Bokskampioen

Laat ik het meteen maar bekennen; ik ben in de war. Ik wil graag de waarheid weten en kom er maar moeilijk achter. Ik schaam me een beetje, want het onderwerp is zo triviaal…Wie is er nou eigenlijk wereldkampioen boksen bij de zwaargewichten? In de krant lees ik dat Wladimir Klitsjko (ja, die bokser die een rol speelde in de protesten tegen de toenmalige Oekraïense regering) zijn wereldtitel heeft moeten afstaan aan Tyson Fury. In mijn beleving is de wereldkampioen altijd een enorme zwarte kerel uit Amerika. De twee die elkaar hebben bevochten, waren enorme blanke Europese mannen. Mijn vraag: Heeft er zich een boksrevolutie afgespeeld terwijl ik even niet oplette. Toch, het is niet zo eenvoudig als het lijkt, want je hebt een aantal concurrerende boksbonden die elk hun eigen wereldkampioen hebben. Ingewikkeld hoor! Zo rondkijkend op Internet lijkt het erop dat Amerika al een poosje geen wereldkampioen meer heeft. Apart!

Laat ik eerlijk zijn, ik interesseer me nauwelijks voor deze sport. We hebben geleerd om onze geweldsimpulsen te beheersen; je slaat er gewoon niet zomaar op los. Erop los slaan ervaren we toch als gebrek aan beheersing en gebrek aan beschaving. Je hebt toch het gevoel dat de meeste boksers gebrek aan beschaving hebben. Toch heeft boksen ook iets romantisch.

Mijn jongste zoon presteerde niet goed op de middelbare school. We liepen stad en land af voor advies. ‘Hij heeft niet geleerd een uitdaging aan te gaan,’ werd ons verteld. ‘Alles is altijd te makkelijk gegaan en nu hij Franse woordjes moet leren, weet hij niet hoe hij de uitdaging moet aangaan met de rijtjes.’ Men adviseerde ons om voor hem een sport te zoeken waarin hij wél steeds iets moest overwinnen. Hardlopen werd ons geadviseerd door iemand die mijn jongste zoon minder goed kende dan ik. Toen ik Josien vroeg hoe zij dacht over boksen en Rinke, zag ik haar ineen krimpen. Boksen! Maar toen ze die sport aan onze zoon koppelde, zag ze meteen dat dat het ging worden, en dat dat wellicht het ei van Columbus was.

Ik stelde het mijn zoon voor: Hoe zou jij erover denken om op boksen te gaan? Dan zoeken we de beste boksschool van Nederland. Hij keek mij ongelovig aan. Meende die vader van hem dat nou? Toen begonnen zijn ogen te glanzen en zijn lijf te lachen. Schot in de roos dus. Mijn stoere jongste zoon ging meedoen met de grote jongens in de boksschool aan de Albert Cuyp. Pakjesavond en zijn verjaardag waren een feest, want cadeautjes waren er ineens voldoende te verzinnen. Bokshandschoenen, een bitje. Ook een enorme bokszak die met vodden gevuld moest worden. Hij trainde dat het een lieve lust was. Hij kwam in aanraking met een oude trainer die hem vol liefde vertelde hoe hij zijn tegenstander onklaar moest maken.

Tuurlijk maakten we ons afentoe wel zorgen als hij vol trots vertelde wat voor klappen hij kon incasseren. Dat was niet helemaal onze bedoeling. Maar ja, wat heb je allemaal wel niet over voor zo’n ietsje te stoer joch! Waar het om ging, gebeurde maar een beetje; zijn prestaties op school werden nauwelijks beter. Wel straalde hij van hernieuwd elan. Hij genoot! Maar het was zwaar trainen. Heel zwaar trainen. Daarom duurde het allemaal niet zo lang, dat boksen van hem. Dat weer in tegenstelling tot zijn leerprestaties; na een poosje ging het gewoon vanzelf wat beter.

Goed, de wereldkampioen boksen op dit momen is een grote blanke kerel. Hij komt uit Engeland en hij heet Tyson Fury. Dat je het maar weet.

Mevrouw meester Zegveld.

De wereld heeft last van terrorisme. Terroristen zijn volkomen onbetrouwbaar. Ze zijn erop uit om volstrekt willekeurige mensen verschrikkelijk veel leed te bezorgen. De reden waarom ze het doen is onduidelijk. Het lijkt iets met godsdienst te maken te hebben. Godsdienst reguleert juist vaak agressie en geweld. Bij terroristen rechtvaardigt religie het juist. Door de bank genomen komen terroristen uit, of via, een land waar je echt niet zou willen wonen. Je bent daar je leven niet zeker. De atmosfeer van zo’n land, lijken ze met graagte te exporteren naar landen waar het veel mensen wel lukt om gelukkig samen te leven.

Veel vluchtelingen komen uit dergelijke desperate landen. Uit Syrië, Afghanistan, Ethiopië, Yemen, Irak of Somalië. Ondanks dat de zon er altijd schijnt, echt geen vakantieparadijzen. Het menselijke leven lijkt daar weinig waard. Zo leef je, zo ben je dood. Je bent al blij als de dood pijnloos komt in zo’n land. Voor hetzelfde geld kruisigen ze je, hangen ze je op of geselen ze je. Vrouwen hebben er doorgaans nauwelijks een leven voor zichzelf. Vooral jonge vrouwen moeten het zwaar ontgelden. Je krijgt medelijden met mensen die in zo’n land leven. De bevolking vlucht massaal.

Het westen wil iets doen. Goede raad is wat dat betreft heel erg duur. Amerika, maar Nederland net zo goed, kiest voor de aanval. Als we de kopstukken en de onder-kopstukken vermoorden, dan zal de beweging aan kracht inboeten, zo denkt men. Het geeft ons in ieder geval het gevoel dat er iets gebeurt. Of het een gunstig effect heeft, ik doe daar geen uitspraak over. Ik weet niet wat ons en hen zou overkomen als ze niemand zouden vermoorden, maar aan de andere kant lijkt het alsof het terrorisme eerder groeit dan krimpt.

Voor mij is Somalië het land van onbegrensd leed en onbegrensde criminaliteit. Ik betrap me er op dat ik zelfs Somaliërs in Nederland niet vertrouw. De wetteloosheid in Somalië heeft ervoor gezorgd dat er zowaar een piratenvloot is ontstaan. Internationale scheepvaart in die streken wordt bedreigd door die piraten. Nederland patrouilleert daar en verzamelt inlichtingen en probeert zo de scheepvaart te beschermen. Met succes, want kapingen lijken tot het verleden te behoren. De verzamelde informatie over terreurgroepen en criminelen deelt Nederland met bevriende landen. Daar zijn we blij mee, want we proberen de wereld te verlossen van terroristen en criminelen.

Amerika heeft gekozen voor de drone als ultiem wapen tegen terroristen. Een onbemand vliegtuigje met bommen en granaten aan boord. Het ding wordt elders bestuurd. Op grond van informatie wordt een drone naar een (vermeende) terrorist gestuurd en dan vermoord. Daarbij gebruiken de Amerikanen informatie uit alle hoeken en gaten…ook uit Nederland. Zo werd er in Somalië met een drone een terroristenleider net niet geëxecuteerd. Maar omdat de gegooide bommen nogal heftig waren, verloor een in de buurt bivakkerende herder zijn benen en zijn twee dochters. Verschrikkelijk natuurlijk.

Mevrouw meester Zegveld heeft de Nederlandse staat namens deze gedupeerde herder aangeklaagd omdat (onder anderen) op grond van Nederlandse informatie de Amerikanen hun vernietigende werk deden. Hoe naar ik het ook voor die herder vind, ik heb er moeite mee dat Nederland wordt aangeklaagd.

Reactie gevraagd

Het merkwaardige feit doet zich voor dat mijn site, deze blog dus, soms honderden keer per dag wordt bezocht. Dat kan je aflezen aan de statistische gegevens die ik bij mijn provider kan opvragen. Aan mijn kant van de blog, hier dus, aan mijn bureau, is het verschrikkelijk stil. Ik heb geen idee. Volgens mij zet ik dagelijks, en soms twee keer per dag, een stukje op mijn site. Dat is het. Meer doe ik er niet mee. Maar…als er honderden hits zijn, dan verwacht ik ietsje meer. Een reactie. Ik zou wel graag eens een reactie willen. Ik heb het gevoel dat ik echt helemaal alleen bezig ben.

Ik zet mijn stukjes juist op een site, om weerwoord te krijgen. En natuurlijk om te laten zien hoe ik over veel dingen denk. Als ik dat niet wilde had ik ze wel gewoon op mijn computer alleen gehouden. Ik wil wat graag reacties!

Ik vroeg het aan mijn zoon. Op computergebied was ik hun held; de allesweter; de absolute goeroe. Heb ik nooit echt heel erg prettig gevonden. In de begintijd was ik wel erg geinteresseerd en was alles nog heel veel eenvoudiger. Ik ben van mijn sokkel gevallen! Is niet erg, want zo gaan die dingen en ik geloof dat het niets in hun liefde voor mij verandert heeft. Gelukkig maar, want ik ben echt gek op ze; alle drie. Zonder ook maar een greintje voorkeur voor de één of de ander. Nu is het allemaal zo complex geworden. Eén mens kan maar een heel klein stukje van het automatiseringslandschap bevatten. En ik…ik zit heel erg aan de functionele kant. De techniek, daar hou ik me nauwelijks mee bezig.

Doorgaans heb ik zo’n honderd hits per dag, maar een paar dagen geleden ineens een enorme piek. Bijna duizend hits. Ik voelde me groeien. Maar mijn zoon haalde me snel uit mijn droom; waarschijnlijk een één of andere aanval. En die honderd hits per dag…Robots, waarschijnlijk. Wat jammer!

Maar ik geef de hoop niet op…Als er iemand aan de andere kant is…Stuur eens een reactie…Zou ik echt leuk vinden!

Het noodlot tarten

Vandaag komt Josien weer thuiis. Na bijna twee weken ziekenhuis. Vanaf nu bepalen haar bezoekuren mijn levensritme niet meer. Het is voorbij. Twee weken geleden warenb we naar een heerlijk concert geweest. Mahlers voorgevoel was de titel. Ze speelden Der Kindertotenlieder. Onweerstaanbare muziek van Gustave Mahler. De getoonzette gedichten zijn van Rückert. Een Duitse dichter waarvan Mahler al vaker werk op muziek gezet had. Deze specifieke gedichten beschrijven de dood van Ruckerts kind. Hij probeert daarmee het drama dat zijn leven trof, te verwerken. Toen Mahler de gedichten op muziek zette, was hij getrouwd met Alma en had hij twee dochters. Toen Alma ontdekte dat Mahler deze gedichten van Rückert gebruikte voor zijn compositie, schijnt Alma radeloos te zijn geweest. Haar man tartte het noodlot. Wat later overleed één van Mahlers dochters.

Wij hebben niets geleerd van Gustave en Alma Mahler! Toen ik het concert een jaar geleden in de catalogus zag staan heb ik meteen kaartjes besteld. Het is zo mooi. Die liederen snijden in je ziel. Ze leggen je angsten bloot, maar dekken ze ook meteen weer toe. Met zoveel troost en zoveel compassie. Zelfs als de zangeres het eerste lied verknalt doordat ze haar zenuwen nog niet bij elkaar heeft, dan is de rest nog eindeloos de moeite waard om voor naar het concertgebouw te reizen. Wat wij dan ook deden. Ik heb nog even gedacht: ’Tarten wij het noodlot niet?’ Maar wij zijn niet bijgelovig. Ik ben überhaupt niet gelovig. Had ik dat wél moeten zijn? Achteraf?

Mijn terugtocht van het concertgebouw naar huis duurde zo’n slordige vier uur. Josien deed er dus een kleine twee weken over. Gisteren werd ze geopereerd. Ze was euforisch na de operatie. Zo fijn om te zien. Ik maakte me wel een beetje zorgen. Haar arm voelde nog als een vreemd rubberen ding. En…als de verdoving uitgewerkt is…dan is hij uitgewerkt, zullen we maar zeggen. Tweede waar ik me een heel klein beetje zorgen over maakte was de combinatie euforie en bijkomen van een operatie. Dat heeft tot een psychose geleid bij iemand dicht in de buurt. Laat ik het niet te zwaar opnemen. Met pretoogjes stelde ze me voor om het verhaal over wat men met haar elleboog had uitgespookt, maar niet te vertellen. Ze had gehoord wat de artsen allemaal tegen elkaar zeiden. Ik kan me er wel wat bij voorstellen. Ik heb wel een idee over wat die artsen gedaan hebben. Laat maar zitten, dus die details.

Ook vertelde ze dat er zachte muziek draaide toen ze aankwam in de operatiezaal. Van-alles-en-van- iedereen-muziek. Daar krijg je de handen van mijn Josien niet mee op elkaar. Ze hadden haar gevraagd of ze de muziek niet storend vond. Daarop had ze geantwoord dat mooie muziek niet storend is, maar dat dit geen mooie muziek was. Ze hebben toen voor haar het requiem van Faure opgezet. Toen ik laatst een petieterig klein operatietje moest ondergaan, vroegen ze hetzelfde aan mij. Toen stond radio538 op. Ik heb toen maar geantwoord dat als zij er beter mee sneed, dat ik het dan allang best vond. Mijn mijn Josien durfde het aan om een andere muziek te vragen. Wat een mazzel dat de Kindertotenlieder van Mahler niet voorhanden waren… Het noodlot moet je niet tarten, dat heb ik wel geleerd.

Webformulier

Ik zat in het bestuur van onze tuinvereniging. Penningmeester was ik. Maar op een gegeven moment bleek het genoeg, en genoeg is genoeg. Ik trad af. Een nieuwe penningmeester diende zich aan. Wisselende penningmeesters geeft veel rompslomp. Een penningmeester is de baas over de rekeningen en over het geld. Daar gaan officiële instanties zoals banken niet makkelijk mee om. Om toegang tot de bankrekening te krijgen, moeten de papieren in orde zijn. Om alle bevoegdheden en functies op het goede rijtje te krijgen, heb je een semi-overheidsinstelling nodig: De kamer van Koophandel. Als je de reclame mag geloven dan is het dé organisatie voor ondernemend Nederland. Snel, innovatief, modern, helemaal bij de tijd….

Ik hoef me dus alleen maar uit te schrijven als penningmeester van onze tuinvereniging. Dat kan via…de website. Nou ja…niet helemaal dan. Ik moet een webformulier invullen, dan uitprinten. Ondertekend moet ik het uitgeprinte webformulier dan in een enveloppe schuiven en meegeven aan tante post. Daar wordt het weer uit de envelop gehaald, gelezen, van diverse stempels voorzien en verwerkt. Als het webformulier goed is, tenminste.

Ik begon met het invullen van het webformulier. Dat bestaat uit een paar stappen: Het oproepen van het juiste webformulier…wachten….het invullen van de gegevens…heel lang wachten…het controleren van je zelf ingevulde gegevens….heel erg lang wachten…. Zo verschrikkelijk lang wachten dat ik uiteindelijk maar besloot om het op een moment te proberen als ik meer tijd had.

Overheid en automatiseren, dat zijn twee grootheden die moeizaam samengaan. Ik heb er ook ietsje inside ervaring mee. Een jaartje heb ik rond mogen lopen op een overheidsinstelling. Ik ben zelden een organisatie tegengekomen die het zo goed wilde doen als dit overheidsbedrijf. De rest van mijn carrière heb ik doorgebracht in het bedrijfsleven. Daar wordt altijd aan automatisering gevraagd hoeveel een wijziging van het systeem uiteindelijk oplevert; hoeveel winst gaan we ermee maken. Wijzigingen in de programmatuur die gedaan moeten worden om aan de wet te voldoen worden beschouwd als een verliespost. Bij de overheid, zo bleek mij, gelden heel andere normen. Daar wil men alles zo volledig en zo goed mogelijk doen. Ik zat op de kamer bij iemand die een handleiding schreef voor het gebruik van het programma. Negen kloeke delen waren het, toen ik er nog werkte. Gaat iemand nog ooit zo’n handleiding lezen of gebruiken…? Maar het is wel hoe het hoort. Ook was de hele administratieve organisatie in kaart gebracht, en de wijze waarop de processen binnen de organisatie door de automatisering werden ondersteund. Toch ook weer een pagina of vierhonderd. Niemand zal daar verder ooit naar kijken. Behalve…als er een wijziging in de programmatuur moet worden gedaan… Dan moet ook een deel van de handleiding worden herschreven en ook moet er vast weer iets bijgevoegd worden aan de administratieve organisatie. Ging het nou maar alleen om de handleiding en de administratieve organisatie! Er zaten daar zoveel mensen…

Terug naar de Kamer van Koophandel en hun poepie trage webformulier. Ik ben vanochtend overnieuw begonnen. Na een minuut of wat was mijn webformulier klaar met denken en kon ik mijn gegevens controleren. Dat is gelukkig niet veel werk: Mijn naam en dat ik op een datum afgetreden ben als penningmeester. Waar heb ik dan zo lang op moeten wachten? Niet over nadenken: Printen, ondertekenen en wegsturen; dan kan iedereen weer verder!

Slecht zelfbeeld

Ja, ik ben te dik. Dat heb ik al vaker gezegd, maar het is de waarheid. Ik heb van alles geprobeerd maar ik blijf een tonnetje. Niet zo dat mensen mij nakijken, maar men ziet in mij toch al snel een levensgenieter. Dat ben ik ook. Tenminste wat eten betreft. Ik kan me ’s ochtends al fiks bezig houden met wat ik ’s avonds ga eten. Het is dat ik diabetespatiënt ben, dat houdt mij behoorlijk in toom. Dat maakt het leven in zekere zin makkelijk. Koek en snoep mag ik niet, dus daar hoef ik ook niets van te vinden. Voordat de diabetes goed toesloeg, was het een heel gedoe om me te houden aan dat ene koekje of dat ene snoepje. Mijn huisarts bleef zo lang hameren op dat afvallen dat ik een andere huisarts genomen heb. Slecht van mij, nee, dat niet. Ik ben weliswaar niet veel afgevallen, maar dat was ik ook niet als ik bij mijn oude huisarts was gebleven. Nu heb ik vooral het slechte gevoel dat ze me gaf uitgeschakeld.

De zwaarste strijd tegen overgewicht gevoerd heb, leek een beetje op de Amerikaanse strijd in Irak. Een razendsnelle overwinning die later een slopend verlies bleek te zijn. In no time wist ik met het points dieet van de gewicht-in-de-gaten-houders mijn gewicht aanzienlijk naar beneden te krijgen. Niet dat het ooit op het gewicht is geweest dat het had moeten zijn, maar toch een heel eind in de goede richting. Ik had er toen ook lol in om voor dat dieet alternatieven te vinden voor alles dat ik heel erg lekker vond. Zo maakte ik bijvoorbeeld van magere kwark, een half ei, een handje twintig plus kaas en wat peper en zout een magere variatie van een heerlijke romige bechamelsaus. Kijk dan, best lekker voor een keertje.

Ik raakte mijn buik voor een tijdje kwijt. Mijn vingers werden zo slank dat mijn trouwring niet meer paste en ik hem bij het afdrogen van mijn handen per ongeluk in de afvalbak met papieren handdoekjes heb weggegooid. Ik moest nieuwe kleren kopen want mijn broeken leken op Volendammer vissersbroeken. En inderdaad kreeg ik een beter zelfbeeld. Maar…ik werd helemaal treurig bij de gedachte dat ik nooit meer vette worst of lekkere kaas kon eten, nooit meer een moorkop of taart met een laagje frangipane op fonceerdeeg en geabricoteerde aardbeien, met toefjes slagroom op de rand…oh jongens ik werd helemaal gek! En zo geschiedde het dat deze jongen tabé zei tegen het gewicht-in-de-gaten-houders-dieet en weer helemaal los ging op wat moeder aarde ons aan lekkers te bieden had. Ik trapte nog net op tijd op de rem om niet door de grenzen van mijn ‘normale’ gewicht te schieten.

Ik doe er wel grappig over, maar die bolle buik geeft me echt een slecht zelfbeeld. Ook mijn dikke kop zit me dwars. Inderdaad alleen als ik in de spiegel kijk. Maar…overal waar ik kijk zie ik reflecties van mezelf.. En dan ontbreekt er altijd wel wat aan, vind ik. De psychologe Jessica Alleva is gepromoveerd op dit probleem, lees ik. Ze heeft onderzoek gedaan naar het verbeteren van het zelfbeeld van mensen. Bij gepromoveerde psychologen heb ik altijd last van het Diederik Stapel syndroom, maar wie weet, heeft ze toch iets gevonden dat ons kan helpen. Ons, met dat slechte zelfbeeld. Binnenkort komt er vast een populair wetenschappelijke versie uit van haar proefschrift; dat wacht ik af!

Jade en ivoor

Chinese hebzucht komt slecht in het nieuws. Ivoor, jade; de westerse wereld en dus wij malen er niet om, maar de Chinezen zijn er gek op. Ook de hoorn van de neushoorn. Weliswaar geen hebzucht, maar een waardevol ingrediënt in Chinese medicijnen. Plaatjes van doodgeschoten neushoorns en olifanten met afgezaagde hoorn of slagtanden gaan de wereld over. Samen met een wijzend vingertje: Zij hebben het gedaan! Ik vind dat zo moeilijk! Vandaag een artikeltje over de jade-industrie in Birma. Het lijkt allemaal mensonterend. Jonge mannen doen dag en nacht zware arbeid om de bollen jade uit de grond te halen.

Mijn vriend Chi woonde alleen in een woning in de Vrolikstraat. We waren toen vijftien jaar. Echt jong nog. Ik woonde gewoon thuis, maar hij had het rijk alleen. Het huis was van zijn ouders die een restaurant in het zuiden van het land hadden. Ze hielden het huis aan omdat Chi’s ouders graag een adres in Amsterdam hadden en omdat Chi met geweld dreigde als hij naar dat ‘gat’ moest verhuizen. Chi was hun prinsje, dus stemden ze toe. En zo bracht ik dagen en avonden door bij mijn vriend die immer het rijk alleen had.

Chi’s ouders gingen regelmatig naar Hong Kong en als ze terugkwamen namen ze cadeautjes voor hun kinderen mee (ze lijken mij wel!!!!). Soms een fototoestel of andere luxe artikelen die daar veel goedkoper waren maar vaak ook jade of ivoor. Ik heb de meest kunstige voorwerpen zien langskomen. Prachtig licht en donker groen jade of gelig wit ivoor.

Chi was over het algemeen een compleet geïntegreerde jongen; we lazen in die tijd het werk van Couperus en bespraken dat tot in de kleine uurtjes. Kan je nog beter ingeburgerd zijn dan als je houdt van de ‘Boeken der kleine zielen’ of ‘Eline Vere’? Zeg nou zelf. Maar als hij de gesneden voorwerpen liet zien, dan zag je hem blinken van trots. Trots omdat hij Chinees was en dat deze voorwerpen gemaakt waren door Chinezen. Gewone handwerkslieden zonder kapsones. En die voorwerpen waren ook heel mooi.

Ik kan me een jade bol herinneren die bestond uit vier in elkaar zittende bollen. In de ene bol zat een andere bol en in die bol zat weer een andere bol en daarin weer één. Jade uit één stuk. Een raadsel hoe ze het voor elkaar hadden gekregen. De bollen waren stuk voor stuk met fraaie motiefjes gesneden. Heel bijzonder. Chi was er zo trots op! Ook het gesneden ivoor was een kunstwerk op zich. Ik kan me niet meer herinneren hoe het eruit zag, maar wel dat ik het vol bewondering zat te bekijken.

Oké…wij dachten niet na over hoe dat jade gedolven was. Oké…we dachten niet na over hoe dat ivoor ‘geoogst’ was. We waren heel erg begaan met de wereld, heus! Maar we hebben niet nagedacht over die kunstvoorwerpen. We hebben ze gewoon bewonderd. Als ik er een had gekregen, wat niet zo is, dan had ik dat met trots bewaard, denk ik.

White privilege

White privilege houdt in dat je altijd bij iedereen een streepje voor hebt, als je een bleek velletje hebt. Je schijnt door iedereen sympathieker, slimmer, mooier en aantrekkelijker gevonden te worden terwijl dat niets met jou als persoon te maken heeft. Het is de kleur van je huid. In landen waar vooral donkere mensen worden geboren, is het schoonheidsideaal zo licht mogelijk. Zalfjes en crèmes die de huid bleken, gaan er als zoete broodjes over de toonbank. Je zou toch anders verwachten, maar het schijn echt zo te zijn.

Laten we eerst even vaststellen dat mensen met een blekere huid niet beter zijn dan mensen met een donkere huid. Laten we aannemen dat de huid slechts om het geheel vergelijkbare lichaam zit. Het brein heeft daar verder niets mee te maken, behalve dan dat mensen met een zwarte huid negatief kijken naar hun zwarte huid. Blanke mensen lijken niet na te denken over hun witte huid. Kunnen wij witmensen daar iets aan veranderen? Nee, dus. Dwars door de geschiedenis is een bepaalde opvatting ontstaan die gegroeid is en haar eigen leven is gaan leiden. Dit zou best haar oorzaak kunnen vinden in het slavernij verleden waar witte mensen donkere mensen als handelswaar beschouwden en het mishandelen van zwarte mensen als heel gewoon werd gezien. Toch blijft bij mij het gevoel dat dit niet het hele verhaal is want mensen die in Afrika wonen hebben geen slavernij verhouding gekend met blanke mensen en daar schijn ook te gelden; hoe lichter hoe beter.

Ik vraag me dit alles af met een schuin oog naar de zware pieten discussie. Stel ik leef in Afrika en daar zou een feest zijn waarbij een zwarte meester samen met een wit geschminkt knechtje cadeautjes uitdeelt en waarbij het witte knechtje (Witte Klaas?) duidelijk dommer was dan de zwarte meester…zou ik me dan beledigd voelen? Zou ik dat witte knechtje associëren met mijzelf. Zou ik mezelf beledigd voelen door dat karikatuurtje van mij? Nee. Ik weet vrij zeker dat het me helemaal niets zou doen. Als zwarte mensen in de metro dan tegen mij ‘Witte Klaas’ zouden zeggen om me een beetje te plagen, dan zou ik dat wel grappig vinden, denk ik.

Het lijkt mij dat zwarte mensen een beetje overgevoelig zijn voor discriminatie. Ik vraag me af of het niet slimmer is om te werken aan het zwarte zelfbeeld in plaats van het verbieden van zwarte piet. Helpt dat de donkere mens in Nederland niet veel meer. Tuurlijk, er zitten gekke kantjes aan zwarte piet. Zie ik ook wel. Als je op afstand gaat staan en je emoties en herinneringen eruit laat, dan is het een gek figuur, die zwarte piet. Maar dat geldt voor meer historische gegroeide figuurtjes. Van Jezus tot de kerstman, goed beschouwd zit in alles iets vreemds als je er afstand van neemt.

White privilege is een bestaand fenomeen dat aangetoond is. Misschien moeten we een weg zoeken waardoor donkere mensen nog wat trotser en zelfbewuster worden op hun huidskleur. Beginnen met een ban op bleekmiddeltjes?

Toch vind ik dat Zwarte Piet zijn langste tijd gehad heeft.

Armand

In een periode van mijn leven ging ik regelmatig naar jongerenkampen. Voor een zeer gering bedrag (gratis dus) ging ik met een groep jongeren de natuur een handje helpen. Zorgen dat de hei de hei bleef door opkomende boompjes uit de grond te trekken. In ruil daarvoor was je gezellig bij elkaar. Meestal op een boerderij. In de lege stallen (de koeien stonden buiten) werd hooi uitgespreid en daarop lagen onze slaapzakken. Ik heb aan dat soort kampen bijzonder leuke herinneringen. Er was altijd wel iemand bij met een gitaar. Vaste prik: ‘The answer my friend, is blowing in the wind, the answer is blowing in the wind.’ Prachtig vond ik het. Geen idee welk antwoord er vervloog in de wind. Ik begreep niets van die tekst. Maar…het was een protestsong! Tot mijn grote schaamte sprak ik Dylan’s naam ook nog verkeerd uit… dailen, dacht ik, wist ik veel dat het dillen was; die muziek werd bij ons thuis niet gedraaid… Ik werd fan van protestzangers.

Zo kwam ik op mijn zeventiende terecht in Karspel; een project begeleid wonen. Ik wilde uit huis. Heel erg graag wilde ik uit huis. Ik weet niet precies waarom want zeventien vind ik nu verdomd jong. Karspel was ook een tehuis. Na wat aanvangsproblemen, voelde ik me daar als een vis in het water, daar op Karspel tussen mijn leeftijdsgenoten. Maarten was een wees. Ik hoor hem nog tegen een meisje met een gekke moeder zeggen: ‘Jou moeder is misschien gek, maar je hébt er in ieder geval één.’ Daar bracht hij iedereen wel mee tot zwijgen. Maarten was echt een fijne jongen om mee om te gaan. Dat verwacht je niet van een wees; maar hij stond behoorlijk stabiel in het leven. Hij was, zo jong als hij was, politiek erg actief. Van hem leerde ik Bots kennen: ‘Kom socialisten trek ten strijde! Kom socialisten wees paraat! Want de strijd is niet meer te vermijden!’ En…Armand. ‘Ben ik te min’. Protestliedjes in het Nederlands die ik zomaar begreep. Bots heb ik grijs gedraaid.

Wat ik leuk en interessant vond wijzigt met de tijd en met de periode dat ik leef. Ineens hoefde voor mij de socialisten niet meer ten strijde te trekken. Ik was best tevreden met de maatschappij zoals hij was. Heus, ik bleef wel kritisch, zeg maar krities, maar al met al was ik zeer tevreden over mijn leven. Echte ingrijpende veranderingen hoefde van mij niet. Sterker nog, heel veel veranderingen die er kwamen, wilde ik helemaal niet; ik had liever het oude. Neem de privatisering van van alles; van mij had dat niet gehoeven. Ik denk zelfs, dat als ik een dochter had gehad, en ze met een jongen thuis kwam, ik misschien wel eens zou kijken of zijn vader meer verdiende dan ik… Zie je, ik verburgelijkte. Niks aan te doen; het is gewoon zo. En…fijn dat ik dat vind!!!

Gisteren werd bekend dat Armand is overleden. Armand is nooit verburgerlijkt. Daar was hij trots op, volgens mij. Toen hij twintig was zong hij met volle overtuiging: ‘Ben ik te min om dat je ouders meer poen hebben dan de mijne’. Toen hij vijfenzestig was zong hij het nog steeds. Met volle overtuiging. Dat terwijl zijn ouders waarschijnlijk al dood waren. Een enorme bos knalrood haar. Kleren uit de jaren zestig. Bewegelijk als een tiener en onafscheidelijk met een joint. Op hem had de tijd geen vat, zo leek het. Maar tussen al deze opsmuk zag je een heus oude mannen koppie. Denk de bos knalrood geverfd haar weg, en er blijft een oud mannetje over. Maakt niet uit. Hij zegt dat hij zijn leven lang gelukkig is geweest. Dat mag hij. Hij heeft mijn zegen! Dat mocht hij, Hij had mijn zegen!

Holocaust-ontkenner

Mijn jongste zoon is een holocaustontkenner. Ik zet het hier zo plompverloren neer, maar vergis je niet; het schaamrood staat op mijn kaken. Hij ontkent niet dat er veel joodse mensen in de tweede wereldoorlog zijn doodgegaan, maar fabrieksmatig vergassen, daar wil hij niet aan. Ook het aantal slachtoffers lijkt hem enorm overdreven… Maar laat ik even doorgaan: Hij vindt ook dat joden en Israël gelijk zijn aan elkaar en dat Israël eigenlijk geen bestaansrecht heeft. Hij is er bovendien van overtuigd dat het stichten van de staat Israël alleen maar kon omdat andere landen zoveel medelijden hadden met de joden.

Was hij nou maar een rotjoch, die zoon van mij. Maar nee, dat is hij echt niet. Veel humor heeft hij. Origineel in zijn gedachten en in het verwoorden ervan. Hij is hoffelijk en lief. Hij is behulpzaam zonder aanziens des persoons. Ook bijzonder slim. Dat merk je aan alles… Dat ontkennen van de stelselmatige joden vernietiging is echt een uitzondering. Het begon puberaal; lekker afzetten tegen je vader, maar nu lijkt er toch iets in zijn volwassen wordende brein te beklijven. Ook al ben je het niet; je voelt je altijd verantwoordelijk voor je kinderen. Ik ook. Hoe krijg ik die rampzalige ideeën uit zijn hoofd?

Vorige week is de film ‘Son of Saul’ uitgekomen. Twee dagen uit het leven van iemand van het sondercommando in Auschwitz-Birkenau. Wellicht kunnen we daar samen naartoe gaan. Ziet hij van binnenuit wat daar in dat concentratiekamp is gebeurd. Gisteren de ‘Voetnoot’ van Arnon Grunberg. Een vernietigend oordeel. Terwijl ik de film niet gezien heb, onderschrijf ik Grunberg’s mening meteen; een zeer ongeloofwaardig verhaal en dat terwijl er zoveel geloofwaardige verhalen te vertellen zijn; die zijn namelijk bewezen. Ik nodig mijn zoon dus niet uit om samen naar ‘Son of Saul’ te gaan.

Ik wilde hem de film ‘Shoah’ cadeau doen. De negen uur durende film van Claude Lanzmann met interviews met alle betrokkenen. Een zeer indrukwekkende film. Nadat ik Auschwitz bezocht had, heb ik hem nogmaals, integraal, bekeken. Daarna was ik zo somber dat ik mezelf verbood om ook nog maar een seconde met dit onderwerp bezig te zijn. Ik ben bang dat dit niet aan gaat slaan bij mijn jongste zoon. Hij is weliswaar slim en geïnteresseerd in alles, maar negen uur interviews, dat is wel een hele zit. Maar de getuigenis van de man die lid was van het sondercommando (een ‘echte’ dus) zal hem wellicht op andere gedachten brengen. Maar hoe haal je juist dit interview, met Nederlandse ondertiteling (want mijn zoons Duits is niet zo goed) uit die film?

Nog een mogelijkheid is hem de stamboom van onze familie te laten zien. Mijn zoon staat er zelf ook in, daar kan hij beginnen te klikken:

  • klik op zijn vader (ik dus),
  • klik op zijn oma (mijn moeder, dus)
    • Het gezin waaruit zij kwam: 1 op de 3 dood in vernietigingskampen
  • Klik op zijn overgrootvader:
    • Het gezin waaruit zij kwam: 4 op de 5 dood
  • Klik op zijn betovergrootvader
    • Het gezin waaruit hij kwam: 4 op de 4 dood in de vernietigingskampen
  • Klik op zijn betovergrootmoeder
    • Het gezin waaruit zij kwam: 9 op de 9 dood in de vernietigingskampen.

Zou dat indruk maken?