Venustrafobie

Vandaag heb ik geleerd dat ook ik psychisch niet helemaal je dat ben. Ik lijd aan Venustrafobie. Of…’lijd’…dat weet ik niet. Lijd ik eronder? Wel een beetje. Want stuntelen en blozen in gezelschap dat voelt niet lekker. Zeker niet als oudere kerel. Als oudere man wil je zeker overkomen. Doorgaans kom je ook zeker over. Ik heb al zoveel gezien en zoveel gedaan; wat kan me nog verbazen? Wat kan me nog van mijn stuk brengen? Juist ja… mooie vrouwen. Venustrafobie. Ik las het zojuist bij Max Pam. Nog nooit van het woord of de fobie gehoord maar nu ik het lees, weet ik zeker dat ik daaraan lijd. Vroeger had ik er meer last van dan tegenwoordig, maar ik lijd er nog steeds aan. Sommige van mijn kennissen lijden aan van alles maar juist niet aan Venustrafobie. Hen bewonder ik zo enorm. Bewonderen? Is bewonderen wel het juiste woord? Eigenlijk ben ik verschrikkelijk jaloers op hen. Ik wil dat ook zijn: De man zonder (vrouwen)vrees!

Met collega S. bezocht ik een avond met lezingen. Vooraf een diner. Een lopend buffet. Dienstertjes hielpen de gasten waar nodig. Collega S. en ik wilden niet meteen op het eten losgaan maar even eerst een kopje koffie drinken. Het was een erg ingewikkeld koffieapparaat. Niet zo één met een paar duidelijke knoppen. Nee, ergens moest een dingetje in, en dan moest je een keuze maken en dan…etc. Zelfs als ervaren IT’ers wisten we er ons geen raad mee. Een meisje zag ons klungelen. Ze kwam naar ons toe om ons te helpen. En ik keek in haar ogen en ik voelde me vanbinnen helemaal week worden. In haar ogen dreigde ik al meteen te verdrinken. Ik wist me zelf met pijn en moeite uit haar ogen te redden en zag toen haar gezicht. Een prachtige bos zwarte krullen danste om haar gezicht. Een eindeloos lief gezicht. Ik wilde dat ze me niet ging helpen, maar ze deed het toch. Nu zou uitkomen wat voor kluns ik was. Wat een fantastische meid om te zien. Alleen dat hoofd al…ik durfde geeneens naar de rest van dat goddelijke lichaam te kijken en ik wist dat iedereen zou zien hoe ik blozend naar adem zat te happen en dat ik als ik wegliep over van alles en nog wat zou struikelen. Mijn hele pubertijd kwam boven. En toch kon ik het niet laten om naar haar te kijken. En ik wilde wel wat zeggen, maar mijn keel zat dichtgeschroefd. (Een duidelijk geval van Venustrafobie dus). Maar collega S. had daar dus helemaal geen last van. ‘Sjonge,’ zei hij: ‘door jou wil ik wel geholpen worden! Ik laat me graag helpen door knappe vrouwen. Jammer dat ik getrouwd ben maar anders vroeg ik je mee uit.’ Babbelde hij. En zijn toon was goed, want ze smolt. En ik bewonderde collega S. zo verschrikkelijk. Ik was jaloers op hem. Waarom stotter ik en lijkt hij zo zelfverzekerd. Wat was ze nou helemaal? Een wicht van net in de twintig waar ik nooit iets mee zou willen… Ze studeerde vast nog en had hier een bijbaantje. Ik had haar pappa kunnen zijn. Met gemak!

Ik heb er altijd al last van gehad van die ellendige fobie. Die ziekte heeft ertoe geleid dat ik veel erotiek heb moeten mislopen. Het heeft ertoe geleid dat ik ongewild de lachers op mijn hand kreeg. Denk er niet te licht over! Het heeft mijn leven bepaald; Ik wilde zo graag maar mijn fobie hield me tegen.

En Josien dan? Gelukkig had ik er niet altijd op elk moment bij elke aantrekkelijke vrouw last van.  Gelukkig niet. Ik heb ook mijn moedige momenten gehad…bij vrouwen. Gelukkig!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code