Categoriearchief: Beeldende kunst

Blogs over beeldende kunst

Een meesterwerktentoonstelling zonder meesterwerk

Is slechts één schilderij niet een beetje mager? De Nieuwe Kerk in Amsterdam stelt jaarlijks een meesterwerk uit een bepaald museum ten toon. Eén schilderij. Dat moet dus haast wel een meesterwerk zijn want waarom zou je anders, zoals ik, weer en wind trotseren om het te zien? In dezelfde serie zag ik jaren geleden een schilderij van El Greco. Indrukwekkend. Alle schilderijen van El Greco zijn indrukwekkend. Ze doen heel modern aan maar zijn al eeuwen oud. Maar zelfs van dat schilderij heb ik me afgevraagd in hoeverre het een meesterwerk was. Nu dus het schilderij Aartsengel Michaël van Luca Giordano. Een meesterwerk. Ik zelf had eigenlijk nog nooit van Giordano gehoord. Op zich zegt dat nog niet zo heel veel, want ik ben geen kunsthistoricus. Maar wel kunstliefhebber. En ik ken heus een hele zwik schilders uit deze periode. Ook Italiaanse. Van Giordano had ik nog nooit gehoord. Volgens de website van de Nieuwe Kerk zou het schilderij de bezoeker imponeren door zijn enorme formaat, schoonheid, zeggingskracht en overweldigende dynamiek. Tsja… Verder staat er op diezelfde website, en daar wordt in de Nieuwe Kerk ook verder op ingegaan, bewonderde de schilder Dürer, Rafaël, Rubens, Titiaan en Rembrandt. In mijn ogen zijn dat nou juist de schilders die eigenlijk alleen maar meesterwerken afleverden. Giordano? Meesterwerken? Nou, nee.

Wat ik zie is een suikerzoet gevleugeld watje (een roze mantel…) die een satéprikker in een gillend duiveltje prikt. Ik zie geen gevecht. Ik zie geen strijd. Ik zie geen dynamiek. Meer een ballerina met zwanenvleugels…Tussen de strijdende partijen zie ik geen relatie. Dat kunnen schilders als Rembrandt of Rubens beter. Eerlijk gezegd vind ik één penseelstreek van één van die twee al veel boeiender dan dit hele schilderij. Bij Rembrandt zou Michaël een strijder zijn geweest die een gevecht op leven en dood leverde. Michaël zou de speer in het lichaam van de duivel hebben geramd. Je zou beseffen dat als Michaël de strijd zou verliezen, de wereld zou verliezen. De bloedspetters zou je haast op je gezicht voelen als Rembrandt dit tafereel had geschilderd. Bij Rubens zou de pijn van de binnendringende lans voelbaar zijn geweest en had de Aartsengel kracht uitgestraald. Bij Giordano, niets van dat alles. Ach, geen slecht schilderij, maar een meesterwerk; dat wil er bij mij niet in. Ik heb er met belangstelling naar gekeken en de uitleg op de audiotour gehoord. Interessant allemaal zonder dat ik daar nou echt warm of koud van werd.

Vond ik dan helemaal niets leuk aan deze tentoonstelling? Wel! Van de nazit heb ik genoten. De audiotour gaat op zoek naar de engelen in de Nieuwe Kerk. Steeds als er een Engel gevonden is een prachtig stuk muziek om dat te vieren. De kerk is ooit begonnen als katholieke kerk en werd al snel overgenomen door de protestanten. Daarom werden veel van de beelden en schilderijen die de katholieke geloofsbelevenis ondersteunden, weggehaald zodat de sobere protestantse ruimte ervoor in de plaats kwam. Maar gelukkig kon men niet alle schilderijen en beelden weghalen. Bijvoorbeeld op het koorhek. Rijk versiert met cherubijntjes. In de dakconstructie van de kerk, waar de dakbalken gedragen worden door engelen met van inspanning vertrokken gezichten. Ook engelen die nu weer zichtbaar zijn geworden na de restauratie. Op de toegang tot het sacristiehuis bijvoorbeeld mooie muurschilderingen. Na de restauratie weer tevoorschijn gehaald vanonder een dikke stuclaag. De makers van de audiotour hadden voor elke gevonden engel in de kerk een bijpassend engelenkoor uitgezocht; van Fauré tot Bach. Zo was het genieten van prachtige muziek terwijl je van de ene kerkengel naar de andere liep. Eén van de laatste stops – hoewel je vrij was om je eigen volgorde te kiezen – was bij de preekstoel. De stoel is zeer rijk versierd en wordt gedragen door engelen. Maar ook bovenop engelen. De stoel kan je het best bekijken vanuit de herenbanken; de plek waar vroeger de burgemeesters zaten tijdens de dienst. Die uitnodiging kon ik moeilijk aan mij voorbij laten gaan en dus vleide ik mijn kont op de bank die zeer waarschijnlijk ook Six en Bicker gedragen heeft en inderdaad, daarvandaan heb je het mooiste uitzicht op die fantastisch gedecoreerde preekstoel.

Wat mij betreft is het schilderij van Giordano geen meesterwerk, maar de engelenspeurtocht toch zo leuk en interessant dat ik de tocht naar de nieuwe kerk een aanrader vind. Een meesterwerktentoonstelling zonder meesterwerk! Maar…met een interessante nazit.

De piemelparade in het Archeologische museum

In het Nationaal Archeologisch Museum in Athene zitten archeologen klaar om je vragen te beantwoorden. Echt heel sympathiek, want loop je door de zalen van dit museum, dan komt de ene na de andere vraag bij je op. Er is zoveel moois te zien, maar van zo lang geleden dat je een grote culturele stap moet maken om te begrijpen wat je ziet. En natuurlijk zat ook deze jongen vol met vragen toen hij anderhalve week geleden door dat museum dwaalde. Er is veel vraag naar archeologische bijstand, dat was wel duidelijk, want het is mij niet gelukt om mijn vragen te stellen omdat de archeologe van dienst het heel erg druk had.

Als je in Athene bent en je houdt van antieke kunst, dan kan je echt niet om dit museum heen. Het enige bezwaar dat je in kunt brengen is dat ze er zo waanzinnig veel hebben. Je kijkt je ogen uit en na afloop ben je compleet uitgewoond en heb je nog geen kwart gezien. Ben je in het Rijksmuseum van Amsterdam – ook met een overweldigende en grote collectie – dan kan je makkelijk het advies van Wieteke van Zeil opvolgen: Neem je voor om maar een paar werken in een van tevoren bepaald hoekje van het museum te bekijken en neem daar dan rustig de tijd voor. Maar in het buitenland gaat dat gewoon niet lukken. Je kunt de volgende dag niet even teruggaan om een volgende stukje van het museum te bekijken. Dat betekent dus dat je als kunstliefhebber, doorgaat tot het gaatje. Na het Prado konden we ons uitsluitend nog schuifelend voortbewegen; het Louvre verlieten we met zware migraine en het Nationaal Archeologische museum van Athene liet ik depressief achter me. Zoveel moois niet gezien en datgene wat ik gezien had, had ik eigenlijk maar half gezien en mijn vragen voor de archeologen had ik niet kunnen stellen en ik was zo moe…zo verschrikkelijk moe. Met een dikke jas aan heb ik een tijdlang in het schrale winterzonnetje zitten bijkomen. Zo gaat dat.

Als je het museum inloopt, dan loop je direct aan tegen de meest beroemde opgravingen aller tijden aan; de opgraving bij de stad Troje. Van Schliemann. Het gouden masker van Agamemnon. De sieraden van de mooie Helena die de hele oorlog van destijds veroorzaakt heeft. Je ziet het allemaal voor je! Hoewel ik wel een beetje in verwarring was omdat ik de Ilias en Odysseus associeer met het klassieke Athene. Maar dat is uiteraard niet zo; alle gebeurtenissen uit die oorlog werden doorverteld en uiteindelijk door Homerus op schrift gesteld. De Trojaanse oorlog vond ver voor de grote tijd van Athene plaats, ver voor Plato en Aristoteles. En dat ligt daar zomaar! Dat gouden masker waarvan in elk geschiedenisboek wel een plaatje staat. Wat opvalt is hoe dun het is. Dat masker lijkt wel van papier.

Need for speed

Op de benedenverdieping voornamelijk beeldhouwwerken. Het viel mij op dat bronzen beelden de tijd beter hebben overleefd dan de marmeren beelden. Ik raakte helemaal van mijn stuk van het ruiterjongetje op dat voortsnellende paard. Alles straalt snelheid uit. Ook veel opgejaagde drang om te winnen. Het enige dat de tand des tijds, kennelijk, niet heeft overleefd, het rechterarmpje en de teugels. Voor de rest helemaal compleet. Zo’n slordige 2500 jaar oud! Die compleetheid gold ook voor het prachtige Zeus- of Poseidon beeld (waarom niet gewoon gekozen voor Poseidon als ze het niet zeker weten; het beeld werd per ongeluk door vissers uit zee opgevist; dan kan je toch alleen maar een zeegod zijn?). Bij het beeld van de schone jongeling (bordje vergeten te fotograferen…) ontbreken zelfs de ogen niet. Het beeld kijkt je met zijn strakblauwe ogen haast eng aan.

Maar waar ik veel van wilde zien, zo had ik me voorgenomen toen ik het museum betrad, was het prachtig beschilderde aardewerk. Ik wilde de afbeeldingen van de goden zien en van de verhalen van de Trojaanse oorlog en van het leven van alledag in het oude Athene. In eerste instantie kon ik ze niet vinden. Ja een paar, tussen de beeldhouwwerken op de begane grond. Maar toen ontdekte ik de eerste etage… My God, zoveel vazen en schotels had ik zelden van dichtbij gezien. Honderden. Uit alle periodes van de Griekse beschaving. Om moedeloos van te worden. En dat werd ik ook. Zoveel moois te zien terwijl het al eigenlijk nauwelijks meer lukt.

De vraag die ik had willen stellen aan de archeologe was waarom de Grieken zo verschrikkelijk van het mannelijk naakt hielden. Tot op de kleinste details precies. Piemeltjes absoluut realistisch. De balzak lekker groot (was zeker lekker warm voor het model in kwestie) waarin de ballen qua vorm realistisch zijn (geen zak met twee knikkers, dus). De spieren…ik hoef maar in de spiegel (veertig jaar geleden) te kijken en ik zie mijn eigen torso in de beelden weerspiegeld. Maar geen vrouwelijk naakt. Dat ontbreekt vrijwel geheel in het Archeologische museum. Een mooie blote vrouw met lekkere zachte maar toch stevige billen en borsten. Ze zijn er niet. Wel een piemelparade, maar niks geen tieten. Hoe zat dat nou in het oude Griekenland? Terwijl de beeldhouwers toch voor het overgrote deel mannen waren. Hielden die allemaal van mannen? Waren die niet even gek op vrouwen als…ik?

Jammer, ik heb het niet kunnen vragen. Maar…wat een museum!

Uit Schatkamers vol lekkers in de Hermitage Amsterdam

Een tentoonstelling waarin de tentoongestelde zaken niets anders met elkaar gemeen hebben, dan dat het topstukken zijn. Geen schilderijen van een bepaalde stroming, geen schatten uit een bepaalde streek, uit een bepaalde periode in de geschiedenis. Niets van dat alles. Gewoon bij elkaar genomen omdat het mooie werken zijn en allemaal uit de Hermitage in Sint-Petersburg komen. Ik hou er eigenlijk wel van. Je komt niet zozeer iets te weten over de stukken, maar meer over de collectie die kennelijk in de Hermitage is. Ook leuk.

Zo’n diverse tentoonstelling, maakt het niet makkelijk om er iets over te zeggen. Eigenlijk kan ik beter op papier (cyberspace, dus) door de tentoonstelling wandelen en laten zien wat ik zo mooi vond.

Misschien dat ik niet helemaal tevreden ben over de oren van het Christuskind en het ouwelijke koppie, maar voor de rest; Wat een schoonheid deze Granach!

De eerste zaal was wat mij betreft meteen fantastisch. Een madonna met kind van Granach. Prachtig qua kleur. En zo’n knappe madonna! Geen wijze, vrome of oudere vrouw, maar het meisje dat Maria moet zijn geweest, als je de bijbel serieus neemt. Een piepjonge moeder. Zo sereen. Het jezuskindje heeft wel een wat ouwelijk koppetje. Maar zo mooi. Directeur van de Hermitage Amsterdam Cathelijne Broers, leidt ons in de audiotour langs de kunstwerken. Naast de Granach eenzelfde tafereel van Italiaanse tijdgenoot Lorenzo Lotto. Veel meer drama, dan zie ik ook wel, maar jongens wat valt dat schilderij in het niet bij de Granach! Met heel subtiele krasjes heeft de Duitse meester een netje over haar hoofd gedrapeerd. Of zijn het toch penseelstreekjes?

Aan het eind van de eerste tentoonstellingszaal objecten van een heel andere orde maar waar je oog wel meteen op valt. Twee levensgrote paardmodellen. Op het ene paard zit een geharnaste man. Een Ottomaanse soldaat. De volledige wapenuitrusting weegt 450 kilo. Arm dier! Het paard kan moeilijk gewond raken want niet alleen de strijder is van top tot teen in ijzer gehuld, ook het paard. De lans wijst dreigend naar voren. Naast de Ottomaanse strijder een paard met een tuigage van heel veel oudere datering. Dit tuigage stamt uit de derde eeuw voor Christus en is uit het ijs naar boven gekomen. Het moet het rituele tuigage geweest zijn van een Scythisch stamhoofd. Het leer, hout en de wol waarvan het gemaakt is, is door het ijs goed geconserveerd. Het tuig maakt het paard tot een mythisch wezen met een gewei en een extra vogelkop. Op de tentoonstelling zijn de Scythen trouwens in meerdere objecten vertegenwoordigd.

Op zich had ik nog nooit van de steensoort malachiet gehoord. Dat is nu wel even anders. De eerste opstelling als je de trap opgelopen bent is een opstelling van een negentiende eeuws interieur. Wat je naast de ruisende baljurk opvalt is de harde kleur groen van de objecten. Een tafelblad, vazen, klokje, brievenbak. Allemaal gemaakt van een gemarmerd soort hardgroen gekleurd steen; malachiet. Schijnt heel kostbaar te zijn. Op het plaatje van de Hermitage in Sint-Petersburg zien we zuilen van malachiet. Ik vind het leuker om me een knappe dame in de negentiende-eeuwse baljurk te fantaseren. Hoe zou ze gelopen hebben en hoe gedanst…en waarop? De wals?

Sla ik weer van alles over. Ook aan een buste van de hand van Bernini loop ik voorbij. Kom ik bij de typische romantische Duitse schilder Caspar David Friedrich. Nooit van gehoord. Briljant door eenvoud. Twee achttiende-eeuwse heren, herkenbaar aan hun hoeden, staan te kijken naar de zonsondergang. Ik ben het met Cathelijne Broers eens, je kan jezelf makkelijk verliezen in de eindeloze diepte en de sobere kleuren. In mei naar Berlijn en dan hoop ik veel van Friedrichs schilderijen te zien.

Deze tentoonstelling is een ware dwaaltocht door de schatkamers van een museum met een heel erg diverse collectie. Niet alleen beeldende kunst, maar ook archeologische schatten en gebruiksvoorwerpen. Allemaal van een uitzonderlijke schoonheid. Hoewel…dat harnas is eigenlijk weer heel gewoon. Wel mateloos interessant, maar niet buitengewoon mooi.

Ik heb genoten van deze tentoonstelling!

Wat ik wat lastig vond was de manier van kaartjes kopen. Soms kan er voor de kassa van de Hermitage Amsterdam een lange rij staan. Om die rij te vermijden kocht ik kaartjes via de webshop. Dat haalde dus niets uit want ik moest toch in de rij gaan staan om mijn museumjaarkaart te laten scannen. Zonde. Wellicht dat je bij het kopen van je kaartje met museumjaarkaart, volgende keer je museumjaarkaartnummer kan opgeven zodat je meteen kunt doorlopen. Een tip.

Wat verbindt Giacometti met Chadwick?

Hond van Giacometti

Het is me dit jaar al eerder overkomen: Twee kunstenaars worden naast elkaar gezet omdat ze zoveel verwantschap zouden hebben, maar als ik ernaar kijk zie ik vooral de verschillen. Behalve misschien de tijd waarin ze leefden. Ik had dat gevoel bij de Gaudi tentoonstelling in Amsterdam, waar de grote Spaanse architect naast de architecten van de Amsterdamse School werd gelegd en gisteren liep ik daar weer tegenaan. Als je in de buurt van Zwolle van een korte vakantie geniet, als kunst- en cultuurliefhebber, dan moet je wel even naar het museum met de mooie bol op z’n kop. Het museum De Fundatie had zo’n beetje haar hele eigen collectie naar de kelder gebracht om een grote tentoonstelling te kunnen inrichten met een overzicht van de beeldhouwers Alberto Giacometti en Lynn Chadwick. ‘Facing Fear’ kreeg de tentoonstelling als naam mee omdat beide kunstenaars hun hoogtepunt kende tijdens de koude oorlog. Bovendien lieten beide beeldhouwers de figuratieve kunst nooit helemaal los. Het lijkt mij dat daarmee de overeenkomsten tussen de twee wel benoemd zijn.

Waar je bij Giacometti de zorgvuldig aangebrachte klompjes geboetseerde klei ziet zitten, zie je bij Chadwick aan elkaar gelast plaatstaal. Alleen dat al geeft een compleet tegengestelde sfeer. Dan is het natuurlijk bijzonder interessant om te kijken in hoeverre de tijd en de gebeurtenissen in de wereldgeschiedenis invloed hebben gehad op het ontstaan en de thematiek van de kunstwerken. Kortom kan je aan kunstwerken die in een bepaalde periode gemaakt zijn zien hoe de geschiedenis zich ontwikkelde? Giacometti en Chadwick hadden hun artistieke hoogtepunt – voor zover je daarvan kunt spreken – grofweg gezegd in de periode 1950 – 1966. 1950 is het jaar waarin Chadwick zichzelf ging zien als beeldhouwer en in 1966 overleed Giacometti. 1950 – 1966 Zou je kunnen zien als de periode van de Koude Oorlog. Hoewel…ging die oorlog niet met ups and downs door tot aan de val van de muur in 1989 of de ineenstorting en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991? Laten we daar niet over soebatten. Maar als je beweert dat in het werk van beide kunstenaars het gevoel (Facing Fear) van de Koude Oorlog voelbaar is, dan wil ik graag zien wat de specifieke kenmerken zijn, behalve dan dat ze in een bepaalde tijd leefden en hun kunstwerken maakten. Ik zie dat gewoonweg niet. Ik zie geen angst voor de algehele ondergang van de Aarde. Ik zie een stijl van de ene kunstenaar en een stijl van de andere kunstenaar. Van de ene kunstenaar zie ik ietsje meer ontwikkeling dan van de andere. Hoe waarschijnlijk is het dat de ontwikkeling in het werk van een kunstenaar te maken heeft met de loop van de wereldgeschiedenis? Ik weet dat niet. Dat Chadwick ‘menselijker’ en ‘zachter’ is gaan beeldhouwen in een latere periode kan aan zoveel liggen. Van gebeurtenissen in zijn persoonlijke leven tot aan wendingen in de wereldgeschiedenis. Wie zal het zeggen. Ik ben niet overtuigd.

Lynn Chadwick – Model voor de Trigonen met kleine voetjes
De grote voeten van Giacometti

Maar laten we terugkeren naar de kunstwerken en kunstenaars zelf. Heb ik genoten van alles dat tentoongesteld werd? Er zaten zeker kunstwerken bij die mij aanspraken. In het werk van Giacometti zie ik weinig ontwikkeling; vanaf zijn eerste periode maakt hij dunne, uitgerekte mannetjes en vrouwtjes waarbij de vrouwelijke vormen net herkenbaar zijn. Ondanks het feit dat mensen teruggebracht zijn tot weinig meer dan een paar lijnen, zijn ze gevoelig en teder neergezet. In het begin van zijn carrière zie ik frêle figuren en aan het eind van zijn carrière ook; vrijwel geen ontwikkeling. Ontwikkeling zie ik in het werk van Chadwick wel. Hij lijkt in de loop van zijn carrière figuratiever te gaan werken en meer zachtere vormen aan te brengen hoewel zijn materiaal plaatstaal blijft. Vergelijk ik zijn vroege werken met zijn laatste werken dan is er een hemelsbreed verschil.

Hoewel ik best wat bezwaar heb tegen het onterecht bij elkaar zetten van kunstenaars (want dat vind ik) en daar dan van alles, vrij ongefundeerd, bij betrekken, vond ik het wel een leuke en interessante tentoonstelling. Er valt ook best veel te genieten. Velen met mij vonden het in ieder geval de moeite om de tocht naar het museum te maken; het was behoorlijk druk. Wat mj betreft kon het museum de toeloop maar nauwelijks aan. Toch ook leuk om weer eens in museum de Fundatie te zijn! 

80 Jaar Oorlog, De geboorte van Nederland

Tentoonstelling in het Rijksmuseum, gezien op 29 oktober 2018

In ons eigen Gouda zijn de mooiste gebrandschilderde ramen uit de zestiende en zeventiende eeuw van de wereld te bewonderen. Voor een groot deel gemaakt door de grootste glazenierbroers die Nederland ooit heeft gekend; de gebroeders Crabeth. Nog wel in een protestante kerk. Ik ontdekte ze toen ik in Gouda werkte en een collega me op de Goudse glazen in de Sint Janskerk wees.

Wat mij opviel in die ramen, was dat ze de tachtigjarige oorlog fantastisch weergaven. Dat kwam doordat de kerk als katholieke kerk gebouwd werd en later overging in protestante handen en dat precies in de tijd dat de ramen gemaakt werden. Sta je met je rug naar het koor, dan zie je aan de rechterkant de katholieke ramen en aan de linkerkant de protestante. Aan de rechterkant bijvoorbeeld het raam van de Crabeths over Judith die zojuist Holofernes onthoofd heeft, geschonken door de weduwe van Jean de Ligne nadat hij omgekomen was bij een veldslag tegen Willem van Oranje. Het Willem de Zwijgerraam zit aan de overkant van de kerk in de spo0nningen en werd geschonken door de stad Delft. Aanrader om een keer in Gouda te gaan kijken!

Gerard ter Borgh II – Soldaat te paard, op de rug gezien

Op de tentoonstelling ‘80 jaar oorlog, De geboorte van Nederland’ ontbreken de ramen van de kerk in Gouda niet. Al meteen staat er een deel van het zogenoemde koningsraam met de beeltenis van Philips de tweede. Omdat dat raam volgens mij gewoon in de sponningen van de kerk te Gouda zit, vroeg ik me af of dit een deel van het origineel is, of een kopie. Dat werd mij niet helemaal duidelijk. Verder ook nog één van de cartons; de op ware grootte getekende patronen voor de ramen in de kerk (die overigens allemaal bewaard gebleven zijn, en eigendom zijn van de kerk.) Deze beeldt het raam af dat Delft aan de kerk schonk. Maar naast deze herkeninning van de Goudse kerk, was er ongelofelijk veel meer te zien op de tentoonstelling die het Rijksmuseum ingericht heeft. Veel zaken waar je tijdens de geschiedenisles vroeger over hoorde maar hier zag je ze in het echt: Het plackaat van verlatinghe, de pacificatie van Gent, de documenten van de vrede bij Münster. Echt heel erg leuk om die belangrijke documenten eens in het echt te zien. Natuurlijk probeerde ik ze te ontcijferen, maar dat bleek een brug te ver.

Aan de hand van een aantal hoofdstukken werd de oorlog uit de doeken gedaan. Eén verrassend aspect was een ‘hoofdstuk’ over oorlogsvluchtelingen. Had ik nooit bij stilgestaan, maar bij een oorlog heb je altijd vluchtelingen en ontheemden. Zo ook bij de tachtigjarige oorlog. Verrassend, want het is een verhaal dat zelden terugkomt in de geschiedenislessen. Een ander aspect van de oorlog was de oorlog overzee. Daar had ik maar mondjesmaat over gehoord. Men probeerde elkaar op zee te raken en elkaars koloniën te veroveren. Over het tijdelijke bezit van de kolonie Brazilië en de schilderijen van Post, was vorig jaar al een tentoonstelling in het museum te zien geweest. Dat Hans Goedkoop vertelde dat er op één van de schilderijen ‘tot slaaf gemaakte’ mensen stonden, knauwde helaas wat ergerlijk politiek correct in mijn oren en juist daar werd de historische context weggelaten.

Wat ik een leuk aspect vond, waren de vernieuwingen die Prins Maurits doorvoerde in het leger waardoor hij zoveel successen kon behalen. Discipline was daar één van. Bovendien lag er een boek vol strategische aanwijzingen open waardoor we konden zien hoe Maurits de musketiers hun werk lieten doen. Acht rijen achter elkaar die na elkaar een schot loste en als de laatste rij het schot gelost had, had de eerste rij hun musket herlaadden en konden ze opnieuw schieten. Daardoor kreeg het vijandige leger een constant salvo over zich heen.

Al met al een leuke tentoonstelling over de ontstaansgeschiedenis van ons land. De audiotour die ik op mijn telefoon beluisterde was meer dan voortreffelijk. Dat lag zeker aan Hans Goedkoop die een geboren verteller is en ons voor een groot deel bij de hand nam.

Boeddha op een olifant?

Zoals de koe bij Nederland hoort en de stier bij Spanje, zo hoort de olifant bij Thailand. Toen we van Bangkok naar de grens van Birma reden om iets mee te kunnen krijgen van de echte tropische Aziatische jungle, kwamen we regelmatig langs de kant van de weg bordjes tegen die ons waarschuwde voor pardoes overstekende olifanten. We vroegen ons in de auto af wat dat precies betekent of wat je moet doen. Een overstekend hert op de Veluwe kan je een fikse deuk in je auto bezorgen en van de schrik kan je een beweging maken die je fataal kan worden. Maar wat kan je gebeuren bij een olifant? Een wilde olifant? Als je er tegenaan rijdt dan is je auto waarschijnlijk total loss. Het beest zal voornamelijk pijn hebben en dat op jouw auto verhalen…geen pretje. Maar we kwamen  gelukkig geen wilde olifanten tegen. Wel tamme. Olifanten zonder hek tussen ons en het beest. Olifantenoppassers en dat was alles.

We kwamen langs een dierentuin en schoondochterlief wilde onherroepelijk naar binnen. En daar stonden de twee olifanten die tegen betaling van een kleine som geld hun kunstjes vertoonden. De beesten gaven elkaar de slurf en vervolgens mocht de gelukkige gaan zitten op de verstrengelde slurven  en konden wij foto’s maken. Daarna krulden de dieren nog even bevallig hun slurven naar boven en klaar was de fotoshoot. Achteraf niet heel erg fraai allemaal vanuit ons door dierensentimentaliteiten verwrongen westerse mensenbrein, maar zo gaat dat nu eenmaal in Thailand.

Vandaag olifanten van een heel ander kaliber. Oorlogsolifanten. Natuurlijk ken ik Hannibal die met zijn Afrikaanse olifanten de Alpen overtrok om de Romeinen een lesje te leren dat hun nog lang zou heugen. Maar in Thailand, hét land van de olifant, werden ook oorlogen uitgevochten met olifanten. Ze zullen gefungeerd hebben als dé tank van het verleden.

Met olifanten ten strijde of…

Josien en ik bezochten de Wat Pho.  Eén van de beroemdste bezienswaardigheden van Bangkok. Het tempelcomplex is groot en erg indrukwekkend, maar de bezoekers komen vooral voor de reusachtige liggende boeddha. Vijfenveertig meter, meet hij. Puur verguld en erg mooi opgepoetst. Maar wat velen niet zagen was dat de muren van het gebouw waar de reus lag, volledig beschilderd waren. Als ik dat zie, mis ik enorm de kennis van de verhalen die hier in Thailand bestaan of de verhalen rond het leven van Boeddha. Je ziet dingen die je tegelijkertijd wel en niet begrijpt. Zie deze olifantenslag. Eén van de dieren heeft zijn slurf rond de voet van de bange man geslagen en dreigt hem door de kantelen te trekken. Een andere man houdt hem wanhopig vast terwijl nog weer een ander de olifant op zijn slurf slaat met een grote stok. Dat is de ene kant van de afbeelding…daarnaast nog meer olifanten en op één van de beesten zit een in het goud gekleed mens op een muziekinstrument te spelen. Zijn olifant offreert een twijgje aan een in het goud gekleed ander figuur op de kantelen. Hij maakt een afwerend gebaar. De tegenstelling tussen oorlogszuchtige olifanten en twijgjesolifanten binnen  dezelfde afbeelding verbaasd me. Geen idee wat het betekent. De geschiedenis van Boeddha heb ik gelezen. Ik vermoed dat het hier om een scène gaat uit het leven van Boeddha, maar welke, ik zou het niet weten, ik herken het niet.

Maar…fraai is het wel. Als je op je blote voeten in passende kleding langs de grote boeddha loopt, moet je soms naar rechts kijken in plaats van naar dat immense beeld. Dat grote beeld voegt weinig toe aan wat je bijna overal hier in Bangkok ziet; die beschilderde wanden…daar zou het om moeten  gaan, vind ik.

Moderne kunst

Liefde voor moderne beeldende kunst heb ik mijn kinderen nauwelijks bij kunnen brengen. Dat is gewoon niet gelukt. Het kan zijn dat ik ze te weinig meesleepte naar van alles en nog wat. Het kan zijn dat ze te veel zijn meegesleept en er een weerzin tegen hebben ontwikkeld. Ik weet het niet. Het is in ieder geval niet gelukt. Enkele jaren geleden hadden mijn jongste en ik een rondleiding door het Stedelijk met een filosoof van de Vrije Academie. Hij zou ons, samen met andere cursisten, vertellen over de filosofische achtergrond van verschillende kunststromingen. Op de één of andere manier hoopte ik daarmee de belangstelling van onze jongste te wekken. En aanvankelijk was dat zo. De groep (voornamelijk dames van middelbare leeftijd) zat klaar rond een knoestig beeld. ‘Wat voor associaties hebben jullie als jullie naar dit beeld kijken?’ Vroeg de filosoof. Mijn jongste raakte intern meteen in alle staten. Hij zag namelijk een bonkig knoestig soort…’ding’, waar hij helemaal niets mee kon. Hij wilde weten waarom men dit in een museum zette. Maar mijn dappere zoon hield zich in. De cursus verplaatste zich naar een kunstwerk die ik in mijn spagaat tussen moderne kunst en de ergernis van mijn jongste had aangezien voor garderobekluisjes. Ook hier gingen we weer associëren en de dames konden daar wat van: ‘Mannelijke vormen, hoekig. Waar je aan de voorkant wat in kunt stoppen. Gesloten’, associeerde een dame met roodgeverfd haar. De cursusleider glimlachte minzaam terwijl de temperatuur bij zoonlief tot gevaarlijke hoogte opliep.

Met ingehouden woede fluisterde hij dat hij weg ging. Ik zag mijn zoon naar de volgende zaal verdwijnen terwijl ik beleefd bleef luisteren naar de filosoof van de Vrije Academie. Ik moet zeggen dat zijn verhaal interessanter werd toen mijn zoon weg was en ik de moed had om te luisteren naar het verhaal.

Toen de rondleiding afgelopen was, vond ik mijn zoon terug op een bankje. Grimmig. Hij zei dat hij een archief had aangelegd van over het paard getilde veel te hoog gewaardeerde kunst. Kunst waar iedereen geld voor betaalde om het te mogen zien, maar waarmee de kunstenaars ze zwaar in de zeik had genomen; het was wat gekladder en meer niet. ‘Entartete Kunst?’ Vroeg ik. Het boeide niet hoe ik het noemde, maar volgens hem kon het zo op straat geflikkerd worden. Ik swipete langs de foto’s die hij had gemaakt: Wat hem betreft kon de hele Stijl de vuilnisbak in en de constructivisten ook. Voor Cobra had hij geen goed woord over. Daarna gaf ik zijn telefoon terug en gingen we koffiedrinken en hebben we er een gezellige middag van gemaakt. Verder ben ik namelijk helemaal gek op die jongste van me. Ook op die andere twee zoons van me, trouwens.

Gisteren heb ik me proberen te laten bedwelmen door een schilderij van Mark Rothko. Een schilder die ongetwijfeld voorkwam op dat lijstje van waardeloze prutsers van mijn jongste. Ik las dat Rothko de kijker een haast religieuze ervaring wilde geven met zijn doek. Hij hing ze in een kleine ruimte op zodat de kijker dicht tegen zijn doeken aan stond. Ik ging in het museum zo dicht mogelijk tegen het doek aan staan. Ik kon de streken van de kwast op het doek zien en voelde de kleuren vlekkerig bloeien. Maar ik denk dat ik niet in de goede stemming was. Er kwam somberte over me. De kleuren associeerde ik met dood en verderf. Het voelde niet goed en ik draaide me om. Naar Barnett Newman. Zijn Cathedra splitsten mijn brein in tweeën. Die witte lijn in het midden bezorgde me hoofdpijn. Ik moet mijn zoon links laten liggen bij moderne kunst; ik heb er, denk ik, teveel mee.

Septembre en het chateau van Saumur.

Als ik hoogtepunten moet benoemen in kunstevents die ik de afgelopen jaren heb meegemaakt, dan is één daarvan het wel de tien pagina’s uit één van de getijdenboeken van de gebroeders van Limburg in de Valkhof in Nijmegen enkele jaren geleden. Josien en ik komen niet vaak in Nijmegen maar die dag dus wel. Oog voor de stad hadden we niet. Snel het museum in zodat we onze tien heilige minuten niet zouden mislopen. Alsof we naar het vliegveld gingen en af zouden reizen naar een ver land, zoveel te vroeg waren we er. Gelukkig maar, want er was een hele tentoonstelling gebouwd rond de tien pagina’s. En toen naderde het uur U. We stonden in de rij voor een deel van het museum dat voor even was omgebouwd tot het heiligste van het heiligste. In een groepje van ongeveer twintig mensen mochten we naar binnen. En daar hingen ze dus; nog veel kleiner dan ik had gedacht. Maar zo mooi, zo verfijnd. De prachtige miniatuur met de sierlijke letters. Onze heilige tien minuten waren zo voorbij. En toen moesten we het zaaltje weer uit want een volgende groep stond te wachten. Met pijn in mijn hart en in het besef van het unieke dat ik zojuist gezien had, stapten we naar buiten. Sindsdien ben ik helemaal verkocht aan het werk van de broertjes Van Limburg. Alleen al in de buurt van het meesterwerk komen is al een genot. Vorig jaar dus. Josien en ik bezochten het chateau van Chantilly. Daar ergens diep in het duister ligt het boek der boeken: Les Très Riches Heures du Duc de Berry. In de vitrines een facsimile uitgave…niet de echte. Dat kan ook niet en dat mag ook niet anders zou het heel snel kapot zijn…

Kan je dat werk dan helemaal niet zien? Tuurlijk wel, er zijn heel wat min of meer geslaagde kopieën op de markt. Ook een website. Voordeel van een website is dat je lekker kunt inzoomen op de plaatjes in Les Très Riches Heures du Duc de Berry.

Het kasteel zoals de gebroeders van Limburg het vastlegden in de 14e eeuw

Onverwacht waren we deze vakantie ook ineens heel dicht bij het werk van de Van Limburgs. We waren dus in Saumur. Dat stadje wordt gedomineerd door een kasteel dat fier boven het stadje uittorent. Het doet ‘echt’ middeleeuws aan. Wijs geworden door

heel wat jaartjes kasteel- en middeleeuw ervaring, wilde ik het eerst zien dan geloven. Je staat ervan versteld hoeveel kastelen er in de romantiek zijn gebouwd. Men vond een ruïne en verzon en bouwde er vervolgens een kasteel op. Maar niet bij het kasteel van Saumur dus. Dat was echt oud. In ieder geval zo oud dat de gebroeders van Limburg het in hun kalender bij de Tres riche heures opnamen. September toont het kasteel in al haar glorie. Het kasteel dat er nu staat heeft vele restauraties moeten doorstaan om het sloopwerk van Napoleon ongedaan te maken. De man had het fantastische kasteel omgebouwd tot gevangenis en celramen in de wanden laten uitzagen. Hoe durft hij!

Maar nu staat het er weer. Lang niet zo stralend als toen de gebroeders van Limburg het in de veertiende eeuw vastlegde, maar toch wel een bezoekje waard.

Het kasteel nu

De mens gereduceerd tot schoothondje

De gebroeders van Limburg hebben het kasteel dat wij gisteren bezochten, geschilderd. In het beroemde getijdenboek uit de hoge middeleeuwen dat we vorig jaar op z’n dichtst benaderd hebben; we bezochten toen het chateau te Chantilly waar men het, beschermd tegen het licht, in een donkere kluis bewaard. Op de kalender voor september staat het kasteel van Saumur in al haar glorie afgebeeld. Veel van de glorie heeft het kasteel verloren na zoveel honderd jaar. Pas na een ingrijpende restauratie aan het begin van de twintigste eeuw, begon het weer te lijken op wat het ooit geweest is. Het ligt hoog boven de Loire en ziet er van de kastelen die we deze vakantie bezocht hebben het meest uit als een kasteel. Het heeft wel iets weg van het Muiderslot.

In het kasteel hebben ze zo goed en zo kwaad als het kon een museum ingericht. Het laat zo ongeveer de dingen zien die er door de eeuwen heen in gehangen hebben. Een paar prachtige vijftiende eeuwse gobelins. Probleem is, vind ik, dat ze er daar te onbeschermd bijhangen. Een jongetje zag ik even aan de stof voelen… Niets dat hem tegenhield…

De gravin van Lauzan

In het kasteel ook dit schilderij van de gravin van Lauzan in de achttiende eeuw. Een wicht nog. Hoe oud zal ze geweest zijn toen ze hier als gravin werd geschilderd? Ik schat dat ze nog geen twintig was. Door een vakman geschilderd. Een anoniem gebleven vakman. Ik zou er langs gelopen zijn als me in de rechterbenedenhoek niet iets onaangenaam getroffen had. Volgens mij een slaafje. Geschilderd in een tijd dat het nog heel gewoon was dat de ene mens eigenaar was van een ander mens. In een tijd dat men er in geloofde dat de orde van de wereld was bepaald door een hogere macht en dat wij ons daarnaar te schikken hadden. Maar een slaaf…is het een slaaf? Ja, dat denk ik wel. Rond zijn nek een metalen slavenband. Het jonge gravinnetje lijkt een speciale band met het slaafje te hebben. Zoiets als tussen wat nu veel mensen met een hondje hebben. Haast teder legt ze haar hand op het bolletje van haar slaaf. Met haar andere hand wijst ze naar hem. Ze lijkt te zeggen: Wat een lief, brutaal klein opdondertje is het. Hij eet stiekem van de (slecht geschilderde) kersen die natuurlijk voor haar bedoeld waren. Ik denk dat dit jonge wicht heeft mogen kiezen met wie ze samen geportretteerd mocht worden; met haar lievelingshondje of haar lievelings slaafje. Dat maakt het allemaal zo verschrikkelijk fout, terwijl ze het zelf absoluut niet besefte. Ik kan me heel goed voorstellen dat ze het idee had dat haar slaven het beste leven op aarde hadden want ze zorgde er in haar ogen voor dat het hem aan niets ontbrak…

tsja….

Als ik dit schilderij bekijk vraag ik me steeds meer af over wat voor relatie de twee met elkaar hadden. Maar dat weten we verder niet. Ze behandelt hem misschien wel als haar lievelingshondje, maar dat was hij niet. Het was een man, met alles erop en d’r aan. Ondanks het astronomisch grote verschil in status, toch bijzonder spannend voor een meisje van, pak ‘em beet, achttien.

Als we het over slavernij hebben is dit schilderij even schrijnend als de beelden die we kennen van afgeranselde mensen; de mens gereduceerd tot schoothondje…

Parsifal en Rubens

Op één dag na, precies 20 jaar geleden, kreeg ik een fantastische uitvoering van Parsifal van Josien op CD cadeau. Ik was al helemaal gegrepen door Wagners Siegfried en Lohengrin, maar Parsifal was nieuw. De ouverture is zo sacraal. De hemel breekt open op de muziek van Parsifal. De ouverture duurt meer dan een kwartier. Nog niemand heeft er iets gezegd of gezongen en toch is alles al duidelijk. Alles wat Richard Wagner wilde zeggen. De woorden die hij bij zijn opera schreef zijn een slap aftreksel van de muziek. De woorden vertellen een schier onbegrijpelijk verhaal over een reine dwaas. Maar de muziek… De muziek is hemels. Was je nog niet spiritueel dan word je het wel als de koperblazers inzetten. Prachtig. Omdat ik die eerste kant van de CD zo mooi vond, draaide ik hem keer op keer opnieuw en steeds weer trof me dat geweldige gevoel van even niet meer op de wereld te zijn en één te worden met het al.

Een paar weken later hadden Josien en ik ons weekendje zonder kinderen gepland. Naar Antwerpen. De jongens verheugden zich er enorm op om of bij oma of bij grootmoeder te mogen logeren. Wij verheugden ons enorm in een weekendje zonder dat we jongetjes moesten verzorgen. En zo togen wij, met de muziek van Wagner in de autoradio naar Antwerpen en zette wij onze tent op op de stadscamping. Dat het sanitair best bar en boos was, kon ons even helemaal niet deren.

Met z’n tweetjes wandelden we naar de Kathedraal en hadden er graag wat franken voor over om hem van binnen te bezichtigen. En toen stuitte we op twee onvergetelijke doeken van Rubens. Aan de linkerkant voor het koor de Kruisoprichting en aan de rechterkant van het koor de kruisafname. Wat een schilderijen! Zo midden in de actie geschilderd. Het zweet in de oksel van de kale krachtpatser bij de Kruisoprichting kan je ruiken. Jezus verbijt de pijn en verwacht nog meer pijn als hij rechtop staat. Wagners muziek zwelt aan en schiet naar onverwachte hoogte terwijl het tempo steeds gedragen blijft. Je voelt Jezus sidderen van angst en pijn; ook Jezus was (voor even) maar een mens! En vervolgens door naar de kruisafname. Even het koor oversteken in de kathedraal… Nooit zo’n absoluut lijk gezien op een schilderij. Morsdood is jezus en iedereen treurt. Voorzichtig laten ze het lichaam zakken. Ondertussen neemt de intensiteit van de muziek weer af maar zo prachtig, zo verschrikkelijk mooi, zo hemels. Parsifal en de twee doeken in de kathedraal van Antwerpen zijn voor immer met elkaar verbonden.

We zijn nu op vakantie in Saumur aan de Loire. We bezochten net de plaatselijke Petruskerk. De schilder van het schilderij dat in deze kerk hangt, was zo te zien ook erg getroffen door de doeken in de Antwerpse kathedraal… Bij mij gaat in mijn hoofd geen Parsifal spelen als ik dit doek zie, maar grappig is het wel.

De kruisafname in de Petruskerk in Saumur