Het Genhoes en heer Halewijn

Ik hield ervan. Ik was er gek op. Allemaal jongeren van je eigen leeftijd en dan een week samen; hartstikke leuk. ’s Avonds discussiëren over hoe het verder moet met Moeder Aarde en wat jij daaraan kan bijdragen en overdag werken in de natuur. Ik hield vooral van werken in de natuur: Legakkers vrijmaken, hooien, bosvorming op de heide voorkomen. Dat soort dingen.

Het Genhoes in de steigers…onschuldig?

Om het kamp voor te bereiden kwamen wij al op vrijdag aan terwijl de andere deelnemers pas op maandag zouden arriveren. We hadden met z’n tienen afgesproken op station Schin op Geul. Samen zouden we dan naar het Genhoes wandelen. Daar zou de kampplek zijn. Ik kende het al. Ik was er een keer geweest toen William Halewijn er nog zat. Hij had van het kasteeltje een museum gemaakt voor zijn eigen schilderijen. Veel Arabische taferelen. Ik kan me de schilder nog zo voor de geest halen, want hij verkocht de kaartjes. Hij vertelde ons dat de beruchte middeleeuwse Heer Halewijn één van zijn voorvaderen was. De ridder die jonge meiden lokte… en die meiden kwamen nooit weerom. De anderen zei dat Genhoes en Heer Halewijn helemaal niets. Pas toen we over de slotgrachtbrug liepen drong het besef door dat we in een echt kasteel zouden verblijven. Compleet met slotgracht en met massieve toren die geen tegenspraak duldde.

Eén van mijn kampgenoten was een meisje van mijn leeftijd met het liefste gezicht dat ik ooit gezien had. Haar blozende gezicht werd omkranst door glanzende zwarte krullen. Ik kon mijn ogen niet van haar afhouden. Waar zij liep daar wilde ik naast lopen en waar zij sliep, daar wilde ik naast slapen. Ze zou die week mijn absolute hoogtepunt worden zonder dat ze het zelf doorhad. Daar had ik later nog spijt en verdriet van, want… had ze het maar door gehad, had ze er maar van geweten. Waar we allemaal niets van wisten, was dat het in kasteel Genhoes spookte. Dat besef begon tot ons door te dringen toen we een avondwandeling maakten. We liepen terug van het nabijgelegen kasteel Schaloen. De oprit van het Genhoes voert langs een kerkje met kerkhof. Net toen we er voorbij liepen sloeg de klok twaalf. In onze ooghoeken zagen we eerst ‘iets’ bij het kerktorentje meteen gevolgd door ‘iets’ uit de toren van het kasteel. Wat het was? Het was ‘iets’! Met z’n tienen hadden we tegelijkertijd kippenvel. Terwijl we niet precies wisten wat we zagen.

In één van de zalen hadden we onze matjes gelegd. We lagen met z’n tienen naast elkaar. Waarschijnlijk had ik behoorlijk gemanipuleerd want ik lag naast haar… Onhoorbaar snufte ik haar geur op (bosviooltjes?) en luisterde ik of ik haar hoorde ademen. Wat een heerlijkheid! Ik zweefde langzaam naar de zevende hemel terwijl ik alles deed om haar, verboden vrucht, niet aan te raken. Maar toen die harde kreet. Een gil. Hij galmde door de toren. Een heerlijk lijf strak tegen me aan. Een arm over me heen. Ik vergat de kreet maar voelde…heaven… Met z’n tienen krabbelden we rechtop. Wat was dat? Het was ‘iets’!

Gisteren waren we bij het Genhoes. Samen met mijn ‘echte’ lief. Het ziet er zo onschuldig uit. In de steigers… maar ondertussen… Het schijnt dat er weer een schilder woont. Geen idee hoe hij heet. Blauwbaard?

De Vleesstal van Pieter Aertsen in het Bonnefantenmuseum

We genieten op het moment in de heuvels van Zuid-Limburg van een korte vakantie. Natuurlijk komen wij dan in Maastricht. In Maastricht is het Bonnefantenmuseum. In het Bonnefantenmuseum hangen schilderijen die me van de ene in de andere verbazing doen vervallen; ik heb ze al eens eerder gezien, maar dan heel ergens anders. Erg vaag, allemaal. Zo heb ik dit jaar een kerstkaart gemaakt voor familie en vrienden van een foto van een onderdeeltje van de Volkstelling te Bethlehem van Brueghel. Die foto had ik gemaakt van het schilderij dat ik tegenkwam in Museum Mayer Van der Berg in Antwerpen. Hier, in het Bonnefantenmuseum loop ik tegen precies hetzelfde schilderij aan. Na even wat internetonderzoek, blijkt pa Brueghel het origineel geschilderd te hebben. Zoon Brueghel heeft het schilderij van zijn vader nog een keer of wat gekopieerd, en zie daar… Dat wist ik dus niet.

DeVleesstal van Pieter Aertsen

In datzelfde museum liep ik aan tegen een schilderij van één van mijn lievelingsmeesters: Pieter Aertsen; Lange Pier… Een schilder die veel genrestukken heeft gemaakt; scenes uit het gewone leven. Weliswaar altijd met een één of andere stichtelijke boodschap, maar het leven van alledag staat op de voorgrond. Het schijnt dat hij vooral trots was op zijn grote altaarstukken, maar die zijn goeddeels verloren gegaan tijdens de beeldenstorm die de man volop heeft meegemaakt. In het Bonnefantenmuseum ‘De Vleesstal‘ van Pieter Aertsen. Zet deze jongen voor een oud schilderij vol voedsel en hij is meteen niet meer weg te slaan. Het schilderij is achter alle vlees en vis op de voorgrond, één en al raadsel. Zo bleek er nog een zelfde schilderij te hangen in het Zweedse Uppsala. Eigenlijk zou dat het origineel zijn. In het Bonnefantenmuseum hangt een kopie. Van een leerling (waarschijnlijk) maar niet van de meester zelf.

Op de voorgrond een vlees- en vis- en gevogeltestal. Op zich al merkwaardig omdat deze drie vleessoorten doorgaans apart verkocht worden. Dat is nu het geval, en ik kan me haast niet voorstellen dat men dat toen niet ook van elkaar gescheiden hield. Ik zie twee geslachte kippen, vlees van een koe en vlees van een varken, twee haringen op een tinnen bord en bokkingen aan de spies waaraan ze in de rookton hingen. Maar dat is de voorgrond. Op de achtergrond drie tafereeltjes. Een kerk met mensen die naar die kerk lijken toe te lopen. De vluchtende Heilige familie temidden van veel (vluchtende?) mensen. Maria geeft brood weg aan een bedelaar. Het laatste tafereel toont waarschijnlijk de slachters. Eén van hen vult een kruik met water, de anderen staan verder op de achtergrond en zijn in gezelschap van vrouwen. Op de vloer overal mosselschelpen.

Boven de vleesstal staat een bord met daarop de tekst: ‘Hier achter is erve te coope tersto(n)t metter roeÿe elck sÿn gerief oft teenemale. 154.’ Dat betekent zoiets als: Grond te koop: afhankelijk van uw wens per stuk of alle 154 stukken tegelijkertijd. Omdat ik ervanuit ga dat alles op het schilderij betekenis heeft, zal er een samenhang zijn en zal er een betekenis zijn. Voor mij is dat op dit moment nog een raadsel. Daarom smul ik van de zaken die ik wel kan rijmen: Vlees, worst, pasteien, bokkingen, haringen, kazen (denk ik) en geslachte kippen. Alles geschilderd met heel veel oog voor detail en heel erg leuk dat wat we toen zagen er vaak nog steeds zo is en dat we het op dezelfde manier eten. Dan heb ik het natuurlijk over de haringen en de bokkingen. Een varkenskop in de etalage zou nu veel te ver gaan en een koeienkop met zo’n lieve vochtige neus zou nu onbestaanbaar zijn. Echt een leuk schilderij om naar `te kijken. En heus; mosselschelpen op de vloer dat zal ongetwijfeld met seks te maken hebben. En dat er ook nog een stuk grond te koop wordt aangeboden…ik heb geen idee.

Het tuin-rampjaar

Ik heb nog niet verteld hoe het afgelopen is met de plannen die ik voor onze Badhoevense moestuin had, vorig jaar. Het werd een rampjaar. Qua oogst beleefde we het slechtste jaar ooit. Alles dat normaal goed groeit in de polderklei, was al opgegeten voordat het goed en wel het kopje boven de aarde stak. Ik heb zelden een slijmeriger vertoning gezien dan het afgelopen jaar. Grote bruine naaktslakken terroriseerden alles dat groeit en bloeit en ons altijd weer boeit. Tegen de schemering kwamen ze in grote getalen tevoorschijn en stortte ze zich op alles dat groen was. Mosterd leken ze niet te lusten en onze zwarte ramanas ook niet. Helaas bleken aardvlooien helemaal gek op onze mosterdplanten en begrepen we ‘slakken weerzin tegen de zwarte ramanas wel; we vonden hem zelf eigenlijk ook niet te vreten. Nee, onze oogst was schamel. De plantjes waren reddeloos, de tuin redeloos en wij waren radeloos; een heus tuin-rampjaar!

Hebben we ons dan zomaar overgegeven aan het slijmerige ongedierte? Mooi niet! Ik denk dat we wel zo’n beetje alles uit de kast hebben gehaald in de strijd tegen de slak. Het meeste hielp eigenlijk geen zier. De randjes, bijvoorbeeld. Het verhaal ging dat de beesten moeilijk over een randje heen konden komen. Daarom zette we plastic randjes rond sommige bedjes. Ons viel het niet op dat er meer slakken buiten bleven dan erin kwamen. Feit was wel dat het enige groen binnen het randje, het groene randje zelf was; de rest was verslonden. Ecologische slakkenkorrels hebben we gestrooid. Punt. Ik geloof dat het ongedierte graag een slakkenkorreltje vrat om het verse groen mee weg te spoelen. Wij hadden niet het idee dat ze daarvan dood gingen of…bang het hazepad kozen. Toch hebben we uiteindelijk wel zuurkool uit eigen tuin gemaakt. Met zelfgekweekte kool. Er bleek namelijk één remedie te zijn waar de vijand niet van terug had; anti-slakken kopertape. We knipten de bodem uit een plastic bekertje en beplakte het bekertje met de tape. Vervolgens zette we het over een koolplantje heen. De slijmjurken kropen tegen het bekertje op maar zodra ze het kopertape raakten maakten ze rechtsomkeert. Dat heeft onze koolplantjes gered.

Jammer genoeg hadden we de koolplantjes op ons nieuw verworven stukje tuin gezet en dat was al jaren verwaarloosd qua compost. Gewoon uitgeputte grond. De schep compost die we in het plantgat hadden gegooid was niet voldoende om de plantjes te laten uitgroeien tot weelderige kolen. Maar de onderdeurtjes die we oogsten waren voldoende voor een aantal maaltjes zuurkool.

Hebben we dan nu de moed opgegeven? Wat dacht je? Mooi niet! Afgelopen herfst hebben we de tuin gespit en in de spitvore hebben we goed compost gestrooid. Bovendien heeft het deze winter goed gevroren. Onze hoop: Slakken doodgevroren en een vruchtbare tuin! We hebben een fantastisch tuinplan gemaakt voor dit jaar en alles wat we konden zaaien gezaaid. De eerste plantjes zijn goed opgekomen en slakken hebben we nog niet gezien (afkloppen!). Behalve een heel klein slakje. Daar heb ik mijn hak van mijn nieuw tuinklomp opgezet en gedraaid en geveegd tot er niets meer van over was dan een slijmerige veeg op het tuinpad. Ik verwacht dit jaar een fantastische oogst!

Tuinplan 2017!

Slavernij is geen genocide; stop met deze vergelijking!

De discussies van de laatste tijd noopt je haast tot een vergelijking van het leed dat mensen is aangedaan. Veelvuldig komt slavernij voorbij en regelmatig wordt dat de zwarte holocaust genoemd. Ik merk dat ik me daar mateloos aan irriteer. Maar alles wat ik daar tegenin breng voelt alsof ik de slavernij wil goedpraten. Dat wil ik niet want slavernij is mensonterend; laat daar geen misverstand over bestaan. Ook afgelopen zaterdag in de Volkskrant wordt de slavernij weer vergeleken met het leed dat de joden is overkomen tijdens de tweede wereldoorlog. In het interview dat Anousha Nzume geeft, komt ze terug op Anne Frank. Iedereen kent haar in Nederland. Nzume vindt het onrechtvaardig dat men in Nederland wel Anne Frank kent, maar dat er weinig aandacht is voor de slavenhandel. Het vervelende is dat het bij genocide enerzijds en slavenhandel anderzijds om heel veel ellende gaat van verschillende, onvergelijkbare grootheden. Zowel slavernij als genocide is van alle tijden. De overeenkomst is dat het onrecht is maar verder hebben ze niets met elkaar gemeen.

Wat me aan de discussie tegenstaat is dat de holocaust en genocide in het algemeen, als het ware minder erg wordt gemaakt omdat iets anders, slavernij, ook heel erg was. Laten we daarom niet naar de overeenkomst kijken, maar naar de verschillen.

Wat is er kenmerkend voor genocide? Slachtoffers van genocide worden door de daders als niets waard beschouwd; ze worden vergeleken met schadelijke insecten, met kankergezwellen die uit de samenleving weggesneden moeten worden. Slachtoffers van genocide mogen niet bestaan. Als ze al iets goeds zouden hebben gedaan, dan deden ze dat uit eigenbelang of om te verdoezelen hoe verdorven ze zijn. Slachtoffers van genocide moeten dood en verbrand worden. Genocide is racisme in ultimo forma. Racistischer dan genocide bestaat er niet. Als je genocide pleegt beschouw je een volk als ongewenst op aarde terwijl je eigen natie superieur is. Genocide wordt doorgaans gepleegd op volkeren die geen eigen natie-staat hebben. Joden, Tutsi’s, Koerden of Armeniers. Bij genocide speelt van alles een rol van betekenis, maar in de voorbeelden die ik kan vinden is dat zelden huidskleur.

Kenmerkend voor slavernij is dat een persoon zijn autonomie kwijtraakt en een ander heer en meester is. Een slaaf is eigendom van een ander. De eigenaar kan naar eigen goeddunken beschikken over een slaaf. Onder dreiging van geweld kan de eigenaar eisen dat de slaaf diensten levert of arbeid verricht. Of hij voor die arbeid betaald wordt of op andere manier compensatie krijgt, is afhankelijk van wat de eigenaar wil. Grootschalige slavernij is rond de helft van de negentiende eeuw afgeschaft. Nergens in de wereld wordt slavernij op dit moment toegestaan. Dat wil niet zeggen dat het niet meer bestaat. Overal waar criminelen bestaan, bestaat slavernij. In Nederland worden slavinnen vooral ingezet in de seksindustrie. Er is een grootschalige handel geweest van mensen uit Afrika in Amerika. Maar dat is maar één, erg in het oog springende, vorm van slavernij en slavenhandel. Overwonnen volkeren werden in de geschiedenis vaak tot slaaf gemaakt. Slavernij heeft niet per se iets te maken met huidskleur; iedereen werd slachtoffer. Slavernij heeft ook niet per se iets te maken met racisme; tot in de negentiende eeuw kende Rusland slavernij waarbij de eigenaren net zo Russisch waren als de slaven. Een slaaf vertegenwoordigd een zekere waarde voor de eigenaar. Weliswaar vergelijkbaar met een dier, maar toch…

Slavernij is geen genocide; stop met deze vergelijking!

White privilege en misplaatst slachtofferschap

Anousha Nzume heeft, zo lees ik, een boek geschreven over alledaags racisme. Daarbij baseert ze zich op de meer dan belachelijke fluttheorie van Gloria Wekker. Een theorie die Wekker heeft overgenomen van de Amerikaanse Peggy MacIntosh en die uitgaat van White Privilege; een theorie waarvan nooit de geldigheid is onderzocht. Het hele idee van ‘white privilege’ in Nederland komt voort uit het idee dat vierhonderd jaar slavernij iets gedaan zou moeten hebben met de Nederlandse cultuur. Racistische ideeën afkomstig uit slavernij zouden in de poriën van onze cultuur zitten. In elk hoekje en gaatje vind je racistische gevoelens, maar de  Nederlandse mensen zijn zich daar niet van bewust.

Als ik de ideeën achter de ‘White Privilege’ theorie van Peggy MacIntosh toepas op Anousha Nzume, dan moet er met haar veel aan de hand zijn. Slavernij in het verleden en White Privilege gaan namelijk hand in hand. Als er iemand in Nederland rondloopt die vanuit haar culturele achtergrond iets met slavernij van doen heeft, dan is het wel Anousha Nzume. Anousha is geboren in Rusland. Ze heeft een Russische moeder. Slavernij bestond officieel in Rusland tot 1861. Tsaar Alexander II schafte in 1861 het lijfeigenschap af. Russen hielden andere Russen als slaaf. Dat moet wel iets gedaan hebben met de cultuur die Anousha Nzume vanuit haar moeder kreeg toegediend. Bovendien heeft Nzume een Kameroense vader die vanuit Kameroen naar Rusland is gekomen om te studeren voor arts. Kameroense elite, dus. Verkocht die Kameroense elite niet hun minder gefortuneerde landgenoten als slaaf aan wie het meeste bood? Wat heeft dat wel niet gedaan met de andere cultuur die ze meekreeg?

MacIntosh vond haar theorie bewijzen maar niks, ze was daar niet mee bezig, vertelde ze enkele maanden geleden in de Volkskrant.  Maar zelfs als MacIntosh d’r theorieën wél bewezen had, dan was het nauwelijks van toepassing op de Nederlandse cultuur geweest. De Nederlandse cultuur heeft nooit slavernij gekend. In tegenstelling tot Amerika of Rusland zijn er in Nederland nooit veel slaven geweest. Wel in de koloniën ver weg, maar daar had de gemiddelde Nederlander nauwelijks weet van. De white privilege theorie raakt in Nederland kant nog wal. Ik vind het een gevaarlijke theorie; een racistische theorie. Het gaat ervan uit dat als je een witte huid hebt, je per definitie een racist bent. Daarmee valt deze theorie ook de mensen aan, die van goede wil zijn: Mensen die met de paplepel is ingegeven dat je niet mag discrimineren en die hun uiterste best doen om iedereen als gelijke te beschouwen. De theorie beledigt mensen en roept juist tegengestelde gevoelens en gedachten op. De white privilege theorie is onwaar en contraproductief. Het zet mensen weg die de maatschappij nodig heeft om echt racisme te bestrijden.

Racisme is namelijk van iedereen en van alle tijden. Het heeft te maken met onszelf als sociale wezens; we willen graag ‘ergens’ bij horen. Dat is ons van nature gegeven. Het is puur noodzakelijk om bij anderen te horen en groepen te vormen. Daardoor ligt uitsluiting altijd op de loer. Het is onze taak als mensen om uitsluiting zo zacht mogelijk te maken maar liever nog te voorkomen. Maar we ontkomen niet aan groepsvorming en in een groep geldt dat de één er wel bij hoort en de ander niet.

Sjonge wat irriteert Anousha Nzume me als ze het gisteren in de Volkskrant over ‘herstelbetalingen’ heeft in de Volkskrant. Wat een misplaatst slachtofferschap!

Lady MacBeth: Schitterend en beklemmend

Florence Pugh als Katherine

Josien viel het wel op. Mij niet, in eerste instantie. In de film Lady MacBeth van William Oldroyd is geen muziek te horen. Geen muziek als onderdeel van het verhaal, maar ook geen achtergrondmuziek. Niets. Definieer je muziek als gestructureerd geluid, dan is er wel stilte. Heel erg veel stilte. Vooral in het begin van de film. Als het kader voor het verhaal neergezet wordt is vooral de stilte voelbaar. Een geluid dat je als toeschouwer onzeker maakt en dat je niet wilt doorbreken. Slechts het tikken van de klok en het kraken van de bank en het ruisen van de jurk van hoofdpersoon Katherine. Het accentueert de stilte die er rondom haar is. De stilte is net zo’n gevangenis als de muren van het huis of haar strak aangesnoerde corset of de hoepelstellage voor haar rok. Maar ook verder weg, rondom het huis, de wilde sompige natuur houdt haar in eerste instantie in bedwang. Zelfs haar huid; want ze heeft een dikke huid, vertelt ze aan het begin van het verhaal. Het universum als gevangenis. Elk element van het universum wil haar binnen grenzen houden.

Haar kersverse echtgenoot lijkt een perverse ploert. Maar zo slecht is haar heer en gebieder nog niet eens, begrijpen we aan het eind van de film. Ook hij is een arme drommel die weliswaar boers doet, maar net zo goed met Katherine wordt opgescheept als zij met hem. We krijgen te horen dat Katherines vader haar gelijktijdig met een stukje grond verkocht heeft. Zij moet voor het nageslacht zorgen, voor een erfgenaam. Maar de zoon heeft al een vrouw en kind en wil helemaal niets met Katherine. Kennelijk mag hij van zijn tirannieke vader niet trouwen met zijn geliefde. Wel met Katherine. Een stevige en knappe jonge meid. Daar wordt je wel hitsig van…maar wil je dat wel? Oldroyd laat Katherines echtgenoot zichzelf aftrekken bij haar fraai gevormde billen en daarmee zet hij de man een beetje weg als een perverteerde. Zo lijkt het, tenminste. Je gaat je afvragen waarom hij zo stuurs is. Waarom hij haar niet lekker in bed neemt. Maar de schijn bedriegt als later zijn zoontje opkomt. Op dat moment is Katherine al uit al haar beknellingen gebroken.

Want natuurlijk, dat moet wel. Als je zo beknelt zit, dan wil je er uitbreken. Katherine gaat een wilde stormachtige relatie aan met de stalknecht Sebastian. Zo verboden als het maar zijn kan in de Victoriaanse tijd waarin het verhaal gesitueerd is. Katherine breekt los uit het huis en uit haar korset en uit haar hoepelrok stellage. Met haren wapperend in de wind bedwingt ze de sompige natuur. In plaats van de uitgestrekte moerassen in het begin, zien we weelderige bossen en woeste rivieren. Het is overduidelijk dat ze zich niet meer in welk keurslijf dan ook zal laten dwingen. Ze zal alles doen om haar vrije leven en haar vrije liefde te verdedigen; zelfs als ze daar moord en doodslag en verraad voor nodig heeft. Katherine gaat tot het uiterste. En wint… of niet?

Het is alweer een poos geleden dat ik zo onder de indruk uit de bioscoop stapte als gisterenavond. Wat een fantastische film. Wat een beklemming. Eerlijk gezegd zou ik hem, als ik de film als video op de bank zat te kijken, al een paar keer uit hebben gezet. Je kunt gewoon sommige dingen niet goed aanzien. Gelukkig zat ik niet op de bank, maar in de bioscoop en dan kan je de film niet uitzetten. Ik moest het wel zien. En ik wilde het ook allemaal zien. Ik wilde zien hoe Katrherine tot het uiterste ging en hoe ze er uiteindelijk ook nog mee wegkomt. Lady MacBeth is een absolute aanrader; een film die je haast wel gezien moet hebben. Om de fantastische stills bijvoorbeeld. Katherine prachtig uitgekaderd tegen het victoriaanse decor. De gave, ietwat grove, maar zeker opwindende trekken van hoofdrolspeelster Florence Pugh. Maar ook om de nog veel grotere klem waar, zwarte, dienstmeid Anna in terecht komt. Zij verinnerlijkt de stilte rondom nog veel erger. En de tirannieke schoonvader; als toeschouwer laat je geen traan om hem. Pas als Sebastian breekt, heb je als toeschouwer het idee dat Katherine te ver is gegaan. Dat ze gestraft moet worden. Dat het niet kan wat ze doet. Ik was diep onder de indruk van deze film!

Wie wil deze (ervaren) man nog hebben?

Sinds de toespraak van Amir Arooni afgelopen dinsdag ben ik best met mezelf en de toekomst bezig. Onomwonden vertelde hij dat ik net zo goed meteen op zoek kan gaan naar een nieuwe baan. Arooni is mijn nieuwe bovenbaas. Niet afkomstig van mijn oude en vertrouwde blauwe werkgever, maar van de nieuwe oranje. Vanaf het moment van de overname, vorige week, bestond mijn geautomatiseerde wereld uit ónze systemen (van het blauwe bedrijf) en hún systemen (van het oranje bedrijf). Veel systemen doen in de blauwe en oranje wereld, overeenkomstige dingen. Net als veel mensen.  Dat wil je niet. Dat willen zij niet. ZIJ! Daarom kondigde Arooni aan dat ze de overlap gaan elimineren. Dat is een rotwoord, vind ik. Het ligt dicht aan tegen ‘liquideren’. Vooral als je het over mensen hebt. Je zou het woord niet moeten gebruiken. Zeker niet als je de aandelen van het bedrijf waar die mensen werken die je gaat elimineren nog geen week in handen hebt. Dat doet best pijn bij die mensen. Bij mij. Om een goede bovenbaas te zijn hoef je kennelijk niet over empathische antennes te beschikken. Nee, voor ons was de toespraak van Amir Arooni geen leuke toespraak. Ik zie mezelf nu alvast als ‘overlap’ die ‘geëlimineerd’ moet worden.

Niet dat ik al echt op zoek ben, maar mijn voelsprieten zijn inmiddels wel aan het rondtasten. Wat ligt er voor mij nog in het verschiet? Willen bedrijven nog mensen zoals ik? Je gaat het je toch afvragen. Het liefst zou ik nu de jackpot winnen. De koningsdag loterij…levenslang een jaarlijks bedrag van tweehonderdvijftig duizend euro. Dat zou lekker zijn! Geen enkele zorg meer! Dan heb je maling aan alles. Dan werk je alleen nog maar omdat je het best leuk vindt, zo’n dagbesteding. Gezellig met je collega’s om je heen. En mocht meneer Arooni aan het elimineren slaan, dan is er ook geen man overboord. Maar ja, de kans dat je die prijs in de koningsdagloterij kan winnen, wil ik niet meer voorgerekend krijgen; je moet toch van iets kunnen blijven dromen? Bovendien, geld maakt niet per se gelukkig…zegt men.

Vandaag in de krant een bijzondere zzp’er. Een man die een vreemd, maar best lucratief, beroep heeft gekozen. Wellicht een mogelijkheid voor mij. De man is codista. Rij-ist. Tenminste zo wordt het woord vertaald. Hij is een professionele in-de-rij-staander. Tegen betaling gaat hij voor jou in de rij staan. In Italië schijnt de hoeveelheid rijen waar je in moet staan, eindeloos te zijn. Nederland heeft een hekel aan rijen. ‘Drie in de rij, kassa erbij’. Typisch Nederlands. Ik denk niet dat een codista hier veel werk zal vinden. Afgezien van of ik er talent voor heb.

De enige plek, die me nu te binnen schiet, waar ik echt vanwege het wachten en de rijen, moordgedachten krijg, is de gemeente. Als ik iets van een ambtenaar nodig heb, dan stijgt mijn innerlijke temperatuur snel. Jij zit te wachten en bij de loketten zie je dat er weinig gebeurd. Ze zitten daar van alles te doen behalve jou en je medeslachtoffers helpen. Om gek van te worden. Alleen als het niet anders kan vervoeg ik me op het stadhuis.

Toch maar weer op zoek naar een baan in de IT… Wie wil deze (ervaren) man nog hebben? Wie? Wie-o-wie?

Bedrijfsovername…

Ik zou er nu toch zo langzamerhand wel aan gewend moeten zijn. Maar nee, het raakt me nog steeds diep. We zijn net bekomen van de grote reorganisatie en nu kondigt zich de volgende al weer aan. Steevast wordt zo’n reorganisatie voorafgegaan door veel peptalk vanuit het hogere management. Gezever dat vooral bedoeld is voor henzelf; voor degenen die buiten schot zullen blijven. “We gaan toe naar een organisatie die klaar is voor de komende decennia. Sterk en flexibel en die snel kan reageren op maatschappelijke veranderingen en wijzigingen in de markt. Een organisatie die duurzaam is en die de concurrentie aan kan gaan met de andere spelers op de markt…” et cetera, et cetera. Iedereen weet dat het slap gelul is en iedereen weet dat ze daarmee vertellen dat velen hun baan gaan verliezen.

Afgelopen donderdag (geloof ik) kwamen de aandelen van mijn verzekeraar in handen van de grote andere verzekeraar. Onverwacht snel had dat enorme gevolgen. De hoogste baas, onze hoogste baas, dus, hield op dezelfde dag zijn afscheidsborrel. De man ging even snel en als hij gekomen was en hij leerde ons dat je niet alleen met stille trom kunt vertrekken, maar ook kunt komen. Hij kwam, zag (iets) en verloor…daarna dus de pleiterik. Niemand die er echt een traan om laat.

Gisteren werden alle divisiedirecteuren gepresenteerd. Die waren ondertussen ook aangesteld. En we kregen praatjes over hoe nu verder. Eén ding werd glashelder gemaakt; mijn bedrijf wordt in zijn geheel het andere bedrijf ingezogen. Dat wil zeggen dat al ónze klanten, klant van de ánder worden. Al onze klanten, die dan dus hun klanten worden, gaan naar hun systemen overgezet worden. Onze systemen zullen dan geen bestaansrecht meer hebben, want ze zijn…leeg. Het verder ontwikkelen van hun systeem is business as usual; daarbij zijn verder geen extra mensen meer nodig dan er nu al werken… Met de ondergang van mijn werkgever houdt ons werk op te bestaan. Ik ben daar somber over.

Ik weet dat ik een oude zeur ben, maar toch nog maar eens dit: Ik kwam van Simac Onderwijs. Een bedrijf waarvan ik de langzame afdaling heb mogen meemaken van marktleider naar faillissement. Dat was geen leuk bedrijf. Daar heerste geen leuke sfeer. Bij zo’n bedrijf wilde ik niet meer werken. Daarom ging ik op zoek naar een rijke jongen. Naar een bedrijf dat niet hoefde te knokken voor haar bestaan. Naar een bedrijf waar gewoon veel als vanzelf ging. Waar ik, en dat klinkt wel heel erg oubollig, met gemak mijn pensioen zou halen…

Overwinning op de dood!

Natuurlijk gaat het paasfeest, in tegenstelling tot wat Max Pam beweert, over de overwinning op de dood. In Christelijke termen gaat het over Jezus die opstond uit de dood. Maar voor ons, als heidenen, markeert Pasen het ontwaken van de natuur uit haar winterslaap.  Eieren en lammetjes spreken helemaal vanzelf in deze tijd van het jaar, vandaar dat ze in grote getalen op ons bord liggen. Hoewel, bij ons geen lam maar des te meer ei. Dat overwinnen van de dood fascineert mij. Dat kan je ook op een andere manier interpreteren. Het overwinnen van de angst voor de dood. Ook dat is een overwinning op de dood. Met mijn angst voor de dood heb ik mezelf dit Paasweekend geconfronteerd…en overwonnen.

Ik ben een typische stadsjongen. Melk en koe hebben in mijn belevingswereld veel minder met elkaar te maken dan melk en supermarkt. Net als een varkenshaas en een varkentje. Ik ben toevallig geïnteresseerd in voedsel en daarom weet ik van de hoed en de rand, maar veel mensen om mij heen zal het worst wezen hoe de krop sla die ze eten, een krop sla is geworden. Zij ervaren de productie van vlees als een noodzakelijk kwaad waar ze zelf, in hun persoonlijke leven, niets mee te maken hebben. Ik probeer me ervan bewust te zijn dat het doden van dieren een voorwaarde is om vlees te eten. Dat is nou eenmaal zo. Ik ben van mening dat dat doden op een manier moet gebeuren waarvan het dier weinig weet heeft. Hak, dood, zo ongeveer. Een dier mag niet lijden, vind ik. Voor de dood moet het goed geleefd hebben, dan een snel einde en daarna eten we het lekker op. Zo denk ik erover. Daarom wil ik geen dier doden; ik kan het niet en het dier zou onder mijn hand lijden. (Dat zijn allemaal smoesjes want ik durf het ook niet!)

Mijn zwager die, net als mijn geliefde, helemaal geen stadsmens is, heeft precies dezelfde opvattingen over het doden en opeten van dieren, als ik. Of in ieder geval zitten we redelijk op één lijn. Het verschil met mij is, dat hij een haan die teveel is, zonder pardon en zonder aarzeling het koppetje afhakt. Daarmee verijdelt hij dat het dier een langzame marteldood sterft, in gang gezet door de ‘echte’ haan. Het schoonmaken van een onthoofde haan is voor mij een heuse overwinning op de dood

Mijn zwager had het dier zonder kop in een plastic tasje gestopt en voor mij klaargezet. Ik keek in dat tasje. Een echte hanenstaart en bloedspettertjes tegen de binnenkant van het tasje. Manmoedig tilde ik het tasje op. Best zwaar. Thuis gekomen had ik het tasje op het koele balkon gezet. Nu moest het beginnen. De aanrecht had ik schoongemaakt. Mijn messen vlijmscherm geslepen. Een nieuwe vuilniszak in de vuilnisbak… Welke smoes had ik nog om het moment uit te stellen? Geen enkele. Ik haalde het tasje van het balkon en liet de haan op de snijplank glijden. Een bloederig stompje waar zijn kop had gezeten. Een golf misselijkheid spoelde omhoog. Heel even werd ik licht in mijn hoofd. Maar ik vermande me. Mijn geliefde wilde een paar van die mooie staartveren. Die trok ik eruit. Toen moest ik hem wel aanraken. Ik vermeed het nog lang om zijn voeten aan te raken…met die nagels…alsof hij net nog in de tuin had rondgestapt. Dat had hij trouwens ook. En gekukeld…

zijn voeten bewaarde ik tot het laatst…om mezelf te laten lijden! (denk ik)

Mijn overwinning op de dood! Hij ligt in de pan. Ik ga er een fantastische hanenpastei van maken voor Josien d’r verjaardag!

Vluchtelingenstroom uit Turkije…

Erdogan heeft niet de uitslag gehaald die ik verwachtte. Ik had het idee dat hij een ruime overwinning zou halen. Alles heeft hij uit de kast gehaald om dat te bereiken. Hij sloot de oppositie op, maar dat had nauwelijks invloed. Hij keerde zich fel tegen Europa, het leverde hem weinig op. Hij begon een nietsontziende oorlog tegen binnenlandse minderheden, het hielp hem niet veel. In Turkije zag men wat voor afschrikwekkend man hij was. Een dictator van het eerste uur die nietsontziend zijn wil zou gaan opleggen. Die van Turkije een ander land wilde maken dan menigeen wil. Een dictatoriaal geleid land waar de islam een overheersende rol speelt. Waar oppositie niet geduld wordt en waar minderheden bestreden worden. Worden ze niet bestreden, dan toch minstens zwaar onderdrukt. Kortom, een land waar je normaal gesproken niet wil wonen.

Ik durf te beweren dat de meeste Turken zo’n land helemaal niet willen maar dat het hun door buitenlandse krachten is opgelegd. Als de overwinning zo nipt was, dan betekend dat, dat iets de doorslag heeft gegeven. Ik denk dat je die kanteling ten gunste van Erdogan gerust kunt zoeken in West-Europa. Mensen met een Turkse culturele achtergrond hebben onterecht gebruik gemaakt van hun stemrecht en hebben Turkije opgezadeld met een nietsontziende dictator die er niet voor terugdeinst om met ijzeren vuist de oppositie te vermorzelen.

Ik gun Turkije een betere regering en ik betreur het verschrikkelijk dat mijn landgenoten dit een ander land hebben aangedaan. Ik schaam me er haast voor, maar wat kan ik eraan doen? Die twee procent van de stemmen die nodig waren om Erdogan’s ambitie te stoppen is, in mijn ogen illegaal, uit Nederland en Duitsland te niet gedaan. Ik heb er weliswaar geen onderzoek naar gedaan, maar uit cijfers van de Volkskrant blijkt dat vijfenzeventig procent van de mensen die hier, zeer ondemocratisch, mocht kiezen voor het referendum in Turkije, heeft ‘ja’ gestemd. Trekken we dat door naar Duitsland, België en Frankrijk, dan moeten die stemmen doorslaggevend zijn geweest. Vijf procent van de stemmen komt, naar verluidt, uit het buitenland. Vijfenzeventig procent van vijf procent is een zeer ruime drie procent. Zonder de Turken die wonen en werken, leven en sterven, trouwen en kinderen krijgen in West-Europa, zou Erdogan het referendum verloren hebben. Zij hebben een dictator in het zadel geholpen waar ze zelf geen last van hebben.

Ik ga een somber toekomstbeeld scheppen. Erdogan gaat de doodstraf invoeren. Ook daarover zal een referendum gehouden worden. Ook dat zal de tiran met behulp van buitenlandse krachten winnen. Allereerst zullen de Koerden eraan moeten geloven, daarna de Güllenbeweging. Ik verwacht een stroom executies. En dan wordt de oppositie pas echt bang en een grote vluchtelingenstroom komt op gang. Kleine bootjes die ’s nachts de oversteek wagen naar Griekenland. Europa zal opnieuw worden overstroomd door vluchtelingen. Nu geen Syriërs meer, maar Turken.