Zeventien miljoen Nederlanders

De zeventien miljoenste Nederlander is gearriveerd. Als de Volkskrant opent met zo’n kop, dan kan ik niet achterblijven…Toch?

Zeventien miljoen is zo veel! Ik lees dat in 1850 het inwonersaantal de drie miljoen overschreed. Heel weinig mensen als je dat vergelijkt met nuDe 19e eeuw; een bloeitijd in de Europese geschiedenis. Deze bloeitijd werd weerspiegeld in de kunstgeschiedenis. In de muziek begint die periode met Ludwig van Beethoven en eindigt hij met Gustave Mahler. Een paar maanden geleden werd de fantastisch serie ‘De ijzeren eeuw’ uitgezonden. Dat ging over deze periode waarin de industrialisatie op gang kwam. Eigenlijk was de hele bevolking en het hele land in beweging. Een verdeelde maatschappij. Net als nu. Ik denk dat de verdeling naar etniciteit van nu, makkelijk te vergelijken is met de verdeling naar klasse van destijds. Groepen mensen verstonden elkaar destijds evenmin als nu…

Toch verlang ik soms een beetje naar die tijd. Tot 1900 groeide de bevolking naar vijf miljoen inwoners. Ik zou dat land graag willen zien. Ik zou dat land graag willen doorfietsen. Het moet, anders dan nu, buitensporig rustig zijn geweest, ondanks de enorme woelingen die de maatschappij toen kende. Het land moet, in tegenstelling tot nu, leeg zijn geweest. Er moeten grote leegtes zijn geweest; gebieden waar slechts een enkeling woonde. In de steden was het vast druk. Maar daarbuiten…op het platteland…ik had dat graag gezien.

Een beetje daarvan genieten kan ik gelukkig wel. In het Rijksmuseum kijk ik graag naar de Vaart bij ’s-Gravenland van Pieter Gerardus van Os. Het weerspiegelt het leven van toen. Ik zie rust en stilte ondanks wat bedrijvigheid. Er grazen schaapjes. Een vrouw doet de was. De tuinman snoeit wat struiken in de boomgaard. Een groep mannen zetten iets onduidelijks over de vaart en gebruiken daar een klein bootje voor. Aan de andere kant van het schilderij, laten twee heren de hond uit en staan ze te kijken naar een groepje lodderige koetjes in de wei. Ik kijk graag naar dat schilderij. Ik kan me er behoorlijk in verliezen. Het is rond 1820 geschilderd. Op dat moment moest Ludwig van Beethoven nog beginnen aan zijn negende en was hij stokdoof.

Toch maar weer terug naar onze tijd. Zeventien miljoen mensen, dus. Dat is een hoop! Er zijn weinig plekken meer waar niemand woont. Nederland blijft zulke gebieden nodig houden. Je moet ergens in rust je gedachten kunnen verzetten. Tenminste dat denk ik. Afgelopen weekend hebben Josien lang gewandeld door de bossen bij Ellecom. Af en toe kom je op een plek waar je alleen wat vogels en het ruisen van de wind hoort. Uniek, want het geluid van auto’s is (bijna) overal.

Stel dat Beethoven nu had geleefd…Met de medische kennis en kunde van nu. Was hij dan doof geworden? Ik betwijfel het. Hoe had dan zijn Negende geklonken?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code