Steenkool, olie en schaliegas

Doorgaans kan ik goed overweg met mijn leidinggevenden. Een enkele keer niet en dan loopt het meteen uit op een drama. De laatste keer dat het goed mis ging was met manager S.P. Maar laten we wel wezen, die man deugt gewoon niet. Mijn huidige werkgever zou er goed aan doen om deze man te lozen. Enkele jaren geleden had ik een leidinggevende waar ik heel erg goed mee door de deur kon. We waren twee handen op één buik. We hadden goeddeels dezelfde mening over hoe de afdeling moest draaien en ik kon daar, door zijn toedoen, het mijne aan bijdragen. Door hem voelde ik me daar als een vis in het water en steeg ik boven mezelf uit. Zelfs toen dat bedrijf door de markt gedwongen werd om te stoppen met dat deel van het bedrijf waar ik werkte en ik dus naar een andere baan moest omkijken, wist hij me op te porren en op te stoken. Ik ben hem daar nog steeds dankbaar voor. Lange tijd nadat wij gedwongen waren ieder ons weegs te gaan, gingen we nog regelmatig samen uit eten om bij te praten.

Deze manager had ook een kant die ik veel minder kon waarderen; Hij geloofde in bizarre complotten. Hij ging ervan uit dat er complotten waren om onze manier van leven negatief te beïnvloeden. Het zouden complotterende mensen zijn die vooral uit eigenbelang handelden. Het betreffende complot werd steevast gevormd door mensen die in de normale wereld neutraal en wetenschappelijk te werk gaan. Die doorgaans ook van onbesproken gedrag zijn. Zo’n standpunt kende ik destijds nog niet en ik was er zeer door verrast. Als ik met hem discussieerde, dan kon ik niet begrijpen waarom zo’n bijzonder aardig mens in zulke absurditeiten kon geloven. Maar de laatste tijd blijkt dat niet alleen mijn ex-manager op zo’n manier met de realiteit omgaat. Trump, maar ook Wilders, lijken zo te denken.

Vandaag staat er een fantastisch artikel over in de Volkskrant van de hand van Francis Fukuyama. Hij stelt dat wij nooit alles kunnen weten. Daarom moeten we vertrouwen op bronnen die onkreukbaar zijn en die wél in staat zijn om op hun terrein de waarheid, voor zover bekend, te vertellen. Wat Fukuyama in toenemende mate ziet gebeuren is dat de geloofwaardigheid van die instituties ter discussie wordt gesteld.

Over het klimaat, bijvoorbeeld, is het KNMI een toonaangevend instituut die op wetenschappelijk verantwoord onderzoek tot uitspraken komen over klimaatverandering. Die kennis hebben ze niet alleen uit eigen onderzoek, maar ook bundelen en interpreteren ze onderzoeken wereldwijd. Over de adviezen die ze geven, bestaat binnen de wetenschap nagenoeg consensus. Doordat we CO2 uitstoten ontstaat er een broeikaseffect en daardoor warmt de aarde op en daardoor smelten de ijskappen en stijgt de zeespiegel. Dat brengt de mensheid in gevaar. CO2-uitstoot is wat vrijkomt als je fossiele brandstoffen verbrandt. Volgens mijn ex-manager leven de medewerkers van het KNMI allemaal van subsidie. Als ze niet zulke onzinverhalen verkopen dan wordt de subsidie ingetrokken en raken ze hun baan kwijt. Een volkomen kromme redenering. Veel voor de hand liggender is het om te denken dat de olie- en auto-industrie het KNMI in diskrediet willen brengen omdat ze grote economische belangen van die industrie in gevaar brengen. Toch geloven sommigen liever het complotverhaal over het KNMI. Wellicht dat dat het gevoel geeft dat niets hoeft te veranderen en we door kunnen gaan op de weg die we gaan.

In Amerika, zo heb ik begrepen, stellen meteorologen hun onderzoeksgegevens veilig en zoeken ze een goed heenkomen. Voor hen is een zwarte tijd aangebroken nu Trump gekozen is tot president. Hun werk wordt gezien als een groot complot tegen de wereld. Tegen de welvaart. Welvaart is in Trumps visie het verder exploiteren van steenkool, olie en schaliegas.

Kutfoto?

Vandaag worden in de Volkskrant dé talenten van de toekomst in het zonnetje gezet. De knappe Nora El Koussour bijvoorbeeld, die zo mooi de rol van radicaliserend moslimmeisje neerzet in de film Layla M. Alleen al door haar verschijning en voorkomen zag ik Jeroen Pauw in de war raken toen hij haar interviewde. Je zou zeggen, die zetten we op een manier op de foto waarbij al haar talenten worden benadrukt… In de Volkskrant een foto waarvan ik denk…tsja, wat denk ik ervan.

Nora kruist zedig haar benen… Ze laat zien wat voor prachtig haar ze heeft… Ze slaat haar ogen zedig neer (???)… En…ik zie sterretjes. Brandende, flikkerende sterretjes. Op een gekke plek. Is dat bewust zo gedaan? Ging het per ongeluk? Laten we vaststellen dat het een kutfoto is!

Sterretjes op een kutfoto

Moslimextremistische zelfhaters

Objectief gezien zie ik slechts een paar ontspoorde jongeren. Niet eens erg veel als je het afzet tegen alle jongeren in Nederland. Het zijn er maar een paar. Vaak, zo hoor ik, gaat hun criminele carrière geruisloos over in een extremistische islam carrière. Anderen blijven steken in een gewone criminele carrière. Het zijn doorgaans Noord-Afrikaanse jongens. Een enkel meisje, soms, maar meestal jongens. Noord-Afrikaanse jongens zijn een onderklasse gaan vormen van kansarmen. Een onderklasse is altijd hofleverancier van criminelen. Altijd. Het vervelende van een onderklasse is, dat het daar ook best goed toeven is. Je wordt gewaardeerd door je vrienden; je leeft weliswaar kort, maar wel intensief. Mensen buiten jouw groep zijn bang voor je en dat versterkt de onderlinge band. Heb je dan ook nog iets als een gezamenlijk geloof, dan kan het hard gaan. Helemaal als je bepaalde situaties als zwaar onrechtvaardig beschouwd en als je ervan overtuigd bent dat jouw bijdrage een eind kan maken aan die onrechtvaardigheid.

Als politicus kan je met de bovenstaande situatie op een paar manieren omgaan. Het meest logische is, dat je iets gaat doen aan die onderklasse. Het idee dat je geen kansen hebt, behalve in de criminaliteit, is slopend voor alles en iedereen. Als politicus zou je dus kunnen kijken hoe je kunt voorkomen dat jongeren zich kansarm gaan voelen. Verder zou je moeten kijken hoe je ervoor kan zorgen dat het veel aantrekkelijker is om uit de onderklasse te komen, dan om erin te blijven hangen. Dat zijn moeilijke vraagstukken waarbij je over een lange adem moet beschikken. Daarbij moet je teleurstellingen verwerken en tegenslagen incasseren. Want, zoals gezegd, die onderklasse heeft ook zo z’n voordelen en wat heb je, als politicus daartegen te bieden?

Waar je dan als goedwillende politicus tegenaan loopt is dat het overgrote deel van de bevolking – iedereen dus die niet tot die onderklasse behoort – vindt dat je je veel te veel bezighoudt met een stel etters. En daarin moet je hen wel een beetje gelijk geven hoewel je eigenlijk geen keus hebt. Dat kost je heel erg veel populariteit. Ik denk dat dit de PvdA is overkomen. Dat denk ik.

Voor zelfhaters die hun criminele verleden hebben omgezet in een moslimextremistisch heden, komt elke hulp te laat. Ze zijn gevaarlijk voor de maatschappij. Niet omdat ze zoveel doden veroorzaken, maar omdat ze ontwrichtende angst en haat verspreiden. Daarom raak ik ook in verwarring van het artikel van Arthur van Amerongen. Hij heeft evenveel gelijk als ongelijk, vind ik. Hij pleit voor krasse maatregelen tegen moslimextremisten. Hij wil dat iedereen die door de geheime dienst wordt aangemerkt als verdachte, het paspoort wordt afgenomen, de uitkering wordt bevroren en een enkelband krijgt opgelegd. Ik ben het met Van Amerongen eens dat het land dan beter beschermd is tegen moslimextremisme en dat de kans op aanslagen een stuk kleiner wordt. Aan de andere kant…als we de geheime dienst, zonder verdere uitleg (want dat doen ze nooit) laten bepalen wie wel of niet tot die groep extremisten behoort…dan gaat dat in tegen al mijn rechtsgevoel. Is dat niet het begin van het einde van onze manier van leven?

Maar de PvdA aanpak is wat mij betreft ook erg vastgelopen… Ik hoop dat 2017 antwoorden brengt, want op dit moment zie ik slechts duisternis en mist.

Mijn topartiest 2016: Bob Dylan

Je ontkomt er gewoon niet aan in deze tijd van het jaar; de lijstjes. Overal worden lijstjes opgesteld over het afgelopen jaar. De beste films van het afgelopen jaar bijvoorbeeld of de top 2000. Graag laat men dan het publiek aan het woord. Bij de top 2000 heb ik geprobeerd om mee te stemmen. Maar dat is niet gelukt. Ik bedacht dat ik mee wilde doen op het moment dat ik er eigenlijk geen tijd voor had. Toen moest ik iets lezen over hoe het allemaal in z’n werk ging en daar had ik toen de rust niet voor. Op een wat rustiger moment probeerde ik het nogmaals, maar toen was het te laat. Jammer, want ik wilde mijn muziek graag een stukje naar boven duwen. Muziek uit de jaren zeventig…toen ik nog jong en onbedorven was. Als ik die muziek hoor, voel ik me weer een beetje zoals ik toen was. Vandaag stond in de Volkskrant de film top 100; een lijst van honderd films die in 2016 in de bioscopen draaide. De Volkskrantlezers konden stemmen, maar ik, die toch altijd goed de krant lees, had dit juist gemist. Aan de andere kant…ik had nauwelijks mee kunnen doen want zoveel films heb ik dit jaar niet gezien. Dat komt vooral doordat films, om commerciële redenen, op een achterlijk moment op de avond worden gedraaid; óf extreem vroeg op de avond, op het moment dat je het liefst nog aan tafel zit, óf laat op de avond, maar dan eindigt de film op het moment dat ik graag mijn tanden poets en mijn bed in stap.

In de top van de filmlijst geen enkele film die ik heb gezien. De filmredactie heeft ook een top lijst samengesteld. Die ziet er duidelijk anders uit. De film ‘Elle’ zie ik hoog genoteerd in beide lijsten. Heb ik niet gezien…Netflix!!!! Bovenaan op 1 ‘The Revenant’. Ook niet gezien. Ik word van die filmlijst een beetje treurig. Net alsof ik niet in het leven sta; of ik niet meer meedoe.

Maar gelukkig, ook voor mij is er een top 100. Spotify heeft mijn muziekgedrag geanalyseerd en er wat toplijstjes mee samengesteld. Dat toplijstje staat nu weer voor mij klaar als afspeellijst. Maar eerst de analyse. Was het abonnement dat ik op deze dienst heb het wel waard? Ik denk het wel: Ik blijk 12.525 minuten geluisterd te hebben. Dat is 208,75 uur. Per dag gemiddeld dus ruim een half uur. Vind ik een goede score. Daarbij komt dat ik gemiddeld dagelijks drie nieuwe nummers hoorde en bijna elke dag wel een nieuwe artiest beluisterde. Ik ben trots op mezelf en vind dat ik het abonnement wel terugverdiend heb. Ik heb € 0,01 per minuut betaald…voor topuitvoeringen.

Dan nu mijn top 3  van meest gedraaide nummers in 2016:

  1. There’s no way out of here – David Gilmoure
  2. Changing of the guards – Bob Dylan *
  3. Mihalis – David Gilmoure

Mijn topartiest 2016: Bob Dylan; De Nobelprijswinnaar!

Even voor de goede orde (en voor mijn zonen die denken dat ik slechts klassieke muziek draai): Op 2, 3 en 4 staan: Ton Koopman, Pierre Boulez en Bayreuth Festival Orchestra… dat je het maar weet!

 

_______

*) gecovered door Patti Smith

Volkomen oninteressant en buitengewoon slaapverwekkend…

Sinds ik het nieuws las dat mijn werkplek zo’n beetje opgeheven wordt, ben ik met niets anders meer bezig. Heus, ik doe mijn best, maar het wil niet lukken. Kerstdagen, lamsbout, tafelgrillen met mijn volwassen kinderen; het helpt allemaal niets. Ik moet weer solliciteren, denk ik steeds. Ik moet mezelf weer gaan verkopen aan mensen en bedrijven die helemaal niets van me afweten. Hier, bij het bedrijf waar ik nu werk, hebben ze me in huis gehaald en men is tevreden over me. Meer dan tevreden zelfs. Ik heb taaie materie doorgrond. Ik heb me weten aan te passen aan de manier van werken die men hier wil. Altijd luisteren en opzuigen. Nooit te beroerd om weer iets nieuws te leren. En nu lees ik zomaar even in de krant dat de Amsterdamse vestiging en de naam van Delta Lloyd gaan verdwijnen. Ik zit niet hoog genoeg in de boom om te weten of dit terecht is of niet, ik weet het gewoon niet. Wat ik wel weet is dat ik mijn baan ga verliezen. In ieder geval mijn baan in Amsterdam. Misschien dat ik in Arnhem mag blijven werken. Misschien dat ze daar een plek voor mij hebben, wie weet. Ik zal daar graag op ingaan, maar jammer vind ik het wel want ik werk gewoon erg lekker in Amsterdam.

Ik fantaseer graag hoe dat onderhandelen verlopen is… Ik denk dat de top van mijn bedrijf de huid zo duur mogelijk verkopen wilde. Ik denk dat ze dat werkelijk van plan waren. Maar het werd niets. Helemaal niets. Hans van der Noordaa tegenover Lard Friese. Ze kenden elkaar al. Van der Noordaa moet beseft hebben dat hij geen enkele partij was voor Lard Friese. Geen enkele. In zijn vorige baan had hij al met hem te maken gehad en hij wist, als ik tegenover hem zit dan krimp ik net zo hard als mijn pielemoos bij de nieuwjaarsduik in de koude Noordzee.

Hans van der Noordaa is voor mij veranderd in de kwade genius. Veranderd in de man die ervoor zorgt dat ik straks weer achter een nieuwe baan aan moet. Wellicht heb ik ongelijk. Misschien is Niek Hoek wel degene die veel verpest heeft met zijn valsspelen. Uiteindelijk is het de koersval die Delta Lloyd heeft genekt. Maar…denk ik aan koersval, dan denk ik aan de beursgang.

September/oktober 2009. Ik werkte net enkele weken bij het bedrijf toen we allemaal naar de foyer werden geroepen. Grote televisieschermen aan de wand. Bij het betreden van de foyer kregen we allemaal een glaasje bubbels. Er was duidelijk wat te vieren. De televisies lieten ineens Niek Hoek zien naast de gong van het beursgebouw. Heel veel mensen om hem heen, maar Niek had de stok in handen waarmee hij, via een slag op de gong, de handel in het aandeel Delta Lloyd mogelijk maakte. Sindsdien, zo werd gefluisterd, werkten we vooral voor de aandeelhouders. Na enkele jaren bleek dat Niek Hoek CS vals speelden en dat ze zich niets gelegen hadden laten liggen aan de regels van AFM en Nederlandse Bank. Toen kelderde het aandeel en werden we ‘prooi’. Allemaal volkomen oninteressant en buitengewoon slaapverwekkend ware het niet dat het over mijn baan gaat.

Vleiend penseel; Caesar van Everdingen (1616/1617 – 1678)

Gezien op 27 december 2016 in het Stedelijk Museum Alkmaar

In het Rijksmuseum behoort het schilderij van het meisje dat haar handen warmt als allegorie op de winter van Caesar van Everdingen tot een van mijn favorieten. Heel glad geschilderd tegen een rustgevende achtergrond. Een test vol gloeiende kolen om haar handen aan te warmen. De gloed van de kolen is zo realistisch geschilderd dat je de warmte haast tegen je wang voelt als je voor het schilderij staat. Een erg lief gezichtje met een enorme detaillering. Lange wimpers en prachtige oorhangers. Een kanten mutsje dat je hoort ruisen als ze haar hoofd zou bewegen. Erg fraai. In het Stedelijk Museum van Almaar ontdekte ik dat er twee van deze schilderijen bestaan. Een kopie ergens in Amerika. Maar wat mij betreft is er geen twijfel mogelijk waar het origineel hangt; dat is het Rijksmuseum. Tenminste als het niet, zoals nu, in bruikleen is gegeven.

Een fraaie tentoonstelling gewijd aan de schilderkunst van Caesar van Everdingen in het Stedelijk Museum van Alkmaar. Een zeventiende eeuwer die wat in de schaduw staat van zijn tijdgenoten. Hij past in het rijtje mindere grootheden als je hem vergelijkt met Vermeer of Rembrandt. Maar dat wil niet zeggen dat hij geen hele fraaie schilderijen heeft gemaakt. De allegorie op de winter is daar een voorbeeld van. Maar toch niet in het rijtje van de allergrootsten.

De tentoonstelling in het Alkmaarse Stedelijk lijkt in de huidige trend te passen van tentoonstelling van streekmusea van schilders die in hun stad of streek geboren zijn. In de lijn van Jeroen Bosch in Den Bosch of Alma-Tadema in het Fries Museum. Wat mij opvalt is, dat de schilders weliswaar in de betreffende streek geboren zijn, maar die streek al lang zijn ontgroeid. Op zich niet erg. Zo reist schrijver dezes ook eens naar een paar plaatsen buiten de randstad. De in Alkmaar geboren schilder Caesar van Everdingen heeft een mooi eerbetoon gekregen in de stad waar hij 400 jaar gelden geboren werd.

Een opmerkelijk verhaal vertelt de restaurateur van het schilderij ‘De wijnoogst’ op de gratis audiotour. Ze vertelt dat het schilderij tijdens vorige restauraties nogal overgeschilderd was. Het bladerdek bijvoorbeeld was gewijzigd in een effen kleur groen. Deze oude restauraties werden tijdens de laatste restauratie verwijdert om zo het oorspronkelijke schilderij weer terug te krijgen. Tijdens dat verwijderen kwam er een vijfde vrouw tevoorschijn. Klein en in de linkerbenedenhoek. Ik kan me voorstellen dat je daar als restaurateur blij van wordt. Ik bekijk zo’n schilderij toch net even anders; die vijfde vrouw is zo slecht geschilderd dat ik het helemaal niet zo’n raar idee vind om haar onder een dikke laag verf te verstoppen.  De vijfde vrouw vind ik ook helemaal niet lijken op de rest van de vrouwen op het schilderij; een slecht geschilderd buitenbeentje…maar dat is helemaal mijn mening.

Het laatste schilderij op de tentoonstelling wordt in de auditor besproken door Frits Wester. Het toont een trotse zeevaarder met op de achtergrond de haven van Batavia.  Koelte wordt hem toegewuifd door een slaaf en zijn kleren worden voor hem gedragen door een kind slaafje.  Wester ziet dat als de lichte en de duistere kant van de VOC. Aan de ene kant de gewone jongen die zich met behulp van de VOC kon opwerken naar een hoge post maar aan de andere kant het donkere verleden met slavernij en slavenhandel. Ik begrijp wel wat Wester zegt, maar toch vind ik dat een beetje te hedendaags geredeneerd.

Een zwak aspect van de audiotour was het aan het woord laten van kinderen over portretten van kinderen. De basisschoolleerlingen beschreven de schilderijen vanuit hun perspectief.  Aardig, maar daar kom ik niet voor naar het museum.

Al met al een tentoonstelling die leuk is om te bezoeken. Verwacht geen hemelbestorming van de hemel. Aardig…dat is denk ik wel het juiste woord.

 

Kerst 2016

Gelukkig was het resultaat helemaal perfect. Maar sjonge, wat maakte ik me nerveus. Grote stukken vlees op de juiste manier bereiden, dat valt niet mee. Je doet het eigenlijk nooit. Wanneer bereidt je nou een ham, een complete ossenhaas, een kalkoen of, zoals in mijn geval gisteren, een lamsbout? Eigenlijk maar op twee dagen in het jaar; met kerst. Dan eet je met veel mensen samen en heb je veel vlees nodig. Want je wilt ook luxe uitstralen. Zelfs als het een eufemisme is als je zegt dat je baan op de tocht staat. Zelfs dan wil je met kerst luxe uitstralen. Dus had ik bij de islamitische slager in de Haarlemmerstraat een lamsbout besteld. Eergisteren ging ik hem ophalen.

De islamitische slager in de Haarlemmerstraat zit in een bijzondere winkel. Bij het bestellen van mijn lamsbout was ik zo verschrikkelijk bezig met wat ik bestellen ging, dat ik vergat om me heen te kijken. Vrijdag ging ik het boutje ophalen en had ik wat meer rust en inderdaad, die tegeltableaus die De Gruyter er destijds in had laten maken, zijn fantastisch. Een Chinees uitziend tafereel over thee. Een Arabische scene met koffie. De anderen kon ik niet goed genoeg bekijken omdat ze goeddeels verdwenen waren achter de ingebouwde koelcel. Bovendien moest ik het koppie erbij houden. Achter het toonbankglas zag ik mijn bout liggen. Meteen de twijfel. Best klein. Zou dat wel genoeg zijn voor al die vleeseters? Zal ik er twee nemen. Maar ik verwierp de gedachte toen de slager het stuk vlees op de weegschaal legde en de prijs noemde. Dat was best veel. Zelfs toen hij een tientje van de prijs afhaalde, was het nog best duur. Een tweede erbij? Uitgesloten.

Omdat ik samenleef met mijn bloedeigen, vegetarische Josien, was de bout helemaal mijn probleem. Of ik hem ging koken, braden, grillen, stoven of desnoods frituren, het kon haar niet boeien; ze zou er geen stukje van eten. Zelfs niet proeven. En zo kwam ik gisteren best alleen te staan. Ik mag het gerust zo stellen; ik voelde me best eenzaam met mijn bout. Want hoe maak je zo’n ding klaar. Daarom liet ik me helpen door YouTube.

Ik kwam terecht bij Belgische Ilse. Een moederlijk type. Niet echt een kok. Dat zie ik aan de manier waarop ze de verschillende ingrediënten onder handen neemt. Ietsje onhandig. Maar wel een schatje. Met haar zalige vlaamse tongval legde ze uit hoe of wat met de lamsbout. Dat leek me wel een leuke. Maar van sommige dingen kreeg ik niet voldoende hoogte om het werk zelf aan te durven. Daarom ook de vermaledijde Jamie Oliver bekeken. Die man is niet van het scherm te tremmen, maar hij is wel duidelijk over oventemperatuur en lengte van het braden. De gewenste kerntemperatuur had ik al gegoogeld. En zo ging ik aan de slag met een rub van rozemarijn, tijm, knoflook, citroenrasp en olijfolie. En ik bestak de bout met stukje knoflook en rozemarijn. En toen de oven in. Anderhalf uur, dacht Jamie, maar mijn thermometer maakte er twee uur van; ik ga geen rauw vlees serveren. Goed ingepakt in aluminiumfolie en vervolgens gerold in een warme deken vervoerde we hem naar zwager en schoonzus en daar was het uur u. Hét moment.

Mijn God, dat vlees smolt op je tong! Tot in de perfectie klaargemaakt. Door mij. Ik heb niet snel kapsones, maar deze bout was jé van het. Eerlijk waar. Daardoor vergeet je even te denken aan Nationale Nederlanden en hun aankondiging dat ze het Amsterdamse kantoor gaan sluiten. Je vergeet het gewoon als je het vlees van die bout proeft. Zo jammer dat ik Josien niet blij kan maken met lamsbout. Zo jammer!

Veni, vidi, foetsie

Het ziet er toch naar uit dat ik een nieuwe baan moet gaan zoeken. Het is treurig…Het lijkt alsof dit nieuws niet tot mij door wil dringen. Ik voel er haast geen emotie bij. Ik las net in de Volkskrant dat het kantoor van Delta Lloyd in Amsterdam dicht gaat. Dat is het kantoor waar ik doorgaans mijn werk zit te doen. Op het ogenblik hebben we reorganisatie op reorganisatie en aanvankelijk leek het erop alsof de overname van Delta Lloyd wat extra banen ging kosten. Niets nieuws onder de zon, dus. Maar het gaat veel verder. Ik ben niet emotioneel maar wel wat beduusd. Ik kan me niet voorstellen dat ze met de overname van Delta Lloyd en het wegbezuinigen van het kantoor in Amsterdam ook meteen al het personeel gaan ontslaan. Maar waar willen ze ons anders gaan huisvesten? Ik heb geen idee… Het gaat wel om een slordige vierduizend mens. Spannende tijden. Ik zet het van me af. Eerst de kerstdagen, OudEnNieuw en op vakantie naar Texel. Daarna zien we wel weer verder. Ik ga het helemaal van me afzetten. Ik vrees dat er voor mij ook helemaal niets anders op zit. Ik ben geen aandeelhouder dus er is niets dat ik eraan kan doen. Helemaal niets.

David Knibbe wordt mijn nieuwe bovenbaas. Gisteren zat hij tijdens het journaal naast ónze roerganger; Hans van der Noordaa. Qua uitstraling gaan we er flink op vooruit, dat moet gezegd. Als Van der Noordaa zijn mond opendoet verwacht je gestotter en ge-uh, maar dat valt wel mee. Het is zijn afwezige charisma dat opvalt en zijn uiterlijk van een gemiddelde boekhouder. Ik begrijp niet waarom deze man ooit op deze plek is gekomen. Niek Hoek was ook niet echt een flamboyante persoonlijkheid. Pas achteraf bleek dat hij een economische schuinsmarcheerder was. Wellicht dat ze daarom een extra saaie, compleet nietszeggende man op de hoogste positie hebben gezet; zodat ze zeker wisten dat Delta Lloyd zich aan de regels hield.

Inhoudelijk gaat het werk bij Delta Lloyd over helemaal niets. Over geld. Voor mij zijn mensen interessant, geld niet. Maar helaas we kunnen niet zonder geld omdat ons verlangen naar dingen zo groot is. Bij Delta Lloyd zorgen we ervoor dat je ook, nadat je gestopt bent met werken, dingen kunt blijven kopen. Meer niet. Maar er wordt heel gewichtig over gedaan, terwijl dat het natuurlijk nauwelijks is. Zorg en onderwijs…dat zijn belangrijke dingen. Vooral het onderwijs. Jonge mensen begeleiden in het omgaan met de wereld. Mensen leren wat er leuk en mooi is aan alles om ons heen. Jonge mensen leren nieuwsgierig te zijn naar alles. Dat is werk dat ertoe doet. Daartegen valt de betekenis van mijn werk bij Delta Lloyd in het niet. Maar toch wil ik mijn baan niet verliezen. Maatschappelijk weliswaar wat minder relevant, maar toch behoorlijk complex. En…complex werk maakt mij blij. Ik hou van het oplossen van puzzels en…ik wil mijn welstand niet verliezen.

Een jaartje of twee geleden stelde men Hans van der Noordaa aan als bovenbaas van Delta Lloyd. Alsof ze de ondergang van het bedrijf zagen aankomen. Van der Noordaa; onze bangige Caesar in Asterix: Veni vidi foetsie: Ik kwam, ik zag, en ik maakte de pleiterik.

Zeearend

Er cirkelde al een tijdje een stel buizerds boven de tuin waar vroeger mijn schoonouders een tuinbouwbedrijf hadden en waar ze tot aan hun dood woonde. Mooie vogels. Vogels waar ik vroeger erg van hield. Het woord roofvogel had een speciale klank, voor mij. Het had iets gevaarlijks maar ook iets statigs. Een vogel die hoog in de lucht rondcirkelde en dan beneden op de grond een prooi zag. En dan, plotsklaps uit de lucht viel en de prooi doodde. Van prooidieren had je er veel, van roofdieren maar weinig. Als we zo’n vogel zo majestueus door de lucht zagen glijden, dan werden we stil en wezen we elkaar het beest aan. Boven de tuin van mijn schoonouders cirkelden buizerds. En op een kwade dag namen de buizerds een kippetje. Slechts wat veren vond mijn schoonmoeder terug van haar kampioen legkip. Dat was treurig.

Kan gebeuren, dacht mijn schoonmoeder, want ze gunde de buizerds ook best een hapje. Maar de buizerds hadden bloed geproefd. Makkelijk bloed. Kippenbloed. Enkele dagen later zag ze dat de buizerd op een zojuist, vers, door hem zelf geslachte kip zitten. Met veel misbaar jaagde mijn schoonmoeder de buizerd weg. De vriendelijke verhouding tussen roofvogel en oude vrouw was weg. Eén kippetje is oké, maar alle kippetjes, dat gaat te ver. Daarom bouwde mijn zwager, in opdracht, een onderkomen voor de kippen waarin ze zich konden verschuilen.

Op een goede dag ging schoonmoeder de kippen voeren. Een tochtje dat ze, ondersteund door rollator, tweemaal daags ondernam. En wie trof ze aan in het onderkomen van de kippen…de buizerd! Hij was binnengekomen maar kon de uitgang niet vinden. En de buizerd was bang. Hij krijste. Buizerds krijsen als ze bang zijn. Want waar kon hij naartoe. Zo’n beest dacht alleen aan kippetjes en smullen. Niet hoe hij weer uit het kippenhok moest komen. Maar mijn schoonmoeder voelde op dat moment geen medelijden. Ze greep haar stok, die ze in geval van nood altijd in haar rollator had liggen en voelde een enorme woede in haar borst zwellen. ‘Ik zal dat rotbeest’, moet ze gedacht hebben. ‘Mijn kippen jatten! Ellendeling’, moet ze gevloekt hebben. En ondersteund door haar rollator en met haar stok geheven liep ze richting buizerd. Maar de buizerd was zó bang. Volgens mijn schoonmoeder zag ze bijna tranen in ’s roofvogels ooghoeken wellen. En dat kon ze niet aanzien. Ze opende het hok en liet de buizerd vrij…

Ik moest erg denken aan deze scene toen ik in de Volkskrant gisteren een foto zag van een neergeschoten zeearend. Wat waren we trots op het feit dat zeearenden weer in ons land broedde. De grootste roofvogel van ons land. Een gemiddelde spanwijdte van boven de twee meter. De overtreffende trap van majestueus. Als het beest boven de velden zweefden dan kreeg je het gevoel van een keizer die zijn rijk overzag.

Waarschijnlijk viel ook deze roofvogel op makkelijke prooidieren die daar niet voor bedoeld waren. Zo was het denkelijk allemaal misgegaan. Ik kan me voorstellen dat hij tamme eenden, ganzen, kippen of misschien wel een lammetje gepakt had. Mensen houden niet van concurrentie van zeearenden. En niet iedereen is zo vergevingsgezind als mijn schoonmoeder. Nee, dit mens gaf de rover zijn verdiende loon en schoot hem dood. Wellicht wist de schutter niet dat het hier om een vogel ging waarop we ze trots waren. Maar zo gaat dat soms.

De wereld is onrechtvaardig.

Het is om moedeloos van te worden. Alles om me heen. Sunny Bergman is het gelukt om ook nog de intellectuele linkse bovenlaag in conflict te brengen met elkaar en met anderen. Een prestatie van jewelste. Mensen die, wellicht niet volledig met hun hart, maar toch wel met hun verstand, vinden dat iedereen gelijk is hadden we moeten mobiliseren en ondersteunen. Mensen zoals jij en ik die vinden dat je ongeacht je afkomst, je huidskleur, je sekse of je seksuele geaardheid gelijke kansen moet hebben. Dat zouden de mensen moeten zijn die een front blijven vormen tegen de PVV-aanhang. Tegen de racisten en de xenofoben. Sunny Bergman weet met haar film ‘Wit is ook een kleur’ ook het laatste bolwerk nog te nemen: De linkse intellectueel van goede wil. Gefeliciteerd! Natuurkundig gezien is de titel flauwekul, trouwens. Dat heb ik van Robert Dijkgraaf geleerd tijdens zijn televisiecollege een week of twee geleden. Wit is alle kleur. Alles bij elkaar. Dat gegeven zegt weer helemaal niets over huidskleur.

Ik heb Sunny Bergmans film niet gezien. Niet omdat ik het niet wilde, maar ik heb hem gewoon gemist toen hij uitgezonden werd. Ik kan dus nauwelijks iets over de inhoud zeggen. Wel wat over de reacties. Die liegen er niet om. Dan heb ik het niet over het volksdeel dat zonder blikken of blozen hun sluitspier hebben geopend. Die gewoon de stront laten lopen. Nee, ik heb het over de mensen die nadenken en die zich er genuanceerd over uitlaten. Heel veel methodologische kritiek. Zo schijn Bergman kleuters voor twee poppen te hebben gezet; een wit popje en een zwart popje. Vervolgens zadelde ze de kleuters op met de vraag welke pop lief was en welke stout. Het gewenste antwoord is natuurlijk: Ik vind beide popjes even lief. Maar alleen al door de opdracht was dat niet mogelijk, begreep ik. Lijkt me foute boel. De meeste kleuters kozen voor de witte pop, hoorde ik. Dat kan aan honderd zaken liggen maar Sunny schijnt er slechts één interpretatie aan te geven; het zit in onze genen als gevolg van vierhonderd jaar slavernij… De grootste onzin theorie van de afgelopen jaren.

Bovendien, zo lijkt het, heeft Sunny Bergman zich volledig in haar stellingen ingegraven. Als ik Elma Drayer en Robert Vuijsje mag geloven is er nergens een spoortje twijfel in het denkraam van Sunny Bergman. Ik weet ook niet goed wat Bergman probeert te bereiken, eerlijk gezegd. Ik denk dat de analyse van Bergman tot weinig goeds leidt. Mensen als Bergman en Gloria Wekker zijn erg slecht voor mensen die een gekleurd velletje hebben. Het maakt hen passief. Want…als mensen met een witte kleur er alles aan doen om mensen met een andere huidskleur dwars te zitten, waarom zou je dan, als gekleurde mens, nog ergens je best voor doen? Laat die witte mensen maar een eerste stap doen. Als de witte mensen veranderen, dan krijgen de gekleurde mensen kansen… Zo contraproductief als wat, lijkt mij.

Verfrissend is daarom vandaag de bijdrage van Willem van Oostvoorne in de Volkskrant. Niet jammeren omdat het allemaal zo oneerlijk was, staat er boven zijn artikel. En daar heeft hij gelijk in. De wereld is altijd onrechtvaardig geweest; wat we er ook aan deden. We zullen ermee moeten omgaan en er het beste van maken. In het verlengde wat Willem van Oostvoorne schrijft, voel ik me zelf vaak miskend; net of het bij mij altijd vanzelf gegaan is…