Witte onschuld

Sinds ik Dila Yesilgöz bij Buitenhof in debat zag met Gloria Wekker, kan ze niet meer stuk bij mij. Gloria Wekker gleed op dat moment van het voetstuk waar ik haar in ieder geval nooit opgezet had. Ik heb zelden voor het oog van de televisie een hoogleraar zo verschrikkelijk zien afgaan als Gloria Wekker op dat moment. Ze kon zich eigenlijk alleen nog maar uit haar benarde situatie redden door een laatdunkende toon aan te slaan tegen Dila Yesilgöz: ‘Ach meisje, ik zal jou eens vertellen hoe of het zit met het racisme in Nederland’. Ik zat te kijken en voelde mijn tenen krommen. Dila Yesilgöz is van de VVD, niet eens mijn kleur, maar toch, als ik op iemand zou moeten stemmen van de VVD dan wist ik op wie…

Dat Dila Yesilgöz tegenover Gloria Wekker zat bewees al het ongelijk van Wekker. Dila Yesilgöz is namelijk een knappe blanke dame met lang donkerblond haar. Ze zou zo maar in Tietjerkstradeel of Kloosterburen of Diemen of Amsterdam geboren kunnen zijn. Ook haar ouders hadden, gezien haar huidskleur, hier gemakkelijk geboren kunnen zijn. Maar dat zal vast niet zo zijn want alleen haar naam al doet een Turkse achtergrond vermoeden. Maar dat is maar een vermoeden. Voor hetzelfde geld heeft Dila Yesilgöz een moeder die destijds gevlucht is uit Bosnië en is haar vader een Koerd…wie zal het zeggen. Het brengt ons wel bij de vraag: Wat is precies de blanke Nederlander waar Gloria Wekker het over heeft? Wat is er na vierhonderd jaar roeren en mengen over van die blanke Nederlander waar ze het over heeft? Wat is er na al die kruisbestuiving over van die cultuur van kolonialisme en slavenhandel? Wat heeft dat nou precies te maken met hoe wij ons op dit moment allemaal tot elkaar verhouden? Gloria Wekker doet daar ferme uitspraken over die als racistisch overkomen; het feit dat je een blank huidje hebt, bepaalt hoe racistisch je bent, lijkt Gloria Wekker te beweren.

Lijkt. Want wat ik weet van haar theorie, zijn interpretaties van anderen. Zelf heb ik haar boek ‘White innocence’ niet gelezen. Dat wilde ik wel want meteen na die beruchte uitzending van ‘Buitenhof’ ging ik naar een grote boekverkoper op het web en zocht haar boek op. Voor zo’n boek vond ik het onbetaalbaar. De exacte prijs kan ik me niet herinneren, maar het was zeker twee keer zoveel als wat ik normaal uitgeef aan een boek. Bovendien alleen de papieren variant. Papieren boeken staan bij mij vooral stof te vangen; ik heb het liefst bits en bytes. Leest ook veel prettiger dan met zo’n bonk papier in je hand. Zat er dus niet in om haar boek te lezen.

Vandaag veegt Heleen Mees de vloer aan met Gloria Wekker. Ze heeft haar boek net gelezen en vertelde dat het, waarschijnlijk onder druk van de zwarte Pietendiscussie, opnieuw was uitgegeven. Mees had het over ‘Witte onschuld – paradoxen van kolonialisme en ras’… Dat klinkt Nederlands. Dat deed mij terugkeren naar de webshop waar ik destijds zo faalde en jawel hoor: Gloria Wekkers hoofdwerk in een Nederlandse vertaling en verkrijgbaar als e-book. Voor het luttele bedrag van een tientje. Wekker is ietsje rijker geworden…door mij! Nu hoef ik dat boek alleen nog maar te lezen!

Het Pieter Jan Leusink geweld

In muziekland lijkt een revolutionaire kaping plaats te vinden. In de popmuziek? Nee, in de klassieke muziek. Kan je je haast niet voorstellen, maar toch is het zo. In de muziekgeschiedenis zijn twee werken geschreven die (bijna) strikt horen bij een tijd van het jaar. Heel veel mensen zijn die werken gaan zien als een overgangsritueel van het ene seizoen naar het andere. Ben je eenmaal toegetreden tot de mensen die van zo’n ritueel zijn gaan houden, dan laat je dat niet zo makkelijk meer los. Ik heb daar helemaal niets op tegen. Eerlijk gezegd behoor ik ook wel tot diegenen die de nieuwe rituelen omarmen. Zo heb je in de donkerste tijd van het jaar behoefte aan een ritueel waarbij je hoopt dat het licht weer terugkeert. In onze beschaving is dat de Messias. Daarover heeft Georg Friedrich Händel een fantastisch oratorium geschreven dat prima in de kersttijd past: Messiah. Een fenomenaal stuk waarin zo’n beetje alle hoop is gevestigd op de wederkomst van het licht. En ja…als de Messiah geklonken heeft, dan worden de dagen weer korter.

Een andere overgang die een ritueel behoeft, is de overgang naar de lente. Het licht is weer terug en nu moet alles gaan groeien en bloeien. Daarvoor heeft Johann Sebastiaan Bach twee oratoria geschreven: Eentje naar het evangelie van Johannes en een naar het evangelie van Mattheus. Als zo rond Pasen deze stukken gespeeld worden, dan stromen de concertzalen en kerken vol. Niet gewoon vol, maar afgeladen vol. En echt niet alleen in de Randstad; elk gat ken haar eigen Mattheus. Het is natuurlijk wel zo dat de Mattheus in Amsterdam heel vaak uitgevoerd wordt.

Op deze hang naar rituelen in combinatie met muziek is één man handig ingesprongen. Was het zo dat tot voor kort diverse orkesten en koren elk jaar de Mattheus en de Messiah opnamen in hun repertoire, deze man heeft alleen deze twee oratoria in zijn repertoire. Hij doet gewoon niets anders dan de Messiah en de Mattheus uitvoeren. Om mensen naar zijn uitvoeringen te lokken, heeft hij een ongekende reclamecampagne opgezet. Pieter Jan Leusink. Inmiddels is het al zo ver dat Pieter Jan Leusink zo’n beetje dé Mattheus is en dé Messiah. Rond het eind van maart is het concertgebouw in zijn geheel in bezit genomen door Leusink en zijn medewerkers. Op dit moment is het best moeilijk om een uitvoering in Amsterdam te vinden zonder Leusink; Leusink is de Mattheus en de Messiah aan het kapen. Dat is niet zo leuk, vind ik. Want wat is precies de kwaliteit van Leusinks uitvoeringen? Schrijft de man muziekgeschiedenis? De Mattheus heb ik een paar keer van hem gehoord. In het begin nog met het jongenskoor dat hij opgericht had. Dat waren best aardige uitvoeringen. Toen probeerde hij nog de muziek van Bach te benaderen zoals Bach het ook zelf gehoord zou kunnen hebben. Met dat succes is hij aan de haal gegaan (of is het andersom?). Nu voert hij de muziek op een heel klassieke en toegankelijke manier uit. Niet verschrikkelijk slecht, maar ook zeker niet goed. Ik heb heel wat betere uitvoeringen gehoord. Krijgen die andere uitvoeringen nog wel een kans? Dat was best even zoeken voor het komend jaar. Tuurlijk waren de twee uitvoeringen van Ton Koopman al uitverkocht, maar gelukkig heb ik nog een andere goede uitvoering kunnen vinden tussen al het Pieter Jan Leusink geweld.

Loving Vincent; een fantastische film!

Sinds de verbouwing was ik niet meer in het Van Goghmuseum geweest. Lange rijen hielden me tegen. Belangrijke tentoonstellingen gingen aan mij voorbij omdat ik zo verschrikkelijk opzag tegen die rijen tussen het Stedelijk en het Van Goghmuseum in. Van Gog’s schilderijen zag ik alleen nog maar als we in het Kröller-Muller waren. Karig. Ik ben gek op Van Goghs schilderijen. Maar op een goede dag vond ik dat het zo niet verder kon; ik wilde zo graag weer eens door dat museum lopen dat ik al mijn rij-angst overwon en achteraan aansloot. Na een kwartier tussen de toeristen in de rij ontdekte ik dat ik met mijn museumjaarkaart een eigen ingang had. De oude ingang. Helemaal nooit geen rij. Kan je bijna zo naar binnen lopen. Daar profiteer ik dan natuurlijk wel weer van en sindsdien bezoek ik het museum weer regelmatig. Het museum van de bezeten schilder. Aan de andere kant, vraag ik me af of men, ook voor de toeristen, niets beters kon verzinnen dan die hopeloze rij tussen de twee musea in. Ik gun de mensen zonder museumjaarkaart ook een vlotte toegang tot het museum. Ik ken geen enkel museum waar je zo lang in de rij moet en waar de doorstroming in die rij zo laag is; daar moet iets beters op te verzinnen zijn.

Gisterenavond zag ik zijn schilderijen tot leven komen. Ik heb met open mond zitten kijken. Ik wist niet dat zoiets mogelijk was. Wat verschrikkelijk mooi! Je gleed met filmische camerabewegingen van het ene schilderij in het andere. Langzaam rij je door de landschappen van Vincent van Gogh; geschilderde stoomtreinen en koetsen door het geschilderde landschap. Omdat Van Goghs schilderijen zo bekend zijn, is het een feest van herkenning.  ‘Achter’ de schilderijen ‘zitten’ acteurs; verbluffend hoe veel die acteurs lijken op de personages van de geschilderde portretten. Gecombineerd met de achtergronden met die zo verschrikkelijk beroemde streepjestechniek, was er bij mij geen twijfel over de ‘echtheid’. Behalve bij één personage. Degene die Van Gogh het meest geschilderd heeft, leek juist niet op hem, vond ik. Zichzelf. De acteur die Van Gogh verbeeldde was te veel een acteur. Té groot en té sterk. Te zelfverzekerd ook. Daar had de regisseur voor een wat breekbaarder acteur kunnen kiezen, wat fragieler. Maar dat mocht de pret niet drukken want wat een heerlijke film.

Het zelfportret van Van Gogh
De acteur en het beeld in Loving Vincent

Het is niet alleen een film met fantastische beelden, maar ook een film met een plot. Het verhaal haakt in op de vraag hoe Vincent van Gogh aan zijn einde gekomen is. Hoewel men in het algemeen uitgaat van zelfmoord, blijven er hardnekkige geruchten rondgaan dat hij door een tragisch ongeval min of meer vermoord is. De film probeert daar, vanuit haar perspectief uitsluitsel over te geven en na afloop neig je naar de gedachte dat Van Gogh niet door zelfmoord aan zijn einde is gekomen.

De film is niet in zijn geheel in Van Gogh stijl. Gelukkig niet; dat zou te veel van het goede zijn. Van Gogh-achtig geschilderd zijn de scenes in het ‘heden’ waar de zoon (met het dunne snorretje en de hoed) van postbode Roulin (met die fantastische baard) de opdracht krijgt om de laatste brief van de inmiddels overleden Vincent bij Theo te bezorgen. Daarvoor trekt hij door de Van Gogh-landschappen van het ene ‘portret’ naar het andere. De portretten vertellen wat zij weten over het leven en de dood van Vincent. De verhalen over het leven en de dood van Vincent worden weergegeven in een niet-Van Gogh stijl. Meer als min of meer ‘gewone’ animatiebeelden. In stemmig zwart wit. Dat brengt ook weer even rust op je netvlies want die Van Goghschilderijen, vooral uit zijn laatste periode, knallen qua kleurgebruik natuurlijk van het doek. Ook het witte doen. In die zwart-wit beelden viel me op dat de acteur niet voldoende leek op de bezeten schilder. Wat mij betreft kon hij niet voldoende aannemelijk maken dat mensen in zijn omgeving hem ‘gek’ vonden. Dat ze hem pesten en uitscholden. Dat ze hem uit hun dorp wilden verwijderen. Bij zo’n grote, mooie en sterk ogende kerel vond ik dat niet erg waarschijnlijk.

Al met al heb ik van de film genoten en ik raad iedereen aan om hem te gaan zien. Dan hoop ik vervolgens dat hij – in dit streaming- en DVD-loze tijdperk – bij één van de streamers terechtkomt. Ik ga de film steeds weer terugspoelen en het juiste schilderij bij de scenes zoeken. Lijkt me heel erg fascinerend. Waarschijnlijk neem ik daar de tijd niet voor, maar het idee is leuk!

Nieuwe telefoon

Heel lang geleden, toen onze mannen nog tieners waren wilden we dat de jongens wat meer buiten kwamen. Daarom kochten we een stacaravan in een bosrijk gebied in het midden van het land. Een kleine tuin waarin we konden zitten en onze eerste schreden konden zetten in BBQ-land. We woonden toen nog op een bovenwoning in de Lomanstraat. Op datzelfde moment was het weer eens hommeles tussen mijn moeder en mijn omaatje. Altijd een gespannen relatie geweest. Omdat mijn moeder zich prima kon redden en mijn omaatje, sinds de dood van opa, niet helemaal je dat was en ik me daar erg verantwoordelijk voor voelde, vond ik dat we tijdens de weekends, in onze stacaravan, te bereiken moesten zijn. Tot grote trots en vreugde van onze voltallige kinderschare, schaften wij ons daarom een mobiele telefoon aan. Eén voor het hele gezin. En dus hadden wij toen een vast én een mobiel nummer. Wij. Niet ik, maar wij.

We hadden die mobiele telefoon gekocht bij een provider die er nu nog steeds is. Apetrots legde ik onze mobiele telefoon in de auto. Een Nokia met druktoetsen en een antennetje. We waren in het vervolg bijna altijd te bereiken. Bijna, want we hadden nog absoluut niet de gewoonte om de mobiele telefoon mee te slepen bij het boodschappen doen of het wandelen. Dan lieten we hem lekker in de caravan liggen; waarom al dat gesjouw! Bovendien, waar gebruikte je die telefoon precies voor? Om te bellen. Verder niets.

Oké, genoeg geschiedenisles. Dat telefoonabonnement werd míjn telefoonabonnement. En sinds die aankoop ben ik altijd trouw gebleven aan de provider die ik toen gekozen had. Een loyaliteit waar mijn volwassen geworden zonen me hard om uitlachen. Hoeveel betaal je voor je Samsung? Als ik het vertel heb ik helemaal de (uit)lachers op mijn hand. Ik moet toegeven dat mijn loyaliteit niks te maken heeft met trouw. Helemaal niets. Ik heb niets met die provider. Het is pure luiheid. Er niet over willen nadenken. Maar dat kon natuurlijk niet zo voortduren. Helemaal niet toen ik tijdens de vakantie webruimte bij moest kopen voor heel duur geld. Dat was het einde. Ik zocht naar een veel goedkopere provider en die had ik met één muisklik gevonden. Vandaag gaat mijn nieuwe abonnement in.

Zo’n nieuwe provider en zo’n nieuwe telefoon maken mij behoorlijk zenuwachtig. Betaal ik zo meteen niet voor twee abonnementen? Ik heb het al drie keer opgezocht en er staat dat mijn nieuwe provider het oude abonnement beëindigd. Maar ik kan het pas geloven als ik het zie…En dan zo’n nieuwe telefoon. Een telefoon, en dus ook mijn telefoon, is al lang niet meer alleen om mee te bellen. Je telefoon is je geheugen, je geweten, je band met de wereld en je blik op de wereld. Daar doe je niet lichtvaardig over. Werkt alles nog zoals het moet? Zijn alle gegevens die ik op mijn oude telefoon had, goed overgezet naar de nieuwe? Nee natuurlijk. Nooit helemaal perfect. En hoe moet ik dan verder? Hoe werk ik mijn nieuwe telefoon dan wel goed bij? Ik word er helemaal zenuwachtig van. Een nieuwe telefoon geeft meer stress dan dat je er profijt van hebt. Gelukkig duurt het maar een weekje dat ik alles kwijt ben. Dan erken ik mijn nieuwe telefoon echt als de mijne. Dan zijn we weer vrienden en kan ik weer met een gerust hart door met het leven.

Ons huis

Eindelijk! We hebben een definitieve datum. We hebben te horen gekregen wanneer we de sleutel van ons gerenoveerde huis krijgen. Half en half hadden we al afspraken gemaakt met de behanger. Nu staat die afspraak definitief. Nu hebben we ook definitieve afspraken met vloerenman 1, vloerenman 2 en met vloerenman 3 is het nog niet helemaal rond. Maar spannend is het wel. Heel erg spannend. Want wat komt er allemaal op ons af? Aan onze wisselwoning hoefden we helemaal niets te doen, die was helemaal af. Compleet niet zoals we het zouden hebben gekozen, maar het was maar een wisselwoning; als we er maar tijdelijk konden wonen. Voor een slordige anderhalf jaar ga je geen moeite doen. We beseften niet hoe lang anderhalf jaar was. Dat is heel erg lang. Bovendien gingen we uit van het meest gunstige scenario. Helemaal onterecht, dus, want die anderhalf jaar werd tweeëneenhalf jaar. Tweeëneenhalfjaar in een huis waar alles maar zozo werkte. Met gordijnen die niet pasten, met lelijke vloerbedekking en in  een bovenwoning. We willen weer terug. Aan ons ‘echte’ huis moeten we een hoop doen. Het duurt nog een paar weken en dan hebben we de sleutel.

We zijn zo nieuwsgierig hoe ons nieuwe huis eruitziet, hoe het geworden is. Zo verschrikkelijk nieuwsgierig! Aan de voorkant lukt het in het weekend niet om dicht bij ons huis te komen. Het staat er vol met steigers en de hele voorkant van ons huis is afgesloten met bouwhekken. Maar gelukkig is er een sluipweggetje.

Afgelopen zaterdag gingen we naar het museum dat in de oude school gevestigd is. Het museum heeft een mooie collectie straatmeubilair en die stellen ze tentoon op de oude speelplaats van de school. Hun binnenplaats is onze binnenplaats. Tenminste, onze tuin grenst aan die binnenplaats. We waren zo vroeg mogelijk gekomen. Het museum was nog maar net open. We stapten de speelplaats op. Juist die dag was het mooi weer. Een waterig zonnetje had wat wolkjes uit elkaar gedreven. Ik deed mijn ogen dicht en hoorde de geluiden van onze tuin als Josien en ik er samen op het bankje zitten te ontbijten. De vogels. De drukte van de stad heel ver weg. De vale zon zachtjes schijnend op je gezicht. Ik keek door mijn oogharen naar Josien en ik zag dat zij hetzelfde dacht. Ik wist het zeker maar om de betovering niet te verbreken zei ik niets. Zo stonden we een tijdje te luisteren en te proeven en te ruiken hoe het ook al weer was en onze heimwee werd groter en groter.

Toen openden we onze ogen en zagen we hoe een groot deel van het woningencomplex helemaal mooi gerenoveerd was, maar dat ons huis nog in de stijgers stond. Maar dat wisten we. De werkers hebben ook nog even tijd. We wisten een gat in de schutting. We voelden ons stoute kinderen toen we stiekem door dat gat in de schutting de tuin van de buren (die ook nog niet terug waren) inslopen. Via hun tuin kwamen we in onze tuin en in onze tuin zagen we dat de tuindeuren van ons huis open stonden. We konden zo naar binnen. Maar dat deden we niet. We zijn allebei té goed opgevoed. We trokken de deur wel een stukje beter open zodat we alles konden zien. Ons huis. Ons huis…En we verheugden ons zo verschrikkelijk. En ik maakte een foto voor op mijn desktop zodat ik altijd even een blik kan werpen op…ons huis. De wc moet nog gemonteerd worden…

Ons onaffe huis

Tantra en grensoverschrijdend gedrag

Ook het laatste bolwerkje van verzet dat rest van de seksuele revolutie wordt genomen, zie ik net op de NOS-site. De tantra therapie. Dat het hier om seksueel overschrijdend gedrag gaat, ligt er duimendik bovenop. Als jij naar een tantra-therapeut gaat en denkt dat je in therapie gaat zonder dat er met je geslachtsdelen gefoezeld wordt, dan heb je werkelijk een gaatje in je hoofd. Tantra therapeuten schreeuwen het van de daken. Ze doen prostaatmassages, clitorisstimulatie, tepeltherapie en penisenergieversterking. Dat houden ze niet stil. Ze schamen zich er ook niet voor. Het is hun nering en ze zijn er trots op. Toen ik in aanraking kwam met tantra therapeut P. die een tijd mijn software ontwikkelende collega was, leek het me allemaal wel geil. Een vrouwelijke therapeut die mijn seksuele energiestromen in goede banen ging leiden. Maar nee, niets voor mij. Ik kleed me niet graag uit voor een vreemde vrouw en bovendien vind ik het gênant om opgewonden te raken in het bijzijn van een vreemde. Maar kennelijk zijn er toch wichten die iets anders verwacht hadden. Is dat niet bijna hetzelfde als mannen die in een bordeel klagen over seksueel overschrijdend gedrag?

Mijn al eerdergenoemde collega P. was er helemaal van overtuigd dat de mens pas vrij is als hij haar seksuele energie bevrijd heeft. Wij keken een beetje op tegen P. Een verdomd aardige collega, dat zeker. Maar ook geen hoogte van te krijgen. Had hij nou een vriendin, een vrouw, een vriend een man…geen idee. Van elke collega wisten we hoe het zat, maar niet bij hem. Onbelangrijk zou je zeggen, maar dat is het niet. Je wil gewoon graag weten wat voor vlees je in de kuip hebt. Maar desalniettemin een kundige en aardige collega. En ja, als je over seks en seksualiteit begon, dan ging hij helemaal los. Hij was trots op wat hij deed. Omdat hij een duidelijk oosters uiterlijk had, noemde we hem stilletjes onze seksgoeroe. We hadden dat best hardop kunnen doen, want P. zou er niet mee gezeten hebben. Een seksgoeroe voelde hij zich ook. Hij kwam er zelfs mee op de tv. In een programma ging hij het seksuele leven van stellen verbeteren. Tenminste dat was de opzet.

Laat ik eerlijk zijn; ik geloof er niet in. Ik geloof er niet in dat je van tantra-therapie veel wijzer wordt. Als je ergens aandacht aan besteed wordt het vanzelf groter. Als je je in tantra gaat verdiepen dan wordt seksualiteit belangrijker in je leven. Maar of het werkelijk iets verbetert dat durf ik te betwijfelen. Het blijft gewoon zo dat je seks met z’n tweeën samen moet uitvinden en samen moet beleven en dat dat zelden helemaal vlekkeloos gaat. We zijn gewoon niet allemaal Eric en Olga in de roman Turks Fruit van Jan Wolkers. Wij, gewone stervelingen, hebben te maken met droogte, slapte, kou, oververhitting en een vroeg vogeltje om maar eens een paar te noemen. Niet altijd in dezelfde mate en vaak voelen we ons na afloop helemaal het mannetje en het vrouwtje, maar toch…

Nee, in tantra geloof ik niet en wie er wel in gelooft weet wat haar te wachten staat. Klagen achteraf lijkt me helemaal niet gepast. Dat je de rest van je leven seksueel verpest zou zijn…geloof ik niet in.

College voor de rechten van de mens

Het was juist rustig geworden in hoofddoekenland. Voor het overgrote deel klonk het gesputter tegen de islam en tegen de onvermijdelijke hoofddoekjes ergens in de marge. De rol van Wilders was duidelijk slinkende. De man verkondigt elke keer hetzelfde en dat wordt natuurlijk zelfs voor de grootste fan op den duur te saai. Wat mij betreft was er een soort van evenwicht ontstaan in de hele discussie: Waar kan men wel een hoofddoek dragen en waar niet. Welke beroepen sluiten elke uiting van godsdienst of levensbeschouwing uit, en wat niet. Maar nu gooit het college voor de rechten van de mens roet in het eten. Ze komt tot een verkeerd oordeel over een fout van de politie en verkondigt dat luid en duidelijk. Het zal de rust die met veel moeite tot stand was gebracht, ernstig verstoren en ik vind dat het college ook daar rekening mee had moeten houden. De uitspraak van het hof gaat veel onrust geven.

Het dragen van een hoofddoek is een keuze die een deel van de moslima’s zelf maken. Wat ik heb gehoord is dat de islam als zodanig geen oordeel heeft over het al dan niet dragen van een hoofddoek. Dat er extremen zijn, dat zal wel, maar grosso modo maakt de islam geen onderscheid tussen vrouwen met of zonder een hoofddoek. Er is dus vanuit de godsdienst geen verplichting. Dat betekent dat als je heel graag een beroep uitoefent waar een hoofddoek dragen, om wat voor reden dan ook, niet mag, je als moslima de keuze kan maken om die hoofddoek af te doen. Gelukkig past een hoofddoek in bijna alle beroepen en hoeven moslima’s zelden een keuze te maken. Eigenlijk alleen maar in enkele beroepen waar men om goede redenen een strikt uniform draagt moeten ze wel een keuze maken. Zo’n strikt uniform draagt men in beroepen waar men geweld mag toepassen om de rechtsorde te beschermen. Alleen in die beroepen heeft men gezegd dat uniform niet alleen op een jasje en een petje slaat, maar ‘echt’ uniform is; helemaal hetzelfde. In die beroepen moet op geen enkele manier zichtbaar zijn wie je bent en waar je als persoon voor staat; je staat namelijk voor de rechtstaat. Voor niets dan de rechtstaat. Daarom zijn bij de politie en rechterlijke macht het uniform verplicht en zijn alle uitingen van wereldbeschouwing en godsdienst taboe. Deze stelling heeft rust gebracht en deze stelling moet (voorlopig) gehandhaafd.

De politie van Rotterdam heeft een hoofddoekdragende moslima aangesteld om aangiftes op te nemen. Deels gaan die telefonisch, deels gaan ze via een videoverbinding. Bij die videoverbinding moet het duidelijk zijn dat degene die de aangifte opneemt onderdeel uitmaakt van de politie. Daarom draagt die ambtenaar het uniform. De hoofddoekdragende moslima had daarom nooit via een videoverbinding aangiftes mogen opnemen. Dat deed ze nu wel, maar dan in haar burgerkleren. Fout van de Rotterdamse politie. Omdat het college vindt dat als je A zegt je ook B moet zeggen, oordeelt ze dat het in deze specifieke situatie zo is dat deze vrouw zowel een hoofddoek als een uniform mag dragen. Dat is een fout van het college omdat ze het dragen van een uniform nooit hadden mogen koppelen aan een specifieke situatie of persoon maar aan de politie als zodanig.

Zwarte Piet moet veranderen!

Zwarte Piet heeft me weer eens helemaal in een dilemma gebracht. Laat ik eerst even het volgende stellen: Als mensen zich gekwetst voelen door zwarte Zwarte Piet, zorg er dan voor dat ze zich niet meer gekwetst hoeven voelen. Verander Zwarte Piet zo dat iedereen er blij mee is. Nee, niet meteen, geef het nieuwe uiterlijk even de tijd om overal te laten landen, maar zorg daarna voor een leuk Sinterklaasfeest. Daarom ben ik zo verschrikkelijk trots op mijn stad Amsterdam. ‘Wij’ hebben het probleem opgelost! Je moet wel een hele slechte kwaadwillende fantasie hebben om in de roetveegpieten een blackface te zien. Iemand die tussen roetveegpiet en de mens met een donkere huidskleur nog enig verband ziet, lijdt aan zwartgallige azijnpisserij; die wil gewoon niet dat het Sinterklaasfeest blijft bestaan. Het Landelijk Platform Slavernijverleden heeft wat mij betreft dan ook compleet afgedaan. Ook de roetvoegpieten doen hen denken aan de slavernij omdat ze gekleed gaan als Spaanse zestiende eeuwse edellieden en die waren actief in de slavenhandel. Zo komen we er natuurlijk nooit! Dan kan niets. Dan zou zelfs een zwarte Piet in de traditionele kleren van de Ashanti niet kunnen, of als Toeareg of als Romein of als Atheense filosoof; allemaal hebben ze in het verleden geprofiteerd van slaven en de slavenhandel. Kom op zeg, platform, laat naar je kijken. Gelukkig is er heel weinig aandacht voor dit clubje azijnpissers.

Ik ben en blijf trots op onze Amsterdamse Pieten die de gemoederen hopelijk laten bedaren. Zij gaan het, hoewel we even aan dat nieuwe uiterlijk moeten wennen, vast helemaal maken in de toekomst. Maar helaas, niet overal volgt men het Amsterdamse voorbeeld. Er worden heus goede pogingen gedaan, maar in de meeste plekken buiten de Randstad, is het nog gewoon de aanstootgevende blackface. Kennelijk heeft men het daar iets moeilijker om van een afstandje te kijken, want zodra je even boven en naast en buiten je emoties gaat staan en je kijkt naar de traditionele Zwarte Piet, dan zie je iets dat je niet wil zien op een kinderpartijtje. Dan wordt je geconfronteerd met een personage die wel degelijk racistisch van aard is. Ondanks dat je zelf geen racist bent, hou je dan vast aan een racistisch fenomeen. Maar sommige mensen hebben kennelijk meer moeite om afstand te nemen en nog eens een tweede keer te kijken naar die vrolijke knecht van Sinterklaas. Gun die mensen wat meer tijd. Aan de overheid de taak om dat veranderingsproces overal in Nederland aan de praat te houden, net zolang totdat de aanstootgevende Piet verdwenen is. Laten we over iets dat zo gevoelig ligt mild zijn voor elkaar. Echt mild. Laat de fanatici erbuiten.

Voordat de afgelopen intocht begon afgelopen zaterdag, zijn bussen die naar Dokkum reden met anti zware Piet demonstranten klemgereden op de snelweg. Men voorkwam daarmee dat er tegen zwarte Piet geprotesteerd werd op de plek waarvandaan de intocht van Sinterklaas op tv werd uitgezonden. Ik weet niet precies wat ik ervan moet denken. Aan de ene kant vind ik het recht op demonstratie heel belangrijk. Aan de andere kant…die demonstratie…moet dat nou? Een volwassen protest voor en tegen volwassen mensen op een kinderfeest? Misschien heb ik in dit geval wel meer sympathie voor de Friese mensen die de bussen klemreden. Maar Friese mensen, probeer desalniettemin ook van een afstandje naar Zwarte Piet te kijken, dan kan je maar één conclusie trekken: Hij moet veranderen!

Lekkerder en heftiger dan echte seks

De Volkskrant ligt vandaag een tipje van de sluier op over wat men in de toekomst kan verwachten van de pornoindustrie. Porno heeft in de afgelopen jaren best een ontwikkeling doorgemaakt. Laten we even terugkeren naar mijn puberteit in de pornosteentijd. Heel lang geleden dus. Mijn vriend Stijn had de spanning al de hele ochtend opgevoerd en in de eerste pauze zou hij hét ons laten zien. Met Pim en Rik liepen we naar de Gerrit van der Veenstraat. Daar tegenover de Gerrit van der Veenschool is een parkje met een paar bankjes. Stijn liep naar één van de bankjes en tilde naast het bankje een steen op. Daar zat een gat onder en in dat gat zat een plastic tasje. Een tas vol pornoboekjes. Met rode oortjes en stijgende opwinding bladerden we quasi nonchalant door de boekjes. Vrouwen met hun benen wijd zodat je door een onstuimige toef schaamhaar een schim opving van schaamlip en clitoris. Vrouwen met hun gestifte lippen rond een stijve piem…We wisten ons met onze houding en opwinding geen raad. Ik geloof niet dat we ons nog konden concentreren op de Franse woordjes later die ochtend.

Wat later in mijn porn-history een nieuwe ontwikkeling. In Amsterdam dreigde veel bioscopen het loodje te leggen. Vooral de kleintjes gingen zich daarom specialiseren. In porno. De naam Parisien is voor mij verbonden met porno en niet met het prachtige art-deco interieur van de bioscoop van destijds. Doordat rond porno een viezig sfeertje hing werd Parisien een morsig bioscoopje waar her en der verspreid in de filmzaal een man alleen zat. De mannen kwamen anoniem halverwege de film binnen en gingen anoniem halverwege de film weer weg. De pornofilms leken toen nog op een echte speelfilm. Met een plot. Een verhaaltje dat van de ene seksscene naar de andere kabbelde. In zo’n filmzaal zitten en naar porno kijken voelde ongemakkelijk. Porno heeft met intimiteit met jezelf te maken en dat beleef je liever niet in het openbaar. Zo dacht menigeen erover want de bioscoopjes gingen, ondanks de specialisatie in porno, allemaal failliet.

Mijn drankzuchtige vader die seksueel best een grote meug had maar in de laatste fase van zijn leven niet zo heel veel vrouwen meer voor zijn karretje wist te spannen, liet een behoorlijke hoeveelheid porno achter. Via hem maakte ik kennis met de porno \video. Ik haalde zijn videorecorder na zijn dood uit zijn huis. Wie weet deed hij het nog. Thuisgekomen ontdekte ik dat er nog een videoband in zat. Die kwam er niet zomaar uit. Na openschroeven van het apparaat en veel gepruts lukte het me om de band los te krijgen. Een pornovideo. De magneetband zat om alles heen gedraaid en na wat voorzichtig peuteren hing de band slap en gekreukeld in lange slierten buiten de cassette. Met een theelepeltje wist ik de band weer in de cassette te draaien. Ik was zo nieuwsgierig, dat ik de band weer in het apparaat duwde en de afspeelknop indrukte. Er volgde wat gereutel, en toen niets meer. De band zat weer helemaal vast in het apparaat.

Op dit moment is porno één klik weg. Internet is vergeven van de porno, maar een nieuwe ontwikkeling komt eraan, lees ik: Robotisering van de seks. Niet kijken naar filmpjes en zelf zorgen voor het juiste gevoel, maar de totale beleving. Lekkerder en heftiger dan echte seks… Gaat porno ons voortbestaan bedreigen? Hebben we straks liever gerobotiseerd seks dan in het echt?

Omgekeerde Robin Hood

Over geld dat je verdient betaal je belasting. Niet alleen over geld dat je verdient, ook geld dat je krijgt. Over al je inkomsten sta je een deel af aan de overheid. Dat hebben we zo afgesproken. Met zijn allen hebben we in Nederland het parlement gekozen en het parlement bepaalt in laatste instantie hoe dat geïnde geld besteed wordt. Wat er naar de opleiding van onze kinderen gaat en wat er naar de verzorging van onze ouderen gaat. Het betalen van belasting is cruciaal voor het voortbestaan van de staat. Hoewel veel mensen elke vorm van belasting betalen zien als diefstal door de overheid, zijn er gelukkig velen die er zeker wel het nut van inzien. Over het algemeen is de bereidheid om belasting te betalen hoog. Maar niet bij iedereen.

In haar race om belasting binnen te halen, schroomt de overheid niet om belastinggeld van andere landen te stelen. Zonder blikken of blozen. Zo zijn er bijvoorbeeld tarieven in andere landen die wij niet kennen. Bedrijven vestigen daarom hun hoofdkantoor, op papier, in Nederland, terwijl ze werken in een ander land. Daardoor betalen ze geen belasting in het land waar het geld wel verdiend wordt, en maar een klein bedrag aan het land waar het geld niet verdiend wordt. Het verkeerde land profiteert daardoor van geld dat eigenlijk aan een ander land toekwam en het bedrijf lacht zich intussen rot. In het land waar ze wel belasting hadden moeten betalen maar niet doen, profiteren die bedrijven van de wegen die niet van hun geld zijn aangelegd, van het onderwijs dat hun werknemers hebben gevolgd maar waar ze niets aan hebben bijgedragen. Ze profiteren ervan dat hun zieke werknemers worden opgelapt zonder dat het bedrijf een bijdrage levert. Dit soort bedrijven zijn de parasieten van de samenleving en we zouden er alles aan moeten doen om dit soort asociaal gedrag te voorkomen.

Dat vindt men in Europa; Ja, we moeten er met z’n allen wat aan doen. Ook Nederland knikt heftig mee. Maar Nederland doet helemaal niets. Nog steeds zijn er talloze bedrijven die in Nederland nauwelijks actief zijn en die hier in naam gevestigd zijn en in verhouding tot de winsten die ze behalen, een schijntje belasting betalen terwijl ze in het land waar het geld verdiend wordt, vrijwel niets betalen. Natuurlijk vindt Nederland dat een schande, maar de wet veranderen, dat is ook niet zomaar gedaan. Het moge duidelijk zijn dat het hier niet om bedrijven gaat als de bakker om de hoek. Als hij zijn belasting onverhoopt niet betaalt, dan worden zijn spullen geveild. Nee het gaat om de grote spelers in de wereld. Apple, Microsoft dat soort bedrijven.

Toch zijn er ook een paar grote jongens in Nederland gevestigd. Echt gevestigd. Unilever, Shell, Philips. Dat soort bedrijven. Ze halen geld binnen via de beurs. Mensen en bedrijven kunnen aandelen kopen. Rijke mensen en bedrijven kopen veel aandelen. Over de winst van het bedrijf wordt dividend uitgekeerd aan de bezitters van aandelen. Aan de superrijke grootaandeelhouders dus veel dividend. Dividend is inkomst en daar moet je belasting over betalen. Die belasting willen ze afschaffen. De superrijken profiteren daar het meest van. Als je de dividendbelasting afschaft in Nederland dan steel je als overheid van de armen en geeft je het aan de rijken; de omgekeerde Robin Hood. Het zal de bereidheid van de burger om netjes zijn belasting te betalen niet echt bevorderen.