La Traviata van De Reisopera in Carré

Gezien op 30 oktober 2017 in Carré

Ik heb gisteren de jeugd van hoofdpersoon Violetta Valery in de opera La Traviata leren kennen en hoewel verzonnen, lijkt die jeugd mij plausibel. Nooit heb ik de eerste acte van de opera gesitueerd in een bordeel, terwijl dat wel zo zou moeten zijn. De meeste regisseurs vermijden het bordeel en maken er een luxe salon van. Daardoor wordt Violetta haast een dame die slechts van feesten houdt. Maar in het vervolg van de opera  blokkeert juist dat hoerige van Violetta het burgerlijke huwelijk van de zus van Alfredo. Met een dame die feestend door de salons van Parijs gaat, kom je er dan niet. Regisseur Floris Visser heeft met zijn La Traviata de hoofdpersoon Violetta diepgang gegeven en daarmee bepaalde wendingen in het verhaal logischer gemaakt.

Vooral in de eerste acte krijgt de persoon Violetta meer smoel. De opera opent in een bordeel. Onmiskenbaar. Vrouwen zien eruit als hapklare brokken die tegen een som geld te verschalken zijn. Veel hoerig ondergoed en veel blote borsten. Vraag is of dat niet te veel afleidt van de muziek en van het verhaal. Ik zelf vond de verhouding precies goed en de tekening van de omgeving adequaat. Vrouwen in de prostitutie van vandaag. Veel misbruik. Veel seks tegen heug en meug. Veel drank en drugs. Dat zal niet anders zijn geweest in de negentiende eeuw, zal de regisseur gedacht hebben toen hij zich ging verdiepen in de vrouw die model had gestaan voor de dame met de camelia’s van Alexandre Dumas, het verhaal dat Verdi weer voor zijn opera gebruikte. Floris Visser ging daarmee terug naar de kern van het verhaal: wie was die geheimzinnige courtisane Violetta Valery? Hij kwam terecht bij een vrouw die als meisje van dertien aan het eerste de beste bordeel verkocht was en sindsdien niet anders had gekend dan misbruik en betaalde liefde. Ze bleef echter niet hangen in de louche bordelen van de gewone man, maar wist zich op te werken tot dame van de hogere klassen. Een bordeel dus, waar baronnen en graven en rijke zakenlieden hun gerief kwamen halen. Maar in die omhooggeklauterde gemankeerde vrouw woonde nog steeds dat kleine boerenmeisje dat met al haar dromen over een mooie toekomst werd verkocht aan het bordeel. Visser maakt dit meisje in Violetta zichtbaar door haar op het toneel te zetten. Voor ons als toeschouwers wordt niet de naderende dood van Violetta voelbaar, zoals je zo vaak ziet, maar wel haar afgrijselijke jeugd. Daarmee heeft Visser een nieuwe weg gevonden om naar de figuur Violetta Valery te kijken. Een manier die in principe beter past bij de tijd waarin we nu leven. Het opvoeren van het de jeugd van Violetta is een vondst van jewelste en alleen dat maakt deze uitvoering van de opera al bijzonder.

De uitvoering van La Traviata past helemaal bij de Reisopera. Een volledig nieuwe kijk op het verhaal en niet verdrinkend in pretenties. Het Gelders orkest onder leiding van Ilyich Rivas speelde een verdienstelijke partij. Verder werd Alfreda goed vertolkt door Jesús Garcia. Flora Bervoix werd maar matig gezongen door Hanna-Lisa Kirchin. Een pluim moet ik geven aan Anthony Michaels-Moore; zijn interpretatie van vader Gorgio Germont was voortreffelijk. Ook zijn acteerprestaties mochten er zijn. Nou had hij ook zijn uiterlijk nogal mee (of was er een goede grimeur?) maar hij was helemaal de vader die hij moest zijn. Dan kom ik op Violetta Valéry. Deze partij werd gezongen en gespeeld door Urska Arlic Gololicic. Ik ben niet erg over haar te spreken. Het is een zware rol en een bekende, daardoor vallen foutjes meteen op, dat is zeker, maar dat is dan ook de reden waarom je voor deze rol een zwaargewicht nodig hebt. Je hebt iemand nodig met een dijk van een stem, veel muzikaliteit en bovendien een actrice in hart en nieren. Deze zangeres had eigenlijk alleen haar uiterlijk mee; een knappe verschijning. Haar stem had te weinig volume en een te laag bereik. Muzikaal was ze het ‘steeds net niet’ en dat gaat opspelen. Qua acteren had ik, vooral in de tweede acte een Kate Busch gevoel. Zinloze draaiende bewegingen die voor mij absoluut niet illustreerde wat ze moest voelen. Waren de zinloze bewegingen van Kate Busch bedoeld en pasten ze destijds prima in de tijd, bij deze Violetta was het vooral irritant.

Goed, Floris Visser gaf Violetta een jeugd, maar haar dood moet minstens zo belangrijk zijn. Haar dood kwam niet overtuigend over. Dat kan natuurlijk aan de matige acteursprestaties van Gololicic hebben gelegen, maar hier miste ik ook regie.

Al met al heb ik een leuke voorstelling gezien gisteren van de Reisopera in Carré. Meestal behoren de opera’s van de Reisopera tot de hoogtepunten van het theaterseizoen. Nu niet helemaal. Daarvoor was de hoofdpersoon te zwak. Toch zal dat beeld van het kleine meisje op de vleugel in het bordeel in haar ondergoed me bijblijven. Schrijnend, heel erg schrijnend. Soms moet ook opera schuren.

Paniek en het meisje van Yde

Het waaide veel minder in onze contreien dan wij gedacht hadden. Eigenlijk was er in onze omgeving in Drenthe nauwelijks iets van storm te merken terwijl ze dat wel voorspeld hadden. Maar het besluit hadden we al genomen: We gingen naar Assen en zouden het Drents Museum bezoeken. Ik verheugde me vooral op de prehistorische ontdekkingen die ik in het museum verwachtte. We zitten per slot van rekening in de provincie van de hunebedbouwers. Ik was vooral benieuwd naar het veenlijk. Hoe zou dat er in het echt uitzien? Ik had de reconstructie op een foto gezien. Niet bepaald een heel mooi meisje. Een beetje een verfrommeld gezichtje, viel mij op, met een hoog voorhoofd.

Met mijn museumjaarkaart kom ik gratis in elk museum. Als doekje voor het bloeden ben ik inmiddels (betalende) vriend van diverse musea waar ik vaak kom. We stopten onze jassen in een kluisje en toen moest Josien nog even naar het toilet. Ik ging alvast kijken waar we naartoe moesten. Aan de rechterkant was een tentoonstelling over een Chinese opgraving. Leek mij in dit verband niet zo interessant. Aan de linkerkant zag ik dat een trap leidde naar de vaste archeologische collectie. Bovendien naar afdelingen waar ze kunst tentoonstelde. Mijn voorkeur was meteen duidelijk. Omdat Josien er nog niet was, liep ik de museumwinkel in. Ik bladerde in dit boek en ik bladerde in dat boek. Ik kwam een kunstenares tegen die me schokte met haar schilderijen en ik bedacht dat ik die schilderijen graag in het echt wilde zien. Ik wilde kijken of Josien net zo geschokt was als ik en of zij een andere geschoktheid had dan ik. Hoewel ik me goed zichtbaar achtte, liep ik even de winkel uit om te kijken of Josien er al was. Ik zag haar niet dus ik bladerde verder in de boeken die gemaakt waren van de kunstenaars wiens werk in dit museum tentoongesteld werd. Andere kunstenaars zeiden me niet meer dan ‘Ach, wel leuk’.

Ik vroeg me af waar Josien bleef. Ik herinnerde me Hellbrun bij Salzburg waar we erge ruzie hadden gekregen omdat ik boos was geworden over haar lange toiletbezoek en dat ze toen ze beroerd was geweest. Ik besloot, ondanks dat het best lang duurde, dat ik niet boos zou worden en dat ik geduldig zou wachten. Ik liep de museumwinkel uit en ging op een bankje zitten wachten. Maar Josien kwam niet. Inmiddels was het toch al twintig minuten geleden dat ze in het damestoilet verdween. Waarom kwam ze dan niet even naar me toe om te zeggen dat ze beroerd was. Kon ik het toilet inlopen en kijken waar ze bleef? Schroom weerhield me. Ik liep langs de dichte deur van de toiletten, maar het was druk. Ik ging weer op het bankje zitten. Ik dacht een stil moment af te wachten en dan de toiletten binnen te lopen en dan te kijken wat er aan de hand was.. Inmiddels was het al ruim een half uur geleden. Het zweet brak me uit. Hoe nu verder? Misschien was er iets ernstigs gebeurd en zat ik lullig op het bankje te wachten terwijl zij dood ging. Opa ging vijfentwintig jaar geleden ook even naar het toilet en kwam er nooit meer levend af. Het was zo druk en wat zou iedereen denken als ik de damestoiletten inliep? Mij hart bonkte en ik zweette dat het een lieve lust was. Een medewerkster van het museumwinkeltje zag ik kaartjes recht leggen. Ik stapte naar haar toe en vroeg of ze voor mij in de toiletten wilde kijken waar Josien bleef. De paniek moet in mijn ogen hebben gestaan, want ik werd uiterst serieus genomen. De toiletten bleken leeg. Er trok een complete ijstijd langs mijn rug. Anne Faber, schoot door mij heen. ‘Het gouden ei’. Van alles ging door mijn hoofd. Ik voelde hoe angst en verdriet streden om voorrang. Ik zag in een flits hoe ik zonder haar verder moest. Maar de vrouw van de museumwinkel raadde mij aan om even door het museum te lopen en te kijken of ze daar ergens was. Ik ging meteen naar de archeologische afdeling, maar natuurlijk was ze daar niet. Hoe kon die vrouw denken dat Josien in het museum was? Trillend over mijn hele lijf liep ik weer terug naar de hal. Misschien konden ze, voordat de politie ingeschakeld werd, nog via de intercom een zinloze oproep doen, bedacht ik, En toen ik zo ongeveer bij de ingang van de toiletten kwam, stapte Josien met een van emoties vertrokken gezicht uit de tentoonstelling over de Chinese opgraving. ‘Waar bleef je nou?’ vroeg ze me ongerust.

Het hoefde natuurlijk helemaal niet, maar toch deed ik het; me schamen. Schamen om mijn paniek. Desalniettemin, het meisje van Yde was erg interessant en op grond van het veenlijk had ik nooit het meisje kunnen reconstrueren. Maar dat is niet erg; het geeft je een beeld, het geeft je een gevoel dat dat ingedroogde, totaal vervormde stuk leer, een mens van vlees en bloed is geweest.

Uffelte bij de Havelterberg

We zijn in Uffelte. Vlakbij Havelte en de Havelterberg. Aan de Havelterberg heb ik herinneringen. Voor de natuurbeschermingswerkkampen waar ik vroeger graag naartoe ging, werden de organisatoren (het kader) in een weekje opgeleid in een zogenaamd kaderkamp. Mijn moeder voelde zich bij die organisatie als een vis in het water. Deze kampen leken heel erg veel op de kampen die zij in haar tienerjaren had meegemaakt bij de NJN. Daar was ze al lang, wegens leeftijdsoverschrijding en kinderen-krijgen, weggebonjourd. Bij het IVN, de organisatie die de natuurbeschermingswerkkampen organiseerde, was ze zeker welkom. Omdat mijn moeder erg van koken hield, en het ook goed kon, en zo’n kamp iemand nodig had die voor het eten  zorgde, was ze meer dan welkom En wij gingen dan met haar mee. Eigenlijk nog veel te jong deed ik aan alles mee. Ik vond het zo leuk om me bij de ouderen te voegen en te werken in de natuur. Ik genoot ervan.

Die kaderkampen werden een paar jaar achter elkaar in het Hunehuis van het NIVON op de Havelterberg gehouden. Destijds een fantastische locatie met een adembenemend uitzicht. Vanuit het Hunehuis zag je de Havelterberg naar beneden glooien. De Havelterberg was voor een deel militair oefenterrein. Hoewel ik in de begin jaren zeventig vrolijk en compleet naïef meedreinde  op ‘geen man, geen vrouw, geen cent voor het leger’, vond ik de kolonne tanks, de soldaten in camouflage, het geluid van wapens enorm fascinerend. Eén van de hoogtepunten van de koude oorlog, het plaatsen van kruisraketten tegenover de SS20 raketten, moest nog komen, maar wij hadden nog zoveel vertrouwen in de mensheid dat we dachten dat we slechts liefde hoefde te zetten tegenover het wapengekletter vanuit het oosten…Breznjew.

Bij één van die kampen was een man die ik bewonderde. Heel erg bewonderde. Als er enige erotiek bij was komen kijken, dan zou je aan verliefdheid kunnen denken, maar er was totaal geen erotiek, alleen maar enorme bewondering. Mark heette hij. Hij studeerde psychologie terwijl ik me net naar de tweede klas van de middelbare school had weten te worstelen. Mark had een onweerstaanbare aantrekkingskracht op vrouwen. Door heel dicht bij hem te zijn hoopte ik dat iets van zijn aantrekkingskracht op mij afstraalde. Dat was niet zo. Ook kreeg ik er geen enkele grip op waarom meiden zo graag bij hem wilde zijn en hoe hij het voor elkaar kreeg om zo open en ongedwongen met hen om te gaan. Meisjes en jongens, mannen en vrouwen, lagen voor mijn gevoel nimmer zo ver uit elkaar als toen, in de periode van mijn leven dat ik meeging naar kaderkampen. Pre-pubertijd, dus. Wat ligt dat enorm ver achter me. Maar als ik mijn ogen dichtdoe, voelt het nog steeds alsof het gisteren was. Sommige herinneringen lijken niet te verjaren.

Op een tak die ik vanuit het raam van ons vakantiehuisje zie, zit een vlaamse gaai met felblauwe veertjes. Een boomklever holt langs de stam van een boom naar beneden. Uffelte.

Jaromir met de gezonde maag

Op één van onze vorige weekendjes-weg, waren we in de buurt van Lochem. We konden het toen niet laten en moesten kasteel De Wildenborg zien. In de Wildenborg had dichter A.C.W. Staring gewoond en Staring kenden wij. Op zich ben ik een matige liefhebber van poëzie. Ik denk dat ik meer een verhalenmens ben dan een gedichtenmens. Maar A.C.W. Staring heeft iets speciaals; hij vertelt best grappige verhalen in dichtvorm. Dan heeft poëzie een andere dimensie voor mij, en daarom fietsten Josien en ik naar de Wildenborg; om de plek te zien waar hij gewoond had. Maar dat viel een beetje tegen. Plomp. Het gebouw zag er niet uit als een kasteel maar ook niet als woonhuis. Een soort van toren maar toch ook weer niet. De schijn van een burcht. We konden er niet veel van maken. Staring moest het niet van zijn huis hebben, maar dus wel van zijn poëzie. Vooral van zijn Jaromir cyclus. Die is best grappig. Mijn in 2015 overleden schoonmoedertje kende een groot deel uit haar hoofd en ze kon het met veel humor reciteren:

Aan die gezonde maag van Jaromir moet ik op het ogenblik denken, want ik ben erg bezig met mijn maag. Ik ben mijn maag aan het trainen. Eigenlijk ben ik meer mijn brein aan het trainen om beter om te kunnen gaan met mijn maag. Mijn knellende maag. Eén van de onderdelen van mijn nieuwe lifestyle dieet programma is dat ik driemaal daags eet. En daarmee basta. Geen fruitje, geen tussendoortje, helemaal niets. Drie keer per dag eten en dat is dat. Gevolg is dat mijn maag absoluut leeg is als ik weer ga eten. Een gek gevoel want als ik er goed over nadenk dan is mijn maag de afgelopen jaren nooit leeg geweest. Zodra ik iets van leegte voelde, stopte ik er weer wat in. Zo was het me trouwens ook geleerd toen ik om moest leren gaan met mijn suikerziekte. Verspreid over de dag steeds kleine hapjes eten. Maar naar het nu schijnt werkte dat volkomen averechts. Ik moest toen wel eten vlak voordat ik me ging inspannen; om hypo’s te voorkomen. En die wilde ik graag voorkomen want zo’n te lage bloedsuikerspiegel voelt absoluut beroerd.

Nu ben ik ruim een maand met mijn nieuwe dieet bezig. Driemaal per dag koolhydratenarm eten. Inmiddels slik ik minder dan de helft van de medicijnen. Een pluspunt. Maar waar ik nog wel mee worstel, is dus mijn lege maag. Die kan behoorlijk knellen. Daarom denk ik aan Jaromir die gezegend was met een gezonde maag en een lege beurs. Voor mij voelt het alsof ik lijd aan een zieke maag terwijl ik een volle beurs heb. Wennen dus. En als ik eenmaal mag eten, voorkomen dat ik ga schrokken…

Verder voel ik me best goed. Eigenlijk wel heel erg goed. Over een maandje even kijken of ik me écht goed voel of dat ik dat alleen maar zeg om het dieet vol te kunnen houden.

Nationalisme in Kenia

Gisteren schreef ik over de verderfelijke kanten van het nationalisme, vandaag ga ik dat weer doen. Het kan niet anders, de onderwerpen dringen zich aan. Als er iets uitgebannen moet worden dan is het nationalisme. Helaas is de mens een sociaal dier en een sociaal dier wil graag ergens bij horen. Ook ik. Heus ik ontspring net zo goed de dans niet. Ik ben verschrikkelijk trots op het feit dat Lieke Martens de beste voetbalster ter wereld is. Echt trots. Maar waarop ben ik dan trots? Wat heeft die knappe meid met mij te maken? Hoezo kan ik bogen op haar talent? Ze is Nederlandse en ik ook en dat verbindt ons. Nationalisme is best ingewikkeld.

Biafra en hongersnood hebben voor mij dezelfde betekenis. Het is de eerste hongersnood waarmee ik geconfronteerd werd en die groots op de tv gebracht werd. Destijds zag ik de van hongeroedeem opgezwollen buikjes van mijn Biafraanse leeftijdgenootjes. Stammenstrijd lag ten grondslag aan de hongersnood. Nationalisme is de kiemcel voor rampen, ook toen. In Kenia leven stammen. Volkeren die zich om de één of andere reden onderscheiden van andere mensen. Eén zo’n volk waren de Igbo’s. De Igbo’s leefden voor het grootste deel in de zuidelijk regionen van Kenia, maar ook verspreid door heel Kenia. Tot ongenoegen van andere stammen vergaarden de Igbo’s veel macht in het federale Kenia en dat leidde tot een pogrom op de Igbo’s. Uit angst vluchtte men naar Igbo gebied in het zuiden van Kenia en riep men de republiek Biafra uit. Dat werd oorlog, dus, met de oedeembuikjes als gevolg. (Wat is een Biafraan met een helm op? Een punaise!)

Maar gelukkig ligt Biafra heel ver achter ons. De Biafranen zijn verslagen. De heethoofden zijn afgekoeld of dood. In Kenia behoort de strijd tussen de stammen van Kenia en de Igbo’s tot het verleden…Van de geschiedenis kan je leren…zou je zeggen. Maar niet heus!

Uhuru Kenyatta is op dit moment president van Kenia. Hij heeft de meeste stemmen gekregen tijdens de verkiezingen. Om zijn weergaloze politieke programma? Welnee! Omdat hij tot de stam van de Kikuyu behoort. De Kikuyu is de grootste stam van Kenia en alle Kikuyu’s hebben op Kenyatta gestemd. Eigenlijk hadden de Kikuyu onderling Kenyatta kunnen aanwijzen en hem zonder landelijke verkiezingen president kunnen maken; de leider van de Kikuyu’s wordt altijd president. Eén stam biedt dapper weerstand tegen de getalsmatige overheersing van de Kikuyu’s in Kenia: De Luo’s. De Luo’s hebben in Raila Odinga een leider die het wel op wil nemen tegen Kenyatta. Via reguliere verkiezingen maken ze natuurlijk geen schijn van kans want hoewel alle Luo’s steevast op Odinga stemmen, zijn ze getalsmatig in de minderheid. Alle Kikuyu’s stemmen zoals gezegd op Kenyatta. Enige manier om die macht te breken is de verkiezingen te dwarsbomen. Zorgen dat er in Luo-gebied geen verkiezingen kunnen plaatsvinden. Is het niet mogelijk om in heel Kenia te stemmen, dan zijn de verkiezingen ongeldig. Vandaar dat groepen opgehitste Luo jongetjes gewapend met stenen en stokken en vast nog wel ander slag- schiet- of steekspul ervoor zorgen dat niemand in Luo-gebied kan stemmen. Dat kunnen de Kikuyu’s natuurlijk niet over hun kant laten gaan…die roeren zich. En als de Kikuyu’s van zich laten horen dan kunnen de Luhya’s en de Kelenjins en de Kamba’s en de Kisii’s en de Muru’s natuurlijk niet achterblijven…

Nationalisme…

Kleingeestigheid

Ik denk dat Puigdemont een oorlogshitser is en dat het het beste was geweest als men hem snel had opgepakt. Maar dat oppakken is nu onverstandig omdat het zaadje van een heilloze revolutie al aan het ontkiemen is. Daarom moet er naar een andere oplossing gezocht worden. Die andere oplossing lijkt de regering van Spanje niet te kunnen vinden. Sinds we spitsroeden moesten lopen in het Baskische Dax (nota bene in Frankrijk), waarbij we bier over ons heen kregen en waar we uitgescholden werden alleen maar omdat we niet in het wit gekleed waren en geen rode halsdoek droegen, en dus niet herkenbaar waren als Bask, heeft het nationalisme mij bang gemaakt. Toen ondervond ik aan den lijve wat het betekent. Nationalisme vernauwt de geest en brengt het slechtste in mensen naar boven. Omdat ik verwacht dat mensen die studeren of die doorgeleerd hebben een bredere blik hebben en zich niet voor het kleingeestige karretje van het nationalisme laten spannen, vallen zij mij steeds weer tegen. Juist studenten en intellectuelen lijken fanatieke Catalanen te zijn. Dat valt me tegen. Net zoals het me tegenvalt dat er intellectuelen (in spé) achter een partij als de PVV aanlopen. Een partij die ook gelooft in het wij-en-zij denken; kenmerk van het nationalisme.

Ondanks dat in Frankrijk en Duitsland en een beetje in Nederland, de ruimdenkende en niet-nationalistische partijen gewonnen hebben, is er nog helemaal geen ruimte voor vreugde, wat mij betreft. De nationalistische krachten zijn nog volop aanwezig en veel sterker dan ze zo’n tien jaar geleden waren. Het huidige nationalisme lijkt voort te komen uit verwennerij. Europa als geheel is nooit zo ongehoord rijk geweest als het nu is. Om met de hiernaartoe migrerende Afrikanen te spreken: Het goud ligt hier op straat. Onze zorgen liggen niet meer bij de voedselvoorziening maar juist bij de schade die de overvloedige voedselvoorziening aanricht. Puur een luxeprobleem. Europa is steenrijk dankzij…Europa. Dankzij het denken in bredere verbanden. Dankzij de eenwording van Europa. Toch roept die enorme rijkdom enorme weerstanden op. Ik begrijp die niet helemaal. Misschien verwacht men een nog snellere groei van de rijkdom. Maar overal in Europa zie ik een groeiende ontevredenheid en die ontevredenheid mondt uit in wij tegen de rest. Volkomen onterecht, maar ik zie het wel gebeuren.

Als er eenmaal een vijandbeeld is, wordt het heel erg moeilijk om het weer los te laten. En is dat beeld eenmaal geschapen, dan groeit en groeit het, hoe onterecht ook. In Catalonië is Spanje de grote boosdoener. Dat voor iedereen in Spanje dezelfde wetten gelden en de Catalanen absoluut niet achtergesteld worden, lijkt niemand zich meer in dat bewuste deel van Spanje te beseffen. De Spaanse regering, hoe onhandig opererend ook, is de kwaaie Pier. In dat opzicht lijken de Moslims bij ons in Nederland best op de Spanjaarden in en om Catalonië. Ook zij hebben massaal de zwarte Piet toegespeeld gekregen. Puigdemont is de Spanjaarden die in Catalonie wonen aan het bewerken zodat ze desnoods willen sterven voor hun vermeende vaderland.Daarom zie ik hem als een onvervalste kleinzielige oorlogshitser. Een gevaar voor Spanje en Europa.

Met je ogen uitkleden

Voor mannetjes met mijn consistentie maar die nog niet hun liefde gevonden hebben (en dus vast heel veel jonger zijn dan schrijver dezes), is de #metoo discussie niet echt bevorderlijk voor de paarvorming. Mannen zoals ik trekken zich namelijk heel veel aan van wat er zoal wordt gezegd over ongewenste intimiteiten. Het probleem is dat heel veel ongewenste intimiteiten verdomd veel lijken op gewenste intimiteiten. Ik zie in alle voorbeelden die de revue passeren ongewenst gedrag dat net zo goed gewenst gedrag kan zijn. Nee, ik heb het niet over regelrechte verkrachting of aanranding. Over aanrakingen, heb ik het, over zeggen dat je iemand lief, mooi of aantrekkelijk vindt. Zeggen dat je van iemand droomt. Natuurlijk moet je antennes hebben om te zien hoe jouw woorden of jouw aanrakingen aan de andere kant landen, maar zonder grensoverschrijdend gedrag kom je niet aan de liefde. Zo is het nou eenmaal.

Over de betekenis van gewenst-ongewenst-gedrag heb ik veel moeten nadenken. Alles wat mijn ma vroeger zei over over mannetjes en vrouwtjes, nam ik, achteraf gezien, erg serieus. Zij kon daar niets aan doen, laat ik dat vooropstellen, maar het hield me soms wel erg tegen. Mijn ma was toen ze mij kreeg nog maar een meisje. Twintig was ze toen ze haar eerste schreden achter de kinderwagen zette. Mijn moeder was niet alleen jong, ze was ook knap. Wat mijn immer beschonken pa ook allemaal gezegd heeft over vrouwen, hij was altijd vol lof over mijn ma. Toen we pubers waren wijdde hij met zijn dronken kop uit over hoe knap ze was en hoe lief en dan werd hij nog sentimenteel ook. Maar over je moeder heb je geen oordeel. Je moeder is niet knap of lelijk, niet makkelijk te versieren of whatever; ze is je moeder. Je ma. Ik was in ieder geval vrij doof voor alles wat mijn pa over haar zei.

Maar… wat zíj zei over mannetjes en vrouwtjes en ongewenst mannetjesgedrag nam ik uiterst serieus. Ik had van mijn manke en valse juffrouw Visser een draai om mijn oren gekregen. Geen idee waarom. Mijn moeder ging verhaal halen bij meester Van der Bor, het hoofd van de school. Op school gekomen bleek meester van der Bor in gesprek met meester Meng. Ze zagen mijn moeder en hadden het onder elkaar over dat lekkere jonge moedertje op een manier zodat ze het wel moest horen. Vervolgens werd ze door de beide meesters met hun ogen uitgekleed. Aldus het diep verontwaardigde verslag van mijn moeder de volgende dag. Dat  ‘met de ogen uitkleden’, daar was ik erg benieuwd naar, want ik kon me daar niets bij voorstellen. Maar dat het ongewenst was, dat was wel zeker.

In mijn pubertijd veranderde meisjes in nimfen waar ik hevig naar verlangde. Ik zag hun beginnende borsten, hun veranderende heupen, en ik verlangde ernaar om dat alles aan te raken. Maar dat mocht, durfde en deed ik niet. Alleen maar kijken. Met heel veel gewetenswroeging want, was ik mijn klasgenoten dan niet met mijn ogen aan het uitkleden? Gelukkig heeft niemand mij daarvan beschuldigd, want wat zou ik me dan rottig hebben gevoeld bij het spel boy&girl dat toch al zo beladen is. Ik wilde helemaal niemand tot last zijn maar wat wilde ik graag de liefde smaken.

Ontsnappen uit de bajes

De ontsnappingspoging van Benaouf A. uit de gevangenis van Roermond lijkt spectaculair, maar was dat niet. Als ik het goed heb was het plan als volgt: Enkele kompanen kapen een helikopter. Op het moment dat boef Benaouf A. aan het luchten is, landt de helikopter op de luchtplaats alwaar Benaouf instapt. Daarna stijgt de helikopter weer op en vliegt de vrijheid van Benaouf tegemoet. Sorry. Een ontsnappingspoging is pas spectaculair als hij lukt. Plannetjes die nog niet eens tot de helft uitgevoerd blijken, vind ik niets. Die helikopter is zelfs nooit van de grond gekomen! In mijn jaartje Huis van Bewaring Havenstraat heb ik een paar ontsnappingen meegemaakt. Gelukte, welteverstaan. Ik heb met de PIW’ers – zeg maar cipiers – op de luchtplaats gestaan en gereconstrueerd hoe het gegaan was. En we floten bewonderend tussen onze tanden; een huzarenstukje.

We hadden een Turkse gedetineerde die met een tas vol heroïne in zijn huis gesnapt was. Bij hoog en bij laag beweerde hij dat hij die hele tas niet kende, maar dat was best ongeloofwaardig. Er hing hem een hoge gevangenisstraf boven het hoofd. Afgezien van dat hij een liegende boef was, was het een bijzonder aardige kerel. Slim ook. Hij wist zich bij iedereen geliefd te maken en dat leverde hem een baantje op. Schoonmaker. Een gewild baantje want dan was je een groot deel van de tijd uit je cel.

Om te voorkomen dat boeven zomaar over de gevangenismuur klommen op de luchtplaats, was de muur verhoogd met een klaphek. Dat was een hek van gaas met mazen zo klein dat je je vingers niet in de gaatjes kon krijgen. Theoretisch was het zo dat als er gewicht aan de bovenkant van het hek kwam, het zou omklappen richting de luchtplaats.

Onze ontsnappende boef had van twee emmerhengsels (schoonmaker, he) klimhaken gemaakt. Op de luchtplaats stond hij in no time op de muur en met zijn klimhaken beklom hij het klaphek. Op het moment dat het hek moest omklappen, gebeurde het niet. En toen was hij weg. Helemaal weg. Ik vond dat destijds jammer want je kon lekker met hem kletsen.

Een tweede ontsnapping ging vanuit de bezoekerszaal. Op de één of andere manier had iemand gevonden dat daar de tralies het minst sterk in de muur zaten. Met een auto met lier trok de boevenhelper de halve voorgevel van de bezoekerszaal weg en kon de ontsnapper zo in de auto bij zijn helper stappen en wegwezen. Maar ook een andere gevangene ging ervandoor. Onvoorbereid. Dat was jammer voor hem. Gedetineerden sloften ongewassen, op blote voeten in slippertjes in hun hemden door het best goed verwarmde huis van bewaring. Ook midden in de winter. Deze ontsnapping vond plaats in het koudst van de winter. Een wat oudere boef zat suffig met zijn volwassen geworden dochter in de bezoekerszaal toen ineens de muur weggetrokken werd en hij oog in oog met de vrijheid kwam te staan. Die kans liet hij niet aan zich voorbijgaan en hij nam de benen. Maar ach, wat was dat koud zo zonder schoenen en in je hemd. Als eerste jatte hij een paar schoenen van de schoenenwinkel. Je moet toch wat. Maar al snel daarna zat hij klappertandend in een telefooncel met een geleend (..?) kwartje en belde hij de politie omdat hij weer terug wilde naar zijn lekkere warme veilige cel. We hadden best medelijden, destijds.

De pest

Kerken zijn fascinerende gebouwen voor mij. Wellicht doordat Marx had bedacht dat godsdienst opium voor het volk was en ik daar best een beetje tegen wilde rebelleren in ons socialistische gezin, sloeg ik geen kerk over. In het begin geen enkele, later wist ik de mooie te vinden. De serene atmosfeer en de enorme ruimte sloegen me op mijn keel en gaven een thrill waar ik iedere keer weer van geniet. Ik ben er gek op het gestolde verleden in de kerk te ervaren. Mijn liefde voor kerken is één van de terreinen waarin ik in Josien mijn evenbeeld vond. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we onze eerste vakanties samen, toen de kinderen huns weegs gingen, besteedde aan ware kerktochten. Onze eerste vakantie waren we te vinden in Reims en Chartres. Twee geweldige kathedralen. Ik denk dat het jaar daarop al in het teken stond van onze fietstocht naar Santiago. Zonder dat we daar echt bewust voor kozen, werd de tocht vanzelf spiritueel. Zodra we opgestapt waren, kwam er een soort van heilig doel. Het is moeilijk te omschrijven waarom precies heilig omdat ik dat los zie van geloven in een hogere macht. Dat speelde geen rol voor mij; ik was niet religieus en ben het ook niet geworden. Wel spiritueel. De figuur Jacobus de Meerdere speelt bij dat gevoel een rol. In elke kerk die we binnenstapten zochten we naar Sint Jacob en stonden we stil bij het beeld. Makkelijk herkenbaar aan de grote hoed met de Sint-Jacobsschelp en de staf met het waterkruikje. Op de één of andere manier speelde hij een rol zonder dat hij een rol speelde. Klinkt ingewikkeld, maar het is waar.

Sint Jacob
Sint Rochus in Mechelen

Op onze eerste deel van de tocht bleken we ons ook te hebben vergist. We hadden een beeld van Sint Jacob gefotografeerd, maar het bleek Sint Jacob niet te zijn. Een heilige die als pelgrim wordt weergegeven zagen wij aan voor Sint Jacob. In dit geval Sint Rochus. Sint Rochus ziet er in grote lijnen hetzelfde uit als Sint Jacob, maar hij heeft bijna altijd een hondje bij zich met een brood in zijn bek. Bovendien ontbloot de heilige vaak zijn been en wijst hij naar een dikke puist op zijn dij. De pestheilige. In veel oude kerken aanwezig. De heilige werd om hulp gevraagd bij het overwinnen van de pest. De heilige krijgt de pest en geneest ervan. Hij leeft een leven in vroomheid en onderneemt een pelgrimage naar Rome. Overal waar hij komt houdt hij zich bezig met liefdadigheid en het verzorgen van de zieken. Als hij een pestbuil op zijn been ontdekt, trekt hij zich terug in het bos. Daar zorgt God dat een hondje hem dagelijks van brood voorziet. Zijn genezing gaf destijds hoop aan de gemeenschap die aan de pestepidemie ten onder ging.

Er zijn verschillende epidemieën geweest. Die uit de Middeleeuwen spreekt het meest tot de verbeelding. De zwarte dood, leerden wij op de lagere school en we huiverden…alleen al bij de naam. De laatste pestepidemie in Amsterdam sloeg in onze gouden eeuw om zich heen. Het gezin Rembrandt leed daar nogal onder. Naar verluidt is Hendrickje eraan overleden maar ook Titus. Raar dat die epidemie zo weinig bekend is en dat we vooral alle rijkdom zien die toen vergaard werd.

Op Madagaskar is een pestepidemie uitgebroken. Er vallen daar wel degelijk slachtoffers. Niet veel, maar wel wat. Ik las dat de moderne vorm van de geest van Sint Rochus onderweg is om het leed te helpen stelpen en de epidemie te keren; de medische wetenschap. En doodgewone antibiotica.

Het schijnt dat de pest nog steeds verspreid wordt door vlooien op zwarte ratten…

#WishIhad

Dankzij Max Pam weet ik waar ik aan lijd; venustrafobie. Ik ben bang voor vrouwen. Alle vrouwen? Nee niet alle. Ik ben vooral bang voor vrouwen die ik aantrekkelijk vind. Zo is dat. En omdat ik veel vrouwen aantrekkelijk vind, hebben vrouwen niet veel van mij te vrezen. Tegenover een vrouw begin ik te stuntelen en te stotteren. Drempels worden ware barrières waar ik nauwelijks zonder struikelen overheen kom. Ik moet blozen en ik ga zweten.  Mijn verovering van Josien was een waar huzarenstukje, voor mijn doen. Hoewel…wie veroverde wie, eigenlijk? Daarom staat de hashtag #Ihave net zo ver van mij af als de planeet Venus; heel erg ver, dus.

Deze week was het helemaal raak met het publiek worden van allerhande seksuele intimidaties van machtige mannen ten opzichte van afhankelijke, mooie en talentvolle vrouwen. Machtige mannen eisten dat, van hen afhankelijke, vrouwen seksuele diensten verleenden. In ruil voor seks een carrière dingetje. Diensten die varieerden van toekijken als hij zich stond af te trekken (nogal kinky, vind ik…wie wil dat nou?) tot aan een stevig neukpartijtje. Een schande wordt er geroepen en #metoo wordt er getwitterd. Ik vind dat ‘namen en shamen’ een moeilijke kwestie. Ik heb het gevoel dat het van alle tijden is dat er mannen zijn die seksuele gunsten eisen van vrouwen die hogerop willen. Ik denk ook dat vrouwen een eigen keus hebben; ze kunnen het weigeren en dan elders een carrièrepad bewandelen of ze kunnen het wel doen. Maar zo simpel is het niet altijd. Ook docenten maken zich er schuldig aan. Dan wordt het best link, want dan spreek je over opleiding en niet over carrière. Zo is Jappe Claes negatief in het nieuws.

Jappe Claes ken ik wel. Een typische bijrolacteur. Bij het Nationale Toneel speelt hij doorgaans de rijke achteroom of de hondenuitlater of de butler. Nooit veel soeps; de man valt als acteur nauwelijks op. Als man valt hij wel degelijk op. Zijn uiterlijk… Ik ben misschien moeders mooiste niet, maar Jappe Claes is gewoon een lelijk, klein, opgeblazen mannetje. Opvallend vanwege zijn afstotende uiterlijk. Staan Jappe en ik naast elkaar voor de spiegel, dan vind ik mezelf best aardig. Wat voor macht kan een lelijke bijrolacteur hebben? In de praktijk heel veel. De man was docent aan de toneelacademie en daar intimideerde hij jonge, mooie en talentvolle actrices in spé. Ze moesten zijn geile lusten bevredigen om geen negatief studieadvies te krijgen. Een negatief advies betekent een bindend advies om onherroepelijk te stoppen met de opleiding. Exit Jappe dus. Eerst weg bij de toneelschool en daarna ook nog weg bij het Nationaal Toneel. Terecht. De toneelwereld verliest er niet veel aan, denk ik.

Dan kom ik weer bij mezelf terecht en mijn venustrafobie en machtige mannen die mooie vrouwen voor zich laten kruipen. Vrouwen die in ruil voor een gunst ver willen gaan. (Het zweet breekt me nu uit…hoe eerlijk moet ik zijn?) Zo’n man, was mijn natte droom. Wat had ik graag zo’n machtig, macho alfa-mannetje geweest waar al dat vrouwelijk schoons voor boog. Wat had deze stuntelende, stotterende, verlegen aan venustrafobie lijdende man graag Richard Gere geweest in de film ‘Pretty woman’. Misschien moet ik gaan twitteren met #WishIhad in plaats van #Ihave.

Jappe Claes mag overigens van mij een paar jaar brommen; het is heel erg verkeerd wat hij gedaan heeft; de maatschappij kan dat niet tolereren.