Rome; De droom van keizer Constatijn.

Gezien op 9 oktober in de Nieuwe Kerk

Er zit nogal wat tijd tussen de bezichtiging van de tentoonstelling en de dag waarop ik dit schrijf. Dat komt doordat ik niet precies weet wat deze tentoonstelling wil laten zien en wat ik er dan mee moet. Er liggen een aantal mooie kunstvoorwerpen, maar wat is precies het verband. Ik mis dat. Wellicht heb ik het niet begrepen, maar dan graag uitleg.

Met de gratis audiotour die je meekrijgt, wordt je door vijf verschillende Rome kenners rondgeleid door een stukje Rome. De tour begint met Rosita Steenbeek. Sowieso kan Rosita Steenbeek bij mij niet kapot want ik heb enorm genoten van haar laatste roman Rose. Echt een goed boek en een aanrader. Als een terzijde vertelt ze bij de audiotour, dat één van haar grootvaders predikant is geweest van de Nieuwe Kerk. Maar wat betreft de tentoonstelling, gaat het daar natuurlijk niet om. Rosita Steenbeek vertelt over Constatijn de Grote en zijn triomfboog. Als eerste loop je onder een verkleind model van deze boog door. Dan valt je ook meteen de marmeren kop op van de keizer en een enorme projectie van het beeld, waarop de marmeren kop gezeten heeft. Deze marmeren kop blijkt een exacte kopie van het beeld dat in Rome ligt. Het kopiëren van de kop was een technisch hoogstandje waarvan met een videofilm verslag wordt gedaan.

Constatijn de Grote, dat is de keizer die het Christendom tot staatsgodsdienst maakte. Steenbeek laat zien dat deze keizer zich veelvuldig laat afbeelden, maar dat hij zich zelden laat afbeelden met symbolen die naar het christendom zijn te herleiden. Wat we in die eerste ruimte wel zien, zijn een beeldje van een herder. Daarvan wordt gezegd dat dit een populair symbool was in de romeinse tijd, en dat langzamerhand het beeld van de herder en het beeld van Jezus, over elkaar heen schuiven.

In de volgende ruimte gaan we met Antoine Bodar de catacomben in. Een aantal sarcofagen worden daar getoond met de allereerste afbeeldingen van christelijke symbolen en fragmenten van het lijdensverhaal. Bodar vertelt teveel. Hij houdt niet op en gaat door tot de hele kleine, nauwelijks nog interessante details. Dat is jammer, want je verliest je aandacht. Veel van deze sarcofagen en afbeeldingen had ik al gezien in het Vaticaans museum.

De volgende ruimte laat projecties van muur- en plafondschilderingen zien waarop de bekering van Constantijn staat afgebeeld en waar hij als gevolg van deze bekering, de veldslag wint.

Ook Nelleke van der Krogt komt nog aan het woord. Nelleke van der Krogt met vaak ongepast en vervelend gegrap tijdens ‘Tussen kunst en kitch’ van de Avro. Met deze irritante leukdoenerij verveelt ze de bezoeker van de tentoonstelling. Heb ik uitgezet.

Al met al een matige tentoonstelling.

Ethisch reveil

Sommige dingen zie je gebeuren; zie je zich ontwikkelen in ons tijdsgewricht. Je onderkent dat er een probleem aan kleeft, maar je weet niet hoe je dat probleem moet oplossen. Het probleem dat ik zie, begon bij de ontwikkeling van de bandrecorder. Toen was het mogelijk om de muziek van een grammofoonplaat te kopiëren. Daardoor kreeg je de muziek tot je beschikking zonder dat je de eigenaar van de muziek daar expliciet voor betaald had. Ik geloof dat men dat in die eerste fase nog niet serieus genoeg nam; dat was geen diefstal, maar een nieuwe techniek. Met de komst van het cassettebandje, veranderde die houding compleet. Om het kopieer probleem op te lossen werd er een extra bedrag gevraagd per bandje, en dat kwam ten goede aan de muziekwereld. Aan de andere kant kwam de kopieermachine op. Eigenlijk hetzelfde probleem als het cassettebandje. Hele boeken kon je er onder leggen. Dat scheelde een hoop geld.

Hoewel de industrie het auteursrecht aan alle kanten probeerde te beschermen, leek dat echt een onbegonnen zaak en een ongelijke strijd. Was je met het kopiëren van een langspeelplaat op een cassettebandje nog even lang bezig als de grammofoonplaat duurde, in het digitale tijdperk is het kopiëren van een hele muziekbibliotheek werk van een paar seconden. Was het vroeger nog een heidens karwei om bladzijde voor bladzijde onder de kopieermachine te leggen, tegenwoordig kopieer je een digitaal boek in een nanoseconde. Zelfs de regering is van mening dat auteursrechten, en geld verdienen aan dingen die je bedacht hebt, niet nodig. Staatssecretaris Dekker van onderwijs vindt dat wetenschappers hun artikelen moeten publiceren op Open Access sites; voor iedereen te lezen zonder ervoor te hoeven betalen.

Fantastisch dat alle kennis en alle kunst en cultuur gratis beschikbaar komt voor iedereen die er belangstelling voor heeft. Maar, waar moet de onderzoeker, bedenker en schepper van al die kennis, kunst en cultuur dan precies geld aan verdienen? Het lijkt me toch evident dat ook deze mensen recht hebben op inkomen. Het lijkt me ook volkomen duidelijk dat deze mensen de hele dag bezig moeten zijn met het bedenken en scheppen van de kunst en cultuur; dat het niet zomaar een bijbaantje is of vrijwilligerswerk. Wat is precies het businessmodel… Waar gaan mensen die mooie muziek voor ons maken, die mooie verhalen schrijven of die onderzoek doen van leven?

Ik breek daar al een tijdje mijn hoofd over. In de tussentijd ben ik gestopt met elke illegale kopieer actie. (Verander de wereld begin bij jezelf!) E-books koop ik keurig in de winkel en muziek leen ik van de bibliotheek of ik koop het. Maar ik ben natuurlijk geen Don Quichot. Ik weet ook dat de wereld verandert en dat dit één van de veranderingen is.

Onderzoekers zijn in dienst van de universiteit en daar verdienen ze hun geld. Hoewel ik vind dat ook hun artikelen betaald mogen worden, is het te billijken dat ze hun kennis gratis ter beschikking stellen. Muzikanten verdienen hun geld ook door optredens. Wellicht moet hun confrontatie met het publiek wel hun bron van inkomsten worden. Maar hoe zit het dan met schrijvers? Hoe gaan die hun brood verdienen? Schrijvers schrijven verhalen en romans en ze leven van de verkoop van hun boeken. Nergens anders van.

Zou een ethisch reveil helpen?