Azie > Amsterdam; Luxe in de Gouden Eeeuw.

Azie > Amsterdam; Luxe in de Gouden Eeeuw.

Gezien op 27 oktober in het Rijksmuseum

In het Rijksmuseum is een tentoonstelling gewijd aan de prachtige, en toen nog onbekende, dingen die meegenomen werden uit de Oost in de Gouden Eeuw. Meteen laat de tentoonstelling ook zien wat de invloed van de nieuwe kostbaarheden uit Azië hadden op de cultuur van die dagen in de Nederlanden. De tentoonstelling is verdeeld over een aantal zalen in de Philipsvleugel. Heel toepasselijk hangt in de eerste zaal een schilderij van Hendrik Cornelisz Vroom: De terugkomst in Amsterdam van de tweede expeditie naar Oost-Indië. De eerste expeditie was mislukt, maar de tweede was een groot succes; de boten lagen beladen met specerijen in het IJ en Amsterdam liep uit om de expeditie te begroeten. Dat is het allereerste begin van de handel met het Oosten.

Vroom

In zaal 2 van de tentoonstelling ‘Azie > Amsterdam’ hangen twee stillevens tegenover elkaar waar ik veel mee heb. Ze tonen voedsel op een weergaloze manier en op beide schilderijen wordt de hoofdmoot gevormd door kaas. Het ene schilderij is het ‘Stilleven met kazen’ van Floris van Dijck het andere schilderij is het ‘Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen’ van Clara Peeters. Beide schilderijen zijn in 1615 geschilderd en behoren tot de absolute meesterwerken uit de gouden eeuw. Wat ik er onder anderen bijzonder aan vind, is de groene kaas op beide schilderijen. Bij het schilderij van Floris Van Dijck is iedereen het erover eens dat het hier gaat om de Texelse schapenkaas. Groen gekleurd door schapenmest die bij de wrongel werd gemengd. Op het andere schilderij een zelfde soort kaas, maar van een iets andere vorm. De conservator van het Mauritshuis (want Clara Peeters’ schilderij is in bruikleen) was onzeker. Had aanvankelijk gedacht aan een Texelse schapenkaas, maar een kaasdeskundige meende aan de vorm te kunnen zien dat het om een Edammer kaas ging, groen gekleurd met kruiden. Rene Zanderink van Slow Food suggereerde dat het wellicht een kaas uit ’s Gravenzande zou kunnen zijn. Ook een schapenkaas met schapenmest en ook zeer vermaard in de 17e eeuw. Ik heb het er maar bij gelaten. Hier gaat het ook helemaal niet om de kaas, maar om het afgebeelde porselein. Dat is wat deze tentoonstelling namelijk wil laten zien; wat voor mooie en nieuwe en kostbare dingen schepen meenamen uit het oosten; uit de handel met Azië.

Floris Van Dijck Stilleven met kazen

 

De schilderijen van Peeters en Van Dijck werden gekocht door de rijke kooplieden die het dure porselein dat ze uit China haalden niet alleen in de kamer wilden hebben staan, maar ook afgebeeld wilden zien op de mooiste schilderijen. Dat Chinese porselein kon men toen in Nederland niet maken, maar wel werden er Nederlandse variaties bedacht voor de minder draagkrachtigen. Op Van Dijcks schilderij zou een schaal staan die lijkt op Chinees porselein maar wat in werkelijkheid in Nederland was geproduceerd. Het schaaltje op Peeters’ d’r schilderij wordt als echt porselein beschouwd. Veel stillevens op deze zaal met porselein. Een schilderij wat me erg aansprak was een stilleven met oesters en snoepgoed. Op de tentoonstelling vanwege de grote porseleinen kom. De koekjes en de snoepgoed zagen er uit om van te watertanden. Wel een gekke combinatie met de oesters. Gaargekookt, overigens.

Wat ik erg leuk om te zien vond was om aan de ene kant het porselein in het echt te zien en aan de andere kant hoe het in de 17e eeuw gebruikt werd. Daardoor overstijgt zo’n tentoonstelling het esthetische. Dat maakt het levendig. Op een schilderij het interieur van een koopman. Wat je ziet is kasten langs de muur en op die kasten het porselein. Ter decoratie. Er werd zeker niet van gegeten.

In diezelfde zaal ook een kistje dat (waarschijnlijk) gemaakt is door Willem Kick. Deze Willem Kick zag brood in Japanse lakdoosjes. In nagemaakte dan. Hij verzon zelf een proces om de lakdoosjes te maken en al met al zijn ze erg mooi, hoewel ze een eind afzitten van de echte Japanse lakdoosjes. Wat wel erg leuk is, is dat een Kick lakdoosje opduikt op een schilderij uit die tijd.

Een zaal is gereserveerd voor geleerden en verzamelaars. Prachtige verzamelingen van exotische schelpen liggen er. Bovendien een stilleven van Adriaen Coorte. Nu eens geen groente of fruit, maar schelpen. Rembrandt bleek ook verzamelaar (hoewel ik dat wel wist, natuurlijk). Ook van Indiase prentjes. Leuk is de afwisseling tussen de Indiase prent en wat Rembrandt ervan maakte!

Zaal 7 is helemaal gewijd aan het kostbare lakwerk dat in het bezit kwam van stadhouder Frederik Hendrik en zijn vrouw Amalia van Solms. Het lakwerk is fantastisch, maar dat was toch niet het allerleukste wat er te zien was. Er hing een mooi portret van het stadhouderlijke familie. Amalia draagt op het schilderij een kostbaar parelsnoer. Parels werden trouwen ook uit Azie meegenomen. Maar het bijzondere is, dat de bouwtekening die de juwelier heeft gemaakt van dit mooie parelsnoer er ook ligt.

Al met al een mooie tentoonstelling. Echt leuk om naar toe te gaan. De marketing voor deze tentoonstelling was trouwens weer fantastisch. Dat draagt wel het gevaar in zich dat de tentoonstelling op zich, tegenvalt.

Viespeuk

De meeste films van Roman Polanski heb ik gezien en bijna zonder uitzondering zijn ze fantastisch. Zelfs zijn slechtste film stijgt nog makkelijk boven het gemiddelde filmaanbod uit. Hij weet altijd een onverwacht point of view te kiezen in een meestal heel gewoon verhaal. Dat maakt hem zo goed. Maar Polanski brengt me ook in verwarring. Ik hou niet van mannen van boven de veertig die hun piem in een dertienjarig meisje stoppen. Hou ik echt niet van. De Poolse rechter deed deze week uitspraak: de inmiddels tweeëntachtig jarige Polanski wordt niet uitgeleverd aan de Verenigde Staten. Daardoor hoeft hij zijn straf dus niet uit te zitten. De straf op seks met minderjarigen is in de huidige VS onbarmhartig. Zo onbarmhartig dat je vragen gaat stellen over de mensenrechten in de VS…

Een paar jaar geleden las ik ‘Het Schervengericht’ van Van der Heijden. Niet zijn sterkste roman overigens. In deze roman verbeeldt Van der Heijden het leven van Polanski in voorarrest in de gevangenis. (Na het voorarrest wist Polanski naar Europa te vluchten en zijn straf te ontlopen.) Een paar scenes in die roman zijn me erg bijgebleven. Van der Heijden beschrijft hoe Polanski de cellen schoonmaakt. De vuiligheid. Vies wc-papier dat hij op moest vegen. Van der Heijden beschrijft dat zo gedetailleerd dat je er een beetje onpasselijk van wordt. Daarmee plaatst hij de geniale filmregisseur – die belangrijk is voor de hele westerse filmcultuur – tegen het decor van het laagste van het laagste. Uiteindelijk natuurlijk een retorische truc om ons rijp te maken voor de gedachte dat Polanski echt niet in de gevangenis thuishoort.

Een tweede scene die ik nog goed voor de geest kan halen is de seks met het 13-jarige meisje. Van der Heijden beschrijft dat haast als seks met een volwassen vrouw. Daarmee versluierend wat het eigenlijk betekent; seks hebben met een meisje. Breng een dag door tussen de brugpiepers op de middelbare school en je beseft wat seks met zo’n meisje betekent! Ze spelen nog met de poppen!

Aan de andere kant…toen ik een brugpiepertje was…toen zat onze muziekleraar Geert, op niet mis te verstane wijze aan achter Gonny met haar enorme boezem. Dat speelde in dezelfde tijd ongeveer als Polanski met zijn dertienjarige. Of het tussen Geert en Gonny ooit tot iets gekomen is, weet ik niet omdat ik me als een geslagen hondje van de strijd had afgekeerd… Het was de tijd dat ‘alles moest kunnen’… maar ik nog weinig tot stand bracht in de liefde…

Van der Heijden’s roman is één grote verdediging van Polanski. Een geëngageerde roman die het onrecht wil aantonen dat Polanski is aangedaan…

In 1979 kwam Polanski’s film Tess of the d’Urbervilles uit. Hoofdrol werd gespeeld door Nastassja Kinski. Ze was toen zeventien jaar en Polanski’s minares, zo werd verteld. Een film van een hoog romantisch gehalte. Het gaat over een arm boerengezin dat erachter komt dat ze waarschijnlijk uit een verarmde adellijke familie stamt. Dochter Tess wordt erop uitgestuurd om, in de hoop op een beter leven, de familierelatie te bevestigen bij de rijke familie met dezelfde achternaam. Daar wordt ze verkracht en begint haar ellendige leven dat uiteindelijk eindigt aan de galg.

Nastassja Kinski. Dochter van de geniale, maar krankzinnige, acteur Klaus Kinski. Ik was jaloers op Polanski. Wat een prachtige meid! Hij boven de veertig, zij zeventien en ik twee jaartjes ouder dan Nasstasja. Wie had er meer recht op haar? De oude viespeuk!!!

 

Over worst

Ik ben een worstliefhebber. Arme ik. Worstliefhebbers zijn vandaag de dag te beklagen. Gisteren werd bekend dat bewerkt vlees kankerverwekkend is. Dat betekent dat worst – gedroogd, gekookt of gerookt – ziekmakend is, maar ook paté ook al is hij nog zo smeuïg of het gezouten en gerookte spek. Ik ben er ziek van…

Laten we wel wezen. De genoemde vleesproducten werden al lang niet meer gezien als heel gezond. Vooral vanwege de grote hoeveelheid vet. Maar ook het zout overschrijdt doorgaans de norm; vlees moet geconserveerd. Maar dat het kankerverwekkend is…dat is wel weer nieuw. Omdat onbewerkt vlees niet perse kankerverwekkend is, zou je denken dat er kennelijk een stof aan toegevoegd wordt die het vlees risicovol maakt. Welke stof is dat? Kunnen ze dat er dan niet uitlaten? Als worst-fanaticus weet ik dat slagers aan veel vlees nitriet toevoegen. Nitriet zorgt ervoor dat het vlees mooi rood blijft en nitriet heeft een conserverende werking.

Enkele jaren geleden verscheen het boek ‘Over worst’ van Meneer Wateetons en Sjoerd Mulder. Een echt mannenboek, dat wordt in de inleiding al duidelijk: Vrouwen mogen zich druk maken over fraai versierde cupcakes, mannen houden zich bezig met WORST. Erg leuk geschreven met vele improviserende knutseloplossingen voor slagerij machines die vaak onontbeerlijk zijn bij de productie van worst. Neem bijvoorbeeld de stopbus. Een stopbus is een bus waarin je de worstvulling onder druk kunt zetten waardoor het via een pijpje in de darm (het worstenvelletje) wordt geperst. De schrijvers van het boek improviseren een stopbus met een kitspuit. Handig! (Maar niet praktisch). Al met al een zeer lezenswaardig boek.

Ook in dit boek hebben de schrijvers het over nitrietzout. Ze stellen zichzelf de vraag: ‘Ga je dood als je nitrietzout gebruikt?’ Het antwoord is ‘Ja’, maar als je het niet gebruikt ga je eerder dood. Zeker in vlees dat lang goed moet blijven zoals gedroogde worst.

Als worstamateur vindt je het niet zo erg als het vlees dat je bewerkt hebt, verkleurd. Dat ligt anders in de slagerij. Ik heb me laten vertellen dat slagers veel nitriet gebruiken om verkleuring van het vlees te voorkomen. Ligt het kankerverwekkende in bewerkt vlees nou aan de nitriet? Dat wordt nergens duidelijk. Ik zou dat graag verder uitgezocht willen hebben.

Als bewerkt vlees kankerverwekkend is, en niet bewerkt vlees niet…dan maak je de worst toch zelf! Heb ik afgelopen zondag gedaan. Neem 1 kilo varkensschouder en maal het met de 5 millimeterplaat van je gehaktmolen. Voeg aan het gehakt 15 gram (gewoon) zout toe, 3 gram peper, 1 gram kruidnagel, 1 gram foelie en 2 gram venkelzaad. Giet er een half glas witte wijn door. Dan…kneden. Met schone handen! En…kneden. Minstens tien minuten. Het vlees wordt er plakkerig van. Dat is ook de bedoeling. Met de handvuller (te koop bij Duikelman) of een worstpijpje op je gehaktmolen, vul je de varkensdarm die je eerst goed doorgespoeld hebt (niet om de stront, maar om het zout te verwijderen!). Zorg dat de darm losjes gevuld wordt zonder veel luchtbellen. Verdeel de gevulde darm in worstjes van aanvaardbare grootte door de darm voorzichtig dicht te knijpen en vervolgens twee slagen te draaien.

Nodig je vrienden uit en bak je zelfgemaakte, niet-kankerverwekkende, braadworstjes en eet ze lekker op!

 

Van Bosch tot Bruegel; De ontdekking van het dagelijks leven

Gezien op 16 oktober 2015 in: Museum Boijmans Van Beuningen.

Een absolute aanrader! Ik zeg het maar meteen. Echt een heel leuke tentoonstelling en ik raad iedereen aan om er naar toe te gaan. Hou je van het verre verleden en van schilderkunst, dan zou je er echt heen moeten. Naar Rotterdam, naar het Boijmans Van Beuningen!

marskramer1marskramer2

Bij de naam Jheronimus Bosch gaat mijn hart sneller kloppen. Eigenlijk meer bij zijn Nederlandse naam: Jeroen Bosch. Bij Jeroen Bosch hoort Lange Pier en bij Lange Pier hoort Floris (en Sindala). Floris, de befaamde televisieserie uit de jaren zestig waarmee Rutger Hauer, Gerard Soeteman en bovenal Paul Verhoeven hun indrukwekkende carrière begonnen. Wat heeft de tentoonstelling ‘Van Bosch tot Bruegel’ te maken met de televisieserie Floris? Op zich niet veel, behalve dat de televisieserie in de zelfde historische tijd speelt als waarin de schilderijen van deze tentoonstelling zijn vervaardigd; rond 1550. Namen die in de serie een rol speelden, komen op deze tentoonstelling terug. Soms niet helemaal correct, maar dat maakt het juist des te leuker.

Lange Pier bijvoorbeeld is zo’n naam. In de televisieserie een roverhoofdman uit Friesland. In werkelijkheid was hij iemand die zich tegen de Bourgondische overheersing verzette. Zijn schuilnaam was Grote Pier (Grutte Pier). Lange Pier komen we op onze tentoonstelling in het Boijmans – Van Beuningen ook tegen; het was de bijnaam van de Antwerpse/Amsterdamse schilder Pieter Aertsen. Een boomlange vent die, zo gaat de legende, zijn altaarstuk in de Nieuwe Kerk probeerde te verdedigen tegen het beeldenstormende gepeupel in 1566. Slechts een zijpaneel is over; de aanbidding der herders. Daarop een van de mooiste koebeesten van de kunstgeschiedenis. Dat schilderij hing niet op deze tentoonstelling. Van het religieuze werk van Pieter Aertsen is weinig over gebleven, maar zijn genrestukken, daarvan hingen er een paar. De schilderijen waar hij, volgens de catalogus, zelf een beetje op neer kijkt, maken hem nu tot één van de belangrijkste schilders op deze tentoonstelling. Als genreschilder hangt hij nu in de diverse musea.

Zo hangt er van Pieter Aertsen een keukenmeid. Ze rijgt divers gevogelte aan een spit en houdt het spit vast als ware het een koningsstaf. Haar trots komt je tegemoet terwijl ze poseert voor een imposante schouw. Volgens de catalogus en de audiotour hebben we hier te maken met spotlust. Een gewoon iemand wordt neergezet alsof ze van adel is. De adel en rijke burgerij koopt dit soort schilderijen om hun eigen positie als trotse machthebbers te bevestigen. Op de een of andere manier bevredigd me niet helemaal. Daarvoor is ze veel te mooi geschilderd. Ook te groot. Ik kan me een spotprentje van tien bij tien centimeter voorstellen, maar hier hebben we te maken met een op ware grootte geschilderde keukenmeid.

Ook in het Rijksmuseum zo’n schilderij. Ook daar staat een keukenmeid van Pieter Aertsen in een overdadige keuken. Ze is omringd door allerhande groenten en rijgt ook daar gevogelte aan het spit. Spot vind ik hier echt niet het juiste woord. Veeleer laat de burgerij zien wat voor rijke maaltijden ze zich kunnen laten voorzetten. Maar dat is mijn eigen interpretatie en niet gebaseerd op kennis.

Pieter Aertsen (de ‘echte’ Lange Pier) springt er op deze tentoonstelling erg uit. Met zijn heldere schilderijen en zijn felle kleuren zet hij zelfbewuste werkende mensen neer en…heerlijk voedsel.

Kom ik weer terug op Jeroen Bosch en Floris en de tentoonstelling. Er hangen twee marskramers, beiden van Jeroen Bosch. En wat ontdekte ik over de Floris aflevering met Jeroen Bosch… In de aflevering van Floris hebben ze  vals gespeeld. De twee marskramer schilderijen hebben ze in de aflevering gecombineerd. Er is een marskramer met rovers en een marskramer met een bordeel. De bordeel versie hoort in het Boijmans Van Beuningen, de rovers versie is voor de tentoonstelling in bruikleen van het prado in Madrid. Voor het overgrote deel hebben ze in de aflevering van Floris met de marskramer met het bordeel genomen, maar in het verhaal hadden ze de galg nodig van de rover versie. Hoe dan ook, Jeroen Bosch legt uit wat het schilderij betekent: De marskramer wordt weggeblaft door een hond, is zo stom als een koe, heeft er lustig op los geleefd en zal eindigen aan de galg… Die Jeroen Bosch!
In het Boijmans Van Beuningen is juist over de bordeelversie van het schilderij een aardige videopresentatie. In deze presentatie wordt ingezoomed op die details. De details worden daardoor duidelijk, maar de betekenis wordt voor een groot deel in het midden gelaten. Jammer vind ik altijd als zo’n presentatie alleen in het engels is. Dat maakt het in ieder geval voor kinderen ontoegankelijk maar ook volwassenen zullen zaken missen. Het engelse woord voor ‘els’ kende ik bijvoorbeeld niet; daar kwam ik thuis pas achter.
Het belangrijkste van Bruegel ontbreekt; al die schilderijen die het boerenleven laten zien. De dansende boeren, de trouwende boeren en de springende boeren. Wel zijn er tekeningen ‘naar bruegels’ boerenschilderijen. Is er dan geen enkel origineel Bruegel schilderij? Tuurlijk wel. Het winterlandschap met ijspret. Ook een erg leuk schilderij waar je lang stil bij kunt staan. Helemaal geen Bruegel boeren? Nou, dat ook weer niet. Een petieterig schilderijtje waarop een boer een varken in zijn hok stopt en opdringende medeboeren die de boer achter het varken aan duwen.

Als je houdt van boeren, burgers en buitenlui of van bordeelscenes, vreetpartijen en gewone mensen uit het begin van de renaissance dan moet je absoluut naar deze fantastische tentoonstelling gaan. Ik heb genoten!

Het Naardermeer

Bij ons in de familie had het Naardermeer mythische proporties aangenomen. Het was de plek waar de nietsontziende vernietiging van de natuur ten behoeve van economisch gewin voor even tot staan was gebracht. Het Naardermeer was een juweel in een tot steenwoestijn veranderd landschap. De held van het Naardermeer was Jac. P. Thijsse. Een pionier op het gebied van natuurbescherming. Hij had Natuurmonumenten opgericht en fondsen geworven om daarmee het Naardermeer aan te kopen. Sindsdien ligt het Naardermeer als een oase ten zuidoosten van Amsterdam te zijn wat het is; een uniek natuurgebied, doorsneden door de drukke treinverbinding tussen Amsterdam en het Gooi.

Als jongen ben ik regelmatig in het Naardermeer geweest. Dan werden we rondgevaren door de boswachter. Die vertelde wat we aan dieren zagen, welke vogels er floten of welke planten er groeiden. Ik genoot vooral van het stille varen met de boot. De moerasgassen die de boot liet vrijkomen uit de rottende plantenmassa in het water roken naar stront, maar ook naar natuur. Ongerepte natuur. En dan legde de boot aan en liepen we over het trilveen naar de uitkijkplaats. Vandaaruit konden we de kolonie aalscholvers bekijken. Om de kolonie te horen hoefde je geen moeite te doen want de beesten maakten een enorm kabaal.

In dat Naardermeer kon je de natuur niet haar gang laten gaan. Zonder ingrijpen van de mens zou het anders langzaam veranderen in een dicht bos. Dat wilde men niet omdat men de biotopen die er waren gevormd wilde behouden: Moeras met of zonder stukken bos en open water met riet. En vooral de stukken trilveen moesten niet dichtgroeien. Daarom werden er dagen georganiseerd waarop jeugdige vrijwilligers konden helpen het Naardermeer te beheren. Ik hielp graag mee. Geert Timmermans leerde ik daar kennen. Hij was een paar jaar ouder dan ik. Een boom van een kerel. Ik was meteen gek op hem. Ik bewonderde zijn ongekende spierkracht maar ook zijn karakter. Gewoon een hele fijne jongen, toen, met een aangenaam maar onvervalste Amsterdamse tongval. Ik deed altijd mijn uiterste best om met hem te kunnen samenwerken. Hij wist van elk beestje hoe het heette, maar ook van elke plant en vogel; toen al.

Geert Timmermans is stadsecoloog geworden in Amsterdam, en nu heeft hij een boek geschreven. In de Volkskrant van vandaag wordt aan de stadsecologen en hun boek aandacht besteed. Samen met de andere stadsecologen schreef hij ‘Het Amsterdamse beestenboek’. In de reportage maakt de journalist samen met Geert Timmermans een wandeling door een deel van de stad. En ik herken Geert. Zijn bevlogenheid. Hij heeft tapijttegels in stukjes stadsnatuur gelegd. Dat blijken plekken te zijn waar ringslangen graag op liggen. En hij vertelt over het vele water dat door Amsterdam stroomt en de enorme verscheidenheid en hoeveelheid vis. De natuur rukt op naar de stad. Een slechtvalk vindt een kantoorgebouw vergelijkbaar met een rots en bouwt daar zijn nest!

Aalscholvers en lepelaars waren destijds uniek in het Naardermeer. Nu zie ik op het in de krant bijgevoegde kaartje dat er inmiddels lepelaars in het Sloterpark zitten. En aalscholvers? Je ziet ze tegenwoordig overal. Op lantarenpalen naast de grote weg, in de Amsterdamse grachten…overal.

Ik heb het gevoel dat onze werkdagen in het Naardermeer bijgedragen hebben aan het succes van de natuur in Amsterdam. Leuk dat Geert Timmermans en zijn collega’s daar verslag van doen.

Ik ben dom

Afgelopen donderdag stond er een artikeltje in de Volkskrant over een grote wetenschappelijke doorbraak in de natuurkunde. Het gaat allemaal om de kleinste deeltjes die we kennen. Zoveel werd me wel duidelijk. Ook ging het er over dat Einstein bepaalde verschijnselen had waargenomen, maar die niet kon verklaren. Die verschijnselen hebben ze in Delft nu wel kunnen verklaren…naar het schijnt. Zo hebben die wetenschappers bewezen, dat twee deeltjes contact met elkaar houden, hoe ver ze ook van elkaar weg zijn… En toen strandde mijn schip. Geen idee meer welke deeltjes wanneer wat doen…of hoe die deeltjes er dan precies uitzien of wat ze precies doen…geen idee. Ik kan absoluut niet meer volgen waar het over gaat, laat staan dat ik weet wat die wetenschappers nou precies hebben bewezen. Natuurlijk wil ik applaudisseren, maar geen idee waarvoor. Al helemaal niet waar de ontdekking toe leiden kan. Dus voel ik me dom…oliedom. Ik heb een paar jaartjes doorgeleerd; ik zou dat toch moeten kunnen snappen, zou je denken…

Maar gelukkig, de Volkskrant constateerden dat de grote doorbraak voor meerdere mensen niet te begrijpen viel. Daarom in de zaterdagkrant een nieuwe poging om ons te vertellen hoe het zit. ‘Het spook van Delft’ heet de poging. Een stripverhaal, is het, om aan het eenvoudige publiek (ik dus!!!) uit te leggen hoe of het in elkaar zit, die ontdekking. Ik voel me daar helemaal niet te min voor om als simpele ziel aangesproken te worden. Ik wil graag begrijpen hoe het zit en wat de doorbraak precies is.

Ik begin te lezen: ’Opgewonden zit de fysicus Ronald Hanson in de nazomer van 2015 achter zijn bureau in Delft.’ Dat begint echt als een spannend boek. Verderop gaat hij het verschijnsel verder uitleggen…En ja hoor…daar raak ik de draad opnieuw kwijt. Deeltjes hebben pas eigenschappen als je gaat meten… Twee deeltjes gedragen zich tegengesteld precies hetzelfde…deeltjes die zowel linksom als rechtsom draaien…tegelijkertijd. Ik kan dat gewoon niet volgen. Van zo’n paartje deeltjes (vraag me niet hoe je die kunt herkennen…) hebben ze de een naar een andere plek geschoten en de andere laten staan, zo lees ik. Vervolgens zijn ze gaan meten. Wat blijkt…ze blijven zich tegengesteld precies hetzelfde gedragen. Maar…hoe weten ze dat nou? Ze konden juist niet meten, toch? Ze draaiden op hetzelfde moment naar links als naar rechts. Als je constateerde dat het deeltje zich als A gedroeg, dan lag dat niet aan het deeltje, maar aan het meten. Hoe weten ze dan dat die deeltjes zich hetzelfde, maar tegengesteld gedragen? Ik snap er nog steeds helemaal niets van!!!!

Wat ik in ieder geval wel begrijp: ‘Onze jongens’ hebben een doorbraak in de natuurkunde gemaakt. Juist op tijd, anders hadden ze in Wenen met de eer gaan strijken, want daar waren ze ook bezig om iets te bewijzen.

In ieder geval dan maar: Hulde aan onze wetenschappers omdat ze iets ontdekt en bewezen hebben dat heel erg belangrijk is…denk ik.

Ik voel me zo dom! Zou er een manier zijn om het aan de aller domsten uit te leggen hoe het nou precies zit? Ik betwijfel het…

Ratten

De huidige vluchtelingenstroom heeft de ratten uit hun holen gelokt. We weten waar ze zijn en nu is het zaak ze te verdelgen. Dat is precies wat ik dertig jaar geleden gedacht zou hebben als ik had kunnen voorzien wat er nu in Nederland gebeurt. De Nederlandse Volksunie was een paria in het politieke landschap. De herinnering aan de oorlog was levend; de mensen die het hadden meegemaakt leefden nog. De Volksunie, die het vooral moet hebben van racisme, was daardoor not done; onaanvaardbaar.

Dat begint nu te veranderen; de mensen die de oorlog nog echt aan den lijve hebben ondervonden, zijn dood. Het nationaalsocialisme is met haar rassenhaat geschiedenis geworden. De moraal die gevormd is door wat er in de tweede wereldoorlog gebeurde, wordt van deze last ontdaan. Referenties aan de tweede wereldoorlog zijn zelfs taboe verklaard.

Het voltrekt zich voor mijn ogen; georganiseerde groepjes mensen (voornamelijk mannen) van de Nederlandse Volksunie trekken extreem agressief van inspraakavond naar inspraakavond. Daar beletten ze andersdenkenden voor hun mening uit te komen. Ze intimideren en bedreigen ze en hitsen het volk op. Onder het mom van de verdediging van de vrijheid van meningsuiting beletten ze anderen om hun mening te uiten.

De bevolking wil geen verandering en beseft niet dat alles altijd verandert. De neo-nazi’s geven het gevoel dat ze verandering tegen houden, maar dat is niet zo; ze brengen nog veel grotere veranderingen teweeg. Gewone mensen die van goede wil zijn en die geloven in de uitwisseling van argumenten worden ingepalmd door mensen die altijd gelijk hebben en die bereid zijn hun gelijk met intimidatie en geweld af te dwingen. Je gelijk met intimidatie en geweld afdwingen…waar kennen we dat van?

Oké, rustig…kijk naar jezelf. Met angst en beven zie ik een onafzienbare stroom vluchtelingen onze kant opkomen. Duizenden per week. Ik heb mijn hart echt op de goede plek zitten. Een moeder met haar kleine kinderen in de regen en in de modder zonder voldoende eten en drinken en zonder dak boven hun hoofd….ja, dat doet mij wel wat. Tuurlijk wil ik ze helpen. Zo’n gezinnetje mag bij mij een tijdje komen logeren. Ik ben echt gastvrij…daar ligt het niet aan. Maar waar houdt het op? Wanneer houdt die enorme stroom vluchtelingen op. Wat kunnen we doen om dat te stoppen. Het maakt ook mij een beetje bang.

Die oost-europese landen, die geen vluchtelingen willen toelaten, die wil ik niet begrijpen, maar ik begrijp ze wel. Enorme aantallen mensen die vanuit een andere cultuur binnenkomen en waarvan een groot deel bij voorbaat kansarm is, dat gaat problemen opleveren. Grote problemen. Die vluchtelingen komen naar hier omwille van hun kinderen…maar hoe dankbaar zullen hun kinderen zijn? Wat zegt ons dat ze niet gaan radicaliseren en ons opblazen omdat we niet aan de wet van Allah willen gehoorzamen? Hoe gaan wij dat hier voorkomen? Kunnen we dat wel voorkomen? Nederland is nog druk bezig om de vorige immigratiegolf te verwerken. Nederland is een dichtbevolkt land. Honderdduizend mensen erbij…kan dat wel?

Zit er in mij een rat die uit zijn hol is gelokt?

Onvoorbereide interviewer

Gisterenavond zag ik één van de beste interviewers van Nederland behoorlijk door de mand vallen. Pauw interviewde minister Melanie Schultz van Verkeer en Waterstaat. Jeroen Pauw had de eerste vraag goed voorbereid, zo leek het. Pauw wilde dat de minister in ging op de volgende stelling: Nu Volkswagen gesjoemeld heeft met de software, geven de testen een rooskleuriger beeld over de CO2 uitstoot dan het beeld in werkelijkheid is. Doordat Nederland uitgaat van deze verkeerde gegevens, voldoet Nederland niet meer aan de CO2-normen. Schultz legde uit dat die verkeerde en frauduleuze testresultaten in de brochure van Volkswagen terecht kwamen. Dat zij er altijd al vanuit ging dat deze gegevens rooskleuriger waren dan de werkelijkheid. Daarom testte Nederland alle auto’s in het echt. Daaruit kwamen de juiste cijfers. Nederland heeft daardoor altijd met de juiste cijfers gerekend.

Dat leek mij een duidelijk antwoord. Logisch ook. Ondertussen begon ik me af te vragen waarom niet alle europese landen op deze manier hun testen uitvoerden. Je weet per slot hoe dingen werken; als je er erg veel belang bij hebt dan modelleer je de waarheid, of je dat nou wil of niet.

Jeroen Pauw ging door met zijn volgende vraag: Nu ontdekt is dat Volkswagen en, let maar op, de hele autoindustrie, foute software in de auto’s heeft gestopt, kan Nederland niet meer voldoen aan de afgesproken CO2-normen. Wat gaat de minister hieraan doen? Als ik daar als minister had gezeten (wat ik godzijdank niet deed) dan was ik nu in volkomen verwarring geraakt. Ik zou hebben gedacht dat ik de vraag niet begreep. Dit was toch zo ongeveer dezelfde vraag als die hij al eerder gesteld had? Ik zou compleet aan mezelf zijn gaan twijfelen. Gelukkig zat ik daar niet, maar minister Melanie Schultz van Verkeer en Waterstaat. Onverstoorbaar antwoordde ze dat Nederland nooit is uitgegaan van wat Volkswagen in haar brochure zette. Nederland gaat ervan uit dat autofabrikanten de waarheid in hun brochures rooskleuriger voorstellen dan de werkelijkheid. Om die reden voert Nederland zelf haar testen uit door in een ‘gewone’ situatie te testen. Als je van deze testresultaten uitgaat bij je berekeningen van de CO2 uitstoot, dan kan het niet misgaan. Op dezelfde vraag kwam hetzelfde antwoord. De minister was compleet meester over de zaak. ‘Kom maar op met je derde vraag’, leek ze uit te stralen. En die derde vraag kwam…

Nu vast is komen te staan dat Volkswagen software in haar auto’s heeft gestopt die verkeerde resultaten opleveren als de auto’s worden getest, is het zo dat er nu veel auto’s rondrijden die meer CO2 uitstoten dan er in Europa was afgesproken. Nu blijken alle rapportages over de uitstoot van CO2 die Nederland maakt, fout. Wat gaat de minister eraan doen?

Nu brak bij mij het angstzweet uit. Eén van de beste interviewers van Nederland heeft dit interview compleet niet voorbereid of compleet fout voorbereid. Ik zag mezelf daar aan tafel als Jeroen Pauw zitten. Life op televisie. Miljoenen kijkers. Tegenover je zit een minister. Je hebt een vraag voorbereid en nagedacht over een paar antwoorden die ze zou kunnen geven en daar vervolgvragen op bedacht. Maar…de minister geeft een onverwacht antwoord. Je hebt geen vervolgvragen op dat antwoord. Hoe nu verder? Paniek!!!! Dan maar dezelfde vraag nog een keer gesteld… Zou het zo gegaan zijn?

Minister Melanie Schultz van Verkeer en Waterstaat bleef de rust zelve. En ja hoor, daar begon ze weer: Nederland gaat niet uit van de gegevens die de autoindustrie in haar folders zet etc.

Gisterenavond heb ik ontdekt dat ik niet deug voor minister, maar ook niet voor interviewer… maar al helemaal niet voor  onvoorbereide interviewer.

Prince of peace

Ik kreeg een uitnodiging in de brievenbus van de Nederlandse reisopera. Ik kon kaartjes kopen voor de meezing Messiah.’Meezing’…ik begreep het woord niet. Ik legde in eerste instantie klemtonen fout en bovendien dacht ik aan een Engels woord. Dat bracht me nog verder van huis. Wat zouden ze bedoelen met een miezing (ik las de dubbele ‘e’ als een ‘i’ en legde op de eerste lettergreep de klemtoon) Messiah. Bovendien was het woord ‘Messiah’ ook al een ietsje vervormd geraakt. Hierdoor vermoedde ik wel dat het met het grote werk van Händel te maken had, maar waarom spelde ze het zo vreemd. Door een kronkeltje in mijn brein kon ik even niet bedenken wat er bedoeld werd met een meezing Messiah. Langzaam drong de betekenis van ‘meezing’ tot me door.

Naast de mee-zing Mattheus Passion krijgen we nu dus ook een mee-zing Messiah. De eerste zingen we mee met Pasen in de lente en de andere gaan we zingen rond kerst in de winter. Mee-zingen hoeft niet eens, je kunt ook gewoon naar een uitvoering gaan waar je in stilte kunt luisteren naar het zingen van anderen. Hou ik eigenlijk veel meer van.

De uitvoering van de Mattheus Passion van Bach in de Paastijd is inmiddels al even ingeburgerd in onze samenleving als kruidnootjes (die we doorgaans pepernoten noemen) bij het Sinterklaasfeest. Er werd vaak gezegd dat dit Oratorium de plaats heeft ingenomen van de kerkelijke rite. We willen iets speciaals bij het begin van de Lente. Dat was altijd het paasfeest. Maar omdat de woorden van dominee of priester ons niets meer zeggen, kiezen we voor de muziek Zoiets dus. Dat de Mattheus Passion het lijdensverhaal van Jezus vertelt, is natuurlijk ook niet toevallig. Het verbindt de oude kerkelijke rite met de nieuwe kunstzinnige. Omdat veel mensen deze rite al zo vaak hebben meegemaakt (ik kijk nu even in de spiegel) kennen ze de muziek zo’n beetje uit hun hoofd. Als ik de tekst voor me heb (dat is het moeilijkst te onthouden) dan zing ik hem zo mee. Veel mensen genieten nog meer van het zelf zingen dan van het luisteren. Inmiddels wordt in elk dorp en stad de Mattheus Passion (en soms de Johannes Passion) meerdere keren uitgevoerd. De zalen en kerken zitten dan tot aan de nok vol en geven daarmee een mooie financiële impuls aan een keihard door bezuinigingen geraakte sector.

Voor het Kerstfeest was er in eerste instantie geen traditie in culturele zin. Ja, het kerstcircus. Maar dat is inmiddels afgelopen; wie wil er nog naar het circus nu er geen brullende leeuwen meer optreden? Dus werd het in eerst opnieuw bij Bach gezocht. Het Weinachtsoratorium. Het openingskoor spreekt enorm tot de verbeelding, maar daarna wordt het een vrij moeilijk oratorium. Nee dus; een paar jaar is dat geprobeerd, maar dat was het toch niet. De Messiah van Georg Friedrich Händel. Gaat wel niet alleen over de geboorte, maar is een muzikaal doorwrocht stuk en kent veel lichtere makkelijk toegankelijke delen. De Messiah lijkt langzamerhand te gaan horen bij het kerstfeest. Nog niet helemaal bij mij. De ene aanbieding na de andere komt bij mij binnen. Zal ik het doen? Zal ik kaartjes kopen? For unto us a child is born. Unto us, a son is given. Unto us a son is given and the government will be upon his shoulder. And his name will be called: Wonderful, Counselor, almighty God, the everlasting father, the prince of peace!

Grutte Pier

De televisieserie Floris blijft bij mij in de picture. Vandaag een klein artikeltje in De Volkskrant over Lange Pier. In de legendarische serie Floris speelde Lange Pier een niet onbelangrijke bijrol. Hij was de Friese rover die de wegen onveilig maakte. Een enorme kerel. Beestachtig sterk. Vocht altijd met een tweehandig slagzwaard en was eigenlijk fysiek niet te verslaan. Om Lange Pier klein te krijgen had je de oosterse fakir Sindala nodig die hem met zijn slimmigheden om de tuin kon leiden. Lange Pier was enorm bijgelovig. Hij droeg altijd een konijnenbotje aan een ketting om zijn hals. Bij het geringste vermoeden van hekserij probeerde hij zich daartegen met het konijnenpootje te beschermen. Van die angst wist Sindala handig gebruik te maken. Ik wist in de dagen alles van Floris. Doelgroep voor die serie was…ik. Lagere schooljeugd. In de late jaren ’60 behoorde ik tot die lagere school jeugd. Al mijn zakgeld ging op aan kauwgom want bij de kauwgom zaten plaatjes; Florisplaatjes!

Was lange Pier in de befaamde serie een roverhoofdman van de Friezen die de wegen in Holland onveilig maakte, in werkelijkheid was hij een arme donder die uit wraak voor onrecht verzetsheld werd. Hij werd ook geen Lange Pier genoemd, maar Grote Pier ‘Grutte’ Pier in het Fries. Lange Pier was de bijnaam van een Amsterdamse held; Pieter Aertsen. Een groot schilder die zijn enorme altaarstuk in de Oude Kerk tijdens de beeldenstorm uit de klauwen van het gepeupel heeft proberen te houden. Tevergeefs. Nou ja, op een klein stukje na; De aanbidding van de herders. Met daarop één van de fraaiste koebeesten uit de kunstgeschiedenis. Maar over deze lange Pier gaat het dus niet.

Het gaat om Pier Gerlofs Diona die rond 1480 in het Friese Krimswerd werd geboren. In 1515 werd zijn vrouw vermoord door Saksische huurlingen en zijn boerderij geplunderd. Vanaf dat moment begon zijn leven als desperado. Maar één van het soort dat het hart op de juiste plek draagt. Een Friese verzetsheld. Over hem deden de wildste verhalen de ronde. Vooral over zijn bovenmatige spierkracht. Munten verboog hij tussen twee vingers en paarden hief hij boven zijn hoofd. Hij was groter dan twee meter. Echt imposant moet hij zijn geweest.

Waar het in het artikel om gaat is, dat Grote Pier het digitale tijdperk ingelopen is. Grote Pier symboliseert de Fries in hart en nieren. Volgens de overlevering was hij ook de schepper van de spreuk ‘Bûter, brea en griene tsiis, wa’t dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries’. (deze zin krijg ik niet uit mijn bek en daarmee is bewezen dat ik niet tot ‘hunnie’ behoor). Er is nu dus een website gemaakt waar je uit kan vinden of je zo’n Fries in hart en nieren bent. Slaag je voor dat examen, dan krijg je een heus ‘Pierbewijs’; Je bent echt!!! Wat je daar wel voor nodig hebt, zijn de geboorte- en overlijdensdata van al je overgrootouders. Heb je zo’n Pierbewijs verworven, dan bevindt je je in het selecte gezelschap van mensen die welkom zijn op de Grutte Pier Familiedag… Dat je het maar weet.

Moeilijke zaak. Houden we van dit soort chauvinistisch gedoe? Mijn hoofd zegt ‘nee’ mijn hart zegt ‘ja’.