Mevrouw Kempen is overleden

Ik lees net de rouwadvertentie van Noor Kempen. Juffrouw Kempen voor mij. Ook toen al kwam dat ‘juffrouw’ moeilijk uit mijn strot. Een gek woord. Het voelde kleinerend. Alsof degene die je zo noemde nog niet volwassen was. Meisjes uit mijn klas lieten trots zien dat officiële instanties voor hun naam ‘mej.’ zetten. Bij mij ‘dhr.’ maar bij hun ‘mej.’ De officiële aanspreektitel van een ongetrouwde vrouw. Voor ons gevoel een nog onvolledige vrouw. Kennelijk waren alleen getrouwde vrouwen volledige vrouwen. Maar, in de tijd dat ik op het Montessorilyceum zat, was ‘juffrouw’ Kempen wel degelijk een volledige vrouw. Naast ‘juffrouw’ Kempen was er namelijk een ‘juffrouw’ Poortman. Zij woonden in hetzelfde huis en laten we wel wezen, in onze tijd zouden ze vast met elkaar getrouwd zijn geweest. Ik stel voor om in mijn herinnering de ‘juffrouwen’ te vervangen door ‘mevrouwen’. Mevrouw Kempen was de baas over onze school, mevrouw Poortman was mijn lerares Engels.

Erotisch gezien hadden wij, als pubers, weinig houvast aan mevrouw Kempen en mevrouw Poortman. Toen ik hen leerde kennen waren het al dames van middelbare leeftijd. Juffrouw Poortman was bovendien eigenlijk een tikkeltje te zwaar. Alleen het idee dat ze als vrouwen samenleefden vonden wij spannend. Het riep bij ons de vraag op ‘hoe zij het nou deden’. Er werd over gefluisterd, er werd over gesmiespeld. Het hield ons bezig. We waren druk aan het zoeken naar wie we zelf precies waren en naar wat we bij een ander naar verlangden. Bij mij was dat meteen al duidelijk want ik dreigde in die periode de geest te geven door stijgende bloeddruk over iedereen met beginnende of voltooide tietvorming. Ik werd daar helemaal gek van.

Mevrouw Poortman gaf ons Engels. We waren een beetje bang voor haar want ze kon verschrikkelijk streng kijken. Maar ze had een enorm gevoel voor humor en als ze lachte dan deinde haar volle lichaam mee. Leerkrachten die het moeilijk hadden voor de klas gebruikten mevrouw Poortman als boeman: ‘Nog één woord en ik stuur je naar juffrouw Poortman’, zeiden ze dan. Leek dat dreigement niet te helpen, dan was mevrouw Kempen het volgende station. Dat was tevens het eindstation want hoger was er niet. Ik zelf was een voorbeeldige leerling. Dat kan ik echt wel zeggen. Niet dat ik ooit huiswerk maakte of anderszins ‘mijn best’ deed, maar desalniettemin was ik erg geliefd. Vond ik wel jammer, want ik ontdekte al vroeg dat niet-geliefd zijn bij de leraren veel succesvoller was bij de meiden. Maar dat terzijde. Maar ondanks dat er qua gedrag weinig op mij aan te merken viel, werd ik één keer naar mevrouw Kempen gestuurd. Voor straf.

Ik trilde en ik beefde. Jongens wat was ik bang toen ik (te) zachtjes aanklopte op de deur van haar kamer. Toen ik met bonzend hart voor haar stond vreesde ik het ergste. Maar…niets van dat alles. Ik deed mijn verhaal en dat was dat. Mevrouw Kempen was een al vriendelijkheid en zachtmoedigheid.

Bij mevrouw Kempen moet ik denken aan mevrouw Poortman en bij mevrouw Poortman denk ik aan ‘Alice in Wonderland’ en als ik daaraan denk, dan hoor ik haar als de Mad Hatter… Nu zijn ze beiden overleden…

Reorganisatie

Eigenlijk zou ik vandaag mijn tekstverwerker moeten laten zwijgen. Hoewel ik me voorgenomen heb om me niets aan te trekken van de komende ontslaggolf bij mijn werkgever, doe ik dat wel. Ik had me voorgenomen om te denken dat alles al beslist was en dat ik er nauwelijks invloed op kan uitoefenen. Dat klopt wel, maar desalniettemin ben ik er nu dag en nacht mee bezig. Het gaat mij niet in de koude kleren zitten. ‘Ze willen gewoon van een aantal rotte appels af’, wordt er gezegd, maar wie zegt dat ik zelf niet tot die rotte appels behoor? Wat is precies de definitie van ‘rotte appel’? Ik weet het niet.

Overdag heb ik last van migraineaanvallen. Bij mij geen hoofdpijn maar een zich uitbreidende blinde vlek. Ik kan dan nauwelijks nog zien. Je wordt er behoorlijk moe en misselijk van. Ook hoofdpijn. Echte spanning. Ik merk dat ik niet goed tegen zo’n reorganisatie kan.

Inmiddels hebben we gehoord dat ruim tien procent van het vaste personeel weg moet. Dat is veel. Heel erg veel. Je troost jezelf dat er van die en die waarschijnlijk heel veel eruit moeten, maar zekerheid, dat heb je niet. Geeft ook niemand. Bovendien zijn er al lijstjes gemaakt en op welk lijstje sta ik? En bij wie sta ik op een lijstje. Om gek van te worden!

Maar zo erg is het nou ook weer niet om eruit gestuurd te worden. Je krijgt een zak geld mee en een outplacementtraject… Wat kan je gebeuren? Niets! Zeg ik dan. Van alles! Denk ik dan. Ik word helemaal gek! Voel ik dan. Maar pensioenen, dat is toch niets voor mij? Wat een saaiheid. Alleen al als je aan pensioenen denkt, verval je in één grote gaapkramp. Ja, dat is ook zo. Maar het verschaft mij wel welstand. Die is heus niet heilig, maar toch…

Zo’n reorganisatie doet mij geen goed. Zelfs het idee dat het anderen nog veel meer treft dan mij is helemaal geen pleister op de wond. Ik wil ook niet dat het een ander treft. Ik heb het echt moeilijk. Sorry dat ik een beetje zeur. Ik ben nou eenmaal iemand die best geeft om zekerheid en die zekerheid staat op de tocht. Was ik wat dat betreft maar iets meer als mijn pa; hem kon het allemaal helemaal niets schelen. Pfff, mijn pa. Hij zou er een pilsje op genomen hebben en gedacht hebben aan de zak met geld die hij mee zou krijgen.

Billetjes in soft-focus

Vriend Chi wilde fotograaf worden en de meisjes die hij voor zijn camera wist te krijgen, wilden steevast een paar foto’s in soft-focus. We hadden er nog over gediscussieerd, Chi en ik, over hoe je dat effect teweeg kon brengen. Ooit had ik gehoord dat je dan vaseline op de lens moest smeren. Leek me nogal een toestand. Je moest het dan gelijkmatig op de lens aanbrengen, dacht ik. Naar het midden van de lens moest de laag dan steeds dunner. En hoe kreeg je het spul na de fotosessie weer van je lens? Maar gelukkig las Chi alles wat los en vast zat over fotografie en wist hij dat er speciale soft-focus lenzen in de handel waren. Ik was best jaloers op Chi. Met zijn oosterse uiterlijk en zijn durf wist hij duizend keer meer te bereiken bij de meisjes dan ik. Met en zonder soft-focus lens.

Wij waren aan het zoeken naar waar we de rest van ons leven mee bezig wilden zijn, Chi en ik. Kunst stond in hoog aanzien. We lazen dat de stukken ervan afvlogen. Gek genoeg kan ik me heel veel Russische meesters herinneren en Couperus. Maar ook Jan Wolkers. We waren gek op Jan Wolkers. We herkenden in zijn romans dat ‘grote gevoel’ dat wij voelden. In zekere zin hoorde dat grote gevoel ook bij David Hamilton. We twijfelden; was hij nou een artistiek hoogtepunt of een geil oud mannetje dat lekkere meiden in hun blootje fotografeerde. Dat laatste verdrongen we want toen was het nog zo dat alles ‘moest kunnen’. De meiden waren gek op zijn foto’s en wij vonden die foto’s niet onaangenaam om naar te kijken. Bovendien konden we dat schaamteloos doen. Weliswaar stonden de meisjes in verleidelijke posities, maar het was toch echt bedoeld als kunst. In kunst mocht alles, vonden we. Meisjes waren er ook gek op. Ik denk dat ze in de foto’s van Hamilton hun ontluikende vrouwelijkheid herkenden, of zoiets. Je zou het eigenlijk aan de meisjes-fans van toen moeten vragen, want wat weet ik ervan?

Bij Tuschinsky kochten Chi en ik kaartjes voor de Hamilton film Bilitis. We waren heel erg benieuwd naar deze vooral esthetische film over meisjes die verlangden naar het leven als volwassen vrouw en daarmee naar de liefde. Met onze kaartjes tevreden in de hand hoorden wij wat de volgende man bestelde aan het loket: ‘Twee kaartjes voor billetjes’. Wij voelde ons geschokt.

Vandaag komt het nieuws naar buiten dat David Hamilton zelfmoord heeft gepleegd. In eerste instantie een gek idee; de man was boven de tachtig. Zolang zou het niet meer duren voordat hij vanzelf de geest zou geven. Maar ik lees wat er speelde en daarom begrijp ik zijn zelfmoord wel. Moest destijds ‘alles kunnen’; we zijn nu in de nieuwe kuisheid aangeland. Maar ook zijn er wat schellen van onze ogen gevallen. David Hamilton verzamelde rond zich een snoepdoos van jonge pubermeisjes. Dachten wij in zachte romantische beelden, Hamilton zelf dacht aan de snoepjes. Die wijde hij met veel enthousiasme in de liefde in. Dat begint nu naar buiten te sijpelen. Hamilton wilde de maatschappelijke reuring die de onthullingen teweeg zouden brengen niet meer meemaken. Ik denk dat ik in zijn positie hetzelfde had gedaan. Dan heb ik het over de zelfmoord. Niet over de seks. Van meisjes van dertien blijf je als volwassen kerel af.

White privilege van de koude grond

Sunny Bergman neemt het ‘theoretische kader’ van Gloria Wekker over en Gloria Wekker nam het weer van Peggy McIntosh over. White privilege…bestaat dat? Heb ik, alleen al door mijn blanke huid, voordelen ten opzichte van mensen met een gekleurde huid?

‘White Privilege’ is uitgevonden door Peggy McIntosh. Een grotendeels uit haar duim gezogen theorie. Dat zegt ze zelf in het interview dat ze aan de Volkskrant gaf: ‘Met bewijs verzamelen was ik niet bezig.’ Haar kennis kwam binnen als Sinterklaas op Sinterklaasavond. Zomaar ineens. En ze geloofde in Sinterklaas. Volgens McIntosh is het een historisch gegeven dat gekleurde mensen altijd in lager aanzien staan dan witte mensen. Voor haar hoeft dit niet bewezen te worden. Als mensen daar anders over denken, dan vindt McIntosh dat ze een gebrek aan historisch besef hebben; ze zijn te dom om haar gelijk te zien.

Maar stel dat het inderdaad zo is dat er onder invloed van de geschiedenis een situatie ontstaat waarin mensen met een bepaalde kleur huid voordelen hebben ten opzichte van andere mensen, dan moet dat aantoonbaar zijn, denk ik. Bovendien moet de historische context aanwijsbaar zijn. Zomaar beweren dat superioriteitsgevoel alleen maar met de kleur van de huid te maken heeft, is racistisch.

Als ik het interview met McIntosh lees en de Amerikaanse geschiedenis bekijk…tsja…dan zit daar natuurlijk wel wat in. McIntosh vertelt dat witte kolonialisten de oorspronkelijke bewoners van Amerika hebben uitgemoord en daarna zwarte mensen in slavernij naar hun gestolen land hebben gevoerd. Een land gebaseerd op moord en slavernij. Weliswaar werd de slavernij in de negentiende eeuw afgeschaft maar toch was er tot in de jaren zestig van de vorige eeuw, een volledige segregatie tussen blank en zwart. Het beeld van slaafse dienstbaarheid van zwarte mensen zonder dat ze rechten hadden, lijkt me wel te kloppen. Het lynchen van al of niet terechte zwarte criminelen leek volksvermaak numero uno. Je kan je in zo’n situatie voorstellen dat er aan het emancipatiefront nog heel wat werk te verzetten is. Dat de verhoudingen in zo’n korte tijd helemaal rechtgezet zijn, kan ik me nauwelijks voorstellen. Daarom denk ik dat het in veel streken van Amerika wel degelijk voordelig is om een witte huid te hebben.

Gloria Wekker zet McIntosh’ d’r theorie over naar ons kikkerlandje. Wekker beweert dat in Nederland sprake is van een geschiedenis van vierhonderd jaar slavernij en kolonialisme. Net als in Amerika moet dat wel iets doen met de Nederlandse samenleving. Volgens Wekker zitten kolonialisme en het slavernij verleden in de haarvaten van de Nederlandse witte cultuur. Daarom worden gekleurde mensen systematisch achtergesteld, volgens Gloria Wekker.

Maar heeft Nederland wel dat verleden waar Wekker het over heeft? Nee, dus. Helemaal niet. Nederland heeft geen slavernijverleden en Nederland heeft geen koloniaal verleden. Een kleine top in Nederland verdiende kapitalen aan slavernij en kolonialisme in Suriname en Indonesië, dat wel. Suriname heeft een koloniaal en bovendien een slavernij verleden. Indonesië heeft alleen een koloniaal verleden. Een beperkte groep mensen die van oorsprong Nederlands waren, maken onderdeel uit van de geschiedenis van beide landen. De Nederlanders die in de kille delta van de Rijn en de Maas bleven wonen maakten hun geschiedenis hier. In die geschiedenis speelde kolonialisme en slavernij geen rol van betekenis. In dat drassige land waar het altijd miezert en druilt, droomden ze van vrolijke warme landen waar alles beter was. De ongelijkheid tussen mensen is niet te verklaren vanuit white privilege in Nederland. Echt niet.

 

Haye van der Heijden en de underdog

Haye van der Heijden vind ik een rare man. Hij moet enorm slim zijn. Een hele reeks boeken heeft hij op zijn naam staan. Hij regisseert, en speelt in televisieseries. Is cabaretier en schrijft toneelstukken. Iemand met heel erg veel in zijn mars, zou je zeggen. Bovendien heeft hij over het verleden nagedacht. Zijn ouders maakten in de tweede wereldoorlog een foute keuze. Van der Heijden zegt daar in zijn jeugd onder geleden te hebben. Dan moet hem toch zijn opgevallen dat de foute keus van zijn ouders mede zo fout was omdat ze daarmee voor akelig racisme gekozen hebben. Racisme dat niet alleen bij woorden bleef maar dat eindigde in één van de grootste moordpartijen in de geschiedenis. Hij moet daarover nagedacht hebben als intellectueel. Wilders’ uitspraken liegen er niet om. Paralellen met de tijd van toen zijn wel degelijk waarneembaar. En toch komt hij tot dezelfde foute keuze als zijn ouders. Dat begrijp ik dus helemaal niet. Ik kan er met mijn verstand niet bij.

Wilders staat terecht vanwege zijn volksophitserij. Daarom heeft men massaal aangifte tegen Wilders gedaan; je moet toch wat. Bovendien, mensen voelen zich echt bedreigd. Ik zelf sta erg ambivalent tegenover zo’n proces. Aan de ene kant vind ik dat Wilders de grens allang overschreden heeft, maar dit was de limit en daar wil ik graag een uitspraak over hebben van een rechter. Aan de andere kant geeft zo’n rechtszaak hem een podium waar vele politici jaloers op zijn. Dat weet Wilders zelf ook. Haye van der Heijden, aan tafel bij Jeroen Pauw in zijn late-night show, niet. Hij vindt Wilders in een beklagenswaardige positie zitten. Merkwaardig. Als politicus is dit natuurlijk Wilders’ finest hour. Hij hakt in op de andere politici die zichzelf niet kunnen verdedigen. Hij hakt in op de rechterlijke macht, terwijl die zich nooit verdedigen. Maar nee, Haye van der Heijden blijft een underdog zien, in een beklagenswaardige positie. Een underdog, terwijl Wilders al tijden niet meer is; hij ligt juist boven…

Pauw vroeg aan actrice Nora el Koussour wat voor impact Wilders’ uitspraak op haar gehad heeft. Tikkeltje flauw van Jeroen Pauw want Nora el Koussour brengt met haar ontwapenende verschijning elke man compleet in verwarring. Als Nora el Koussour ergens onder geleden zegt te hebben dan komt de ridder in iedere kerel boven. Maar dat terzijde. Nora vertelde dat ze nooit had stilgestaan bij het feit dat ze een Marokkaanse achtergrond had, maar dat Wilders’ uitspraak haar zomaar ineens brandmerkte; dat ze zich sindsdien helemaal bewust is van haar achtergrond terwijl dat nooit speelde. Ze liet ook zien dat ze daar onder leed. Pijnlijk vond Haye van der Heijden dat. Zo had Haye dat dus niet gezien… Daar denk je toch over na als intellectueel? Wat hebben woorden van een politicus voor een impact…daar denk je over na, toch?

Vervolgens, en dat was ook een tikkeltje flauw van Jeroen Pauw, verving hij in de ophitsende woorden van Wilders het woord Marokkanen met Joden: ‘Dus ik vraag aan jullie: Willen jullie in deze stad en in Nederland: Meer of minder Joden?’ Dat klinkt echt rottig. Ook voor Haye van der Heijden met zijn SS-vader. Ik, als eenvoudige jongen had die vertaling al een keer of duizend gemaakt, maar Haye van der Heijden niet. Hij schrok duidelijk. Nog nooit aan gedacht. Hoe kan dat? Ik kan er met mijn pet niet bij; een intellectueel die zo’n vertaalslag niet gemaakt heeft.

Kan iemand mij het verschijnsel Haye van der Heijden uitleggen?

Vrouwen hebben niets te verliezen dan hun ketenen!

Eergisteren, werd Marx’ stelling dat godsdienst opium voor het volk is, bevestigd. Op de televisie, deze keer. Tijdens het programma Zembla van 22 november, zond men een documentaire uit die alles wat ik al dacht, bevestigde. Ik ben geen gelukkige gelijkhebber, maar het is toch zo. Godsdienst zorgt ervoor dat mensen niet voor hun rechten opkomen en hun persoonlijke ontwikkeling staken. Godsdienst zorgt ervoor dat emancipatie in de kiem gesmoord wordt. Godsdienst zorgt ervoor dat mensen dommer blijven dan ze zijn. Godsdienst houdt de bestaande verhoudingen in stand terwijl ze, ook in onze tijd, flink veranderd zouden moeten worden.

De documentaire ging erover of moskeeën en imams zich aan de Deense wet hielden. Daarom werden eerst bestuursleden van de moskee geïnterviewd en daarna werd met een verborgen camera onderzocht in hoeverre het woord van de moskeebestuurder (‘natuurlijk houden wij ons aan de wet’) klopte met wat de imam van de moskee verkondigde.

Met een verborgen camera in haar handtas ging de vrouw de moskee binnen en filmde daar wat er gebeurde. De vrouw ging advies vragen bij de imam. Ze vertelde dat ze thuis ruzie hadden. Een slecht huwelijk hadden. Haar man sloeg haar tijdens die ruzies. Daarom wilde ze niets meer van hem weten. Ze wilde al helemaal geen seks meer met hem. Omdat de man zo ontevreden was, had hij besloten om een tweede vrouw te nemen. Daarom wilde ze scheiden van haar man. Mocht dat? Het antwoord van de imam was voorspelbaar: Ze moest terug naar haar man en ‘geduld’ met hem hebben. Seks weigeren was uit den boze en als hij een extra vrouw wilde, dan was dat zijn goed recht. Kortom: Schik je in je onderdanige positie en laat met je sollen; je hebt geen rechten en je mag niets.

In onze moderne tijd kan er geen verschil meer zijn tussen de rechten van mannen en vrouwen. Onze westerse samenleving zou niet ver komen als vrouwen stelselmatig achtergesteld werden ten opzichte van mannen. De maatschappij heeft de talenten van iedereen nodig. Iedereen brengt de samenleving verder. Dat proces van participatie van iedereen is hier in het westen lang geleden ingezet en kan niet omgekeerd worden zonder dat alles daar verschrikkelijk onder lijdt. We kunnen en we mogen niet terug.
In landen hier ver vandaan, waar die participatie van iedereen nog niet zover gevorderd is, zie je dan ook dat met jaloezie naar het westen gekeken wordt. We zijn steenrijk geworden. De straten lijken geplaveid met goud. Dat heeft, onder anderen, te maken met de plaats die vrouwen hier in de samenleving innemen. Onze maatschappij vaart wel bij het inzetten van de talenten van iedereen. Vrouwen en mannen zijn in alles gelijkwaardig aan de man en als dat, voor sommige aspecten, nog niet helemaal het geval is, dan is de beweging al wel duidelijk.

Eigenlijk had het voorspelbare antwoord van de imams niet eens uitgezonden hoeven worden; het was iedereen duidelijk dat zij alles tegenhouden wat de maatschappij, en de vrouwen, verder zou kunnen brengen. We moeten ons afkeren van mensen die godsdienst verkondigen, van imams en predikers en we moeten ons richten op de vrouwen die zich zo gedwee laten adviseren door hun godsdienst. We moeten vrouwen ervan overtuigen dat ze niets te verliezen hebben dat hun ketenen; de ketenen van de Godsdienst; de ketenen van de imam! Vrouwen bevrijdt jezelf!

Ratten in een kooi van fatsoen

Ik hou van discussiëren en argumenteren. Daarom ga ik even helemaal niets zeggen over de ratten die uit hun holen zijn gekropen. Ik ga daar niets over zeggen. Ratten houden niet van argumenten. Racisme is een rat die in eenieder van ons zit. Velen hebben die rat in een kooitje gestopt. Dat kooitje heet fatsoen. Anderen hebben dat kooitje niet. Die ratten wachten tot ze iets lekkers zien om ongebreideld naar buiten te komen. Sylvana Simons was iets lekkers, kennelijk. Voor ratten zijn er nauwelijks belemmeringen om hun vuil te spuien. Dat kooitje van fatsoen zorgt ervoor dat we in betrekkelijke harmonie kunnen samenleven. Sylvana Simons krijgt nu veel over haar heen. Dat vind ik verschrikkelijk jammer, want ik sta in veel opzichten lijnrecht tegenover haar en voor mijn goede fatsoen kan ik nu nauwelijks met haar argumenten in discussie.

Of toch…Gisteren vertelde Sylvana bij Pauw dat ze ervan beschuldigd wordt dat ze alle blanke Nederlanders racisten vond. Dat was volgens haar niet zo. Ik geloof ook niet dat ze dat gezegd heeft. Ik weet wel iemand die dat wel opgeschreven heeft. Dat is professor Gloria Wekker.

Sylvana Simons gelooft dat je mensen kunt opvoeden tot niet-racisten. De bewering dat alle mensen met een wit velletje racisten zijn, komt helemaal voor rekening van Gloria Wekker. De bewering van Gloria Wekker is flauwekul; in principe zijn we allemaal racist. De oplossing voor racisme is vermenging. Laat iedereen met iedereen dwars door alle culturele en religieuze ketenen heen met elkaar kinderen krijgen en het eindigt met een ongedefinieerd Nederlands (want woont in Nederland) mens. Beetje gekleurd, beetje wit. Een gelukkig mens, denk ik. Maar ook dit Nederlandse mens zal onderscheid zien met de Duitse mens. Racisme is eigenlijk niet op te lossen doordat het in onze natuur zit. We horen graag bij elkaar. We horen graag bij een groep min of meer gelijken. Dan heb je vanzelf mensen die er wel en die er niet bij horen. We kunnen er eigenlijk niet veel aan doen. Racisten zijn we allemaal. Allemaal. Racisme is een rat die in ons huist en bij velen zit die rat in een kooitje dat we fatsoen noemen. Bij anderen loopt hij vrij rond en komt hij bij het minste geringste naar buiten.

Gloria Wekker richt haar peilen op de mensen met het sterkste kooitje en ontkent dat ‘mensen van kleur’ (jekkie jakkes wat lelijk) ook de rat van het racisme in zich hebben. Flauwekul, die rat woont bij iedereen! Wekker verklaart het racisme van die witte Nederlanders uit Neêrlands geschiedenis. De geschiedenis van kolonialisme en slavernij waarin de blanke steevast de gekleurde mens overheerste. Mijn stelling: Nederland heeft geen koloniaal verleden; Indonesie en Suriname wel. Nederland heeft geen slavernijverleden: Suriname wel. Voor het over- overgrote deel van de bevolking waren kolonialisme en slavernij een ver-van-mijn-bedshow. De mensen die hier woonden worstelden in de drassigheid om boven te blijven. Van zwarte mensen in landen ver weg hoorden ze via de missie. ‘Moriaantje zo zwart als roet’ was een leuk liedje omdat het ons de droom gaf dat het leven elders op de wereld vrolijker was dan hier in de miezerige druilerigheid van november…

Lijdende rechters

Gisteren was ik tijdens het journaal getuige van zwaar lijden. Eerst dacht ik dat de gezichtsuitdrukkingen onbewogen waren, maar dat was niet zo. Gezichten werden in de plooi gehouden. Het gezicht van de tweede rechter tijdens de uitspraak in de verkrachtings- en moordzaak op Nicole van der Hurk. De eerste rechter sidderde tijdens het voorlezen van het vonnis. Angst stond in d’r ogen. De andere, blonde rechter, hield haar gezicht strak. Maar bij haar was het lijden voelbaar en zichtbaar. Twee vrouwen voor een onmogelijke taak. Waarschijnlijk zelf moeder. Ze hebben alle gruwelijke details over de moord en verkrachting van het vijftienjarig meisje moeten wegen en kwamen tot de slotsom dat de zekere dader niet met zekerheid aan de moord gelinkt kon worden; er bleef twijfel.

Jos de G. is een gevaarlijk persoon. Dat heeft zijn verleden uitgewezen. Hij zat regelmatig in de gevangenis en had ook al een TBS traject achter zich liggen. Hij gebruikt mensen als toiletpapier; je veegt je reet ermee af en daarna spoel je ze door de plee. De man is een levende bom die elk moment afgaat maar die steeds niet zulke ernstige dingen, bewijsbaar, doet dat je hem levenslang kunt opsluiten. Wellicht zou dat de oplossing zijn om veel menselijk leed te voorkomen. Terwijl ik dit opschrijf twijfel ik net zo hard want wat ken ik die Jos de G. nou helemaal. Ik heb zijn foto gezien en ik heb gehoord dat bewezen is dat hij het meisje heeft verkracht en ik heb gehoord dat hij een ex-TBS klant is en veel in de gevangenis heeft gezeten. Hoe kan ik daar conclusies uit trekken over het specifieke geval Nicole van der Hurk? Ik voel me ook langzaam indalen in het hoofd van de rechters. Ook als het voor je gevoel overduidelijk is dat de dader de dader is, moet er wettelijk en overtuigend bewezen worden dat de dader ook de dader is. En dat laatste…dat was moeilijk.

Wat ik begreep was het volgende: Op of in het lichaam van de vijftienjarige Nicole waren spermasporen aangetroffen van drie mannen: Haar vriendje, Jos de G. en een nog onbekende ander. Wie was die onbekende ander? Die onbekende ander bepaalde het vonnis dat de rechters konden vellen over Jos de G. Had Nicole ook een verhouding met die onbekende? Of…was ze, nadat ze verkracht was door Jos de G. ook nog misbruikt en daarna vermoord door die onbekende. Ik begreep dat uitgesloten was dat Nicole er twee vriendjes op na hield. Dan blijven er niet veel scenario’s over. En vanuit die scenario’s kon men niet zonder meer de conclusie trekken dat Jos de G. ook de moord heeft gepleegd…

Ik denk dat de rechters zich heel erg bewust waren van het lijden van de vader van Nicole. Maar ook dat ze de wet moesten toepassen. Daarbij konden ze de moord niet voor honderd procent zeker toewijzen aan Jos de G. Ik ben blij dat ik geen rechter ben geworden.  Ik zou vooral het leed voelen van de vader. Nauwelijks te beseffen. Dat je liefde, je licht en je leven zo om het leven wordt gebracht… En dat je een dader in handen hebt…in ieder geval de dader van het schenden van je dochters lichaam…

Sam en Femke op reis…

Natuurlijk wil ik weten van Sam en Femke. Natuurlijk. Ik ben ook maar een mens. Een nieuwsgierig mens. Andermans pubers gingen ervandoor. Dan wil je weten hoe de vork in de steel zit. Want wat waren ze nou helemaal. Twee bakvissen van vijftien, zestien jaar die zomaar hun mobieltjes in bewaring gaven aan een vriendinnetje. En terwijl dit derde meisje vol onschuld oppas speelde voor die twee verweesde mobieltjes maakten de twee eigenaressen de pleiterik.  Wie laat d’r mobieltje nou zomaar achter bij een vreemde? Wie doet zoiets. En, zeker ook, welke puberale- kletsgrage, -sociale media volgende meiden laten hun contact met de wereld zomaar gewoon achter? Dat wil ik weleens weten! Die twee reisden vanuit weetikveelwaar naar luchthaven Eindhoven, stapten op het vliegtuig naar Spanje en weg waren ze. Twee dagen voorpaginanieuws. Met onbedoeld neveneffect. Pubers worden graag gezien als volwassen mens; de journalisten hebben het steevast over ‘de meisjes’ (zijn het laatst gezien…) en ‘de meiden’ (stapten op het vliegtuig…) Tsja. En wij maar fantaseren… Tenminste ik wel.

Zo’n stap doe je als puber eigenlijk alleen maar in naam van de liefde. Op geen enkele leeftijd kan je zo hopeloos en diepgaand de liefde voelen dan als zestienjarige puber. Tenminste dat denk ik. Weet ik veel, het is al zo lang geleden. En mijn eigen pubers puberden niet zo in de liefde, zullen we maar zeggen. Geen idee dus, maar ik denk het wel. Liefde is een sterke emotie. Wel een emotie om heel Nederland desnoods voor op z’n kop te zetten. Maar de liefde is doorgaans iets van ‘jou’ met een ‘ander’. Maar van die ‘jou’ waren er in dit geval twee. Twee meiden verliefd op dezelfde ‘ander’? Kan natuurlijk. Niet zo heel waarschijnlijk…denk ik, maar het kan.

De meisjes zijn gevonden. In Portugal. In gezelschap van een man die ouder is als de leeftijd van twee meisjes opgeteld. Aiaiai met een Nederlandse EN EEN MAROKKAANSE nationaliteit. Dat terwijl we net hebben nagedacht over Wilders en zijn ‘minder, minder’. Aiaiai. Hoe nu verder… Wat is er gebeurd. Hoe heeft hij die twee naïeve meisjes verleid. Wat is er gebeurd? Heeft hij ze ontmaagd? Wie is die kerel?

Maar mijn verstand wil helemaal niets over die meisjes weten. Met mijn verstand vind ik dat ze weer snel de anonimiteit in moeten met hun ouders. Dat er heel veel, in stilte, uitgezocht moet worden en dat de waarheid ergens, eventueel in een rechtbank wordt achterhaald. Wie weet worden er straffen uitgedeeld, maar dat gaat ons niet aan. Ook niet of die meiden de komende maanden een uitgaansverbod krijgen opgelegd van hun ouders of dat hun zakgeld wordt ingehouden. Dat gaat ons allemaal niet aan. Dat vind ik allemaal met mijn verstand…mijn verstand is zo… verstandig…

Maar wat is er precies met die meiden gebeurd? Wie heeft het gedaan? Was het de liefde? Ik wil het allemaal weten!!!

Geert-Jan Knoops en kromme redenaties…?

Geert Wilders staat voor de rechter en advocaat Geert-Jan Knoops verdedigt hem. Geert Wilders is mijn politieke tegenstander en Geert-Jan Knoops is één van mijn favoriete advocaten. Over Geert Wilders niets dan slechts over Geert-Jan Knoops niets dan goeds. Zo liggen de zaken wat mij betreft. Zo tegenstrijdig als ik over Wilders en Knoops denk, zo tegenstrijdig denk ik over de rechtszaak tegen Wilders. Ik vind het goed dat een rechter uitspraak gaat doen over wat je wel en wat je niet mag zeggen.  Aan de andere kant wil ik niet dat Geert Wilders voor de rechter staat want dat geeft hem alleen maar meer publiciteit in een periode waarin de contouren van de aanstaande verkiezingen duidelijk worden. Een rechtszaak tegen Wilders gebruikt hij als verkiezingsstunt; om zijn kiezers duidelijk te maken dat iedereen erop uit is om hem de mond te snoeren terwijl hij de waarheid zegt. Wilders waarheid is de mijne niet en zijn ophitserij tegen een bepaalde bevolkingsgroep vind ik gevaarlijk en fout. Mijn gevoel zegt mij dat Wilders hier over de grenzen van de wet is gegaan en in die context ben ik blij dat rechters hierover uitsluitsel gaan geven.

In de krant staat een samenvatting van het pleidooi dat Geert-Jan Knoops gehouden heeft. Daarin staan dingen die volgens mij niet juist zijn.  Zo’n bewering vind ik moeilijk want ik heb Geert-Jan Knoops heel erg hoog zitten.

Even de tekst; waar gaat die rechtszaak het precies over?

  • Wilders: ‘Dus ik vraag aan jullie: Willen jullie in deze stad en in Nederland: Meer of minder Marokkanen?’
  • Volk: ‘Minder, minder, minder, minder, minder’
  • Wilders: ‘Dan…’
  • Volk: ‘Minder, minder, minder, minder.’
  • Wilders: ‘Dan gaan we dat regelen.’

Voor mij is de vraag die Wilders aan het volk stelt een retorische vraag en geen vraag naar de mening van het volk. Hij wil met het stellen van de vraag een bepaald effect sorteren. Zo interpreteert Knoops het niet. Hij betoogt dat Wilders’ vraag een normale vraag is en dat het volk net zo goed ‘Meer’ had kunnen roepen. Hij stelt dat het antwoord op Wilders’ (normale) vraag, strafbaar wordt geacht. Als het volk om ‘meer’ had geroepen dan was er niets aan de hand geweest. Ik vind dat Knoops’ redenatie niet klopt; de vraag is overduidelijk retorisch. In deze context had het volk nooit iets anders kunnen antwoorden dan ‘minder’.

Knoops redeneert dat als Wilders’ vraag strafbaar is, mensen ook niet meer mogen zeggen dat ze minder instroom willen van Polen, Belgen of Zweden. Dat klopt volgens mij ook niet. Wilders stelt geen vraag over de instroom van Marokkanen; hij stelt een vraag over de hier aanwezige Marokkanen. Er wonen in ‘deze stad’ en in ‘Nederland’ Marokkanen: willen jullie dat er meer of minder wonen, vraagt Wilders. Omdat hij het volk antwoordt dat hij gaat regelen dat er minder Marokkanen in ‘deze stad’ en in Nederland zullen zijn, kan je alleen aan deportatie of moord denken, want hoe wil je anders zorgen voor ‘minder’?

Geert-Jan Knoops redeneert dat als 6500 mensen aangifte hebben gedaan, dat dan 16,9 miljoen mensen geen aangifte hebben gedaan… Bij aangifte doen, gaat het toch niet over meerderheid of minderheid? Het aantal aangiftes is toch helemaal niet relevant?

Ik vind het een moeilijke zaak want ik heb Geert-Jan Knoops heel erg hoog zitten en ik ben helemaal geen jurist…