Weer een afscheid van Wouter Bos

Toen Pim Fortuyn werd doodgeschoten, borrelde uit het moeras de giftige oprisping dat de kogel van links kwam; van de Partij van de Arbeid. Ik ben toen actief geworden in mijn partij. Ik zag Pim Fortuyn als iemand die de geest uit de fles haalde; onderbuikgevoelens losmaakte en groepen tegen elkaar opzette. Nederland verdiende Fortuyn als premier. Daarna zou hij op natuurlijke wijze uitdoven; dat wist ik zeker. De moord op Fortuyn was daarom een ramp voor links. Ik wilde mijn steentje bijdragen aan herstel van mijn partij. Dat kon alleen maar, vond ik, door mij openlijk achter de partij te scharen.

Ik werd secretaris van onze afdeling en coördineerde campagnes. Wouter Bos was toen net partijleider geworden. Hij was extreem slim, charismatisch en…open en eerlijk. Wouter Bos was iemand voor wie ik graag de benen uit mijn lijf liep. Toen hij wat jaartjes later, aankondigde dat hij ermee ophield, schokte hij mij diep!

Zijn columns, die hij na zijn periode als partijleider in de Volkskrant schreef, heb ik altijd gretig gelezen. Hij gunde ons een blik in de keuken van de Nederlandse politiek. Centraal thema in al zijn stukjes: De kloof tussen ideaal en werkelijkheid. Het is niet moeilijk om mensen te winnen voor je idealen; het realiseren is de uitdaging. Nederland is een coalitie-compromissenland. Van een compromis wordt niemand ooit blij. In een coalitie heb je mazzel als het je lukt om de successen van de samenwerking aan jouw partij te koppelen en de decepties aan de andere partijen.  Voor mijn partij pakt dat doorgaans slecht uit.

Gisteren las ik zijn laatste column. Hij had alles wat hij te zeggen had al eens eerder gezegd en daarom hield hij ermee op. Jammer! Alweer schokkend! Ik wil alles wat hij te schrijven heeft graag meerdere keren, in verschillende toonaarden, lezen.  Wat Wouter Bos te zeggen heeft, is altijd de moeite waard.

Bij Pauw, gisterenavond, vergeleek hij de beroepen columnist en politicus. Als je als politicus je mening geeft, heeft dat meteen consequenties. De cameraploegen rukken al uit op het moment dat je je mond opendoet.  Als columnist mag je ongestraft overal een mening over geven. Niemand roept je ter verantwoording. De columnist is koning binnen zijn column en over zijn column!

Bij Pauw gisterenavond toch ook een uitglijder. De groene zeep werd gesmeerd door CDA-politicus (hoewel journalist) Frits Wester. Wester viel Bos zwaar aan omdat hij in zijn column pleitte voor een samenwerking tussen Groenlinks en de PvdA. Betweter Wester wees Bos op de tegenstrijdigheid met Bos’ eigen beleid van destijds. Wester verweet Bos opportunisme; nu het slecht gaat met de partij moet een andere partij hen komen redden. In de tijd dat het goed ging met de partij (onder Bos, dus) had de PvdA er geen oren naar. Wouter Bos ging dat omstandig uitleggen. Maar Bos realiseerde zich niet op tijd dat hij In het verleden functioneerde als partijleider van een partij die opereerde in een complex politiek krachtenveld waarbij zijn uitspraken meteen consequenties hadden op de politieke situatie van toen. Nu is hij columnist zonder verdere verantwoordelijkheid. Wouter Bos gaf als columnist zijn mening en zijn analyse. Zonder consequenties. Wouter Bos is koning binnen en over zijn column. Dat had hij Frits Wester moeten antwoorden. Had hij in zijn volgende column kunnen doen. Maar helaas… hij is nu ook geen columnist meer…

Arme Frits en Gekke Wil

Gisteren liep ik hem weer tegen het lijf. Mijn naamgenoot, Frits. Toen ik even een boodschap ging doen. De partner van onze ex-buurvrouw gekke Wil.  Soms werd Frits gedoogd in Wil d’r huis maar meestal werd hij er door haar met veel kabaal uitgeknuppeld. Wil overleed een jaar of zeven, acht geleden. Ze had luimen toen ze nog leefde. Extreme luimen. Arme Frits.

Toen gekke Wil naast ons kwam wonen, stapten we zo, over een gespannen staaldraad, elkaars tuin in. Wij vonden dat toen niet zo verkeerd. Josien en ik wilden graag openstaan voor anderen en onze tuinafscheiding symboliseerde dat. Ook voor Wil stonden wij open. We traden haar behulpzaam en vriendelijk tegemoet. Toen mijn zus haar in de tuin zag staan vroeg ze of we contact hadden met die ‘aan de drank geraakte bijstandsoma’. Vanaf dat moment werd ik me ervan bewust dat we een beetje voorzichtig moesten zijn. Vanaf dat moment kwamen wij langzaamaan in het negatieve systeem in Wil d’r hoofd. We werden van vriendelijke buren omgebouwd tot afschrikwekkende buren. Niet alleen Frits, maar ook wij kregen te maken met haar luimen. Dat was echt niet fijn. Bij tij en ontij stapte ze over de staaldraad die onze tuinen scheidde en schold ze ons de huid vol. Daarom togen we naar de bouwmarkt en binnen no-time hadden we een schutting opgetrokken. Opgelucht zaten we daarna met z’n vijven in ons omheinde territorium. We hoorden Wil aan de andere kant tekeer gaan…maar dat was tegen Frits. Andere Frits. We hadden met hem te doen maar waren blij (en dat geef ik grif toe) dat het ons niet trof.

Op een dag werd er bij ons aangebeld. Voor de deur stond Frits. Een droevige man. Hij had zich het leven heel anders voorgesteld, dat was ons wel duidelijk. Lang haar in een paardenstaart. Onnatuurlijk zwart geschilderd. Een eeuwige zonnebril op zijn neus. We hadden hem horen zeggen dat hij in een band gespeeld had. Dat hij in de buurt van Herman Brood ´iets´ had gedaan. Dat hij ergens in Broods kielzog had bestaan; had geëxisteerd. Vandaar de staart en de zonnebril…denk ik. Frits had al twee weken niets van Gekke Wil gehoord. Wij konden opgelucht zeggen dat wij ook geen last van haar hadden gehad. We moesten weten dat hij het verschrikkelijk vond dat wij zo veel last van haar hadden, maar dat zij toch zijn grote liefde was. Dat stemde mij mild. Daarom belde ik de politie voor hem. Wil had een erg slechte gezondheid en hij was bang dat ze voor dood in haar woning lag.

Een politieagent tikje haar keukenruitje in en klom naar binnen. Maar geen Wil. Ze bleek opgenomen. Niet alleen haar psychische gesteldheid bleek uiterst broos, ook haar in drank gemarineerde lichaam had moeite om overeind te blijven. Dat lijf kapte er dan ook mee. Frits’ bange vermoeden kwam uit.

Frits nam de schuld van alles op zijn droeve schouders, zo lijkt het. Hij lijkt zich verantwoordelijk te voelen voor wat Wil heeft uitgespookt. Daarom durft hij mij nauwelijks onder ogen te komen. Hij woont bij ons in de buurt en daarom kom ik hem soms toch tegen. Als Frits mij ziet aankomen, dan stapt hij een portiek in en doet alsof hij daar woont. Als ik voorbij ben, komt hij schuchter de portiek weer uit en vervolgt hij zijn weg. Arme Frits. Ik verwijt hem niets. Ik heb een zwak voor mensen met een onmogelijke liefde. Helemaal als die geliefde dood is.

Falafel op koningsdag

Vandaag een recept voor broodje Shoarma in de Volkskrant. Sorry, ik haal daar mijn neus voor op. Broodje shoarma van varkensfilet. Dat gaat wel ver! Broodje shoarma vindt haar oorsprong in het Midden-Oosten. Daar haat men varkens evenveel als elkaar. In het Midden-Oosten vieren ze bijna hun zeventigste verjaardag van de haat. Kan je nagaan hoe erg shoarma en varken bij elkaar horen. Goed, een misser dus. Kan gebeuren. Wellicht kan ik beter kijken naar een voltreffer die ik ooit uit de krant heb geplukt en die als de vegetarische tegenhanger van de shoarma voelt; de falafel. In ons door vegetarisme gespleten (ex-)gezin een hit van de bovenste plank. De vegetarische helft van ons gezin voelde zich in het zonnetje gezet en de vleeseters misten geen vlees. De falafel, gefrituurde balletjes van gekruide bonen opgediend in een pitabroodje met sla. Bij ons de vaste prik op verjaardagen. Het liefst met kippen- en tomatensoep vooraf. Twee soorten versgemaakte soep; eentje voor de veggies en eentje voor de carnivoren. Wat een luxe!

Dat recept dus uit de Volkskeuken van jaren geleden. Koop je een falafel in de MOAZ, dan lijkt de mijne daar verdomd veel op. Maar ik heb inmiddels ook falafel in Teheran gegeten. Die smaakte anders, maar toch weer hetzelfde. Wat fijner van structuur. Daar gebruikte ze geen pita, maar uitgehold stokbrood.

Later werd de echtheid van mijn falafel bestreden…ja…familieleden vonden niet dat ik me aan het originele recept hield. Een ei erdoor om de boel lekker bij elkaar te plakken, bijvoorbeeld, dat hoorde niet. Ook kikkererwten…dat hoorde ook al niet. Het moesten gedroogde tuinbonen zijn… Maar mijn Josien en mijn jongetjes gingen om mijn falafel en mij heen staan. Mijn falafel was de enige en de ware. De lekkerste de knapperigste en de smeuïgste.

In de Volkskrant van vandaag de oproep om op koningsdag een lekker broodje shoarma te gaan eten op straat. En als je dat niet wilt vanwege kou en regen: Maak het broodje dan zelf. (van varkensvlees … huil … huil). Mijn advies: maak voor de veggies een heerlijke falafel:

(Ga eerst op zoek naar de lekkerste pitabroodjes. Volgens Rinke te koop op de zaterdagmarkt in de jordaan. AH pita’s kunnen ook…maar dan moet je het zelf maar weten…)

Doe een kopje bulgur in een pannetje en giet daar kokend water op. Dekseltje erop en laten wellen.

Neem een halfliterblik kikkererwten. Gooi zonder vocht in een blender. Voeg daaraan toe een teen knof, een halve ui, een handje peterselie, het sap van een halve citroen, een theeleper gemalen komijn, cayennepeper en zout naar smaak en twee eitjes. Blenderen tot het een egale massa is met groene puntjes.

Meng de uitgelekte bulgur door de kikkererwtenpasta. Roer er vervolgens net zolang paneermeel doorheen totdat je er vertrouwen in hebt dat je er balletjes van kan rollen. Frituur de balletjes en stop ze daarna in een warmgemaakt pitabroodje met wat sla. De zuurkoolsalade van Yvette was afgelopen zaterdag een doorslaand succes bij de falafel, maar dan moet je maar even bij Yvette van Boven gaan buurten!

Just like me

Ik had drie jonge kindertjes thuis. Dat was hard werken. Een veeleisende, drukke baan en veel studeren en die drie jochies te verzorgen. Op dat moment had ik het misschien wel ietsje te druk. Ik had best last van stress. Veel dingen moesten af. Op mijn werk maar ook thuis. Ik wilde, en kon, de opvoeding van de jongetjes niet aan Josien alleen overlaten. Ik was (en ben) gek op mijn jongetjes. Ik wilde er zoveel  mogelijk bij zijn. Hard werken. Heel hard werken. Daarom was het goed dat ik op dinsdagavond ging sporten. Volleyballen. Ik keek vaak uit naar de dinsdagavond. We gingen dan eerst lekker trainen en daarna nog even naar de kroeg. In de Rustenburgerstraat. Even een afzakkertje nemen.

In de kroeg raakte ik aan de praat met Sylvia. Heel gewoon. Geen bedoelingen. AL helemaal geen bijbedoelingen. Gewoon lekker kletsen. Lekker kletsen met Sylvia was heel lekker kletsen. Eigenlijk…verschrikkelijk lekker kletsen, Mijn hart ging sneller kloppen van haar bewegende mond. Ik kon mijn ogen niet van haar ogen afhouden. Zelden zulke ogen gezien. Zelden zo’n mooie kleur blauw gezien. En wat ze ook vertelde; het had met mij te maken. Het had te maken met haar en mij op dat moment daar in de kroeg in de Rustenburgerstraat. Ik had een klik met Sylvia, zoveel was wel duidelijk. Ik wilde haar springerige blonde haar aan mijn neus voelen kriebelen. Ik wilde haar lippen proeven. Ik wilde met haar mee naar huis en de liefde smaken. Ik wilde mijn onrustige hart kalmeren; mijn ongetemde verlangen bevredigen, ik wilde Sylvia.

Maar wat deed ik? Ik zei dat ik het ontzettend leuk vond om met haar te praten maar dat ik de volgende dag weer naar mijn werk moest. Ik betaalde mijn drankjes, stapte op de fiets en reed naar huis. Zo gaat dat met mij. Monogaam, heet dat. Enne…ik heb er geen spijt van, want met mijn Josien heb ik onze drie jongetjes volwassen kerels zien worden. Mijn soulmate en co-ouder is mijn minnares, mijn beste vriend, mijn grote liefde, mijn intellectuele klankbord. Ze matigt mijn meningen en voorkomt dat ik brokken maak. En dat doe ik ook voor haar. Eens moet ik haar loslaten omdat niets voor eeuwig is, behalve de dood. Ik ga en zij gaat; onvermijdelijk. Zo voelt dat bij mij…

Toch knaagt er soms iets aan me. Niet aan het gevoel of ik met Josien de juiste keuze heb gemaakt. Daar heb ik nog nooit echt aan getwijfeld. Ik ben zonder meer de vader van mijn jongens. Ook daar twijfel ik geen moment aan. Wel heb ik me afgevraagd of ik hip genoeg was. Monogaam leven is niet zo hip. Niet zo opwindend. Er werd beweerd dat niet alleen bijna iedereen het voortdurend met een ander doet, maar dat ook een aanzienlijk deel van de kindertjes niet door pappa verwekt is. Mijn vraag aan mezelf: Ben ik niet een beetje saai met dat monogame gedoe van me? De hele wereld bedonderd elkaar, en jij ben de braafheid zelve… Brave Hendrik! Jekkes!

Jeske Hendriks schrijft vandaag in haar ‘Gezond’ column in de Volkskrant over wetenschappelijk onderzoek naar polygamie. Er werd gesteld, en met cijfers onderbouwt, dat mannen vaak hun eigen kinderen niet opvoeden Deze cijfers blijken voort te komen uit onderzoek op mannen die een vaderschapsonderzoek wilden; die mannen twijfelden dus al aan de trouw van hun partner. Nu blijkt er ook onderzoek te zijn gedaan onder een meer representatieve groep mannen en kinderen. De conclusie uit dat onderzoek is, dat het overgrote deel van de mannen juist wel hun eigen kinderen opvoedt en dat mensen grotendeels monogaam leven. Just like me!

Demoslager Gertjan Kiers en de amateurslager

Ik ben fan geworden van Gertjan Kiers. Een beetje morbide misschien als je je leven deelt met een veggie, zoals ik. Gertjan Kiers is slager. Een demoslager. Op YouTube snijdt hij grote stukken dood dier in stukjes en vertelt daarbij hoe we dat stukje in de supermarkt noemen. Of in een restaurant. Ook prijst hij het onderhanden zijnde kadaver aan om de vermeende smaak. Kiers laat ons zien hoe je de smaak kunt voorspellen terwijl je het beest in hapklare brokken snijdt. Dat is leuk om te zien want Kiers is een vakman. Een gepassioneerde vakman. Als ik even verzeild ben geraakt in een donker hoekje van het leven, dan zoek ik één van zijn demofilmpjes. Na een kwartiertje uitbenen, voel ik me een ander mens en sta ik weer aan de lichtere kant van het leven..

Kiers ziet er op YouTube uit als een arbeider. Als het toonbeeld van stoer arbeidend Nederland. Een grote kerel. Van spierweefsel (om maar eens zijn eigen termen te gebruiken) heeft hij meer dan genoeg. Grote stukken geslacht rund tilt hij naar de bank. Met zwaar getatoeëerde armen. En als de berg ex-dier dan goed en wel ligt, dan pakt Kiers zijn mes. Een scherp mes. Een heel scherp mes. Het mes glijdt door het vlees. Als je dat mes ziet dan vraag je je af waarom er ook nog een zaag nodig is. ‘Tel tot de vijfde rib en daar steken we het mes tussen. Datzelfde doen we aan de andere kant’, oreert Kiers en vervolgens verdeelt hij het varken in de schouder en de rest. Een mooi gezicht.

Het wordt pas echt mooi als Kiers terecht komt bij de incourante stukken dier. Datgene wat je niet zo snel zou nemen in de supermarkt en dat er dan ook, om die reden, niet ligt; het verkoopt niet. Enthousiast vertelt de slager wat er zo mooi aan dat ‘lekkere stukje vlees’ is. Het mooie bindweefsel dat veel smaak geeft, of dat sliertje vet dat dwars door het vlees loopt en dat het vlees lekker sappig houdt. (‘vet is smaak, zeg ik altijd’, aldus Kiers.) Vlees waar je op moet kauwen maar met veel smaak; werkvlees. Gertjan Kiers wijst ons erop dat maar een klein deel van het dier bestaat uit kogel, haas of entrecote en dat het zonde is om de rest door de gehaktmolen te halen; dat er dan veel verloren gaat.

Door Gertjan Kiers ben ik amateurslager geworden en zoek ik gelegenheden om een idioot stuk vlees te kopen. Zo kocht ik een complete schouder in de herfst om worst van te maken. Ik moet wel zeggen, het resultaat was een daverend succes. Dankzij de YouTube filmpjes ging het uitbenen me voor…de slager! Maar je koop echt niet elke week een schouder, want jongens wat is dat een hoop vlees. Ik heb er braadworst, rookworst en heel veel weggeefworst van gemaakt. Gisteren kon ik het weer eens niet laten. Ik had naar ‘Koken met van Boven’ gekeken. Pulled pork, maakte ze op de televisie. Heel erg hip! Met haar rookoven. Zij deed het met uitgebeende schouder, ik met procureur. Ik kocht een complete procureur. Alleen de naam al geeft het iets speciaals. Twee derde procureur was al een enorme berg vlees. Mijn altijd zo vleeskritische mannen (getsie er zit ‘’wit’ aan het vlees…) deden eerst voorzichtig, maar daarna gingen ze compleet los op het geplukte varkentje. Met zuurkoolsalade en rode peper salsa.

Gelukkig komt het BBQ-seizoen eraan. Ik kan haast niet wachten. Ik heb een nieuw filmpje gevonden. Daarin beent Gertjan Kiers een lam uit. Als we weer in ons eigen huis zijn, nodig ik onze Egyptische buren uit voor een BBQ. Maar ja, dat duurt nog een jaar. Voor dit seizoen misschien een varkensbuik?

Straks weer lekker kijken hoe Gertjan zijn vlijmscherpe mes langs de ribbetjes laat glijden…

Zwaarlijvig en zwaarmoedig

Ik hoef er niet voor in de spiegel te kijken; ik weet het. Ik ben zwaarlijvig. Te dik. Het wordt me van alle kanten trouwens ingepeperd. Ik ben een vetzak. Heus, er zijn heel veel ergere gevallen dan ik, maar ik ben er ook één. Elk pondje gaat door het mondje. Ik ben een gulzige, luie veelvraat en ik heb het aan mezelf te danken. Zelf geloof ik ook dat het aan mij ligt zelfs als ik me voorneem dat niet te denken. Het is me jaren bijgebracht. In gezelschap probeer ik als een muisje te eten. Dat komt je zelfbeeld niet ten goede, kan ik vertellen.

Afvallen; ik weet er meer van dan van aankomen. Ik heb bij weinigen een dieet zien lukken. Ik ben zelf ook een keer veel kilootjes kwijtgeraakt. Maar je houdt zo’n bezopen dieet niet de rest van je leven vol. Er komt een moment dat je de teugels laat vieren en dan is het heel snel gedaan. Je gewicht schiet binnen enkele weken weer terug naar het niveau dat je met zoveel moeite achter je had gelaten en kijk je niet uit…dan schiet je er dwars doorheen en ben je nog veel zwaarder dan je eerst was. Ik zelf kon op het juiste moment op de rem trappen, tal van mensen om mij heen niet.

Gisteren ging ik naar de diëtist om wat aanwijzingen te krijgen over omgaan met diabetes. Ik vertelde hem over mijn ervaringen met diëten en afvallen. Ik dacht dat de goede man naar mij geluisterd had. Nee dus. Kreeg ik anderhalf uur te horen hoe slecht ik wel niet was met mijn vette pens. Dat ik in het vervolg een gezellige rauwkostsalade naar mijn werk mee moest nemen in plaats van boterhammetjes. Dat aardappelen, rijst, brood en vers fruit in het vervolg verboden zijn en dat ik maar eens lekker moest gaan experimenteren met rauwkost, groente en linzenschotels. Ik was toch culinair geïnteresseerd? Dan kon ik vast wel lekkere dingen bedenken. Kortom na anderhalf uur stond deze dikzak zwaar gedeprimeerd op straat. Dat ging dus niet goed tussen hem en mij. Ik wist meteen zeker dat ik nooit meer terug zou gaan ook al had ik net een vervolgafspraak in mijn agenda gezet.

14 april stond er een interessant artikeltje in de Volkskrant over dit onderwerp. Van Noortje van Amsterdam. Zij doet onderzoek naar effecten van gezondheidsidealen. Een slank lichaam is niet alleen een schoonheidsideaal maar ook een gezondheidsideaal. De vraag is in hoeverre een zwaarlijvig lichaam eigen schuld is en ook in hoeverre je dat zwaarlijvige lichaam kunt veranderen. Een vetrandje op het lichaam is ongezond, maar daar eindeloos over jeremiëren helpt daar weinig aan. Wellicht moeten we aanvaarden dat een vetter lichaam leidt naar een eerdere dood, maar dat we de kwaliteit van het leven voor die dood daar minder onder laten lijden. Nu vechten we voor een verloren zaak, geven we onszelf de schuld en gaan we alsnog eerder dood. Diëten leiden helemaal tot niets. Ik heb de pech dat ik door een dikke vader uit een dikkige familie ben verwekt. Klaar! Noortje van Amsterdam ziet het probleem en vraagt de overheid te stoppen met akties als: ‘Dikke bult eigen schuld’; het zijn geen campagnes die iets positiefs opleveren.

dikkebult

Ik bak al jaren mijn eigen brood. Klasse brood. Deskundigen hebben dat bevestigd. Op basis van desem. Ik heb een eigen recept ontwikkelt van biologisch meel dat ik van de molen haal. Puur natuur. In het weekend bak ik feestbrood. Net zo biologisch als mijn andere brood, maar wit en erg luchtig. Dat brood lijkt op het brood dat je doorgaans op vakantie in Frankrijk eet. Maar dan van de beste bakkers. Weet ik zeker. Brood bakken vind ik echt leuk. Ik ga dat niet voor de eerste de beste diëtist opgeven. Echt niet. Maar dat betekent tegelijkertijd dat ik waarschijnlijk Josien als weduwe ga achterlaten; dat ze nog een tijd verder moet zonder mij. Ik wou dat dat anders was; dat we allebei tegelijk konden gaan. Maar dat is niet zo. Ik voel me zwaarmoedig…en zwaarlijvig.

Romeo et Juliette; Ballet en opera tegelijk in de Stopera.

Gisterenavond zaten Josien en ik bij een voorstelling van het Nationale Ballet terwijl ik eigenlijk voor de Nationale Opera kwam. Romeo et Juliette van Hector Berlioz was een co-voorstelling van de twee gezelschappen die samen hun thuis vinden in de Stopera. Zo kwam ik dus als operaliefhebber terecht in een voorstelling van soepele lijven. Ik merkte dat ik weinig verstand van ballet had. Veel van de bewegingen kwamen bij mij als overbodig over, maar dat neemt niet weg dat ik een leuke avond heb gehad. Wat ik wel kon begrijpen is de muziek. Een alt, tenor en een bas zongen een lied. Drie mooie liederen gezongen door mensen met een fantastische stem; zonder uitzondering. Heel anders dan bij opera waren de zangers nauwelijks onderdeel van het verhaal. Ze leverden commentaar op wat er in het verhaal gebeurde. Dat verhaal werd uitgebeeld door dansers. Het koor fungeerde als klassiek koor bij een Griekse tragedie. Romeo et Juliette is nou niet meteen het sterkste werk dat Berlioz gecomponeerd heeft. Dat wil niet zeggen dat het niet voldeed, maar toch. Het werd, zoals gebruikelijk flitsend uitgevoerd door het Nederlands Philharmonisch Orkest.

Het ballet stelde me voor een paar raadsels. Zo was het voor mij bijzonder moeilijk om de hoofdpersonen te herkennen. Balletdanseressen en balletdansers hebben van een afstand een bijna identiek uiterlijk. Ze bewegen allemaal even soepel. Alles springt en danst daar op dat toneel. Tussen al die bewegingen kon ik moeilijk focussen op de hoofdrolspelers. Behalve dan natuurlijk toen ze met z’n tweeën op het toneel achter bleven. Kennelijk begrijp ik een pas-de-deux wel, want daar heb ik erg van genoten. Je ziet twee lichamen elkaar afstoten en aantrekken. In beweging proberen de dansers de gevoelens weer te geven die extreem-geliefden moeten voelen. Ik vond het mooi.

Echt gecharmeerd was ik van een solo-dans van Romeo (..?). Geen muziek, alleen dans. Je merkte dat ik niet de enige was die gegrepen werd. Het was muisstil in de zaal. De ademhaling van de danser was bijna hoorbaar. Ik kon geen verband met het verhaal ontdekken, maar dat deed wat mij betreft niet terzake. Zijn dans was indrukwekkend. Een dans, godzijdank, zonder strakke maillot en toque, maar in ‘gewone’ kledij.

Zo mooi als de pas-de-deux en solo, zo verwarrend waren de groepsdansen. Mannen doorgaans met ontbloot bovenlijf en de vrouwen in ongeveer dezelfde fladderige jurkjes. Het bewoog soepeltjes door elkaar zonder dat ik er veel lijn in kon ontdekken. Eén van de danseressen ging dood (schijndood, dus, maar wie wist dat?). Dat moest Juliette wel zijn. Er volgde een soort treurdans rondom en met het slappe lichaam. Voor een groot deel te volgen en erg mooi. Waarom twee dansers haar midden in deze dans bij handen en voeten pakten en haar uitklopten alsof ze een kleed was, ik begreep dat niet. Als niet-ballet kenner werkte dat ook op mijn lachspieren terwijl dat echt niet zo bedoeld was.

De liederen werden indrukwekkend gezongen. Prachtige volle stemmen. De zangeres met haar volle lichaam contrasteerde onbedoeld met de afgetrainde dunne lijven van de danseressen. Haar zang was vol en warm en ze had volume. Ze gaf mij kippenvel! Maar ook de bas, die gedeeltelijk meebewoog met de dans. Erg geslaagd.

Al met al, ondanks mijn onbegrip, heb ik een heerlijke avond gehad en een leuke voorstelling gezien. Ik hoef echt niet alles te begrijpen om een leuke avond te hebben!

Bedankt, pa!

Ik ben nu tweeëntwintig jaar Richard Wagner-fan. Dat schreef ik gisteren. Mijn alcoholische vader overleed tweeëntwintig jaar geleden. Bij de notaris hadden we een akte getekend waarbij we de erfenis van mijn vader weigerde. Wij vreesden dat wij op moesten draaien voor de alimentatie die hij niet voor ons had betaald, bijvoorbeeld. We hadden mijn vader al veel gegeven en zelden wat gekregen. Daarom namen we, ondanks onze akte, zijn muziek mee. In die verzameling een cassette grammofoonplaten met Siegfried van Richard Wagner.

Het was de tijd van de walkman. Van de draagbare cassettespeler. De voorloper van de mp3-speler, zullen we maar zeggen. Ik zette de grammofoonplaten op cassettebandjes. Vanaf dat moment klonk immer Siegfried uit mijn walkman. Ik rookte nog sigaretjes in het computer- en rookkamertje en ik had onderwijl jochies op schoot. Vooral Sandor in die tijd. We programmeerden een rekenmachientje samen en ik was zijn held. En ondertussen speelde Wagner. Siegfried vloeide en donderde in dat kamertje. En Sandor wilde natuurlijk weten wat er gebeurde. Waarover zingen die mannen en die vrouwen? ‘Wie sah mijn Vater wohl aus? – Ha, gewiss wie ich selbst!’ zingt Siegfried en ik vertelde dat Siegfried in het bos zit te mijmeren over wie hij is en wat hij wil worden en dat Mime hem in het bos gebracht heeft om de draak te verslaan.

Als Fafners diepe bas klonk: ‘Trinken wollt’ ich: nun treff’ ich auch Frass!’ dan hoefde ik weinig meer uit te leggen. Van top tot teen gelukzalig stroomde het epische gevecht tussen held en draak door zijn tienjarige oortjes naar zijn brein. Hij voelde en zag de held in zichzelf die streed voor de goede zaak. Als het in die dagen had gekund dan had hij de gevechtsscene op eindeloos herhalen gezet….zo fantastisch vond hij dat. Ik ook, trouwens. Maar ik kon ook verschrikkelijk genieten van de liefdesduetten in de laatste akte. Dat hoefde van hem niet zo; gaf hem maar het gevecht met de draak.

En toen dachten Pierre Audi en de Nederlandse opera: Wat zullen we eens gaan spelen. En het werd de Ring des Nibelungen. Met natuurlijk Siegfried als derde opera in de reeks. Alleen al het idee dat we daar naartoe konden, maakten Sandor en mij al blij. Het was toen nog een rib uit mijn lijf, maar ik kocht twee kaartjes voor de zondagmatinee. Ik zie Sandor en mij nog staan in de foyer met onze meegenomen pakjes brood in een plastic tasje op die heerlijke zomerse dag. Sindsdien heb ik nauwelijks ooit meer zulke mooie plaatsen in de Stopera gehad. Op rij één op het eerste balkon een beetje aan de zijkant. Dertienjarige Sandor en ik konden alles zien. Vlakbij het bed waarop Mime ligt op het moment dat de opera begint. Vlak boven het aambeeld waarop Siegfried anderhalf uur later onder jubelend gezang zijn eigen zwaard smeedt. Daar dus!

En toen begon de opera. Het magische spel met de fantastische muziek. Ademloos genot. Zo verschrikkelijk mooi! Na vijf uur kwamen vader en zoon gelouterd uit de Stopera. Sandor hield het bij één Wagneropera; Siegfried. Bij hem moest er veel House, Acid en Rock naast. Bij mij paste er nog heel veel Wagner bij. Maar Siegfried zijn we beiden trouw gebleven. We zijn samen naar diverse uitvoeringen geweest in binnen- en buitenland. Maar de eerste uitvoering blijft toch de mooiste.

Bij nader inzien hebben Sandor en ik wel wat van mijn vader gekregen; Liefde voor Siegfried! Bedankt, pa!

Richard Wagner-fan

Ik kan precies aangeven vanaf welk moment ik een fan ben geworden van de muziek van Richard Wagner. Dat was vlak na het overlijden van mijn vader. Aanstaande juni ben ik tweeëntwintig jaar Wagner-fan! Sindsdien heb ik al zijn opera’s leren kennen op één na. Eigenlijk op drie na, want zijn twee jeugdopera’s ken ik ook niet. Der Meistersinger heb ik wel gehoord, maar die is nooit goed tot me doorgedrongen. De anderen ken ik goed of heel erg goed.

Toen mijn vader in 1994 overleed liet hij een enorme puinhoop achter. We wisten, qua erfenis, echt niet wat ons te wachten stond. Schulden maakte hij even makkelijk als kinderen. Hij beschouwde kinderen ook op dezelfde manier als schulden; je maakt ze en je kijkt er nooit meer naar om. Dat was mijn vader. (Dan te bedenken dat ik geeneens boos op hem ben.) Broers, zus en ik waren na zijn overlijden naar de notaris gestapt en lieten een akte opstellen waarin we verklaarden van de erfenis af te zien. Veel hadden we al van hem geërfd; daar hoefden zijn schulden niet bij. De notaris bezwoer ons dat we niets uit zijn huis mochten halen.

Aan die regel hadden we ons meteen al niet gehouden want in zijn huis leefde nog poes Maria Magdalena. Veertien dagen voor mijn vaders dood waren we opgetrommeld. Mijn vaders familie hoopte dat wij, als kinderen, zijn glijpartij richting de dood konden keren. Nee, dus. We maakten wel kennis met zijn kat. Volgens mijn vader een allemanshoer. Maria Magdalene kwam bij ons en voor de zekerheid hernoemde Josien haar naar Emmeke; dat had Marieken van Nimweghen tenslotte ook gered.

Maar we lapten de notaris nog verder aan onze laars. Muziek vormde het lichtpuntje in mijn relatie met mijn vader en dat lichtpuntje liet ik mij niet afnemen. Zijn platen en zijn cd verzameling heb ik meegenomen. Ook zijn muziekinstallatie. Die ging naar mijn broer. Mijn zus wat schilderijen van zijn hand en verder niets. Het was een bijzonder goor karweitje om die spullen uit dat huis te halen. Huizen zoals het huis van mijn vader zie je vooral in freak-shows. Je kan je niet voorstellen hoe vies. Maar zijn muziek namen we dus mee.

Thuis bij mijn moeder werd Richard Wagner geassocieerd met Duitse Hoempapa muziek en antisemitisme. Geassocieerd met de foutste kant van de tweede wereldoorlog. Wagner was gewoon fout. Niet naar luisteren dus. Dat had ik meegekregen. Maar Wagner was wel aanwezig in mijn vaders verzameling. In onbeschadigde cassettes vond ik Lohengrin en Siegfried. De naald had het vinyl amper geraakt… De eerst tonen van Siegfried klonken… Ik was volkomen verkocht. Wat een muziek!

Ik heb nog vaak proberen te horen waarom deze muziek zo ‘typisch Duits’ gevonden werd terwijl Beethoven, toch ook een volbloed Duitser, dat etiket niet kreeg. Zijn muziek is zo heftig en subtiel tegelijk. En zo vernieuwend in zijn tijd. Ik weet niet wat ‘typisch Duitse’ muziek is. Als Wagner dat is, dan moet het een compliment zijn. Voor mij zit Wagner op een gelijk niveau met Beethoven en Mozart. Dat vond hij zelf trouwens ook. Wagner had geen last van bescheidenheid.

De wereld verdelen in Goed en Fout.

Eddy Szirmai is hoogleraar aan de universiteit van Maastricht. Eddy Szirmai heeft vandaag een stukje geschreven in de Volkskrant over het onlangs gehouden referendum. Dat referendum dat menigeen in een spagaat bracht. Eddy Szirmai had helemaal geen last van een spagaat. Dat komt omdat hij eigenaar van de waarheid is. Iedereen die zijn waarheid niet erkend, heeft het fout. Als je hoogleraar bent, mag je dat beweren, denk ik. Als hoogleraar heb je de hoogste sport van de maatschappelijke ladder bereikt en ben je de autoriteit. Als je als hoogleraar woorden in de mond neemt als ‘fout’, ‘collaboratie’ en ‘verraad plegen’ dan moeten die anderen wel heftig fout zitten.

Als eerstejaars student geschiedenis kregen we als oefening drie bronnen aangeboden over de Hongaarse opstand in 1956. (De dilemma’s rond Oekraïne lijken verdomd veel op de dilemma’s rond Hongarije in 1956.) De drie bronnen waren, als ik het me goed herinner het verslag van een in Boedapest aanwezige Amerikaanse journalist, het verslag van een vrijheidsstrijder en het verslag van een toevallig aanwezige Russische vrouw. Aan ons, als eerstejaars studenten geschiedenis, de opdracht om de bronnen te bestuderen en op waarde en waarheidsgehalte te schatten.

Natuurlijk hadden wij ook een mening. Er was in 1956 een democratische opstand uitgebroken tegen het juk van de Sovjet-Unie. Russische troepen sloegen de opstand bloedig neer. Dat was onze opvatting en de opvatting die algemeen geldig was in die dagen in Nederland. Na bestudering van de drie bronnen bleek eigenlijk alleen de Russische vrouw ooggetuige. Zij was de enige die betrekkelijk objectief beschreef wat er gebeurde. De anderen hadden het van horen zeggen of probeerden politiek gewin te halen. Uit het beeld dat de Russische vrouw schetste, kwam een tegengesteld beeld naar voren dan wat wij hadden. De oefening was bedoeld om te laten zien hoe moeilijk de waarheid vaak te achterhalen is.

Ik denk niet dat Eddy Szirmai deze oefening ooit gedaan heeft. In zijn stukje interpreteert Szirmai gebeurtenissen rondom het Europese verdrag. Daarbij zet hij consequent de naar voorspoed en vrijheid strevende democratisch georiënteerde Oekraïners tegenover de kwaadwillende Russische regering. Hij noemt deze interpretaties ‘feiten’. Dat er een groot deel van de Oekraïense bevolking volledig achter de Russische politiek staat, laat Szirmai ongenoemd. Merkwaardig! Zijdelings tipt hij aan dat er al eerder in dat land een ‘revolutie’ was geweest…De Oranje revolutie. Ging precies om hetzelfde als de opstand tegen Janoekowitsch. Ook toen werd er een (voor Oekraïense begrippen) democratisch gekozen Russisch georiënteerde president afgezet. Met minimale meerderheid werd er een Europees georiënteerde regering gekozen. Deze regering begon de onderhandelingen met Europa.

Zonder revolutie, maar democratisch, werd deze ‘Oranje’ regering opgevolgd door Janoekowitsch. En die regering weigerde het verdrag te ondertekenen. Daarna de bekende Maidan revolutie met fascisten in de voorhoede.

Ik ben thuisgebleven bij het referendum omdat ik echt niet wist wat ik stemmen moest. Dat verdrag heeft enorme tweespalt teweeggebracht in Oekraïne. Ik wilde ook geen stem uitbrengen tegen Europa zoals ‘Geen Stijl’ wilde. Het verstandigste was gewoon thuisblijven. Fijn voor Szirmai dat hij weet wat de waarheid is; dat hij de wereld kan verdelen in Goed en Fout!