Categoriearchief: columns

Vriendin N. In Teheran

Ik was haar destijds op één van de social media tegen het lijf gelopen. Vriendin N. uit Teheran. We kenden elkaar nog maar nauwelijks en toen hadden we het al over eten. Koken is haar hobby. Voor de grap vroeg ze ons bij haar te komen eten. Toen we uitgelachen waren, dachten we: Waarom ook niet. Dus boekten we een hotel in Teheran en een vlucht en reden we een maandje later in de zeer vroege ochtend in een taxi door de nog slapende stad naar ons hotel in het zo verre Iran. Toch best een onderneming want hoewel de internationale verhoudingen al lang niet meer zo gespannen waren als ze ooit geweest waren, werd Iran in die dagen door de internationale gemeenschap nog steeds beschouwd als een schurkenstaat. Geen bankverhoudingen, bijvoorbeeld. Dus hadden we her en der in onze bagage briefjes van vijftig euro gestopt die we konden wisselen voor Iraans geld. Hoewel ik mijn eerste buitenlandse reizen niet anders wist dan dat ik naar de bank moest om mijn guldens te wisselen, is het in ons huidige tijdsgewricht met pinpassen en geldautomaten heel erg onwerkelijk om met pakjes euro’s rond te lopen die je dan moet wisselen. Maar het vreemdste was natuurlijk geliefde J. die in Teheran haar haar moest bedekken met een sluier. Het stond haar goed, trouwens.

Geliefde J. en vriendin N. in de grote Bazaar van Teheran

Vriendin N. bleek een stevige jonge knappe vrouw. Ze woonde samen met haar dochtertje M. in een kleine flat ergens in Teheran met uitzicht op een parkje. N. lag destijds in vechtscheiding met de vader van M. en omdat het familierecht anders georganiseerd is dan wij hier rechtvaardig vinden, vreesde N. voortdurend dat ze van dochter M. gescheiden zou worden omdat papa haar op zou eisen. Echt een rotsituatie voor onze vriendin. Vreemd genoeg maakten we in haar huis kennis met vriend (?) R. Een ontzettende aardige kerel, daar niet van, maar wat deed hij daar? Naar later bleek hadden vriendin N. en R. compleet, helemaal, absoluut niets met elkaar. Wie was R.? Toch geheime dienst die een oogje in het zeil hield? Dat weerhield N. helemaal niet om ons een fantastische heerlijke schransmaaltijd voor te zetten.

Een jaartje later schreef ze me dat ze wilde emigreren samen met dochterlief. We verkenden de mogelijkheden. Die zijn teleurstellend. Omdat ik haar wat dat betreft weinig kon bieden…verwaterde ons contact.

En toen werd er zomaar een Iraanse generaal geliquideerd op bevel van impulsieve president Trump en dus moest Iran wel terugslaan. En dus was er luchtdoelraket-operator die vreesde dat Teheran geraakt zou worden door een raket en toen meende hij zo’n raket te herkennen maar het was een passagiersvliegtuig en het vliegtuig schoot hij neer… en ondertussen moet vriendin N. zien te overleven. Ik heb zo met haar te doen. Wat zal ze in angst zitten. En onder die omstandigheden nam vriendin N. ineens weer contact met me op. Wat me wel duidelijk is, is dat ze bang is dat er iemand met ons gesprek meeluistert. Ze praat slechts over koetjes en kalfjes terwijl ze zo verschrikkelijk blij zei te zijn dat we weer contact hadden. Wat wil vriendin N.? Wil ze nog steeds emigreren? Hoe dan? Wil ze mij vragen van J. te scheiden en met haar te trouwen? (out-of-the-question!) Maar hoe zou het dan moeten gaan tussen ons? Zou ze dat ook met mij naar bed… Hoho De Klerk. Eventjes rustig blijven. Vriendin N. heeft niets gevraagd en ook niets voorgesteld. Over de plantjes in de tuin hebben we het gehad… Meer niet!

Manon Uphoff – Vallen is als vliegen; een complexe roman

Halverwege de jaren negentig kocht ik nauwelijks boeken. Ik had het veel te druk om veel te lezen en te krap bij kas om boeken te kopen. Ik had drie niet meer hele kleine jongetjes in een te kleine bovenwoning met een nauwelijks toereikend inkomen. Laat er geen misverstand over bestaan, ik klaag niet; we waren grenzeloos gelukkig. Maar op dat moment had ik wel wat anders te doen dan lezen. Maar toch kocht ik ‘Begeerte’ van Manon Uphoff vlak nadat het uitkwam in 1995. Men sprak er destijds over. Een opmerkelijk debuut. Dat is de reden denk ik dat ik het kocht. Misschien ook omdat ik de schrijfster op de foto een knappe vrouw vond. Wie weet. Het eerste verhaal – het titelverhaal – schokte me. Het trok me aan en het stootte me af. Tot op de dag van vandaag staat het verhaal me nog steeds bij. Alle andere verhalen in het boek zijn weggespoeld met de tijd. Geen idee meer wat er verder in dat boek stond, maar dat eerste verhaal was indringend. Nu, na het lezen van ‘Vallen is als vliegen’, vallen de stukjes van de puzzel ‘Begeerte’ op zijn plek. ‘Begeerte’ is het verhaal van een jong meisje dat zich laat ontmaagden in een pension voor gastarbeiders. Behoorlijk expliciet beschreven; indringend, agressief en zwart. Ik kon het niet plaatsen. Het refereerde aan stoere meisjesverhalen op de middelbare scholen. Zij ‘deden’ het veel eerder dan wij, timide jongetjes. Maar ‘Begeerte’ was geen stoer meisjesverhaal maar een zwart meisjesverhaal; ik raakte ervan in de war. Ik begreep het niet. Misschien dat het verhaal me daardoor zo bij gebleven is.

Na het lezen van ‘Vallen is als vliegen’ begrijp ik ‘Begeerte’. Na het lezen van ‘Vallen is als vliegen’ zoek ik. In mijn poging tot een verklaring vergeleek ik het met ‘Mijn ware verhaal’ van Karin Bloemen. Maar dat slaat nergens op want het zijn twee onvergelijkbare boeken. Karin Bloemen heeft in mijn ogen een soort van schoon schip gemaakt door haar incestverhaal te vertellen terwijl Manon Uphoff een bijna abstracte roman geschreven heeft waarin ze misbruik binnen het gezin in een literaire vorm giet. Ik vond het een fantastisch boek om te lezen terwijl de woordenstroom nauwelijks houvast geeft; het scheert als het ware langs gebeurtenissen waardoor je steeds niet weet of het dit is of dat wordt. Het boek boeit verschrikkelijk terwijl ik steeds niet wist wat ik eigenlijk aan het lezen was. Een boek in een nieuwe taal. Nederlands, dat wel, maar in een nieuwe vorm.

‘Vallen is als vliegen’ is een woordenstroom en uit die vloedgolf aan taal komt een zeer kinderrijk gezin naar voren. Beide ouders hebben ook nog kinderen uit een eerder huwelijk. Ze wonen in een bekende (achterstands) wijk van Utrecht. Moeder is een prachtige vrouw om te zien, maar haast afwezig. Ze bemoeit zich nauwelijks met haar kinderen. Vader daarentegen verzorgt het gezin. ’s Nachts is hij de Minotaurus terwijl hij overdag best voldoet aan het beeld van een liefdevolle vader aangeduid met zijn initialen HEHH wat staat voor Henri Elias Hendrikus Holbein. Wat we over hem te weten komen is dat hij een verdienstelijke amateur kunstschilder is en dat hij met Anna Alida voor de tweede keer een gezin sticht. Ook Anna Alida heeft al twee dochters uit een eerder huwelijk: Henne Vuur en Toddiewoddie. HEHH en Anne Alida krijgen samen nog zes kinderen. Het verhaal wordt verteld door de vierde op rij die zichzelf aanduidt met ‘Ondertekende’. ‘Ondergetekende’ denkt na over het lot van Henne Vuur waarmee de familie, inclusief de vertelster, geen contact meer heeft en die sterk vermagert en van de trap valt en eenzaam sterft.

Een reeks beelden en gebeurtenissen trekt voorbij waarbij er steeds iets ‘raars’ aan de hand is en waarbij HEHH een rol speelt. De gebeurtenissen lijken in volgorde van associatie te komen en niet in die van tijd. Maar vaak kan je moeilijk van gebeurtenissen praten en meer van impressies; sfeerbeelden. Eén van de beelden die ik moeilijk kan loslaten is het beeld van een klein meisje dat verzorgt moet worden om het één of ander. Verzorging van de kinderen wordt gedaan door HEHH. Ze zit met haar blote billetjes op zijn hand en één vinger gaat er tussenin. Een afgrijselijk pijnlijk en pervers beeld; jonge kinderen hebben het recht op verzorging van hun hele lichaam. Dat moet een volledig eenrichtingverkeer zijn van ouder naar kind met maar één doel; de verzorging van het kind. Dat beeld van dat kleine meisje dat tot lustobject wordt gemaakt staat op mijn netvlies gebrand en gaat er maar moeilijk van af.

Ik heb deze uitermate complexe roman geboeid gelezen en vaak bij mezelf afgevraagd ‘waar ik in het verhaal zat’. Maar dat verhaal is er niet echt, tenminste geen chronologisch verhaal.

De rechtsstaat is soms erg lastig

Ik vind het fijn om in Nederland te wonen. In West-Europa eigenlijk. We vieren hier vrijheid en democratie. Hier in West-Europa gaat de democratie verder dan dat de meerderheid het voor het zeggen heeft. De meerderheid beslist lijkt democratie, maar dat is het niet. In een democratie beslist de meerderheid weliswaar maar zorgen we ervoor dat de rechten van de minderheid worden beschermd. Er kan geen sprake zijn van een democratie als we niet ook in een rechtsstaat leven. Als de meerderheid van de volksvertegenwoordiging besluit dat mensen met rood haar hun haar blond moeten verven, dan kunnen roodharigen naar de rechter stappen en de beslissing van die meerderheid aanvechten. De rechter zal dan het meerderheidsbesluit toetsen aan de regels die we in het verleden hebben opgesteld en die de maatschappij – in dit geval – tegen discriminatie moeten beschermen.

Maar helaas, hoe ik ook van die rechtsstaat houd, hij werkt soms ook tegen. In onbewaakte momenten merk ik bij mezelf een opkomende wrevel en vraag ik me af wat voor soort rechters we hebben in Nederland. Dan voel ik dat ik best een eerste stap wil gaan zetten richting naar door de overheid aangestelde rechters die meerderheidsbesluiten respecteren. Dat is niet goed van mezelf, maar ik loop er wel tegenaan. Een rechtsstaat kan er alleen zijn als er een strikte scheiding van machten is en dat betekent dat de rechterlijke macht zichzelf in stand houdt, zonder overheidsbemoeienis.

Vandaag in de krant twee voorbeelden van een meerderheidsbesluit dat tot mijn ongenoegen wordt teruggedraaid door de rechter om een (foute) minderheid te beschermen.

Het eerste besluit: De rechter vindt dat AirBNB geen verhuurder is maar een informatieplatform. Daardoor hoeft AirBNB geen enkele verantwoording af te leggen over hoeveel dagen welke woning verhuurd wordt. Deze registratie is nodig om de verhuur van woningen in Amsterdam aan banden te leggen. Een meerderheid vindt in Amsterdam dat deze verhuur aan banden moet worden gelegd omdat woningen (zelfs de onbetaalbaar dure) heel erg schaars zijn in de stad en ze nu niet vrijkomen voor bewoners omdat verhuur via AirBNB veel lucratiever is. Bovendien is er erg veel overlast van vakantievierende toeristen die nu in gewone woonwijken hun onderkomen huren. (Vooral uit Engeland trouwens…in die zin sta ik niet onwelwillend tegenover de Brexit; ik hoop dat dat het aantal bezopen – hengstenbal vierende – Engelsen terugbrengt in Amsterdam!)

Het tweede besluit: De meerderheid in Rotterdam heeft besloten dat ze iets willen doen aan mensen die zich hufterig gedragen naar andere mensen. De Rotterdamse raad besloot dat het in het vervolg strafbaar zou zijn als je anderen lastigvalt door naar ze te schelden, te sissen, ongepaste gebaren te maken of ongepaste dingen te vragen. Het zogenaamde sisverbod moest (jonge) vrouwen beschermen tegen een (betrekkelijk klein) groepje mannen die slecht opgevoed is. Mannen die het nodig vinden om vrouwen hun gevoel van veiligheid en vrijheid af te nemen. Maar ook dit meerderheidsbesluit werd door de rechter teruggedraaid. De rechter vindt het een vorm van meningsuiting als een man uit het niets tegen een wildvreemde vrouw zegt dat ze een lekker geil ding is en haar sommeert om met hem mee te gaan. En ja, ik ben erg voor de vrijheid van meningsuiting…

Best lastig die rechtsstaat…

Martin Michael Driessen – De Heilige; De waarheid van een oplichter.

Ik leid een aangenaam leven. Ik heb genoeg inkomen, een lieve partner, heerlijke kinderen waarmee ik goed contact heb. Ik heb een lekker huis en een betrekkelijk uitdagende baan. Ik ben best tevreden. Maar toch…toch knaagt er soms iets. Dan moet ik denken aan wat mijn immer beschonken pa me vaak toevoegde. Dat hij dan misschien wel zoop, maar dat hij ook leefde. Dat hij feest vierde. Dat hij van alles meemaakte. En dan keek ik beschaamd in de spiegel, want inderdaad, wat maakte ik nou helemaal mee. Wat mijn pa destijds zei, heeft vandaag de dag nog steeds wel impact. Ergens heb ik een weggestopt verlangen naar een groots en meeslepend leven. Maar dat gevoel heb ik diep weggestopt; zo belangrijk is het niet. Bovendien is mijn tijd voorbij. Zo jong ben ik niet meer. Ik heb mijn pa al jaren overleefd. En hoe meeslepend was het leven van mijn pa dan wel niet? Zo ver is hij ook niet gekomen. Doorgaans eindigde een reis in de kroeg om de hoek waar hij brallend uiteindelijk de pleiterik moest maken. Achtervolgd door drinkschulden. Ach, ik ben best tevreden met mijn lekkere huis, mijn carrière mijn liefje en mijn leven. Heel gewoon allemaal. Ik heb weinig mensen kwaad gedaan en mijn steentje bijgedragen. Ik heb nog een fijne tijd te gaan zonder al te grote zorgen en ik kijk terug op een fijn verleden.

Martin Michael Driessen spreekt dat verborgen kleine beetje verlangen naar een groots en meeslepend leven in mij aan. Zijn romans lees je alsof je een film aan het kijken bent. Met decors die je wel herkent, maar dan toch zo vervormt dat het ook weer helemaal nieuw is. Met nieuwe perspectieven. Ook de personages zijn herkenbaar maar ook weer niet. Ze handelen herkenbaar maar gedragen zich alsof ze met een andere moraliteit zijn grootgebracht. Zijn romans voeren je weg uit je vertrouwde omgeving en zetten je in een tegelijkertijd bekende- en vreemde wereld. De tijd en ruimte van zijn romans komen bijna haarscherp overeen met de werkelijkheid. In die herschapen werkelijkheid dolen vreemde personages. Neem nou de roman ‘De Pelikaan’. Het decor en de historische tijd zijn haarscherp; het Joegoslavië van de jaren negentig van de vorige eeuw. Tegen dat decor speelt zich het verhaal af van de wederzijdse chantage van twee vrienden die het niet van elkaar weten.

Ook in de roman ‘De Heilige’ zijn tijd en ruimte heel precies aangegeven. Het grootste deel van de roman speelt zich af in Elzas-Lotharingen rond de steden Colmar en Metz. De historische tijd is ook precies beschreven: De hoofdpersoon vertelt dat hij geboren is in het jaar van de grote revolutie, 1789. Op 7 juni 1839 eindigt het verhaal…in Metz.

De hoofdpersoon, Donatien, vindt op het slagveld van Craonne de Duitse gewonde soldaat Ewald. Hij steelt van Ewald een medaillon met het portret van Ewalds verloofde, Lieselotte, en een brief van haar. Hij laat Ewald voor dood achter en vertrekt naar de stad waar de verloofde woont. Hij palmt haar in en ze krijgen samen een kind. Maar dan blijkt Ewald niet dood en moet Donatien vluchten. Vanaf dat moment komt Donatien in allerlei situaties terecht achtervolgt door Lieselotte en Ewald. Donatien komt terecht bij wetenschappers die willen meten hoe snel wolken gaan. Later bij iemand die onderzoekt wat elektrische schokken met het brein doen. Uiteindelijk wordt hij rover in de bossen bij Colmar. Voor zijn eigen gevoel een soort van Robin Hood. Als hij tegen de lamp dreigt te lopen weet hij aan te monsteren op een schip dat op weg gaat voor een wetenschappelijke missie. Ze gaan de Israëlische stam van Ruben zoeken in Chili. Maar dan, als het schip na vele avonturen teruggekeerd is naar Frankrijk, wordt Donatien gearresteerd. In de gevangenis ontpopt hij zich tot een heilige heremiet die mensen door handoplegging geneest.

Ook deze roman van Driessen leest als een trein. In geen enkele roman heb ik zoveel ‘opzoeken’ aantekeningen gemaakt. Er wordt zo vaak naar de ‘werkelijkheid’ verwezen en dan wil ik graag weten of het echt de werkelijkheid is of een bedachte. Zo zou er bijvoorbeeld in de kathedraal van Metz een altaarstuk hangen waar Donatien het zijne aan heeft bijgedragen. Hij zou geposeerd hebben als Christus en tijdens dat poseren zou hij de schilder aanwijzingen hebben gegeven over hoe het kruis stond toen Jezus van het kruis gehaald werd. Het kruis had namelijk nooit rechtop kunnen staan, want dan moet je het lichaam van Christus verminken.  Niet als het kruis op de grond ligt. Op het altaarstuk zou zodoende de kruisafname zijn geschilderd waarbij het kruis op de grond is neergelegd. Ik wil weten of er inderdaad zo’n schilderij hangt. Helaas geeft de website van de kathedraal daar geen uitsluitsel over; ik zal ernaartoe moeten.

Al met al een heerlijk boek om te lezen. Heel veel verwijzingen in het boek heb ik niet nagelopen; daarvoor ben ik gewoonweg te lui. Ik had het wel willen doen, als ik ook wat meer tijd had gehad (denk ik). Ik wil steeds weten over de waarheid en dat is best lastig als de hoofdpersoon – die ook de verteller van het verhaal is – een oplichter is.

Droge worst, het blijft een uitdaging

Sinds enkele jaren ben ik amateurslager. Ik schaam me er tegenwoordig een beetje voor omdat ik me er heel erg van bewust ben dat overmatige vleesconsumptie niet echt goed is voor ons milieu. Maar dat weerhoudt mij er toch niet van om het slagersmes te hanteren. Ik ben besmet geraakt door Gertjan Kiers. De slagerreus. Zijn YouTube-filmpjes zijn onweerstaanbaar voor een lekkerbek als ik. Ik heb hem halve koeienkarkassen zien uitbenen en de woorden ‘bindweefsel’ en ‘werkvlees’ zijn voor mij gaan leven. En ik weet dat het goed is. Ik weet dat de smaak voortreffelijk is. Bij de filmpjes van Gertjan Kiers loopt het water me in de mond. Omdat mijn geliefde J. vlees noch vis eet heb ik lang bij mezelf gedacht dat ik recht had op een dubbele portie. Nu, vandaag, vind ik die redenatie flauwekul en ben ik – min of meer – flexitarier geworden. Dat wil dus zeggen dat ik regelmatig een dagje geen vlees eet. Op zich bevalt mij dat best. Maar desondanks blijf ik amateurslager; omdat het zo leuk is.

Vier weken geleden kwam mijn idioot grote stuk vlees binnen. Als je beseft dat ik hier in huis de enige ben die vlees eet, dan kan je je voorstellen dat een complete varkensschouder van zo’n kilootje of zes best veel is. Ik heb mijn messen geslepen en ben het gevaarte te lijf gegaan. Het zwoerd er af en de botten eruit. Nog even goed op Youtube gekeken hoe je de botten eruit haalt. Op zich lukte het allemaal aardig. Niet zo vlot als mijn professionele voorbeeld, maar toch kwamen de botten er betrekkelijk schoon uit. Toen de homp lillend vlees in mooie lappen gesneden en de boel in porties verdeeld; een grote portie voor droge worst, een hele grote voor rookworst en een wat kleinere portie voor…weet ik nog niet; het licht lekker bevroren in de vriezer te wachten totdat ik er iets mee weet en weer zin heb. Want het moet wel gezegd dat ik er na enkele meters worst aardig genoeg van heb.

Nog dezelfde dag als het uitbenen maakte ik droge worst. De handleiding van Meneer Wateetons had ik nog even goed doorgelezen in zijn boek ‘Over Worst’. Droge worst maken is niet zonder gevaar. Het vlees moet koud zijn; heel koud. Dus had ik het in kleine stukjes gesneden en er een dun pakket van gemaakt en het een uurtje in de vriezer gelegd. Daarna grof gemalen en veel kruiden toegevoegd. Vooral nitrietzout en…een scheut van mijn eigen gemaakte yoghurt; droge worst is gefermenteerde worst. Toen al het gemalen vlees tot mooie worsten verwerkt was, heb ik ze een dag je in de warme vochtige keuken laten hangen en daarna op de koele zolder.

Na drie weken, afgelopen week dus, zagen de worsten eruit zoals ik ze graag heb; mooi rood verkleurd en goed ingedroogd. En toen het proeven…

Van bedorven vlees word je heel ziek en het is niet uitgesloten dat je uiteindelijk overlijdt. Je eigen droge worst proeven is best een dingetje. Echt wel. Ik rook aan de worst, ik bekeek de worst. De geur was vol aroma…het snijvlak van een plakje van mijn worst zag er goed uit. Niets aan de hand dus. Ik nam een hap en kauwde en proefde en hij smaakte heerlijk. Wat minder zout dan ik gedacht had en wat minder pittig. En toen slikte ik het door. En nam nog een stukje en nog een stukje. Maar een half uurtje later voelde ik wat in mijn maag. Het zou toch niet… Werd ik een beetje misselijk? Nee toch?

Suggestie, niets anders dan suggestie. Vandaag had ik voor het eerst een stuk van mijn droge worst door mijn salade gesnipperd. Heerlijk was het. Maar ook nu weer voelde ik en voelde ik…en voelde ik. Het zou toch niet. Maar nee, ik ben nu zomaar weer op weg naar huis. In de trein. En van dat gore toilet hoef ik helemaal geen gebruik te maken. Ik voel me kiplekker. Droge worst, het blijft een uitdaging.

Machteld Siegmann – De Kaalvreter; Als het uit is…heb je het uit.

Als ik in staat was geweest om een roman te schrijven, dan had ik dat graag over een bepaalde gebeurtenis gedaan in het leven van mijn moeder. Ze begon haar bewuste leven namelijk als het nichtje van een bollenbaron in Hillegom. Ze sleet haar dagen tijdens de oorlog in de veronderstelling dat haar ouders de oversteek vanuit Indonesië door het oorlogsgeweld niet meer konden maken, daarom logeerde ze zolang bij haar oom en tante. Ondertussen leefde ze het leventje van de happy view want oom en tante waren erg rijk. Na de oorlog stond er zomaar ineens een eng dunne vrouw voor de deur met de dood in haar ogen. Haar moeder, mijn oma. Binnen no-time moest mijn meisjesmoeder de stap maken van een gereformeerd meisje uit de hogere landbouwkringen naar een joods onderduikstertje met een zwaar getraumatiseerde moeder die geen nagel had om haar kont te krabben. Mateloos interessant en ik heb er vaak van lopen dromen en beginnetjes gemaakt, maar helaas, ik heb moeten vaststellen dat ik geen romanschrijver ben en dat het me niet gaat lukken om dit onderwerp verder uit te diepen en om te vormen tot een boeiend verhaal.

Machteld Siegmann is het, in tegenstelling tot mij, wel gelukt om dit verhaal in een roman te verwerken. Weliswaar in een iets andere variatie, maar eigenlijk hetzelfde verhaal. Hier gaat het om het meisje Leie dat als 2-jarige op een goede dag midden in de oorlog door een onbekende man bij een onbekende familie op het platteland met een lege koffer wordt achtergelaten. Het enige wat ze in de begindagen van haar onderduik doet is wachten tot ze weer opgehaald wordt en eten. Gaandeweg de oorlog normaliseert alles zich min of meer. Ze heeft onderduikbroers waarmee ze goed overweg kan en ook met haar onderduikouders. Na de oorlog krijgen ze een verwarde vrouw als nieuwe hulp. De vrouw probeert contact te krijgen met Leie, maar Leie wijst alle contact af; ze vindt de vrouw eng. De verwarde vrouw verhangt zich.

Leie trouwt met boer Dirk en krijgt zonen Anton en Meeus. Als de twee jongens tieners zijn, overlijdt de onderduikmoeder van Leie. Ze gaat naar de begrafenis en ontdekt op het kerkhof dat de verwarde nieuwe hulp die zelfmoord pleegde, haar moeder was. Leie vervalt in depressieve apathie. Ze wil niets meer, alleen nog maar dood.

Het verhaal wordt nogal vanuit verschillende perspectieven vertelt en springt behoorlijk door tijd en ruimte. Als Leie trouwt met Dirk, dan gaan ze boeren in de Zuid-Hollandse Krimpenerwaard. Alles rond de onderduik speelt zich af in het gehucht Zanegeest in de buurt van Alkmaar. De gebeurtenissen in 1974 zien we door de ogen van de gezinsleden en concentreren zich rond de depressieve apathie van Leie die de moeder van het gezin is. In de andere historische perioden (1942, 1942-1950 en 1958) zien we de gebeurtenissen door een objectieve verteller.

Omdat het onderwerp me na aan het hart ligt heb ik de roman met belangstelling gelezen. Het boeide me. Meer ook niet. De Kaalvreter is geen roman waar je nog lang mee rondloopt. Als je het uit hebt…is het uit. En dat was het. Het is een debuutroman dus wie weet ontwikkelt deze schrijfster zich nog.

Hoogleraar Sociale Psychologie…

Professor. Dat is echt het hoogste dat je kunt bereiken. Je bent pas echt geslaagd als je professor bent. Dat vond mijn moeder en dat heeft zich in mij vastgezet. Toen mijn pa op mijn achtste ineens verdween uit mijn leven moest ik bedenken hoe ik alle scherven van het huwelijk van mijn ouders weer aan elkaar kon lijmen. Daar deed ik een jaar over. Een jaar heb ik uit het raam gestaard en oplossingen bedacht, maar niets werkte. Voor schoolwerk had ik dat jaar even geen tijd, dus moest ik dat jaar nog een keer overdoen. ‘Dan word je een jaar later professor’ troostte mijn moeder. Geleerdheid, daar ging het om bij ons thuis. Eigenlijk tot op de dag van vandaag voel ik me diep van binnen een beetje mislukt omdat ik geen hoogleraar ben geworden; ik mag me geeneens doctor of doctorandus noemen. Als armzalig HBO-ertje heb ik, voor mijn gevoel, gefaald…

Dat gevoel en ratio niet altijd synchroon lopen, is mij pas de laatste jaren echt gaan opvallen. Dat gevoel dat ik eigenlijk pas geslaagd ben als ik professor voor mijn naam mag zetten heeft zich zo onlosmakelijk in mij vastgezet dat ik het, ongetwijfeld, mee mijn graf in zal nemen. Maar rationeel denk ik er tegenwoordig heel anders over. De professor is behoorlijk van zijn voetstuk gevallen. Het blijken soms helemaal geen slimme mensen die kunnen overzien wat de gevolgen zijn van hun handelen. Voorbeelden van heel erge domme professoren lijken stelselmatig voor te komen bij de studierichting Sociale psychologie. Zo hebben we de frauderende Diederik Stapel gehad die de enquêtes – die het bewijsmateriaal vormden van zijn ‘wetenschappelijke’ werk – zelf invulde en wiens stellingen daardoor immer bewezen werden. Je hebt professor Roos Vonk die zelfs zonder in elkaar geflanste en zelf ingevulde enquêtes, denkt dat ze altijd gelijk heeft en haar activistische stellingen verwart met wetenschappelijk onderzoek.

Sociale psychologie is dan ook best een ingewikkeld vak; het meest populaire onderdeel van de psychologie. Het lijkt te bestuderen hoe en waarom mensen handelen zoals ze handelen. Ze lijken te kunnen voorspellen welke actie welke reactie heeft op ‘de mens’. Ze lijken daar op die specifieke faculteiten te werken aan methoden om precies te kunnen voorspellen welk gedrag welk vervolg heeft. Ook hoe je mensen kunt manipuleren, trouwens. Ik heb mijn twijfels.

Gisteren was er weer eens een professor sociale psychologie op de televisie. Kees van den Bos. Hij is niet alleen professor, hij ziet er ook zo uit. Qua uiterlijk een karikatuur van zijn universitaire titel. Maar het gaat niet om uiterlijk, want daar kan hij niets aan doen. De man heeft radicalisering bestudeert en met name de radicalisering binnen de zwarte-pieten-discussie (oh nee, toch niet weer die zwarte pieten discussie?). Tijdens Nieuwsuur gisterenavond lepelde de man alle gebeurtenissen sinds de ‘blokkeerfriezen’ op rond zwarte piet. Volgens onze hooggeleerde waren de gebeurtenissen rond de landelijke intocht van Sinterklaas 2017 het startpunt van radicalisering… Alsof die discussie niet al veel eerder volledig uit de hand liep…

However, de hooggeleerde Van den Bos had een goede mededeling voor ons; op grond van zijn jarenlange onderzoek concludeerde hij dat hij zonder meer kon voorspellen dat vanaf nu de radicalisering af zou nemen en we volgend jaar weer een fijne sinterklaasintocht hebben… Ik geloof er niks van, maar we zullen zien.

Wegrotten in Irak…

Ik ben nu eenmaal niet iemand die vindt dat een slechterik mag wegrotten in de hel. Ik denk dat een pure slechterik niet bestaat en dat iedereen recht heeft om zich te verdedigen. Ik mag best een mening over een slechterik hebben, maar alleen een onafhankelijke rechter mag oordelen en veroordelen. Zo’n rechter heeft ervoor doorgeleerd om de wetten toe te passen. Wetten die democratisch tot stand zijn gekomen. Ik ben van dat systeem in Nederland een grote fan. De rechtsstaat; ik ben er trots op dat het hier in Nederland zo goed functioneert. Heus er gaat wel eens iets mis en heus, dat heeft gigantische consequenties voor de betrokkenen, maar over het algemeen…ik zou echt niet ergens anders willen wonen. En ik sta daar niet alleen in. Slechts wat gekkies en slachtoffers vinden in Nederland dat het rechtssysteem niet deugt. Slachtoffers mogen dat van mij vinden; het liefst doe je als slachtoffer aan bloedwraak om je verdriet te stelpen, maar gelukkig hebben we dat in de vroege middeleeuwen afgeschaft want, zo bleek, er kwam niets dan ellende van. Nogal een cliché, allemaal.

Ik lees alle columns van Elma Drayer in de Volkskrant. Ik ben het eigenlijk altijd wel met haar eens. Dat is voor mij lekker makkelijk; ik lees in haar stukjes mijn eigen mening en voel me daardoor in mijn mening gesterkt. Bovendien kan ze, wat ik vaak denk, ook bijzonder goed verwoorden. Hulde dus, zou je zeggen. Maar helaas, in haar laatste column drijft ze ineens helemaal weg van me. Zonder rationele overwegingen lijkt ze van mening dat mensen die destijds, om wat voor reden dan ook, naar Syrië zijn vertrokken – naar IS – mogen wegrotten in opvangkampen. Kampen waar de basisvoorzieningen ontbreken en hun leven elke dag bedreigd wordt. Onder hen vele kinderen, vaak niet ouder dan kleuters. Dat valt me vies tegen. Vindt Elma Drayer dan dat het veiliger is als die mensen daar blijven? Nee, daar heeft ze het niet over. Het gaat eigenlijk voor haar er alleen maar om dat het mensen zijn die slechte dingen hebben gedaan. Hele slechte dingen. Nou, dat ze slechte dingen hebben gedaan, daar ben ik het wel mee eens. Maar ja, daar zijn er zoveel van. Als we alle mensen die hele slechte dingen hebben gedaan lieten wegrotten, dan werd Nederland al snel een grote stinkende rottende mestvaalt.

Elma Drayer die een groep mensen veroordeelt zonder rationele argumenten. Ze veroordeelt op grond van het idee dat ze iets slechts hebben gedaan. Merkwaardig. Mijn Elma Drayer waar ik zo verschrikkelijk veel goede en weldoordachte columns van gelezen heb. Elma Drayer gaat zelfs tekeer tegen de advocaat die de rechtsgang van die mensen ondersteund. Ik kan er even helemaal met mijn pet niet bij. Iedereen heeft het recht om zijn of haar recht te halen als hij of zij meent dat rechten geschonden zijn. Dat is nou juist het systeem waar ik zo trots op ben en dat ik Elma Drayer regelmatig heb lezen verdedigen. Een advocaat door het slijk halen omdat hij mensen verdedigd die menen dat hen onrecht is aangedaan? De financiering van de advocaat en de rechtsgang in een kwalijk daglicht stellen? Dat is een kant van Elma Drayer die ik nog niet kende. Helaas.

Marijke Schermer – Liefde, als het dat is; een scherpe analyse en een mooie roman.

Toen ik destijds Turks Fruit las, was ik helemaal de hoofdpersoon. De liefdesgod, daar wilde ik me graag mee identificeren. Nog nooit had ik de liefde gesmaakt of was ik echt verliefd geweest, maar die hoofdpersoon uit die roman, dat was helemaal ik. Je identificeert je makkelijk in een roman met de persoon die je het meest aan het hart ligt. Die romanheld van toen, dat is nu niet meer zo mijn held. Zoveel liefde zie ik er nu niet in, in die roman van Wolkers. Een bruut die zijn slachtoffer af en toe ‘toestemming’ geeft om iets te doen; om taartjes te maken van een witte boterham waarop ze een laag boter metselt en aftopt met chocoladehagelslag. Niet meer van deze tijd. Interessante vragen: Wat doet een boek precies met je en waarom identificeer je je met bepaalde romanpersonages?

In de roman ‘Liefde, als dat het is’ van Marijke Schermer wordt de liefde geanalyseerd, ontleed en op een mooie manier opgediend. Ik heb de roman in een ruk uitgelezen. Fantastisch!

Het verhaal van Schermer draait om het gezin van Terri en David en de dochters Krista en Ally. Op een dag is het voor moeder Terri over. Ze voelt zich zo bekneld en zo gevangen binnen het huwelijk en het gezin dat ze voor zichzelf besloten heeft om zo niet verder te kunnen gaan. Ze begint een verhouding, affaire of in ieder geval ‘iets’ met Lucas. David zoekt troost bij schrijfster Sev maar houdt een relatie verre van zich. Uiteindelijk beëindigd Terri de relatie met Lucas en stoppen Sev en Lucas de troosterij en is het gezin voor altijd gebroken. De plot van de roman kan ik makkelijk weggeven zonder dat het je leesplezier gaat bederven.

Ik identificeer me met David in de roman. Als lezer – geïdentificeerd met David – voel me ik zo verschrikkelijk verraden door Terri. David wordt beschreven als een zorgzame, lieve, tedere man die het met iedereen het beste voor heeft. Een man die zijn deel van het huishouden op zich neemt en zich haast in dienst stelt van het gezin dat hij vormgegeven heeft. Een tedere minnaar die zijn seksuele wensen ondergeschikt maakt aan de hare. That’s me… Maar Terri kwalificeert dat als ‘aardig’, en ‘aardig’ is de dood in de liefdespot…

Terri kiest voor Lucas. Lucas en de hoofdpersoon uit die beroemde roman van Jan Wolkers vallen goeddeels samen. Hij gebruikt haar voor zijn lusten en zij lijkt ervan te genieten. Al haar lichaamsopeningen worden gebruikt om zijn kwakkie kwijt te raken en als ze vraagt om iets meer begrip voor wat voor situatie dan ook, dan vernedert hij haar. Ik merkte dat ik zo verschrikkelijk kwaad wordt over de situatie die ik zie ontstaan in de roman. David voelt zich zo verraden en ik met hem. Tijdens een van de ruzies die daar het gevolg van is, loopt zij weg uit de ruzie en gaat linearecta naar Lucas waar ze zich stevig laat misbruiken door haar minnaar. Terwijl ik het opschrijf voel ik de verontwaardiging naar boven borrelen. Op het moment dat vijftienjarige dochter Krista haar eerste kleine stapjes zet op het liefdespad, krijgt ze helemaal per ongeluk de telefoon in handen van haar moeder en leest ze de chats tussen Lucas en haar moeder. ‘Ik wil je hier op je knieën met mijn pik in je mond’ leest het arme kind. Lekkage van seksualiteit van ouders naar kinderen en andersom is killing, zo blijkt maar weer. Krista wil helemaal niets meer met haar moeder te maken hebben.

De sympathie van lezer – zeker van deze lezer – gaat naar David. Maar toch laat dat wel een leegte achter. Vragen heb ik ook. Waarom kiest een vrouw die zich bekneld voelt in gezin en huwelijk voor zo’n man als Lucas? (Wat heeft die man wat ik niet heb? Wat heeft die man wat David niet heeft?) Toch is het een realistische keuze. Hij maakt me kwaad, maar ik zie het toch ook wel voor me. En dan de verhouding tussen Sev en David. Sev is een vrouw die moeite heeft om zich te binden en bij wie het nooit gelukt is om langdurig een relatie aan te gaan. Ze wil ook geen relatie met David; hij moet haar minnaar zijn. David wil haar alleen maar in het verborgene beminnen; hij vreest dat zijn dochters bang worden dat hij, net als hun moeder, zal weglopen met een nieuwe geliefde en wil ze dat niet aandoen. Ik ben David, denk ik… ‘Liefde, als het dat is’ heeft veel minder aandacht gekregen dan het verdient. Het is een prachtige roman en een messcherpe analyse van de liefde in al haar facetten; van de eerste prille verliefdheid tot een min of meer sado- masochistische verhouding. Ik vind de roman een aanrader en jammer dat hij niet op diverse lijstjes voorkomt!

Céline Schiamma – Portrait de la jeune fille en feu.

Een aantal jaar geleden heb ik de film Vie d’Adele gekocht. Vaag had ik ervan gehoord en ik wist dat de film diverse grote prijzen had gewonnen. Het zou over een meisje gaan dat haar seksuele voorkeur voor vrouwen ontdekt. Maar terwijl ik de film bekeek begon ik me behoorlijk ongemakkelijk te voelen. Was het wel de bedoeling dat ik hiernaar keek? In tegenstelling tot mijn kinderen behoor ik tot de generatie van vrijheid, blijheid en alles moet kunnen, maar dit was wel heel erg expliciet. De scènes waarin de meiden intiem aan het vrijen zijn en waarin vingers en monden elkaars lichaam exploreren worden lang uitgesponnen. Geen porno, dat niet, dat gevoel had ik niet. Het was geen poging om me op te winden, vond ik, maar geheel onschuldig, dat zeker ook niet. Voor porno zijn de scènes te echt, te waarachtig. Ik had het gevoel dat ik er gewoon niet naar moest kijken. Ik heb gewoon niets te maken met al het lichamelijke intiems van een liefde van twee piepjonge meiden; dat is van hun en ik moet daar geen deelgenoot van worden. Zoiets. De film bracht mij erg in verwarring.

Onwillekeurig vergelijk ik Vie d’Adele met Portrait de la jeune fille en feu. Beiden Frans en beiden over twee vrouwen die de vrouwenliefde ontdekken. Ondanks dat je bijna gedwongen de vergelijking zoekt, moet je wel tot de conclusie komen dat de films helemaal niets met elkaar te maken hebben. Is de eerste film, in mijn ogen, een ‘coming-out’ film, vertelt de andere film een universeel verhaal over een allesverterende- en overstijgende liefde. Dat het om twee vrouwen gaat die het met elkaar beleven ervaar je als toeschouwer als puur toevallig; het hadden net zo goed een man en een vrouw of twee mannen kunnen zijn. Speelde Vie d’Adele nadrukkelijk in het heden, Portrait speelt juist in het verleden met ruisende rokken en veel kaarslicht.

Het filmverhaal wordt verteld vanuit het perspectief van kunstschilder Marianne (Noémie Merlant) die de opdracht krijgt om het portret te schilderen van de dochter des huizes. Een portret voor een Milanese huwelijkskandidaat; de opmaat naar een huwelijk om de dynastie te waarborgen. We krijgen te horen dat er een oudere zus was, maar die heeft zich, voordat er een huwelijk gesloten kon worden, van de kliffen geworpen. Maar ook jongere dochter Heloïse (Adèle Haenel) zit niet echt te wachten op een huwelijk. Marianne is inmiddels de tweede schilder die een poging gaat wagen om het portret te schilderen. De eerste schilder is het niet gelukt want Heloïse weigerde te poseren; als ze poseert gaat ze trouwen en is dat het einde van haar vrije leven, zo lijkt ze te redeneren. Moeder stelt voor dat schilder Marianne zich voordoet als gezelschapsdame en haar dan tijdens hun samenzijn bestudeerd en in het geheim portretteert. Aldus geschiedt. Maar als het portret af is, staat Marianne erop om Heloïse te vertellen over haar bedrog en haar als eerste het portret te laten zien. Naast de woede over het bedrog is Heloïse helemaal niet tevreden over het portret. Heloïse beseft dat het huwelijk onontkoombaar is en wil dat er een goed portret wordt geschilderd waar een ziel in zit. Marianne krijgt vijf dagen de tijd om het portret te maken. Gedurende die tijd gaat moeder weg en blijven ze in het gezelschap van het dienstmeisje (Luàna Bajrami) achter. Dit is de achtergrond waartegen zich een heftige liefde ontwikkelt tussen Marianne en Heloïse en die onherroepelijk begrensd wordt door het aanstaande huwelijk en, al eerder, door de terugkeer van moeder.

De film begint behoorlijk traag en omdat er, zeker in het begin, nog maar weinig inhoud is, was dat voor mij qua aandacht een soort van overleven. Ik dwaalde regelmatig ernstig af. Maar toen het verhaal op gang kwam, verhoogde het tempo zich weliswaar niet, maar ging de film toch erg boeien. Het einde van de film vond ik bijzonder ontroerend. Er waren wel wat kleine uitglijders. Zo springt Marianne met rokken en al overboord om haar onbeschilderde doeken te redden. Iedereen die als kind zijn A-diploma heeft gehaald weet dat zwemmen in je t-shirtje en korte broek al best een klus is. Met al die rokken aan de zee inspringen…dan verdrink je onherroepelijk. Marianne dus niet. Koud en nat komt ze aan in het huis. Daar trekt ze al haar kleren uit en gaat ze naakt voor het hoog opflikkerende haardvuur zitten om warm te worden terwijl ze onderwijl een pijpje rookt. Als ervaren kampvuurzitter kan ik je vertellen dat je met een vuur als warmtebron aan de ene kant verbrand terwijl je aan de andere kant ijskoud blijft. Ieder verstandig mens zou zich daar voor dat vuur, minstens in een deken hebben gehuld.

Het verhaal van Marianne en Heloïse wordt begeleid door het verhaal van het dienstmeisje dat zwanger blijkt. Ze ondergaat een abortus. Kennelijk ziet zij net zo op tegen het huwelijk als de twee hoofdpersonen. Het dienstmeisje leidt de twee hoofdpersonen langs volkse haast esoterische vrouwengroepen en -rituelen. Mannen spelen geen rol in de film en het huwelijk wordt gezien als dreiging. De dreiging van het eind van de vrijheid en de zelfontplooiing. In de dagen waarin het verhaal zich afspeelt, het einde van de achttiende eeuw, was dat natuurlijk ook zo hoewel weinig vrouwen daar veel over nagedacht zullen hebben; je leeft in de tijd waarin je leeft en je past je zo goed mogelijk aan. Kijk je terug in de tijd met de ogen van nu, dan ontstaat er een geheel ander beeld; dat kan niet anders. In een tijd waarin we vinden dat iedereen, mannen en vrouwen, dezelfde rechten hebben om zich te ontplooien, dan zijn de onmogelijkheden om je als vrouw te kunnen ontplooien dé focus van een film over het eind van de achttiende eeuw. Op dit moment vinden we zelfs dat je faalt als mens als je niet álles uit het leven haalt. Ook daar kun je vraagtekens bijzetten…zoals bij alles, trouwens.

Al met al een erg mooie film maar wel met wat haken en ogen… Ik voelde mezelf in ieder geval geen voyeur die dingen zag die eigenlijk niet voor mijn ogen bestemd zijn. Een universeel verhaal over de liefde.