Geloofde ik maar in kabouters!

Laat ik het toegeven; ik ben geen alfa-mannetje. Helaas! Ik had het graag gewild en in mijn dromen zie ik mezelf graag zo terug, maar het zit er niet in. Ik ben niet dominant. Ik wil zelden de baas zijn die het ook voor het zeggen heeft. Ik luister graag naar anderen en heb nauwelijks neiging om mijn mening als absolute waarheid op te leggen. Ik hou van de nuance en het geheel. Maar ik zeg dit allemaal met spijt in mijn hart want de beloning voor alfa-mannetjes is best groot. Ze maken makkelijker carrière, hebben veel minder last van fouten die ze zelf maken en vrijen met meer vrouwen. Dat zijn de leuke zaken. Aan de andere kant vrijen ze niet met de liefste en de leukste meid van de klas, want dat doe ik!

Maar dat niet alles lekker kan aflopen met een dominante blanke heteroman, bewijst Dick. Ik moest laatst aan Dick denken toen ik onze uitgedunde boekenkast (want we lezen tegenwoordig digitaal) bekeek en daar een verloren werkje over aardwezens zag staan. Daardoor kwam ik op Dick. Dick was een uitermate dominante kerel. Maar hij eindigde nogal vreemd.

Eind jaren zeventig deed ik veel aan natuur- en milieubescherming. Ik vond dat belangrijk, toen, want het dreigde helemaal mis te gaan. Aan alles was meer geld te verdienen dan te zorgen voor een schoner milieu. Voor elke maatregel stonden de industriëlen in de rij om te vertellen hoeveel zo’n maatregel hun ging kosten en wat dat voor invloed had op hun concurrentiepositie. Toch hebben we veel bereikt. Ik durf te beweren dat zonder ons, de wereld veel viezer was geworden en dat de industriëlen dan nu niet in de rij hadden gestaan om juist veel geld te gaan verdienen aan duurzaamheid. Dat denk ik.

Destijds discussieerden wij veel om onze standpunten duidelijker te krijgen en elkaar te overtuigen van de noodzaak van onze acties. Bij die discussies was Dick van den Dool vaak aanwezig. Een grote kerel die, in mijn herinnering, mijn naam nogal lijzig uitsprak. Dick was vaak aan het woord. Dick was lang aan het woord. Dick was dominant aan het woord. Enkele van de aanwezige vrouwen (die ook nog fanatiek meededen in de tweede emancipatiegolf) namen de tijd die Dick aan het woord was, op. Ze constateerden dat hij, als MAN, driekwart van de tijd opeiste…en dat was niet eerlijk… Maar in plaats dat hij het als een corrigerende tik ervaarde, zag hij het als compliment.

Deze Dick kwam ik laatst tegen op de televisie. Een programma over vreemde mensen die gekke dingen doen. Zeg maar, een freakshow. Dick bleek  kaboutergoeroe geworden. Hij had contact met kabouters. Die kabouters leefden in het bos en daar werd Dick gefilmd. Samen met een stuk of wat vrouwen. Zij geloofden ook in kabouters, maar konden, om de een of andere reden, geen contact met ze onderhouden. Dat deed Dick dus voor ze. Met veel liefde! De wijfjes zwermden rondom Dick en namen zijn woorden in als honing. ‘Daar, tegen die boom. Hij lacht om je. Die kabouter houdt van je!’ Het vrouwmenswijfje smolt van genot. Haast vloeibaar in Dick’s handen. Hoe zou ze ’s nachts in bed zijn in Dicks zalvende omhelsing? Ik kan daar alleen maar van dromen. Wat een leven! Was ik maar een alfa-mannetje! Geloofde ik maar in kabouters!

Oké, effe serieus. Kabouters bestaan niet en Dick is een oplichter! Ik ben wel geen alfa-mannetje maar heus ook erg appetijtelijk!

Rust er een vloek op goud?

In de wetenschap is een aardige controverse ontstaan onder antropologen. Er zijn twee stromingen: De eerste stroming beweert dat er oorlog bestaat sinds er mensen zijn. Oorlog zou daarmee onderdeel uitmaken van de natuur van de menselijke soort. Nee, zegt de andere stroming, pas sinds de mens bezit heeft, wordt er oorlog gevoerd. De mens verwerft bezit op het moment dat hij landbouw gaat bedrijven. Vanaf dat moment heeft hij dingen in handen die een ander graag wil hebben en is de ander bereid om te moorden.

In Kenia zijn prehistorische skeletten gevonden op een plek waar aantoonbaar geen landbouw werd bedreven. Skeletten van mensen die door geweld om het leven zijn gekomen en daarna in een kuil zijn gegooid. Deze vondst zet de theorie van de tweede groep wetenschappers onder druk.

Interessante discussie die telkens weer terugkomt in de geschiedenis: Zijn we slecht of zijn we slecht gemaakt. Ietsje anders gesteld: Is bezit de bron van alle kwaad; rust er een vloek op goud? Deze vraag houdt niet alleen wetenschappers bezig… Het zegt iets over hoe we hadden willen zijn, maar waarin we faalden. Over hebberigheid, over de moraal… Ik zie argumenten voor beide partijen, maar toch lijken de argumenten die denken dat de mens van nature slecht is, de meest steekhoudende. De uitroeiing van Armeniërs in de eerste wereldoorlog en de uitroeiing van joden in de tweede wereldoorlog en de Hutu’s en Tutsi’s in de recente geschiedenis kunnen niet verklaard worden in de zin van dat men er geld of goed mee verdiende. Ik zie daar meer het zondebok thema. Onder het mom van: De ellende die ons overkomt hebben we te danken aan… (joden of Armeniërs of Tutsi’s…). Als we ze vermoorden of wegvoeren van hier, dan wordt ons leven beter.

Joden en Armeniërs en Tutsi’s lieten spullen achter die ingepikt werden door de daders, maar dat was bijvangst; daar was het in eerste instantie niet om te doen. In die zin zit de slechtheid dus in onze natuur: Om te onderstrepen dat we onderling goed kunnen samenwerken hebben we groepen mensen nodig die we naar het leven staan. Leiders zorgen ervoor dat dit beeld van de andere groep goed in de picture blijft. Op dit moment zien we dat ook gebeuren. Ik heb helemaal niets tegen Russen. Ik heb de liefste Russische schoonzus van de wereld. Maar toch…het Rusland van Poetin wordt echt een gevaar voor Europa…maar aan de andere kant…wordt Europa echt een gevaar voor Rusland…Gelukkig leidt zo’n vijandbeeld maar zelden tot een oorlog.

We zijn dus slecht. Het zit in onze natuur (we kunnen er dus niets aan doen). We zijn slechte mensen die een vijandbeeld nodig hebben om goed te kunnen functioneren. Laten we dat aanvaarden en er goed mee omgaan. Joden en Armeniers en Tutsi’s waren groepen die als minderheid in een samenleving functioneerden. Dat maakte hun als groep zwak ten opzichte van de andere groep. Dat maakt een vijandbeeld binnen de samenleving veel enger dan een vijandbeeld buiten de samenleving. Haat zaaien tegen een groep binnen de samenleving is echt gevaarlijk. Misschien is het een idee dat Geert Wilders reflecteert op deze gedachte…

Toch rust er ook een vloek op goud, echt waar!

Draken op de schat van Amsterdam

Amsterdamse criminelen kennen hun klassieken. Dat is wel duidelijk! Ferry T. is lid van een bende, zo lijkt het. Een bende die zich inlaat met synthetische drugs. In die handel valt veel geld te verdienen. Klinkende munt en mooie briefjes. De geldstroom binnen de criminaliteit gaat ouderwets. Niks geen pinpas of internetbankieren. Geen bits en bytes. Nummers in computers zijn achterhaalbaar. In computers gaan getallen van A naar B en dus ook naar T. Dat willen criminelen niet. Geld komt van nergens en gaat naar nergens. Dat is lekker geld. Je hoeft er geen verantwoording over af te leggen. Het bestaat gewoon niet, maar je kan er mee doen wat je wilt.

Krijg je veel van dat anonieme geld in handen, wat doe je er dan mee? Er zijn een aantal mogelijkheden. Je kunt het witwassen. Dat is niet eenvoudig en kost een hoop geld. Van die berg echt, maar anoniem geld, blijft een stuk minder over. Het overgebleven geld kan je vanaf het moment dat het witgewassen is, investeren in allerlei zaken en zo blijft de berg, in zekere zin, in stand. Er wordt gefluisterd dat de tientallen nutteloze wafelbakkers in de Kalverstraat en Nieuwendijk er dank zij witgewassen geld gekomen zijn. Ik weet het niet. Een wafelwinkel op zo’n locatie…hoeveel wafels moet hij bakken om alleen al de huur te kunnen betalen? Ik hou me er verder buiten…ik ben diabetes patiënt en die zoete wafels mag ik toch niet.

Wat doe je met heel veel anoniem geld en je vindt witwassen veel te duur? Je gaat nadenken… zo zie ik het voor me. Een tafeltje met daaromheen een groep zware jongens. Zoals in de Donald Duck. ‘Hoe zorgen we ervoor dat onze zuurverdiende centjes veilig opgeborgen zijn?’ In het brein van een van de mannen klinkt muziek. Wagneriaanse muziek… ‘Wache, Fafner! wache du Wurm! Ein starker Helde naht, dich heil’gen will er bestehn.’ En dan de diepe stem van Fafner: ‘Mich hungert sein’. Langzaam gaat er een licht branden. De zware jongen lacht. De anderen kijken hem aan. ‘Wat valt er te lachen?’ vraag de sterkste dreigend: ‘Zal ik die grijns even van je porem timmeren?’ Maar dan vertelt onze cultuur minnende zware jongen wat hij bedacht heeft: We stoppen ons geld in een loods en we leggen er draken bovenop. Twee krokodillen. Wat een idee!!!

De anderen hebben pasgeleden de Hobbit gezien. Wat lag er op de dwergenschat? Juist ja. Iets waar niemand omheen kan. Levensgevaarlijk en daardoor afschrikwekkend. De zware jongens moeten er een biertje op genomen hebben. Wat een idee!

Maar helaas voor de boeven: Fafner ontmoet op een dag Siegfried en Smaug stuit op Bilbo Balings. De draken worden gedood en het goud gaat terug naar de oorspronkelijke (vermeende) eigenaar. Maar omdat er een vloek rust op het goud, brengt het meer ellende dan vreugde.

In Amsterdam zullen de draken uiteindelijk door de dierenarts uitgeschakeld zijn. Daarna stapte een ambtenaar de loods binnen om het geld mee te nemen. Niks geen held, niks geen romantiek. Jammer! Waarschijnlijk rust er zelfs geen vloek op het geld.

There’s no way out of here

Ik ga geen reclame maken, maar ik heb tegenwoordig een app waarmee ik alle muziek uit heden en verleden kan beluisteren. Díé app dus! Ik ben er ongewoon tevreden over. Omdat ik geen reclame tussendoor wil, ben ik meteen betalend abonnee geworden (hoewel ik nu nog in mijn gratis proefmaand zit). Als klassiek muziekliefhebber, heb ik natuurlijk het abonnement genomen vanwege het grote aanbod aan klassieke muziek. Binnenkort gaan we het celloconcert van Dutilleux horen. Kon ik dus niet vinden in de bieb. Nergens Dutilleux. Eigenlijk had ik nog nooit van Dutilleux gehoord. Onze cd-kast puilt uit; kopen is geen optie. Dus…mijn app. Er zijn verschillende uitvoeringen van het celloconcert beschikbaar; kiest u maar! Of…kies niet en beluister ze alle vijf!

Met zoveel muziek tot je beschikking ga je natuurlijk zoeken. Naar muziek van vroeger. Dan ontdek je hoezeer muziek het vervoermiddel van de herinnering is. Zo kwam ik dus bij David Gilmour. Was onderdeel van Pink Floyd, maar heeft ook een paar soloplaten gemaakt. Nog voordat Pink Floyd rollebollend over straat uit elkaar viel maakte Gilmour soloalbums. Als ik ‘David Gilmour’ van David Gilmour hoor dan komt er van alles boven. Geuren, smaken, sferen en het gevoel van verlangen. Het gevoel van verlangen naar een groots en meeslepend leven en onbeperkte liefde heeft me lange tijd begeleid en komt weer terug bij de muziek van David Gilmour. Maar vooral Chi komt boven. Chi is lange tijd mijn beste vriend geweest. Chi is al een lange tijd geleden overleden. Zijn overlijden kreeg ik van verre te horen omdat we toen niet meer met elkaar omgingen. Daarom deed het me zoveel pijn, destijds.

Chi had een Chinese achtergrond en was het levende bewijs dat integratie een succes kan worden. Maar ik moet vaak denken aan zijn verhalen over toen hij in Nederland kwam. Hij sprak geen woord Nederlands. Zijn juf begreep niet veel en was ook niet bereid om te leren. Als Mao Zedong in die klas had gezeten, dat had de goede man niet Mao geheten, maar Ze. Zo kwam Chi aan zijn naam; het was het tussenvoegsel. Daarna de overgang van penseel naar kroontjespen bij het schrijven. Dat ging dus niet goed. Hij drukte zo hard op de kroontjespen dat die verboog. Juf boos. Chi vol onbegrip voor de koeterwaals sprekende juf. Uit wanhoop beet hij in de arm die veel te dichtbij kwam. Arm klein Chinees jongetje.

Maar zo heb ik hem niet leren kennen. Met Chi heb ik jarenlang alle bioscopen van Amsterdam afgelopen en tot diep in de nacht zitten bomen over de betekenis van de film en de zin van het leven. We verslonden boeken. Ongeveer dezelfde. Zo kregen we tegelijkertijd een klap van de Louis Couperus molen. Maar ook muziek, dus. David Gilmour!

Zijn dood kwam zo onverwacht en het bericht van zo ver en ook zo laat. Om de rouwadvertentie te vinden heb ik twee maanden oude kranten doorgespit. In het Paroolgebouw aan de Wibautstraat. Ik moest het zeker weten. En ik vond de advertentie… vier dochters!

There’s no way out of here, when you come in you’re in for good!

De air van wethouder Struijvenberg

Gisteren werd de Rotterdamse wethouder Struijvenberg geinterviewd door Nieuwsuur. Het ging over de uitvoering van de nieuwe participatiewet. De wet die gemeenten opdraagt om mensen die in de bijstand zitten, klusjes te laten doen. Werkelozen moeten in ruil voor hun uitkering, ‘iets’ terugdoen voor de maatschappij. Wethouder Struijvenberg van Leefbaar Rotterdam kwetst mij. Sinds 1988 heb ik gewerkt. Altijd gewerkt. Altijd mijn eigen geld verdiend. Maar toch weet Struijvenberg mij diep te kwetsen.

Struijvenberg zet mensen in de bijstand weg als luie mensen. Dat doet hij met veel genoegen. De lol die hij heeft om mensen bij het grofvuil te zetten, raakt me diep. Hij ziet geen mensen met potentie, maar hij ziet onderkruipers die maar eens moeten voelen… Een houding die heel erg past bij Leefbaar Rotterdam want ik zag diezelfde houding bij zijn voorgangers. Ik zou graag een analyse zien van mensen die een bijstandsuitkering hebben. Ik denk dat dat vaak mensen zijn die zelf heel graag uit de bijstand willen en wachten op (en zoeken naar) een baan. De bijstand is voor hun een financiële brug naar betaald werk. Maar ik denk dat er ook een grote groep is, waar bedrijven eigenlijk niet op zitten te wachten. Ik weet het niet precies, maar dat denk ik. Ik zie een aantal soorten mensen voor me.

In de eerste plaats laagopgeleide alleenstaande moeders met jonge kinderen. Sommigen missen de mogelijkheden om een juiste oplossing en partner te vinden. Als je alleen komt te staan met je kleintjes dan moet je teveel zorgen om je hoofd bij een betaalde baan te houden. Zit een werkgever te wachten op een laagopgeleide alleenstaande moeder met kleine kinderen? Nou nee dus. Zo iemand was mijn moeder. Later is ze gaan studeren en is ze toch nog, redelijk, op haar pootjes terecht gekomen.

In de tweede plaats zie ik laagopgeleide mannen die geen focus in hun leven hebben. Daarom drinken ze te veel, blowen ze, snuiven of spuiten ze. Ze doen een dingetje hier en een dingetje daar. Ze houden zich aan de wet zolang het uitkomt. Leven van de hak op de tak. Je zou het best ‘zieke’ mensen kunnen noemen. Ze gaan ook vaak vroeg dood; soms zelfs op natuurlijke wijze. Welke werkgever wil zo iemand in dienst? Niemand dus. Mijn vader was zo iemand. Hij kwam er niet uit en overleed jong met een lever zo hard als steen.

Struijvenberg, met zijn getrimde baardje, is geen loser en ook geen laagopgeleide alleenstaande moeder. Struijvenberg zet anderen weg als mensen die niets voorstellen. Struijvenberg voelt zich superieur: Hij aan de top met zijn mooie baan en zijn vrouw en zijn kindjes in zijn geile rijtjeshuis… heersend over de bijstandswormen. Ze kruipen op de grond en dienen te doen wat Struijvenberg hun opdraagt.

Maar die loser en die alleenstaande moeder zijn toch mensen waar ik erg veel om gegeven heb.

Wat heb ik verschrikkelijk de pest aan mensen als wethouder Struijvenberg van Rotterdam! Wat een air!

 

Alexander Pechtold in Oekraïne

In de krant van vandaag een verslag over Alexander Pechtold in Oekraïne. Pechtold is een van de weinigen die campagne gaat voeren vóór het associatieverdrag met Oekraïne. Dat begrijp ik dus niet. De leider van de partij die altijd voor meer democratische invloed is op de regering, gaat campagne voeren voor een democratisch juist zeer omstreden verdrag met Oekraïne. De weerzin die Poetin oproept bij westerse Europese leiders wordt vertaald in steun aan een corrupte Oekraïense regering. Een regering die door een staatsgreep aan de macht is gekomen. Een staatsgreep waarbij fascisten een grote speelden. Deze rechtse staatsgreep heeft geleid tot een burgeroorlog. Merkwaardig, die Pechtold. Ik begrijp hem niet.

Het is volkomen duidelijk dat Russen en Oekraïners het politiek niet met elkaar eens kunnen worden. In Oost Oekraïne wonen Russen en in West Oekraïne wonen Oekraïners. 50% Russen en 50% Oekraïners wonen er in Oekraïne. Die tweedeling is niet alleen geografisch, maar ook politiek. Ze kunnen tot geen enkel besluit komen waar beiden het mee eens zijn. Na verkiezingen waar de hele bevolking aan mee doet, komt er doorgaans een Rus aan het bewind. Daardoor voelt de andere helft van de bevolking zich niet vertegenwoordigd. Dat geldt voor beide bevolkingsgroepen. De laatstgekozen regering was Russisch van signatuur. Met behulp van regelrechte fascisten is de toenmalige Russische democratisch gekozen regering verdreven.

Het associatieverdrag met Europa was in Oekraïne de oorzaak van veel heibel. De Russen wilden dat niet. Vijftig procent van de bevolking wilde dat niet.

Veel Nederlandse politici vertalen Russen met Poetin. Poetin wil geen associatieverdrag tussen Oekraïne en Europa. Ik blijf liever bij wat ik zie: De Russische bevolking van Oekraïne wil geen associatieverdrag met Europa. De Russische bevolking van Oekraïne wil zich aansluiten bij Rusland. De Russen in Oekraïne vinden dat de grenzen van Oekraïne niet kloppen. Ik heb de neiging om dat met hun eens te zijn. Ik denk, deel dat land in tweeën en laat de bevolking kiezen. Je zal zien dat Oekraïne de helft van haar grondgebied kwijtraakt aan Rusland. Terecht kwijtraakt, want er wonen geen mensen die zich Oekraïner voelen. Laat Oekraïne de wil van het volk respecteren.

Van Pechtold, maar ook van mijn partijgenoten, heb ik weinig steekhoudende argumenten gehoord waarom we voor dat associatieverdrag zouden moeten zijn. Doorgaans hebben ze het dan over de agressieve benadering van Poetin. Die benadering zit mij heus ook dwars. Maar dat heeft niets te maken met democratische rechten. De Russen in Oekraïne willen Poetin. Oekraïners willen Porosjenko. Geef het volk wat ze wil! Dat is democratie.

Wellicht betekent democratie in Oekraïne dat het land andere grenzen krijgt. Misschien moet Pechtold dat dan aanvaarden. Ik wel, in ieder geval, ook al vind ik die Poetin maar een engerd.

Knisperig vakantiebrood

Ik wilde brood leren bakken dat nauwelijks smaak heeft, maar een fantastisch mondgevoel geeft. Ik wilde brood leren bakken dat je wegvoert van ons drassige landje. Brood waarvan je vakantie- en feestgevoel krijgt. Met een dun korstje dat knispert in je mond en dat zijdezacht van binnen is. Dat brood dus. Brood met een makkelijk smaakje dat iedereen lekker vindt. Daarom ging ik op cursus! Ik schreef me in voor de twee daagse broodcursus van Teest. De tweede dag heb ik inmiddels achter de rug.

Op zoek naar dat vakantiebrood ben ik wat stappen verder gekomen. Ik ben er nog niet, maar ik ben wel verder gekomen. De cursus heeft er in ieder geval toe geleid dat ik de molenaar aan een kruisverhoor onderworpen heb. De man bleek een heel klein zetje nodig te hebben, om compleet los te gaan over eiwitten en graansoorten. Op zoek naar vakantiebrood ben ik tot de conclusie gekomen dat dat met biologisch meel niet lukt zonder toevoegingen. Daarom heb ik een kilo biologische gluten gekocht om mijn meel te verrijken (de purist in mij huilt!).

Op de tweede dag van de broodcursus mochten we ons eigen gebakken brood meenemen en ter beoordeling voorleggen. Na veel inwendige strijd had ik besloten om een groot deel van de cursus naast mij neer te leggen. Ik was best zenuwachtig. Niks geen deegtemperatuur, niks geen kneden. De broden die ik de afgelopen weken op de cursusmanier had gebakken, voldeden in geen enkel opzicht aan mijn eisen. Mijn eigen brood doet dat wel. Maar hoe verhouden mijn eisen zich ten opzichte van de eisen van echte bakkers? Ik ben zelf erg gek op mijn brood, want ik eet het dagelijks. Maar wat is mijn smaak waard ten opzichte van beroepsbakkers? Dat wilde ik best weten. Daar wordt je dus zenuwachtig van. Ik voelde hem al komen: ‘Wat was de deegtemperatuur? Heb je een vliesje getrokken na het kneden?’ Dat zou Edwin met zijn harde stem aan mij vragen… Wat moest ik dan antwoorden? Geen idee wat de deegtemperatuur was en kneden heb ik niet gedaan….Afgang! Met dat gevoel legde ik mijn brood voor. Maar het pakte anders uit. Ze raakten enthousiast van mijn brood! ‘Brood met karakter’, brulde Edwin Klaasen. Wat zwol deze thuisbakker van trots! Wel slecht gebakken, vond hij (en ik ook) maar dat is (hopelijk) met hun aanwijzingen te verhelpen.

Goed, mijn recept: Meng 800 gram gebuild meel met 100 gram roggemeel en 100 gram volkorenmeel en 600 gram water en 250 gram (goed levende, lekker borrelende) zuurdesem. Zorg dat het een samenhangend deeg is. Dek af en laat een uur staan (autolyse). Meng daarna door het deeg 22 gram zout. Laat weer een uur staan. Na dat uur stort je het deeg op de aanrecht en vouw je het in alle windrichtingen. Stop het daarna terug in de bak en wacht opnieuw een uur. Daarna nog een keer vouwen en weer een uur wachten. Vorm dan de broden en ga dan lekker slapen. Bak de gerezen broden de volgende ochtend. Bakkers Edwin Klaasen en Albert Steehouder maar ook Robert Verweij worden van dit brood blij. Maar wat nog veel belangrijker is; je wordt er zelf blij van!
Zaterdag gaan we weer verder op de zoektocht naar vakantiebrood. Ik zal er komen!

Tokkie-power

Wat voor mij een nogal schokkende ontdekking was; alle fatsoensregels die ik als kind geleerd heb, beletten me om in mijn carrière verder te komen. Door die fatsoensregels ben ik een prettig mens geworden, maar een hele slechte carrièrejager. Als carrièrejager moet je je helemaal niet bescheiden opstellen, moet je de ander helemaal niet laten voorgaan. Als carrièrejager moet je helemaal niet luisteren naar anderen en is de mening van een ander niet relevant. Als carrièrejager is dat wat een ander zegt of doet pas belangrijk als jij het in kan zetten voor je eigen carrière. Vroeger leerde ik dat carrièrejagers gedrag slecht was; dat dat psychopaten gedrag was; gewetenloos. Maar het kan niet slecht zijn, want ik zie het gedrag om mij heen…vooral boven mij. Ik zou denken dat een financiële instelling zulke mensen kan missen als kiespijn. Als een psychopaat verder komt door de eerste de beste wurgpolis te verkopen dan doet hij dat. Aan een Rijkman Groenink is de ABN-AMRO zo’n beetje kapotgegaan.

Bij de Amerikaanse verkiezingen zie ik hetzelfde. Een kandidaat zonder enig fatsoen in zijn lijf, lijkt te gaan winnen. Donald Trump. Een Amerikaanse Geert Wilders. Fatsoen zegt hem helemaal niets. Macht is het enige dat telt.

Gisteren heeft Jeb Bush het opgegeven. De man had zich ook kandidaat gesteld voor de presidentverkiezingen, maar al na enkele voorverkiezingen zag hij in dat het hem niet ging lukken en haakte hij af. Dat zou mij gerust moeten stellen. Zowel zijn vader als zijn broer zijn president geweest en na hen zag de wereld er stukken dreigender uit. Beperkte zijn vader de oorlog nog tot het heroveren van Koeweit, zoonlief walste over Afghanistan en Irak heen. Op het moment dat Amerika vond dat ze gewonnen hadden, begon de oorlog pas echt. Met duizenden doden als gevolg en een ontwricht land en, naar later bleek een ontwrichte regio, als gevolg. Kon men zich nog makkelijk achter de Koeweitse bevrijdingsoorlog scharen (oorlog om een goede zaak), dat was bij George Bush haast onmogelijk. Het was duidelijk dat hij alleen uit wraak handelde en om Amerika’s kracht te tonen. Die kracht viel tegen… De broer van George Bush, Jeb, zou het nog eens dunnetjes overdoen, zo leek het. Maar Jeb bleek de meest gematigde van de twee broers. Tegenover Donald Trump leek hij een zwakkeling. Eigenlijk pleit dat voor hem, want dat betekent dat Bush fatsoen kent… Poeh, dat kwam er moeilijk uit bij mij….

Is de wereld beter af met Donald Trump als president in plaats van Jeb Bush? Is Nederland beter af met Geert Wilders als premier? Ik denk het niet. Ik weet bijna zeker van niet. Maar hier zien we een nadeel van democratie: Tokkie-power! Ik zag de kreet meegevoerd worden in een demonstratie. Het staat ervoor dat je als onfatsoenlijk mens het recht hebt om voor een onfatsoenlijke oplossing te kiezen…denk ik. Tokkie-power, hoe kan je daar nou achteraanlopen?

De ijzige vlakte en Doctor Zjivago

Eigenlijk is het best bijzonder dat een Egyptenaar zo overtuigend een Rus kon spelen. Dat hij zo natuurlijk kon rondstappen in de ijzige wereld van de Russische toendra. Omar Shariff heeft destijds enorme indruk op mij gemaakt als Doctor Zjivago. Sommige beelden uit die film hebben voor mij een iconisch gehalte gekregen. Toen ik de film voor het eerst zag, kocht ik daarna meteen het boek. Ik wilde de roman lezen. Die roman verteerde moeizamer dan de film. Ik vond het een taai boek. De gedichten die erin stonden sloeg ik helemaal over. Kortgeleden is er een nieuwe, en uitmuntende, vertaling uitgekomen. In die nieuwe vertaling zou ook de kwaliteit van de gedichten tot uiting komen.

Doctor Zjivago draaide in het Amsterdamse theater Du Midi. In die tijd voelde ik me al een hele kerel als brugklasser. Ik was gemiddeld populair in de klas. Het liefst was ik heel erg populair geweest, maar helaas, feesten, daar was ik niet goed in. Ik heb altijd in mijn vaders voetsporen willen treden als feestbeest. Feestbeesten zijn de populairste mensen. Dat zijn mensen die het leven proeven. Zo zag ik het toen, en misschien zie ik dat nog altijd wel zo. Thijmen was wel een feesterd. Ik probeerde altijd in de buurt van Thijmen te zijn zodat iets van zijn populariteit op mij af zou stralen. Thijmen vond mij een geschikte peer, maar dat gaf mij nog geen toegang tot ongekende populariteit. Dat wist ik toen nog niet. Van Thijmen hoorde ik verhalen over Doctor Zjivago. Hij vond het een schijtfilm. Niet dat hij er veel van gezien had, maar de scenes die hij had gezien, vond hij prut. Het meest positieve van docter Zjivago vond hij dat het licht uitging en dat hij naast een willige mooie meid zat. Zij vond de film ook niets. Thijmen en het meisje zochten daarom ander vertier en dat vonden ze bij elkaar. Thijmen vertelde daar in geuren en kleuren over. Ik was jaloers en vond Docter Zjivago ook een prutfilm terwijl ik hem niet gezien had.

Gelukkig werd Doctor Zjivago een klassieker. Daarom kwam hij jaren later weer uit de kast. Ik was diep onder de indruk van de afgestofte film. Wel erg romantisch hoe Zjivago gevangen zat tussen Lara en Tonia. De Russische revolutie vormde het decor van de film. De hoofdpersoon werd gemangeld in deze revolutie. Daardoor ontsteeg de film de middelmaat. Het beeld van grote ijsvlaktes blijft hangen. De verstarde generaal en echtgenoot van Lara in zijn niet te stuiten trein. En het gezicht van Shariff, ingepakt in doeken, maar blauw van de kou en zijn wanhopige blik. Het ijspaleis waar hij een voorlopig onderkomen vindt. Ik weet niet meer of dat met Lara of met Tonia was, maar dat is niet zo belangrijk. Dat beeld van het ijspaleis is wel belangrijk voor mij. Ik herinner me een film waarin iedereen het voortdurend koud heeft. Verschrikkelijk koud.

Het is zo jammer dat ik zo langzaam lees op dit moment. Zal ik de nieuwe vertaling van Doctor Zjivago gaan lezen? Misschien moet ik de beelden van de film in mijn hoofd koesteren en aanvaarden dat ik gewoon niet alles kan lezen, hoe graag ik dat ook zou willen.

De Catwalk in het Rijksmuseum.

Gisteren was ik in het Rijksmuseum. Daar kom ik heel regelmatig. Er is in Nederland geen leuker, interessanter of mooier museum dan het Rijksmuseum. Veel van wat ik de moeite waard vind in het leven, komt daar samen. Op de eerste plaats natuurlijk de beeldende kunst. Weliswaar (bijna) alles uit een ver verleden, maar dat is ook meteen het tweede waar het in dit museum voor mij om draait; geschiedenis. Ik kijk gewoon graag terug. Kan ik niets aan doen; vind ik leuk. Verder terugkijken dan de middeleeuwen vind ik heus ook leuk, maar het begint voor mij bij de middeleeuwen en het eindigt bij gisteren. Laat dat nou precies de periode van Rijksmuseum collectie zijn! De derde pijler van mijn interesse is menselijk gedrag. Ga voor een schilderij in het Rijks staan en je ziet en voelt soms haast hoe mensen zich gedroegen. Wat ze als geaccepteerd gedrag zagen of afwijkend gedrag.

Nu hebben ze in het Rijksmuseum een modetentoonstelling. Catwalk. Mode interesseert mij niet zo veel. Kijk je diep in mijn hart, dan trek ik het liefst aan wat ik gisteren ook aan had. Mode in het Rijks verandert de zaak, want dan komen er weer dingen samen. Mode uit het verleden zegt ook veel over hoe mensen zich in het verleden gedroegen. Wat ze fijn vonden of wat ze mooi vonden. Het zegt iets over hoe men elkaar destijds het hoofd op hol probeerde te brengen. Interessant!!! Leuk!!! De tentoonstelling gaat vandaag open en gisteren was ik in het Rijksmuseum. Toch zag ik mensen naar de nog niet geopende tentoonstelling toelopen…Ik waagde ook mijn kans, maar helaas, ik werd door een strenge doch rechtvaardige man weggestuurd; geen catwalk voor mij.

Bregje Lampe mocht wel naar binnen, lees ik in de Volkskrant. Haar enthousiasme voor de tentoonstelling steekt ze niet onder stoelen of banken.

Gelukkig is er genoeg ander moois. Zo heb ik gisteren een tijd voor het Winterlandschap met schaatsers gestaan. Een schilderij van Hendrick Avercamp; de stomme van Campen. Eén van de leukste schilderijen in het Rijks. Van alles gebeurt er; van schijten tot paraderen. Van verzuipen tot hard werken. Het bracht me terug naar mijn studententijd. Naar Thea Beckman die een gastcollege gaf. Thea Beckman die een kinderboek geschreven heeft over Avercamp. Ik sprak erover deze week met een collega die mijn studiegenoot bleek te zijn, maar die ik nog steeds niet in mijn studiegroep van toen herinner. Dat gastcollege was één grote aanvaring. Ik studeerde aan de lerarenopleiding Nederlands en Geschiedenis en Beckman werd uitgenodigd namens geschiedenis. Net nadat we bij Nederlands ‘Kruistocht in spijkerbroek’ hadden behandeld. De docent had het een slap boek gevonden; een tijdmachine; een jongen van nu die even de leiding overneemt over een tocht van toen; Een jongen van vijftien met encyclopedische kennis over de kinderkruistocht. Onze docent vond het gewoon een slecht boek. Wij vonden het wel spannend om te lezen… In die ongemakkelijke spagaat kregen we de schrijfster op bezoek. Dat ging dus niet helemaal goed.

SK-A-1718

Catwalk. Ik mocht er niet in. Wat een straf! Moet ik nog een keer naar het Rijksmuseum; voor de tentoonstelling Catwalk.