Einde van Europa?

Soms besef ik me hoe kort na de oorlog ik geboren ben. Veertien en een half jaar. Dat lijkt lang, maar is verschrikkelijk kort. Het trauma van de oorlog zat er toen nog goed in. Alle volwassenen die op dat moment leefden, hadden de oorlog meegemaakt. De oorlog was nog steeds het gesprek van de dag. Of er werd schreeuwend over gezwegen. Op zondagochtend gingen wij vaak op bezoek bij opa en oma van mijn vaders kant. Het was daar knus en warm. Mijn zachte oma verwende mij met een glaasje kinderbier en een koek. Ik herinner me vooral winterse zondagen. Dan bewonderde ik een berg gloeiende kolen in de kachel. Het rood van de gloed golfde over de kolen heen. Ik hoorde de volwassenen praten. Mijn opa voerde altijd het hoogste woord. Verhalen vertelde hij die zich altijd ‘voor-de-oorlog’ of ‘in-de-oorlog’ afspeelde. Mijn oren waren gespitst want aan de sfeer proefde ik dat mijn opa een oorlogsheld was. Ik begreep weinig van de verhalen. Voor-de-oorlog en in-de-oorlog bleven als zin in mijn hoofd hangen.

Ook op school werd er veel over de oorlog gesproken. Vooral over hoe we zo’n oorlog in de toekomst zouden kunnen voorkomen. Samenwerken en gezamenlijke belangen was toen het antwoord. Daarom, zo werd ons geleerd, richtte verschillende landen allerhande samenwerkingsverbanden op. Eén van die samenwerkingsverbanden groeide uit tot het Europa van nu. Een duurzaam samenwerkingsverband dat een einde moest maken aan rampzalige oorlogen die de eerste helft van de twintigste eeuw teisterden. Succesvol, want oorlogen binnen dat verenigde Europa hielden op. Bovendien legde Europa ons geen windeieren. Het bleek zeer lucratief om samen te werken. Europa werd schatrijk.

Maar de oorlog werd langzamerhand geschiedenis. Op dit moment is er nauwelijks nog iemand in leven die echt de oorlog heeft meegemaakt. De laatste oorlogshelden zijn dood of stervende. Het is niet anders. Daarmee verdwijnt ook de idealistische kant van een samenwerkend Europa. Het gevolg is dat alleen de economische argumenten overblijven. Dat is te weinig naar nu blijkt. Als er geen goede idealistische redenen zijn om bij elkaar te blijven, waarom zou je dan niet weer apart gaan? Het sentiment voedt nu vooral het idee dat we weer ‘zeggenschap over onszelf’ willen hebben. Daartegen kunnen de voorstanders van een verenigd Europa alleen maar economische voordelen inbrengen. Maar die argumenten maken niemand warm. Dat soort argumenten zijn ingewikkeld en ondoorzichtig en schijn bedriegt. Brengen we bijvoorbeeld bergen geld naar de Grieken? Of brengen we bergen geld naar de Grieken zodat de Grieken onze banken kunnen betalen. De banken weer rijk worden en ons werk geven waardoor we met zijn allen rijk worden? Complex, allemaal.

De tegenstanders van Europa hebben inmiddels ontdekt dat het vrij gemakkelijk is om Europese verdragen te dwarsbomen. Zelfs als (bijna) alle regeringen het eens zijn over een verdrag, lukt het niet om verdragen te sluiten. Het Oekraïne verdrag bijvoorbeeld. Dat zal niet doorgaan. Het CETA verdrag ook niet. Zelfs als de Waalse regering het goedkeurt, dan zal het toch niet lukken om het ingevoerd te krijgen. Via referenda zal het worden afgewezen. Europa zal nooit meer in staat zijn om een gezamenlijk verdrag af te sluiten. Dat betekent dat Europa langzamerhand aan het afsterven is. Europa gaat dood net als de mensen die de oorlog nog hebben meegemaakt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code