De smaak van oesters

Op een dag verkocht Albert Heijn ineens oesters. Had ik nog nooit gegeten. Wel had ik er al veel over gehoord. Ik wist hoe je ze moest eten. Ik zag daar best tegenop. In het doosje oesters had men een oestermes bijgesloten; kreeg je er gratis bij. Een klein scherp dolkje met een vrij dik lemmet. Uit het zicht van vegetarische vrouw en lust-ik-niet-kinderen ging ik in de keuken aan de slag. Een citroen had ik in partjes gesneden. Ik pakte een oester en bestudeerde de schelp om ergens een opening te vinden. Waar moest ik het mes tussen wringen? Dat was helemaal niet eenvoudig; gesloten als een oester. Na veel prutsen dacht ik de ingang voor het mes gevonden te hebben en warempel ik gleed zomaar naar binnen, diep de schelp in. Ik wrikte ik de oester open. Een glazig stukje smurrie in een schelp. Het leek het meest op een toevallig in een schelp gestrand mini-kwalletje. Voorzichtig sneed ik het scheterige vlees los van de schelp. Dat moest ik dus in mijn mond doen… niet heel erg aantrekkelijk. Maar omdat ik juist daarvoor had besloten dat ik over mijn eigen eet-vooroordelen heen zou stappen, kneep ik een paar druppels citroensap op het drillerige hoopje en liet de boel zo mijn mond inglijden. Ik moest even slurpen om het geheel naar binnen te krijgen.

De drillerige massa belandde op mijn tong. Een koude rilling liep over mijn rug. Een sensatie in mijn mond. Wat een afgrijselijk mondgevoel en wat een heerlijke smaak. Zacht zilt, een beetje vissig maar niet echt. Drillerig en zacht maar toch een eenheid. Een sensatie van jewelste. Ik voelde nog een rilling over mijn rug lopen en slikte het beestje door. Een thrill-ervaring. Meteen nam ik de volgende. Enthousiast geworden over zoveel smaak. En inderdaad…opwindend. Een beetje geil, zelfs. Weer zocht ik naar de opening. Moeilijk te vinden. Ik wrikte en ik prutste en toen schoot ik met het scherpe mesje uit en haalde mijn hand open. Maar ik was inmiddels zo gegrepen dat ik wist dat ik – bloedende hand of niet – geen rust zou vinden voordat het doosje oesters leeg was. Dus nadat ik pleisters geplakt had ging ik onverdroten verder. Bijna meteen verslaafd aan de hitsige smaak van de oester. Het is dat het best een dure hobby is, maar anders had ik de Oosterschelde compleet leeggegeten.

een lekkere rauwe, drillerige oester

Laatst bezocht ik de tentoonstelling Slow Food in het Mauritshuis. Op veel schilderijen pronkten de oesters met hun prachtige maar grillige vormen. Waren ze toen, in de zeventiende eeuw, populairder dan nu? Op de schilderijen herkende ik niet dat drabbige kwakje dat ik in een oester vind. Een soort mossel, zag ik op de schilderijen. Dat betekent dat de oesters op de schilderijen gegaard zijn. (Zonde!?) Ik heb ik nog nooit gegaarde oesters gegeten omdat ik de sensatie van die slijmerige stevigheid niet wil missen. Voor experimenteren zijn ze gewoonweg te duur.

Maar…vandaag lees ik in de krant dat je per persoon tien kilo wilde oesters mag rapen op de stranden van de Oosterschelde. Gratis en voor niets. De oesterbanken zijn daar van niemand en zijn zomaar uit het niets in het wild ontstaan. Poeh…dat is een uitdaging! Ga ik vandaag naar Zeeland rijden om een emmertje bij wilde oesters elkaar te scharrelen? En ga ik er dan een paar koken?

Giro 555; ik wil echt wel…

Je moet het van mij geloven, ik ben een empathisch mens. Ik trek me het leed van de wereld aan. Ik gun iedereen het leven zoals ik leef. Echt waar. Ik wil best geld inleveren om ervoor te zorgen dat anderen een hogere levensstandaard krijgen. Zo denk ik erover met betrekking tot mijn buren. Zo denk ik erover met betrekking tot mensen in verre landen. Ik geef waar ik kan. En als ik het eens vergeet, dan is er nog mijn Josien; en die is nog wat gevoeliger voor de lijdende medemens dan ik.

Maar er is in mij toch ook wat verandert. Dat kwam door een documentaire. Er heerste honger en gebrek in een land ergens in Afrika. Mensen hadden behoefte aan alles. Ondervoeding was doodsoorzaak numero uno. Er werd een vrachtwagen met hulpgoederen op weg gestuurd. In de vrachtwagen ook een filmer die de hele rit vastlegde. Er woedde een afgrijselijke oorlog in het land waar de reis doorheen ging. Men bestreed elkaar op leven en dood, terwijl er wel wat beters te doen was in dat land, zou je zeggen. De oorlog zorgde ervoor dat er op de grote weg overal checkpoints waren. Soldaten van de ene of de andere groep controleerde iedereen die passeerde. Of het échte soldaten waren, en of ze tot één van de elkaar te bestrijden groepen behoorden, geen idee. De situatie was zo chaotisch in het land dat iedereen met een wapen en een beetje doodsverachting een eigen checkpoint op kon richten.  Niet alleen werd er op zo’n checkpoint gecontroleerd of er geen wapens voor de vijand (het vorige en het volgende checkpoint, dus) inzaten, maar ook moest overal ‘tol’ betaald worden. Enkele van de dozen bedoeld als hulp voor de hongerende mensen, moest worden afgegeven. Gevolg was dat de vrachtwagen leeggeroofd aankwam in het hongerende gebied. Dat heeft bij mij grote vraagtekens gezet bij het geven van hulp aan hulpbehoevenden in een door oorlog geteisterd gebied. In mijn ogen geef je daarmee voedsel aan de strijdende partijen. Ze kunnen daarmee hun strijd voortzetten en de bevolking langer laten lijden. Mijn hulp zorgt ervoor dat er daar langer geleden wordt. Dat wil ik niet!

Op dit moment is er een Rode Kruis actie gaande. Giro 555. De actie is bedoeld voor:

  • Jemen: Er woedt daar een verschrikkelijke oorlog. Sjiieten tegen Soennieten. De beelden van de Saoedische bombardementen op burgerdoelen zitten op mijn netvlies.
  • Zuid-Soedan: Een rampzalig nieuw land. Richtte de strijd zich eerst tegen Noord-Soedan, nu heeft het leger zich tegen de eigen bevolking gekeerd.
  • Somalie: Een verscheurd land waarbij de stukjes land zijn verdeeld over warlords. Een land dat gebukt gaat onder criminelen en godsdienstwaanzinnigen. Vluchtelingen uit Somalië worden sowieso erkend.
  • Ethiopie/Eritrea: Dat door oorlog verscheurde land loopt leeg naar Europa. De strijd die altijd tegen elkaar was, heeft zich nu op de eigen bevolking gericht. Ook uit deze landen worden alle vluchtelingen zo’n beetje automatisch erkend.
  • Noordoost Nigeria: Daar zorgt de beweging van godsdienstfanatici Boko Haram voor dood en verderf.

Giro 555. Wat moet ik doen? Ik wil echt niet dat mensen sterven van de honger. Echt niet. Maar strijdende partijen voeden die de ellende laten voortduren, wil ik ook niet. Moeilijk!!!

Gaat de overname door?

Er gloort hoop! Enkele maanden geleden vertelde onze CEO dat Nationale Nederlanden ervoor gaat zorgen dat mijn bedrijf dat al tweehonderd jaar bestaat, nog eens tweehonderd jaar zal bestaan. Alleen dat is al onzin want mijn bedrijf verdwijnt volledig als Nationale Nederlanden het overneemt. Drie en een half miljard gaat dat kosten. Een enorm bedrag. Half Afrika zou je een economische boost van jewelste kunnen geven met dat bedrag. Je zou er alle basisschoolleerkrachten die zwaar onderbetaald hun goede werk doen, er een rechtvaardige salarisverhoging mee kunnen geven. Maar nee, het bedrag wordt in een hebberige put gegooid; de aandeelhouders. Heus, Nationale Nederlanden denkt dat ze dat gigantische bedrag kunnen terugverdienen. Ze krijgen veel meer premie binnen, en omdat er in beide bedrijven deels hetzelfde werk wordt gedaan, kan je een boel mensen van hun baan beroven. De overname is een ware bedreiging van de werkgelegenheid!

Vraag is of mijn bedrijf zelfstandig door kan. Vraag is of zo’n overname of fusie niet nodig is om het bedrijf te laten voortbestaan. Het antwoord is: ja, we konden zelfstandig door. Ik ga uit van de signalen die kwamen van de Raad van Bestuur voordat er ook maar enige sprake was van een overname. De vooruitzichten waren somber, dat wisten we, en daardoor waren de aandelen fiks in waarde gedaald, maar na de maatregelen die genomen werden, had het bedrijf echt weer kansen. Bovendien liepen sommige divisies bijzonder goed. Ik blaat hier de berichten na, die we van de Raad van Bestuur kregen. De reden voor de overname zat hem er vooral in dat het mogelijk was; het kon. De aandelen waren zo verschrikkelijk in waarde gedaald, dat een ander bedrijf in staat was om grote hoeveelheden aandelen op te kopen.  Volgens welingelichte kringen gaan bijzonder veel overnames fout. Uiteindelijk leiden ze naar de ondergang van het moederbedrijf. Waarom dan toch zo’n overname? Macht, pure macht. Als CEO ben je ineens twee keer zoveel CEO. Wie wil dat nou niet?

Maar…er gloort hoop. Zoals elke verzekeraar verkocht NN in het verleden polissen waarvan men nu zegt dat het woekerpolissen zijn. Ze verkochten er erg veel. Heel erg veel. Hoewel er allerhande schikkingen in het verleden zijn overeengekomen, blijkt dat nog niet genoeg. Ook bij ons hebben we heel hard gewerkt om te compenseren. Drie grote projecten hebben we gehad waarin onterecht in rekening gebrachte kosten werden terugbetaald. Tegen NN is door één polishouder een proces gevoerd over meer compensatie. NN verloor. NN moet betalen. Doorgerekend naar alle verkochte woekerpolissen zou het om een extra drie en een half miljard euro gaan die NN nog moet compenseren. Dat is dus hetzelfde bedrag dat ze voor mijn bedrijf willen betalen. Kunnen ze het dubbele bedrag, zeven miljard euro, betalen? Ik betwijfel het. Ik hoop dat ze het niet kunnen betalen. Ik hoop het zo!

De late mooie herfstdagen

Gisteren waren we in onze tuin. De gespitte aarde moet zaairijp gemaakt worden. De kluiten zijn mooi stukgevroren, maar als je de grond dan niet snel gaat bewerken, dan drogen de kluiten weer uit en worden ze hard en erg moeilijk fijn te krijgen. Je wilt zaaien en planten in mooie korrelige aarde. Afgelopen winter hebben we de hele tuin, inclusief paadjes, omgespit. Omdat we het dit jaar anders willen doen, hebben we de bedjes zó smal gemaakt dat we niet meer buiten de paadjes in de bedjes hoeven te staan. We denken dat daardoor de aarde minder hard wordt en de plantjes beter groeien. Gisteren hebben we de paadjes aangelegd. Veel zaaien kunnen we nog niet. De grond blijft lang koud in de Haarlemmermeer. Eigenlijk konden er gisteren alleen tuinbonen worden gezaaid. Hoewel we lekker in de lentezon buiten waren, zak ik regelmatig weg in somberheid. We hadden zo gehoopt dat we rond deze tijd weer in ons eigen huis zouden zitten. Dat we weer een huis met een tuin hadden. Maar de terugkeer naar ons eigen huis lijkt verder weg dan ooit.

Ik heb heimwee. Verschrikkelijke heimwee. De oorspronkelijke planning waarbij we voor de lente weer in ons eigen huis zouden zitten is van de baan. Volgens de nieuwe planning zouden we zo rond het begin van de zomer, in juni, weer terug kunnen verhuizen. Wij houden het er maar op dat september wellicht haalbaar is maar ook daar durven we haast niet op te hopen.

Ik kan het niet laten om regelmatig langs de bouwplaats te lopen en te kijken hoe ver ze zijn. Niet dat ik er enige hoogte van krijg want wat weet ik nou van renoveren? Maar iedere keer dat ik iets zie veranderen geeft mij het gevoel dat we een stap verder richting onze terugkeer zetten. Tot voor kort konden we nog betrekkelijk dicht bij de huisdeur komen en hebben we gezien dat het hele huis was gestript, dat ze nieuwe fundering hebben aangebracht en dat ze nieuwe vloeren hebben gestort. Vanaf dat moment konden we niet meer dicht bij ons huis komen. Alleen vanaf de binnenplaats van het museum konden we enig zicht houden op wat er daarbinnen gebeurde. Maar nu staat ons huis volledig in de steigers. Het torentje nog niet. Ik heb me voorgenomen dat ik pas weer hoopvol gestemd ben als de steigers van het torentje worden weggehaald. Pas op dat moment kan je zeggen dat onze terugkeer aanstaande is. Maar alleen de aanzet van de toren staat in de steigers, het torentje zelf piept er nog vrolijk bovenuit.

Gisteren in onze moestuin waren we heerlijk aan het werk. Josien verplaatste de planten die we daar in leven houden voor onze tuin in ons gerenoveerde echte huis. Ik zie dat de knoppen aan de bewaarde planten dikker worden in de verkeerde tuin. Ik probeer te voelen hoe de eerste lente voelt in onze eigen tuin. Zo lekker. Zo heerlijk. We zitten naast elkaar op het bankje te ontbijten. De vroege lentezon verwarmt onze gezichten. Het brood is net gebakken. Vanavond komen de kinderen. Naast mijn geliefde op ons bankje in onze eigen tuin van ons gerenoveerde huis…In september gaan we genieten van de late mooie herfstdagen!

Jeanne d’Arc – Friedrich Schiller door het Nationale Toneel

Gezien op 25 maart 2017 in de Stadsschouwburg Amsterdam

Een historisch toneelstuk geschreven door een man die in het verre verleden leefde en nu uitgevoerd wordt door een tegenwoordig theatergezelschap. En ik keek ernaar vanuit mijn eenentwintigste-eeuwse referentiekader waarin de geschiedenis van Jeanne d’Arc een plaats heeft gekregen. Het verhaal dat Schiller vertelt over een historisch personage komt niet overeen met het personage dat hij op het toneel schept. Voor mij als kijker is dat een eerste barrière om te overwinnen. Het levensverhaal van Jeanne d’Arc is bijna onlosmakelijk verbonden met het proces dat tegen haar gevoerd is en wat haar uiteindelijk op de brandstapel deed belanden. Het verhaal van Jeanne d’Arc komt samen met de schroeilucht van menselijk vlees. Maar juist dat gedeelte vervangt Schiller door iets anders. Het meisje weet te ontsnappen aan de mensen die haar in het ‘echt’ zouden veroordelen en wint alsnog op het slagveld. Daar wordt ze tijdens het gevecht ingehaald door haar hormonen en sterft ze min of meer op het slagveld en eindigt ze als heilige. Het laatste klopt weer met de werkelijkheid; Jeanne d’Arc werd een heilige.

Een problematisch stuk en ik kan me voorstellen dat men aardig met de materie geworsteld heeft. Helemaal omdat het de geschiedenis van de honderd jarige oorlog weer wel probeert te volgen. Dan zit je al snel met complexe bondgenootschappen die steeds wisselen. Je zit met landsgrenzen en Engelsen en Bourgondiers en met de koning en de neef van de koning; eigenlijk allemaal te ingewikkeld om dat zomaar uit te leggen. Daar zat wat mij betreft een zwakke plek; het was behoorlijk moeilijk om het verhaal te volgen. Toen ik me meer op één persoon, Jeanne d’Arc dus, ging focussen, toen werd het geheel wat behapbaarder. In tegenstelling tot de verhalen die ik ken over deze Franse heldin waarin ze meer als mascotte dienst deed en de troepen aanvoerde en inspireerde, vervult ze in het toneelstuk de rol van engel des doods. We zien haar in verschillende gevechten waarin de stoere vijand het onderspit moet delven tegen het ongetrainde zeventienjarige herderinnetje. Gelukkig werd ze gespeeld door de groot en sterk ogende Sally Harmsen!

Alles bij elkaar kwam het verhaal maar moeilijk tot leven. Jeanne verwerd meer een symbool op het toneel dan een levend mens. Daardoor werd de stijlbreuk des te groter toen Jeanne uit het niets getroffen werd door de kracht van de liefde. Op het moment dat ze als een dolle furie over het slagveld ging en links en rechts dood en verderf zaait, raakt ze in een gevecht verwikkeld met de Engelse officier Lionel. Ze verslaat hem in het gevecht maar op het moment dat ze hem de strot wil afsnijden, wordt ze door zijn blik getroffen en smelt ze als sneeuw voor de zon. Dit ervaart ze zelf alsof ze de slag verloren heeft. Ze kan de man niet doden en omdat ze een eed tot kuisheid gezworen heeft, ervaart ze haar oprispende hormonen als verraad van die eed.

Theu Boermans doet in Jeanne d’Arc een onderzoek naar de jeugd en haar hang naar extreme daden, zo lees ik in het programmaboekje. Hij ziet Jeanne als een IS-strijdster avant la lettre die met de bomgordel van destijds om haar middel, de vijand te lijf gaat. Die in nietsontziende vernietigzucht streeft naar haar ideaal. Die aan haar ideaal en haar zelfopofferende strijd vasthoudt zelfs als ze ziet dat het ideaal helemaal niet zo mooi is en het maar de vraag is wat haar opoffering zal brengen. Uiteindelijk zal ze prooi worden van het gewone leven. Je kan nog zoveel je idealen koesteren, uiteindelijk komt het gewone leven je halen en ga je gewoon, als ieder ander, voor de liefde. Ik zie het verhaal zich wel ontspinnen, maar makkelijk is het niet. Het glijdt er niet makkelijk in. Ik vond het verhaal moeilijk te verteren en somtijds ook behoorlijk saai. Laat ik het anders zeggen, af en toe sukkelde ik weg en werd wakker omdat de zoveelste veldslag tegen de wand geprojecteerd werd met bijbehorende heftige geluiden.

Maar er waren ook lichtpuntjes in de voorstelling. Het decor was fantastisch. Een grote wand van grove planken die op diverse manieren heen en weer geschoven kon worden, en met luiken en onverwachte nissen. Erg sprekend! Het gaf het geheel wel wat dynamisch en het veranderde de ruimte in wat het moest voorstellen; het benauwde dorpje waar Jeanne opgroeit, of het hof van de koning. Een ander lichtpuntje was Sally Harmsen als Jeanne d’Arc. Geen makkelijke rol, maar ze bracht het er goed vanaf. Hoewel ik veel moeite had om over te stappen van de bloeddorstige furie op het slagveld naar het verliefde kleine meisje, deed ze dat toch best goed. Dat ik haar niet kon volgen betekent nog niet dat ze het slecht speelde. Vincent Linthorst viel op door hoe hij de egocentrisch slappe dauphin speelde. Hij confronteerde de toeschouwer meteen met het valse ideaal dat Jeanne nastreefde, want je gaat je afvragen waarom Jeanne nou zo graag deze slappe en egocentrische man op de troon wil… Tamar van den Dop viel op door de overtuigende twijfel die ze had over het schipperen tussen het lands- en het persoonlijke belang.

Van sommige acteurs weet je: Dat is een grote naam. Stefan de Walle. Probleem is dat ik hem desalniettemin nauwelijks te volgen vond. Heus wel de grote lijn van wat hij dacht en voelde op het toneel, maar de details van wat hij zei gingen volkomen langs mij heen omdat hij onverstaanbaar was. Stefan de Walle vind ik vooral sterk als hij in alle rust iets doet. Helaas doet hij dat maar zelden. Hij speelt vaak het opgewonden standje en is dan eigenlijk niet meer goed te verstaan. Dat hij geëmotioneerd is, komt goed over, maar wat hij nou precies zegt en roept…geen idee. Ik vind dat jammer want hij straalt wel verdomd veel uit. Als hij op het toneel staat, dan staat er wel iemand.

Al met al een moeilijke voorstelling. Er valt achteraf een hoop te piekeren. Echt ‘in’ het toneelstuk ben ik zelden geweest. Ik sukkelde regelmatig een beetje in. Ik kan me ook herinneren dat ik me afvroeg of ze nou elke voorstelling weer met een nieuwe broek begonnen voor Sally Harmsen en dat ze die broek steeds bloederiger maakten of dat ze verschillende broeken had in stadia van een beetje bloed naar een boel bloed toe. Dingen die je je helemaal niet moet afvragen tijdens een voorstelling. Ik weet niet of ik een hele interessante avond heb gehad. De desastreuze nederlaag van het Nederlandse elftal tegen Bulgarije heb ik gelukkig niet hoeven meemaken…

 

 

 

Nederlanders bepalen de koers in Turkije…

Moet je wel willen stemmen voor de regering van een land waar je niet woont? Waar je eigenlijk nooit zal wonen. Hooguit als bejaarde. Moet je dat wel willen? Is dat moreel verantwoord? Wie geeft jou het recht om de koers te bepalen van een regime waar je part noch deel aan hebt, waar je last nog profijt van hebt. Is dat niet  ondemocratisch? Woon en werk je tijdelijk in het buitenland dan is dat een ander verhaal. Maar als je elders woont, werkt en leeft en hoogstens een droom koestert van ooit weer terug naar een land waar je nooit was, dan moet je niet kunnen meebeslissen over de koers die dat land vaart?

De AK-partij van Erdogan bepaalt de koers in Turkije.  Niet in Nederland (godzijdank). Het is aan de Turken om te kiezen welke partij ze welke macht willen geven; daar hebben wij niets mee te maken. Ik ben democraat. Ik vind wel dat Erdogan veel kwaads aanricht in Turkije. Ik denk dat het land afglijdt. Ik denk dat Turkije vervreemd van de wereld en dat Turkije landen met harde hand van zich af stoot. Erdogan en zijn partij laten zich inspireren door een racistische vorm van nationalisme en laten zich leiden door het narcisme van Erdogan. Nationalisme geeft de mens wellicht wat misplaatste trots maar vooral heel erg veel ellende. De wereldgeschiedenis laat zien dat er zelden iets goeds is voortgekomen uit nationalisme. Maar goed, daar mogen ze in Turkije zelf dus een ei over leggen.

Hebben mensen die hier wonen en die helemaal geen last hebben van wie er wat te zeggen heeft in Turkije, het recht om de mensen die daar wonen op te zadelen met een regering die men daar wellicht helemaal niet wil? Stel, de stemming zou in Turkije zelf net in het voordeel van de tegenstanders van Erdogan uitpakken, hebben stemmers die hun hele leven hoogstens met vakantie naar Turkije gaan, dan het recht om daar de stemming om te laten slaan ten gunste van Erdogan? Dat zou toch niet moeten kunnen?

Straks wordt Turkije geregeerd door een regime dat de Turkse bevolking nooit gewild heeft. Straks glijdt het land af in een richting die niet door het Turkse volk gekozen is. Nederlanders en Duitsers hebben ervoor gezorgd dat Erdogan mag regeren als de Zonnekoning.

Mustafa Aslan van de AK-partij in Nederland ziet dit aspect niet. Hij vindt dat als er ooit iemand in de familie vanuit Turkije naar Nederland is verhuisd, dat je dan nog steeds een inwoner bent van Turkije en dat je mede mag bepalen welke koers het land vaart. Moreel klopt er helemaal niets van.

Zitten we op Rob Oudkerk te wachten?

Gisterenavond werd ik opgebeld door een Amsterdams PvdA raadslid. Hij vertelde dat ze alle Amsterdamse leden opbelden om te kijken hoe het ervoor stond. Om het verdriet te delen over de teloorgang van de partij. Of we ideeën hebben over hoe nu verder. Of we actief willen worden en als klap op de vuurpijl, of we een financiële bijdrage wilden leveren aan de zo zwaar getroffen partij. Ik heb met ze te doen, die Amsterdamse raadslieden, want het ledental is aardig geslonken maar nog steeds aanzienlijk en het aantal raadslieden is klein (geworden). De PvdA is sinds de verkiezingen niet meer de grootste in de raad terwijl ze dat altijd geweest zijn. In het stadsbestuur van Amsterdam hebben ze geen plaats meer. Op onze doodzieke PvdA burgemeester na dan. Eberhard van der Laan staat helaas symbool voor de toestand van de partij.

Met die zorgwekkende toestand weet ik ook niet goed om te gaan. Ik twijfel. Moet ik de partij trouw blijven? Maar wat is de partij nog helemaal. Liep ik niet altijd al te flirten met dat toen nog zo kleine groene zusje? Bij Groenlinks was ik eigenlijk veel meer op z’n plaats. Maar ik wilde juist bij die brede volkspartij horen. De partij voor de arbeiders. Bijna het verlengde van de vakbeweging. Hoewel ik me er natuurlijk helemaal niets van wil aantrekken, horen we al een paar generaties bij deze partij. We gingen op vakantie naar de vakantiehuizen van de beweging; de natuurvriendenhuizen. We gingen winkelen bij de Coop. De partij; daar hoorden we bij… Maar nu is er dus nog maar weinig van de partij over.

Met die vragen worstelde het raadslid dat mij belde veel minder. Hij vroeg zich meer af hoe we het vertrouwen van de kiezer weer konden winnen. En ik geef hem een beetje gelijk: Het verlies van nu moeten we mede zoeken in tactische fouten. In het kabinet Rutte gaan zitten was niet slim, de lijsttrekker verkiezing leverde vooral verliezers op; tactisch ging alles fout. Op de Samsom boost bij de vorige verkiezingen na, gaat eigenlijk alles sinds Pim Fortuyn, fout, kan je wel zeggen. Omdat het inmiddels vijftien jaar lang fout gaat, ga je je afvragen wat het tij kan keren…

Maar de reddende engel laat gelukkig van zich horen. Vandaag in de Volkskrant. Rob Oudkerk. Ons morele kompas. De man die het niet schuwde om doodzieke hoertjes in de tippelzone te…neuken. En ja, hij heeft een slecht imago. Maar dat komt door anderen. Journalisten framen hem. Als hoerenloper, maar ook als de man die het over kutmarokkanen had. Kortgeleden had de pers weer eens aan een half woord genoeg toen hij opperde om de partij op te heffen omdat ze haar bestaansgrond had verloren. Maar zo bedoelt Rob Oudkerk het niet. Het gaat erom, volgens hem, de partij weer de partij van het volk te maken. Om de partij nieuw elan te geven. Een nieuwe leider. Een visionair: Rob Oudkerk!

Het spijt me Rob, de partij zit niet op een mastodont uit het verleden te wachten die een kei is in het intrappen van open deuren. Echt niet!

La Traviata

La Traviata is een van de lijntjes tussen mij en mijn zwaarmoedige oudste zoon. Wordt de opera in de buurt uitgevoerd, dan zitten wij steevast samen in de zaal. Maar ook als ze de opera wat minder in de buurt uitvoeren, willen we er wel samen graag naartoe reizen. Zoals naar Essen, een half jaar geleden. Of naar Detmold. Gelukkig heeft elk Duits gat haar eigen operahuis met operagezelschap en symfonieorkest. Heus niet allemaal van de hoogste kwaliteit, maar altijd nog heel veel beter dan bijna niets zoals in Nederland. Trouwens, over top gesproken, in Essen zit wel degelijk een topgezelschap. Met onze eigen Karin Strobos in het vaste gezelschap, om maar eens een naam te noemen. In het Aaltotheater in Essen brengt men ongeveer dezelfde kwaliteit als in de Stopera maar dan voor de helft van de prijs. Opera is in Duitsland goed te betalen en je kunt vanaf elke rang de boventiteling goed lezen. Kom daar maar eens om in de Stopera!

Pas na het overlijden van mijn vader werd ik gegrepen door opera. Ik had geen enkel contact meer met mijn pa toen hij zichzelf inlegde in alcohol. Alleen vlak voor zijn dood sloeg mijn tante Nel alarm. We zijn toen naar hem toegegaan om polshoogte te nemen. Hopeloos, constateerden we. Twee weken later was ik erbij toen hij zijn laatste adem toegediend kreeg en mechanisch weer uitblies. Hij liet mij stapels opera’s na. La Traviata greep mij meteen naar de strot. Mijn oudste zoon en ik luisterden naar de muziek waar mijn pa zo gek op was. Mijn zoon een jaar of twaalf en ik, zijn vader, 25 jaar ouder. We werden er samen, tegelijkertijd, verliefd op. En sindsdien is deze Verdi opera een van de lijntjes tussen ons.

We gaven mijn zoon voor zijn verjaardag een origineel cadeau; Naar La Traviata met zijn pa. In de buurt was geen uitvoering te vinden. Maar wel in New York. En vliegreis naar New York alleen om in de Met een opera te zien, ging wat ver, maar gelukkig was er in Tuschinsky een directe verbinding met New York zodat wij in de bioscoopzaal de voorstelling konden meemaken. Die was ronduit fantastisch. We zagen de enscenering van Willy Decker voor de derde keer, maar dat verveelde nog steeds niet. Twee keer hadden we hem in de Stopera gezien en nu dus in de Met in New York. Terwijl pappa Germond aan Valérie vraagt om haar liefde te offeren voor het geluk van zijn familie, biggelde de tranen langs zijn wangen. Het is zo verschrikkelijk mooi. De dood is zo dichtbij. In het zicht van de dood wordt het leven mooier. Verdi wist die gevoelens in muziek te vangen. Heus wel een beetje overdreven. Maar wie kan dat nou schelen; la Traviata is een van de lichtpuntjes in het zware leven van mijn oudste…

Volgend jaar gaat de Nederlandse Reisopera hem uitvoeren. Rond zijn verjaardag. Moet je eens raden wie dat gaan zien…

De twijfel is er…

De PvdA is mijn partij. Dat heb ik al heel vaak gezegd. Ik ben al heel erg lang lid van die club. Hoewel ik het heus niet altijd eens ben met de standpunten die gekozen werden, was dat nooit voldoende om uit elkaar te gaan. Ik heb zelfs weleens een keer wat anders gestemd, maar ik keerde altijd terug op het nest. Ik ben trouw aan mijn partij, soms op het hondse af. Ik vraag me af of het verlies van afgelopen woensdag iets in mij verandert. Mijn hart ligt bij de PvdA, maar kijk ik naar wat ik echt vind, dan pas ik veel beter bij GroenLinks. Maar GroenLinks regeert nooit. GroenLinks hoeft geen compromissen te sluiten. GroenLinks staat doorgaans langs de kant. Maar vanaf woensdag staat de PvdA langs de kant. In mijn stad heeft de PvdA vrijwel niets meer te zeggen, in mijn provincie is de PvdA nauwelijks nog vertegenwoordigd en vanaf woensdag dus ook bijna geen invloed meer in de Tweede Kamer. Alleen nog maar een doodzieke, zeer geliefde, burgemeester in mijn stad…Pas ik nog bij de PvdA?

Mijn partij moet groot zijn en moet invloed hebben, anders heb ik het gevoel dat mijn stem een weggegooide stem is. Maar wil dat zeggen dat als mijn partij een keertje stevig verliest (en dat hoort er nou eenmaal bij) en de partij daardoor minder invloed heeft, dat je dan moet weglopen? Nee natuurlijk. Maar de PvdA vecht inmiddels al vijftien jaar tegen een zeer slecht imago. Sinds Pim Fortuyn de laatste regering van Wim Kok de puinhoop van paars noemde, vecht de PvdA tegen een slecht imago. Alles wat mis gaat wordt op het conto van mijn partij geschreven. Echt alles. De partij weet altijd een leider te mobiliseren die alles desalniettemin overeind houdt: Na de nederlaag vanwege Fortuyn kwam Wouter Bos. Was Job Cohen een leider die alles redelijk bij elkaar hield, Diederik Samson wist te zorgen voor een geweldige opleving maar de gemeenten en de provincies raakten we kwijt. En ook Samsom zelf raakten we kwijt in de aanloop naar het drama van afgelopen woensdag. Geen invloed meer…dus. Het geloof dat de partij ooit weer die machtige positie kan krijgen, wankelt.

Mijn partij moet bij mijn idealen passen. Dat lijkt een open deur, maar dat is natuurlijk wel de kern. Ik ben een socialist. Ik verzet me tegen de invloed van het kapitaal; ik voel me solidair met de arbeidersklasse en mensen die het minder hebben dan ik; ik vind dat godsdienst opium voor het volk is. Dat is de basis. Maar die idealen zijn sleets. Het kapitaal is best goed beteugeld. De arbeidersklasse en mensen die het minder hebben dan ik zijn er veel, maar relatief gezien hebben ze het niet echt moeilijk; je moet van goeden huize komen om een sociaal netwerk te missen. Het dramatischte armoedegeval in Nederland is onvergelijkbaar rijk en geholpen als je het vergelijkt met de rest van de wereld. Met de komst van de islam is de PvdA godsdienst gaan omarmen… (Uit solidariteit met gelovigen in zee gaan zwemmen in een boerkini…getsie!!!!!)

Mijn partij moet het ideaal hebben om een betere wereld achter te laten. Een betere wereld is een groenere wereld. Mijn partij moet vechten voor het klimaat. Ik denk dat het niet meer de vraag is óf onze generatie een betere wereld achterlaat, maar of we überhaupt een wereld achterlaten. Een wereld waarop geleefd kan worden. Is de PvdA de goede partij om daarin de weg te wijzen?

Laat mij nog maar even nadenken over me myself and the PvdA. Je moet niet zomaar de relatie verbreken. Maar goed…de twijfel is er.

Slow Food; stillevens uit de Gouden Eeuw. Mauritshuis in Den Haag

Gezien op 17 maart 2017

Maak een tentoonstelling over zeventiende-eeuwse kunst in Den Haag en ik overweeg de treinreis te maken. Maak een tentoonstelling over voedselstillevens in de zeventiende-eeuw en ik stap ogenblikkelijk in de trein. Eten en kunst, daar kan je me altijd voor porren. Op de tentoonstelling Slow Food hangen in het Mauritshuis in Den Haag zo’n slordige dertig topstukken bij elkaar met overvloedig eten. Ze zijn bijzonder precies geschilderd; het is alsof je het voedsel zo van de dis kan pakken. Om het realisme te benadrukken worden vaak visuele grapjes toegepast, zoals een bord dat net over de rand van de tafel geschilderd werd zodat het lijkt alsof het uit het schilderij steekt. Hoewel de schilderijen allemaal afbeeldingen zijn van voedsel, wordt de titel van de tentoonstelling nergens duidelijk. Slow Food is een vereniging waar ik lid van ben. Men zet zich in voor duurzaam en ambachtelijk geproduceerd voedsel. Het is meer een beweging dan een vereniging. Men positioneert zichzelf tegenover de massale, industriële productie van fast food. In het verleden was de wereld nog erg klein. Zeker in de zeventiende eeuw. Er kon nog geen sprake zijn van fast food. Al het bereidde voedsel was in principe slow food: Duurzaam geproduceerd, ambachtelijk, en van lokale boeren. Ik begrijp de titel Slow Food wel, maar vind hem niet echt toepasselijk: Als alles Slow Food is, dan verliest dat Slow een beetje haar betekenis.

Wat we op de schilderijen zien is duidelijk niet het voedsel dat door de grote massa van destijds gegeten werd. Dat was waarschijnlijk ook niet de groep waarvoor deze schilderijen bedoeld waren. Hadden schilders het volksvoedsel geschilderd, dan waren de kleuren vast niet zo mooi geweest. Ik vrees dat er dan veel pap en brij geschilderd had moeten worden. De massa hield zichzelf in leven in de zeventiende eeuw, en dat was al een hele kunst. Maar er was dus ook een bovenlaag die zich de hemelse spijzen goed liet smaken. Dat waren meteen ook de kopers van de schilderijen. Zie daar!

Hoewel ik veel schilderijen al kende, blijft het heerlijk om ernaar te kijken. Je vergaapt je aan het realisme; aan de precisie van de afbeelding en de fantastische compositie. Een bordje hier, een schilletje daar, een vlieg een noot of een tros druiven. Alles zo neergezet dat het extra lekker wordt om naar te kijken en dat het water je in de mond loopt. Om mij heen hoorde ik ook voortdurend de ah’s en de oh’s. Dit soort stillevens zijn bijna altijd een sensatie. In het weergeven van hammen, kazen, vissen, vruchten, snoep en koek trokken de kunstenaars alle registers open.

Ik geloof best dat de geschilderde etenswaren allemaal een betekenis hebben. Een betekenis van godsdienstige of morele aard. Dat het ons iets moet zeggen over gewenst en ongewenst gedrag. Voor mijn gevoel zal dat altijd maar bijzaak zijn geweest. Ik denk (maar wie ben ik) dat de schilderijen vooral bedoeld waren om je er heel erg lekker bij te voelen. Sta je bijvoorbeeld voor het schilderij Stilleven met oesters, wijn en lekkernijen van Osias Beert dan wil je alleen maar aan je mond denken. Hoe smaken die koekjes? Ze zien er zo voortreffelijk uit!

Stilleven met oesters, wijn en lekkernijen van Osias Beert…kijk die koekjes eens….

Ik zie op de schilderijen ook een paar zaken vaker terugkomen. Opvallend is een bakje van houten spaanders met daarin een oranjerood spul met een duidelijke structuur. Het bakje lijkt erg veel op een chinees stoommandje. Volgens de gids zou het hier gaan om kweeperenmoes. Ik kan dat niet helemaal plaatsen; waarom juist in zo’n bakje? En waarom die structuur. Kweeperenmoes en kweeperenkaas is nu doorgaans glad. Oesters komen ook vaker terug. Ze hebben een erotische bijklank. Als ik die buiten beschouwing laat, dan valt me op dat de oesters gegaard zijn. Wel nog een beetje glazig, valt me op, maar zeker niet rauw. Als ik aan oesters denk, loopt de thrill al over mijn rug; met een druppeltje citroensap en rauw…heerlijk!

Stilleven met haringen en oesters van Floris van Schoten of zijn het bokkingen?

Ik heb een hele tijd voor het schilderij Keukenscene met Christus en de Emmaüsgangers van Joachim Beuckelaer gestaan. Er staat zoveel op. Het laat zo mooi zien wat er toen voor handen was. Alleen het vlees was moeilijk thuis te brengen. Het was dat er een varkensstaartje aan zit anders was het onherkenbaar. Elke vogel verdween in de pot; van gans tot mees. Ik vraag me wel af of het eten van kleine zangvogeltjes je buik kan vullen en of het niet heel veel (pluk)werk is voor zo’n marginaal stukje vlees. Het zangvogeltje zien we regelmatig terug op de schilderijen.

De catalogus is mooi en goed verzorgd. Toch heb ik er wel wat kritiek op. Namen van etenswaren worden niet altijd juist weergegeven. Hoewel het schilderij in het Frans Halsmuseum in Haarlem hangt en het daar waarschijnlijk dezelfde naam heeft, heb ik bedenkingen bij het schilderij Stilleven met haringen en oesters van Floris van Schoten. Wat mij als foodie meteen opvalt is dat ook hier de oesters gegaard zijn (zonde!!!!!). Verder valt mij op dat er weliswaar haringen liggen, maar wel haringen van een bepaalde soort: Gerookte. Gerookte haring noemt men geen haring maar bokking. Zeker in het verleden werd er in Nederland enorm veel bokking geproduceerd omdat het veel langer houdbaar was dan ‘gewone’ haring. Wat mij betreft had de titel van het schilderij dus Stilleven met bokkingen moeten heten.

Een ander aspect waar ik nogal kritiek op heb in de catalogus én in het gidsje is de benaming van de kazen. Tot 1920, toen de Warenwet het verbood, werd op Texel groene schapenkaas gemaakt. Die was vermaard en bijzonder populair. In de catalogus van de tentoonstelling wordt erkend dat veel groene kazen Texelse schapenkazen zijn. Voor verklaring van de groene kleur wordt echter beweerd dat dit komt doordat men het sap van groene kruiden door de schapenmelk mengde. Dat maakt het waarschijnlijk beter verteerbaar voor de eenentwintigste-eeuwse bezoeker van de tentoonstelling, maar het lijkt mij niet waar. Men mengde tot 1920 schapenmest door de melk en die gaf de groene kleur en een bijzondere wat scherpe smaak aan de kaas. Dat deed men niet alleen op Texel, maar naar verluidt in ’s Gravenlands. Ook daar werd groene schapenkaas groen door de bijgevoegde schapenmest. In ieder geval op het Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen van Clara Peeters maar ook op Stilleven met kazen van Floris van Dijck herken ik de groene schapenkaas. Groengemaakt met het sap van peterselie…aan me neus!

Stilleven met kazen van Floris van Dijck

Ik ben desalniettemin behoorlijk enthousiast over deze tentoonstelling. Ik kwam er hongerig maar kunstzinnig verheven vandaan. Ik ben meteen naar de visstal achter het Binnenhof gelopen en heb een broodje…bokking gegeten (gerookte haring, dus).