Trouwdag werd rouwdag

‘Nign eleven’ komt eraan. Morgen dus. Dat is ook onze trouwdag. Terroristen die precies vijftien jaar geleden nog leefden, zaten bij elkaar: ‘Wanneer doen we het?’ Ja, wanneer… “Op de trouwdag van Josien en Frits, Inshallah, Allah u akbar.” En aldus geschiedde. Ik zat die dag gewoon op mijn werk zeventien jaar getrouwd te wezen. Gedetacheerd bij een groot uitzendconcern. Op dat moment betaalden we nog met guldens, maar dat zou weldra afgelopen zijn. Bij dat grote uitzendconcern moesten wij ervoor zorgen dat het bedrijf kon gaan ontvangen en betalen in euro’s. Dat was een leuke klus.

Josien vergat onze trouwdag elk jaar. Ik zat me te verkneukelen en te bedenken hoe het zou gaan. De jongens had ik al blij gemaakt; ze zouden ’s avonds alleen moeten eten. Daar had ik ons geheim van gemaakt; mamma mag niets weten. Ik zou thuiskomen en ik zou haar een romantische bos bloemen geven. Ze zou verbaasd kijken…waar heb ik dat aan te danken. Wel leuk hoor…maar waarom? En dan zou ik het haar zeggen. En ze zou van kleur verschieten. En ze zou zich een beetje schamen. Maar ook weer niet zo erg. En dan zouden we naar een Indiaas restaurant gaan want daar zijn vegetarische en vleesgerechten evengoed voorhanden…Dat zouden we gaan doen. En ik zat me in mijn kamertje te verheugen.

Ook zou mijn baasje van de detacheerder die dag bij me komen. Dat kon alleen maar positief zijn. Iedereen was tevreden over me; ik was alsmaar facturabel (komt voor in mijn lijst van lelijke woorden) en ik had het naar mijn zin. (behalve dan dat één van de werkmaatschappijen een feeks in dienst had, die mij constant het leven zuur probeerde te maken. Maar het lukte me aardig om haar vuurrode haar en enorme gok (die ze overal in stak), van me af te zetten). Die dag kwam dus mijn baasje langs. Hij keek gechoqueerd toen ik we gingen zitten. Niet helemaal wat ik gewend was. En toen vroeg hij me of ik het nieuws al gehoord had; dat er een vliegtuig… Nou ja, de rest kennen we wel.

Maar ik bleef goed geluimd. Het was wel schokkend nieuws, maar zo ver weg. Bovendien was het onze trouwdag. Zoals ik me voorgenomen had, zo ging het ook. De bos bloemen…de verwarring…de gêne…de jongens die het rijk alleen hadden. Terloops vertelde ik haar van de vliegtuigen. Toch wel even de moeite waard om de tv aan te doen. Volgens mij vloog op dat moment, live, een tweede vliegtuig het naastgelegen gebouw in. Toen werd de ernst van de zaak ons wel duidelijk. De brand zagen we. De ontreddering ook. En toen het instorten van dat enorme gebouw. Nog nooit zoiets gezien. Heel apart ook. Ik verwachte dat het gebouw om zou vallen; dat het langzaam op haar zij zou vallen. Maar dat gebeurde niet. Het gebouw stortte rechtstandig in. En toen ook nog het andere gebouw… Langzaam maakte mijn trouwdag plaats voor een rouwdag.

Maar we gingen toch naar dat Indiase restaurant. In mijn herinnering was de stad uitgestorven. We zaten samen in een leeg restaurant. Op ons en een ober en een kok na. De televisie stond steeds aan en de ober had veel meer aandacht voor de buis dan voor ons. Het werd een wezenloze gebeurtenis.

Maar gelukkig slijt nign eleven en vergeet Josien nog altijd onze trouwdag. Als ze mijn blog niet leest…dan kan ik haar morgen weer verrassen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code