Categoriearchief: Film

Le jeune Ahmed – Ga snel naar de bioscoop!

De kracht van de films van de broers Dardenne ‘Le jeune Ahmed’ is, dat je het gevoel hebt dat je naar een documentaire zit te kijken en dat de personages die je ziet rondlopen en die je hoort spreken ‘echt’ zijn; dat ze de persoon zijn die je ziet. Maar dat is natuurlijk niet zo; het zijn acteurs en actrices; ze hebben hun eigen leven en daarin hebben ze hele andere ideeën dan ze hier laten zien. Het is en lijkt allemaal zo vanzelfsprekend, maar in de films van de broers Dardenne is dat helemaal niet zo duidelijk. Wat je ziet is allemaal zo levensecht gefilmd en zo naturel gespeeld dat de emoties die de personages oproepen heel natuurlijk zijn en daardoor heel heftig.

Le jeune Ahmed gaat over een puberjongen op zoek naar zijn identiteit en naar de richting van het leven die hij wil inslaan. Hoe moet je je als moslim gedragen in een land waar de islam zeker niet de grootste godsdienst is en waar tolerantie ten opzichte van andersdenkenden hoog in het vaandel staat? De islam staat niet tolerant tegenover andersdenkenden. Geen enkele godsdienst, trouwens. Hoe moet je je gedragen als een extremistische opvatting van jouw godsdienst zich aan je opdringt en je min of meer opdraagt om andere opvattingen binnen diezelfde godsdienst met hand en tand te bestrijden? Ahmed is in het filmverhaal onder invloed gekomen van de extreem religieuze ideeën van de plaatselijke kruidenier annex imam. In die vrome, ietwat wereldvreemde leer, past dat Ahmed religieuze rituelen zo stipt mogelijk uitvoert. Haast mechanisch volgen de religieuze handelingen zich op. In het – gebroken – gezin – hoewel dat niet echt helemaal duidelijk wordt -, is hij de enige die zich met religie bezighoudt. Moeder is ongelukkig en drinkt teveel; zijn zussen nemen hun vrijheid en feesten erop los. Ahmed krijgt bijles van Ines. Een vrouw met een heel groot hart. Naast dat ze een huiswerkklas heeft, geeft ze ook les in Arabisch aan islamitische kinderen. Ze heeft daar een speciale pedagogiek voor ontwikkeld; Arabisch leren aan de kinderen met behulp van liedjes.

Niet iedereen in de moslimgemeenschap is volledig gecharmeerd van deze lesmethode. Arabisch is toch de taal van de heilige koran? Is het niet beter om ‘gewoon’ de koranverzen uit je hoofd te leren dan zomaar liedjes leren? De ouders voeren hier een discussie over en twijfelen. Ahmed bespreekt deze kwestie met zijn imam. Die twijfelt geen moment: Ines is een afvallige en een ketter. Ahmed interpreteert deze notie zo dat hij vindt dat Ines dood moet. Hij neemt een mes en probeert haar te vermoorden. Gelukkig loopt het uit op een mislukking; Ines overleeft de aanslag en Ahmed komt in de jeugdgevangenis. Ziet Ahmed het hopeloze van zijn missie? Kan hij nog terug? Zal het hem lukken om de schoonheid van ons tolerante systeem met godsdienstvrijheid en verschillende opvattingen te zien en te omarmen? De broers Dardenne spenderen er een prachtige film aan.

Als toeschouwer onderga je alles en kan je op geen enkele manier invloed uitoefenen op de uitkomst. Dat hoort zo bij toneel of film. Omdat het hier zo verschrikkelijk realistisch is en zo dicht op de huid van Ahmed wordt gefilmd, krijg je last van die machteloosheid. Waarom niet dit…en waarom niet dat… Je wordt er dus helemaal gek van. Daarom is Le jeune Ahmed zo’n verschrikkelijk goede film. Je gevoelens lijken al snel weer de gevoelens van ouders met puberende kinderen.

Ik zou zeggen: Niet twijfelen en snel naar de bioscoop! Wat een film!

Mijn Favoriet ‘The Favourite’

Als gesjeesd historicus ben ik natuurlijk meteen op zoek gegaan naar de waarheid. Wat is er precies echt gebeurd en wat is erbij verzonnen? Misschien is het oplossen van die vraag wel de reden waarom ik zo verschrikkelijk van historische films hou. In The Favourite van Yorgos Lanthimos gaat het om de vroeg-achttiende eeuwse Engelse koningin Anne. Het geraamte van het verhaal – zeg maar de feiten – zijn echt gebeurd. De rest is een fantastisch verzinsel. Wat kunnen we precies weten van mensen die al meer dan driehonderd jaar geleden overleden zijn? Niets dus. Alleen wat opgeschreven is.

De Engelse koningin Anne was van jongs af aan bevriend met Sarah Churchill, de hertogin van Marlborough. Toen Anne koningin werd en tijdens de eerste jaren van haar koningschap werd ze gedomineerd door deze vriendin. Niet alleen de koningin werd gedomineerd, maar ook de politiek. In die tijd regeerde de vorst en werd ze daarin bijgestaan door het parlement. Dat parlement werd bevolkt door twee partijen: De Tories en de Whigs. Sarah Churchill was een overtuigde Tory en steunde de oorlog die Engeland tegen Frankrijk voerde onder leiding van haar man de hertog van Marlborough. Op een dag meldde zich het nichtje van Sarah Churchill Ebigail Hill aan bij het paleis en vroeg om een baan. Ze kwam uit een verarmde, en diep gevallen, tak van de familie. Van eenvoudige dienstbode werkte ze zich op tot de persoonlijke dienstbode van Sarah. In die positie wist ze de aandacht van de koningin te trekken en vriendschap met haar te sluiten. Omdat Sarah veel van het hof afwezig was, kon Abigail Hill langzaam de positie van Sarah Churchill overnemen. Na verloop van tijd werd Sarah Churchill verbannen van het hof en nam Abigail Hill het volledig van haar over. Abigail Hill wist koningin Anne richting de Whigs te sturen. Daardoor werd de oorlog tussen Frankrijk en Engeland beëindigd. Dit lijken de feiten. Hoewel…ik zie dat ik er zelfs nu al een te sappig verhaal van heb gemaakt. Het is ook niet eenvoudig als het verhaal op zichzelf al zo opwindend is. Sarah Churchill en Abigail Hill bestierde successievelijk de koninklijke begroting. Ze waren beiden na elkaar Keeper of the Privy Purse. Daarmee hadden ze een grote invloed op het beleid. Deze functie bestaat zo ongeveer even lang als het Engelse koningshuis en wordt altijd door mannen bekleed behalve onder Koningin Anne; toen dus uitsluitend door de rivaliserende vrouwen. Zeg nou zelf; de (min of meer) feiten zijn al bijna een roman, laat staan als je er zo hier en daar wat fraais bij verzint!

De drie vrouwen zoals ze eruit moeten hebben gezien destijds: Sarah Churchill, Queen Anne en Abigail Hill

De film de Favourite is werkelijk een plaatje om naar te kijken en boeit van begin tot einde. En…aan het eind van de film weet je dat geen van de vrouwen je voorkeur verdient. Beiden gaan door roeien en ruiten om macht te verwerven en om de macht te behouden. Dat levert veel spektakel op. Dat koningin Anne een diepongelukkige vrouw was die hunkerde naar liefde, is natuurlijk verzonnen, want hoe kan je dat nou weten? Maar aan de andere kan wel heel erg geloofwaardig. De vrouw was ontelbare keren zwanger en alles wat (vroegtijdig) geboren werd, heeft ze ten grave mogen dragen. Ook haar echtgenoot overleed al vrij snel. Je weet het natuurlijk niet zeker, maar als je je in iemand verplaatst die dat moet meemaken, dan word je daar niet vrolijk van. Een ander aspect is dat er gesuggereerd wordt dat beide vrouwen een min of meer lesbische relatie onderhielden met de koningin. In het filmverhaal gaat het ietsje verder dan alleen suggestie. In de werkelijkheid beschuldigde Sarah Churchill haar nicht ervan dat ze zo’n relatie had met de koningin op het hoogst van hun machtsstrijd. Als dat soort beschuldigingen worden geuit op deze manier, dan is het waarheidsgehalte discutabel. Zeker als je beseft dat zo’n relatie in de tijd waarin het verhaal zich afspeelt volkomen taboe was en het iemand ten val zou kunnen brengen.

Ik vond The Favourite een heerlijke film; echt een aanrader. Ook door het spel. Het is een echte actrice-film met Olivia Colman als de ongelukkige koningin Anne, Rachel Weisz als de op macht beluste Sarah Churchill en Emma Stone in de rol van Abigail Hill. Echt een aanrader!

Shadow, een nieuw meesterwerk van Zhang Yimou.

Uit Azië kwam niet veel, qua film. Destijds was het de Japanse cinema die Azië vertegenwoordigde. Ik had het idee dat Bollywood alles bepaalde in Azië en dat Japan het enige land was waar de filmkunst enigszins westers was en voor ons te pruimen. Ik was gek op de films van Akira Kurosawa. Natuurlijk was er een cultuurschok, maar een schok die te overwinnen was. Mijn eerste film die ik zag was Dodeskaden. Alleen de titel was al fascinerend. Daarna natuurlijk gesmuld van The Seven Samourai. Dat was dus voor mij de Aziatische filmkunst. En toen was daar ineens Het Rode Korenveld van Zhang Yimou. Naast een fantastisch verhaal en een actrice om nooit te vergeten, het summum van esthetiek in de beeldvoering. Elk shot bijna overdreven mooi. Zelden zoiets gezien. Dan die actrice. Gong Li was haar naam. Altijd een onafhankelijke vrouw of in ieder geval een vrouw die voor onafhankelijk strijdt. Zhang Yimou opende een tot dan toe gesloten wereld voor mij. Misschien was Raise the Red Lantaren wel de meest tot de verbeelding sprekende film met Gong Li. Een verhaal dat zo ver van mij afstond maar zo dichtbij kwam. Ik smulde ervan samen met heel veel anderen.

Gong Li in Raise the Red Lantarn

Voor mij was de film Hero een dubbele cultuurschok. Van films waarin menselijke relaties centraal staan naar een onvervalste martial arts film. Een genre waar ik überhaupt niet naar keek en waar ik nu wel toe gedwongen was want…wie wil er nou een film missen van de Chinese grootmeester? Het leek alsof Zhang Yimou niet alleen zichzelf opnieuw uitvond, maar ook het genre. Hij goot de oude Chinese knokfilm in een vernieuwende esthetische en artistieke jas. Als muze nu niet de zoetgevooisde maar opstandig en onafhankelijke Gong Li, maar de niet minder knappe Zhang Ziyi. Knap, maar ook nog van elastiek; en dat heb je nodig in een martial arts film. Wie kan haar trommeldans vergeten in The House of the Flying daggers?

Zhang Ziyi in House of the flying Daggers

Op het Internationaal Filmfestival Rotterdam heb ik de nieuwste film van Zhang Yimou gezien. De man heeft zichzelf opnieuw uitgevonden. Weer een nieuwe draai. Maar weergaloos. Shadow heet zijn nieuwste film. Alleen al qua kleurvoering een breuk met elke film die hij in het verleden maakte. De vrijwel afwezigheid van kleur, kenmerkt deze film. Een film in constante regen. Met elementen die aan martial arts doen denken, maar toch anders. Het verschil met een film als House of the Flying Daggers is levensgroot. Met Zhang Yimou weet je eigenlijk nooit waar je aan toe bent; dat is een van zijn krachten. Maar wat voor film hij ook maakt, doorgaans is hij fantastisch.

Afwezigheid van kleur in Shadow

De koning van het land heeft recht op een grensstad in het naburige koninkrijk. Maar hij kent zijn beperkingen; hij zal de stad niet kunnen veroveren omdat hij het andere koninkrijk te sterk vindt. Maar dan komt ineens de generaal op de proppen en die vertelt zomaar dat hij bij de andere koning is geweest en op eigen houtje heeft onderhandeld. Hij heeft de zus van de koning als bruid voor de kroonprins beloofd als hij zich terugtrekt uit de stad. Hooghartig heeft de vijandige koning het aanbod van de hand gewezen en de aangeboden koningsdochter niet als bruid geaccepteerd maar als concubine. Een grove belediging. Met deze mislukte onderhandeling heeft de generaal een oorlog uitgelokt.

De generaal die de onderhandelingen voerde, blijkt niet de generaal zelf, maar een dubbelganger. De echte generaal zit gewond verstopt en heeft zijn dubbelganger (zijn shadow) aan een touwtje. Aldus wordt de oorlog tegen het vijandige land gestart. In tegenstelling tot eerdere films, met veel bloed en dood. In tegenstelling tot eerdere films met veel dood en drama en verlies.

Ik heb zitten smullen van deze film en ik hoop van harte dat hij binnenkort ook buiten het Rotterdamse filmfestival gedraaid wordt. Hij behoort bij mij tot de favoriete films van het festival…laat ik eerlijk zijn, het is de enige film die ik gezien heb.

Nederlands Kamerorkest: Requiem van Fauré en Ralph Vaughan Williams

Gezien en gehoord op 3 maart 2018 in het Concertgebouw

De meeste films gaan langs me heen als een zacht briesje in maart. Je voelt ze wel, maar je bent het ook zo weer vergeten. Soms is er een film die inslaat als een bom. Master and Commander: The far side of the World, was er zo één. Het is moeilijk te zeggen wat me nou zo verschrikkelijk aansprak, maar dat hij mij aansprak, dat is overduidelijk. Inmiddels heb ik de film een keer of vijf gezien en dat is uitzonderlijk voor een film. De meeste films op DVD staan stof te vangen en worden zelden uit hun hoesje gehaald. Maar deze film dus wel. Een opmerkelijke film. Op een enkele figurante na, speelt er geen enkele vrouw in de film. Verder een prachtige confrontatie tussen twee vrienden; kapitein (lucky) Jack Aubrey en de scheeparts Maturin. De één uit plichtsbesef jagend op de vijand en de ander vol onderzoeksdrift. De jonge adelborsten aan boord – jochies aan het begin van de pubertijd soms nog – en de opvoeding die de kapitein hen geeft; vol zorgzaamheid maar hard waar het moet. Ook heel erg ontroerende scènes. Als na de zeeslag de lijken worden klaargemaakt voor het zeemansgraf. Eén van de adelborsten naait zijn vriend in zijn slaapmat. Vooral ontroerend omdat de jongen het met één hand moet doen omdat zijn andere arm in een eerder stadium werd afgezet. Haast ongemerkt wordt je emotie nog eens extra geprikkeld door de muziek. Je hoort de muziek wel, maar je merkt het niet en je voelt zeker niet wat het met je doet. Dat is zo’n beetje de kracht van muziek in een film.

Begeleid door de muziek van Vaughan Williams

We zaten in het Concertgebouw voor een concert van het Nederlands Kamerorkest. Vanwege het Requiem van Fauré had ik dit concert gekozen. Maar wat gebeurt er. Er wordt muziek gespeeld waarvan de titel mij niets zei. Té lui om het even van tevoren te beluisteren. Dan begint het orkest te spelen en deze jongen werd door een mokerslag getroffen. Het stuk heeft ook zo’n idiote naam. ‘Fantasia on a Theme by Thomas Tallis’. Maar de componist Ralph Vaughan Williams had me moeten waarschuwen; een zeer ondergewaardeerde componist. Hij krijgt veel minder aandacht dan hij verdiend. Prachtige symfonien heeft hij geschreven en dus ook ‘Fantasia on a Theme by Thomas Tallis’. De muziek was koud begonnen of ik zat met kippenvel mijn tranen in te houden en zag voor me hoe een oude zeebonk het eenarmige adelijke jochie hielp bij het dichtnaaien van de slaapzak met daarin zijn dode gesneuvelde vriend. Zo verschrikkelijk mooi! Zo mooi gespeeld ook. Terwijl je tijdens de film de muziek als toegift krijgt, zag ik nu de filmbeelden als bijzaak. Alles draaide nu om deze bijzondere muziek waarbij een speciale opstelling van het orkest vereist bleek. Een strijkkwintet zat afgescheiden van de rest van het orkest. Dat gaf een heel apart ruimtelijk effect aan het stuk. En natuurlijk was het zo dat in de film alleen datgene werd gebruikt van de muziek dat ze konden gebruiken en nu kregen we het hele stuk te horen. Heel apart omdat de componist eerst het thema laat horen en vervolgens elk deelthema uitwerkt en niet meer terugkeert naar het hoofdthema. Wat verschrikkelijk mooi! Thuisgekomen had ik de muziek al snel op Spotify gevonden en sindsdien schrijft hier een Vaughan Williams addict en zou ik haast vergeten dat er nog meer gespeeld werd.

Het programma begon met de wereldpremiere van ‘Liturgies de Lumière’ van de componist Guillaume Connessons. De compositie bestaat uit drie delen voor koor en orkest. Een compositie op twee gedichten van Charles van Leberghe en een gedicht van Hildegard von Bingen. De muziek van deze componist deed me erg aan het werk van impressionisten als Debussy denken. Datzelfde ingekeerde ervaarde ik. Vooral het tweede deel, het deel op tekst van Von Bingen sprak mij aan. De woorden: ‘Maria Mater Materia’ dat alleen al door de mooie alliteratie ietwat in je hoofd blijft hangen, gebruikte Connessons als een soort mantra. Na Connessons dus Vaughan Williams…en daarna gelukkig pauze zodat ik even van de emoties kon betijen en niet meteen door hoefde naar dat fantastisch requiem.

Onder leiding van Risto Joosten werd het beroemde requiem van Fauré uitgevoerd. Het griepvirus(..?) had toegeslagen want sopraan Judith van Wanroij bleek niet in staat om te zingen. Zij werd vervangen door Anna Dennis. Fantastisch vervangen. Ze stond er! En hoe. Het publiek ging over tot gejuich toen zij na afloop het applaus in ontvangst nam. Terecht. Ook Martijn Cornet zong een mooie rol, maar had gewoon niet de power van Dennis. Gordan Nikolić speelde een vervreemdende rol. Zowel het werk van Connessons als het requiem van Fauré werden gedirigeerd door dirigent Risto Joost. Maar die dirigent had niet de leiding. Het Nederlands Kamerorkest is zo verschrikkelijk het orkest van Gordan Nikolić dat de eventueel extern aangetrokken dirigent altijd de tweede viool speelt. Dat vind ik heel erg opmerkelijk. Of hij het nou wil of niet, HET is Nikolić. In het requiem nam Nikolić helemaal een vreemde rol in. Hij zat in een hoekje van het podium ver van het orkest weg. In sommige delen speelde hij een vrijwel onhoorbare vioolsolo. Heel merkwaardig.

Desalniettemin een fantastische avond gehad. Ralph Vaughan Williams, waarom spelen ze niet vaker wat van die man!

 

Hannah Hoekstra als overtuigende Helleveeg!

Gisterenavond de film ‘Helleveeg gezien. Netflix heeft de film sinds heel kort in haar assortiment. Van het boek was ik diep onder de indruk. Het was één van de lekkerste boeken van A.F.Th. van der Heijden die ik gelezen heb. Lekker snel geschreven. Beeldend en een fantastische schets van het Brabantse arbeidersmilieu. Het gaat over de complexe relatie van een opgroeiende jongen met zijn maar twaalf jaar oudere tante. Voor mij natuurlijk in zekere zin best herkenbaar want mijn tante is dertien jaar ouder dan ik. Mijn verhaal met mijn tante, die overigens een even lief gezicht had als de tante van Albert Egberts die in de roman beschreven wordt, zou heel anders zijn. In ieder geval heel erg veel minder erotisch geladen. Mijn tante en haar man waren voor mij het ideale paar. Een heel ander verhaal dan het tragische verhaal van de jonge tante Tiny van Albert Egberts die zo zwaar gebukt gaat onder haar moeilijke karakter en haar traumatische verleden. Albert Egberts ontpopt zich nogal als een jaloerse echtgenoot als zijn erotiserende tante met andere mannen verkeert; geen enkele man lijkt goed genoeg voor haar. Maar misschien was dat ook wel zo…in de roman en de film. Ga zo’n tante en vrouw maar eens neerzetten als actrice. Ga zo’n karakter, die zo superieur beschreven is, met zoveel vreemde uithoeken in haar wezen, maar eens spelen. Dat lijkt me een hele moeilijke klus.

Op het moment dat actrice Hannah Hoekstra als de jonge tante Tiny in beeld verschijnt, verschrompelt de roman en komt de film tot leven. Een geheel eigen leven. In mijn hoofd bestond er tijdens het kijken naar de film geen verband meer tussen roman en film. Achteraf wel, omdat je dan het verhaal probeert te duiden. Er blijven in deze film vragen open die ik met behulp van het boek probeerde te beantwoorden. Dat lukte niet altijd.

Mijn bewondering voor Hannah Hoekstra is fiks gegroeid. Wat een enorme rol zet ze neer. Echt fantastisch! Ook al ben je nog zo knap als deze actrice, dan helpt dat je nog niet om de getroebleerde tante Tiny geloofwaardig te verbeelden. Maar dat doet Hannah Hoekstra dus wel. Neem bijvoorbeeld het verhaal van de Papoea’s en het chocoladen paasei. Voor mij was het volkomen geloofwaardig, dat acht jarige jongetje met zijn twintigjarige tante. Zo invoelbaar. Voor mij was de Papoea-scene de sleutelscene in de film. Het absolute hoogtepunt. Ook het sublieme decor en de rest van de entourage maakte deze scene tot het hoogtepunt. De scene moest op het randje van erotisch zijn, en dat was het ook. Je kunt niet zeggen dat tante Tiny haar neefje verleidde; ze was gewoon een heel erg lekker sappig verhaal aan het vertellen. Maar, zo op het rand van het bed, in het licht van het nachtlampje en dan vertellen over de stijve plasser van de Papoea’s en hun peniskoker is ook weer niet vrij van erotische geladenheid…. in de logeerkamer  met zijn mooie jonge tante die in ruil voor stukjes chocola sterke verhalen vertelt over de Papoea’s. Een scene die je je hele leven niet meer vergeet!

De begin jaren zeventig zoals ik ze kende. Zoals het voelde naast de kolenhaard van opa en oma in een huis waar het zeer ongewoon was als je als man geen sigaret opstak. Eigenlijk hing in de huiskamer van opa en oma altijd een grote rookwolk. Dat maakt de wereld binnenshuis al zo verschrikkelijk anders als dat hij nu is. Zeker in arbeiderskringen. Die rokerige sfeer vond ik erg knap getroffen. Ik werd zomaar teruggevoerd naar de jaren zestig en zeventig. Benauwd en rokerig, maar voor mij zo verschrikkelijk warm.

Er waren toch ook wel wat dingen die ik minder vond. Natuurlijk hing er best een erotiserende sluier over de filmrelatie tussen tante Tiny en Albert Egberts, maar dat verklaarde voor mij niet dat tante met haar groot geworden studentenneef naar bed ging. Dat was voor mij geen logische stap in het verhaal en stoorde me ook. Die stap vond ik in de roman heel logisch maar in de film dus helemaal niet. Ik vond het er met de haren bijgesleept en totaal overbodig. Zonder die bedscène was de film nog heel veel sterker geweest, denk ik.

Het veertigjarig huwelijksfeest van de opa en oma van Albert wordt vakkundig door tante Tiny naar de gallemiezen geholpen omdat ze tijdens het feest iedereen even de waarheid gaat zeggen. Een scene die verdacht veel overeenkomsten vertoont met de Deense film ‘Festen’. Op zich is de manier waarop dat veertigjarige huwelijksfeest aan haar einde komt, volkomen geloofwaardig, maar de manier waarop de sequentie begint is, helaas, tenenkrommend. Tante Tiny komt aan met schortje en stofdoek en begint alle gasten af te stoffen. Niet geloofwaardig vind ik. Maar…heel erg geloofwaardig in het boek.

Tante Tiny heeft een trauma aan een reeks gebeurtenissen die in de pre-Albert Egberts periode zijn gebeurd. Tante Tiny vertelt daarover als ze ouder is. Het bevat nogal wat horror-elementen. Ik vond dat wel iets over de top. Net eventjes té, om goed in de film te passen. Frank Lammers speelde de rol van geliefde kwade genius. Een duistere rol waar ik niet goed mee uit de voeten kon. Ik kreeg de indruk dat hij Tiny, samen met de heren van de biljartclub, als veertienjarige seksueel misbruikte. Aan de andere kant vertelt ze dat ze gek op hem was en ze laat hem, op haar eigen huwelijksfeest, stevig door hem bij haar billen pakken. Voor mij erg onduidelijk; Groepsverkracht worden, zwanger raken, pijnlijke abortus die bijna fataal afloopt, geen erkenning van de zwangerschap en geen hulp bij dit alles als veertienjarig meisje en dan vervolgens, jaren later, haar stevig bij een bil grijpen zonder dat de mondige tante Tiny hem een verschrikkelijk hengst voor zijn kop verkoopt…dan ben ik los. Dan snap ik de mildheid niet die ze heeft ten opzichte van de veroorzaker van het leed uit haar jeugd. Ik kon dat echt niet volgen. Ik kan me dat ook niet uit het boek herinneren.

Al met al een hele erge mooie en goede film met een fantastische hoofdrol. Voor iedereen die de film nog niet gezien heeft en wel een abonnement op Netflix heeft: Kijken die film!!!

 

 

Nicole Kidman als Virginia Woolf

Vanochtend vroeg mijn computer voor de zoveelste maal of hij updates mocht installeren. Gisteren had ik het uitgesteld en gevraagd of hij het ’s nachts wilde doen. Maar ‘s nachts had ik mijn computer uitgezet en kon de softwaregigant er niet bij. Dus vanochtend de zoveelste smeekbede. Omdat ik weet dat updates ellende voorkomen, gaf ik toe en liet ik mijn pc haar ding doen. En toen vroeg de computer of ik een paar minuutjes kon wachten en dat ik absoluut mijn computer niet uit mocht zetten en zat ik te kijken naar het getal vier prominent in het midden van het beeldscherm. Dat was het percentage van wat hij al verwerkt had aan updatecode. En die vier bleef er maar staan. Zo lang, dat ik begon te vrezen dat hij vastgelopen was. Net op het moment dat ik mijn pc een reset wilde geven, sprong het cijfer naar vijf en wist ik dat het heel erg lang ging duren, die update. Een paar minuutjes? Aan mijn neus. Niet voor niets had de grote leverancier voorgesteld om het ’s nachts in alle stilte te doen. En zo zat ik dus te staren naar cijfers op mijn beeldscherm die tergend langzaam opliepen. Ik voelde me volkomen hulpeloos, want wat kon ik doen? Maar gelukkig, na heel lang wachten zag ik op het beeldscherm dat we op 100 zaten. Dacht ik. Want nadat de computer opnieuw was opgestart, begon de teller gewoon weer opnieuw. En nu nog veel langzamer. Terwijl ik zo graag wilde schrijven!

Over gisteren. Gisteren had ik een dag waarop ik heel weinig gepresteerd heb. We waren van plan geweest om stiekem ons bijna affe huis in te sneaken en gewapend met onze nieuw gekochte meetlinten en notitieboekjes alvast aan het werk te gaan. Ramen opmeten zodat we gordijnen konden bestellen. Daarom gingen wij naar het museum en probeerden we via de binnenplaats onze tuin in te komen en zo via de openstaande deuren naar binnen te gaan. Onze tuin insluipen bleek nog altijd geen probleem. Maar helaas, men had alle deuren afgesloten dus ons huis binnenkomen zat er niet in. Een beetje teleurgesteld keerde we met onze ongebruikte meetlinten huiswaarts. En toen begon het te sneeuwen. En ik hou helemaal niet van sneeuwballen. Sneeuwballen zijn koud en nat en heeft zo’n snotneus zijn bal iets te lang in zijn hand dan zijn ze nog hard ook. Die wil ik in ieder geval niet tegen mijn hoofd.

Dus bleef ik thuis en deed de hele dag helemaal niets. Filmpje kijken. Op Netflix is de film Hours beschikbaar. Terwijl het toch echt in deze film niet om de muziek gaat, hebben ze bijzondere muziek op de achtergrond gekozen. Prachtige muziek van Philip Glass. Zo mooi, dat ik het verhaal dreigde kwijt te raken. Ook één van de orkestliederen van Richard Strauss kwam langs. De meest verstilde maar tegelijkertijd zo dynamische liederen die er ooit geschreven zijn. De film ging onder anderen over Virginia Woolf in de periode dat ze Mrs Dalloway schrijft. Een fascinerend persoon.

Virginia Woolf had een fascinerende lelijke kop, als je haar foto’s bekijkt. In de film leek haar gezicht best goed gelukt; leek redelijk veel op de foto’s van de schrijfster. Alleen niet lelijk. Een oneindig mooi en levendig en intelligent gezicht waar je graag naar kijkt. Men had de actrice Nicole Kidman gemetamorfiseerd naar Virgina Woolf. Vrijwel onherkenbaar. Wat een fascinerende metamorfose! En dat terwijl het stuk Metamorfose van Philip Glass ten gehore werd gebracht. Heel speciaal. Ik heb de film nog niet helemaal uitgekeken. Wie weet vandaag. Het is mijn parttime dag. En…vandaag gaat het weer sneeuwen!

Loving Vincent; een fantastische film!

Sinds de verbouwing was ik niet meer in het Van Goghmuseum geweest. Lange rijen hielden me tegen. Belangrijke tentoonstellingen gingen aan mij voorbij omdat ik zo verschrikkelijk opzag tegen die rijen tussen het Stedelijk en het Van Goghmuseum in. Van Gog’s schilderijen zag ik alleen nog maar als we in het Kröller-Muller waren. Karig. Ik ben gek op Van Goghs schilderijen. Maar op een goede dag vond ik dat het zo niet verder kon; ik wilde zo graag weer eens door dat museum lopen dat ik al mijn rij-angst overwon en achteraan aansloot. Na een kwartier tussen de toeristen in de rij ontdekte ik dat ik met mijn museumjaarkaart een eigen ingang had. De oude ingang. Helemaal nooit geen rij. Kan je bijna zo naar binnen lopen. Daar profiteer ik dan natuurlijk wel weer van en sindsdien bezoek ik het museum weer regelmatig. Het museum van de bezeten schilder. Aan de andere kant, vraag ik me af of men, ook voor de toeristen, niets beters kon verzinnen dan die hopeloze rij tussen de twee musea in. Ik gun de mensen zonder museumjaarkaart ook een vlotte toegang tot het museum. Ik ken geen enkel museum waar je zo lang in de rij moet en waar de doorstroming in die rij zo laag is; daar moet iets beters op te verzinnen zijn.

Gisterenavond zag ik zijn schilderijen tot leven komen. Ik heb met open mond zitten kijken. Ik wist niet dat zoiets mogelijk was. Wat verschrikkelijk mooi! Je gleed met filmische camerabewegingen van het ene schilderij in het andere. Langzaam rij je door de landschappen van Vincent van Gogh; geschilderde stoomtreinen en koetsen door het geschilderde landschap. Omdat Van Goghs schilderijen zo bekend zijn, is het een feest van herkenning.  ‘Achter’ de schilderijen ‘zitten’ acteurs; verbluffend hoe veel die acteurs lijken op de personages van de geschilderde portretten. Gecombineerd met de achtergronden met die zo verschrikkelijk beroemde streepjestechniek, was er bij mij geen twijfel over de ‘echtheid’. Behalve bij één personage. Degene die Van Gogh het meest geschilderd heeft, leek juist niet op hem, vond ik. Zichzelf. De acteur die Van Gogh verbeeldde was te veel een acteur. Té groot en té sterk. Te zelfverzekerd ook. Daar had de regisseur voor een wat breekbaarder acteur kunnen kiezen, wat fragieler. Maar dat mocht de pret niet drukken want wat een heerlijke film.

Het zelfportret van Van Gogh

De acteur en het beeld in Loving Vincent

Het is niet alleen een film met fantastische beelden, maar ook een film met een plot. Het verhaal haakt in op de vraag hoe Vincent van Gogh aan zijn einde gekomen is. Hoewel men in het algemeen uitgaat van zelfmoord, blijven er hardnekkige geruchten rondgaan dat hij door een tragisch ongeval min of meer vermoord is. De film probeert daar, vanuit haar perspectief uitsluitsel over te geven en na afloop neig je naar de gedachte dat Van Gogh niet door zelfmoord aan zijn einde is gekomen.

De film is niet in zijn geheel in Van Gogh stijl. Gelukkig niet; dat zou te veel van het goede zijn. Van Gogh-achtig geschilderd zijn de scenes in het ‘heden’ waar de zoon (met het dunne snorretje en de hoed) van postbode Roulin (met die fantastische baard) de opdracht krijgt om de laatste brief van de inmiddels overleden Vincent bij Theo te bezorgen. Daarvoor trekt hij door de Van Gogh-landschappen van het ene ‘portret’ naar het andere. De portretten vertellen wat zij weten over het leven en de dood van Vincent. De verhalen over het leven en de dood van Vincent worden weergegeven in een niet-Van Gogh stijl. Meer als min of meer ‘gewone’ animatiebeelden. In stemmig zwart wit. Dat brengt ook weer even rust op je netvlies want die Van Goghschilderijen, vooral uit zijn laatste periode, knallen qua kleurgebruik natuurlijk van het doek. Ook het witte doen. In die zwart-wit beelden viel me op dat de acteur niet voldoende leek op de bezeten schilder. Wat mij betreft kon hij niet voldoende aannemelijk maken dat mensen in zijn omgeving hem ‘gek’ vonden. Dat ze hem pesten en uitscholden. Dat ze hem uit hun dorp wilden verwijderen. Bij zo’n grote, mooie en sterk ogende kerel vond ik dat niet erg waarschijnlijk.

Al met al heb ik van de film genoten en ik raad iedereen aan om hem te gaan zien. Dan hoop ik vervolgens dat hij – in dit streaming- en DVD-loze tijdperk – bij één van de streamers terechtkomt. Ik ga de film steeds weer terugspoelen en het juiste schilderij bij de scenes zoeken. Lijkt me heel erg fascinerend. Waarschijnlijk neem ik daar de tijd niet voor, maar het idee is leuk!

Ik en vieze films

De VPRO heeft drie jonge regisseurs gevraagd om een pornofilm te maken. Het proces dat de filmmaker doormaakt levert een documentaire op die de VPRO op de televisie uitzendt. De pornofilm zelf kan je op de website bekijken. Enkele dagen geleden werd de eerste documentaire vertoont en de eerste pornofilm op internet gezet. Ik heb beiden bekeken. Mateloos interessant. Angelo Raaijmakers waagde zich er als eerste filmmaker aan. Hij had het moeilijk, viel mij op. Dat kan ik me ook goed voorstellen omdat porno altijd met intimiteit en jezelf te maken heeft en je voor de vraag stelt: Wat laat je zien en wat niet? Porno richt zich op een deel van jezelf dat je niet graag in de openbaarheid hebt. Zelfs niet in de veilige omgeving van je naasten. Porno richt zich op het dier in je en dat je een beetje een dier bent, wil je liever niet aan de wereld laten zien. Daarom is de worsteling van de regisseur ook zo boeiend. Als filmmaker wil Angelo Raaijmakers een verhaal vertellen en buiten zijn eigen dierlijkheid blijven, als pornomaker zou hij juist voor het dierlijke moeten kiezen waarbij het verhaal er niet toe doet. Raaijmakers maakt een film over twee mensen die veel om elkaar geven en erg lekkere seks met elkaar hebben. Weliswaar op een vreemde plek – een kaal stukje midden in een maisveld – maar lekkere seks.

De documentaire zet mij aan het denken over wat ik zou doen als ik zo’n opdracht kreeg. Waar Raaijmakers film belangrijker vindt dan porno, zou ik het precies andersom opvatten. Ik zou porno als uitgangspunt nemen. Toeschouwers geil maken, daar gaat het om in de porno-industrie. Raaijmakers is een talentvolle filmer. Ik keek met plezier naar zijn film. Lieflijk. Een vrouw met een lief gezicht en een teder lichaam en een man die er alles voor over heeft om haar te laten genieten. Zulke liefdevolle seks zie je zelden zo expliciet in een film. Daar dreven film en porno ook precies uit elkaar; over zoveel liefde raak je wel opgewonden, maar niet geil opgewonden. Daar zijn gewoon andere dingen voor nodig.

In de schoenen van Angelo Raaijmakers wil ik een film maken waar de hele wereld geil van wordt. Dat is moeilijk, besef ik me. Niets is zo divers maar tegelijkertijd zo eenduidig als mensen en seks. Hoewel het allemaal wel ongeveer op hetzelfde neerkomt, dat seksen, is wat geil is voor de één, strontvervelend voor de ander. Met één pornofilm is het onmogelijk om de hele wereld te bedienen. Ik denk dat ik dan toch maar voor mezelf zou kiezen. Wat windt mij op? Waar word ik geil van? Eerlijk gezegd boeit de liefde tussen twee mensen me nauwelijks als het om porno gaat. Ik ben ook niet geïnteresseerd in pijn. Pijn doen of pijn lijden of vernederen werkt bij mij als een ijskoud washandje op mijn warme rug. Net als mannen die met elkaar seksen. Dieren moeten niet betrokken worden bij menselijke seks en kinderen en seks passen al helemaal niet bij elkaar. Oudere vrouwen dan? Je woont als oudere kerel samen met een oudere vrouw. Maar nee, in porno kijk ik niet graag naar oudere vrouwen.

Zo Frits…hier grijpen we even in: Met opsommen wat je allemaal niet geil vindt kan je nog wel bladzijden doorgaan. Van cupcakes wordt je niet geil, bananen bijtende  bonono’s doen je niets…dat boeit helemaal niet: Waar wordt je wél geil van? Kom op, niet zo laf!

Ja, ik ben laf. Ik ga het niet vertellen. Hoewel het dier in mij heus niet veel afwijkt van het dier dat in de zes miljard andere mensen op de aardkloot huist, hou ik het lekker voor mezelf.

Toekijken bij het badderen

Objectief gezien was ‘Shakespeare in love’ gewoon een tearjerker. Laten we eerlijk zijn. Maar wat heb ik ervan genoten! Wat een heerlijke film om in weg te zinken. Met een Gwyneth Paltrow die om op te vreten was. In een verhaal met zowaar een literaire tint; de totstandkoming van Romeo en Juliet. Heerlijk geacteerd. Vlot gefilmd. Met behoorlijk wat humor erin. Echt een leuke film. Ik heb hem meer dan eens gezien. Opmerkelijk is dat mooie mannen als Ben Affleck en Collin Firth juist niet de lover spelen maar wel de nauwelijks bekende Joseph Fiennes. Die film werd geproduceerd door Harvey Weinstein. Harvey Weinstein staat momenteel te kijk omdat hij vrouwen seksueel belaagd heeft.

Iedere gek zijn gebrek. Zelfs ik. Ook Harvey Weinstein. Hij vraag actrices om naar zijn hotelkamer te komen. Daar ontvangt hij ze slechts gekleed in zijn badjas. Dan vraagt hij hen om hem te masseren en tenslotte vraagt hij hen toe te kijken als hij poedeltje naakt onder de douche stapt. Mijn ding zou het niet zijn. Als een mooie vrouw mij in mijn blootje masseert en kijkt hoe ik lekker sta te badderen; zou ik daar niet warm of koud van worden. Laat staan heet. (Wel beschaamd, vrees ik.) Ik ben Harvey Weinstein niet en híj wordt daar juist wel beregeil van. Niemand heeft zichzelf gemaakt.

Ik kan me levendig voorstellen dat de gevraagde actrices dat niet willen. Laten we zeggen dat de man op geen enkele manier ook maar iets wegheeft van een Ben Affleck. Helemaal niets. In zekere zin heb ik qua fysiek meer overeenkomsten met hem. Enigszins gezet en op leeftijd. Maar stel dat ik me nou eens inleef in iemand met een ander voorkomen. Actrice Katja Schuurmans bijvoorbeeld. Razend intelligent maar tegelijkertijd met een heerlijk lichaam en een open en lief gezicht. Stel ik speel in een film die door Harvey Weinstein geproduceerd wordt. Grote kans dat ik vanwege mijn magnifieke borsten en billen een uitnodiging zou krijgen om bij hem op visite te komen op zijn hotelkamer. ‘Waarom?’ zou ik vragen. ‘Om een gezellig borreltje te drinken.’ Wat zou ik dan doen. Ik zou denken: Die man wil met mij het gevecht met de engel aangaan. Ik zou naar hem kijken en denken…Nee, bedankt. Ik heb mooiere en geilere mannen waar ik naartoe kan. Maar ik kan ook denken: Wie weet, een nieuwe rol voor de toekomst. En dan klop ik op zijn deur en doet hij open…in zijn badjas. Ik kan de pleiterik maken als ik wil. Hij vraagt me om een massage…ik kan hem uitlachen als ik wil. Hij vraagt me om toe te kijken als hij zich onder de douche inzeept. Ik kan schaterend zijn hotelkamer verlaten als ik wil.

Hij vroeg de vrouwen om iets en dwong ze nergens toe. We zijn allemaal volwassen mensen. Je mag iemand iets vragen en dan kan ze instemmen of niet. Als het bij een ‘nee’, even goede vrienden is, dan is de kous af, lijkt me. Maar niet in Amerika. Daar wordt Harvey Weinstein voor de internationale pers en de rechter gebracht en moet hij zwaar boeten. Verschrikkelijk. Wie wil nou dat er naar buiten komt dat jij geil wordt als er een mooie vrouw staat toe te kijken als jij aan het badderen bent?

Dunkirk: Een aardig verhaal-experiment

Na afloop van de film Dunkirk moesten mijn oren erg wennen aan geluid op gewoon niveau. Dunkirk is een film waarin bommen aan één stuk door ontploffen. De bioscoop zorgt ervoor dat het geluidsniveau realistisch is. Je voelt de ontploffingen tot in je maag. Dat is een heftige ervaring. Maar het went en op het laatst, na anderhalf uur knallen, wordt het behoorlijk saai. Ik ben niet kapot van Dunkirk. Er zat een zeer ingewikkelde verhaalstructuur achter waardoor je je soms een verdwaalde voelde in tijd en ruimte. De door elkaar gevlochten verhaallijnen met een verschillende tijdsdichtheid waren bovendien erg dun: Twee helden en een wanhopige. De helden vind je in het verhaaltje van de Engelse piloten die bereid waren hun leven te offeren om de mannen daar op het strand en de boten op zee te beschermen tegen vijandige vliegtuigen. Daarin waren ze, in deze film, buitengewoon succesvol. De tweede held was de eigenaar van een plezierjacht die de oversteek naar Duinkerken waagt om de omsingelde Engelse soldaten op te halen. Zijn onverzettelijkheid moet ongetwijfeld staan voor de Britse onverzettelijkheid. Tenslotte waren er de wanhopigen. De Engelse soldaten op het strand. Van het feit dat ze geen kant op konden, merkte je relatief weinig. Wel dat ze voortdurend werden aangevallen door vijandige bommenwerpers. Aangevallen met bommen en kogels.

Verzuipen in Dunkirk

De film begint in een stadje waar een groep soldaten rondzwerft. Een regen van pamfletten dwarrelt naar beneden. Als de hoofdpersoon een pamflet opvangt, begrijpen we wat er aan de hand is. Het is een door de vijand verspreid pamflet met de mededeling dat de Engelsen en Fransen zichzelf beter kunnen overgeven omdat hun omsingeling volledig is. En dan worden ze ineens, vanuit het niets, beschoten. De soldaten vallen. Op één na. Hij weet op miraculeuze wijze aan de kogels te ontkomen. Maar dan wordt hij onder vuur genomen door Franse soldaten die een barrière verdedigen. Natuurlijk lukt het de soldaat om langs de Franse post te komen en daarmee relatief veilig gebied te bereiken. Het strand. Rijen soldaten staan daar te wachten om geëvacueerd te worden. Dan onheilspellend gebrom in de verte. Soldaten kijken waar het geluid vandaan komt. En daarna…ontploffende bommen en vliegende lichamen. Aan de rand van het strand ziet onze soldaat een andere soldaat die ogenschijnlijk een gevallen strijdmakker begraaft. Samen met deze zich stom houdende andere soldaat proberen ze van het strand in een boot te komen zodat ze overgevaren worden naar Engeland. Om het maar te verklappen: Eén van de twee zal het niet halen.

Dan is er het verhaaltje dat aan de Engelse kust begint. Een eigenaar van een pleziervaartuig vertelt aan zijn twee zonen (?) dat zijn jacht door de Engelse marine is gevorderd. De inboedel van de boot wordt ingewisseld voor zwemvesten. Dan kiest het plezierjacht het ruime sop richting Duinkerken. Het heeft er alle schijn van dat onze pleziermarinier te vroeg en op eigen houtje vertrekt want hij laat een stel officieren met open mond achter. Halverwege hun overtocht pikken ze een soldaat op die op een boven het water uit piepende getorpedeerde boot zijn einde afwacht. Zelfs de smeekbeden van deze soldaat om niet naar Duinkerken te gaan, weerhoudt de pleziervarende onverzettelijke kapitein niet om zijn tocht richting oorlog en gevaar voort te zetten. Uiteindelijk vist hij een groot aantal een soldaten op uit de golven; Zij zijn afkomstig van een getorpedeerde oorlogsbodem.

Het laatste verhaaltje is het verhaal van drie Britse vliegtuigen die het tegen de vijand opnemen. Steeds worden we eraan herinnerd hoeveel brandstof er nodig is om weer terug te kunnen vliegen naar Engeland. Neem van mij aan, uiteindelijk hebben ze lak aan terugvliegen naar Engeland; ze willen hun manschappen op de grond beschermen tegen de vijandelijke bommenwerpers. Het eerste vliegtuig van de drie valt al bij de eerste schermutseling met de vijand. De tweede weet nog best wat ‘goed’ werk te doen voordat hij een zachte buiklanding op de golven maakt. De derde zal de held van de avond blijken. Hij vecht door tot hij uiteindelijk in een zweefvlucht zijn kist netjes aan de grond zet en dan, nadat hij zijn vliegtuig met eigen hand heeft vernietigd, in handen van de anonieme vijand valt. Maar dan heeft hij wel al de halve vijandelijke luchtmacht uit de lucht geschoten.

Het eerste verhaal van de soldaten aan het strand is een verhaal dat meerdere dagen duurt. Het verhaal van het heen en weer varende jacht duurt wellicht een etmaal terwijl vliegtuigen hoogstens een paar uur in de lucht zijn. Toch beginnen alle verhaaltjes in de film tegelijkertijd en eindigen ze samen op hetzelfde tijdstip. In de vertelde tijd wordt het verhaal van de soldaten op het strand in grotere tijdseenheden verteld dan het verhaal van de plezierjacht of van de vliegenier. Om dit te benadrukken zien we ook hele abrupte overgangen van nacht naar dag en omgekeerd. Deze verwevenheid van verhaallijnen maakt het best wat verwarrend. Het is wel een interessant verhaal-experiment.

De doodsangst weet de regisseur goed te vangen. Je bent in de bioscoop getuige van de ene na de andere aanval. Als er geen bommen met een enorm geluid ontploffen dan zijn het wel de torpedo’s die je ziet aankomen en die met onmogelijk veel geweld de veilige wereld aan stukken rijt. Een film die de toeschouwer kennelijk wil laten voelen wat oorlogsgeweld is. Dat doet me terugdenken aan Spielbergs ‘Saving private Ryan’. De landing in Normandië. Ik schat de manier waarom daar het geweld en de ellende in beeld is gebracht een stuk hoger in dan wat de film Dunkirk brengt. Ik vind Dunkirk een aardig (vertel-)experiment maar geen echt heel erg goed geslaagde film. Regisseur Christopher Nolan mist het genie van Steven Spielberg om het oorlogsgeweld voor de toeschouwer voelbaar te maken. De overgang algehele teloorgang en naar de algehele triomf aan de Engelse kliffen kust vond ik erg abrupt en kon ik gevoelsmatig niet echt volgen. De meeste boten werden tot zinken gebracht, zo liet de film ons geloven, maar uiteindelijk waren er ruim 300.000 mannen gered. Een gekke en plotselinge overgang.