Arm Engeland, alles zit hun toch al tegen…

In Engeland is onlangs campagne gevoerd. Men bracht geld bij elkaar om één van de Armada-portretten van koningin Elisabeth I te behouden voor Engeland. Een lord wilde het doek kwijt en bood het te koop aan. De bevolking vreesde dat er belangstelling zou zijn vanuit het buitenland en vandaar deze actie.

Vroeger op school leerde ik dat Phillips II een ongekend grote vloot liet bouwen om Nederland eronder te krijgen. De Armada. Met die vloot koerste hij recht op ons opstandige landje af. Maar de admiraals van Spanje waren niet met hun tijd meegegaan, zo bleek. Was het in de middeleeuwen zaak om een zo hoog mogelijk schip te bouwen, in de ‘Armada tijd’ hadden dat juist lage schepen moeten zijn. Dat zat namelijk zo: Knokken met zwaard of speer en desnoods met musket doe je het liefst van boven naar beneden. Degene die het hoogst staat heeft het voordeel; De middeleeuwse manier van vechten, kortom, ook op zee. In de renaissance daarentegen had men betrouwbare kanonnen uitgevonden. Wilde je geen schietschijf zijn, dan diende je een zo laag mogelijk schip te hebben. De stoere Nederlanders hadden (uiteraard) lage schepen. Kogels die door de Armada werden afgevuurd raakten de Hollandse schepen niet, want ze vlogen er overheen. Dat was even anders met de kogels die de kranige Hollanders afvuurden op de Spaanse fregatten. We schoten ze tot zinkende gatenkaas.

Zo ging het dus niet. Spanje trok met haar Armada richting Engeland en nauwelijks richting Holland (hoewel…beide landen lagen natuurlijk, vanuit Spanje gezien, in dezelfde richting.) De overwinning werd door Engeland behaald en omdat Engeland een verbond had gesloten met de Hollanders en er dus ook Nederlandse schepen meevochten, straalde er iets van de overwinning af op de Hollanders.

Hoe dan ook. De Engelsen waren zo trots op hun overwinning dat ze hun zegevierende koningin enkele malen geportretteerd hebben. Een van die portretten dreigde op de vrije markt te komen en om dat schilderij voor het land te behouden, werd de campagne opgezet om het schilderij te kopen.  Helaas lijkt het erop dat destijds iets van de Zeeuwse zuinigheid naar Engeland was overgewaaid, want de schilder die men had aangezocht behoorde niet tot de top. Zo te zien lieten ze er een goedwillende amateur mee aan de haal gaan. Sjonge wat heeft hij Elisabeth lelijk gemaakt… Laten we wel wezen, met grote gevolgen. Sindsdien gaan ze actrices die de Elisabeth-rol spelen, lelijk schminken als de Armada in zicht komt. Naar verluid is de schilder na het produceren van zijn misbaksel met stille trom vertrokken; niemand weet meer wie hij was.

Zo lelijk kan ze gewoonweg niet geweest zijn!
Zo lelijk kan ze gewoonweg niet geweest zijn!

Engelse kindertjes hebben taartjes gebakken en daarna op school verkocht om een bijdrage te leveren. Met hulp van half Engeland kon het lelijkste staatsieportret ooit gekocht worden. Je krijgt haast medelijden met Engeland. Het maakt me ook wel trots op ‘onze’ laatste aanschaf qua kunst. Aangeschaft samen met de Fransen. Marten en Oopjen geschilderd door Rembrandt. Veertig jaar na ‘Elisabeth’ gemaakt. En het moet gezegd, Oopjen is moeders mooiste niet, maar wat is ze fantastisch geschilderd. Bijna een levende vrouw. Rembrandt heeft een lelijke neus geschilderd, maar wel Oopjens lelijke neus. Ik had het die kinderen in Engeland gegund dat ze collecteerden voor een Armada portret van Elisabeth geschilderd door Rembrandt. Maar dat heeft niet zo mogen zijn.

Arm Engeland, alles zit hun toch al tegen… Brexit…Elisabeth…

Afgewezen worden bij een sollicitatie

Eén van de vervelendste klussen in het leven is solliciteren. Solliciteren ligt mij niet. Je moet je ietsje beter voor doen dan je bent. Ze gaan je vreemde vragen stellen die met geen mogelijkheid te beantwoorden zijn. Ze gaan je kennis toetsen terwijl dat vrijwel niet mogelijk is en ze gaan over geld verdienen praten. Nee, ik vind solliciteren niet leuk.

Als je veel solliciteert, wordt je ook vaak afgewezen. Doorgaans neem je een afwijzing voor kennisgeving aan. Soms ben je geschokt. Ik had zeven jaar gewerkt voor een bedrijf dat software maakte voor het voortgezet onderwijs. Als softwareontwikkelaar en softwareontwerper was ik bijna een goeroe op dat gebied. Vertel mij even hoe je een examenmodule in elkaar draait of hoe je absentie regelt. Hoe je cijferlijsten produceert of lesroosters administreert; deze jongen wist er alles vanaf. Er kwam een moment dat ik op zoek moest naar een nieuwe baan. Ik vond een advertentie. Hij leek op mij geschreven. Precies waar ik op dat moment mee bezig was en waarin ik mijn talenten had kunnen laten zien… zo iemand vroegen ze. Ik werd uitgenodigd en het gesprek was…alsof ik thuiskwam. Ik wist zeker dat ik daar zou gaan werken. Na een week kreeg ik een klein briefje waarin ze vertelden dat ze iemand anders hadden aangenomen die beter in het profiel van de functie paste… Ik begreep er helemaal niets van en was behoorlijk van de kaart. Wat een slecht argument om mij af te wijzen want zo iemand bestond gewoonweg niet!

Vandaag lees ik in de krant over het COA en het College voor de rechten van de mens. Het COA wil dat haar medewerkers de mensen die als vluchteling Nederland binnenkomen vertrouwd maken met de normen en waarden in Nederland. Daar hoort bepaald gedrag bij. In Nederland is de norm dat mensen elkaar bij een begroeting de hand schudden. Als je dat niet doet, dan ervaren we dat als onbeschoft. Goed, op die regel zijn we tegenwoordig, schoorvoetend, bereid een uitzondering te maken. Godsdienstfanatici interpreteren hun heilige boeken op een rare manier. Die interpretatie stelt dat handenschudden gelijk is aan een pijpbeurt. Zíj hoeven géén handen te schudden. Als je de wereld zo bizar erotiseert, dan moet je het handenschudden maar laten, denken we dan. Maar zo’n halfgare wil je niet bij een organisatie die mensen van buiten Nederland moet leren wat de normen en waarden hier zijn.

Het COA heeft een vrouw afgewezen die geen hand wil geven aan mannen. Nee, zegt het College voor de rechten van de mens, dat is discriminatie. Godsdienstwaanzin vinden ze een slecht argument om iemand af te wijzen.

Ik vind dat het College de weg kwijt is. Ik ben haast jaloers om op zo’n grond afgewezen te worden. De reden lijkt me volledig duidelijk. Het geeft de vrouw de mogelijkheid om het in het vervolg anders te doen; haar gedrag te veranderen.

Het spijt me COA. De volgende keer zul je godsdienstwaanzinnigen moeten afwijzen omdat: Ze niet ‘in jullie team passen’. Of…verzin maar wat.  Het zijn achterlijke nietszeggende argumenten, maar het College voor de rechten van de mens slikt ze…zonder meer!

Journalistiek broddelwerk

Laat mij de situatie schetsen van een jaar geleden… Duizenden mensen ontvluchtte ineens de uitzichtloze situatie van de vluchtelingenkampen rondom Syrië. De oorlog in Syrië was op een van haar vele hoogtepunten. De situatie waarin de mensen zaten was verschrikkelijk en maakte hun kinderen tot kansarmen. Nauwelijks huisvesting, nauwelijks voldoende eten en geen onderwijs. Je wilt niet dat je kinderen geen enkele kans hebben. Daarom trokken de mensen massaal weg. Helemaal toen Angela Merkel een soort van uitnodiging stuurde.

Bij duizenden kwamen de vluchtelingen de grens over. Ze hadden vaak, met hun gezin, een barre toch achter de rug om hier te komen. Maar het waren er zo veel, dat de normale opvang ontoereikend bleek. Er was meer capaciteit nodig. Daarom vroeg de regering aan gemeenten om te kijken naar locaties waar opvang geregeld kon worden.

Geldermalsen vond een plek waar, zonder veel moeite, iets gebouwd kon worden. Men zou er dan vijftienhonderd vluchtelingen op kunnen vangen. Aldus werd een voorstel gemaakt. Na een hoorzitting en het daaropvolgende democratische besluit door de gemeenteraad, zou het centrum er al of niet komen. Maar iets anders gebeurde… Niks geen democratie; laat staan een democratisch genomen besluit…

Rechtse krachten die er zonder meer op uit zijn om door verdeel en heers macht te vergaren, zagen hun kans schoon. Ze hitsten een groep kansarme zwakbegaafden op en die trokken gewapend met knuppels, stenen, benzine en bewaard vuurwerk naar het gemeentehuis. Daar belegerde ze de mensen die een democratische beslissing moesten nemen. De politie voelde zich zo in het nauw dat ze met getrokken pistolen klaar stonden om de mensen in het gemeentehuis te verdedigen. De gemeenteraad en alle mensen die verder deelnamen aan het democratische proces, waren gedwongen om te vluchten. Een schande voor Nederland!

Gisteren een rapportage op de televisie over deze gebeurtenis. Een interview met één van dat zooitje ongeregeld. Hij wist zeker dat niemand in Geldermalsen een asielzoekerscentrum wilde. Zijn blik in zijn ogen en zijn hele houding verraadde het iq van een vis. Eigenlijk moet je zo iemand geen podium geven, lijk mij. Hij was nog steeds erg in zijn nopjes met wat er destijds gebeurd was; met het geweld en de dreiging. In het feit dat er geen opvang was gekomen zag hij zijn gelijk bevestigd. Geen journalist die hem tegensprak. Een stuk onbenul op de tv en niemand die er wat aan dee! Journalistiek broddelwerk!

Maar…er was ook nog een onderzoek geweest in Geldermalsen en uit dat onderzoek bleek dat een grote meerderheid van de inwoners wel degelijk een asielzoekerscentrum hadden gewild. Alleen de gemeenteraad. Die scheet inmiddels in haar broek van bangigheid (met de SGP voorop) en daarom kwam er geen vluchtelingenopvang in Geldermalsen.

Rondleiding museum Het Schip

Afgelopen weekend ben ik twee keer naar ‘ons’ nieuwe museum geweest. De net geopende uitbreiding van museum Het Schip. Voor een tweede bezoek waren heus wel argumenten. De eerste keer liep ik, toen ik onderweg was om boodschappen te doen, langs het museum en toen ben ik gewoon naar binnengestapt. Onvoorbereid. Daardoor had ik geen bril bij me. Zonder bril is het onmogelijk om onderschriften te lezen. Die hield ik dus allemaal tegoed voor een tweede bezoek. Maar ook zonder onderschriften was het een leuk museum. Maar het leukste was de rondleiding.

Rondleidingen in museum het Schip worden gedaan door studenten. Jonge mensen. Mensen die nog vol verwachting het leven in kijken. Mijn rondleidster was een knappe jonge donkerharige vrouw die goed kon vertellen. Het was zo druk dat er twee rondleidingen tegelijkertijd plaatsvonden. Mijn rondleidster deed het rondje rond het Schip tegengesteld aan de ander. Zo kwamen wij als eerste groep aan in de museumwoning. Die museumwoning kende ik al. Ik kwam regelmatig over de vloer bij de vorige ‘echte’ bewoners en daarna heb ik de verbouwing tot museumwoning van dag tot dag kunnen volgen. Maar de museumwoning was voor mij van geen enkel belang. Vanuit de museumwoning kon ik zo de tuin inlopen van ons eigen gewonde huis.

Mijn hart kromp. Onze tuin was niet meer te herkennen. Samen met de tuin van de buren was het een zandvlakte geworden. Al onze planten en struiken en schuttingen waren verdwenen. Als een stervend dier stond ons huis daar. Alle deuren en ramen wagenwijd open. Ik kon haar zo in haar rottende ingewanden kijken. De dood nabij, zo zag ons huis eruit. Alle tussenmuren zijn weg. Al het pleisterwerk is weg. De vloeren eruit maar ook de plafonds. Alles weg. Wij zijn eruit. Al onze sporen zijn gewist. Behalve het kattenluikje. Behalve de ventilator van de badkamer en…de bekleding van de trap. Als we iets kwijt wilden, dan was het wel de bekleding van de trap. Noodgedwongen moesten we de trap laten bekleden omdat onze voorgangers zo stom waren geweest om die trap te laten bekleden. Het verwijderen van alle lijmresten was onmogelijk en daarom hadden wij geen keuze. En we hoopten nog zo dat het eerste dat ze zouden doen het verwijderen van die bekleding van de trap was. Maar nee, alles sloopten ze. Alle muren hakten ze om. Alles haalden ze naar beneden. Alles wat nog mooi was aan het huis hebben ze gesloopt. En dan laten ze de bekleding van de trap zitten. Ik kan daar echt kwaad om worden! En wat ze ook hebben laten zitten is de swastika die onze voorgangers op de buitenmuur hebben gespoten en die er met geen mogelijkheid meer af gaat. Hoe we ook hebben geboend op die buitenmuur, het ging er niet af. En de eigenaar wilden ook al niets doen aan die swastika. Gespoten op MIJN huis, nota bene. Ik merk dat ik helemaal boos word. Ons huis; een ruïne… Ik heb zo’n verschrikkelijke heimwee. Ik wist niet dat een kerel van mijn leeftijd dat kon hebben. Alsof ik een jongetje van vier ben die een nachtje elders logeert.

Gelukkig bracht de knappe jonge rondleidster me weer bij mijn positieven. Met een van emotie verstikte stem vertelde ik over de swastika. Op mijn muur. Op de muur van MIJN huis. En ze verzekerde mij dat ze het huis helemaal mooi gingen maken en dat de swastika absoluut weggehaald zou worden. Ik keek in haar ogen en ik wist dat ik haar geloven moest. Ik had geen keuze.

Boodschap van een beperkt en oppervlakkig mens

Is het zo dat een praktiserend atheïst zichzelf als beschaafder ziet dan een gelovige? Volgens Reinout Wibier vandaag in de Volkskrant is dat een waarheid ‘in sommige kringen’. Wat kunnen wij hiermee? Niet zo veel dus. Wat bedoelt hij met ‘sommige kringen’? En wat is een praktiserend atheïst? Wat ik zo om me heen zie, is dat mensen de begrippen God en kerk gewoonweg gewist hebben. Het boeit hun niet. Ze hebben er niets mee. God bestaat niet en je gaat naar een kerk als cultureel uitstapje, net als naar een museum; niets meer en niets minder. Wat ik om me heen zie is dat mensen God hebben geschrapt en dat ze zagen dat daarmee niets in hun leven veranderde. Van een heilig boek dat je serieus moest nemen, werd de Bijbel een verzameling boeiende verhalen waarmee de mens van toen zijn wereld verklaarde. Juist die verklaring van de wereld is nogal tijdgebonden want de mens van nu verklaart de wereld net zo goed, en komt tot hele andere inzichten.

Uit zijn woorden blijkt dat Reinout Wibier met een praktiserend atheïst iemand bedoelt die de wetenschap tegenover de religie zet, en beweert dat wetenschap bewijst dat religie onzin is. Zoiets. Volgens Wibier ziet een atheïst alleen maar oorlog en geweld voortkomen uit religie terwijl de wetenschap, volgens Wibier, de atoombom heeft uitgevonden… Gelukkig komt Wibier (toch maar even hoogleraar privaatrecht aan de universiteit van Tilburg) tot het inzicht dat ‘…de tegenstelling tussen religie en wetenschap eigenlijk een valse is.’ Sjonge, wat een inzicht! Wie beweert ook al weer dat er een tegenstelling tussen religie en wetenschap is? Oh ja…Mensen In Sommige Kringen (MISK). Reinout Wibier zet zich kennelijk af of verdedigt zijn stelling tegen MISK. Daarbij beweert hij dat, in tegenstelling tot wat MISK denken, religie een bron van saamhorigheid is en de mens vooral goed gedaan heeft.

In een wereld waarin de ene religieuze bom na de andere ontploft, vraag ik me toch af waar Wibier zijn ogen en oren heeft zitten.

Oorlog en geweld worden veroorzaakt door religieuze of etnische verschillen. Ik vat religie breed op. Religie is een levensbeschouwing die groepen mensen inspireert. Neem Amerika’s kruistocht tegen Vietnam. Ging het daar niet om een strijd van de hooggeschoolde, christelijke Amerikanen tegen een stel achterlijke spleetogen? Ging het niet om de strijd tussen de religie ‘kapitalisme’ versus ‘communisme’? Wetenschap heeft er in ieder geval helemaal niets mee te maken. Niet met de oorzaken. De wetenschap zorgt wel voor de middelen waarmee de oorlog gevoerd kan worden. Maar wetenschap kan je net zo goed vervangen door de menselijke inventiviteit om de ander schade te berokkenen.

Ik lees dat Reinout Wibier een warm gevoel heeft bij religie. Ik lees zijn stukje en ik zie hem als klein jongetje naast pappa en mamma in de kerk zitten. Zondagse kleren. Gekamde haren. Hij geniet van de orgelklanken en de hoge kerkramen en hij voelt zich erbij horen. Hij gelooft in God en straks loopt hij aan de hand van zijn vader naar voren om de heilige communie te ontvangen. En de wereld is in harmonie en kan niet stuk. En de priester vertelt over de goede werken van de missie en kleine Reinout is zo blij dat hij katholiek is en dat hij deel is van dit geheel… Ik zie het helemaal voor me.

God, wat heeft hij de pest aan de portestanten in de naburige kerk!

Son of Saul

De makers van Son of Saul hebben zich afgevraagd hoe je in filmtaal kunt vertellen over iets dat zo gruwelijk is, dat elke beschrijving te kort schiet. Dat idioom hebben ze gevonden! Ik kan niet anders zeggen. Lásló Nemes heeft een enorme prestatie neergezet. Je kijkt naar een film die je naar het crematorium brengt van een vernietigingskamp. Je ziet van alles gebeuren, maar dat komt niet scherp op je netvlies. Het gebeurt gewoon. Je krijgt geen andere keus dan je te identificeren met Saul. Saul doet wat hij doet. Hij overleeft. Als een robot. Zonder gevoel. Met onze kennis van nu, proberen we achter van alles te komen. Maar dat lukt niet want we zijn Saul. Niets dringt tot ons door. Maar ineens is een ongeschonden dood jongetje het middelpunt. Vanaf dat moment draait alles om dat jongetje. Saul laat wat gevoel toe. Maar alleen voor dat jongetje.

Als je deze film vergelijkt met een andere film die zich zo ongeveer in dezelfde contreien afspeelt, dan wordt de prestatie van Nemes nog duidelijker. Laten we er Schindlers List van Spielberg bij halen. Spielberg wil zo veel mogelijk emotie. In Schindlers List wordt aan emotie-maximalisatie gedaan. Door dat prachtige stukje vioolmuziek op de achtergrond. De mooie mensen op de voorgrond. De absoluut slechterik en de absolute held met zijn geweldige boekhouder. Bovendien een sterke plot. Het ging ergens over. Son of Saul staat diametraal tegenover Schindlers List. Gevoelens zijn weg. Slachtoffers zie je wazig op de achtergrond. Die zie je filmisch in je ooghoeken. Je ziet Saul. Saul doet wat hem opgedragen wordt. Saul voelt niet. Wij als toeschouwers laten het over ons heen komen. Achtergrond muziek; ik heb het niet gehoord. Als er Duitsers komen, dan probeer je te begrijpen wat ze willen zodat je overleeft. Willen ze dat je een dansje maakt? Best, Saul danst. Willen ze dat je de stront van de vloer boent? Saul vindt het best. Saul bestaat niet. Saul is al dood; alleen nog niet gestorven.

De eerste scene, die in één lang shot is opgenomen, maakt duidelijk waar we, met wie, zijn. Controleren of de historische werkelijkheid juist is, wat ik altijd zo graag doe, gaat niet lukken. Je wordt het brein van Saul in gedwongen. We zien het gezicht van Saul en uit geluiden en wazige beelden op de achtergrond, zien we hoe een groep mensen naar een ondergrondse ruimte wordt gebracht. Daar wordt hun verteld dat ze een douche krijgen en dat er warme soep staat te wachten. Dat ze zich snel moeten uitkleden anders wordt de soep koud. In het Duits. Je hoort het, maar je hoort het net zo goed niet. Het is achtergrondruis. Net als het uitkleden van de mensen. De wazige achtergrond kleur wordt steeds meer naakte-mensen-roze. Je ziet Saul. Saul die rondloopt en de mensen helpt bij het uitkleden. Geen spier vertrekt als al deze blote mensen een ruimte inlopen. Hij lijkt al die mensen niet te zien. Als kijker probeer je te achterhalen wie er naar binnen gaan. Zijn het oude mannen, zijn het kinderen, zijn het knappe vrouwen. Je ziet het niet of nauwelijks. Je bent Saul en Saul ondergaat het.

De deur gaat dicht en Saul begint meteen de kleren van de haken te halen. Ondertussen geschreeuw en gebonk vanuit de ruimte waar de blote mensen in gingen. Saul vertrekt geen spier. Allemaal in één lang shot. Het heeft ons in een volslagen vreemde wereld gebracht waar gevoelens geen plaats hebben. Je weet wat er op de achtergrond wordt gesuggereerd, en je spiegelt het tegen je referentiekader, maar meer doet het je ook niet. De plek waar Saul leeft, is geen aangename plek om te zijn, en je leven is voortdurend in gevaar, maar dat is dat. Verder niets.

Dat er verder nog een verhaaltje is, vind ik nauwelijks van belang. Op de keper beschouwd is het een heel erg dun verhaaltje. Ook de opstand van het Sondercommando in Auschwitz is meegenomen in het verhaal. Wat mij betreft niet zo heel erg belangrijk.

Son of Saul is een film waarin de maker heeft geprobeerd het onzegbare te zeggen door je een tijdje mee te laten lopen met een lid van het Sondercommando. Hierin is de film absoluut geslaagd. De film is geen statement tegen onmenselijk gedrag. De film speelt niet met je gevoelens. Feitelijk brengt het je dichter bij de dierlijke kern die ieder mens in zich heeft. Die dierlijke kern draagt je op om te overleven zelfs als de kans daarop maar heel klein is. Voor dat overleven wordt in dit geval de juiste strategie in stelling gebracht; het uitschakelen van je gevoelens. Dat lukt Saul…maar dat lukt ons ook. Son of Saul is een heel speciale film.

(Gisteren de film op DVD gezien.)

 

De Verleiders; Door de bank genomen. George Van Houts.

Gezien op 22 juli 2016 in Carré in Amsterdam

De voorstelling begon met een leuke binnenkomer: Pierre Bokma deed niet mee. Hij werd vervangen door de regisseur van de voorstelling Aat Ceelen. Mensen die een kaartje hadden gekocht speciaal om Pierre Bokma op het toneel te zien, konden daardoor aan den lijve ondervinden waar de voorstelling over zou gaan, werd ons vanaf de bühne verteld: Oplichting. Een voorstelling waarin wijze lessen werden afgewisseld door sketches. De ene wat leuker dan de andere en de ene les wat interessanter dan de andere. Al met al een aardige voorstelling zonder dat ik meteen overloop van enthousiasme.

Tijdens de voorstelling werd het disfunctioneren van de Nederlandse particuliere banken aan de orde gesteld. Aan de hand van de strandtenthouder De Wit, probeerden de makers te laten zien wat voor rol banken spelen in het leven van mensen en hoe ze iemand kunnen maken en breken. In de eerste sketch wordt meneer De Wit verleid tot het aangaan van een veel te hoge hypotheek. Alles wordt vanuit die hypotheek gefinancierd. Niet alleen het huis, maar ook een auto, de verbouwing en een vakantie en een levensverzekering. Aflossingsvrij. Gezien de keiharde regel dat de huizenprijzen elk jaar met 4% stijgen, hoef je niets af te lossen, want het aflossen komt pas bij het verkopen van het huis. Dan is de prijs zo ver gestegen, dat er zelfs kapitaal overblijft. Bovendien een beleggingshypotheek. Alle ingelegde aflossingen worden belegd in aandelen. Ook de aandelen stijgen jaarlijks met 4 % dus…succes verzekerd. Maar alles wat zo zeker leek, blijkt natuurlijk boterzacht. De familie De Wit wordt gemanipuleerd in een positie waarin zij niet zouden moeten zitten. Je weet van tevoren dat het mis gaat.

Dat gemanipuleer legt meteen ook de zwakke kant van de voorstelling bloot. Er is naar mijn smaak veel te weinig plaats voor zelfreflectie. Er wordt gewezen naar de tussenpersoon en de bank. Zij zijn uitsluitend uit op winst maken, zij denken alleen aan geld verdienen. De familie De Wit daarentegen, is slachtoffer. Wij allen zijn Meneer De Wit; Wij allen zijn slachtoffer. Van hun! Van tussenpersonen en banken. Is dat zo?

Nee dus. Net zo goed als dat we de familie De Wit zijn, zijn wij ook de tussenpersoon en zijn wij ook de bank. Hebberigheid zit in ons allen. Als de kans zich voordoet draaien we allemaal graag de poot van onze buurman uit. Feitelijk gaat het niet om de financiële sector; wij zijn het allemaal! Natuurlijk hebben banken, als specialisten op financieel gebied, maar zeker ook als grote instelling, een extra verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid is in het verleden onvoldoende genomen. Dat zal ook nu nog niet op orde zijn. Maar zolang die fundamentele menselijke houding, hebberigheid, niet wijzigt, wijzigt er niets. Eigenlijk geven we Gordon Gekko in Wall Street gelijk: ‘The point is, ladies and gentleman, that ‘greed’ — for lack of a better word — is good. Greed is right. Greed works. Greed clarifies, cuts through, and captures the essence of the evolutionary spirit. Greed, in all of its forms — greed for life, for money, for love, knowledge — has marked the upward surge of mankind.’

We weten wel dat Gekko ongelijk heeft, maar handelen we er ook naar? Voelen we ook Gekko’s ongelijk…

Een bijzonder geslaagde sketch was het afscheid van SNS baas Sjoerd van Keulen van de bank in aanwezigheid van zijn opvolger Ronald Latenstijn. Erg goed en leuk geacteerd; de SNS baas die de ene risicovolle investering heeft gedaan na de andere. Die de bank naar de beurs heeft gebracht en die zonder meer verantwoordelijk is voor de uiteindelijke ondergang van de bank naast de weinig sprekende of charismatische opvolger die het uiteindelijk allemaal heeft laten gebeuren.

Ook daar past zelfreflectie. Houden we niet allemaal van ondernemende, charismatische, expressieve mensen? Houden we niet allemaal van mensen als Sylvia Toth, Jan Timmer, Cor Boonstra of Rijkman Groenink? Slagvaardigheid, ondernemerschap, charisma, rechtdoorzee en nietsontziend…het zijn eigenschappen die in onze maatschappij hoog worden gewaardeerd. En…de maatschappij zijn wij. Zolang wij dit soort eigenschappen waarderen, krijgen we mensen aan de top die dergelijke eigenschappen hebben.

Ik weet dat er onderzoek wordt gedaan naar het creëren van geld door particuliere banken. Toch begrijp ik het niet. Als je een lening bij een bank aangaat, is het niet zo dat er vanuit het niets een bedrag bij je naam getypt wordt. Het gaat wel degelijk van een bankrekening af. Op die bankrekening staat een bedrag dat evenveel minder wordt als het bedrag dat aan jou uitbetaald wordt. Die rekening begon bij 0 en is nu zo hoog als hij is door af- en bijschrijvingen. Ik heb dat gezien bij ABN-AMRO. Toch heb ik ook weer gehoord dat het grootste deel van het uitgeleende geld, in eerste instantie niet bestond… ik weet het niet. Ik hoop daar meer over te weten te komen.

Ik was ook bij het nagesprek. George van Houts interviewde een journalist. Was helaas niet zo interessant omdat de journalist (waarschijnlijk) beter schrijft dan praat. Hoewel…terecht hield hij wat vragen van zich af omdat het heel verleidelijk is om met de algehele anti-banken stemming mee te gaan terwijl niemand de wijsheid in pacht heeft.

Maar al met al, een geslaagde avond in Carré.

Uitbreiding museum Het Schip: Een aanrader!

Hoe belangrijk was het gebouw? Niet dus… Als de schooltandarts kwam moesten we op onze beurt wachten. In een klein kamertje keek schooltandarts mevrouw De la Parra-Pool onze tanden en kiezen na. Ze had haar instrumentarium op de tafel uitgestald. Vanaf dat kamertje een lange rij. We stonden strak in het gelid in het trappenhuis. De spanning was te snijden. En als één kind het niet meer hield en in tranen uitbarstte, dan was dat erg besmettelijk. Als een lontje dat aangestoken was, verplaatste de waterlanders zich door de rij. De Berlageschool. Als kinderen zagen we wel dat het een speciaal gebouw was, maar waarom, dat was ons onduidelijk; het was onze school.

Berlageschool
De Berlageschool; mijn school

Hoe belangrijk was het gebouw? Niet dus… Al vroeg was ik gek op lezen. Daarom togen we met ons gezin op zaterdagochtend naar de bibliotheek. Daarvoor moesten we naar de Coöperatiehof. In een heel apart gebouw op een heel stil pleintje, was de bibliotheek gevestigd. Op zaterdagochtend werd er een verhaal voorgelezen; dat wilden wij niet missen.

Cooperatiehof
(vroeger) De bieb op het coöperatiehof

Allemaal Amsterdamse school. Wij zagen er helemaal niet het bijzondere van. Het waren huizen als alle andere huizen. Bruggen als alle andere bruggen. Straten als alle andere straten. Met tierelantijnen;  met ‘dingen’. Maar dat viel me niet speciaal op. Tante Hetty woonde in zo’n huis. En onze kromme en oude tante Jans woonde ook in zo’n huis. Ik ben opgegroeid met de Amsterdamse School terwijl ik niet wist dat dat zo was.

Toen Josien en ik zestien jaar geleden een huis in Het Schip kregen aangeboden, wisten we wel degelijk in wat voor parel we gingen wonen. Vanaf de eerste dag hebben we ons bevoorrecht gevoeld.

Midden in Het Schip was de school De Catamaran gevestigd. De school bracht leven in ons huis. De herrie van heel veel spelende kinderen en tot de orde roepende juffen en meesters hoorde net zo bij mijn parttime dag als het eitje bij het ontbijt. In de zomer werden schoolvergaderingen op de speelplaats gehouden, en hadden wij, als bewoners de notulen kunnen maken; we konden alles volgen. Op het moment dat de school verhuisde, ontstond er een leegte. De school was onze school; de kinderen waren onze kinderen. Ik miste dat gekrakeel als ik met griep op bed lag.

De voormalige school is inmiddels hét museum over de Amsterdamse school geworden. Het gerestaureerde postkantoortje en de woning onder de toren zijn samen met de school nu het museum. Ik bezocht het gisteren. Ondanks dat ik té weinig tijd had en mijn bril vergeten was, heb ik genoten. Wat een heerlijk museum! Zonder dat ik alle onderschriften kon lezen was het een enorme ervaring. De collectie van het museum is zeker de moeite waard. Een bijzonder aspect van het museum is, dat er steeds rondleidingen starten. Geen rondleiding ín het museum, maar rondom het Schip. Naast de bijzondere en kunstzinnige architectuur, komt ook de volkshuisvesting, de verzuiling en het socialisme aan de orde. Het socialisme dat één van de inspiratiebronnen was voor Het Schip. De rondleidster was bijzonder ter zake deskundig en vertelde erg enthousiast. Ik heb veel nieuwe dingen gehoord.

Het museum in de voormalige school was voor mij echt helemaal nieuw. Een paar hoogtepunten:

Een filmpje uit begin jaren ’80 van de vorige eeuw waarin architect H.Th.Wijdeveld vertelt over het tijdschrift ‘Wendingen’. Hij vertelt er zo verschrikkelijk enthousiast over dat dat aanstekelijk werkt. Hij heeft het over de grote dichters van zijn tijd, die poëzie voor zijn tijdschrift leverde. Ook vertelt hij over een nummer dat helemaal over kristallen ging.  (Alle afleveringen van ‘Wendingen’ vond ik on-line)

Een interview met architect Piet Kramer in de krant. Gedeelten van het interview worden (geacteerd) geciteerd. Piet Kramer blijkt zich nauwelijks bewust van zijn rol als architect. Hij ziet zichzelf als ambachtsman, maar ook niet meer dan dat. Ach…dat hij de Bijenkorf in Den Haag ontwerpt en zoveel mooie andere dingen, hij wuift het weg.

Twee feitjes die ik speciaal vond, en gisteren hoorde:

  1. Michel de Klerk was joods. De Klerk ervaar ik niet als joodse naam. Michel en ik dragen namelijk dezelfde achternaam, maar de De Klerken vertegenwoordigen juist niet de joodse kant in mij; ik heb wel een joodse moeder…maar die heeft een andere achternaam…
  2. Michel de Klerk komt uit een gezin met 25 kinderen…

Op de bovenste verdieping van het museum heeft eigenaar van Het Schip Eigen Haard een tentoonstelling ingericht over de restauratie die nu aan de gang is en die ons tijdelijk uit ons ‘eigen’ huis verdreven heeft. Omdat ik geen bril bij me had, ga ik binnenkort terug om alle onderschriften te lezen. Op de voormalige speelplaats staat nu straatmeubilair. Het werd mij niet duidelijk of al dat straatmeubilair door de Amsterdamse school architecten ontworpen is. Moet ik nog vragen en alweer een reden om heel snel nog een keer terug te gaan.

 

Moestuin in de zomer

Ik heb een moestuin. In de vroege lente heb ik er al eerder over geschreven. Toen was ik erg enthousiast en vol verwachting over wat ik ging zaaien. Ook was ik vol verwachting over wat ik ging oogsten. Ik schreef over ‘het hele jaar door eten uit je tuin’ door groenten op diverse manier in te maken. Ik zou kolen planten om zuurkool te maken, ik zou lof zaaien, om van de ingekuilde wortels de hele winter lang mooie struikjes lof te snijden…Ik was, kortom, vol verwachtingen. Een gevoel dat helemaal bij de lente past.

Maar nu, in de zomer. Op het moment dat de meeste mensen op vakantie zijn, word ik geconfronteerd met de realiteit. En die realiteit is hard voor mij. Voor ons, want schrijver dezes deelt zijn leven en dus ook het moestuindrama dat zich aan het ontrollen is. Daarom ga ik eerst vertellen over wat wel gelukt is. Josien en ik hebben al diverse courgettes gegeten. Na een aanvankelijke aarzeling, is de courgetteoogst nu goed op gang gekomen. In de vroege lente hadden we courgettes en pompoenen voorgezaaid. Thuis op onze zolderkamer hadden we ze tot volwaardige plantjes laten opgroeien om ze daarna uit te planten in de tuin. Met die eerste poging waren de slakken in onze tuin, bijzonder blij. Binnen no-time konden we alleen nog maar een rechtopstaand steeltje vinden…in het gunstigste geval. Na een week vonden we van al onze plantjes helemaal niets meer terug. Daarom meteen nieuwe gezaaid. Wijs geworden door onze eerste poging, namen we maatregelen. Plantjes zouden opgroeien met een bescherming rond hun steel; een plastic bekertje zonder bodem met een strip van kopertape aan de bovenkant.

Dat bleek de gouden oplossing want geen slak die de koperen slakkenstrip kon nemen en na een betrekkelijk korte tijd was de plant zo enorm gegroeid dat slakken er geen kwaad meer konden aanrichten. Dezelfde truc pasten we toe op de kool. Ik wilde veel kool zodat we veel zuurkool zouden kunnen maken. We hadden zaad van verschillende koolsoorten gekocht. Maar helaas, sommige koolsoorten kwamen heel slecht op. De plantjes die wel opkwamen beschermden we op precies dezelfde manier als onze courgetteplantjes. Het effect was dat de plantjes in eerste instantie uitgroeiden tot prachtige planten. Maar nu is het droog. Al weken is het veel te droog. Mijn koolplanten lijden, dat is wel duidelijk…

De ergste vijand van onze moestuin is zonder meer de slak. Hoewel we van alles hebben uitgeprobeerd, lijkt weinig werkelijk te helpen. Deze overtuigd biologische hobby tuinier heeft zelfs (biologische) slakkenkorrels aangewend in de strijd tegen het slijmerige ongedierte. Maar zelfs dat heeft nauwelijks effect gehad. Alleen de bekertjes met koperen slakkentape. Dat werkt wel.

koolplantjes met bekertjes met koperen slakkentape rond hun steel
koolplantjes met bekertjes met koperen slakkentape rond hun steel

Dit jaar: geen worteltjes, boontjes of bietjes…snif. Al helemaal geen witlof. Ook de uien zijn verdroogd. Wel wat tuinbonen, gelukkig!

Het spijt me, maar de stand van zaken, midden in de zomer, is niet echt rooskleurig in onze moestuin.

Het jodendom van Esther Voet

Ik heb moeite met religie en etniciteit. Zowel religie als etniciteit zorgen ervoor dat je binnen een samenleving insiders hebt en outsiders. Dat je duidelijkheid hebt over wie goed is en wie fout. Zo simpel is de wereld niet en om even een open deur in te trappen; niemand is voor honderd procent goed of voor honderd procent fout. Ga een individuele band aan met jouw God of Goden als je daar behoefte aan hebt maar laat je normen en waarden bepalen door het land waar je in woont…nog liever…de wereld waar je op woont. ‘Het mag niet van mijn geloof’ stuit mij tegen de borst.

De meeste mensen in Nederland zijn al hard op weg om religie en etniciteit individueel te beleven. Een grote groep relatieve nieuwkomers zijn nog erg zoekende. Moslims hebben de neiging om hun religieuze heil bij elkaar te zoeken. Dat levert dan ook meteen spanningen op. Maar ook bij religies als het jodendom, met een lang verleden in Nederland, zoeken de gelovigen nog vaak hun heil bij elkaar.

Vandaag een interview met Esther Voet in de Volkskrant. Zij is hoofdredact5eur van het Nieuw Israëlitisch Weekblad, de spreekbuis van de joodse gemeenschap in Nederland. Uit het interview blijkt dat ze in principe haar eigen individuele band met haar religie en etnische achtergrond heeft gevonden, maar dat ze zich aan de andere kant verbonden voelt met het collectieve jodendom. Deze twee uitersten probeert ze met elkaar te verbinden door aan het collectieve in het jodendom en individuele draai te geven. Klinkt ingewikkeld, maar een voorbeeld maakt het duidelijk.

Als er iets is dat de grote monotheïstische godsdiensten gemeen hebben, dan is het wel de kanalisering van de seksualiteit. In de loop van de eeuwen zijn regels geschreven die bepalen hoe je om mag gaan met je seksualiteit. Zonder uitzondering beperkt de seksualiteit zich tot het huwelijk van man en vrouw. Seks buiten het huwelijk wordt afschrikwekkend gemaakt. Wordt met zware straffen gesanctioneerd. Verhalen in elke religie illustreren hoe omgegaan dient te worden met mensen die naast de pot piesen.

Esther Voet is een vrouw die er wel van houdt. Ze vindt seks het leukste spelletje voor volwassenen dat er is. Relaties met mannen die langer dan een jaar duren heeft ze niet. Ze verveelt zich snel bij mannen en gaat dan weer op zoek naar een andere. Ondertussen is Esther Voet hoofdredacteur van hét joodse tijdschrift. Daar gaat de schoen wringen. Er qua seks op los leven en het jodendom passen niet bij elkaar. Wie dacht dat het stenigen van een overspelige is uitgevonden door de islam, komt van een koude kermis thuis; dat hebben de moslims geleerd van de joden!

Om een goede, volgens de joodse regels levende, joodse vrouw te zijn, maar toch ook haar eigen seksuele gang te gaan, schept Esther Voet haar eigen jodendom. In dat jodendom wordt de vrouw niet: ‘… opgeknipt in maagd en hoer.’ Had je gedacht, dus!! In het gewone jodendom wel; maar in Esther Voets jodendom niet. Ik hou wel van mensen die hun eigen individuele band met God zoeken. Esther Voet is daar een mooi voorbeeld van. Ook een beetje lachwekkend, trouwens.