Mozart – Don Giovanni – De Nederlandse Reisopera.

Gezien en gehoord in theater Carré op 9 maart.

Don Giovanni is een opera waar je niet veel aan kunt verknallen, dachten wij toen we in 2011 naar de Stopera gingen. De muziek is zo geniaal; zo tragisch en komisch tegelijkertijd; wat kan er misgaan. Nou, een heleboel. De Nationale Opera wist van één van de geniaalste opera’s een draak te maken; niet om aan te zien. Het is dat hun Salomé in 2009 het nog overtrof, maar anders was Don Giovanni wel de allerslechtste productie die ik ooit gezien heb. Wat een drama! Een toneel vol bedden. Alle zangers lagen in bed en stonden even op als ze een aria moesten zingen. Waar haal je het vandaan! Een saaie concertante uitvoering. Don Giovanni verkracht donna Anna, de Nationale Opera Don Giovanni. Verschrikkelijk. Bovendien was het behoorlijk schaamteloos omdat ik achteraf las dat de enscenering al eerder was uitgevoerd met precies dezelfde recensies als gevolg. De Nationale Opera lijdt vaak aan een teveel aan pretenties. Dat in tegenstelling tot de Nederlandse Reisopera. Ook pretenties, maar pretenties die waar te maken zijn. Vandaar dat hun uitvoeringen doorgaans in het lijstje van publieksfavorieten voorkomt. Volkomen terecht!

Eergisteren heb ik een Don Giovanni gezien en gehoord waarvan ik nu al weet dat het hoge ogen zal gooien als het erop aankomt om de publiekslieveling onder de opera’s van 2017 te kiezen. Een uitvoering om van te smullen. Muzikaal bijzonder hoogstaand en een enscenering die naast een boeiend schouwspel, ook iets toevoegde aan de interpretatie van Don Giovanni. Laat ik het maar meteen zeggen: We hebben een heerlijke avond gehad. In het akoestisch maar matige Carré. Alleen dat al, is een enorme pluim waard. Carré heeft een droge akoestiek. Niet te vergelijken met het Concertgebouw of de Stopera. Toen mijn verwende oren eenmaal gegrepen werden door wat er op het toneel en in de orkestbak gebeurde, speelde de matige akoestiek van Carré nauwelijks nog een rol.

De regisseur had Don Giovanni verplaatst naar de jaren zeventig van de vorige eeuw. Naar de tijd toen ik nog met grote dromen als puber in de brugklas zat. Er zit een risico in het verplaatsen van een opera naar een andere tijd. Een opera is theater met een veel strakker taalcorset dan bijvoorbeeld toneel. Bij een toneelstuk kan je makkelijk tijd en ruimteaspecten in de tekst aanpassen zonder dat dat storend is. Bij opera kan dat niet. Gaat het over een schalkse graaf, dan kan je die graaf niet even omtoveren naar een garagehouder. In dat geval gaat de tekst akelig schuren en zie je op het toneel iets anders dan wat uit de tekst blijkt.  Dat was dus helemaal niet het geval bij de enscenering van Jo Davies voor de Reisopera. Ik heb geen enkele keer gedacht dat er iets niet klopte in wat ik zag en wat ik aan tekst hoorde. Echt een enorme prestatie want daarmee stelde Jo Davies zichzelf meteen ook in staat om haar visie op het verhaal in de relatie tot het huidige tijdsgewricht neer te zetten. Vrouwen niet als willoze slachtoffers maar vrouwen als daders; als actieve spelers in wat hun overkomt. Elvira het zwakke, aan haar emoties overgeleverde vrouwtje uit de meeste producties tegenover de Elvira die willens en wetens voor haar ongeluk kiest door Don Giovanni steeds weer op te zoeken. Hem bovendien op te eisen. Vrouwen spelen een actieve rol; geen geslachtoffer meer, geen gejeremieer maar actie en het lot (ook al is dat een soort ondergang) in eigen hand nemen.

Als we het toch over interpretatie en muziek hebben: Wat dacht Mozart eigenlijk over de relaties in zijn opera’s. Komt het verhaal zoals wij het nu jaren uitvoeren wel overeen met wat Mozart en Del Ponte erin gelegd hebben? Aan de ene kant is er de maatschappelijke moraal en aan de andere kant muziek en tekst die emoties uitdrukken. Vaak hebben regisseurs de neiging om bij hun enscenering aan te sluiten bij de geldende moraal en niet helemaal bij wat de muziek of de tekst zegt. Een leuk voorbeeld is La Nozze de Figaro. Eigenlijk zit er in die opera maar één liefdesduet: Crudel! Perche Finora. Het duet waarin de graaf Suzanne probeert te verleiden. Suzanne en de muziek zeggen onontkomelijk tegen de graaf: Laat het want ik heb het zo graag. In de meeste interpretaties wordt dat ‘ik heb het zo graag’ er snel vanaf gehaald, omdat dat past in de geldende moraal. Zo’n zelfde moeizame verhouding zien we in Don Giovanni tussen Donna Anna, Don Giovanni en de verloofde van Donna Anna, Don Ottavio. In de meeste interpretaties zien we Don Ottavio terug als de trouwe en toegewijde toekomstige echtgenoot. Volgens mij wisten Mozart  en Del Ponte wel beter; Als hij niet haar vader had vermoord dan was ze zeker voor Don Giovanni gegaan. In Don Ottavio ziet ze helemaal niets. Als hij haar ten huwelijk vraagt, wil ze dat nog even een jaartje uitstellen… vanwege de rouw om haar vader…maar eigenlijk wilde ze gewoon een andere Don Giovanni! Maar het blijft interpreteren. Jo Davies laat het hier een beetje in het midden.

Hoe speelt Jo Davies met de historische tijd…Elvira is gekleed als Judy Garland in de Sound of Music. Dat maakt het allemaal zo verschrikkelijk leuk: Een oudere jonge juffrouw in een tijd van seksuele bevrijding; de jaren zeventig. Je weet gewoon dat de van de seksuele revolutie vol genietende Don Giovanni helemaal niets ziet in het brave meisje van de jaren zestig wiens maagdelijkheid hij met list en bedrog genomen heeft! Don Giovanni is de man waar de vrouwen op vallen en de mannetjes waarmee de verleide vrouwen getrouwd of verloofd zijn, zijn Jan Jurken met een kort lontje. Don Ottavio is voor de liefde van Donna Anna irrelevant, maar Masetto als de kersverse echtgenoot van de makkelijk te verleiden Zerlina spant de kroon; uiteindelijk een jaloers watje die er in de liefde nauwelijks iets van terecht brengt.

Op het huwelijksbal van Masetto en Zerlina zien we op de muziek van Mozart Saturday Night Fever langs komen. Met de danspasjes en -gebaartjes uit die kraker uit de jaren zeventig. Zoals bijna alles in de opera maakte dat allerlei emoties los maar vooral veel lol. Als feest der herkenning maar ook vanwege de incongruentie van het beeld: De danspasjes met juist die muziek.

Het Orkest van het Oosten werd gedirigeerd door Julia Jones. Een vrouwelijke dirigent zie je nog steeds niet zo vaak. Ik vroeg me af of er iets in de uitvoering was waaruit je kon opmaken dat het een vrouw was die dirigeerde. Nee dus. Niet te horen. Wel dirigeren vrouwen (die ik gezien heb) over het algemeen iets anders dan hun mannelijke collega’s. Dan heb ik het over de gebaren. Maar dat maakt niet uit want de gebaren zijn er om het orkest te leiden naar de interpretatie van de dirigent. Het resultaat was fantastisch.

Zijn er zangers in rollen positief of negatief opgevallen? George Humphreys als Leporello acteerde fantastisch en had een mooie stem. Alleen wat weinig volume. Daardoor verdween hij vaak achter het muziekgordijn dat door het orkest werd opgehangen. Maar met zijn wat slierterige uiterlijk en zijn bangige motoriek was hij ongetwijfeld het komische middelpunt van de opera. Ales Jenis als Don Giovanni had wel wat duiveligs in zich. Hij verleidde geloofwaardig; hij heeft, denk ik, zijn uiterlijk mee. Anna Grevelius als Elvira was geweldig.

Kortom: Ik heb een fantastische avond gehad en zal er nog lang aan denken!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code