan dat bij elke voorstelling dezelfde gebouwen ontstaan, maar de kracht waarmee de lijnen worden neergezet verraad ook een enorm tekentalent.

Over de andere acteurs wil ik niet veel slechts kwijt, ze deden hun best in een toneelstuk op basis van een mislukte bewerking van een roman die egotrippend werd geregisseerd. De begeleidende muziek was niet erg adequaat; geen idee wat de regisseur daarmee wilde. De theremins waren wel leuk omdat je ze zelden ziet. Maar waarom? Geen idee.

Al met al een zware avond.

Wil de PVV meer democratie?

Vandaag onderschrijft Arnon Grunberg wat ik denk en al vaker betoogd heb; de PVV is een antidemocratische partij. Grunberg schrijft over de PVV en Geert Wilders en hoe wij, als verstandige Nederlanders, zijn beweging het best tegemoet kunnen treden. Dat is volgens Grunberg, door goed te luisteren naar de mensen die op hem stemmen. Goed luisteren is niet PVV-stemmers laten meestemmen. Goed luisteren is het gedrag van de PVV goed bestuderen.

Neem mijn partij. Mijn partij reageert op Wilders’ beweging door haar democratie te verhogen. Ze redeneren zo, dat als we burgers meer inspraak geven, meer laten meebeslissen met van alles en nog wat, dat ze dan ook meer geneigd zijn om op ons te stemmen. Bij de lijsttrekkersverkiezingen bijvoorbeeld willen ze daarmee gaan experimenteren. Normaal mogen alleen leden stemmen; de leden gaan erover wie hun partijleider wordt. Maar om de democratie op een hoger plan te tillen werd het flitslid uitgevonden. Voor een luttel bedrag wordt het mogelijk om lid te worden. Als lid mag je meestemmen en na het stemmen kan je je lidmaatschap weer opzeggen. De PvdA geeft niet-leden de mogelijkheid om mee te stemmen over gewichtige zaken binnen de partij.

Zorgt dat er nou voor dat diezelfde mensen dan ook massaal op de PvdA gaan stemmen en niet kiezen voor Geert Wilders? Nee, betoogt Grunberg. Mensen die op de PVV stemmen willen helemaal niet meer democratie; ze willen niet meebeslissen over de lijsttrekker van de PvdA; ze willen minder democratie. Ze willen dat iemand hun voorzegt hoe we het gaan doen. Iemand die helemaal geen rekening houdt met minderheden. Iemand die je zeker niet laat meepraten. De PVV is als partij ondemocratisch en hun program is dat net zo hard.

Kenmerk van een goede democratie is dat de meerderheid beslist en dat de minderheid gehoord wordt. Dat wil de PVV helemaal niet. Zij willen het voor het zeggen hebben en alles wat niet in hun straatje past uit de maatschappij verwijderen. Dat is juist het aantrekkelijke van de PVV. Als je naar de bevolking gaat luisteren, kom je tienduizenden meningen tegen.  Dan moet je compromissen sluiten om iedereen het gevoel te geven dat er geluisterd is…dat wil Wilders niet. Wilders wil het voor het zeggen hebben. Hij wil de baas zijn. Hij wil kunnen bepalen hoe het verder gaat of wie er in het gevang verdwijnt. De scheiding der machten zegt hem niets; hij wil de baas zijn; de absolute baas. En dat is zo verschrikkelijk makkelijk voor het volk want pappa Wilders beslist voor hen. Pappa Wilders weet wat goed voor hen is. Jij hoeft niets te doen; het wordt voor je geregeld. We worden allemaal groot en sterk en elke buitenstaander heeft respect voor ons. Draag je macht over aan Geert Wilders en alles komt voor elkaar. Vroeger was alles beter en Geert Wilders zorgt ervoor dat vroeger weer terugkomt. Dat is wat mensen willen. Geert Wilders en de PVV staan lijnrecht tegenover democratie. Democratie is voor de PVV alleen maar nodig om straks hun macht te legitimeren. Wilders is niet de enige… Neem Erdogan en Turkije.