Droge worst, het blijft een uitdaging

Sinds enkele jaren ben ik amateurslager. Ik schaam me er tegenwoordig een beetje voor omdat ik me er heel erg van bewust ben dat overmatige vleesconsumptie niet echt goed is voor ons milieu. Maar dat weerhoudt mij er toch niet van om het slagersmes te hanteren. Ik ben besmet geraakt door Gertjan Kiers. De slagerreus. Zijn YouTube-filmpjes zijn onweerstaanbaar voor een lekkerbek als ik. Ik heb hem halve koeienkarkassen zien uitbenen en de woorden ‘bindweefsel’ en ‘werkvlees’ zijn voor mij gaan leven. En ik weet dat het goed is. Ik weet dat de smaak voortreffelijk is. Bij de filmpjes van Gertjan Kiers loopt het water me in de mond. Omdat mijn geliefde J. vlees noch vis eet heb ik lang bij mezelf gedacht dat ik recht had op een dubbele portie. Nu, vandaag, vind ik die redenatie flauwekul en ben ik – min of meer – flexitarier geworden. Dat wil dus zeggen dat ik regelmatig een dagje geen vlees eet. Op zich bevalt mij dat best. Maar desondanks blijf ik amateurslager; omdat het zo leuk is.

Vier weken geleden kwam mijn idioot grote stuk vlees binnen. Als je beseft dat ik hier in huis de enige ben die vlees eet, dan kan je je voorstellen dat een complete varkensschouder van zo’n kilootje of zes best veel is. Ik heb mijn messen geslepen en ben het gevaarte te lijf gegaan. Het zwoerd er af en de botten eruit. Nog even goed op Youtube gekeken hoe je de botten eruit haalt. Op zich lukte het allemaal aardig. Niet zo vlot als mijn professionele voorbeeld, maar toch kwamen de botten er betrekkelijk schoon uit. Toen de homp lillend vlees in mooie lappen gesneden en de boel in porties verdeeld; een grote portie voor droge worst, een hele grote voor rookworst en een wat kleinere portie voor…weet ik nog niet; het licht lekker bevroren in de vriezer te wachten totdat ik er iets mee weet en weer zin heb. Want het moet wel gezegd dat ik er na enkele meters worst aardig genoeg van heb.

Nog dezelfde dag als het uitbenen maakte ik droge worst. De handleiding van Meneer Wateetons had ik nog even goed doorgelezen in zijn boek ‘Over Worst’. Droge worst maken is niet zonder gevaar. Het vlees moet koud zijn; heel koud. Dus had ik het in kleine stukjes gesneden en er een dun pakket van gemaakt en het een uurtje in de vriezer gelegd. Daarna grof gemalen en veel kruiden toegevoegd. Vooral nitrietzout en…een scheut van mijn eigen gemaakte yoghurt; droge worst is gefermenteerde worst. Toen al het gemalen vlees tot mooie worsten verwerkt was, heb ik ze een dag je in de warme vochtige keuken laten hangen en daarna op de koele zolder.

Na drie weken, afgelopen week dus, zagen de worsten eruit zoals ik ze graag heb; mooi rood verkleurd en goed ingedroogd. En toen het proeven…

Van bedorven vlees word je heel ziek en het is niet uitgesloten dat je uiteindelijk overlijdt. Je eigen droge worst proeven is best een dingetje. Echt wel. Ik rook aan de worst, ik bekeek de worst. De geur was vol aroma…het snijvlak van een plakje van mijn worst zag er goed uit. Niets aan de hand dus. Ik nam een hap en kauwde en proefde en hij smaakte heerlijk. Wat minder zout dan ik gedacht had en wat minder pittig. En toen slikte ik het door. En nam nog een stukje en nog een stukje. Maar een half uurtje later voelde ik wat in mijn maag. Het zou toch niet… Werd ik een beetje misselijk? Nee toch?

Suggestie, niets anders dan suggestie. Vandaag had ik voor het eerst een stuk van mijn droge worst door mijn salade gesnipperd. Heerlijk was het. Maar ook nu weer voelde ik en voelde ik…en voelde ik. Het zou toch niet. Maar nee, ik ben nu zomaar weer op weg naar huis. In de trein. En van dat gore toilet hoef ik helemaal geen gebruik te maken. Ik voel me kiplekker. Droge worst, het blijft een uitdaging.

Machteld Siegmann – De Kaalvreter; Als het uit is…heb je het uit.

Als ik in staat was geweest om een roman te schrijven, dan had ik dat graag over een bepaalde gebeurtenis gedaan in het leven van mijn moeder. Ze begon haar bewuste leven namelijk als het nichtje van een bollenbaron in Hillegom. Ze sleet haar dagen tijdens de oorlog in de veronderstelling dat haar ouders de oversteek vanuit Indonesië door het oorlogsgeweld niet meer konden maken, daarom logeerde ze zolang bij haar oom en tante. Ondertussen leefde ze het leventje van de happy view want oom en tante waren erg rijk. Na de oorlog stond er zomaar ineens een eng dunne vrouw voor de deur met de dood in haar ogen. Haar moeder, mijn oma. Binnen no-time moest mijn meisjesmoeder de stap maken van een gereformeerd meisje uit de hogere landbouwkringen naar een joods onderduikstertje met een zwaar getraumatiseerde moeder die geen nagel had om haar kont te krabben. Mateloos interessant en ik heb er vaak van lopen dromen en beginnetjes gemaakt, maar helaas, ik heb moeten vaststellen dat ik geen romanschrijver ben en dat het me niet gaat lukken om dit onderwerp verder uit te diepen en om te vormen tot een boeiend verhaal.

Machteld Siegmann is het, in tegenstelling tot mij, wel gelukt om dit verhaal in een roman te verwerken. Weliswaar in een iets andere variatie, maar eigenlijk hetzelfde verhaal. Hier gaat het om het meisje Leie dat als 2-jarige op een goede dag midden in de oorlog door een onbekende man bij een onbekende familie op het platteland met een lege koffer wordt achtergelaten. Het enige wat ze in de begindagen van haar onderduik doet is wachten tot ze weer opgehaald wordt en eten. Gaandeweg de oorlog normaliseert alles zich min of meer. Ze heeft onderduikbroers waarmee ze goed overweg kan en ook met haar onderduikouders. Na de oorlog krijgen ze een verwarde vrouw als nieuwe hulp. De vrouw probeert contact te krijgen met Leie, maar Leie wijst alle contact af; ze vindt de vrouw eng. De verwarde vrouw verhangt zich.

Leie trouwt met boer Dirk en krijgt zonen Anton en Meeus. Als de twee jongens tieners zijn, overlijdt de onderduikmoeder van Leie. Ze gaat naar de begrafenis en ontdekt op het kerkhof dat de verwarde nieuwe hulp die zelfmoord pleegde, haar moeder was. Leie vervalt in depressieve apathie. Ze wil niets meer, alleen nog maar dood.

Het verhaal wordt nogal vanuit verschillende perspectieven vertelt en springt behoorlijk door tijd en ruimte. Als Leie trouwt met Dirk, dan gaan ze boeren in de Zuid-Hollandse Krimpenerwaard. Alles rond de onderduik speelt zich af in het gehucht Zanegeest in de buurt van Alkmaar. De gebeurtenissen in 1974 zien we door de ogen van de gezinsleden en concentreren zich rond de depressieve apathie van Leie die de moeder van het gezin is. In de andere historische perioden (1942, 1942-1950 en 1958) zien we de gebeurtenissen door een objectieve verteller.

Omdat het onderwerp me na aan het hart ligt heb ik de roman met belangstelling gelezen. Het boeide me. Meer ook niet. De Kaalvreter is geen roman waar je nog lang mee rondloopt. Als je het uit hebt…is het uit. En dat was het. Het is een debuutroman dus wie weet ontwikkelt deze schrijfster zich nog.

Hoogleraar Sociale Psychologie…

Professor. Dat is echt het hoogste dat je kunt bereiken. Je bent pas echt geslaagd als je professor bent. Dat vond mijn moeder en dat heeft zich in mij vastgezet. Toen mijn pa op mijn achtste ineens verdween uit mijn leven moest ik bedenken hoe ik alle scherven van het huwelijk van mijn ouders weer aan elkaar kon lijmen. Daar deed ik een jaar over. Een jaar heb ik uit het raam gestaard en oplossingen bedacht, maar niets werkte. Voor schoolwerk had ik dat jaar even geen tijd, dus moest ik dat jaar nog een keer overdoen. ‘Dan word je een jaar later professor’ troostte mijn moeder. Geleerdheid, daar ging het om bij ons thuis. Eigenlijk tot op de dag van vandaag voel ik me diep van binnen een beetje mislukt omdat ik geen hoogleraar ben geworden; ik mag me geeneens doctor of doctorandus noemen. Als armzalig HBO-ertje heb ik, voor mijn gevoel, gefaald…

Dat gevoel en ratio niet altijd synchroon lopen, is mij pas de laatste jaren echt gaan opvallen. Dat gevoel dat ik eigenlijk pas geslaagd ben als ik professor voor mijn naam mag zetten heeft zich zo onlosmakelijk in mij vastgezet dat ik het, ongetwijfeld, mee mijn graf in zal nemen. Maar rationeel denk ik er tegenwoordig heel anders over. De professor is behoorlijk van zijn voetstuk gevallen. Het blijken soms helemaal geen slimme mensen die kunnen overzien wat de gevolgen zijn van hun handelen. Voorbeelden van heel erge domme professoren lijken stelselmatig voor te komen bij de studierichting Sociale psychologie. Zo hebben we de frauderende Diederik Stapel gehad die de enquêtes – die het bewijsmateriaal vormden van zijn ‘wetenschappelijke’ werk – zelf invulde en wiens stellingen daardoor immer bewezen werden. Je hebt professor Roos Vonk die zelfs zonder in elkaar geflanste en zelf ingevulde enquêtes, denkt dat ze altijd gelijk heeft en haar activistische stellingen verwart met wetenschappelijk onderzoek.

Sociale psychologie is dan ook best een ingewikkeld vak; het meest populaire onderdeel van de psychologie. Het lijkt te bestuderen hoe en waarom mensen handelen zoals ze handelen. Ze lijken te kunnen voorspellen welke actie welke reactie heeft op ‘de mens’. Ze lijken daar op die specifieke faculteiten te werken aan methoden om precies te kunnen voorspellen welk gedrag welk vervolg heeft. Ook hoe je mensen kunt manipuleren, trouwens. Ik heb mijn twijfels.

Gisteren was er weer eens een professor sociale psychologie op de televisie. Kees van den Bos. Hij is niet alleen professor, hij ziet er ook zo uit. Qua uiterlijk een karikatuur van zijn universitaire titel. Maar het gaat niet om uiterlijk, want daar kan hij niets aan doen. De man heeft radicalisering bestudeert en met name de radicalisering binnen de zwarte-pieten-discussie (oh nee, toch niet weer die zwarte pieten discussie?). Tijdens Nieuwsuur gisterenavond lepelde de man alle gebeurtenissen sinds de ‘blokkeerfriezen’ op rond zwarte piet. Volgens onze hooggeleerde waren de gebeurtenissen rond de landelijke intocht van Sinterklaas 2017 het startpunt van radicalisering… Alsof die discussie niet al veel eerder volledig uit de hand liep…

However, de hooggeleerde Van den Bos had een goede mededeling voor ons; op grond van zijn jarenlange onderzoek concludeerde hij dat hij zonder meer kon voorspellen dat vanaf nu de radicalisering af zou nemen en we volgend jaar weer een fijne sinterklaasintocht hebben… Ik geloof er niks van, maar we zullen zien.

Wegrotten in Irak…

Ik ben nu eenmaal niet iemand die vindt dat een slechterik mag wegrotten in de hel. Ik denk dat een pure slechterik niet bestaat en dat iedereen recht heeft om zich te verdedigen. Ik mag best een mening over een slechterik hebben, maar alleen een onafhankelijke rechter mag oordelen en veroordelen. Zo’n rechter heeft ervoor doorgeleerd om de wetten toe te passen. Wetten die democratisch tot stand zijn gekomen. Ik ben van dat systeem in Nederland een grote fan. De rechtsstaat; ik ben er trots op dat het hier in Nederland zo goed functioneert. Heus er gaat wel eens iets mis en heus, dat heeft gigantische consequenties voor de betrokkenen, maar over het algemeen…ik zou echt niet ergens anders willen wonen. En ik sta daar niet alleen in. Slechts wat gekkies en slachtoffers vinden in Nederland dat het rechtssysteem niet deugt. Slachtoffers mogen dat van mij vinden; het liefst doe je als slachtoffer aan bloedwraak om je verdriet te stelpen, maar gelukkig hebben we dat in de vroege middeleeuwen afgeschaft want, zo bleek, er kwam niets dan ellende van. Nogal een cliché, allemaal.

Ik lees alle columns van Elma Drayer in de Volkskrant. Ik ben het eigenlijk altijd wel met haar eens. Dat is voor mij lekker makkelijk; ik lees in haar stukjes mijn eigen mening en voel me daardoor in mijn mening gesterkt. Bovendien kan ze, wat ik vaak denk, ook bijzonder goed verwoorden. Hulde dus, zou je zeggen. Maar helaas, in haar laatste column drijft ze ineens helemaal weg van me. Zonder rationele overwegingen lijkt ze van mening dat mensen die destijds, om wat voor reden dan ook, naar Syrië zijn vertrokken – naar IS – mogen wegrotten in opvangkampen. Kampen waar de basisvoorzieningen ontbreken en hun leven elke dag bedreigd wordt. Onder hen vele kinderen, vaak niet ouder dan kleuters. Dat valt me vies tegen. Vindt Elma Drayer dan dat het veiliger is als die mensen daar blijven? Nee, daar heeft ze het niet over. Het gaat eigenlijk voor haar er alleen maar om dat het mensen zijn die slechte dingen hebben gedaan. Hele slechte dingen. Nou, dat ze slechte dingen hebben gedaan, daar ben ik het wel mee eens. Maar ja, daar zijn er zoveel van. Als we alle mensen die hele slechte dingen hebben gedaan lieten wegrotten, dan werd Nederland al snel een grote stinkende rottende mestvaalt.

Elma Drayer die een groep mensen veroordeelt zonder rationele argumenten. Ze veroordeelt op grond van het idee dat ze iets slechts hebben gedaan. Merkwaardig. Mijn Elma Drayer waar ik zo verschrikkelijk veel goede en weldoordachte columns van gelezen heb. Elma Drayer gaat zelfs tekeer tegen de advocaat die de rechtsgang van die mensen ondersteund. Ik kan er even helemaal met mijn pet niet bij. Iedereen heeft het recht om zijn of haar recht te halen als hij of zij meent dat rechten geschonden zijn. Dat is nou juist het systeem waar ik zo trots op ben en dat ik Elma Drayer regelmatig heb lezen verdedigen. Een advocaat door het slijk halen omdat hij mensen verdedigd die menen dat hen onrecht is aangedaan? De financiering van de advocaat en de rechtsgang in een kwalijk daglicht stellen? Dat is een kant van Elma Drayer die ik nog niet kende. Helaas.