Gedachten die ik niet zou willen hebben

De diplomatieke oorlog tussen Nederland en Turkije roept bij mij gevoelens op die ik helemaal niet wil voelen.  Enge gevoelens. Wij-tegen-zij gevoelens. Nationalisme, kortom. Gevoelens die eigenlijk alleen maar voor veel ellende kunnen zorgen. Gevoelens die ervoor zorgen dat ik het mijne heel veel hoger acht dan het zijne. Dat wil ik niet. Ik wil er helemaal niet over nadenken omdat het niet productief is. Het mijne bestaat en het zijne bestaat. Wat voor oordeel je er ook over hebt, het maakt niet uit. Pas in de confrontatie gaat het waardeoordeel een rol spelen. Daarom moeten confrontaties zoveel mogelijk worden voorkomen. Wil je toch een waardeoordeel geven dan doe je dat naar internationale maatstaven; daar zijn we het met z’n allen over eens. Legt een ander land ons land langs de lat van deze universele waarden, dan moeten we goed luisteren en de kritiek goed tot ons door laten dringen. Als wij een ander land met die waarden en normen confronteren, dan verwachten we zo’n zelfde houding. Meer niet.

Met betrekking tot Turkije zijn er toch een paar enge dingen aan de hand. Er is een conflict tussen Turkije en Nederland en de Turkse regering roept ‘haar’ staatsburgers op om actie te ondernemen tegen het land waarin ze wonen. Dat duidt op een vijfde colonne; op een groep die ons land van binnenuit bedreigt. Dat voelt heel erg eng. Ik geloof niet dat die colonne bestaat, maar er zijn krachten in Nederland die ons dat graag laten geloven omdat dat hun stemmen oplevert. Ik geloof dat die vlaggenzwaaiende, misleide en weinig geletterde mensen in Rotterdam een minderheid vormen in de van oorsprong Turkse gemeenschap. Ik verwacht dat ook deze mensen gaan nadenken over waarom hun ouders of zijzelf Turkije hebben verlaten en dat ze beseffen dat ze vanuit een schier hopeloze situatie waar eigenlijk niet in te leven viel in een land terecht zijn gekomen waar ze alle rechten hebben en alle mogelijkheden hebben om te worden wie ze willen zijn.

Een ander eng aspect vind ik de manier waarop Turkije langzamerhand afglijdt. Erdogan ontpopt zich tot een narcistische, autoritaire machthebber. Zijn tegenstanders zitten gevangen of moeten voor hun vrijheid vrezen. Ieder tegenargument wordt in de kiem gesmoord. Gekozen volksvertegenwoordigers zitten in de gevangenis. Alles wordt in de schoenen van terrorismebestrijding geschoven zelfs als terrorisme geen enkele rol kan spelen. Zijn machtsbasis een overweldigende meerderheid van het volk. Minderheden worden niet gehoord. Turkije is een fantastisch land geworden als je gelooft in haar leider omdat je dan weet dat alle ellende die je overkomt te wijten is aan andere, subversieve krachten. Als je niet gelooft in Erdogan, dan heb je een groot probleem en een miserabel leven.

Ondanks dat hadden Nederlandse bestuurders hun mondje dicht moeten houden. Die bijeenkomst met Turkse ministers hadden ze door moeten laten gaan in dat viezige zaaltje in de buurt van Rotterdam. Geen ruchtbaarheid aan geven. Laten overwaaien. Als Wilders zijn muil zou hebben opengetrokken had de regering moeten zeggen dat Turkije nog steeds een bevriende staat was. Klaar uit. Dan waren drie a vierhonderd nationalistisch Turken blij geweest en was die Turkse minister weer gezellig teruggevlogen en had het nauwelijks gevolgen gehad.

Nu denk ik: Wij zijn de baas in ons EIGEN land. Laat die stomme Turken hun bek houden! Als het hun hier niet bevalt, dan rotten ze toch lekker op naar Turkije? Dat zijn enge gevoelens en gedachten die ik niet zou willen hebben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code