District Marsabit in het noorden van Kenia

Vorig jaar heb ik voor onze tuinvereniging een middag over permacultuur georganiseerd. Ik had Linder van den Heerik uitgenodigd om ons meer te vertellen over dit onderwerp. Het werd een fijne middag met veel discussie over zin en onzin van tuinieren volgens de permacultuur methode. Wat bij mij vooral bleef hangen was dat men bij permacultuur kijkt hoe de natuur het doet. De natuur heeft eenjarige en meerjarige planten. Eenjarige planten groeien doorgaans op plekken waar nog niets staat. Doorgaans zijn eenjarige planten pioniersplanten. De natuur streeft naar vaste planten. In permacultuur zie je ook dat het aantal eenjarige planten relatief erg klein is. Eenjarige planten groeien het best op vernietigde grond; het zijn de eerste planten die de grond weer willen herstellen. Permacultuur ziet spitten en ploegen als het vernielen van de structuur. Vandaar dat eenjarige planten als worteltjes, bietjes, sperziebonen, aardappels en kolen het goed doen op de geploegde aarde. Maar je moet streven naar meerjarige planten. Eeuwig moes of rabarber zijn bijzonder populair in permacultuur-kringen.

Natuurlijk zakte de discussie met Linder naar het niveau van: ‘Maar kan je de wereldbevolking ermee voeden?’. Een onzinnige vraag en een discussie die altijd weer opkomt als het over duurzame landbouw gaat. We weten het niet. Dat is het juiste antwoord, denk ik. En…als we massaal overgaan op duurzamere landbouw dan hebben we steeds problemen op te lossen. Bij wat je ook doet aan vernieuwing, je moet altijd heel veel problemen oplossen.

Maar Linder ging wel in op de problemen die in woestijnachtige gebieden spelen. Woestijn is extreem kapotgemaakte grond, betoogde hij. Als je om een stuk semi-woestijn (want heel afentoe water heb je nodig…anders groeit er niets) een hek zet en het enkele jaren met rust laat, zal je zien dat de vegetatie terugkeert en er op den duur vruchtbare grond ontstaat; dat de aarde zichzelf herstelt.

In de krant van vandaag een troosteloos artikel met een troosteloze foto erbij. De foto toont weliswaar een lachende, bijzonder mooi geklede, vrouw, maar in een desolaat landschap. Een nomadenvrouw in het noorden van Kenia. Op de achtergrond wat armzalige hutjes en een jongetje. De vrouw loopt in een zanderige omgeving met jerrycans te zeulen. Op weg naar de plek waar wat water te vinden is. Op de achtergrond ook wat vaag groen. Eigenlijk krijg je al dorst als je naar de foto kijkt.

Het artikel beschrijft de problemen waar de arme nomaden mee te maken hebben. Ze trekken met hun kuddes vee van grasspriet naar grasspriet en kunnen hun hoofd amper boven water houden. Maar hun vee is hun alles. Hoe meer vee, hoe trotser en hoe meer waarde je bezit. Rijkdom wordt uitgedrukt in vee. Betaald wordt er met vee. De hele cultuur is opgebouwd rond vee. In het artikel wordt gepleit voor subsidie om deze cultuur te ondersteunen. Ik denk daar heel anders over… De Keniaanse regering zou het met subsidies mogelijk moeten maken om te stoppen met dit nomadenbestaan met vee. Als veehouder heb je geen andere keus dan steeds van grasspriet naar grasspriet te trekken en al het beschikbare water aan je vee te geven. Met dat kaalvreten van de aarde maak je het land kapot.

Zorg voor slim omgaan met het beschikbare water en zet een groot hek om grote stukken land. Laat het vijf jaar compleet met rust en je zal zien dat woestijn verandert in een groene oase. Het lost vast niet alle problemen op… Maar nu zou ik echt niet willen wonen in het district Marsabit in het noorden van Kenia. Wat een trieste boel!

(deze documentaire laat zien hoe woestijn in een oase verandert!)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code