Nationalisme in Dax

We zijn gisteren aangekomen in Dax. Dé stierenvechtersstad in Frankrijk. In Spanje zijn we geen arena of stier tegengekomen, maar in Dax hebben we een appartementje zo ongeveer tegenover de arena. Gisteren aten we in een restaurantje dat vol hing met schilderijtjes met stoere stierenvechters. Josien en ik zijn niet voor het eerst in Dax. Op onze tocht naar Santiago hebben we twee dagen op de camping gestaan. De campingbaas grapte toen, nog voordat wij ook maar onze mond open hadden gedaan, dat Nederlanders altijd op de ‘Vietz’ kwamen terwijl hij wees naar onze trotse volgepakte rijdieren… Dax is een belangrijk keerpunt geweest in hoe ik over bepaalde dingen denk. Daarvoor ben ik Dax dankbaar, als je een stad al ergens dankbaar voor kan zijn.

Op een erg warme dag in augustus naderden wij op onze volgepakte fietsen Dax. Nog voordat we de stad binnenreden, stopten we bij de supermarkt. Zo’n gigantische. We kochten er kersen en wat te drinken. Vlakbij was een klein parkje en daar gingen we in de schaduw zitten om nog even na te genieten van de heerlijke tocht die we gemaakt hadden. Les Landes des Gascoigne hadden we zojuist doorkruist. Alleen de naam al. Laat die naam lekker over je tong rollen en je voelt je even een echte Fransman. Kilometers bos hadden we gehad. Bijna helemaal vlak. Behalve bij riviertjes. Dan even een dalletje. Bij zo’n klein dalletje had ik verkeerd geschakeld (hoorde ik later van de fietsenmaker) en was mijn ketting gebroken. Maar ik had mijn ketting weten te repareren en voelde me helemaal het mannetje! Mijn dag kon niet meer stuk. Bovendien; geen vieze handen want de vieze-werkjes-handschoentjes die we mee hadden genomen bleken afdoende!

Naast het parkje waar we zaten, kwamen wat wegen samen. Beetje lawaaierig. Er werd veel getoeterd, viel ons op. We zagen half blote jongens uit de auto’s hangen die langsreden. Ze hadden kleren aan die wij associeerden met een voetbalclub. We dachten dat er een belangrijke voetbalwedstrijd was of zoiets. Wel heel erg ongebruikelijk een voetbalwedstrijd midden in augustus… Maar wisten wij veel…

Toen we echt de stad binnenreden, beseften we dat die ‘clubkleuren’ geen clubkleuren waren, maar dat het nationalistische dracht was. We zaten in Baskenland. We waren midden in de stierenvechtersfeesten terecht gekomen. Tijdens deze feesten voelen Basken zich pas echte Bask. Ze trekken witte kleren aan en doen een rode zakdoek om hun hals. Vanaf het moment dat ze witte kleren aanhebben en een rode zakdoek om hun nek hebben, zijn er insiders en outsiders. Josien en ik op onze fietsen waren buitenstaanders; dat moge duidelijk zijn. Onze rit door de binnenstad leek wel iets op spitsroeden lopen. Ik werd bespuugd en kreeg bier naar mijn hoofd. Ook werd ik beschimpt, denk ik, maar omdat ik geen Baskisch versta, weet ik het niet. Ik voelde me niet echt welkom.

118_1805

Het zette mij aan het denken. De strijd om Baskenland. Ik had er sympathie voor. Was die sympathie terecht? Ook andere landstreken of ‘volken’ en strijd om ‘jezelf’ te mogen besturen, overal. Wat heeft nationalisme ons eigenlijk te bieden? Moeten we wel zo voor een ‘eigen’ staat zijn? Toen ik als vreemde eend in de bijt door Dax fietste besefte ik dat nationalisme het begin is van heel veel ellende… Weg met het nationalisme!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code