De libris literatuurprijs 2020

Het is weer zover; een paar dagen geleden werd de shortlist voor de Libris literatuurprijs bekend gemaakt. Altijd weer een verassing, want deze jongen houdt de data niet goed bij. Altijd ook wel weer leuk en spannend, want ik heb iets met die prijs. Ik wil hem namelijk zelf graag uitreiken. Dat anderen – professionals – stellen de shortlist samen en dat is een mooi uitgangspunt; hoef ik niet alle boeken die in een jaar verschenen zijn te lezen. Hoewel ik dit jaar veel meer aan lezen toekom omdat ik negenennegentig procent meer in de trein zit dan vorig jaar. Desalniettemin is mijn reistijd bij lange na niet genoeg om alleen al de longlist te lezen. (Al helemaal niet als ik, zoals nu, kletsers naast me heb zitten) Dus…jury van de Libris literatuurlijst, bedankt voor al het leeswerk. Ik ga me beperken tot de shortlist en daaruit de winnaar kiezen van de Frits’ Libris literatuurprijs 2020. Dit jaar denk ik dat het me gaat lukken om de prijs uit te reiken voordat de jury het doet want van de zes boeken op de shortlist heb ik er al drie en een halve gelezen. Dus dat schiet op. Maar, de uitreiking en dus de keuze zal niet makkelijk zijn, want van de boeken die ik al gelezen heb vind ik van geen drieën dat het een verliezer is; ik vind ze alle drie bijzonder goed. Het boek dat ik nu aan het lezen ben, gaat het niet worden, kan ik nu al verklappen. Hoewel…ik heb nog een helft te gaan en wie weet hoe de roman zich verder ontwikkeld.

De boeken die op de lijst staan zijn:
– Zwarte Schuur van Oek de Jong. Uitgebreid beschreven op deze site. Vond het een heerlijk boek om te lezen hoewel ik best wat bedenkingen had.
– Liefde, als dat het is van Marijke Schermer. Heb ik ook al uit. Fantastische analyse van de liefde. Prachtige plot en bezorgde me een hoop kippenvel.
– Vallen is al vliegen van Manon Uphoff. Echt heel erg vernieuwend. In het begin van het boek moet je erg wennen aan haar stijl maar naarmate het boek vordert ga je zien hoe geweldig het boek is.
– De hoogstapelaar van Wessel te Gussinklo. Ben ik aan het lezen. Ik moet zeggen…best aardig tot nu toe. Nog even afwachten hoe alles zich ontwikkelt. Ik word niet echt heel erg warm van deze roman, maar ik kan pas oordelen als ik hem uit heb.
Dan nog twee boeken die ik nog helemaal niet heb gelezen:
– Nachtouders van Saskia de Coster. Ben erg benieuwd; nooit van de schrijfster gehoord, maar wat zegt dat. Niet veel want van de volgende schrijver en zijn boek heb ik ook nog nooit gehoord:
– Uit het leven van een hond van Sander Kollaard. Het zal mij benieuwen…

Helaas moet ik constateren dat de jury van de Libris literatuurprijs en ik het zelden met elkaar eens zijn over de winnaar. Vorig jaar, bijvoorbeeld, stond het winnende boek van de jury bij mij op de laagste plaats. Ware het niet dat ik mezelf opgelegd had om alle boeken te lezen, dan had ik het hoogstwaarschijnlijk bedroefd dichtgeslagen. Dat zegt meteen iets over de shortlist. Het is mijn uitgangspunt, maar ik geef geen enkele garantie dat dit de zes beste boeken zijn die in 2019 verschenen zijn; ook dat is de kennelijke mening van de jury. Bij de shortlist heb ik me neergelegd; bij de winnaar zeker niet. Neem van mij aan dat mijn keuze absoluut het beste boek is en vergeet de keuze van de jury… Oke, ik deel geen mooie geldprijs uit…ook geen oorkonde of kunstwerk; bij mij moet de auteur het met mijn oordeel doen en met verder helemaal niet. De shortlist; dat is mijn begin. Altijd toch weer spannend.

De Arbeiders Jeugd Centrale en oma

Het schijnt dat oma koppig bleef zitten toen de Internationale gezongen werd. Ik zie haar voor me. Net weer met mijn kleine meisjesmoeder herenigd en dan samen op de Paasheuvel op de natuurlijke tribune van het openluchttheater. Iedereen gaat staan aan het eind van de bijeenkomst om samen hét lied te brullen omdat er een nieuwe tijd is aangebroken. Mijn meisjesmoeder wilde ook gaan staan, maar oma pakte haar hand en trok haar weer op haar plaats. Met samengeknepen lippen moet mijn oma hebben gedacht aan de laatste jaren voor de oorlog toen de AJC nog haar leven was en haar leven nog heel was. Maar alles was weg en niemand had genoeg voor haar kunnen doen en iemand moest de schuld krijgen en dat werd de AJC. Als je zoveel liefde wordt afgenomen door een oorlog die speciaal voor jou extra wreed uitpakt, dan heb je het recht om schuldigen aan te wijzen, zelfs als dat niet helemaal terecht is. Haar AJC-vrienden hebben haar uiteindelijk wel geholpen, maar de organisatie niet, want die bestond na 1940 even niet meer. Via haar AJC-vrienden heeft ze een tijd verstopt gezeten en is haar kind, mijn moeder, bij onderduikouders terechtgekomen. Maar zijzelf werd verraden en naar Polen gebracht om daar hetzelfde lot te ondergaan als de liefde van haar leven – de vader van mijn moeder – en haar ouders en haar broer en diens volledige gezin. Maar het liep ietsje anders; ze kwam terug en ze gaf onder anderen de AJC de schuld van haar ellende.

Ik ben op zoek naar Fré Cohen. Haar leven loopt in zekere zin parallel aan het leven van mijn grootouders. Ze deelden dezelfde idealen, ze waren joods, waren jong voor de oorlog en vonden een soort van einde in de tweede wereldoorlog. Natuurlijk waren er ook grote verschillen: Mijn grootouders waren lieve mensen die hun steentje aan de maatschappij probeerden bij te dragen terwijl Fré Cohen een groot kunstenaar bleek waarover men nog jaren zou spreken. Mijn grootouders wilden nauwelijks wat met het jodendom te maken hebben omdat het internationaal socialisme alle arbeiders van alle volkeren – en dus ook het Joodse – ging verbroederen. Fré Cohen ging allengs toch meer de zionistische kant op; oma had Auschwitz nodig om diezelfde richting op te gaan.

Het AJC monument op de Paasheuvel in Vierhouten

Op de Paasheuvel staat een monument waarop alle namen worden genoemd van AJC-ers die slachtoffer zijn geworden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Fré Cohen staat daar uiteraard op. Zij was de vormgeefster van de AJC. De broer van mijn aangetrouwde – maar desalniettemin helemaal echte – opa staat er wel op: Jacques. Maar helaas konden we de naam van mijn biologische – dus ook echte – opa niet op het monument vinden. Ik wilde zo graag dat de namen van mijn opa en Fré Cohen op hetzelfde monument verenigd waren. Maar nee dus. Ik vroeg het mijn moeder en ze vertelde over de boosheid van oma op de AJC vlak na de oorlog. Ze heeft waarschijnlijk geen enkele moeite gedaan om Hijman’s naam op het monument te krijgen en, hoewel mijn beide grootouders tot aan de opheffing in 1940 zeer actieve leden waren, werd hij door de AJC vergeten. Voor mijn moeder is dat erg pijnlijk en voor mij erg jammer, maar het is nu eenmaal zo.